DE OUDE PROCESSIE near Scherpen heuvel. Hot treurigste tijdperk uit onze en ook uit de Duitsche geschiedenis is wet de dertigjarige oorlog, 1618—1648. Heeft die oorlog vooral in Duischland gewoed, wij kregen er ook ons deel van, terwijl Limburg almee had geleden de rampen van den tachtig jarigen oorlog. De oorlog verwoest, vernielt, haalt neer wat opgebouwd was met groote opofferingen; maakt tot ruïno wat voorbestemd scheen de eeuwen te trotseeren. Landbouw, handel, nijverheid gaan onder, Waar de oorlog woedt. Kerken en kloosters worden verwoest. En moge in het hart van den arme en in hospitaal en ziekenbarak nog een smeekgebed opstijgen tot God, die alleen kan redden uit zulken nood, — van openlijk naar buiten treden van godsdienst en geloof in al de pracht, die aan den dienst van het Opperwezen toekomt, is in zulke tijden geen sprake meer. Nietwaar, zoo is do ondervinding rvan vroeger üjden, ook de ondervinding van den tegenwoordigen tijd. Het is daarom haast onbegrijpelijk, hoe juist in dien tijd kon opkomen de Keulsche processie naar Scherpenheuvel. De eerste processie vertrok uit Keulen in het iaar 1635, den 15en Augustus. Dat was dus midden in den dertigjarigen oorlog, midden in het gruwelijkste tijdperk van verwoesting, dat Duitschland ooit gekend heeft. Wij weten voor dit verschijnsel geen andere (verklaring dan het wijze woord, dat onze voorvaderen vastlegden in de spreuk : Nood leert bidden. Van waar kwam de leiding van die eerste processie ? In Keulen was in het jaar 1409 in de hoogadelüjke Stiftkerk van de H. Cecilia de „Marianische Bruderschaft" ongericht. In 1628 werd deze hieederschap door Paus Urbanus VIII met vele gunsten en aflaten begiftigd. Deze broederschap Ibracht de eorste processie in Scherpenheuvel in den jare 1635. De Keuische processie kwam den eersten dag te •Tiiilich aan en overnachtte er. Den volgenden dag kwam men tot Valkenburg, waar overnacht werd, Den daaroo volgenden dag in alle vroegte toog men naar Maastricht. Daar trok men naar de kerk der Witte .Vrouwen. Onze lezers weten, dat daar bewaard werd het wonderdadige „Kruis van den Noete", gewassen uit de noot, die Anna van Riempst vau haar vader ontvangen had bij diens terugkomst van do pelgrimsreize naar het Heilige Land. Zij had die gepoot in den „kruythoff" bij haars ivaders kasteel te Riempst. Bij een hevig onweer was volgens de legende het Christusbeeld in den'noteboom te voorschijn gekomen. En toen zij als zuster werd op genomen in het klooster der Witte Vrouwen op het Vrijthof te Maastriaht, nam zij het wondcrbee'.d derwaarts mede. Denken we nog eens aan de halteplaatsen der Keulsche processie : Keulen, Julich, Valkenburg, Maastricht, dan zien we, dat ze de richting volgde van den ouden Romeinschenweg Maastricht—Keulen; en dat ze trok door het land van Valkenburg. En dezelfde nooden en rampen, die de Keulenaars bewogen tot den verren bedetocht, drongen onze menschen uit het Valkentiurgsche land, zich bij dien bede- en boetetocht aan te sluiten. etetooht-1 Bedenk : de lange bid- Weg werd te voet afgelegd. Ach, het zag er toen zoo ellendig uit voor ons landvolk 1 In 10& J nad Frederik Henank zich meester genaakt van Maastricht. Voor en na hadden de kigers de dorpen in verren omtrek gebrandschat, j^plunderd, de bewoners uitgeschud tot