KUNST. Mej. Cato Neeb heeft opdracht ontvangen, We zorgen te wijdon aan de nieuwe costu- der personagiën in de Gysbreght <-'an 4msfeZ-opvooring door do Kon. Ver. «tiet Nederlandsch Tooneel". •■iet tooneelgezelschap, dat onder leiding Van- den heer Eduard Verkade naar Indië Saat, is nog vermeerderd met den heer Paul 2? Crroot, laatstelijk verbonden aan „Het loonecl". in het bericht over het- concert van hef, in het Ochtendblad an heden, moet aan het eind gelezen worden: i^s, het Scherzo van zijn (Mabler's) Vijfde, .et drie of vier walsen aanvangend,- niet een gestijlde vastenavondpret, fonkelend" enz- In plaats van „niet' stond er „met." --- Kunstveiling. ïn de veilingzaal Hooge Wal te s-Gravenhage zal de kunsthandelaar J. J. Biesing 31 October a.s. in veiling brengen schilderyen en aquarellen uit de nalatenschap van "}E- J. G. Patijn, in leven commissaris der •^omngin in Zuid-Holland, het tweede gedeelte der Haagsche collectie A... en de nalatenschap van den heer B. L. Loeff, notaris te Scheveningen. Onder de belangrijkste, in den catalogus afgebeelde stukken zijn werken van C. Bisshop, B. J. Blommers, Corn. Kuypers, Jacob Maris, Willem Maris, H. W. Mesdag, Louis W. van Soest, W. B. Tholen. --- Kieuw-Nederland. Te New-York verschijnt sedert den aanvang van dit jaar een maandblad, getiteld The Kerv Netherland Register, dat zich bezig houdt mot de geschiedenis van Nieuw- Nederland en do oud-Hollandsche families Van Noord-Amerika. Het blad wordt uitgegeven en geleid door Dingeman Versteeg te New-York in de Nassaustraat 99. (Neerl.) --- Het Westfersch Museum te Hoorn. Men schrijft ons: De door het Rijk uitgevoerde restauratie van het Westfriesche Museum te Hoorn is geëindigd. Dinsdag zal het museum, bekend bij ïederen toerist, publiek worden geopend. Voor heel wat verschillendo doeleinden is dit gebouw reeds gebruikt. Zoo zag do Proost van West-Friesland, dio volgens een privilege aan Hoorn verleend, in deze stad moest wonen, in het begin der 15e eeuw dit gebouw als zijn verblijf aangewezen. De naam „Proostenhais", nu nog wel. gebruikt en de Proostensteeg, naast het Museum, herinneren ons nog aan dit verblijf van dezen hoogen geestelijke. De Gecommitteerde Raden van West-Friesland kozen dit gebouw in 1573 voor hun' vergaderingen. Het Proostenhuis werd dus Staten-College. Xog later werd het de zetel der Arrondissementsrechtbank. Vele inwoners van Hoorn spreken dan ook -niet van „ht Museum" maar van hot Tribunaal. Toen in 1877 de rechtbank echter werd verplaatst naar Alkmaar, kwam het gebouw weer leeg, doch spoedig'werden eenige lokalen iv gebruik genomen door het hoofdbureau voor den aanlog van de spoorweglijn Zaandam—Enkhuizen, terwijl hét in 1878 grootendeels tot museum werd ingericht. Een gedeelte is in gebruik genomen door hot Kantongerecht. De merkwaardige gevel van het gebouw 's opgetrokken van hardsteen; de ramen der benedenverdieping worden ingesloten door 4 Toscaansche pilasters, die dor tweede verdieping door vier Dorische. De bovenste twee verdiepingen prijken met tweo «Tonische en twee Corinthische pilasters. Op do hoeken der uitstekende kroonlijsten zijn leeuwen geplaatst die de wapens vau Hoorn, Alkmaar, Enkhuizen, Edam, Monnikendam, Medembhk en Purmerend houden. In het bovenste gedeelte van den gevel zien we het wapen van Prins Willem V', vastgehouden door twee krijgslieden, terwijl lager het wapen van West-Friesland .Deze gevel nu is geheel afgebroken geweest. De Namensche steen had zoodanig geleden, dat een restauratie meer dan noodig was. Al deze steen is vervangen door nieuw hardsteen; ook het beeldhouwwerk is vernieuwd. Alles is echter in de oorspronkelijke vormen uitgevoerd .De leeuwen zijn schoongemaakt en van de verflaag, door een onartistiek voorgeslacht er op aangebracht, ontdaan. Do wapens zijn opnieuw gepolychromeerd. Een groote verandering ten goede is nog aangebracht. De groote ramen n.1., dio het massale, ouderwetsche gebouw ontsierden, zijn vervangen door in lood gevatte kleine ruitjes, gelijk aan dio, welke het gebouw oorspronkelijk sierden, terwijl ze door luiken, met zandlooperschildering, zijn afgesloten. Bij de restauratie kwam men tot de ontdekking, dat het in den 'bovengevcl geplaatste wapen was bedekt met een ijzeren plaat, waarop het wapen van Oranje-N assau was geschilderd. Bij het afschrooven van die plaat kwam een zeer geschonden gebeeldhouwd wapen te voorschijn, dat bleek, da* van Prins Willen II te zijn en dat nu, opnieuw gebeeldhouwd, den bovengevel siert. Aan deze restauratie was een verbouwing van het innerlijke verbonden, die de bruikbaarheid van hot gebouw als museum zeer heeft verhoogd. . De belichting is in de eerste plaats oneindig veel beter, dan ze vroeger was, terwijl door het in gebruik kunnen nemen van do 3o verdieping zooveel ruimte is gewonnen, dat alles veel beter kon worden gerangschikt en geordend. In de benedenzaal, de