DE RUYTER-TENTO ONSTELLING Onze grootste zeeheld herdacht Vrijdagmiddag is in de Wagenzaal van het Rijksmuseum te Amsterdam een De Ruyter-tentoohstelling geopend. Onder de aanwezigen bevonden zich o.a. „Gauinspektor" Unger, gevolmachtigde van den Rijkscommissaris voor N.-Holland, vertegenwoordigers van de Duitsche Weemtacht, ir. Mussert, leidender N. S. 8., prof. dr. t. Goedewaagen, generaal H. A. Sej-ffardt, generaal-arbeidsleider L. A. C. de Bock, mr. A. J. Backer, commissaris van de provincie N.-Holland, de burgemeesters van Amsterdam en Haarlem, de wethouders van Amsterdam, dr. j. Smit en mr. P. P. Guépin, kolonel S. Tulp, hoofdcommissaris van politie en enkele leden van de families De Ruyter de Wildt en De Ruyter 'van Steveninc Ie Een gemengd koor onder leiding van Stephan Jansen opende de plechtigheid met het.„Wilt heden nu treden". --- Rede C. van Geelkerken De Ruyter, füdus de plaatsvervanger van den lfider der NJ5.8., de heer C. van Geelkerken in "zijn herdenkingsrede, werd in zijn leven gekenmerkt door een groot Godsvertrouwen. Hij was geen vechtjas van nature, maar hij liet zich leiden door zijn plicht, die hu' boven ailes stelde. Hy was een christen, strijder, soldaat en admiraal, zooals onze geschiedenis er geen tweede gekend heeft. - De heer van Geelkerken ging vervol-' gens uitvoerig den levensloop van De Ruyter na. , Hjj wees op het bijzondere plichtsgevoel van De Ruyter, die op 69-jarigen leeftijd op verzoek van de Staten met. een te zwakke vloot de Franschen opzocht en zijn leven veil had voor wat zijn pücht hem gebood. Met woorden van hulde aan de nagedachtenis van den grooten zeeheld, die door den koning van Denemarken in den adelstand werd verheven, maar die voor alles „bestevaer" De Ruyter bleef, besloot de heer Van Geelkerken zijn rede. Nadat het gemengde koor onder» leiding van Stephan Jansen een cantate had gezongen, bezichtigden de genoodigden de interessante tentoonstel- --- Vierde Zondag na Pinksteren EEN ONVER WACHTE VANGST Het leven van den modernen, mensen uit zich in een koortsachtige activiteit. Velerlei zijn de doeleinden, welke wij nastreyen en daarbij schijnen wij bevreesd te zijn, dat de tijd ons ongebruikt zal ontglippen, indien wij niet dag en nacht' werken en j-orgen, om ons doel te bereiken. In korten tijd willen wij veel tot stand brengen. Arbeid is de leuze, waarnaar wij ons leven inrichten. Dat zien wij niet slechts by hen, die alleen aardsche belangen, geld. eer en aanzien nastreven, maar ook bij de Christenen. Wat Christus den Farizéën verweet, dat zij den menschen ondraaglijke lasten oplegden met hun vele voorschriften der Wet, dat doen wij ons zelf aan. Wij leggen ons allerlei lasten op en meenen, ook in het geestelijk leven, door een veelheid van godsdienstige oefeningen en devoties spoediger ons doel te bereiken. Om dan op een moment van inkeer tot de ontstellende conclusie te komen, dat al ons jachten en martelen, al onze uitwendige prestaties en ons werken voor de „katholieke zaak" ons innerlijk zoo bitter weinig rijker hebben gemaakt. „W ij hebbendengeheelennacht gearbeid en niets gevang e n." Onze eigen activiteit is we| een voorwaarde, maar geen verzekering voor succes. Dit is slechts de innerlijke kracht, welke voortkomt uit een leven in vereeniging met God. Hoewel wij den arbem niet mogen nalaten, is het toch niet van ons werk, maar van God alleen, dat het succes afhangt. Juist daarom zijn de.inwendige deugden: geloof, ootmoed, vertrouwen op God en onderwerping aan Z3n Wil het allereerst noodzakelijk. Wij moeten den deemoed leeren voor God. Evenals Petrus, de vakman, de ervaren visscher, moeten wij van wal durven steken en het net uitwerpen ter vangst, indien Hij het ons vraagt, ook al zegt onze menschelijke wijsheid en heel ons vakmanschap, krachtens hetwelk wij tot oordcelen bevoegd meenen te zijn, dat zulks onbegonnen werk is. „Op Uw woord echte- zal Ik het netuitwerpe n". Petrus heeft het bij die wonderbare vischvangst eens en vooral, zoowel voor zichzelf als voor ons, klaar en duidelijk te verstaan