het naakte toe, de priesters verjaagd en de kerken verwoest. Daar was jreden voor onze menschen om in langen boete- en bedetocht hulp te vragen aan den aimaeht.gen God door tusscheiikoinst van Zijne heilige Aioeder in haar genadeoord te Scherpci» heuvel. Met de Keulenaars brachten de menschen .van de jLimburgsohe dorpen hun eerbiedige hulde aan het wonderbaar Christusbeeld te Maastricht. Dan ging het uiddende door tot Hasselt. Daar werd overnacht. Den volgenden dag bereikte men Scherpenheuvel. De Keulsche processie vertrok reeds den 4den Zaterdag na Paschen uit Keulen en kwam 's Maandagsniorgens, dus den 5 den Maandag na Paschen te Maastricht aan. In 1648 kwam de vrede van Munster een einde maken aan den dertigjarigen zoowel als aan den tachiigjarigen oorlog. Wie daaruit zou afleiden, dat er nu rust kwam in ons Limburg, die ver- Jist zich zeer. Door een bepaling m net vredos-ractaat ontstond een toesiand, nog erger dan die, waaraan de vrede een einde had gemaakt. Wij kunnen het hier niet .verder uitwerken. Maar ui ittbl werd tusschen de Hol-andsche Staten en den spaanschen koning het Partage-tractaa.E gefloten. Het iand van Valkenburg werd daardoor verdeeid in een Hollandsch en een Spaansch ge- Itelte, in HoUandsche en Spaansche dorpen. Werd het nu beter ? In ue Jrioiiandschü dorpen niet, althans niet wat den katholieken Godsdienst en de dorpsregeering betren. Protestantsche dominees kwamen wonen iv de oude Roomsche pastorieën, onze Roorascec •veriieu moesten voor de protestanten geopend worden, Hoilandsch'* protestantsche ambtenaren fegeeerden o\er Limburgsche menschen. Ook dat verken we niet verder uit. We teekenen alleen nog aan : Balthassttr Col- Jard, droitard van Valkenburg, verzette zich te►Bejn de Keulsche processie, omdat die bedevaartgangers bij het binnentreden van Valkenburg het Kruis .voorop hadden gedragen en geestelijke liederen gezongen. Dit gebeurde in 1727. Het protest dier fiere Keulsche burgers bij de Hoüandsche rëgeering mocht geen verandering brengen, al constateerden we met vreugde, dat in Jater jai'en meer toegevendheid werd betracht. De Franscho revolutie op het einde der achti le eeuw maakte aau dat alles een einde. Maar nauwelijks had Napoleon rust gebracht, of daar waren ze weer In Ï804 trok_de processie 'laar de kerk te AVijk-Maastricht ter vereering van het Wonderbare Kruis. We weten dat het daarheen was overgebracht na de- opheffing van het Witte-Vrouwenklooster. Iv 1813 kwam de aloude bedevaart onder de leiderschap van het H. Kruis te Wijk. En die heeft de leiding nog. Nog kwam een strubbeling door den Belgischen opstand. Generaal Dibbets kondigde voor Maaszicht den staat van be'eg af. Nu konden de bedevaartgangers zich niet meer in Maastricht ver"•amelc» en van daar verder trekken. Het verecnigingspunt werd nu Gronsveld. Van die plaats men langs Maastricht, naar Borgharen, daar Maas. Ook mochten ze toen niet te Hasrnaohfen. Dat gebeurde toen to Kuringen. Ii» 1839 kwam daaraan een einde. Van 1840 af gaat de processie, weer haar ouden Sang. zooals het haast driehonderd jaar gegaan Was: ie vort wordt de lange weg biddende fn 7ji'eiide afge'egd. En op denzoliden tijd. pot) sden Maandag na Paschen, 's morgens om half zeven, wordt een plechtige tfoogmiis opgedragm aan het altaar van het wonderbare