Uit de R. K. Staatspartij. EEN REDE VAN PROF. VERAART. Prof. Veraart sprak te Zwolle over: de R.K. Staatspartij ein Ac naaste toekomst. Voor eerst dienen een paar dwalingen, die er bestaan ten opzichte van de R.K. Staatspartij uit den weg te tworden geruimd, aeide syr. Er zijn nl. menschen, jdüe van den Staat verwachten, dat hij alle mogelijke n i«ti zal, oplossen. Dit is 011--ejfuist, we mogan, zeide Ipr., niet te veel verkrachten ivan de krachten van den Staat. ledere «preker van de R.K. Staatspartij dient daarop te Wijzen, om te voorkomen, dat illusies worden gei;wekt. We moeten ons hoeden voor overdreven ver -iwachiim Op bet terrein van het kiezerschap on gekosenschap is een veranderde geestesstrooming fwaar te nemen, een anti-parlementaire en polittiek ondemocratische gedachte. Ook bij de R.K. _iexers. Er is een stemming om naar vroeger lter_r te gaan ca aan het parlement de macht te ontnemen. Onze partij moet met kracht tegen die (denkrichting waken. _r bestaat een drang, niet 't milist onder de 'katholieken, naar oen grootere macht van het koningschap. Die drang hebben wij af te wijzen. Veel misverstand bestaat er ten opzichte van üde taak der RK. Staatspartij. Wij Kaholiaken hebben te trachten onze staatkundige begi _»len te doordringen van de Chr. beginselen. Onze politiek moet zijn, zooals van de kath. partij mag worden verwacht. Onze Kath Staatspartij is het kostbaar historisch' ge,geven, dat wij te bewaren hebben. Wat de historisch geworden Staatspartij beteekent voor ons volk mogen we niet vergeten.. Wij vragen Ibehar'jüging van ons levensideaal, het Katholicisme, Alleen de Kath. Staatspartij kan ons die geven. Het pol. u is met te vereenzelvigen met ons ;. iaven, maar wel kan ons geestelijk k^en steun verwachten van ons politiek le,ven. Wh verlangen, dat het openbare leven ons aal geven een afweer van het vuile dat ons omringt. De Staatspartij zal moeten zoeken naar bijzondere middelen am dat geestelijk leven te steunen. Het _ de taak van de Staatspartij, om de Kerk to staunen In haar taak om het geestelijk en zedelijk leven te iverheffea. We moeten politiek en godsdienst van elkaar onderscheiden, andces komen we op gevaarlijk terrein. In de Kath. partij hebben wij een middel tot verheffing van bet godsdienstig leven. Dat ,paoot voor ieder katholiek de voornaamste factor zijn om enthonsiaet te zijn -voor de R.K. Staatspartij. dien hoofde maken wij aanspraak op m- Btezaming en e*rbi«d wan zelfs niet-katholieken, die groot vertrouwen hebbfcji in onze Staatspartij. Wet wij gedaan hebben voor den godsdienst, onderwijs en sooiale wetgeving, daarin worden wij nergens overtroffen. . ken wenschen welvaart van heel het Nederlandsche volk, niet alleen van de katholieken. We hebben kieskeurig te zijn in de middelen, die wij daarbij gebruiken, om Nederh_d en ladië tot bloei te brengen. We keeren ons daarin tegen bet socialisme, dat van den btaat eon afgod maakt. Wij zijn een partij ivoor allen, voor «en evenredige welvaartspolitiek. Wij hebben bet heel wat moeilijker dan onze tegenstanders, omdat wij een volkspartij zijn. Onze politiek wordt door een hoogere gedachte gedragen. Op de allereerste plaats dienen wij doordrongen te zijn van de belangen van de meest zwakken. In de Jeer van de Kath. Kerk vinden wij ecu bodom voor ons politiek staatkundig le.£ en steun voor den zwakke. Spr. noemde het een treurig versohijnsel, dat er bij de jongere generatie (de inteltectueelen) de geest voor het sociale werk verzwakt en verslapt. Wij Kath. partij hebben niets te verwachten van verarmde arbeiders .Wij nebben doordrongen te zijn van den geest der opheffing van de lagere klasse, o» g«vaar al van de afbrokkeling zooals bij onze Zuiderburen. Waarom geeft dat land daar eem a*der beeld ? Omdat men er de kath. democratie niet heeft durven doorvoeren; er ontbrak de liefde. Aan de emancipatie van onze Kath. Staatspar.