BUITENLAND Indonesië-symposium benadrukt verbondenheid CPN-PKI bevrijdings-beweging, strijd en solidariteit (D°or Elsbeth Etty) w',CpN-PKI, bevrijdingsbew^ lr>g, strijd en solidariteit" ty s het motto van het afgelopen Q^ekend gehouden symposium |r Indonesië. tiid •llad nauwelijks een beter JQstip uitgekozen kunnen wortu 1' e bijeenkomst vond plaats Nprien het staatsbezoek van de aan Premier Van A& i"cc et Indonesische Suhartor,siem en de neo-koloniale IGi-conferentie. en RZe '^^I-conferentie wordt op 7 sten. me' in het Amsterdamse Amvari P^l gehouden. Onder leiding 'and k oude ..moederland" Nederdaar "^spreken veel westerse landen °rn ri e milJardensteun aan Suharto het , lens onderdrukkingsregiem in N«*del te houden. sjfcv a's andere jaren zuilen progrescorif Nederlanders tegen de IGGIt h rentie protesteren. Ze zullen la- Mjet en aan welke kant zij staan. voor naast Suharto maar naast het s'sch2lJn vriJheid strijdende Indonede s.e Y°'k: de boeren, de arbeiders, len Uc>enten, de politieke gevangegevann de tienduizenden ex-politieke bevv- e°en die door het generaalsbehav. ■ noS steeds als paria's worden j^arideld. gelri j indonesië-commissie zamelt Sen . om een aantal van deze menrn Ssj "elpen. Het door deze comdr cc georganiseerde symposium teriaa,op een reeks van terreinen made sr.!-8.311 voor een versterking van ial»srne iteit met het door ko,on" 'ang _ en neo-kolonialisme eeuwensië. onderdrukte volk van Indone- „De zaak van de Indonesische revolutie hebben wij altijd ervaren als onze zaak. We hebben krachten noch moeite gespaard om de vrijheidsstrijd van het Indonesische volk te steunen vanuit de wetenschap dat wij nooit vrij kunnen zijn zolang dat volk onderdrukt wordt." Dit zei Joop Wolff het afgelopen weekend in zijn slotwoord op het door de Indonesië-commissie van de CPN georganiseerde symposium „CPN-PKI, bevrijdingsbeweging, strijd en solidariteit". Van dat symposium, waar heden en verleden van de Indonesische vrijheidsstrijd in diepgaande beschouwingen uitvoerig werden belicht, volgt op deze pagina een verslag. Een rijsveld op Java --- Versterk de solidariteit met de Indonesische vrijheidsstrijd! postgiro 2940390 Wilt u blijvend steunen, maak dan periodiek een vast bedrag per maand over. Kaarten hiervoor bij het giro- of postkantoor of bij onderstaand adres: Ratio Koster Van der Duijnstraat 6" Amsterdam. Indonesiëcommissie CPN --- Indonesische vrouwen A's gastspreekster namens het Kormtee Indonesië gat Mieke Lokkerbol een gedetailleerd verslag var de ontwikkeling van de Indonesische vrouwenbeweging die ongeveer tachtig jaar geleden in gang werd gezet door de activiteiten yan Kartini. Kartini werd in 1879 als dochter van regent geboren en begon zich al °P jonge leeftijd te verzetten tegen polygamie en het gedwongen huwelijk. Onderwijs aan vrouwen zag ze als de sleutel voor het beëindigen van de onderdrukking en samen met haar zuster jachtte ze veel meisjesscholen op. "* een overzicht van de ups en downs van de vrouwenbewegingen die, in nav°lging van Kartini, in de eerste vijftig laar van deze eeuw vooral onder elitebouwen belangrijk.werk deden, beschreef Mieke Lokkerbol het ontstaan in f"6 jaren '50 van de Gerwani. ~'t was de eerste progressieve Indonesische vrouwenbeweging die uitgroeide Jot een massabeweging. De hoofdpunen in het program van de Gerwani waen: een democratische huwelijkswet, *Ware straffen op verkrachting, arbeidswetgeving, leerplichtcontrole, medische °rg en prijscontrole voor fundamentee consumptiegoederen. ■"1963 telde de Gerwani al anderhalf ""Ijoen leden. Toen al moet ze de 9rootste vrouwenorganisatie ter wereld geweest zijn. Na de staatsgreep in 1965 ™erd de