Kruisbeeld te Wijk-Maastricht, Om acht uur zegening van de pelgrims, en dan, voorafgegaan door kruis en vaandel, trekken ze biddende door de straten heen. Om half twaalf is men te Bilsen, — een uur rust. Ongeveer half vier te Diepenbeek, — een half uur rust. Ongeveer half zes te Hasselt; daar wordt overnacht 's Anderdaags 's morgens half vier bijwonen der H. Mis in de parochiekerk te Hasselt. Om zes uur in den morgen gaat men weer op het pad. Om negen uur te Herck-la-ville — een half uur rust. Om half eon te Diest — oen uur rust. Ongeveer half vier is men te Scherpenheuvel; het doel js bereikt. 't Is een verre tocht, doch de doelmatige indeeling en de ruslpoozen maken, dat ook ons verwend geslacht die reis best kan meemaken. En 't is een cflhte bedeivaart: voortdurend gebed en zang. Wie ooit meeging, bewaart er een stichtende herinnering van. Moge deze processie steeds meer deelnemers krijgen, die hun devotie willen uiten om de vrome wijze, die ons een ver voorgeslacht heeft geleerd. Moge deze processie in eere gehouden worden als een erfstuk van onze godsdienstige voorvaderen. De oude Keulsche processie draagt in België den naam van : „bidprocessie". Dat is een eere naam. Moge ze door ruime deelname wan da Limburgers den naam krijgen van Limburgsche processie: het zou een zegen en een eer wezen voor ons gewest. H. --- LIMBURGSCHE VOLKSKUNDE. CCI. Tot de Limburgsche dorpen, wier naumsoorsprong vrijwel nog in het duister ligt, behoort o. m. Stramproy bij Weert, En dan bedoelen we het eerste deel van den naam, nL „Stramp". Omdat in oude archief-stukken voornamelijk wordt gewag gemaakt van een Stamprode, Stamrode en Stamproy, gist men, dat men hier te doen heett met een tot nog toe onverklaarbare vervorming van 't woordje ,Stam" voor boomstam, in verband met de historische waarheid, dat de geheele omgeving aldaar voorheen niets anders was dan dichte busschen tusschen moerassen gelegen. Wetende, dat „roy" ontstond uit roeien ( = uitroeien) zou men aan den plaatsnaam Stramproy de beteekenis moeten heenten van uitroeien van (boom) stammen. Waar we tengevolge der ligging of uit een historisch argument niet kunnen besluiten tot eene alleszins duidelijke etymologie der buurt-, plaats- of streeknamen, geven wij liefst ter vergelijking diverse opvattingen of gissingen aan. Dan kunnen belangstellende lezers ook eens hun licht daarover opsteken. Daar heeft men o. m. den naam Belfeld. De eene geograaf haalt daarbij aan, dat men in Westfalen en ook in Nederland oorkonden vindt, waarin „bel" van een stam „bele", „biele", ophoopen beteekent. Een tweede meent in „bel" te moeten zien het oude Mnd. „bile" = strijd. Vandaar nog het oude „bile"*=strijdbijl, waarbij de lezer kan vergelijken den naam eener afdeeling in onze oudste schuttersgilden, nl. de „bilemennen" of bjjlmannen. Weer een ander beweert» dat het „bel" van Belfeld dezelfde beteekenis heelt als het „bil" in 't Limb. (Belg.) dorp „Eilsen", nl. verdeeling, scheiding, grens, en veronderstelt, dat deze oude stam ook nug zit in „Beelebroek" bij Heijthuizen. (Wij zouden dit „Beelebroek", tengevolge'zij. ner vele canada's liever in verband willen urengen met den boonmaam „abeelen"), in De Biel (Üidl.j ; in Bylven (Gron.) ; in Het Bild bij Stevens weert. Op dat stramien voortbordurende