z.g. eere-zaal wordt onze aandacht getrokken door oen tijdens de restauratie aangebrachte schoorsteenmantel, die daar vroeger aanwezig moet zijn geweest. In dezo ruimte zien we o. m. 4 groote schuttersstukken van Jan Albertsz. Rotius. Van hem vinden we hier ook nog een regentenstuk, dat den nieuwen schoorsteen kroont. Interessant is do Oud-Hnllandsche taveerne, met 'haar merkwaardige eikenhouten schoorsteenbetimmóring. o|> de nieuwe derde verdieping vindt- men o m een ïchoorsteonbetimmerins: stijl Lodewijk XIV met een allegorisch schilderstuk, afkomstig uit de regentenkamer van het Protestantsche Weeshuis. \ " Nieuw-is ook do Mèrenskamer. Door de restauratie kon do Commissie van Toezicht voldoen aan een te billijken verlangen van de familie Mercns, om de Mcfens-schilderijen, enz. in een afzonderlijke kamer te exposeeren. Goed belicht als ze thans zijn, komen' de portretten goed urt. In de Mèrenskamer heeft nu ook een plaats gekrogon het praaldeksol van do lijkkist van vice-admiraal Pieter Fiorisz., dat een bewijs van erkentelijkheid, van den koning van Denemarken was voor de hulp hem door de Hollanders en in 't bijzonder door Pieter Florisz geboden. Onder dit deksel- werd het gebalsemde lijk van den held naar het vaderland gevoerd. Tot Elot noemen we nog do' groote schilderijenzaal, die medo door de restauraties in zooveel gunstiger conditie verkeert. In dezo zaal is een schoorsteenbetimmering van ebbenhout met vergtüd snijwerk geplaatst, afkomstig uit het Oostindische Huis en bevattende een doek met do bewindhebbers der Kamer' Hoorn van de 0.-I. Compagnie. Dit dook. geschilderd door Johan de Baen, meet 2-38 bij 292 c.M. Een woord van erkentelijkheid aan de Regeering voor.de wjjzo waarop y.c haar voornemen, dit monument van middeneeuwsche bouwkunst voor da toekomst te bewaren,'heeft uitgevoerd, mag niet ontbreken. Tevens voegt dank aan de commissie van toezicht op het Westfriesch Museum voor de opofferingen, die ze zich heeft getroost, om hot museum in den tegenwoordigen toestand te brontren. Met groote kennis van zaken heeft ze alle schatten. weten te ordenen, dio even zoovele getuigen zijn van de belangrijkheid van het voormalige West-Friesland in het algemeen en zijn aloudo hoofdstad in hot bijzonder. RSTer gelegenheid van de opening van het Panamakanaal in 1915 zal te San Francisco een groote tentoonstelling gehouden worden. De leider, der kunstafdeeling, prof. Hershe, komt- weldra naar Europa om belangstelling voor de plannen te wekken. Het voor de kunst bestemde gebouw zal na de tentoonstelling als museum blijven dienst doen. De Berlijnsche uitgeversfirma S. Fischer viert haar vijf-en-twintig jarig bestaan met een gedenkboek waarin de corypheeën van het Duitsche naturalisme hun woordje geschreven hebben. Hans Richter gaat aan de Hofopera te Weenen opera's dirigeeren, klassieke werken, voornamelijk Wagner. Wanneer bij daarmee beginnen zal, is nog niet bekend, maar een overeenkomst met den directeur Gregor is gesloten. . Aucrbacks Hof te Leipzig zou tegen den grond gaan en de door Goethe's Faust beroemde kelder mee, werd voor eenigen tijd bericht. De Duitsche Goethe-gemeente zat reeds in zak en asch. Doch nu komt de geruststellende tijding, dat het gebouw wel gesloopt en nieuw herbouwd wordt, maar dat do kelder gespaard worden zal en als deel van het nieuwe gebouw behouden. De eerste Berlijnsche juVyvrije tentoontoonstelling is 14 October geopend. Er zijn duizend inzendingen, maar men heeft verstaan het meer belangrijke bij elkaar te hangen en het dwaze en onbeteekenende uit te schiften. Toch weder jury- dus, al is het dan niet bij de toelating. In de sculptuurafdoelhig is veel werk van vrouwen, en goed werk. De vrouwelijke, beeldhouwers, lezen wij, moeten elders wel ten achter gesteld zijn, dat daar ineens zoon belangrijko groep voor den dag komt zoodra de jury verdwijnt. Het oude dogma van de on»p. schiktheid van vrouwen voor plastiek heeft een geweldige stoot gekregen. --- ADVERTENTIËN. _ Nëderland^iVindië^ Gevraagd iemand, op de hoogte van Importzaken in Indië, de Maleische ™*1_ machtig, gewend zelfstandig te werken n in staat, op te treden als agent eener ■mportfirma op eene hoofdplaats in ■^ederlandsch-Indie. Brieven franco, onder No. 35195, aan het ËH^en^ndeUWad^ IN Dl Ë. refVST^^KUNDIGE' diPK B> uitst«^ gewe4J»LaLStChef lnJn3iK Werk" •endl he&ewSi."" BaB' HandersWad 0 No' '85145> B^eel Alg. wordt door ierr,a.T,,i «bner moeder tT 7raagd op de erfenis baarden Owlri gSn bIUiJke en solide voor- GaLOT's Adv °nder letters Vz> «n ■terdam. Heerenstraat, Ami'óöUV. , --- Deutsche Dame sucht per 1. Dez. ein gebildetes (35154) deutsches Kinderfrauïeïn für 2 Einder von sechs und einen Knaben von 11 Jahren. Nur Briefe mit besten Beferenzen werden berücksichtiet. Adresse- Frau C. DE VBIES-DALBEBG, „Sonnevanck", Waldeck-Pyrmontlaan, Amsterdam. Ruime Parterre-" aangeboden, fraai