gekregen, dat er geen „neen" mogelijk is tegenover het goddelijk „ja". Ondanks den menscheiyken vooruitgang en ons toenemen in wetenschappelijke kennis blijven Gods Wil en Wet norm voor alle menschelijk handelen. En indien wij het toch anders zouden willen probeeren, dan zal, al graven wij nog zoo diep of al bouwen wij nog zoo hoog, ons bouwsel ineenstorten. De huidige situatie in de wereld bewijst maar al te duidelijk, dat een menschheid, die God vergeet en haar eigen inzichten volgt, zichzelf onvermijdelijk ten gronde richt. Slechts op één wijze kunnen wij dat veranderen: door opnieuw op te bouwen met God. „Zooals de rank, als zij niet aan den wijnstok, blijft, uit zichzelf geen vrucht kan vrortbrengen, zoo ook gij met, als g;i niet blijft in Mij" (Jo. 15, 4). Wij arbeiden nog te veel op eigen initiatief, wij doen ons werk veelal uit louter natuurlijke beweegredenen, uit eigenliefde of trots, wij handelen volgens onzen eigen wil en naar eigen goeddunken en daarom blijft ons werk zonder vrucht. Doch er is maar één wijze, die succes waarborgt: „Op Uw woord. Al ontmoeten wij nog zoo veel tegenslagen, van het schip van Petrus-werpen wij op Gods woord de netten uit. Indien menschenverstand mislukking na mislukking onvermijdelijk acht, indien wij ergernissen en afval zien in ons midden en 's werelds loop onrustig en onveilig is, toch blijven wij in Petrus' schip, want van zijn scheepje uit leert ons Christus, bij Wien alleen veiligheid is: ,£> e Heer is mijn licht en mp heil, wien zal ik vreezen? Al legert zich tegen mij een strijdmacht, mijn hart zal niet beangst wo r»d e n." (Intr.). Niet dat de Christen steeds vrij zal zijn van lijden en zorgen, maar, zoo 7-egt het Epistel, zij zijn niet te vergelij-. ken met de heerlijkheid, die in ons geopenbaard zal worden. De Christen toch is een mensen van verwachtingen. Het zwaartepunt van ons denken ligt in het hiernamaals. Daar ligt de reden voor ons Christeliik optimisme, dat ons voor teleurstellingen en tegenwerking onaantastbaar maakt. Dit optimisme is tevens onverstoorbaar, gegrond als het is, niet op ons eigen kunnen, maar op de kracht Gods. Het doet ons alle dingen en gebeurtenissen zien in God, het komt van God en heeft God tot einddoel. In de kracht van dit optimisme werkt de Christen aan de verbetering van zyn leven, omdat hy weet, dat het geringste goed, dat wij doen, ook de menschheid verrijkt en de wereid een ietsje beter maakt. De wereld, die nu in harde ervaring en bitteren nood moet leeren, wat Petrus dien dag op het meer van Genesareth heeft ondervonden, dat al onze kennis en vakmanschap, onze wijsheid en ontwikkeling wegvallen bij Christus' woord en dat, al zien wij het ook totaal anders, alleen Zijn woord waarborg is voor een even onverwachte als overvloedige vangst. Varen wij dus met vertrouwen uit in Petrus' schip, de H. Kerk, waar ook Christus is, en bidden wij voor ons zelf en de van velerlei nutteloozen arbeid vermoeide wereld om een voorspoedigen tocht, met Christus aan boord, opdat, zooals de Oratie zegt, „de loop van het wereldgebeuren zich onder Zijn leiding in vrede voor ons - voltrekke en Zijn Kerk Hem in rust en blijheid diene." K. --- Geringe verhooging der loonbelasting Ook tarief inkomstenbelasting wordt herzien 's-GRAVENHAGE, 20 Juni. In *het Verordeningenblad van heden is een besluit opgenomen,'waarin o. m. is bepaald, dat de loonbelasting met ingang van 1 Juli wordt verhoogd. Voor het meerendeel v_ de belastingplichtigen (ongeveer 75 pCt.) heeft de wijziging van het tarief slechts een betrekkelijk geringe verhooging van de .loonbelasting tot gevolg. De verhooging bedraagt b.v.: 1. Bij een weekloon van ƒ25: voor een ongehuwde ƒ0.15 per week; voor een gehuwde zonder kinderen ƒ 0.09 per week; voor een gehuwde met 1 kind ƒ0.05 per week. 2. Bij een weekloon van ƒ35: voor een ongehuwde ƒO3O per week; voor een gehuwde zonder kinderen ƒ0.20 per week; • voor eten gehuwde met 1 land ƒ0.16 per week; voor cci- gehuwde met 2 kinderen ƒ 0.12 per week; voor een gehuwde met 3 kinderen ƒO.OB per week; voor een gehuwde met 4 kinderen ƒ0.03 per week. 3. Bü een weekloon van ƒ4O: voor een ongehuwde ƒ0.40 per week; voor een gehuwde zonder kinderen ƒ0.27 per wc-ek,; voor een gehuwde- met 1 kind ƒ 0.21 per week; voor een gehuwde met 2 kinderen ■i 0.17 per week; voor. een gehuwde met 3 kinderen f 0.12 per week; voor een gehuwde met' 4 kinderen ƒ0.06 per week. De bijzondere tarieven voor losse arbeiders (negende uitvoeringsbeschikking loonbelasting 1940) en voor artisten, musici, enz. (zevende uitvoeringsbeschikking loonbelasting. 