^vj»U 002 tieop v\ [©_ 3aa jö3(Bï si [W voor te zorgen, dat we elkaar niet verbitteren. We moeten oppassen tegen kliekformatie, het verdachuiiü.ko.n van eikaars bedoelingen, enz. Onze politieke emancipatie is dan eerst volkomen, wanneer wij belangstelling hebben ivoor een politiek, die aan 't opkomen is. Blijvende staatkundige belangstelling en opgewekt politiek levon, dat zal ons behoeden voor verrassingen. Wij heuben voor heel liet Nederlandsche volk een taak te vervullen, t die geen eene partij voor nns vervullen kan. Onze partij is een partij van orde en gerechtigheid: We moeten het politiek leven in Nederland en Indi* doordringen van den Chr. geest. (Applaus). --- Reclame-annonces LOURDES. Nationale Bedevaart uit Brussel. U tot „ A»g. (Vertrek : Brussel, Hal, Braine, Bergen), lal Pactoor Swaius, Jette-Brussel. 7002 --- Hei BIJKANTOOR te HEERLEN van de „Limburger Koerier" is met ingang van heden VERPLAATST van Bautzenbergstraat naar : 2407 Oranje Nassaustraat 14. Recüariie-annonees (Onder verantwoordelijkheid van den inzender der annonce.) --- Ik houd mijn schoenen waterdicht en keurig door BLOSSOM SCHOENGLANS te gebruiken; deze schöencream geeft zoon prachtige», schitterenden glans, terwijl het leder er zoo goed uitziet en er waterdicht door blijft." MANSION POLISH verhoogt den glans van meubelen en vloeren. Op vlugge en gemakkelijke wijze maakt het ze prachtig glanzend als een spiegel. Tevens is het de uitstekende was om LINOLEUM te wrijven, te reinigen en te onderhouden. 2607 --- Kerknieuws. De macht der overtuiging. UIT 'T LAND VAN ST. ULAN. .Bwgen lm Noorwegen,; de onvergelijkelijk ichoone stad, met ruim honderdduizend ïnwoneiks heeft een bloeiende katholieke parochie van 300 uc kracht eener organisatie alleen te beoordeelen naai- het getal haier g t is '_■ De priester begeeU zich het attaar. Eerbiedig knielen de geioovigen. Zoodra n*t kruiïteeken gemaakt wordt voor de t des altaars valt 't orgel in en' beft al 't voik het eiisgezang .i.eden de liturgi. Isiem.n.d, die meent, dat de priester haast moet maken met den heiligen dienst, omdat er nog zooveel andere dingen te doei- zün dien dag. De Zondag is voor deze Oi-ootendeels jongbekeerdeu de dag de Heeren. Met aandacht wordt er geluisterd naar de predikatie, d.e ruim ecu haif uur duurt. En a.s tot besluit allen iuiciop de gebeden na de H. Mis verrichten, moet gij diep ontroerd erkenen. nooit 11 leven eea ze stichtend gemeenschappelijk gebed te hebben gehoord. Hier wordt bij ieder „Onze Vader", lij ieder „Wees ge .echt; en ai worden dezelfde gebeden teJ.kens opnieuw herhaald, geiijk bij het bidden van den Rozenkrans, altijd blijft do toon even waardig en klinken de woorden devoot „Ik werd het eerst tot het katholicisme getrokken", zoo vertelde mij een bekeerling, „toen ik de geioovigen in de kerk hoorde bidden. Toen dacht ik, ja een katholieke kerk is een huis des gebeds". Wat ten slotte wellicht nog het meest doet kennen, hoe krachtik het katholiek leven bj gen bloeit, is de moed, waarmede het geloof hier openlijk beleden wordt. Deze week had de plechtige begrafenis plaats van den nestor der Noorsche missie, den Zeer eerwaarden Pastor Crul, die 46 jaren lang, zeer verdienstelijk in Noorwegen heeft gewerkt. Maar deze begrafnis was een manifestatie, die mij, nieu. weling in do Missie, op eenmaal den geloofsmoed der katholieken duidelijk deed kennen. Stelt u voor dat rn een stad van honderdduizend inwoners, waar al/es protestant is, een clubje van hoogstens twee honderd katholieken in plechtige processie biddend door de straten trekt, het kruis voorop, de priesters in liturgisch gewaad in hun midden. De stoet beweegt zich door een der drukste straten. Voorbijgangers blijven verwonderd staan, nieuwsgierigen komen toeloopen, weldra is de menigte zoo groot, dat de tram moet stoppen. Men voelt de oogen van honderden op zich gericht. Sommige toeschouwers, zoodra zij hebben begrepen, schudden afkeurend het hoofd en gaan verder, jongens en meisjes gichelen en wijzen met den vinger, allen geven ten minste teèkeneu van verrassing en verbazing. Maar rustig on kalm stappen de katholieke mannen en vrouwen, jongens en 'meisjes uit iederen stand al biddend verder : zij laten afkeuring, spot en verwondering geheel langs zich henen gaan. In welk land durft zulk een onbeduidend groepje katholieken zoo moedig naar voren treden? Dat is ware geloofsmoed ! En waar de katholieken aldus hun overtuiging openlijk durven belijden, daar voelen zij zich sterk en mag men spreken van een bloeiend katholicisme. WBJS_t__i^_.