gemeubeld. Keizersgracht omtrek Westermarkt. Brieven No. 35170, Bureel Algemeen Handelsblad. Het KANTOOR van CARL DROUVEN zal wegens verplaatsing naar BEURSPASSAGE 8 Dinstlai 24 October GESLOTEMJUM. L --- JTÏ fi. v. d. BRINK, Arts, Nassaukade 349, heeft de praktijk hervat. {English Lessons by an English lady, with acte M. O. Conversation, literature, grammar. Lessons private and in groups. Terms moderate!.' Write under No, 85220, Algemeen Handelsblad* --- [ CULTUUR-CONCESSIES, INDIË. Indischman, in 't bezit van zeer mooie Cult. Conc. op Java, Borneo en de Straits, vraagt Bankier of Kapitaalkrachtig persoon ter Samenwerking. | Brieven fr. No. 35230 Bureel Handelsblad, --- rr:- Hoest, heeschheid, droge keel »==^ kortom, alle soortgelyke katarrhale verschijnselen zijn niet zoozeer gevaarlijk, als wel lastig. Toch moet men niet verzuimen : =y i om ernstiger ziekten te voorkomen. :J| Het beste voorbehoedmiddel is natuurlijk een voldoende harding. Alleen kan het niet steeds of dikwhls niet intijds worden aangewend. |j Tegen de optredende Katarrhen gebruike men dan — naast een algemeene behandeling — bijzonder geschikte verzachtende middelen. Daaronder munten de Coryfin-boubons door hun snelle, aanhoudende en onschadelijke werking uit. ft ■ Men late ongeveer alle twee uren een Coryfin-bonbon langzaam-in den mond smelten. Door de pijnstillende, prikkeling-verzachtende werking || *P VÊfrWm verdwijnt het zoo lastige schrijnen en kriebelen in de keel, alsmede de daarmede gepaard gaande neiging tot hoesten. De katarrhaal aangedane '-fi tJjM '0 slijmvliezen ondervinden een weldoende gewaarwording van koelte. xMogeljjke pjjn verdwput, de stem wordt weer helder en vnj, Si ■ Men vrage een origineele doos a 90 ets. iv de naaste apotheek of drogisterij en lette op het wettel. gedeponeerde opschrift: (350951 I^^^^^^ Coryf in-Bon bons ;pp^^T=ngs| --- DAMESHOEDEN, enz. BELZI&EB, sinds jaren in genoemde öranche werkzaam, biedt zich aan. -Referentiën tea dienste. Brieven onder No. 35165. aan het Bureel [vaa het Algemeen Handelsblad, --- Te huur gevraagd: Gevr. tegen 1 Mei een BOVENHUIS ± 8 k. Max. hu'urpr. ƒ 500, omti 2 of 3, Voorkeur Parkkwartier: vooi rustig gezin. Brieven No. 35180, Bureel Handelsblad. --- Liszt. Uit Arnhem wordt ons jwemeld : _De Arnhemsche Orkestvereeniging gaf gisteren ter, herdenking van Liszt's geboortedag oen geheel Liszt-programma onder leiding van den heer P. van Anrooy. Als solist trad op de heer Karel de Jong, leeraar aan het Conservatorium te Amsterdam; hij Bpeelde het A-dux-concert van Liszt benevens twee solo-pianostukken (o.a. de Campanella) en oogstte daarmede den warmen bijval van het talrijk opgekomen publiek. --- WETENSCHAP De Historiographie der Oudheid voorheen en thans. Prof. dr. U. Ph. Boissevain aanvaardde hedenmiddag het hoogleeraarsambt in de oude geschiedenis en de Romeinsche antiquiteiten aan de Universiteit van Amsterdam met een rede over de historiographie der Oudheid voorheen en thans, uitgesproken in den Aula dier Universiteit. Spr. vmg zijne beschouwingen aan met de mededeeling, dat deze inaugurale rede niet zal zijn een uiteenzetting van de wijze waarop hij aan deze universiteit zal werken. Immers, wat omvang en methode aangaat, zal spr.'s onderwijs hier niet afwijken van wat het te Groningen was. Daarom zal deze tweede inaugtireeio rede meer het karakter eener rectoralo rede naderen en hoopt spr. niet een overzicht van den gang van do historiographie der oudheid belangstelling to wekken. De geschiedvorsching en geschiedsclu'ijving is in het geheele gebied der oudheid slechts bij twee volken ontstaan, beiden klein, beiden ook door do werkingen, dio van hen zijn uitgegaan en nog heden onverzwakt voortduren, van eminent belang voor do wereldgeschiedenis: de Israëlieten en do Grieken. Wat bij Egyptenaren, Babyloniërs, Assyriërs,- wat bij Iraniërs en Indiërs aan historische litteratuur gevonden, wordt ,kan dien naam nauwelijks dragen. Het zijn slechts opteekeningen met een practisch doel gemaakt, bcambtentafels, koningslijsten en dergelijke, of lofprijzingen der vorsten en relazen van hunne daden, aangebracht meest op de bouwwerken, die even als het opschrift zelf hun grootheid den volke en ook der nakomelingschap moesten konddoen, of eindelijk korte kronyken en annalen, uit de jaar- en beambtentafels ontstaan, en ephemeriden, zooals zij |,;j de Perzen gevonden werden. Maar de geest dio uit dit geschiedkundig materiaal een .