1940) blijven ongewijzigd. Aan de werkgevers zullen binnenkort door den belastingdienst nieuwe tabellen met handleiding worden verstrekt. De verhoogde belasting volgens deze nieuwe tabellen moet worden geheven van iconen over tijdvakken, welße na 30 Juni 1942 eindigen. Zoo zal voor weekloonen, welke op Zaterdag worden uitbetaald, de verhoogde belasting voor de eerste maal moeten worden ingehouden op de loonen, welke opA 4 'Juli worden uitbetaald. -* Het zal vermoedelijk niet mogelijk zijn aan alle werkgevers tijdig de nieuwe tabellen toe te zenden. In verband hiermede wordt medegedeeld, dat de werkgevers er bij de inhouding van behooren uit te gaan, dat de volgens de tot nu t»e geldende tabellen verschuldigde belasting met 10 % wordt verhoogd. Gedeelten van een cent worden naar beneden afgerond. » Uiteraard heeft de verhopging van --- TIJDSPIEGEL De vitaminenrijke rups Wij ontvingen het volgende schi. Geachte Tijdspiegelaar, U vraagt ons een uiteenzetting betre fende rupsen en vitaminen. Gaarne wt len wij aan uw verlangen voldoen. D kwestie is feitelijk erg eenvoudig. Rupsei toch verorberen ook in deze tijden nog circa twintig maal hun gewicht «*n bladgroen en staan dus als het ware aan de spits der vitaminen-houders. Gezien hun weeke weefsel zullen zij zeer' snel gaar-zijn. Men dient ze echter met weinig water op te zetten, daar anders veel vitaminen verloren gaan. Een en ander natuurlijk eerst nadat men ze onthaard heeft. Aangezien hiervoor het wonderlijke recinit gebruikt moet worden, dat, zooals u .bekend zal zijn, de rui£_ oppervlakken volkomen haarvrij maakt, doch dat alleen verkrijgbaar is op bon U van de textielkaart voor mannen, zullen rupsen dus niet aan de bonlooze menu's kunnen worden toegevoegd- Vertrouwend U een dienst te hebben bewezen, • * met de meeste hoogachting Uw dw. H. J. W. * het tarief van de loonbelasting tot gevolg, dat ook het tarief 'voor de inkomstenbelasting voor het belastingjaar 1942 zal worden verhoogd. Over ©enigen Ujd zal dan ook een verordening verschijnen, waarin het. nieuwe fexief tan de inkomstenbelasting zal zyn opgenomen. In het thans verschenen besluit is tevens in een bepaald geval de wijze van heffing van de loonbelasting vereen.voudigd.*Voor de werkgevers, die in den regel over het gewone loontydvak slechts een geschat bedrag uitbetalen en eerst na verloop van Verschillende loont ijdvakken,' welke gezamenlijk een tijdvak van drie maanden niet te boven gaan, het loon nauwk»**rig afrekëhen, is de mogeiykheid geopend de loonbelasting eerst bij de afrekening in te houden. --- KLEINE BERICHTEN Gisterenavond- werd ln Porto een Portugeesch-Spaansch wetenschappelijk congres op plechtige wijze geopend in den Sao Joacr-schouwburg. De voorzitter, de ministe- van onderwijs, dr. Figueiredo, wees in zijn openingsrede op de vriendschappelijke banden tusschen beide landen, waarbij hij in het bijzonder herinnerde aan den Spaanschen burgeroorlog, waarbij Portugal aan de zijde van het nationale Spanje had gestaan. Aan het congres, dat een vijftal dagen zal duren, nemen ongeveer 1000 vertegenwoordigers uit beide landen deel. De senaat van 't Tilburgsche Studentencorps „Sint Olof" is voor hefcoorpsjaar 1942—1943 ais volgt samengesteld: R. C. M. Dekkers, praeses; B. J. E. M. de Hoog, vice-prae&es; W. K. N. Schmelzer, ab-actis; ,J. M. Meys, qaestor; Th. A. Adriaansens, assessor. Het ab-acüaat zal gevestigd blijven Heuvel 62. Woensdag is te Parus het 30ste Salon der Decoratiekunstenaars geopend. --- KUNSTHANDEL GEBRS. KOCH ANNO 1850 SCHILDERIJEN DEN HAAG, ROTTERDAM, Hoogstraat 7 Jongkindstr. 