____e__t_w.'' v_. aTiTH __Xi 1 # hiwii ui 11— umi — --- Alierlei. —Winterslaap. De winterslaap bij eukeie zoogdieren is een merkwaardig verschijnsel, 'ieiiieiis weer vindt men melding gamaakt van waarnemingen daaromtrent en een volledig overzicht van die verspreide literatuur ontbreekt, voor zoover wij weten. Merkwaardig is bet, dai groote klassen van dieren géén neiging verwonen tot winterslaap, o.a. de vogels, Nu is dat bij de vogels wei te verklaren; zij bewegen zich snel en kunnen de kou ontvluchten; zij verteien hun voedsel ook in zeer korten tijd 0.11 kunnen En vet is toch de kolenvoorraad waaruit de winterslapêrs de wan organen in verlangzaamd tempo laten voorwerken. Ook onder de in ons klimaat levende roofdieren zijn er maar weinig, die vet in hun lichaam opslaan en dan den winterslaap kunnen houden, behalve de das; e" onder de insecteneters is de egel de eenige. Opmerkehjü ia, dat de vleermuizen ook slapen, trouwen» zij vliegen wei, maar verplaatsen zich minder dan de vogels en hun voedsel, insecten, is 's winters niet te vinden. Onder de knaagdieren behooren de hamster, de hazelmuis en het eekhoorntje tot de winterslapers en dat ook de mannot of Irct murmeldier der Alpen er toe behoort is bekend: zeggen wij niet „hij slaapt als een mannot? In dit verband dient de aandacht er op gevestigd te worden, dat ook vos en haas bij Biechten wintertijd soms dagen verslapen en dat Siberische stammen berichten dat de menschen daar ook vrijwel een winterslaap houden en alleen nu en dan op staan om het vuur aan te houden, zoo als in enkele bergstreken ongeveer hetzelfde gebeurt en alleen de zorg voor het vee den siaap afbreekt; maar met de dieren hebben dan deze menschen de overeenkomst, dat zij een grooten vetvoorraad tegen den winter opdoen. De sterkste slaper is het straks,genoemde murmeldier of de mannot der Alpen en wat men van den winterslaap weet U aan dit dier waargenomen. Reeds bij ongeveer 10 graden begint de slaap en als de thermometer tot op 5 grbden daalt, graaft het zich dieper in. De blcedtemperatuur, die in den zomer weinig van die van den mensen verschilt, daalt tot 4.6 graad; en de hartslag wordt .r.inder, tot drie of vier slagen per minuut. In de hersenen blijft weinig bloed over, de aderen zijn sterk verwijd en toch komt er, als zii geopend worden, maar weinig bloed uit. Het zuurstoigebruik daalt tot op het dertigste deel van hetgeen in den wakenden toestand noodig is. De stofwisseling is zeer gering; het dier leeft van de stoffen, die in het lichaam zijn opgezameld. Door de weinige voedsel opneming is ook de uitademing van kooldioxyd zeer gering. Het lichaamsgewicht daat vrij sterk Ongeveer 10 maal in den winter ontwaakt het oven om aan natuurlijke br 'effen to vol Rij al de dieren, die winterslaap hebben, wordt het lichaam samengerold tot min of meer kogelvorm, een vorm, die de kleinste oppervlakte wedt voor warmteverlies. De duur van den winterslaap richt zich naar het weer; vleermuizen slapen vrijwel even lang als de marmotten, maar hebben meer behoefte aan warmte ; de egel en de das s'apen vaak ongeveer drie maanden . de meeste knaagdieren wat korter. Daar de vvinterslapeis teren op de verzamelde voorraden, hun darmen haast leeg zijn en do verschillend? spijsverteringsorganen niet werken, kunnen alleen die dieren zuil: een langen vastentijd overleven, die in den herfst goed gemest zijn of in hun winterverblijf goede voorraden hebben bijeengebracht, om in poosjes van wakker zijn volop te kunnen eten. De wintertijd is voor vele dieren de tijd van sterven, voor zoover zij in 't wild ieven ; dat is een bijkomende kwade factor voor de winterslapers, die hun iichaamstempcratr.r dan zelf moeten reguleeren, die toch altijd wat boven de buitentemperatuur moet zijn. Dieren, die dus niet de noodige. voorzorgen hebben