-rei schiedwork opbouwen zal ontbreekt; daar i& geen drang het vctledene te leeren kennen om, ziju zelfs wil, veel minder nog het verlangen om te weten hoe het heden geworden is uit hét verleden. Dien drang en dat verlangen konden alleen zij die wij, ook daarom, als onze geestelijke voorouders vereeren. Bij Israëlieten zoowel als bij Grioken worden do herinneringen en voorstellingen van het verleden, dan ook de gebeurtenissen van den eigen tijd tot een histoi risch beeld vereenigd. Bij de Israëlieten heeft do zeer vroeg- en krachtig ingezette geschiedschrijving niet gegeven wat zij beloofde te zullen geven en is ten slotte, zonder tot vollen wasdom te zijn gekd": men, verdord: een Herodotus, een Thucydides' heeft Israël niet voortgebracht. De oudheid zelf die een Hecataeus, een Xa;i-thu.': en anderen van Herodotns' voorgangers heeft gekend, heeft aan hem den naam gegeven van vader der geschiedenis. Er is geen reden om dit oordeel verkeerd te achten. Met welk dool Herodotus zijn geschiedenis geschreven heeft zegt hij ons zelf. in do allereerste woorden van zijn werk. „Opdat de heugenis niet verloren ga van Wat door het menschelijk geslacht is gedaan, en opdat do groote en bowonderingswaardige daden door Grieken zoowil als door barbaren volbracht, en dan ook ir. het bijzonder do oorzaak waardoor zij met elkander in strijd zijn geraakt niet roemloos verdwijnen." Hier spreekt de echte historicus. De worstëlstrijd van zijn volk met de Perzen is voor Herodotus een fase in den do eeuwen doorgaanden strijd tusschen Europa en .A tusschen het Westen en het Oosten, een sti die slechts bij tijden gerust- heelt en in o dagen met nieuw-e kracht en in grooter omvang begint to herleven. Tegenover do universalistische opvatting en do breede beschouwing van Herodotus maakt het thema, dat Thucydides zich gesteld heeft, eerst oen indruk van kleinheid: tegenover den strijd van Europa en Azië, do oorlog tusschen de Attische en de Spartaansche.Symmachie. Maar wat Thucydides hoog boven Herodotus verheft, is zijn methode van geschiodvorsching en geschiedschrijving beide. Herodotus heeft zonder vast omschreven doel geschiedkundig en ethnpgraplusch materiaal van overal bijeengebracht, zoekende met de levendigste belangstelling m menschen en dingen en gretig opnemend al wat aan zijn naicve en jeugdige weetgierigheid wetenswaard toescheen. Thucydides zoekt ook van allo zijden zijne gegevens bijeen, maar hij met het oog steeds gericht op zijn doel. En hij beziet ze scherp critisch. Hoé weinig zelfs van kortgeleden gebeurtenissen do mensehen de ware toedracht der zaken plegen „e kennen toont hij herhaald met nadruk aan. En met opzet en van meet af aan wint hyj zyne inlichtingen in bij do beide met elkander strijdende partijen. Critiok op de door de traditie gegeven of door hem zelf vergaarde stof levert ook Herodotus, doch Thucydides is het die, hij hot eerst, principieel de grondslagen nagaat waarop ons weten van de dingen berust. Hij speurt het ouderling verband der gebeurtenissen na • en krijgt daardoor een inzicht in de werkel factoren die leven en dood van menschen eü" staten bewegen en behoerschen. Hij is do va- I der van de critische en politieke geschiedschrij- \ ving: met on door Thucydides wordt de histo- « riographie wetenschap. Den causalen samenhang der gebeurtenissen | uiteen te zetten, en dat in zijn vollen omvang, I zoodat de gedragingen der individuen en der massa's, begin, voortgang en afloop der groote ) bewegingen en de drijvende krachten van het", politieke leven duidelijk worden: dat is hel . doe! Dat deze krachtige geest zich heeft steld on bereikt. De historiën van Thucydides, — zuiver politieke geschiedenis, meer of anders [ heeft hij niet willen govon — staan nog steeds in de wereldliteratuur onovertroffen en slechts schaarsch geëvenaard. Plato is geen historicus, al vergeten wij niet dat hij den gang der evolutie heeft begrel pen, die het worden en vergaan der staten beheerscht en ons heeft loeren verstaan de samenwerking zoowel als den strijd van het eigen innerlijke wezen van staten en menschen en de macht der omstandigheden waarin zij leven en bestaan. Een eigenlijk historicus Ls ook Aristoteles niet, hoe bowonderingswaarüig hij ook is in het methodisch bijeenbrengen van geschied- en undig materiaal, en al toont hij zicii ;n ■-/.wn constructief werk, de ..Politica", een man buitengewone opmerking i'ondig onderzoek, critLsch oordeel, en niettegenstaande sommige voor ons modern gevoel althans vreemde opvattingen, van ongemeene menschenkennis. Een Xenophon en de geschiedschrijvers wier "■eestelijke vader de rhetor en pamflettist lsocrates geweest is, ook de historiografen van den tijd van en na Alexander, moeten in een kort overzicht, dat slechts de markantste figu• ren noemen kan, onvermeld blijven. De Romeinen hebbon. naar het bekende woord, geschiedenis gemaakt, niet dan slechts laat geschiedenis geschreven, en een Griek was het wien wij het beste te danken hebben wat wij weten van de geschiedenis der Romeinsche republiek. De Arcadiër Polybius stelt te boek hoe do Fortuin in een halvo eeuw do draden der wereldgeschiedenis te Rome heeft doen samenloopen. Polybius schrijft tot leering von de door Rome overwonnen volkeren, in de eerste plaats tot leering van zijn eigen volk. Doch do pragmaticus wordt een prediker