Reveil van marxismeleninisme I -o_ • %>h ledereen die zich bec Vle Weet en voelt biJ de vQt^b-*VraaSstukken in de J6ft dit +Stische bewe_in-> lef 6 st0f Weede deel belangrij- >6 overdenking. Paul °0:rtyr.Ot schrijft er in zijn 6°ord over: .f^t mrnunistische beweging ÜK^ter;ner en overal een her- Vi^'Sch do°r op ideologisch en 89 Van Sebied. Er is een „re■«H --de, r,ftet marxisme-leninisme W^-ej t' woedt een strijd over bw?6h V.ssen de stromingen, er l-Vi!**e« e scussies binnen alle V*6 . Tflevoerd, er vinden pole- W Qv6ral a.ats. publieke en inter- \SlechtVn de wereld* Wie ech' *'.t on e ne_atieve uitingen s.k' ve PPervlakte van de strijd IV bet, Zlch- De communisti'ijl^e wegm§ heeft sinds de 'C9*1- art.. eldoorl°_ een geheel Sh-ike p r zich. waarin zij be% Uit Varinëen heeft opge'hC.Uge successen en ook uit I'itl!lri- v * "et vruchtbaar in de %etl verrpWe+rken van die erva% Van d een strenge ontle- Se^fitipi. e' gebeurtenissen door "C_ *,h.*rn ze]fcritiek die voor n«t...-«eUige huis*eS" terug(*>%] V; Verder schrijft De "i|^ huiden inlge stnjd tussen de stro\' - is ~e communistische be\ a,he „ e drijfkracht tot een V <3- onVolutie in de richting \t het • erz°enlijkheid tegenlSt o«dipK Perialisme' van de V'\rlj en de opstandige ]Vr Vh scheppend denkveri% Va-r . et rnarxisme-leninis- Ns. tot cc het tot een dode iAJ wOrflt Versteende vormen- d.e ij-i' NL, „lag van die striid be- Nnj-e-nt g°twi.U'eld te worden; Nr'Stt*e 'r, ho°Pt, dat het comt 8^ Üitu Zljn retour" is, zal Si* 5komen! i \ lt c_tL een levenskracht S-"" is ?munisme te bezitten! Ne Be diP • parti-i* waar is de .!%. Stt _d * eh zulk een verbithNei. n kan eigen boezem verï^eteaan eiH-h 0fIOOS,tCn .yi-_t lieuv, J!,n die, terwijl zij ''aarrip P^blemen worstelt, Vi^kfc beneemt in om-e', m* m geestelijke diep- Ni-ri herin- STkingenin|en' en vooral de L*l barden dle in dit deel de C^ageV^geboden, z«n als CN ei-en i deze ontwikkeling NT\ _ land bedoeld." --- PINGPONG OM LEVENSPEIL VAN INVALIDEN "TIEZE week is in de vaste commissie voor sociale zaken in de Tweede Kamer uitvoerig gesproken over de gevoelige inkomstenvermindering, die tienduizenden invaliden en langdurig zieken werd opgelegd. Bij het invoeren van de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 1 juli van dit jaar zijn deze uitkeringen niet zelden twintig gulden per week verlaagd. Na de discussies in de Kamercommissie deelde minister Roolvink mee, dat over deze kwestie advies aan de Sociaal-Economische Raad zal worden gevraagd. Dat i.s dan het zoveelste advies. Want al een jaar, geleden — in de voorbereiding van de WAO — is de zaak ook besproken in de Sociale Verzekeringsraad. De Stichting van de Arbeid heeft er eveneens verschillende besprekingen aan gewijd. Zelfs de ondernemersorganisaties hebben zich met de uitkering aan invaliden en langdurig zieken beziggehouden. Niet om hen te helpen, maar om deze mensen een inkomstenvermindering op de nek te schuiven. "TiE invaliden en langdurig -*-' zieken, waar het hier om gaat, hadden vóór het in werking treden van de WAO een uitkering volgens de Interimwet Invaliditeitsrentetrekkers (IWI). Deze uitkering was meestal laag, mede doordat zij was gebaseerd op het gemiddelde loon van ongeschoolde werknemers. Op grond van verlengde ziekengeld' regelingen werd de IWI-uitkering veelal aangevuld tot 80—100 pet van het werkelijke loon, dat de verzekerde vóór zijn arbeidsongeschiktheid had. Na 1 juli is door de verlengde ziekengeldregelingen een streep gehaald. In de besturen van de meeste bedrijfsverenigingen weigerden de ondernemers langer medewerking te verlenen aan deze of andere aanvullende regelingen. Voor de betrokkenen betekent dit dat zij het zonder aanvullende uitkering moeten