11 --- - i __r HET GEHEIM M PRETTIGERSCHEREN! Waarom scheert U zich met Castella Scheerzeep toch zooveel prettiger en «neller? Omdat Castella Scheerzeep Recinit bevat - een wonderlijke stof. die de stugste haren terstond doorweekt en zacht maakt! Koop op Uw bon Castella Scheerzeep! CfiSTELLfI SCHEERZEEP met het wonderlijke RECINIT --- R.K. BEROEPSKEUZE-BUREAU 2e Const. Huygensstraat 77, Tel. 85968 Ook voor meisjes Gelegenheid tot beroep- en studieadvies ledere werkdag, behalve Zaterdae is het bureau geopend van 9—5 uur — vrijdagavond tevens van 7—B uur. --- KRONIEK VAN KUNST EN WETENSCHAP „NOODWEER” Tweeërlei bezieling Engelman 's nieuwste bundel Aan den titel „Noodweer", waaronder Jan Engelman weer eens ge. bundeld heeft, zijn de tijdsomstandigheden zeke» niet vreemd. Deze heb- Den Engelman tot meer dan éen gedicht Jjn zijn nieuwen bundel geïnspireerd! Waar zelfs in twee gedichten, die ge-, oateerd zijn, n.l. twee Kerstliederen van 1939 en 1940, ontdoet Engelman de tijds?»-tandigheden van hun actualiteit. Wanneer hij bijvoorbeeld schrijft: Het dreunt irr- alle straten bij d'ondergaande zon, met stappen van soldaten en daver van 't kanon — Beeft hij een simplistische voorstelling v*n zaken, welke, in plaats van licht te herpen op het karakteristieke van dezen *-en thans woedenden oorlog, dit karakteristieke juist negeert. En dit doet hü ■^'kens, wanneer hij de tijdsomstandigheden ter sprake brengt. Het zij verre van ons, hem dit tot f*n verwijt te maken. Engelman kiest thans geen partij dan in 't algemeen: _en het duistere en demonische endoor het goede en schoone. En zal hij «ch hiertoe slechts bepaald hebben om Redenen van negatieve strekking, zooals j^dat hy zich niet in de politiek heeft ""Hen mengen? ... G~--- Het lijkt ons geenszins uitgesloten, ja, pus zeer aannemelijk, dat hem vooral 'Wenen van positieve strekking bewo-B*n hebben, alle voortkomend niet uit ,at hij niet wil zijn, maar uit wat hij -81 een fcichter. Men moet onderscheiden politieke en *Usische bezieling. De eerste volstaat jVenniin om >n goed vers te maken, als de JJ*eede volstaat om goede politiek te Een goed dichter zal zelden 7^} goed politicus zijn en een goed po- zelden een goed dichter. Wel zal **n bepaalde politiek, hetzij door bewondering, hetzij door verontwaardiging * Wekken, de musische geestdrift kun~j* ontsteken zooals" ook de kunst de Politieke geestdrift zal kunnen doen ontwilden. Maar wanneer in het eerste de musische bezieling uit de poli.ek artistieke munt slaat, dan is * Politiek herleid tot een materie, die pOOl, den kunstvorm ontvankelijk is, zoo jp-M als, wanneer, in het tweede geval, °e Politieke -bezieling munt slaat uit de tunst, deze is herleid tot een materie, «-e voor den politieken vorm ontvang .k is. Ne voor den kunstvorm ont- ankeiijke materie echter, waartoe politiek wordt herleid, is Hls zoodanig niet ™eer ontvankelijk voor, den politieken tif_ en evenmin is de voor den poli«ten vorm ontvankelijke materie, aartoe kunst wordt herleid, als zoo" _ nog ontvankelijk voor den kunstvorm. Wat wij ons nu afvragen, is. of men **n materie, als welke Jan Engelman Poetischen vorm geeft in de gedichten ti^ .*-*Jn bundel „Noodweer", welke door , t'Jdsouiatandigheden werden geïnspie _, op nog een andere wijze voor dien v°rm ontvankelijk* kan maken dan door J~- Wat Jan Engelman heeft gedaan — ftaar actualiteit tot symbool te maken "-' er hét symbool voor in de plaats te" pellen? Zal, wanneer men dit niet doet, e materie er niet steeds een blijven, :j*e ontvankeliik Is voor den politiek-an _m? hier ook van zij, zeker is wel, r*' men door te doen, wat Engelman 'paan heeft, de meeste kans van J*een heeft, 't minst' gevaar loopt, den vorm op te dringen aan een . °°r dezen v-orm in wezen niet ontvan- e'yke, want politieke materie., Jan Engelman is er in geslaagd ook «jet die verzen van zijn bundel „Nood-1 J^r". welke den . lezer verband doen eggen tusschen dezen titel en de tijds•nstandigheden, zuivere