van de moraal der geschiedenis en aan dit gevaar is ook Polybius niet geheel ontkomen, waar hy zich immers heeft voorgenomen, de doelmatigheid en het rationeele van Rome's opperheerschappij over de geheele wereld zijnen lezers aan te toonen. Van de pragmatische geschiedschrijving is in den Romeinschen tijd keizer Tacitus, wiens temperament aan dat van Polybius haast diametraal is tegenovergesteld, de grootste vertecrenwoordiger. " In don laat-antieken tijd heeft de geschiedschrijving, voor 'zoover ze niét blootweg refereert, ook voor zoover ze nog geschiedschrijving heeten mag, zich in dezelfdo richting bewogen. Cicero's „historia vitae magistra" blijft het devies. Om de oudheid, mot uitzondering van Israël, hebben de middeleeuwen, in West-Europa althans, zicii over het geheel weinig bekommerd. Voor zoover hier van historiographie kan gesproken worden, gaat ze in de oude banen verder. Maar het zal do roem dier tiiden blijven, dat hun het boven de nationaliteiten uitgaande begrip der menschheid, als een samenhangend geheel met algemeen-menschelijke belangen is 'opgegaan. Het doel van de wetenschap der historie in onze dagen wordt terecht aldus omschreven: het leven der menschheid in zijn ontwikkeling te begrijpen. En zoo zal dan ook het léven der oudo volken, hun groei en bloei en verwording en hun invloed en inwerking op elkander, en al de zoo gevarieerde uitingen van hun materieel en geestelijk bestaan; hun levenswijzen en gewoonten, hun handel en hun recht, hun plastische kunst en hun wetenschap, hun taal en literatuur, hun moraal en hun godsdienst., tot voorwerp van een onderling vergelijkend onderzoek en eene vooral de ontwikkeling naspeurende studio wórden gemaakt. . Daardoor is in do eerste plaats een einde gekomen aan wat wij gewoon zijn het classicisme te uoemeci. Togen deze geestesrichting is vooral in frankrijk een tegonstrooming opgokomen. Itoeds Pascal toornde daar tegen en ook het rationalisme, het ik en de eigen rede op den voorgrond plaatsend, moest uitteraard gekant zijn tegen deze verafgoding van een vervlogen beschaving. Maar nog eenmaal herleeft de klnssicistische richting, krachtig als nooit te voren, in het Duitschland van de laatste helft der 18e eeuw; thans is het de door een F. A. Wolf en Winckelmann als op nieuw ontdekte schoonheid der Grieksche poëzie en der Grieksche sculptuur, die de oorzaak wordt van deze tweede Renaissance, ditmaal van Hellas alleen. Lessing en Wieland, Goethe en Schiller, Herder, Fr. Schlegel, W. v. Humboldt: men noemt slechts do namen en het is alsof op eenmaal een geestdriftig koor van stemmen tot eer en prys van Hellas ons in de ooren kliidrt. Die „roes van het classicisme" heeft ruim een halve eeuw geduurd. Do lüo eeuw heeft den schoonen droom onbarmhartig verstoord. Het is de zooeven genoemde historische beschouwingswijze die dit hoeft vermocht. Zij is gegrond op een scherpe critiek van overlevering en overblijfselen beide; en zij vindt haar kracht in het overrijke materiaal dat de groote ontdokkingen op den bodem der oude wereld zonder ophouden aan den dag Brachten; dan in den systematischen opbouw der hulpwetenschappen, chronologie, motrologic, numismatiek, kunstarchaeologie enz.; eindelijk in do verhoogde belangstelling en iict juister inzicht in de factoren die in het politiek, economisch én religieus loven der oude volkeren een rol hebben gespeeld, voortgesproten en gevoed door het sterker politiek, economisch en religieus leven van den lüo oeuwschen mensch. Vooi eerst is door de historische critiek het statig gebouw der geschiedenis van het oude Rome inéén gestort en werd ook in dat van Hellas zooveel poëtisch en stichtelijk materiaal opgeruimd dat Wilamowitz, die de dingen duidelijk pleegt te zeggen — in zijn ijver om duide-liik te zijn ook wel te ver gaat — van eeni fable convenue der Grieksche geschiedenis pn ■C'a.mberlain de traditioneele geschiedenis van Hellas „eine ungeheure Mystification" durfde noemen. Misschien nog grootere invloed op onze voorstelling der antieke wereld is uitgegaan van de vermeerdering van de historische stof, de uitbreiding van onze keunis aangaand© de oude V°lton' dio de 19e eeu'lv ons heeft gebracht. tegen het einde der 18e eeuw werd europa door William Jones met de oude taal en literatuur van Voor-Ind^ë bekend gemaakt, thans nauwelyks meer juist te schatten is de invloed van de terstond met grooten ijver begonnen studie van het Sanskrit gewer is de moeder van de vergelijkende taalwetenschap on de vergelijkende mythologie. twee r. Mi ,VTan wetensckap die, behalve door oumiaüellijko uitbreiding en verheldering van ons nistorisch weten, nog van veel meer boteekenis voor do historische studiën zijn geworden oor do vermeerdering, vernieuwing on verbetering der methoden van onderzoek, die wij aan hen danken. •■ Bijna terzelfder tijd ontstond de Aegyptclogie. üe Egyptische expeditie van den