stellen of in het gunstigste geval met een verminderde aanvulling. Deze vroegere invaliditeitsrentetrekkers (IWI) vallen thans onder een overgangsregeling van de WAO. De uitkeringen zijn echter laag wegens het laag vastgestelde dagloon, waarover de uitkering wordt berekend. Evenals in de Interimwet Invaliditeitsrentetrekkers is in de overgangsregeling-WAO de uitkering gebaseerd op het gemiddelde loon van de ongeschoolde werknemer. * * * T\EZE opeenstapeling van onrechtvaardigheden wordt gelegd op mensen, die - meer dan wie ook - recht hebben op een behoorlijk en een onbekommerd bestaan. Thans moeten zij bezuinigen op uitgaven, wat hun levenspeil ernstig aantast en schadelijk kan zijn voor hun herstel. De ondernemers, met hun keiharde kapitalistische moraal, maken zich er geen zorgen om. Al in de zomer van 1966 lieten zij weten, dat het eens en voor altijd uit moest zijn met verlengde en ..hoge" ziekengelduitkeringen. In het orgaan van het Centraal Sociaal Werkgevers Verbond van 20 juli 1966 werd letterlijk gezegd: ~De Raad van Bestuur in arbeidszaken — het werkgeversdeel van de Stichting van de Arbeid — is nu van mening dat in de nieuwe arbeidsongeschiktheidsverzekering aanvullende en bovenwettelijke uitkeringen niet passen. Het is dienstig dat men dit standpunt in alle besturen der bedrijfsverenigingen en bij de CAO-onderhandelingen duidelijk inneemt." Volgens het ondernemersblad is de WAO sterk gericht op „he. benutten van de resterende validiteit" en kan het geen kwaad dat er op'de invalide na een jaar ziekengeld „enige materiële druk" om „volledige medewerking te geven aan revalidatie" wordt uitgeoefend. De redenering komt er op neer: Verstrek de invalide of langdurig zieke een zodanig lage uitkering, dat hij gedwongen wordt zo gauw mogelijk geheel of gedeeltelijk het werk te 'hervatten. Dat is voor de ondernemers één — voordelige — kant van de zaak. De andere kant is, dat afschaffing van aanvullende ziekengeldregelingen verminderde premiedruk voor hen betekent. Ook daarom is afbraak van sociale voorzieningen hen over het algemeen bijzonder welkom. Een tijdlang hebben de ondernemers de verlengde ziekengeldregeling aanvaardbaar geacht, omdat ze hierin een middel zagen om arbeiders aan hun bedrijf te binden. Nu ze hun hoop gevestigd hebben op grotere werkloosheid denken zij dit middel niet meer nodig te nebben. • „ * TVTA de aanval op de verlengde -1" ziekengelduitkeringen draaiden de ondernemers hun jasje om en vroegen de toenmalige minister Veldkamp de WAO-overgangsregeling te verbeteren door het dagloon te verhogen. De KVP-minister kaatste het balletje terug, wees het voorstel af en zei meer te voelen v00r.... verlengde ziekengelduitkeringen. Dit ping-pong-spelletje tussen rechtse regeerders en ondernemers wordt nu al meer dan een jaar voortgezet. Van regeringszijde thans door Roolvink. Ruim een maand geleden nog liet hij weten dat verbetering van het dagloon in de WAO-overgangsregeling verschrikkelijk moeilijk is. En evenals Veldkamp wees hij op de mogelijkheid van het sluiten van aanvullingsregelingen. Verder zou hij zich bezinnen over de WAO-overgangsregeling als de Sociale Verzekeringsraad hem had geadviseerd over de.... verlengde ziekengeldregelingen. Deze week is dit gebabbel gevolgd door de mededeling in de Tweede Kamer, dat hij ook nog eens advies van de SER zal vragen. * _ * * TIET wordt meer dan tijd dat er een einde komt aan dit rekken en trekken. Elke dag, dat invaliden en langdurig zieken minder uitkering ontvangen, vormt een aanklacht tegen de politiek van ondernemers en rechtse regeerders. Om de uitkeringen te verhogen is het nodig, dat het dagloon van de overgangsregeling- WAO wordt verbeterd Bovendien dienen door de