zou men ook de volgende plaatsen onder die etymologie kunnen bitengen : Beilen, Bijleveid, (Efijjmei, Bilgaard4 Biiisiraat, Bilwijk enz. De oude geschriften, die wij in bezit hebben, geven ons echter hieromtrent geen besliste opheldering. Hetzelfde verschijnsel doet zich voor met de buurt „Offenbeek" bij Becsel. Daarover bestaan drie etymologische gissingen, en wei : A. „Ol'fen" ontstond uit „uf" ; „of" is het Ags. uifa, offa= veel. B. Offe komt van up, Ags. up, hetzelfde als 't Ohd. üf= opwaarts, als in Ophoven. G. Of fen moet gezocht worden in het rivier-namen stamwoordje „Am" of „ap" met de beteekenis van „water", wat ook wordt teruggevonden in Gennep ; Gulpten), zijtak van de Geul ; Jemeppe bij Luik, enz., hoewe) andere geleerden in de indogermaansche stammen Am en Ap respect nieenen te ontdekken de grondbeteekenis van weide, weideland. Geschiedkundige gegevens omtrent Offenbeek zijn er niet, zoouat uien hier voor een definitieve verklaring zich op glad ijs begeeft. Er zijn een groot aantal piaa.isnam.en in Nederland en ook in onze provincie Limburg, wier praehxen, hoe vervormd dan ook, blijkbaar uit het oud-Keltisch „is" zijn ontstaan. De vervormingen zijn de volgende ; as, ascfi., es, esch, ask, esk, is, isch, os en s. Tot de bedoelde plaatsnamen behooren o.m. : As bij Hunsel • Asoach bij Koggel ; Asselt bij Swalmen ; Ten Esschen bij Voerendaal ; Eis bij Wittem j Overeis idem | Eisden, lseren bij Wylré ; Ospel bij Nederwcert ; Swier bij Wijnandsrade ; Swoigen bij Mierloo ; enz. enz. De behandeling dezer voorvoegsels in verband met een ouden stam „is" heeft heel wat geschrijf ontlokt, en daardoor ook heel wat veronderstellingen doen geboren worden. Deze stam leeft nog voort m 't lersch „insge" (= water). Vooral in Uud-Gallië, de Britsche eilanden, Oud-België en Nederland ontmoet men hem vóór vele plaatsnamen. En nog in Frankrijk heet een zijtak van de Rhöne „Isère", en de Oise heette voorheen „Isara". In Duitschland vindt men nog de Isen, de lsenach, Eisenach, Ise, Isar, alle viucd-namen. En ook onze Nederlandsche UsseJ heette in de 8e eeuw nog „Isela". Alleen in de plaatsnamen met Esch zooals Esch-beek (N.-Br.), Eschbroek (Limb.), kunnen wij ïnooielijk aannemen met den schrijver Clacs in „Limburg" (142), dat da Esch hetzelfde zou zijn als „is"( (=water). Vooreerst lijken ons namen als. Esch-beek en Eschbroek wel wat veel op pleonasmen. Bovendien heeft de boom, de „Ech" in het bijgeloof der Heidenen eene voorname ral gespeeld, wederom in tegenstelling met wat Claes zegt „Ik kan niet aannemen, dat die boom, welke geene bijzondere eigenschappen bezit, en welke ook bij onze voorouders niet het voorwerp is geweest eenér bijzondere vereering, zooals de eik en de vlierstruik, zulke overwegende rol in de samengeving zou hebben gespeeld", Was dan de „Esch" niet hij onze voorvaderen de wereldboom, een tooverboonr? Was niet de Aska-froa de Esschcn-vromv, die in den Esch hare woonplaats had? Offerden ook onze Germa&nsche voorouders niet op Asch-Woensdag-morgen (vergel Asch en Ask = Esch) ter eere van Aska-froa vóór' Zonsopgang? En goten zij geen water ovfcr de wortels van den boom met de woorden : „Nu offer ik, doe mij geen schade?" In onze buurprovincie Gelderland stond ergens een oude, holle Es/*b, in welks holte niemand