poëzie te schenen. Wij citeeren hier een dier verzen: --- NOVEMBER bedachte-krachten, aangewend als schemels, 'J 1 op den horizon de Schorpioen. - waart het avondrood, het bloed des hemels, Eeteekend leven in een laat seizoen. ■Als in uw rijk de Geest nog op de wateren Van ongeborenheid het licht toe zweeft, -*nd uit, zend uit, verblindend alle hateren, «en regenboog waar Gods begin in beeft! -2ind is geen eind, en altoos aan te vangen de geest, die waait, door géén belang • onteerd. "Og blinken oogen, die het diepst t verlangen m de armzaligbeid niet zijn verleerd. Hier sta *k, luister, hef mijn handen, fle lucht is koud, de schaduw van den dood staat als een rookkolom op alle landen, — Mn nieuwe kleur vloeit in het avondrood. --- De taal is gansch een volk hp*a' tezer, tk oen tiet met u eens: lul is geen gezicht, die wonder- woordkoppelingen als ,-,d aeszomervilthoed efi" en $te hoo 11 andver z o r gi n g". P zijn geen dameszomers en er zijn êeen schooltanden. Men kan beter S'oen ,zomervüthoeden voor dames" tfi.-tandverzorging op school". Dit is qj-üelijicer- en bovendien beter Ne- Ijandsch: llj7n ook een andere lezer heeft ge.Se* Wanneer hij bezwaar maakt teden volgenden zin: n^erhalve wordt verzocht de ver!>enino .£ maanden" aan te breni»j ■ waarbij het woord „t w e e" niet i/cijfers" mag worden vermeld." tliq^rlijk is dit fout,om de eenvoucc e e reden, dat een cijfer nu eenmaal h e °y/er is en dus geen woord Het 'l het in een woord dan is er van hef cyter geen sprake: oebruikt men ■fcoofr'er dan wore druivelaar" en „Moerbei", waarin Engelman ons voorkomt een navolger te zijn van zich zelve. Minder bewonderen ook kunnen wij hem in de in „Noodweer" opgenomen fragmenten uit het mysteriespel „Sint Willibrord". Daarin volgt hij ons al te zeer Vondel na: Op lichte veders ruisch ik door het ruim en vindt de poort des hemels voor mijn wieken open, mijn haren vochtig van het wolkenschuim, mijn züvren rusting van het aetherblauw beloopen. Maar enkele inzinkingen kunnen niets afdoen aan de glansrijke bevestiging, welke de bundel .Noodweer" geeft van wat geen bevestiging meer van noode had: het waarachtige dichterschap van Engelman. Jan Derks (ad int.) --- HET CHRISTELIJKE OOSTEN Uitstekende populaire verhandelingen Het Christelijke Oosten. Verhandelingen over de geschiedenis en het godsdienstig leven van de Oostersche Kerken. In opdracht van het Apostolaat der Hereeniging uitgegeven door De Toorts te Heemstede. Deel I: De Breuk tusschen Oost en West, door C. A. Bonman, 1941. Deel III: Groeiend Wantrouwen, door F. Wijnhoven, A. A. 1941. In de 15 jaar van zijn bestaan heeft ons Nederlandsche „Apostolaat der Hereeniging" prachtig werk verricht. In breede kringen.heeft het belangstelling gewekt voor onze afgescheiden broeders in Christus, met name voor de- Oosterlingen. Daarnaast heeft het krachtig'en financieelen steun verleend aan talrijke centra van het Hereenigingswerk Door den oorlog is thans deze werkzaamheid grootendeels stilgelegd. Met des te meer vreugde begroeten wij daarom het initiatief van het Apostolaat om juist nu een groote uitgave over hes Christelijke Oosten te^doen verschijnen, waar het belangstellend publiek zijn hart aan op kan halen. Deze uitgave bostaat uit 10 deeltjes en geeft een overzicht van alles, wat op de geschiedenis en het leven der Oostersche Kerken betrekking heeft. In deze aardige boekjes, die smaakvol i.ijn uitgegeven en met mooie foto's verlucht, komen beurtelings 10 deskundigen aan het woord en behandelen: het ontstaan en de geschiedenis der Oostersche Kerken (dl. I—4), haar inrichting en gebruiken (dl. 5), de ikonen (dl. 6), de Godsmoeder (dl. 7), de eeredienst (dl. 8), hereenigmgspogingen in het verleden (dl. 9), het hereenigingswerk in Nederland (dl 10). Natuurlijk kan n dergelijke omvangrijke materie in een kort bestek slechts in groote lijnen besproken wprden. Voor eep diepere studie zal men steeds naar afzonderlijke bronnen moeten terugkeeren; daartoe geeft o.a het Iste deeltje de voornaamste literatuur aan. Eenerzij ds is