bedrijfsverenigingen aanvullende regelingen in het leven te worden geroepen als aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. In enkele bedrijfstakken zijn dergelijke regelingen tot stand gekomen, zoals in de grafische industrie. Wat daar kan, kan ook in andere bedrijfstakken en ondernemingen. Van de vakbondsvertegenwoordigers in de bedrijfsverenigingen en bij CAO-onderhandelingen mag worden verlangd, dat zij met kracht voor aanvullende regelingen optreden. Verbetering van het dagloon, waarover de WAO-uitkeringen worden berekend, en afsluiting van aanvullende regelingen zijn niet alleen- in het belang van de tienduizenden invaliditeitsrentetrekkers, die thans door een inkomstenvermindering worden getroffen, doch ook in het belang van al de andere tienduizenden invaliden en langdurig zieken die nu nog geen financiële schade hebben, maar in de toekomst er wel door worden bedreigd. --- Frankrijk heeft 50 miljoen inwoners De vijftigmiljoenste in Frankrijk, die door het lot is bepaald, is een meisje: zij heet Sybille Le» moine en is op 25 september jl. geboren in een Normandisch gehucht op 15 km afstand van Le Havre: Sequeville, behorende bjj de gemeente Saint-Vigor d'lmonville. De vader van het kind, Maurice Lemoine, is een arbeider van een Franse raffinaderij. Samen met vrouw Lemoine heeft hij de baby aan de fotografen getoond op de thans in Parijs gehouden kindertentoonstelling. --- Tweede deel van „De Dertiger Jaren' Communisten en sociaaldemocraten in de fatale jaren 1936-1939 Strenge ontleding die voor geen heilige huisjes terugdeinst T Ho 'C 'aai' geleden is het eerste deel ver- Gfo n van De Dertiger Jaren van Paul de **■__• let voorwoord gaf de schrijver toen Bj)foi °°i'baat antwoord op de soms onuitge* cj, ,n vraag wat de zin kan zijn van het ,ez'ghouden niet gebeurtenissen, die aar achter ons liggen en zich afspeelir» v °r de tweede wereldoorlog, die zo diep usci ieven van de mensen en in de histotoiw» olltwikkeling ingreep. „Die dertiger > schreef Paul de Groot toen, „stonden —--_-_. j. ani u_ muui _u __i, „..u/men ld t/fl_i lliuuill °v-r^ et eerste deel van Paul de Groots herinneringen en f^-Urt- ■ *-"en van e 3aren '30 voornamelijk betrekking op de rt eede HSSen in de Periode 1930-1935, in het zojuist verschenen .e' wor<^t e aandacht gevestigd op de meest beslissen- K^°orl aa^s^e Jaren voor het uitbreken van de tweede we- . °g- Opnieuw wijst de schrijver in een voorwoord op de ïSsen de ontwikkeling in die tijd en de jaren waarin wij ,h leven: °lïe(j. herinneringen willen er geen aanspraak op maken een e 1 cj0 **e kroniek van de gebeurtenissen te zijn. Zij stellen zich M j "ie gebeurtenissen en handelingen te beschrijven, waar- Hn- °Verdenking nut kan opleveren in de huidige tijd en in tij.aste toekomst". ji.i*0o frvolgt: „Wat de drijfveren betreft van het optreden van tikejj. °e.eld het Duitse imperialisme, vertonen deze veel ge- W. met die der dertiger jaren. En dat is ook het geval met eH t*'((,allc*er verschijnsel, zowel in het gedrag van de oude machi-U h kapitalisme, in het bijzonder in de Verenigde Staten, 'C'le b e aroeidersbeweging, in het bijzonder in de communistiv beging". in liet teken van de opkomst van de macht van Hitler in Duitsland en van zijn sprong naar de wereldheerschappij. De indrukken die daarvan in het bewustzijn van het Nederlandse, volk zijn achtergebleven, zijn nog zeer levendig en, twintig jaar nadien, schijnen zij met de tijd nog levendiger te worden. Daarom, verdient de geschiedenis van die dertiger jaren de aandacht van allen die bezorgd zijn voor de herhaling ervan, met de gevolgen die in ons atoom lijd perk onvoorstelbaar zijnZ' Een, beeld van het partijcongres Kerstmis 1936 in de Oude RAI in Amsterdam. Aan