binnendringen mocht, zelfs niet als het regenda En wil men over den boom-cultus lezen bij groo. te fojkloristen als Manschardt en Perger, dun zal men over den Esch nog heel wat meer lezen over ziin magische kracht. Zoo heeft „Os" in Ospel, O^senbroek, Ossenkamp, Osdorp, Ossendrecht e.rn.a. niets te maken met een dierennaam „os". Verschil van opvatting in de etymologie bestaat er ook aangaande den dorpsnaam Halen of Haelen. De een zoekt de afleiding in „ha" = oude stam voor „huis" of woning, en zegt daarom ook, dat Haslo moet gelezen worden : ha-s-l=woning in of bij een bosch. Het achtergevoegde „len" is bij dezen hetzelfde als „lein" met de beteekenis van „boord van het water". Een ander houdt „haal" voor denzelfden Berm. stam als „hal" met de beteekenis van „heilig", die behalve in Halen ook nog zou zitten in Haler of Haalder bij Hunsel, iv Halderf'n (Gelderl) Een derde oordeelt aldus : Halen uit Ags. healh = hoek bocht, ook spits grondstuk. Of wel het Westfahsch hal of het Md. hahl = uitgedroogd of Ook aangaande de bmirtnaam Keipen bij Weert De o i. het minst aanneembare afleiding is die! waarbij men veronderstelt, dat het „Kei" iets met „kaal ' zou te maken hebben, in verband met deu vrijwel zandengen bodem. Wij zouden er meer voor gevoelen om aldus te ontleden: „Kei" uit het Ohi Kela=keel in de beteekenis van „holle weg De p" zou üan m restant kunnen zijn van de oud-Germaansche waterbenaming (zie hierboven) „ap", zoodat wij, strookende met den ouden bodem-vorm aldaar, zouden verkrijgen .water in of bij den hollen weg". De vele gissingen, die er bestaan, ook onder 't volk, omtrent de onderstaande gehucht- en plaatsnamen, zullen we om der uitgebreidheid wille, niet behandelen. Mogelijk zijn er onder onze lezers belangstellenden, die over geschiedkundige gegevens beschikken en ons eene alleszins meer aanneembare afleiding kunnen mededeelen : Zoterbeek, in de Limb. gemeente Maasbree ; Wanssum of Wansum bij Venray of Meerloo. (Wat is hier „wan"? Misschien wan=hoop?). Sweyckhuizen of Swijckhuisen bij Schinnen ; Spekholzerhoide 3 ,?*->! w ; Molsberg bij Simpelveld (wat is hier "mv J' '• Mamells bij vaals ; Margraten (Margaretha?) ; Leeuwen of Leuwen bij Beesel en Maasmel ; Vazen bij Bunde ; Jaheek bij Sittard ; Humkoven bij Ulestraten • Horik bij Nederweert; HUleshagen bij Wittem (kan dat „hilles" zijn ontstaan uit hild=kamp 0f strijd?) ; Berek ot' Berik bij Buggenum. — Er zijn geleerden, die dit Berek of Eenk • Berkel bij Horst en in N.-Br. • Berkelaar bij Echt en Beringen bij Helden alle in verband brengen met het Mnd. borke=berkeboom. Gerh. Kr. --- ZONDAGSVERHAAL. De Haltechef. De oude Martens stond er al jaren lang. Hij was er heer en meester: als chef, restaurateur, lampenist, sein wachter, overwegwachter en als administrateur, en er was een tijd geweest, dat nu het heel druk had op zijn tusschenstationnetje, yeel reizigers, veel treinen... Maar sedert de autobussen roudraasden. maakten de bewoners van het kleine plaatsje geen gebruik meer van den trein, die zoo ver weg was. De bussen brachten nen .veel spoediger, ineens uit het dorp naar de groote sieden, om het kwartier. De trein reed maar achtmaal per dag. Sedertdien was het aantal reizigers per trein verminderd en het vervoer langzamerhand zelfs opgehouden. iJüch