genomen, gaan onvermijdelijk van don wint'1/slaap in den doodslaap over. Hun slaap is toch al bijna een toestand van schijndood. De prikkelbaarheid is verminderd ; verwondingen worden niet gevoeld, de bloedsomloop is verlangzaamd en wonden genezen langzamer. Ook de werking der groote i.eisenen s zeer beperkt. Ook de zuiver automatische- on reflexbewegingen gaan Eon ego' ondei geen last van ongedierte, dat met hem overwintert. Geheel verdwenen is he gevi de prikkel van >. natuurlijke behoeften stoort slaap en ook verwarming doet zulks, mear sterkere kou leidt tot dieper ingraven. ara een w nterslaper wakke- is, al is het maar zeer tijdelijk, stijgt de temperatuur; maar daar die verhooginj van l.L.iaanistempeiatuur gaat op kosten van de vetvoorraden, is elk wekken van het dier een schadepost. Daaruit volgt, dat een al te vroege lente, die neg door vorst gevolga wordt., den dood van menigeu winter slaper kan veroorzaken, terwijl het dier bij aanhoudende kou het zeker zou hebben uitgehou den. - Evtnal? wij, wenschen, bij sterke afkoeling beven en bibberen, wanneer wij niet door spier beweging dat n ook d winterslapen bij het ontwaken lubberen, wanneei niet terstond de spiervezels tot beweging aanzetten, dus warmte helpen voortbrengen, die hoogst noodig ;■, omdat hot voedsel niet altijd klaar ligt. Zoo moeten b.v. de vleermuizen eers' heel wat werk doen, eer ze voedsel Tenoeg hebben, om aan de lichaamsmachine voldoende brandstof aan te voeren. Over het oe van i!on winterslaap en over de oorzaa \an de langdurige rust bij de warmbloedige dieren, zün allerlei hypothesen opgeworpen. Vroeger nam mm aan, dat do kou de dieren deed inslapen en inderdaad slapen dieren, die In een vorstvrije ruimte worden ge houden, korter en zij worden vaker wakker. Zoo lijkt de winterslaap op een aanpassing a~n ne wisseling van klimaat on loopt hii paralel met irslaap van enkele dieren ut wermor stroken |n tijden van Inngdurfn. droogte. --- Diefstal in een Franciscaner-klooster. — Uit 't rium van het Franeiscanerklooster te Praaa zijn een zwaar en een pluviale met al het t-iehehnoren --estolen Zij behoorden tol "e halten van het klooster. De v 'ordi berekend op 1-20 millioen Tsjechische kronen, lloi ornaat is. meer dan 300 jaa,r oud. --- HET LIGT NIET AAN HET WEER? Gij behoeft bij vochtig weer niet rheumatisch te zijn, als gij slechts zorg draagt voor goed werkenue nieren. Onder normale omstandigheden stroomt door uw gestel rijk bloed, dat de weefsels herstelt en voedt. Dit bloed zuiver te houden is de taak der nieren. Te veel werk, zorgen en weersveranderingen verzwaren deze taak, en dan kunnen de nieren overspannen worden. Zij kunnen dan niet het urinezuur en anuere schadelijke onzuiverhoden behoorlijk uit het bloed filtreeren. Scherpgekaiite kristallen vormen zich in de spieren, gewrichten en weefsels der zenuwen. Lit leidt tot rheumatische aandoeningen bekend als spit, ischia rheumatiek,. naarmate de rug, ' eenen of andere cieelen van het lichaam weiden aangeta: Zoodra men urinestoornissen, rugpijn, waterzuchtige zwellingen of andere verschijnselen van een nieraandoening opmerkt, gebruike men Foster's Rugpijn Nieren Pillen. Zij hadden succes, zelfs in gevorderde gevallen van nierkwalen. Let op de verpakking in glazen flacons met geel etiket (alom verkrijgbaar), waardoor gij ze. ker zijt geen verlc mlandsch goed te ontm. Prijü fl 1-75 per flacon. 124 --- Landbouw en Veeteelt. DE BOTERUITVOER IN ZUID-LIMBURG De Rijkscontrole. Deze vveek heeft het bestuur van den Kring GULPEN van den Limb. Land- en Tuinbouwbond in het Patronaat te Gulpen een zeer belangrijke vergadering gehouden ter bespreking van een regeling aangaande den botcruitvoer. Mede wa»en vertegenwoordigd het bestuur van het Rotercontrolestation te MAASTRICHT en afgevaardigden van het Hoofdbestuur van den L. L. T. Bond. Na opening door den voorzitter, dhr. L. Vaessen te BOCHOLTZ, werd het woord verleend aan dhr. Cremers, secretaris der Botercontrole-commissie. Deze memoreerde in 't kort de redenen, welke de Regeering genoopt hebben °m het Rijkscontrolemerk