de presidiumtaf el op de voorgrond Paul de Groot. --- SDAP-congres 1937 Nt^1 de n W°«B.t_, ,ot beschrijft in ues de reacties in ons land op de gebeurtenisen in Duitsland en in het bijzonder de houding die de Nederlandse communisten en sociaal-democraten tegenover de Duitse dreiging innamen. De CPN slaagde er steeds beter in zich te oriënteren op de Nederlandse verhoudingen en zich te ontdoen van schadelijke opvattingen uit het verleden. Meer en meer werd de nadruk gelegd op het Nederlandse karakter van de partij en op de noodzaak van gemeenschappelijk optreden van communisten en socialisten voor de verdediging van de belangen van de werkers, de democratie en de nationale zelfstandigheid. Op het congres in 1935 was het gevaar van een overweldiging door nazi-Duitsland onder het oog gezien en vastgesteld, dat de taak van de communisten er in dat geval in zou bestaan de belangen van arbeiders, boeren en middenstand te verdedigen," de arbeidersklasse op te roepen de bevrijdingsstrijd te voeren en niet toe te laten dat de Nederlandse bourgeoisie het op een accoordje met de nazi's zou gooien. In het tweede deel van De Dertiger Jaren beschrijft Paul de Groot het verkiezingscongres in de Amsterdamse RAI, Kerstmis 1936, waar dertienduizend mensen aan een oproep tot demonstreren gehoor hadden gegeven. Het was een grote mobilisatie voor de verkiezingen van mei 1937, waaraan voor de eerste keer de NSB van Mussert mee zou doen. Eenheid was het stramien van de communistische politiek. Maaide leiding van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP) weigerde samenwerking. Paul de Groot bespreekt in een van de hoofdstukken van het zojuist verschenen deel van De Dertiger Jaren uitvoerig het congres van de SDAP in 1937, waar zo op het eerste oog twee tegengestelde stromingen ten aanzien van de internationale politiek en veiligheid van ons land aan de dag traden. Een minderheid onder leiding van dr. W. Banning wilde de bevolking weerloos laten door pacifistisch gepraat. Een meerderheid, met ir. Albarda als woordvoerder, aanvaardde wel de landsverdediging, maar deze stellingname vormde een onderdeel van een algemene koersverandering, die de SDAP rijp moest maken voor het opnemen in de regeringscoalitie, die kort na het uitbreken van de oorlog ontstond. Met verwilderd anti-communisme werd getracht een barrière tegen de samenwerking op te werpen. De communisten daarentegen zetten er alles op om brede kringen van de sociaal-democratie en de vakbeweging in de acties voor de vrede en tegen het fascisme te betrekken. Gedurende de bezettingsjaren heeft deze politiek veel vrucht gedragen. Paul de Groot schrijft over de toestand in de SDAP kort voor de oorlog: „Eerst op langere afstand, in onze tijd, wordt hetgeen zich in de periode 1935-1940 in de SDAP afspeelde helder en duidelijk. Dr. W. Banning was sinds 1932 hoofdredacteur van „Tijd en Taak" geworden en directeur van de „Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers" te Bentveld. Hij was de aanvoerder van de groep, die zich de inbreng van het christendom in het socialisme ten doel heette te stellen, en die zich religieussocialistisch noemde. Maar thans is wel duidelijk dat Bannings politiek weinig met de verhouding van het socialisme tot religie te maken had. De religieus-socialistische vlag diende als dekking' voor een vreemde lading, n.l. de weerloosheid tegenover Hitler. De meerderheid van Albarda, Vos, Vorrink, Wiardi Beekman c.s. sprak zich niet zo openhartig uit, maar deed wat in de gegeven situatie dezelfde uitwerking moest hebben. Zij capituleerde ideologisch, verloochende het klassekarakter van de arbeiderspartij en maakte haar machteloos en weerloos tegenover de nazi-bedreiging. De