ting voor het dienstjaar 1815. c«-^-:' Memorie vam Toelichting. Do Koloniale huishoudelijke begrooting van Suriname voor hel dienstjaar 18715, zooals de ondergeteekende de ©er heeft die hierbij in ontwerp aan de Koloniale Staten in te dienen, levert uitkomsten op van zeer bemoedigenden aard. Heeft de ondergeteekende zich reeds mogen verheugen in de medewerking der Koloniale Sti.ten bij de behandeling van belangrijke hervormingen in het belastingwezen , zijnerzijds heelt hij er zich op toegelegd , om hij de raming der uitgaven voor het aanstaand jaar, zoodanige besparingen te verkrijgen , als met eene behoorlijke voorziening in de behoelten van de dienst zijn overeen te brengen. Onder den invloed van dit gemeenschappelijk streven vau het Bestuur en van de Koloniale Staten is de uitgaaf voor het jaar 18715 geraamd op f 1,196,798,40 of f 42,245,— minder dan het voor 1874 toegestane eindcijfer van f 1,259,041,40 aau uitgaven; terwijl de koloniale inkomsten, welke in de definitief vastgestelde begrooting van 1874 waren geraamd op f 939,962,— thans voor 18715 op f 1,026,200,— ol' f 86;258,— meer geraamd zijn. Daardoor zal het subsidie uit 's Rijks Schatkist dat bij de Wet van 18 Januarij 1874 (S. B. N°. 6 , G. B. 1H74 N°. li) voor het loopende jaar toegestaan is tot een bedrag van f 299,079,40 volgens de raming van tien ondergeteekende voor het jaar 1873 , slechts f 170,1198,40 behoeven te bedragen om het totaal der aangevraagde credieten te dekken. Voegt men, bij het zooeven gemeld verschil van f 42,243 , tusschen de eindcijfers vau de definitief vastgestelde begrooling voor 1874 en de nu voorgedragene begrooling voor 18715, de in deze voor hel eerst begrepene som van f 115000,— voor één jaar rente van de eerste serie der koloniale leening van f 900,000,— «ene uitgaaf welke nog aan de goedkeuring van deu Nederlandschen wetgever moet worden onderworpen — dau stijgt hel cijfer der verkregen bezuiniging op de uitgaven tot eene som van f 157,243.— Het is echter den ondergeleekende volstrekt niet te doen om quand mëme, naar vermindering van het Bijks subsidie te streven; eenvoudige kennisname vau den uitgewerkten en toelichtenden staat der uitgaven eu vau de toegelichte raming der middelen zal integendeel doen ontwaren, dat de cijfers dezer begrooting geenszins berusten op gewaagde ramingen van inkomsten of op bezuinigingen, welke het algemeen belang zouden kunnen benadeelen. Bij de uitgaven is zelfs gerekend op belangrijke verbeteringen, zoowel iv de administratie, als in de regtsbedeeling; terwijl de opbrengst der middelen mei groote voorzigligheid zeer matig is geraamd. Overigens acht de ondergeteekende het niet oudienstig er op te wijzen , dat hij zoo veel mogelijk de omslagtige administratie zal vereenvoudigen en in verband daarmede het beginsel van minder doch beter bezoldigde ambtenaren op deu voorgrond wenscht te plaatsen. Het kan nuttig zijn om in deze Memorie enkele onderwerpen afzonderlijk toe le lichten. Men verwacht wejligl reeds aanstonds in deze begrooting eenig blijk van de door den ondergeteekende meermalen uitgesprokene ingenomenheid met de oprigling van een gemeentebestuur te Paramaribo en welligt ook elders in deze kolonie. En toch bevat deze begrooting zelfs geen memoriepost te dier zake. Maar de ondergeteekende is nog steeds evenzeer doordrongen van de voordeden , welke gemeente-instellingen voor het Bestuur en voor de ingezetenen zouden kuunen opleveren. Hij deelt nog steeds in de meening, dat de Gemeente eenige zorgen op zich zou kunnen nemen waarmerk thans het Landsbestuur is belast, en belastingen zou kuunen hellen waaruit de plaatselijke kosten meer eigenaardig zouden kunnen worden bestreden. Maar aan de invoering van het Gemeentewezen moet zooveel roorbereidende arbeid voorafgaan , zooveel zorg worden besteed , dat men zich gelukkig zal mogen achten indien met I°. Januari) 1876, aan deze kolonie een gemeentebestuur zal kunnen worden gesebonken. Het laat zich daarom niet voorzien, dat in den loop van 187 J voor zoodanige instelling uitgaven te doen zullen zijn, en de ondergetekende