het jammer dat deze uitgave, die als standaardwerk bedoeld is, aldus in haar geheel vrij oppervlakkig blijft. Van den an-' deren kant echter is'zij vcor een groos publiek bedoeld en moet dus wel een populair karakter behouden. Vandaar •ook dat de prijs zeer laag werd gesteld, opdat de serie binnen ieders bereik zou komen. Binnen deze grenzen voldoen de beide verschenen deeltjes uitstekend. De Breuk tusschen Oost en West, door C A. Bouman; geeft 'n algemeene inleiding op het Christelijke Oosten en het vraagstuk der Hereeniging. Schr. is goed thuis in zijn onderwerp. Hij geeft allereerst een beknopt overzicht van de verschillende Oostersche Kerken en het ontstaan Van de scheuring om vervolgens bepaalde punten _t nader te beschouwen, o.m. het kerkbegrip in het Oosten, theologie, geestelijk leven, liturgie enz., waarbij hü waardevolle inzichten biedt, die getuigen van een zuiver aanvoelen van het Christelijke Oosten. Groeiend wantrouwen door P. Wijnhoven, A. A. behandelt het 2de gedeelte van de geschiedenis der Oostersche Kerken, n.l. de episode der eigenlijke afscheiding, vanaf den beeldenstrijd tot aan den val van Constantinopel (843— 1453). Schr. geeft een levendig .verhaal van de gebeurtenissen onder Photius en Caerularius, o-ie de onmiddellijke aanleiaing werden tot het schisma, maar legt tevens nadruk op de politieke en cultureele verschillen tusschen Oost en West, die den eigenlijken ondergrond vormden tot de scheuring Tot slot bespreekt hij in het kort de Byzantijnsche theologen uit dezen tijd, de Athosmonniken en den befaamden strijd rond het Hesychasme. Met belangstelling zien we uit naar de verdere deeltjes, die weldra moeten volgen. Dom van Ruijven Prof. dr. T. Goedewaagen, secretarisgeneraal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten, tijdens zijn rede. (Fax Holland—de Haan—e.) * --- Nieuw museum te Utrecht? Er bestaan plannen ln Utrecht een nieuw museum te stichten, waarin waardevolle verzamelingen uit de optische en uit de goud- en zilverinausirie zulle** worden saamgebracht. Wcarsehijnlijk zullen deze plannen binnenkort verweafeniükt worden. In dit verband kan nog worden medegedeeld, dat er een zeer groote kans bestaat dat de vakschool voor goud- en zilversmeden en horlogemakers, welke thans nog te Schoonhoven gevestigd is, naar Utrecht zal worden overgeplaatst.. --- NATIONALTHEATER OSNABRICK De gafctvoorstellingen van het Nationaltheater te Osnabrück met de opera „Die lustigen Weiber von Windsor" te Arnhem, Rotterdam en Dordrecht, moeten om technische redenen tot nader order worden uitgesteld-. Daar nog niet vaststaat, wanneer deze gastvoorstellingen kunnen doorgaan, wordt men verzocht reeds genomen biljetten aan de Jpetrokken schouwburgcassa's terug te geven. --- Rede prof. Goedewaagen Prof. dr. T. Goedewaagen hield vervolgens een inleiding tot de rede van den heer Van Geelkerken, waarin hij als zijn overtuiging uitsprak, dat men ons volk weer moet vervullen van den sotdatesken geest van de „Gouden Eeuw' als men het tot zijn vroegere hoogte wtl opheffen. Hierbij kan De Ruyter, de heroische figuur van wien Colbert, de minister van den Zonnekoning, getuigde, dat hü de beste soldaat was, die ooit ter zee gevochten had, als leidsman dienen. De aanleiding tot de herdenking van De Ruyter is het feit, dat deze juist 275 jaar reeds den tocht naar Chatham maakte. Het departement van Volksvoorlichting en Kunsten, aldus spreker, heeft den gedenkdag van dit, wapenfeit niet onopgemerkt voorbij wfllen laten gaan. Na nog uitgeweid te hebben over de voorbereiding van de tentoonstelling gaf prof. Goedewaagen het woord aan den heer Van Geelkerken. --- TWAALFDE MOZART-DAG De Nederlandseh1 Mozart-gemeente houdt Zondag 5 Juli a_. te Baarn den twaalfden Nederlandscheh Mozart-dag. Na een samenkomst en begroeting in Lhotel Zeiler, wordt een concert gegeven, waaraan medewerken :■ Haakon Stotyn, hobo, F. ie Coultre, viool, mevr. C. van der Waals, alt-viool, ir. G.