voor boteruitvoer verplichtend te stellen. iHij wees er vooral op hoe over verschillende vorige jaren de Nederlandsche boter op de buitenlandsche markten werd teruggedrongen, omdat dé z.g. boterknoeiers minderwaardige en vervalschte waar, onder den naam van „Hollandsche boter" op die markten brachten. Zijn het tot nu toe bijna uisluitend de boterfabrieken, welke van het Rijkswaarborgmerk profiteeren, zoo meent hij evenwel, dat zicïi vooral de groote boeren in dit gewest bij de controle kunnen aansluiten, waardoor den alhier toenemenden plaatselijken druk — door overproductie van dit artikel — niet weizal verminderen. Dhr. Tops te ROERMOND gaf de verzekering, dat het streven van het Hoofdbestuur van den L. L. T. B. steeds zal zijn om de belangen van het Zuiden der provincie zooveel mogelijk te behartigen Dhr. Meuters te MARGRATEN memoreerde dat, al moge het waar zijn, dat de Nederlandsche boter door die z.g. boterknoeiers haar goeden naam in 't buitenland heeft verloren, dit evenwel niei gezegd kan worden van de boter uit Zuid-Limburg welke op de plaatselijke weekmarkten in den vorm van 12 en 1/4 kilo gewicht, door de producenten zelf worden verkocht, en waarover nog nooit eenige klacht over ondeugdelijkheid e. d. werd vernomen. Zuid-Limburg ondervindt thans méér dan eenig ander deel van het land, de behoefte van boteruitvoer. Doordat Z.-L. onmiddellijk grenst aan Duitschland en België, en met deze grensstreken als het ware een geheel vormt op het gebied van industrie enz., meende hij, dat het meer op den weg der Regeering moest Hggen, om voor deze streek een meer vrijen uitvoer van boter toe te staan. Zooals de toestand, vroeger was, werd ook' door winkeliers en particuliere grootverbruikers en tusschenpersonen van over de grens de boter rechtstreeks op de weekmarkten opgekocht. Elk kooper wist dus steeds van wien hij kocht. Mede door de garantie der „B°terwet" heeft nooit eenige "klacht over vervalsching e.^ d. aanleiding kunnen seven om dezen uitvoer in 't klein stop te zetten. Dit neemt echter niet weg, dat hij gaarne het aanbod aanneemt, om zich onder controle te stellen,mits de daarmede gepaard gaande verplich tingen ook voor de kleine boeren, voornamelijk in formeel en financieel opzicht met te zwaar worden. ' , Dhrn. Cremers en Tops repliceerden. Deze laatste wilde over de. geschiedenis van het ontstaan en de wegkwijning der hoterfabrieken hier in het Zuiden thans niet spreken. Het is echter een feit, I dat de organisatieg 'iQt Zuiden er met zoo als in '* meer noordelijke deel der provincie. Het Hoofdbestuur zal evenwel alles in-het werk stellen om het practisch mogelijke voor zijn Zuid-Limburgsche leden te verkrijgen. Dhr. Meertens meende, dat er eene absoluut verkeerde gedachte over den organisatiegeest in Zuid-Limburg voorzit. Ook hiertegen cuent gewaarschuwd. Immers Z.-L. is van zelf reeds meer aangewezen op zelfbereiding, omdat hier landbouw en veeteeit zoo nauw samengaan, waardoor de dichte bevolking en vooral het groote percentage kleine landbouwers met groote gezinnen, een matig bestaan vinden. Dhr. Wiertz te VULEN-VAALS onderschreef grootendeeis de woorden van dhr, Meertens. Als meer op do uiterste grens van Limburg wonende, meende hij nog sterker te moeten wijzen op de behoefte van uitvoer van dit artikel: Ook deze 6preker stelde de thans aanhangige bemiddelingsvoorstellen op hoogen prijs, mits deze gemakkelijk in 't bereik van den kleinen landbouwer zullen komen. Bij de verdere discussies, welke onwilleket^ op vele onaangename herinneringen aan vro^j tijden neerkwamen, werd niettemin de goe*k toon in de vergadering behouden en werd ° eventueele mogelijkheid om ook de particuü6^ onder controle te nemen, van alle kanten ond' de oogen gezien, waarbij vooral een woord va' lof voor de bereidwillige medewerking en eze,, ging van het bestuur der Botercontrole en ' Rijkszuivelconsulent dhr. Zuideasa toekomt. Besloten werd spoedig werk te maken va hier zoo breedvoerig besproken doel, bij welk' verwezenlijking de plaatselijke weekmarkten **" der het aanzien van vroeger zullen terugkrijg*' en