Gerwani verboden. Duizenden an haar leden werden gevangen geno" en. verkracht en vermoord. In de P'aats van de Gerwani kwamen door et regiem gecontroleerde reactionaire ™ Positie van de Indonesische vroub n. van wie er velen geen werk heb- Qe!i Cn 9rote aantallen (o( prostitutie yeareven worden is uiterst moeilijk, al"s Mieke Lokkerbol. Ze wees hierbij Por ?arns °P de vrouwelijke ex- J'tieke gevangenen en op de echtgevan en moeders van ex-politieke geöar ?enen Met deze vrouwen 's de so,i' 'teit van Nederlandse vrouwen nu eer dan ooit nodig. --- Zelfbeschikkingsrecht *cUe j" blJdrage aan het symposium P°sitie ,p Wolff u"teen vanuit welke yefstfcrW e CpN zich inzet voor de :nd0n *'!lg van die solidariteit. „De *ot haar ?"c°mmiss'P reke"t het zich eon a in N herland een eigen ?nUvikLi toestand in Indonesië te ,eden velen- N^t om in de plaats te x bahdp. ~bredere samenwerkingsi ' Werw eop dit terrein waarder dt„Verrichten- maar om dit alri Van orT Vanuit de bijzondere posine vaste Parti-i' voortspruitend uit n er alt "Ü1 onverbrekelijke relatie Pn en a bestaan heeft tussen de at'°nalP te PKI- de PNI en andere » Eerder h!.Chten in Indonesië." a er'nk di, Annie van Ommerent^egevprf u symPosium opende. deiïands de band tussen de kG en Indonesische comrbondenKStorisch gegroeid is: „De Kl en ri d van de CPN met de )Tegirig mi natlona'e bevrijdingsbelaned ndones'ë is geworteld in afn>-koWU?ee gemeenschappelijke t vCts *le striJd" k'oniau ze u'teen welke rol het i eweein Vraagstuk in de arbeidersere n„,gespeeld heeft. ..Verschil- i'eke part' Jen hadden in erleden commissies die zich bezig hielden met het koloniale vraagstuk. Want over de opheffing van koloniale onderdrukking en overheersing is in de geschiedenis van de arbeidersbeweging, nationaal en internationaal, heftig gestreden. De ethische richting van deskundigen op dit gebied streefde naar verzachting van het lot der onderdrukten in de kolonie, maar vond evenals de reformistische delen van de sociaal-democratie, de koloniale volkeren niet rijp voor zelfbestuur. In Nederland waren het de communisten die optraden voor het zelfbeschikkingsrecht van de koloniale volkeren. Zij stelden als enigen het perspectief van een onafhankelijke Indonesische staat. De uitspraak van Marx: geen volk kan vrij zijn dat andere volkeren onderdrukt is steeds leidraad van ons handelrn geweest. Deze lijn loopt door tot nu.' Die opstelling heeft tot een aantal belangrijke resultaten geleid, aldus Annie van Ommeren. Het recht op zelfbeschikking van koloniaal onderdrukte volkeren over hun eigen land en natuurlijke rijkdommen is nu een algemeen aanvaarde opvatting. Door de voortdurende acties in Nederland is de ware aard van het sinds 1965 aan de macht zijnde militaire bewind in Djakarta blootgelegd en mede ondor druk van de strijd hier zijn vorig jaar eindelijk duizenden politieke gevangenen vrijgelaten." --- Vierhonderd rupiah per dag De ontwikkelingen in Indonesië worden natuurlijk niet in de eerste plaats bepaald door de strijd in Nederland maar door de beweging in het land zelf. Kennis over die beweging nu en in het verleden is een voorwaarde voor de solidariteit hier. Tegen die achtergrond was de bijdragevan Joop Morriën op het symposium van groot belang. Hij sprak over de arbeiders- en boerenbeweging in Indonesië, over de lessen die getrokken kunnen worden uit ervaringen in het verleden en over de politieke perspectieven van de strijd zoals die op dit moment tegen het Suharto-bewind gevoerd wordt. Joop Morriën vertelde dat er vooral het laatste half jaar steeds meer berichten uit Indonesië komen over acties van arbeiders en boeren die aangeven dat er sprake is van een