eersten Napoleon bereidde . haar voor, Champollion's geniale ontcijfering van het hieroglyphenschrii't gaf haar het leven. Ongeveer een halve eeuw na het ontstaan der Egyptologie werd een nieuw gebied vooi' de historische wetenschap ontsloten. Ouderen van dagen zullen zich het opzien, door' Layard's Ninevé in geheel Europa gewekt, nog kunnen herinneren. Van dat oogenblik' heeft houweel en schop niet gerust in de landen tusschen Euphraat en Tigris. en ook daarbuiten, in Persis, in Medië, in do Syrische, eindelijk iv de Klein-Aziatische landen. Sterker heeft dit aües ook op onze beschouwing van Griekenlands geschiedenis ingewerkt en te sterker sedert — het is weder een kwart eeuw later — met de ontdekkingsperiode door Heinrich Schliemann ingeleid waarvan voor kort door de opgravingen op Kreta een nieuwe fase begon, do voorgeschiedenis van Hellas voor ons blootgelegd wordt. Een natuurlijk uitvloeisel van deze buitengewone vermeerdering van het historisch materiaal, waaronder, slechts weinig was dat de geschiedkundige overlevering op directe *rijze aanvulde en vermeerderde, is de opbloei g« - weest der vakwetenschappen, met name der historische hulpwetenschappen. Elke geschiedschrijving draagt den stempel van den tijd, waaruit zij dateert: immers kuu elke periode de dingen van het verleden slechts zien met haar eigen oog, en the oye sees w'nat the eye brings means of seeing. Naarmate lift materieel en het geestelijk leven eener periode mat en eenvormig is of intens en gevarieerd, zal ook do geschiedschrijving dier periode geringer of grooter belangstelling toonen voor dé uitingen van dit .Jeven in het verleden. En de 19e eeuw, die de door de Fransche revolutie- ingeleide, eerst mot gewold teruggestuwde, maar daarna te heftiger zich ontwikkelende democratiseering van het politieke leven aanschouwde, die de door de uitvinding en uitbreiding van stoomkracht en electriciteit mogelijk geworden geweldige uitzetting zag van industrie, handel en wereldverkeer, en allen voorspoed en alle ellende daaraan verbonden, waarin eene aan do vlucht der natuurwetenschappen parallel gaande materialistische wereldbeschouwing weder door philosophische en religieuse stroomingen van allerlei soort werd vervangen, althans Heftig bestreden, — die 19e eeuw concentreerde haar historische belangstelling,ook waar het de oudheid betrof, wel ook on vooral in de eerste helft op de politieke geschiedenis, maar daarnaast en in de tweede helft bij voorkeur, op da uitingen en werkingen van het economisch en het-geestelijk leven. Boeckh, de uitgever van het Corpus der Grieksche inscripties, schreef reeds in 1827 zijne ■ Staatshanshaltunej der Aihener, Mommsen's Komische Geschichte, juist in het midden van de eeuw verschenen, toont ook daarin de genialiteit van dén meester dat het economisch leven er zoo uitstekend in is geschilderd, maar eerst in de 2e helft dor eeuw begint het historisch onderzoek zich intensief met deze dingen en in hot bijzonder met de problemen van hooger orde, waarvoor zij het substraat zijn. bezig te houden. En nu zag^men ook eerst goed hoc reeds in do oudheid zelve deze vraagstukken onderwerp van onderzoek en beschouwing hadden uitgemaakt en ook hoe niet nlleeu de theorie bij politici, dichters en philosofen,maar ook de werkelijkheid der praktijk van sociaiisme, commumse en anarchisme zich herhaald in de oudheid had vertoond: in 1893 schreef Pöhlmann zijne Geschichte des antiken Kommumsmus und Sozialismus. Alle, bok de meer technische, kanten <ïer economische vraagstukken worden aangevat. Gevraagd wordt en onderzocht op welk economisch niveau de verschillende volkon der oudheid hebben gestaan. Hoe ver en in welke richting landbouw, handel, industrie zich hebben ontwikkeld, welke de verhouding is geweest van den vrijen arbeid tot den arbeid van den slaaf, in hoeverre de Staat in de arbeidsverhoudingen heeft ingegrepen, welke de organisatie en de beteekenis van gilden en vereenigingen is geweest, enz. En in noesten arbeid wordt jiet materiaal dat, mits grondig onderzocht, het antwoord op die vragen zal kunnen geven bijeengebracht, geschift, bewerkt. l'itvoerig zet spr. uiteen hoo de historiographio der oudheid haar gebied in deze onze eeuw, ongemeen vergroot ziet en, wat van grooter beteekenis is, zij hoeft, als de historiographie in 't algemeen, een verkeerd pragmatisme afgelegd, weder opgwomen de entisch-historische beschouwingswijae van Thucydides, en vermijdend de eenzijdigheid van het classicisme is z ijvo'ortgeschreden tot de erkenning van haar eigenlijke taak: den ontwikkelingsgang' van het wereldgebeuren na te vorschen en .te' verstaan. Dat van dit wereldgebeuren naast het staatkundig leven der volkeren -— welks schildering de ruggegraat is van elke geschiedschrijving — het economisch en het geestelijk leven, in al hun vertakkingen en verscheidenheden, en hun onderlinge wisselwerking de eigenlijke