wensclit geene artikelen op te nemen in de begroeiing, welke slechts een ijdel vertoon zouden zijn. lutusschen mogen de hij deze begrooling overgelegde nota's van de Heeren Mr. 11. E. Colago Belimnte en A. H. de Granada strekken tot aanvulling der gegevens voor de latere behandeling van dit onderwerp. Anders is het met de oprigting van een strafetablisseraent, waarvoor in art. 25 dezer hegrooting, een crediet voor Memorie is opgenomen. Van latere besprekeuingen moet de ondergeteekende het vooralsnog afhankelijk laten , op welke wijze zulk eene inrigting zal kunnen worden tot stand gebragt. De voorgedragen regtsregeling en de reeds ingevoerde administratieve regeling in de districten zijn iv deu uitgewerkten en toelichtenden staat en daartoe behoorende bijlagen zoo duidelijk uiteengezet, dat verdere toelichting hier wel overbodig mag worden geacht. De uitgaven voor Immigratie en Kolonisatie, Kot dusver in de Iste afdeeling der Begrooling gebragt, zijn , uithoofde van den omvang dien het Immigratie-Departement heeft verkregen en van het verband tusschen Immigratie en Kolonisatie, — een verband nog versterkt, nu het toezigt over beide aangelegenheden aan denzelfden boofdambtenaar , den Agent-Generaal, is opgedragen ,— in eeue afzonderlijke afdeeling, de IVde overgebragt. In die afdeeling zijn voor Memorie opgenomen de premien op den aanvoer van vreemde arbeiders, en de voorschotten aan kolonisten. Uit den aard dezer laatste zaak , waaromtrent hij den ondergeteekende trouwens overwegingen aanhangig zijn , kan voor deze voorschotten geen som worden geraamd. Een crediet voor premien in de koloniale begrooting was overbodig zoolang het millioen voor die premien uit 's Rijks schatkist nog niet is uitgeput, maar nu dit waarschijnlijk zoo al niet reeds in het loopende jaar. zeker in het aanstaande jaar het geval zal zijn, Q is zulk ecu crediet onontbeerlijk. Overigens belet de onzekerheid die er nog bestaat, omtrent het lot der aan de beoordeeling van den Nederlandseben Wetgever te onderwerpen Verordening, betreffende de koloniale geldleeaing, om het bedrag der in 1873 te,betalen premien te ramen , hetgeen bovendien onmogelijk zou zijn bij de onbekendheid met de aanvragen voor immigranten , welke zullen inkomen. Het Postwezen is overgebragt van de le. naar del He. afdeeling , omdat bet evenals in Nederland geheel te huis behoort by de administratie van financiën. De verminderde raming voor dezen post wordt in den uitgewerkten en toelichtenden staat voldoende omschreven. Eene belangrijke bezuiniging zal men vinden in de posten voor armenzorg en beat ven van onvermogenden , als een gevolg van de bestemming op verbeter- Q O.i 1 Mei 1874 was nog van het toegestane millioen beschikbaar eene son van f 5'J144,01}1/a. den voet en op ruime schaal van 's landsgrond Bonifats tot een gesticht vau weldadigheid, alwaar de nu overal verspreide hulpbehoevende ouden en gebrekkigen en onverzorgde weezen eeue veel betere verzorging , verpleging eü geneeskundige behandeling kunnen vinden, dan nu het geval is. Door die samentrekking in één gesticht kau ook ecu beier toezigt gehouden worden over de meerdere of mindere noodzakelijkheid der opname onder de verpleegden, zooals aanvankelijk reeds gebleken is en waardoor ingeslopen* misbruiken grootendeels zullen kunnen worden geweerd. Tengevolge daarvan kau dan ook de raming voor begrafeniskosten voor een verminderd cijfer worden uitgetrokken. De waterkceringswerken le Nieuw-Rotterdam (art. 79c; maken een ernstig punt van onderzoek eu overweging bij het Bestuur uit. De ondergeteekende ontveinst het geenszins , dat deze zaak, de afspoeling niel alleen der oude, reeds voor het grootste gedeelte verlaten» wijk, maar zelfs het sterk bedreigen der nieuwe wijk hij hem zeer groote bezorgdheid verwekt. Hij moei zich thans ,— in afwachting van de dagelijks te verwachten nieuwe voorstellen en berigten, die hij als vciv volg op vroegere mededeeüngen ter kennis van de Koloniale Staten zal brengen , — voorbehouden met de Koloniale Staten over deze hoogst belangrijke aangelegenheid later