opleving van de strijd. Ook de Indonesische dag- en weekbladen kunnen berichten over acties niet meer uit hun kolommen houden en sommige geven er zelfs ruime, van sympathie getuigende informatie over. Arbeiders en boeren, aldus Joop Morriën, vormen de meerderheid van de bevolking en zij zijn de belangrijkste kracht in de strijd tegen de positie van de buitenlandse concerns, de bureaucratische Indonesische kapitalisten en de feodale overblijfselen op het platteland. De overgrote meerderheid van de bevolking leeft onder erbarmelijke omstandigheden. Zestig procent van de Indonesische arbeiders verdient maar 400 rupiah per dag, dat is ongeveer ƒ 1.30. De overigen verdienen ƒ1,75 ofwel 600 rupiah. Men moet daarbij bedenken dat één kilo rijst van de laagste kwaliteit — met veel rommel er in — al 200 rupiah kost. Voor één kilo rijst van de beste kwaliteit. Tjiandjur. betaal je 340 rupiah. Indonesië heeft een aantal gemoderniseerde bedrijven, zoals assemblage voor auto's en oliewinning, waar meer dan de helft van de werknemers beneden de dertig is. Deze jonge mensen blijken een stimulerende kracht te zijn in de acties die het afgelopen half jaar hebben plaatsgevonden en die zon invloed hebben dat het Suharto-bewind zich genoodzaakt heeft gezien meer aandacht te schenken aan de zogenaamde „commissie van geschillen". --- Federasi Buruh Seluru Een negatieve factor voor de strijd van de Indonesische arbeiders, zo ging Joop Morriën verder, is dat de grote vakcentrale SOBSI na de staatsgreep van Suharto in 1965 werd verboden en dat tienduizenden ervaren kaders zijn vermoord of In concentratiekampen opgesloten. De strijd van de arbeiders kan echter niet worden verstikt, zo blijkt juist de laatste tijd weer heel duidelijk. Zelfs de Federasi Buruh Seluru, (FBSI) de door de Suhartó-lieden opgerichte vakbond kan zich niet aan die invloed onttrekken. Zij kan natuurlijk in geen enkel opzicht de plaats van de SOBSI innemen maar een feit is dat ze steeds vaker tot optreden gedwongen wordt. Dit kwam in alle openbaarheid naar voren op het eerste congres van de FBSI sinds zeven jaar dat half april in Djakarta gehouden werd. Door meningsverschillen tussen leden en leiding duurde het congres twee dagen langer clan gepland was. De ontwikkelingen in de vakbeweging zijn een doorn in het oog van het regiem. AU Murtopo. de minister van voorlichting, heeft immers heel duidelijk aangegeven welke functie de generaals aan de vakbeweging toekennen toen hij de hoop uitsprak dat „de FBSI een basis zal zijn tegen alle subversieve acties en negatieve invloeden op het Indonesische volk De FBSI kan een baken zijn om een come back van de PKI te verhinderen", aldus Suharto's minister van voorlichting.. --- Geen model Het belangrijkste deel van Morriëns bijdrage handelde over de strijd van de boeren die volgens hem in een land als Indonesië van doorslaggevend belang is. „Het is een erkend feit dat in alle derde wereldlanden de grote meerderheid van de bevolking op het platteland woont en dat diepingrijpende maatschappelijke veranderingen alleen kunnen plaatsvinden als de boeren als een zelfbewuste massa aan de strijd deelnemen. Toch is de situatie niet voor al die landen gelijk en er kan dan ook geen sprake zijn van één model voor het voltrekken van de nationaal democratische revolutie", aldus Joop Morriën die vervolgens de verschillen uiteenzette tussen landen als China. Vietnam. India en Indonesië. Een verschil tussen India en Indonesië is bijvoorbeeld dat het eerste land in tegenstelling tot het tweede een relatief grote arbeidersklasse heeft, geconcentreerd in zes a zeven grote steden. Het organiseren van de boeren daar heeft echter met