de particulieren en winkeliers van over o grenzen weer hunne in koopen op onze weekmars ten kunnen doen. --- Aantal gehuwden. Niet zoozeer het aantal mijnwerkers als wei het aantal gehuwde mijnwerkers is van belang bij het vestigen van een oordeel aangaande de nooaige voorziening in de huisvesting der gezinnen. Over het geheele aantal gerekend bedraagt op het einde des jaars het aantal gehuwden 00.9% van het totaal. Over een enkel jaar genomen vertoont, zooals te verwachten is, de toeneming van het aantal ge. huwden iv verhouding tot de totale toeneming in verschillende jaren zeer uiteenioopende percentages. In dit jaar nam het aantal gehuwden toe met 1022 (vorig jaar 1075). Beziet men de laatst verloopen vijf-jaarlijksche periode, dan blijkt de toeneming van het aantal gehuwde arbeiders 73.7% te zijn van 'de geheele toeneming. --- WONINGPRODUCTIE. De woningproductie in het Zuid-Limburgsche mijndistrict ui haar geheel, kau worden opgemaakt uit de gegevens die het Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek geregeld verschaft. De volgende cijfers- zijn daaruit afgeleid. Aantal voltooide woningen, na aftrek van het aantal vervallen woningen in 1921 2215 woningen in 1922 1484 woningen in 1923 1084 woningen in 1924 786 jwroningen. Dat deze steeds dalende productie bij immer sterke bevolkingstoeneming tot de ernstigste mis standen moet leiden is maar al te duidelijk en de sterke teruggang komt op nog sprekender wijze voor oogen te staan als men acht slaat op het aan tal woningen dat op het einde van elk jaar in aanbouw was; Dit bedroeg: einde 1921 1852 woningen, einde 1922 913 woningen, emde 1923 400 woningen, einde 1924 295 woningen. De aanbouw door particulieren, in deze cijfers begrepen, bleef ongeveer op gelijke hoogte als bet vorig jaar 652 tegen 657 woningen zoodat het achterblijven van den woningbouw bij de behoef te, geheel is toe te schrijven aan het noodgedwon gen stil zetten van den aanbouw door gemeenten of vereenigingen. Andere maatregelen ter voorziening in het drei gend sociaal euvel zullen niet langer mogen veerden uitgesteld. Leegstaande huizen, 't Was vooral in de tweede helft des jaars, dat er in het aantal l^e^e woningen een fUnke vermindering intrad. Op een aantal van 4612 woningen vindt D»eD voor het aantal leegstaande woningen bij het W* gin des jaars oU3, welk getal op het einde van bel jaar tot 223 was teruggeloopen. Langzaam maar zeker nader bet tijdstip, waar' op van eenige reserve, geen spraak meer zal zÜO- Doch niet alleen in de afdeelingen is woniufi" schaarschte te verwachten. Zoo was in HEERLEN een gemeente met 383C0 zielen, het aantal l«e? staande woningen, alle soorten van woningen M eengenomen, op 31 December 1924 niet meer da" 40. --- VEREENIGING „ONS LIMBURG” JAARVERSLAG OVER 1924. Aan het jaarverslag over 1924 van de vereeniging „Ons Limburg" is het volgende ontleend: iiet aantal leden verminderde door overlijden dit jaar mei twee, en bedroeg op het einde des jaars 55. liet aantal der bouwvereenigingen, welke een afdeeling vormen van „Ons Limburg", bleel onveranderd op 69. Bevolking Mijn district. Indien evenals in vroegere jaren, een bak wordt geslagen op den loop der bevolking in de gemeenten in de nabijheid der mijnzeteis, treit het dat deze de richting van sterker vermeerdering, sinds het vorig jaar weer ingeslagen, krachtig blijft volgen. . Oe volgende cijfers hebben betrekking op de groep der navolgende 24 gemeenten, die in de tabellen van het Centraal Bureau voor de Statistiek het mijndistrict van Zuid-Limburg vormen : AM&TENRADE, LEEK, BOCHOLÏZ, BRUNSSUM, EYGELSHOVEN GELEEN, HEERLEN, HOENSBROEK, KERKRADE, KLIMMEN, NIEUWENHAGEN, NUTH, SCHAESBERG, SCHINNEN, SCHINVELD, SIMPELVELD, SITTARD, SPAUBEEK, STEIN, SUSTEREN, ÜBACH-OVERWORMS, UIiMOND, VOERENDAAL en Vv'IJNANDSRADE. Het mijndistrict telde op 31 December 1924 168139 zielen ; hieronder waren 23143 arbeiders bij de mijnen, die met hunne gezinnen een mijnwerkersbevolking vormen van Z5678 personen. In het verslagjaar nam het zielenaantal van het mijndistrict toe met 8607 (vorig jaar 