ambtshalve stopte er aohtmaal por dag een trein. De oude Martens bleef trouw op zijn post, ontving ieder der acht treinen met toeleefdheden, die een halteehei passen, monsterde het geheel en het het sein dan vallen üla te l*lteh (vertrekken. Aües op hei was puik in orde. Het loket was van koper, netjes gepoetst. Het deurtje stond op een haakje en door het deurtje heen kon men het wisselgeld zien liggen. Een rek met kaartjes stond er bij. Maar hot was zielig te bedenken, dat niemand meer gebruik maakte van het tusschenstationneje, zellfs geen marktmensenen meer, die anders den vroegsten trein namen. Nu reed ook de auttibus om 5 uur 's morgens. Alleen als overwegwachter had de oude Martens nog wat werk. De seinen werden sinds lang al mechanisch bediend. Toch hield de oude Martens al zijn zaken bij, zorgde hij er voor, dat zijn .voorraad chocolade en Jicht lagerbier niet bedierf en liet hij zijn vrouw alles propertjes boenen. * * * Op een dag kwam er een ochtendtrein aan. De oude Martens stond op zijn post. De trein trok met een langen gil langs de rails en liep vast in de remmen. Martens, uit gewoonte, liep de coupes langs. Toen zag hij, dat er een deur openging. Een heer 1 een heer, die uit den trein klom en de coupé achter zich dicht smeet. Nu stond hij op het pe.rronnetje. Hij stond daar, zoowaar als Martens het zag. Maar, hoe overbluft Martens ook mocht zijn, zn plicht vergat hij niet, en met een gebaar, dat bijna iets heroieks had, liet hij het sein tot vertrek .vallen. Sissend en blazend kwam de trein op gang en Martens stond daar, koning op zijn terrein, rechtop in uniform, nu ja, wel een beetje met een knik in den nek, maar voor zn jaren toch knap hoor ! Ha 1 daar was dus weer een reiziger. De eerste sinds jaren! Nu zou het wel weer goed worden. En in zijn iverbeelding zag Martens een stroom reizigers het tourniquet passeeren. Zijn handen voelde hij vol worden van afgegeven kaartjes. En nog verder in visioen zag hij de administratie... het pakje voor Utrecht en daarna de .verrekening... Mgt een paar passen was Martens bij den uitgang en stond in postuur, «>m het kaartje van den eenigen reiziger aan te nemen. Hij zou weer een kaartje voelen 1 Een kaartje.... Zijn oogen verf 1 oersten, terwijl hij zijn hand intstak. Hij zag den reiziger niet meer door rijn natte oogen heen. Hij zag niet, dat de heer een abonnement opstak. Martens bleef met zijn hand vooruit staan, prevelend iets van : — Uw kaartje aisjoblief, meneer... — Kijk dan toch ! Martens schrok op uit een droom en zag, hoe de heer, eon beetje ontstemd zijn abonnement liet zien. Des geen kaartje, geen administratie, geen pakje .voor Utrecht, geen verrekening... Dus eigenlijk gezegd : geen reiziger. Maar de heer liet hem geen tijd tot overpeinzingen, stevende; om het tourniquet, op Martens toe en vertelde hem, dat hij inspecteur der spoorwegen was en uit Utrecht kwam, om de halte eens op to nemen. —Er stappen hier geen reizigers meer af, nietwaar ? — Controleert ti maar op hel kantoortje. — Neen, ik wilde mij'hiervan eerst even overtuigen, .voer Ik' de z.ank in Utrecht verder ter sprake breng: deze halte op te heffen. — 0p.... te.... heïlen '■■-.. Martens verschoot van kleur. — Ja er is hoegenaamd geen nut meer aan deze halte verbonden. De volgende dienstregeling 