Uitvoering van het nieuwe tarief van regten. Vervolg der resolutie van den Minister van Finantien aan de provinciale directeurs der directe belastingen in- en uitgaande regten, van 10 october, n°. 105, houdende executie der wet nopens het tarief. IJzer. Al de artikelen, opgenoemd in de noot bij ijzerwerk, zijn vrij van invoerregt. Ivoor. Alleen de bewerkte ivoor is belast. Kaas. Potkaas aan de landzijde ingevoerd is vrij. Koek-, banket-, suiker- en pasteibakkerswerk. Alle eetwaren, die in luchtledige trommels of bussen bereid of ingelegd zijn, worden thans met ƒ25 de 100 pond belast. Koper. Het onderscheid hetwelk vroeger gemaakt werd tusschen koperen bladen en platen voor het koperen van schepen en andere koperen platen en bladen, is vervallen. Allen zijn gelijk belast met f 1 de 100 pond. Koraal. Ruwe en onbewerkte koraal is vrij. Kramerij. Bij de noot op dezen post zijn een aantal artikelen aangewezen, welke onder kramerij moeten worden gerangschikt. Dat deze evenwel niet de eenige kranierij-soorten zijn, wijst de aanvang van die noot aan : „onder kramerij bekooren ook." Integendeel alle andere artikelen, welke in den handel tot kramerij behooren en bij het tarief niet afzonderlijk belast zijn, moeten evenzeer onder den post kramerij gerangschikt worden. Lood. Ruw lood en oud lood zijn vrij. Manufacturen. Deze post heeft groote vereenvoudiging ondergaan. Alle manufacturen, onverschillig van welke soort, zijn gelijk belast met een regt van 5 pet. der waarde. Doch ofschoon alle manufacturen thans slechts tot een tariefpost zijn teruggebragt, moeten bij den invoer niettemin de verschillende soorten naauwkeurig worden aangegeven, en het is vooral bij dit artikel dat ik u herinneren moet aan hetgeen hierboven is gezegd nopens de wettelijke verpligtingen van de aangevers en de zorg waarmede de ontvangers op de juistheid en volledigheid der aangiften behooren toe te zien. Matten. Moskovische matten zijn vrij. Olie. De bijzondere bepaling, welke vroeger voor boom- of olijfolie, uitsluitend vor>r fabriek gebruik bestemd . in het tarief gevonden werd, is vervallen, nu alle boom- of olijfolie gelijk belast is, onverschillig welke hare bestemming zij. Een ander verschil met het vroeger tarief bestaat daarin, dat de olie thans naar het gewigt, niet naar de maat, belast is. Paarlemoer. Ruwe paarlemoer is vrij. Pruimen. Versche pruimen zijn belast als verseke vruckten met 5 pet. der waarde. Reuk- en parfumeurwaren. De lavendelolie, rozenolie en alle welriekende oliën hier bedoeld, zijn in dit opzigt van de oliën onder den post olie onderscheiden , dat zij niet meer in hunnen oorspronkelijken staat zich bevinden, maar in eenen toestand om onmiddellijk als reukwerk verkocht en gebruikt te worden. Steen. De steensoorten, in de noot bij dezen tariefspost genoemd, zijn vrij van regten. Ik vestig er uwe aandacht op, dat gezaagde steen of gezaagd marmer evenzeer als vrijgesteld daaronder voorkomt, onverschillig of die steen of marmer geheel of gedeeltelijk gezaagd is, maar slechts niet op eenige andere wijze verder bewerkt noch geslepen of gepolijst. Stroop. De bepalingen ter voorkoming van misbruik bij den vrijdom van invoerregt voor melasse en andere suikersappen, welke gebezigd worden om daarvan gedistilleerd te vervaardigen, zijn vastgesteld bij Koninklijk besluit van 6 october 1862 (Staatsblad n.