7619). Deze vermeerdering werd, behalve door het geboorteoverschot, veroorzaakt door meerdere vestiging dan vertrek ; het vestigingsoverschot bedroeg namelijk 4559 (vorig jaar 3918). Vergelijkt men deze meerdere vestiging met die in de overige gemeenten der provuicie Limburg waar het aantal vertrekkenden 2504 grooter was dan dat der gevestigden, dan wijzen deze cijfers weer op 'n voortgaande samentrekking der bevolking in de mijnstreek. In 1924 bedroeg de toeneming der bevolking in het mijndistrict vergeleken bij het bevolkingscijfer aan het einde van het vorig jaar in percenten 5.61 (vorig jaar 5.22) , voor HEERLEN was dit cijfer nagenoeg gelijk ; BRUNSSUM (ti.2B) en HOENSBROEK (9.29) vertoonon hooger percentage eveneens de moor noordelijk gelegen gemeen, ten SITTARD (6.20) en GELEEN (17.7). Legt men hiernaast de overeenkomstige cijfers onzer groot ste steden, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, waar deze percentages in 1924 onderscheidenlijk bedroegen ü.85, 1.28, 2.21 en 0.82, dan springt de sterke aanwas in het oog. Ook de ande re industriecentra vertoonen veel lagere cijfers: Enschedé 1.58, Hengelo 1.87, Tilburg 2.84; alleen in Eindhoven, met een percentage van 6.58 wordt een toeneming van gelijken aard aangetroffen. In het geheele Rijk was de toeneming 1.41 percent. Zulke cijfers keeren in de mijnstreek jaar op jaar terug en zij verklaren gemakkelijk hoe het komt, dat de gemeenten aldaar soms aanspraak maken op zeer bizondere tusschenkomst van het Rijk, des te eer daar de aanwas zoo goed als geheel door een arbeidersbevolking gevormd wordt. Aantal mijn werkers Eon punt van beteekenis voor de bevolkingsbeweging in het mijndistrict en daarmede voor de behoeite aan arbeiderswoning is, zooals voor de hand-ligt, de wijziging in het aantal werklieden der kolenmijnen. De regelmatige stijging van dit aantal welke ge durende het vorig jaar was waai' te nemen kwam in het bcgai van 1924 tot staan en vertoonde daarna onbeteekenende schommelingen.totdat dit iv de laatste maanden weer opliep. Op het einde des jaars waren er 30143 tegon 29083 een jaar geleden; een vermeerdering dus met 4.G0 tegen 2451 in het jaar 1923. In de mijnen te KERKRADE en EIJGELSHOVEN ging het aantal werklieden achteruit: bij de Oranje-Nassau-mijnen bleef het aantal gelijk. Van de Staatsmijnen was het de mijn WUhelmina waarvan het aantal werklieden met 446 vermeer derde en bij de nieuwe mijn Maurits te GELEEN begint de toeneming van beteekenis te worden; het aantal werklieden klom daar van 813 tot 1662 --- REGEERINGSMAATREGELEN De omvang van den woningbouw door de *»' deelingeii wordt in hoofdzaak beheerscht door de houding der Regeering inzake het verleenen va° voorschotten en de daaraan verbonden "oorvv«iar | den; met name komt daarbij de vraag naar voren of er van overheidswege een bijdrage in bc' exploitatie-tekort te verwachten is. De Regeering nu, stuurde dit jaar op groote b* perking, praktisch neerkomend op algeheel stopzetten van de voorschotverleening en in de eeis'6 dagen van 1925 ging van den Minister een circulaire uit aan de gemeentebesturen welke de volgende bepalingen bevat. Een Rijksvoorschot wordt niet verleend aan ge meenten die zelf kunnen leenen; aangetoond roo^ worden dat er behoefte is aan woningen en afgegeven waarom niet mag verwacht worden da' in die behoefte door particulieren zal worden voorzien. De woningen mogen niet meer kosten dan f 2400 all»s inbegrepen behalve den grond, en de huuropbrengst moet zoo Moog zijn dat ten minste all' exploitatie-kosten worden gedekt^ Vraag men zich af welke kansen er nu nog op voortzetting van den bouw krachtens de Woning wet blijven bestaan, dan wordt spoedig de overtui ging verkregen dat de laatstgenoemde voorwaar de voor de mijnwerkersbevolking bezwaarlijk ** vervullen is. Aangenomen immers, dat men er in zou sis-' gen voor die bevolking een behoorlijke woning te bouwen van f 2400.— iets wat tot nu toe nie' bereikt kan worden — en stelt men een prijs van f 500— per woning voor het bouwterrein, dan zal in de meest voorkomende gevallen een bedrag van minstens f 244.