'zal waarschijnlijk wel zonder dit tussclienstationnetje verschijnen. Mariens tri'de in zijn knieën. — Dus... dus ik moet weg ? waagde hij te Kiggen. — Je zult wel gepensionneerd worden. — Maar... maar mag ik tenminste dan geen overwegwachter blijven ? Voor den overweg hoeft toch geen ander le komen, nietwaar mo neer ? —O, ja, die overweg.... Jn, daar zullen we dan je van maken. — Maar de bocht in den weg, meneer... — Daar kunnen wc een waarschuwing zetten, een bord of zoo Een wi I hij moeite zijn chocolade en licht lage: man te Ibrengen. Het gelukte hem in het dorp .voor ver beneden den prijs. Ln toen den volgenden dag, 's morgens vijf uur, de eerste trein, die vroeger stopte, voorbijkwam, stond de oude Martens in een gewoon pakje op een afstand toe te kijken. Twee groote tranen g'eden in zijn snor. Hij veegde de traanjes met zijn mouw weg. — Ex-koningen huilen niet, dacht hij, en draaide zich af, naar het dorp. Rtt. Nbl. --- Reclame-annonces _____—__———_——__—__—■■— Nieuw! HATIKWAH Special Cent. | VRAAGT & DRAAGT] *■ I y^fljsn mmvmv^KlsSr — fff* - WilW»y**aTrJl9F*Sr O H |,JIMTUB*T| --- PARIJSCHE MODERBRIEVEN. DE PARISIENNE IN HAAR „HEEREN-COSTUUM.” Waf lieefi tle nieie aarsmode 'n aanvallen te verduren van verschillende zijden! Onze hceren. n, onze gedeukte vilthoedjes, men lacht er om, men bes; g bovendien zeggen ve'en, dat ze ons leelijk ■ charme doen verliezen. Als bewijs laat men ons carricatuurvrouwtjes zien, die pijnlijk nauwkeurig de hcerenkleedin glai gieknlpte haren, ronde bril op den i len mond a prijkt in het knoopsgat. Fijne zijde;! kousen en allerbeeldigste schoentjes vol- tooien het toilet. Zoo ziet de Parisienne er uit en. op deze manier toegepast, staat de voorjaarsinock aardig, vlug en e'egant, al moeten we toegeven, dat lang niet alle ••-rouwen ze dragen kunnei 't bijzonder niet oude gezette dames. Ons plaatje geeft u ten overvloede nog een :>jc van do Parisienne n haar „1 tuum. --- Oom Sam in geldzorg. Oom Sam: Hoe krijg ik van zoon MTa,k nu ooit mijn duiten terug. --- HOI? DRAAGT GE UW KRALEN? t Is geen smaak meer, de :ralen als 'n ketting zonder eind om deïi hals te 1 Er moeten integoni deel 2 einden aan zijn, 1 ieder van 'n k*« H zieu.Twee of drie maal 1 windt ge de kralen I om den hals, knoopt f de einden dan tezamen en laat ze van voren, op zij of op den rug vrij afngen. 't Staat heel aardig. --- EEN GEZELLIG ZITJE Wil r uw kleinen jongen reiet zoon leuk**-, poef maken als we hier op'ons plaatje afbeelden? Ge hebt een stevig rieten mandje noodig. Misschien is er wel een in huis te vinden, anders haalt ge 't bij don mand voert het mandje van druiei en vuit 't daarna met houtwol, kleine lapjes of Het kussen moet een oud boven de mand uil de houtei . moet de bo\ zachts bc. kapok of w; •vertrek neemt ge van een kleurige lap ere of van stof met moezen, zooals op afbeelding. -_ Nu uw kleine ji een gezellige pc* f emakkelijk aan da handvatten kan w< 1 aer eon plckic. waar hij .lers stoel, iji een zomi Itje. WILHELMI> Een overvloed van de laatste mode-modellen, met practische bescbrijving en knippatronen, vinden onze lezeressen in Het Nieuwe Modeblad, tweemaal per maand verschijnende, welke uitgave bij de •jdministratie onzer courant verkrijgbaar Is vnor 55 cents per kwartaal (f 1.2 D franco per post). ---