extra moeilijkheden te kampen als gevolg van het kastensysteem dat in Indonesië niet bestaat. Een kenmerk bij de opkomst van de nationale beweging in Indonesië is dat er wel vakbondsorganisaties — organisaties van arbeiders dus — werden gevormd, maar geen organisaties van boeren. Speciale boerenorganisaties ontstonden pas enkele jaren na de augustus-revolutie van 1945. Dat is op zich al een teken van de geringe aandacht die er. ook van de kant van de Indonesische communisten, voor de strijd van de boeren bestond. Volgens Joop Morriën hangt dat nauw samen met de wijze waarop er vanuit de Komintern op dit vraagstuk werd gereageerd. „Er werd natuurlijk wel gewezen op de noodzaak om de boeren in de revolutionaire strijd te betrekken maar dat bleef veelal beperkt tot algemeenheden. De houding tegenover de boeren werd beïnvloed door de idee dat zij toch eigenlijk „kleine kapitalistische producenten" zijn. Op een congres van de PKI in 1924 werd over de boeren nog gesproken als een „kleinburgerlijke reactionaire massa". --- Land aan de boeren Na de proclamatie van de Indonesische Republiek werden de boerenmassa's niet in de strijd cm de grond in de dessa's betrokken. De PKI had geen boerenprogram met concrete eisen. Er heerste de opvatting, aldus Morriën, dat direct met de socialistische opbouw zou kunnen worden begonnen waarbij men voorbij ging aan de nationaal-democratische etappe van de revolutie. In 1947 werd de BTI. de Boerenbond, opgericht die in zijn program „het recht van de staat op alle grond" eiste, hetgeen niet in overeenstemming was met één van de hoofdopgaven van de eerste etappe van de revolutie: het beëindigen van feodale en half-feodale verhoudingen. Eén van de ervaringen van de PKI. die zich in de jaren die volgden wel serieus met het boerenvraagstuk bezighield, is geweest dat het geruime tijd duurt voor het vertrouwen van dessa-bewoners gewonnen kan worden zodat enig inzicht verkregen kan worden in de werkelijke — vaak ingewikkelde en van plaats tot plaats verschillende — verhoudingen. Behalve de noodzaak een eind te maken aan de armoede, ei de culturele en politieke achterstelling op het platteland is een boerenrevolutie in Indonesië ook zo belangrijk omdat ze de noodzakelijke voorwaarde is voor wijziging van de produktieverhoudingen. Alleen op die manier kunnen produktiekrachten voor industrialisatie worden vrijgemaakt. De PKI formuleerde dit in 1954 als volgt: „De agrarische revolutie is de voorwaarde voor de opbouw, industrialisatie en economische welvaart voor Indonesië (...) De eerste en enige voorwaarde voor die opbouw, industrialisatie en economische welvaart is de uitvoering van de leuze „land aan de boeren"." --- Boze nachtmerrie Vooral in de jaren 1955-1965 hebben de Indonesische communisten grote aandacht besteed aan het boerenvraagstuk. Volgens sommige buitenlandse commentatoren moet de staatsgreep van de generaals in 1965 zelfs voornamelijk worden toegeschreven aan de zich ontwikkelende acties op het platteland. Joop Morriën benadrukte dat de ervaringen van de PKI met het boerenvraagstuk. zowel de positieve als negatieve, van blijvende betekenis zijn voor de ontwikkeling van de Indonesische vrijheidsstrijd. Ervaringen die onder de moeilijkst denkbare omstandigheden van de afgelopen jaren verder verrijkt zijn. „Het militaire bewind van Suharto heeft in 2965-66 zware slagen toegebracht aan de krachten van de revolutie en die krachten politiek en fysiek willen liquideren. Maar dat is ondanks de honderdduizenden slachtoffers niet gelukt. De honderdduizenden boeren die voor de staatsgreep op een of andere wijze hebben deelgenomen aan de strijd moeten die strijdervaring en het