kern is, de hédendaagsche geschiedschrijver óer oudheid is er van overtuigd. Zoo heeft zij niet alleen in omvang maar ook in diepte gewonnen en de taak van het geschiedkundig onderzoek der oudheid is zeker zeor verzwaard, maar zekerder nog. zeer veel aantrekkelijker geworden. Er heerscht een opgewekt leven ; allerwege is het onderroek In vollen gang; het kleinste detail wordt niet verwaarloosd, de groote samenhang der dingen niet uit het oog verloren. Naar den aard van ieders aanleg en karakter, naar de mate van ieders kennis eu belangstelling, werkt deze hier, gene daar voor zijn bescheiden deel, nu eens onderzoekend en navorschend, dan weder de resultaten van zijn onderzoek breeder te samenvattend. Enkele grooten, de bevoorrechten, overzien het geheel in al zijn volheid en al zijn rijkdom en het in den geest aanschouwde weet de kunstenaar, die in eiken waarlijk grooten onderzoeker loeft, ook in onzen geest te doen verrijzen. Door de Nederl. Maatschappij ter bevordering der Pharmacie' is uitgegeven een Catalogus van de Algemeene Pharmaceutische Bißliotheek en. van de boeken over pharmacie en aanverwante vakken, aanwezig in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, meldt het Chem. Weekbl.' De redactie van het Chemisch Weekblad vestigt de aandacht op de Tables Annuelles Physico-Chémiques, die binnenkort voor de eerste maal zullen verschijnen, en die alle constanten en gotallen-gegevens, die in 191Ü zijn gepubliceerd, saanigelezen uit meer dan 300 natuur- en scheikundige en technologische tijdschriften, zullen bevatten. De uitgave wordt wat Nederland betrett gesubsidieerd door de regeering, het Nederlandsch ■ Natuur- en GeneesknudiW Congres, het Koninklijk Instituut van' Ir£ gehieufs (sectie vcor electrotechniek), ée> Mij. tot bevordering der Wetenschappn en bet Trovinciaa! Ütrecktsch Genootschap. , Het internationaal comité ingesteld bij beslui: het' zevende internationaal congres van toegepaste scheikunde (in 1909 te Londen gehouden) heeft de publicat» dezer jaarlijksche tabellen ep zich genomen. Te Potsdam zijn overblijfselen ontdekt van een Slavische nederzetting! Tal van fragmenten van een houten vestingwal zijn'opgegraven. Aangenomen wordt, dat deze resten dateeren van de vierde eeuw tot in 'den'tijcl der Karolingers. ma , --- NIEUWS UITGAVEN. De' Leenregistér, .van Bemesten Schelde 1470-1555, door - mr. Fm in. Dit is de 5e inventaris, die, van het Zeenwsche Archief afzonderlijk is' uitgegevenT Ie vier vorige nl. die van het archief der stad Reimerswaal. He tarchief der O I V „u-T Middelburg 'het van Zeeland en van de rclteninw,„ " «jeien stukken in 1007 uit mer naar dc Zccuwscho overgebracht verShe-1804 en 19 0. Bedcnlrt men verder, dat in dé archiefverslagen van Zeeland bijna jaarlijks be! .schnrvmgen van kleinere archierverzaSelr^ gen worden gevoegd, dan begrijpt mcTwelk et:ivo, -hes het Zecnwsche archief&poT^lSj heeft door de benoeming van mr. Fruin tot Wieeraar aan onzo gemeentelijke UniverSteit. Het is zeker te waardeeren en pleit voor de groote hefde van prof. Fruin voor hel areneiwezen, dat hu, niettegenstaande hij reeds bijna oen jaar in z.jr.c nieuwe functie werkzaam is, toch de zorg voor de uitgave van dozen inventaris nog op zich heeft willen nemen Bevatten de on-dits waarheid, dan bestaat er kans, dat prof. Fruin voor de archiefwereld met geheel verloren is en hT ook in de toekomst voor de belangen var, onze archieven werkzaam zal zijn. 1„ ioder S hopen wij dat de opvolger van Prof. Fruin ziju voorbeeld zal volgen en evenals zijne ambtgenooten m Utrecht, Groningen en Drenthe met de uitgave van inventarissen zal voortgaan. Zoodoenoe toch krijgen onze archieven eerst waarde voor het publiek, hetwelk hier wordt geholpen. Wij herhalen nogmaals den wensch, reeds meermalen in uw blad uitgesproken dat ook aan de andere depots dit voorbeeld zal worcen gevolgd en dat in de eerste plaats aan het Haagsche Archief op dit terrein eens iets zal worden tot stand gebracht \Yat het hierboven aangekondigde lijvige boekdeel (in groot octavo gedrukt en een kleine 40 pagina's bevattende) betreft, noe het volgende: s In de inleiding, welke voorafging aan dea bovengwioemden inventaris van „De rekeningen en ander© stukken in 1607 uit de Hollandsche rekenkamer naar de Zeeuwsche overgebracht 1433—1584", schreef mr. Fruin o.a - „Op enkele stukken, in de laatste afdeeling van den inventaris voorkomende, moet ik nog in het bijzonder de aandacht vestigen : ik bedoel de nummers 1742—1748, afkomstig van verschillende rentmeesters van Bewesten Schelde. Die ambtenaren leverden nl. ter controle hunner rekeningen bij de rekenkamer quohieren ia, waarin zij alle 'akten van beleening, alle door den leenman bij zijne beleening overgelegde stukken (met name de mannenbneven), alle ;ikten van 'verkoop van leenen, dio aan de grafelijkheid vervalkn waren, en diergelijko stukken mwr hadden doen afschrijven. Later vei do rekenkamer die quohieren tot banden. Waren al die quohieren en banden bewaard gebleven, zij zouden een compleet leenregiwr van de grafelijke leenen in Bewejïten-Scheldo gevormd hebben. Dit is echter het geval niet. Alleen over de jaren 1470—1492. 