- Hulshof, cello en Johannes Röntgen, piano. Uitgevoerd worden: het kwartet in G kleine terts voor klavier, viool, alt en cello én het kwartet in F-groote terts voor hobo, viool, alt en cello. Na de koffietafel houdt men des middags de algemeene vergadering, waarna de dag wordt besloten met een korte wandeling en een afscheids-thee ergens in B&am. --- Vandaag' vertelt De heer Moorman duwde net tuinhek open en stapte op zijn huis aan Hij bad een vermoeienden dag, op kantoor gehad en \erlangae naar een rustigen avond. Toen hij de deur naderde, schalde hem uit het geopende raam van de zijkamer een vroolijke ■ lach tegemoet. Hij fronste de wenkbrauwefl en mompelde een verwenschlng. „Prachtig vooruitzicht voor vanavond", gromde hy. „Nietsnut!" Gemelyk hing hij zijn Jas en hoeo. aan den kapstok én gaf zyn vrouw die hem uit de keuken tegemoet was gekomen, een vluchtlgcn zoen. ..Blijft die-daar soms ook eten?' vroee hij. Met zijn duim wees hy over zijn schouder naar de zijkamer. „Och", zei ze verontschuldigend, „Mien vindt het zoo prettig " Zijn antwoord was onverstaanbaar. Die-daar was de minder vleiende betiteling voor Geert Scholten, wiens gelach den heer Moorman zoo had geïrriteerd. Hij was de zoon van den bekenden eigenaar der Goudvlsch-winkels (vijftig filialen ln alle- deelen des lands), doch hij had er niet den minsten lust in de '-ruideniers- en koloniale waren van zijn vader te verkoopen. Daarentegen had hy er zijn zinnen op gezet ln den autohandel te gaan en het liefst zou hy zyn loopbaan ln die branche beginnen by een flinke zaak, bijvoorbeeld by de firma van Kampen en Co., waar Miens vader chef de bureau was. Zoo lang hem dit nog niet was gelukt, deed h]j maar niets. En nietsdoen was iets, wat de hardwerkende kantoorchef, die de heer Moorman was, niet kon uitstaan. Vandaar zfln voortdurende schampere opmerkingen aan het adres van Geert. Het avondmaal viel toch nog al mee. Hoewel hy zich telkens voorhield: laat ik me niet door dien knaap laten inpalmen. • wist de Jongeman hem door handig manoeuvreeren zoodanig ln het gesprek te betrekken, dat hy, zyns ondanks, in een betere stemming van tafel opstond, dan hü er aan was gegaan. „En nou gaat u eens rustig zitten, vader", besliste Mien en sleepte zyn stoel op de beste plaats van het vertrek, „u Ziet er moe uit". Dat kan van hém niet worden gezegd, dacht de hper Moorman, maar hy wilde de stemming niet bederven door die hatelyke opmerking te plaatsen. „Weet Je, dat we nieuwe buren kry. gen?" begon zyn vrouw. „No. 37 Is verhuurd, hoorde ik. De volgende week wordt het heelemaal opgeknapt." „Hm". bromde de aangesprokene. „Opgeknapt, dat mocht ons huls ook wel. worden. De maatschappij heeft er in drie Jaar al niets aan gedaan. Als je er bver begint hoor je niet anders dan: Dat staat niet ln tief, contract, meneer" — nijdig brauwde hy den opzichter over de huizen na — en ik voel er niets voor veel geld voor een huurhuis uit te geven". „Hier, ouwe mopperaar, een lekker kopje thee!" bood Mien aan en streek hem lief koozend over zyn kalen schedel Half lachend, half geërgerd weerde hy haar af. „Zullen wij nog een eindje omloopen?" stelde Geert voor. Daar was Mien direct voor te vinden. „Met een uurtje zijn we terug!" riep ze over haar schouder, toen ze de deur uitliepen. «• Mevrouw Moorman keek hen glimlachend na en wendde zich vervolgens tot haar man. „Wat heb' Je toch tegen dien Jongen?" vroeg ze. „Je weet waarom hy niets uitvoert: hy zou dolgraag by Je op kantoor willen". Zyn gezicht betrok weer. .. 'k Zou Je lekker danken", antwoordde hij kregelig, „'n Beste fceurt zou ik maken met zoon nietsnut". „Ik ben er van overtuigd, dat hy wei kan", hernam ze met nadruk. „Hy is pienter genoeg geloof je dat ook niet?' „Dat zal hij dan eerst eens moeten bewijzen". Hij verdiepte zich ln de krant, als wilde hij daarmede vaststellen, dat de discussie op dit punt was gesloten. Hoofdschuddend boog zyn vrouw zich dieper over haar verstelwerk. De familie Moorman ging twee weMen met vacantie • naar zee. Een hard gelag voor de Jongelui. Twee weken buiten elkaar, dat leek een onoverzienbare tijd. Mevrouw Moorman had een goede Oplossing gevonden voor het vraagstuk van de post. „Laten we Geert een sleutel geven' had ze voorgeslagen, „dan kan hy eiken dag komen kyken of er brieven liggen." „O. 