° 180). Die bepalingen zijn zoo duidelijk omschreven, dat zij weinig toelichting behoeven. Zij treden op denzelfden dag in werking als het nieuwe tarief. De brander, die volgens art. 1 van het besluit tot het gebruik van melasse als grondstof in zijne branderij bevoegd is, wijst vooraf de bergplaatsen voor de melasse aan. Die bergplaatsen moeten voldoen aan de vereischten voor particulier entrepot gesteld. Zij moeten in of naast de branderij zijn, doch het is niet noodig dat zij aan de openbare straat uitkomen. De invoer en uitslag uit de bergplaats geschieden op de wijze in het besluit voorgeschreven. De ambtenaren hebben er vooral op te letten dat de melasse terstond in de beslagbakken of in grondbakken worde gestort, en dat geene gevulde fusten in de branderij voorhanden zijn, waardoor de melasse ligtelijk uit de branderij zou kunnen worden uitgevoerd. Zij hebben evenzeer te waken dat in de branderij geene verwisseling plaats hebbe van de onder vriid.ni ingeslagen melasse met melasse of suikersappen af komstig van binnenlandsche fabrieken. Het verbruik van melasse behoort bovendien te, worden ragegaan, in verband met het product hetwelk de brander bij het gebruik dier grondstof verkrijgt. De ervaring, daaromtrent te erlangen, *•! eene hoogst nuttige controle op den verleenden vrijdom van invoerregt voor melasse kunnen geven. Komt in uwe directie dit Koninklijk besluit in toepassing, dan n:>odig ik u uit mij over de drie eerste maanden, gedurende welke dit besluit zal hebben gewerkt, daaromtrent uwe beschouwingen en bevindingen mede te deelen. Suiker. Ruwe suiker komt evenmin als ruw zout, gedistilleerd of wijn, in het tarief voor, omdat daarvan geen invoerregt is verschuldigd. De bepalingen omtrent den accijns op die artikelen blijven daardoor echter onaangeroerd. Verwwaren. Alleen die in olie gewreven zijn worden belast, alle andere verwwaren zijn vrij, even als drukinkt. Zijde. Ruwe en onbewerkte zijde is vrij van invoerregt. 6. De vrijdommen. De artt. 3 tot en met 7 van de wet van den 15 augustus 1862 regelen de vrijdommen. Daartoe hebben tevens betrekking de beide Koninklijke besluiten van den 6 october 1862 (Staatsblad ns. 181 en 182). Dë bepalingen der wet omtrent de vrijdommen zijn grootendeels en behoudens eenige wijzigingen dezelfde, welke reeds voorkomen in de wetten van den 19 junij 1845 (Staatsblad n." 28) en van 1 september 1854 (Staatsblad n.° 126). Art. 3 betreft den vrijdom van goederen, welke, na vroeger uitgevoerd te zijn, uit de Overzeesche bezittingen van den Staat of van elders terugkomen. Ik vestig uwe aandacht er op. dat de vrijdom van art. 3. § 1 der wet van den 19 junij 1845 (Staatsbl. n°. 28) niet meer in de wet voorkomt. De wijze waarop voorts de vrijdommen van art. 3 der wet van 15 augustus 11. worden toegekend, is vooriresctreven bij de artt. 1 en 2 van het Koninklijk besluit van 6 october 1862 (Staatsbl. n°. 182). Alleen dan wanneer er twijfel mogt bestaan over de geldigheid der bescheiden, welke de invoerder overlegt, noodig ik u uit mij omtrent het al of niet toestaan van den vrijdom te raadplegen. Ik vestig nog uwe aandacht op eene vroeger niet voorkomende bepaling, welke thans in art. 4 der wet is opgenomen. Daardoor is gezorgd dat de vrijdom niet aan accijns-goederen wordt toegekend, voor welke bij den uitvoer afschrijving of teruggave van accijns is verleend, tenzij de som weder is betaald, weike afgeschreven of teruggegeven is. Die som moet als accijns worden verantwoord. Art. 5. Hetgeen hieromtrent den vrijdom van victualie, provisie of seheepsbehoeften is bepaald , was reeds hoofdzakelijk vooreeachreven in § 6 van art. 3 der wet van 19 junij 1845 (Staatsbl. n.° 28). Het Koninklijk besluit van 6 october 1862 (Staatsbl. n.