verlangen naar een and?r, beter leven nog bezitten. Bovendien is er een jonge generatie die de verschrikkelijke terreur niet kent en zich onbevangener tegenover de problemen opstelt." Het is alleszins te begrijpen, zo besloot Joop Morriën zijn <.eer uitvoerige en gedetailleerde betoog, dat na een terreur als van Suharto de beweging enige tijd was ingezakt — maar geheel vernietigd was ze nooit. De pessimistische verhalen die enkele jaren geleden nog wel werden afgestoken over „volledige vernietiging" en „apathie" zijn niet bewaarheid. Het is duidelijk dat in Indonesië zelf de besluiten zullen vallen en de beslissende slagen zullen worden geleverd. Onze Indonesische kameraden zullen de wegen zoeken en vinden. De boze nachtmerrie van de terreur gaat verdwijnen en er komen — naast de beproefde — nieuwe, jonge kaders --- Eenzame fietser De strijd voor de bevrijding van het Indonesische volk uit de greep van zn neo-koloniale onderdrukkers is behalve een nationale ook een internationale strijd. Frans van Liempt schetste in zijn bijdrage welke imperialistische belangen, zowel economisch als militair strategische, er gemoeid zijn met het in het zadel houden van het Suharto-regiem. In dat kader plaatste hij ook het recente bezoek van Van Agt aan Indonesië. „Dat was geen tochtje van een eenzame fietser maar onderdeel van een druk gereis du laatste jaren van regeringsleiders, ministers en diplomaten uit kapitalistische landen. Naast Amerika en Japan die tot op heden de grootste belangen in Indonesië hebben begint ook de EEG steeds meer belangstelling te tonen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het onlangs gesloten akkoord tussen de EEG en de ASEAN (een economisch pact van vijf westers georiënteerde Zuidoost-Aziatische landen waaronder Indonesië). Behalve de economische belangen van het kapitalistische westen in Indonesië — die hij ondermeer illustreerde aan de hand van de komende IGGI-conferentie — behandelde Frans van Liempt het militair-strategische belang van dit land. Al enige tijd, zo zei hij, worden door de Amerikaanse regering stappen ondernomen om landen in Zuid-Oost-Azië en met name ook Indonesië bij haar plannen voor de Perzische Golf in te schakelen. In dat verband gaf spreker een aantal voorbeelden van de wijze waarop Amerika en Japan Indonesië hij hun militaire samenwerking betrek..en. Frans van Liempt maar ook Pim Juffermans. die als gastspreker namens de IPSO-derde wereldgroep op de Nederlandse neo-koloniale belangen in Indonesië inging, sprak uitvoerig jver de volkerenmoord van het Suharto-regiem in Oost-Timor. Gewezen werd op de heroïsche vrijheidsstrijd van het Fretilin, op de noodzaak van onze solidariteit met die strijd en op de Nederlandse betrokkenheid via ondermeer het leveren van oorlogsschepen aan het Suharto-bewind die speciaal voor Oost- Timor bedoeld zijn. --- Edel metaal Over de Nederlandse koloniale politiek sprak André de Leeuw die. net als de sprekers voor hem aanknoopte bij het stuitende bezoek van Van Agt aan Suharto. In verband met dit bezoek gaf De Leeuw een uiteenzetting over de uitwerking van het neokolonialisme op de politieke moraal. „Moraal betreft edele en onedele zaken. Maar bij die ontmoeting in Djakirta was het eerste alleen aan de orae in de vorm van edel metaal: Zilver. De kranten hebben het uit de doeken gedaan: Van Agt had als feestgeschenk voor het generaalsregiem een zilveren model van het vlaggeschip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie meegenomen. Suharto schonk Van Agt geen kleinood, maar een racefiets, ook van zilver. Dit alles is zeer veelzeggend en symbolisch. Het edele metaal wordt zo misbruikt als uitdrukking