't is my goed hoor", had Haai man onverschillig geantwoord. Er stond een wagen met schlldersgereedschap voor perceel Lindenlaan 37. Twee mannen hingen er tegenaan, een derde stelde **rucHtelooze pogingen ln Hajis Verhoeven De nietsnut het werk de deur van het buis te ojJenen. Over het tuinhek van het naastgelegen landhuisle hing een Jongeman, die het gedoe belangstellend aanzag. „Kunt u er niet in?" vroeg hy, toen de krachttermen, die de man gebruikte, tot hem, doordrongen. „Ik snap er niks van", klaagde deze en deed een nieuwen aanval Op de deur. „Hel Je den goeien sleutel wel meegenomen?" riep een der mannen by den wagen. „Waar zie Je me vcor aan?" schreeuwde de eerste terug. „Wacht 'ns". zei de Jong_an by het tuinhek minzaam, „misschien kunt u het met deze probeeren. Het Is de sleutel van no. 39". Br glinsterde lets ln het zonlicht en klinkend viel de sleutel voor de voeten van den werkman. „Zal wel niet", meende de man twyfelend. „Waarachtig, hy gaat"" liet hij er op volgen. „Bedankt, meneer! Kom longens aanpakken!" De schilders maakten er een goed stukje werk van. Ze verfden de afgeschaafde decoraties van de hal by. witten den gang en de keuken, schaftten op het karwei en lieten 's avonds een keurig huls achter. De Jongeman die den sleutel had geleend, hing een heele poos om hen heen en scheen bijzonder veel belangstelling voor hun ambacht te hebben. Zt) lieten hem maar scharrelen, want hy liep hen niet ln den weg. hetgeen hij zoo op prys scheen te stellen, dat hij na gedanen arbeid elk vijf sigaren schonk. „Ik vond het machtig interessant Jongens," zei hy Joviaal, „jullie kunnen er mee overweg hoor!" Vacahtiegaxgers komen meestal niet ln hun beste humeur thuis. De familie, Moorman maakte op dien regel geen uitzondering. De gedachte den volgenden ißag weer onder het juk te moeten, had vooral den pater familias een slechten zin bezorgd. „Het zal me benieuwen hoe we het huis terugvinden", had hy in den trein al gezegd. „Die vriend van Jou" — dit aan het adres van Mien — „zaï er wel voor hebben gezorgd, dat» we in een mooien rommel komen. Overal natuurlijk asch over den vloer, moddervoeten op het tapijt. Ber,eid je maar vast op het ergste voor", voorspelde hij. „Kom, kom, papa, niet zoo pessimistisch" lachte Mien. „Geert weet heusen goed genoeg wat h-y kan doen en laten". De verrassing was volkomen. De heer Moorman opende de deur en stak onmiddellijk zijn neus ln de.hoogte. „Er is geverfd", zei hy verbaasd „Zie Je, dat vrouw? En gewit ook Jeminee moet Je in de gang komen kijken!" Geestdriftig maakte hy-een luchtsprong. „Ec de keuken opgeknapt! Dat noem ik geweldig! Ik zal meteen een bedankbriefje schryven." Na het avondeten kwam Geert. HIJ trof den heer des huizes in uitstekende stemming aan. „En Jij hebt dat al dien tyd geweten. Dat had Je me wel eeris kunnen schrijven", verweet hij den Jongeman schertsend. „Ik wou het een verrassing laten blijven", antwoorde Geert bescheiden. „Tjongejocge" — de heer Moorman» kon er nog niet over uit — „wie had dat kunnen denken. Die hulzenmaatschappy is toch niet zoo beroerd als ik eerst dacht. Ik- schrijf den directeur persoonlijk een bedankbrief." ' „Daar zal hij dan van opkyken", meende de jongeman droog. „Hoe bedoel je dat", vroeg de he«r Moorman, getroffen door den byzonderen toon var. diens stem. „Ik bedoel, dat het voor den directeur een even groote verrassing zal zyn als voor u" ????? „Tja "legde Geert uit. „Ze kwamen om no. 37 te schilderen, vermoed ik maar Ik had 's nachts de nummers verwisseld." „Maar.... maar ", stamelde Miens vader, „maar daar had ik geen recht' op volgens het contract. Dat zal IE moeten betalen " Een oogenblik zweeg hy dan barstte hy woedena los: „Had Ik het niet gedacht, dat er iets bijzonders zou zijn. Het i 5.... het is ". Verder kon hy niet komen zoo kwaad was hij. „Wat is er aan de hand, mynheer Moorman?" vroeg Geert. „Hebt u