iv overleg te treden. In afwachting der vereischte beslissing, wordt het onderdeel c van art. 79 voor memorie gebragt en tevens het artikel van onvoorziene uitgaven ruim genoeg ga» raamd om de alsdan nog in 18715 benoodigde fondsen voor die werken te kunnen vinden. Onder de maatregelen , waarop de ondergeteekende tot bezuiniging bedacht is , behoort mede de opdragt van ééne der niaaiidelijksche maildiensten aan een koloniaal zeilvaartuig. In verband met de tegenwoordige regeling vau de Fransche maildienst kan hierdoor, zonder benadeeling der belangen van het publiek eene aanmerkelijke beailniging worden verkrijgen, en zal deze maatregel tevens kunnen strekken om de koloniale atoomvaartuigen in beteren slaat te onderhouden , vooral met hel oog op deu tooitand vau de eenige nog voor de zeedienst geschikte boot, de Paramaribo. De onvoorziene uitgaven zijn op deze begrooling f 215,000.— hooger geraamd dan op die voor het dienstjaar 1874 , en dat wel met het oog op de onderscheidene memorie posten, die in den uitgewerkten en toelichtenden staat nader zijn omschreven, waaronder voornamelijk eeue plaats innemen: Art. 23. Uprigting van een straletablissetnent ; » 26. Uitbreiding der jwlitie; k 57. I'remien op den aanvoer van vreemde arbeiders in de kolonie Suriname; • 6.1. Kosten voortvloeijeude uit eene nadere regeling van het onderwijs; » 79a. Een politie station ; . 79c. Oeververdediging en waterkeeringswerken, bo nevens onkosten voor buitengewone, werken te. Nieuw Rotterdam; maar zelfs al zonden al dia memorie posten in 1875 onverhoopt tot bestrijding vrij belangrijke sommen eischeu. dan nog gelooft de ondergeteekende met vertrouwen óp het belangrijk cijfer van 1' K 5000,— voor dit artikel uitgetrokken tegenover ( 30000, — in IS7Ï toeeestr.an . te mogen wijzen. Onder de voor aanvulling vatbaar verklaarde artikelen zijn ook opgenomen: art. 17, dat vooralsnog, in atwaehtimi van de beslissing omtrent de gedane voorstellen niet^ met zekerheid kau geraamd worden - alsmed» artt. 59 en 89 op grond vau de bij ouJerditelen h »'a * uitgetrokken weiflorieDdtteft- !>.- raming der inkomste.i is voornamelijk gebaseerd op de uitkomsten gedurende hul. afgeloopen dienstjaar Terfcregen. De gewijzigde omstandigheden hebben echter tot belangrijke afwijkingen van de cijfers der vorige begrooling moeten leiden. Immer* terwijl de vermeerderde inkomstente verkrijvan de invoerregten en hel patentregl op 1119000.— raamd zijn dan in 1874 is liet totaalbedrag der n'vrdcring niet hooger opgevoerd dan 10l ruim Deze uilkonisl is toe te schrijven aan de re raming van andere inkomsten , op grond van overwegingen op groote voorzigtighoid gegrond en bij «-11. betrokken middel in den toelichtenden staat der n.' vermeld. De ondergeleekende vleil zich bij eene volgende begrooling de grondbelasting, die thans weder voor memorie moest worden uitgetrokken . piel een bepaald cijfer ouder de middelen te kunnen opnemen. De groote mocijjlijkheden arm deze regeling verhouden, leidden er toe oii) liij «j-oiivcrnemenls-rcsolulie van 3 lanuarij dj. La. A. No. 9 eene commissie Ie benoemen, ten einde advies uil te brengen over de regeling der uitgifte en het beheer van donianiale gronden en bosschen en de uitoefening van andere domaniale regten. De passagegelden konden , niettegenstaande de gewijzigde maildienst, voor een gelijk bedrag als in hel vorige jaar worden uilgetrokken , met hel oog op de ontvangsten in het jaar 1873. Overigens zullen gewijzigde en veel verbeterde , weldra in te voeren controle op de ontvangst der passagegelden eu belangrijke bemerking van bet vrij-vervoer , daartoe in geene geringe mate bijdragen. Uit den aard der zaak kon de post ontvangsten betreffende de immigratie weder niet anders dan voor memorie worden uitgetrokken. Voor verdere bijzonderheden heeft de ondergeteekende de1 eer te verwijzen naar de aanleckeningen in den uitgewerkten en toelichtenden staat eu in de toegelichte raming d«-r middelen en de bijlagen van deze memorie. I'ARAJiAfiiBo, den 12 3lei 1874. De Gouverneur vau Suriname, C. A. ya.\" Sypesteyn. ---