1501 en 1503—1535 aijn zij' nog voorhanden. Echter leverden bij do bewerking dor Regestenlijst die slechts- gedeeltelijk bewaard gebleven banden zulk een aanzienlijk getal regesten op, dat het mij wenschelijk voorkwam ze niet met de ovorige regesten in eene lijst te vereenigen, maar ze afzonderlijk tebeschrijven. Hoewel ik mij dus voorstel later eeno regestenlijst van de in die banden voorkomende akten samen te stellen, scheen het mij niet gewenscht daarop de publicatie van het Archief der rekenkamer uit den Bourgongisch-Oostenrijkschen tijd te doen wachten, en dat te meer, daar de bijvoeging van de aan dio banden te ontleenen regesten de beschrii-' ving van deze archiefverzameling zoo volumi. neus zou maken, dat eeno verdeeling over twee deelen toch noodzakelijk zou blijken te xijn.w Het is inderdaad gebleken dat de in de laatplaats door mr. Fruin uitgesproken veronderstelling juist is geweest-, want nu ook de regesten van deze oorkonden zijn bewerkt, blijkt, dat de reg;- rin de leenbrie/en worden afgeschreven. 1665 regesten hebben opgeleverd, terwijl alle andere deelen en stuk-' keu, in den bovenaana;egehaalden inventaris omschreven, er gezamenlijk slechts 1180 hebben gegeven. L'it het bovenstaande is de beteekenis van het thans verschenen werk duidelijk geworden. Na een eenigszins uitvoerige beschrijving der banden, laat de schrijver de regestenlijst der 1060 nummers volgen. De groote beteekenis van het werk ligt ons iiiT/ieng echter vooral in de inleiding, waarin ter verduidelijking Ls bijeengevoegd, wat mr. Fruin omtrent het Zeeuws .recht heeft gevonden, terwijl hieromtrent tot dusver nog weinig bekend was. In een bestek van slechts 26 bladzijden wordt ons een duidelijk relaas verstrekt omtrent hei bedoelde leenrecht in dien degelijken wetenschappelrjkcn betoogtrant, dien we van mr, Fruin gewoon zijn. Aan den inventaris zijn ter vergemakkelijking uitvoerige alphabeiische indices toegevoegd :il. A van Persoonsnamen (onderverdeeld in Ix>enmanrien en andere namenjen B van Plaatsnamen (onderverde T,en en andcro plaatsen), terwijl in korte inleidingen een gebruiksaanwijzing der indices won. AMSTERDAM, Maanda* 23 October. Op onze Amerikaansche afdeeling was de stemming hoogst lusteloos. Commissiehuizen traden nu eens als koopers dan weer als verkoopers op, zoodat de markt een zeer onregelmatig aanzien verkreeg. Steels varieerden tusschen 59J en 59£ % en waren laatbeurs door de Londensche arbitrage op den laagsten koers aangeboden. Amalgamated daarentegen ontmoetten van die zijde op 53-fr na 53£ % vrij goeden steun. Van de spoorwegmarkt valt zoo goed als niets te vermelden. Voor Rocks en Missouri's scheen op circa J % lagere prijzen bescheiden locale vraag te heerschen. United Cigar waren lager op 45J % aangeboden, ook General Trading zwakker op 72 a 75 %. Na een hoogst ongeanimeerd verloop sloot de markt gedrukfc, slechts weinitr boven de laagste koersen. Mijnwaarden flauw voor de lager geprijsde soorten, speciaal Oost-Borneo's welke circa 2 % moesten prijs geven. Ook Palelehs zwakker. Kctakoen onveranderd. Redjang 3 % lager op 59 %. Simau 11 °l hooger op 391 %. Great Cobar flauw op 59£ %. In oliewaarden ging eveneens weinig om. Ka enkele schommelingen binnen kleino koersruimte blijven de hooggeprijsde soorten iets boven vorige koersen. Koninklijke 442 %, Gec. Holl. Petroleum 372 %. Van 5e overige waarden handhaafden zich Dordtsche en Sum.-Palembang zich vrijwel op vorig peil, terwijl alleen Perlak-soorten de aterdag aangevangen koersstijging verder v '-etten. Gew. Perlak stegen tot 87 %, Zuid-Perlak tot 81J %, de laatsten onder nawerking van het exploitatiebericht. Van Rumeensche soorten waren Orion en Steaua zwakker, Int. Rumeenen daarentegen op den besten prijs van Zaterdag, 127 %, gevraagd, nadat de koers eerst tot 129 % was gestegen. Tabakken kalm doch vast, meer in 't bijzonder voor Senembah op 7 % beteren prijs 544 a 545 %. Ook Amst. Langkatsoorten, Deli-Mij. en Rott.-Deli een paar procent gunstigen. Van de andere waarden konden Medan tot 245 % verbeteren en waren Bindjey op 115 % goed gevraagd. Rubberwaarden stil bij vasten ondertoon voor de leidende soorten. Oost-Java stegen 5 %, tot 98 %. Amnic zwakker op 13^ %. Culturen ongeanimeerd. Voor Vorstenlanden was de houding iets minder. Credietinstellingen verlaten. Van Staatsfondsen waren Nationale soorten zwakker voor Integralen en 3J % obligaties. Russen moesten algemeen een fractie prijsgeven. Nicaragua prijshoudend. Geld 2t %. (Ongecorrigeerd.) Heden werden nog genoteerd 1 Aand. Amsterdam-Balata Comp. 65. 3A Oblig. 1900 Rotterd. Tramw.mij. 93£ ---