ideologische capitulatie, op het congres in 1937, leidde tot de practische capitulatie toen de bezetter op 19 juli 1940 de partij ontbond en de leiding zich hieraan onderwierp. Die capitulatie duurde de gehele bezetting door. „Gedurende de gehele oorlog zweeg de SDAP," getuigde later W. Thomassen. De SDAP-leden, die Banning in 1937 honend aangeduid had als de lui die „in elk geval tegen de Hitler-benden wilden vechten," gingen tijdens de bezetting individueel deelnemen aan het verzet, in de meeste gevallen samen met communisten. Die samenwerking juist wilde de SDAP-leiding in 1937 al tot elke prijs verhinderen. Eenheid tegen het fascisme - colportage met de vooroorlogse communistische krant Volksdagblad in Amsterdam. (Foto ontleend aan De Dertiger Jaren.) Discussies aan een stempellokaal in Amsterdam in 1936. (Foto ontleend aan De Dertiger Jaren.) --- Daden beoordelen, niet etiket En Paul de Groot besluit dit hoofdstuk van zijn overdenkingen in het tweede deel van De Dertiger Jaren met de woorden: „De leiding van de SDAP maakte zich op om voor de aanval van Hitler te capituleren. De communisten maakten zich op om aan deze aanval weerstand te bieden. Daarom waren zij het grootste obstakel voor de capitulatiepolitiek. En daarom moest de eenheid van de anti-fascistische sociaal-democraten met de Communistische Partij met alle middelen worden tegengegaan. Het is onze plicht om hier aan te herinneren, vooral omdat na de oorlog dr. W. Banning, samen met Vorrink, vader werd van de Partij van de Arbeid, die zich in haar internationale politiek vereenzelvigde met het militaire blok van de NAVO en een der ijverigste promotors werd voor de herbewapening van West-Duitsland. Nu het tegen de Sowjet-Unie ging, werd het militaire geweld opeens voor de „religieus-socialisten" best aanvaardbaar, tot de atoomwapens toe. Ook kwamen de hoge militaire uitgaven er niet meer op aan, waarmee zij, toen het tegen Hitler ging, in naam van de „geweldloosheid" zozeer hadden geschermd. Dit bewijst nog eens hoe men, in de politieke strijd, de mensen objectief naar hun daden moet beoordelen, en niet naar het etiket dat zij zichzelf hebben opgeplakt." Paul de Groots beschouwingen over de reacties van de Nederlandse arbeidersbeweging op de Duitse dreiging vormen slechts een van de elf hoofdstukken van „De Dertiger Jaren". Andere vraagstukken die zich in deze bewogen tijd voordeden en die in hun algemeenheid ook nu vaak nog van brandende actualiteit zijn, worden elders in het boek helder belicht. De vele duizenden, die het eerste deel van Paul de Groots politieke memoires lazen en die nu ongetwijfeld ook gretig naar het tweede deel zullen grijpen, maar ook degenen die nu eerst het tweede van De Dertiger Jaren lezen, zullen door deze verdere overdenkingen van Paul de Groot hun inzicht verdiepen in het tijdsgewricht waarin wij leven. --- Wat zal de winter ons voor weer brengen? (Van onze weerkundige medewerker) De jaarlijks in het najaar terugkerende „kletspraat" over de naderende strenge winter is weer begonnen. Een Amerikaanse professor zou tegen een verslaggever van een Duits weekblad, hebben beweerd, dat we een klimaatsverslechtering tegemoetgaan en dat in bepaalde gebieden van het noordelijk halfrond, waar slechts eens per honderd jaar de temperatuur onder het vriespunt komt, zelfs sneeuw zal vallen. Een andere Amerikaanse weerkundige verwacht daarentegen dat de winter in het Noord- en Oostzeegebied juist zacht zal worden. Hij heeft namelijk vastgesteld, dat de temperatuur van de golf stroom de laatste maanden belangrijk zou zijn gestegen. Nu kan de temperatuur van de golf stroom inderdaad wel iets te maken hebben met „het weer". De Golf stroom De golfstroom komt uit de Golf