van gestolde hebzucht, roofzucht en walgelijke pronkzucht. Wie zich in Indonesië nadrukkelijk als drager van de traditie van de Oost-Indische Compagnie presenteert zoals Van Agt deed, onderstreept op symbolische wijze dat hij zichzelf beschouwt als geestelijke erfgenaam van het koloniale verleden. Wie zoals Suharto — die zichzelf heeft later aanstellen als staatshoofd van Indonesië — een dergelijk geschenk feestelijk accepteert, toont zichzelf nadrukkelijk als zaakwaarnemer van buitenlandse machten die het gaat om de uitplundering van Indonesië. Het laten vervaardigen van zoiets onzinnigs als een fiets van zilver in een land met zon rijke culturele traditie als Indonesië maar waar de bevolking in honger en ontbering leeft en van •de meest elementaire voorzieningen verstoken is, geeft een zeldzaam inzicht in de geestesgesteldheid van de heersende kliek in Djakarta. Het laat zien dat voor deze regerende elite die zich zo mateloos verrijkt heeft aan corruptie de meest onzinnige en smakeloze pronk en praal tot norm is geworden", aldus André de Leeuw. --- Permuda Rakjat Bart Luirink, bestuurslid van het ANJV, sprak op het symposium over de solidariteit van Nederlandse jongeren en met name van het ANJV met de Indonesische jeugd. Dit solidariteit dateert al van jaren her, aldus Luirink die herinnerde aan het verzet in Nederland tegen de politionele acties die vooral ook onder Nederlandse dienstplichtigen gevoerd werden. De solidtrteit is ook altijd tot uitdrukking gekomen in de verbondenheid met de progressieve Indonesische jeugdorganisatie Permuda Rakjat die na 1965 door de generaals verboden werd. De voorzitter van deze organisatie, Sukatno, zit nog steeds gevangen, aldus Luirink die herinnerde aan het comité „Sukatno vrij" waarin een groot aantal Nederlandse jongerenorganisaties zich verenigd had. Op dit moment neemt het verzet onder de Indonesische jongeren en met name onder de studenten grote vormen aan. Hun strijd is op dit moment van enorme betekenis en verdient de grootst mogelijke steun. erkiezingsajfiche van de CPN in de jaren '30 --- Wie nu niets ziet zal straks blind zijn Het symposium werd afgesloten door Joop Wolff die er op wees dat niet alle vragen die tijdens het symposium in de verschillende bijdragen waren opgeworpen beantwoord kunnen worden. Vele antwoorden, zo zei hij. kunnen slechts komen van de Indonesische communisten die zich in Indonesië zélf verenigen, strijden voor de belangen van de bevolking en ongelooflijke problemen hebben te overwinnen. „Het is ons bekend dat zij zich verenigen in de strijd voor datgene wat nu nodig is om de Indonesische revolutie te doen zegevieren over de contrarevolutie van de generaals. Voor hen gaat dat vöör de analyse — hoe noodzakelijk ook — van de ontwikkelingen in het verleden. Analyse is voor iedere partij nodig maar dat vraagt tijd. het rijpen van inzichten en het kan slechts gebeuren op basis van herwonnen eenheid tegen het systeem van onderdrukking en in de actuele dagelijkse strijd", aldus Joop Wolff. Hij benadrukte vervolgens dat de CPN belangstelling heeft voor de verschillende conclusies die door verschillende Indonesische vrienden uit de ervaringen van vroeger worden getrokken en waar wij in Nederland veel van kunnen leren. Ten slotte onderstreepte Joop Wolff het belang van het signaleren van nieuwe verschijnselen in Indonesië, zoals op het symposium is gebeurd. „ledere verandering is de aandacht waard. leder sprietje nieuw groen trekt ons aan. Zo moet het ook zijn. Want grote veranderingen kondigen zich lang vooruit aan in kleine gebeurtenissen, in kleine rimpelingen aan het wateroppervlak. Wie np niets ziet zal straks blind zijn" ---