— per jaar als exploitatiekosten noodig zijn. Om deze uitgaven te dekken is — bij aanneming van een halve maand per jaar verlies door leegstaan — een maandhuur vereischte van f 21.20, waarbij dan nog komen de kosten van Waterverbruik. Dat zulk een huur bij den thans geldenden loonstandaard niet kan worden opgebracht behoeft ook zonder nadere berekening geen betoog te meer daar de loonen in aaiende richting gaan. Het gemiddelde loon der ondergrondsche mijnwer kers ging toch in den loop van dit jaar met 14^e dat der bovengrondsche arbeiders in de mijnen met 7% achteruit, en naar te voorzien is, moet op verdere verlaging gerekend worden. Gemeentelijke voorschotten- Voorschotten van gemeenten aan oouwvereeni gingen voor nieuwe' bouwplannen werden dit jaar slechts éénmaal verleend. Dit vond plaats in de gemeente VAALS ten behoeve van 20 woningen. Riermede steeg net totaal aantal woningen voor welker bouw aan de afdeelingen gemeentelijke voorschotten werden toegezegd, tot 7530. Eij het verleenen van dit voorschot werd tevens bepaald dat het te verwachten exploitatie-tekoi' ten laste der gemeente zal komen. Teg<_ dt laatste bestond bij de Regeering aanvankelijk bezwaar, waarover ten slotte heen gestapt werd met het oog op den zeer bijzonderen toestand welke in deze plaats — een voorstad van Aken — heerscht. In SCHAESF3ERG bevorderde de gemeenteraad eveneens het tot stand komen vau 20 nieuwe woningen. Deze woningen behooren tot een woninggroep -waarvoor vroeger reeds gemeentelijk voorschot was verleend, maar oen nieuw raadsbesluit was noodig ter regeling van het te verwachten exploitatie-tekort dat gedragen wordt, deels dooide gemeente deels door de Oranje-Nassaumijnen. Ook de afdeeling PIETERSRADE kan tot verderen aanbouw besluiten, mede van woningen waarvoor reeds vroeger gemeentelijk voorschot verkregen was. Een bijdrage in het exploitatie-tekort behoefde hier niet aan de gemeente te worden gevraagd, wijl de mijn „Laura en Vereeniging" de ze vn^r hare rekening nam. Kijksvoorsoh o tt e n. Voorschotten van het Rijk werden verleend tel verhooging van eenige ontoereikend gebleken bouwvoorschotten en wel een ten bedrage van f 4142.23 aan de atdeeling SITTARD en een andere, ten bedrage van 1.14180.— aan de afdeling WYLRE. Laatstgenoemde afdeeling genoot nog een Rüksvoorschut van f 310.66 bestemd tot betaling van een annuiteit welke verschuldigd is wegens een vroeger verleend grondvoorschot; nvt dit grondvoorschot was namelijk bouwterrein gevormd, dat niet ale zoodanig in gebruik is gekomen. Verder ontving de afdeeling SITTARD een grondvoorsechot groot f 100600.— ter regulariseevan vroeger gedane terreinaankoopen en werd ten behoeve der afdeeling VAALS door het Rijk verleend : een grondvoorschot bedragende f 5405.40 en een bouwvoorschot van f 52000.— ten behoeve van stichting van 20 woningen. Hoewel eerst vallende in de eerste dagen van 1925, zij hier nog vermeld het Rijksvoorschot groot f 52000— dat aan SCHAESBERG werd verleend voor den bouw der hierboven reeds vermelde 20 woningen --- STAND VAN DEN WONINGBOUW Op het einde des jaars was door 40 afdeelingen. gevestigd in 3 verschillende gemeenten, de bouw van woningen ter hand genomen. De volgende staat biedt een overzicht van den . stand van den woningbouw der woningvereen'gingen op het einde van 1924. Spekholzerheide 160 woningen ; Heerlen 471 ; Schinnen 42 ; Voerendaal 143 ; Nuth 66 ; Heerier heide 96 ; Brunssum 711 ; Susteren 94 \ Geleen 108; „Orue Woning" VeiuV 113 ; Sittard 204; „De Volkswoning" Heerlen 384 ; Echt 20; „St. Jozef", Roermond 229 ; Hoensbroek 548 ; Gulpen 26 ; „St. Pietersrade" Kerkrade 258 ; Spaubeek 12 ; Eijsden 20 ; Beek 20 ; Schaesberg 20 ; Vaals 20; „Bleyerheide" Kerkrade 72; Simpelveld 10; „St. Mathias" Maastricht 64; Meerssen 40; „S.S. Cosman en Damianus" Bergen 10; Heerlerbaan Heerlen 200; Beesel-Reuver 10; Horst 12; „Het Goede Huis" Nieuwenhagen 139; Eigen Woning Schin op Geulle 8; „St. Oda" Venray 38; Klim men 36: Ulestraten 6; Valkenburg 30; Linne 10; Wylré 20. In 40 afdeelingen dtis totaal 4698 woningen- ---