van Mexico van waar hij tussen Florida en de Bahama-eilanden door, naar de Atlantische Oceaan stroomt. Per seconde passeert hier 26 miljoen kubieke meter zeewater. De aandrijvende kracht van deze enorme stroming is een niveauverschil van 20 centimeter tussen de zeespiegel van de Golf van Mexico aan de westkant van de punt van Florida en de Atlantische Oceaan. Passaatwinden in het tropische gedeelte van de Atlantische Oceaan houden voortdurend een oostwest-gaande waterstroming in stand, die langs de noordkust van Zuid-Amerika naar de Golf van Mexico wordt gestuwd. De sterkte van deze winden kan van invloed zijn op bepaalde eigenschappen van de golfstroom. De oudere generatie van meteorologen, onder wie velen met veel zee-ervaring, meenden dat een zwakke passaat een koude Europesche winter tot gevolg kon hebben; een sterke passaat een zachte winter. Thermische depressie De invloed van het warme water op ons weer is echter minder eenvoudig dan het lijkt. He. is niet direct de invloed van het lauwe water zelf, maar meer de invloed die het uitoefent op de luchtdrukverdeling. Warm water bevordert namelijk vooral in de winter het ontstaan van een thermisch lagedrukgebied. Het hangt er nu maar van af, waar ergens voor de Westeuropese kustgebieden dit lagedrukgebied zal ontstaan. De ligging boven bijvoorbeeld de Noorse Zee zal over de Westeuropese gebieden een zuidelijke stroom veroorzaken, waardoor 'het winterweer daar aan de zachte kant zal zijn. Aan de achterzijde van dit lagedrukgebied, waar een noordelijke wind waait wordt zeer koude lucht uit de poolstreken aangevoerd, waarvan Groenland en Labrador hun ijzige portie krijgen. Er kunnen zich in de golfstroom echter veranderingen voordoen, waardoor bijvoorbeeld een hoeveelheid extra warm water wordt aangevoerd. Dit zou er toe kunnen leiden, dat het thermisch lagedrukgebied reeds ten westen van lerland zijn zetel gaat opslaan. Een deel van West-Europa komt dan in de sector van de depressie te liggen, waar de wind uit oostelijke richtingen waait, hetgeen daar de inleiding kan worden voor een koude of strenge winter. De strenge van 1928-29 was daar een voorbeeld van. Veranderingen rond het halfrond Uit meteorologische gegevens van de lange, zeer strenge winter 1962--63 (de koudste sedert 130 jaar) is wel gebleken dat om het gehele halfrond een belangrijke wijziging -in de circulatiestromen was ingetreden, vooral in de 'hogere lagen van de atmosfeer. In plaats van de gewoonlijk zonale west-oost-circulatie was om het gehele halfrond een intensieve meridionale (noordzuid) circulatie ingetreden die de gehele winter aanhield. Europa had de koudste winter sedert 1829-30. Ook het oosten van Noord-Amerika en grote gedeelten van de Sowjet-Unie waren zeer koud. Daarentegen was in andere gebieden van het halfrond de winter abnormaal zacht. Kortdurende koude-invallen worden soms veroorzaakt door grote trekkende koude hogedrukgebieden. die op hun weg van bijvoorbeeld Groenland naar de Balkan een aantal dagen vriezend weer brengen in verschillende Europese landen. Er zijn nog vele weertypen mogelijk die de winter een kwakkelend karakter kunnen geven. Over het weer van de komende winter kan — zoals u wel weet — niets met zekerheid gezegd worden. Er zullen ongetwijfeld weer „deskundigen" opdoemen die de seizoen-verwachtingen uit hun mouw schudden. Alles wat u daaromtrent nog te horen of te lezen krijgt is echter volkomen onbetrouwbaar en dus waardeloos. Wilt u toch een illusie: De oude vermaarde Enkhuizer verwacht een koude maand december met vorst. Ook januari zal vrij koud zijn met vooral in het begin van de 2de decade vorst. Daarna ivordt liiet toeer guur met snecuivbuicn. die ook nog doorzetten in begin februari. ---