° 181), ter uitvoering daarvan genomen, bepaalt in de eerste plaats de hoeveelheden, in de tweede plaats de maatregelen tot wering van misbruik. __Het zal wel overbodig zijn u op te merken , dat bij de toepassing van dezen vrijdom door de ambtenaren met de inklaring belast, met beleid en overleg moet worden te werk gegaan. De mogelijkheid zal toch niet steeds bestaan, om op een lood na de aangewezen hoeveelheden af te "meten. De ambtenaren hebben er dus alleen voor te zorgen, dat de hoeveelheid provisie, victualie en seheepsbehoeften, welke vrijgelaten wordt, oogenschijnlijk zoo nabij mogelijk kome aan de bepaling van het besluit, en in geen geval de aangewezene hoeveelheden overtreffe. Indien overigens de verdere bepalingen van het besluit behoorlijk worden nageleefd, en ik verzoek u daarvoor zorg te dragen, kan er weinig misbruik worden gevreesd. Die behalingen komen overeen met hetgeen feitelijk thans reeds plaats vindt. Ik noodig u uit om ook omtrent dit punt de gevorderde controle te doen houden op de verrigtingen der ambtenaren, opdat gij mij, des vereischt, de noodige maatregelen zoudt kunnen voordragen, welke de ervaring ter verbetering van de thans vastgestelde voorschriften mogt doen kennen. Art. 6. De vrijdommen, in dit art. verleend, bestaan bijna reeds alle krachtens vroegere wetsbepalingen. Bij het Kon. besluit van den 6 october 1862 (Staatsbl. n.° 182) zijn thans evenwel omtrent eiken vrijdom de regels gesteld, volgens welke zij worden toegekend. Vlotgereedschappen. Art. 6 der wet, te zamen met art. 3 van het Kon. besluit, zal doen zien op welke voorwaarden de vrijdom voor vlotgereedschappen kan worden verleend. Voor het erlangen van dezen vrijdom is geene bijzondere vergunning noodig, wanneer de invoerders bovenbedoelde voorwaarden vervullen. Ten einde evenwel, zoowel omtrent het verleenen van dezen vrijdom, als omtrent alle andere vrijdommen, waarbij uwe tusschenkomst niet behoeft te worden ingeroepen, eene vereischte eenvormigheid van behandeling en eene rigtige uitvoering der bestaande wettelijke voorschriften te bevorderen, ishetwenschelijk, dat gij u door de betrokken ambtenaren, die den vrijdom verleenen, op vaste tijdstippen naauwkeurig verslag doet geven van hetgeen door hen in dit opzigt is verrigt en het toezigt daarop door de controleurs naar eisch doet uitoefenen. Reisrijtuigen. De borgstelling in geval van twijfel, bedoeld bij art. 5 van het Koninklijk besluit, is noodzakelijk. Evenwel moet er gezorgd worden dat die borgstelling niet worde gevorderd, tenzij de twijfel inderdaad gegrond zij. Ten gevolge van .de 2de zinsnede van art. 5 van het Koninklijk besluit zal in den regel evenwel zoodanige borgstelling telkens ter uwer kennis worden gebragt, en ik noodig u uit om dan met naauwkeurigheid na te gaan of de ontvangers der grenskantoren soms noodeloos borgstelling vorderen , waardoor het reizend publiek aan belemmeringen zoude worden blootgesteld, welke behooren vermeden te worden. Is dit het geval, dan verzoek ik daarvan mededeeling. Ten einde het gemak der ingezetenen, die van hier met reisrijtuigen buitenlandsche reizen ondernemen, te bevorderen, zullen reeds bij den uitvoer door u vrij-paspoorten kunnen worden afgegeven, welke bij'de terugkomst der rijtuigen alle moeijelijkheden kunnen voorkomen. Reisgoederen. Art, 6 van het Koninklijk besluit bevat eene bepaling, welke vroeger niet bestond. Het zal daarbij van belang zijn, dat bij de visitatie der goederen steeds voldoende blijke, of de bedoelde goederen werkelijk gebruikte voorwerpen zijn en tot het lijfsgebruik van reizigers dienen. Verhuisboedels. Art. 7 van het Koninklijk besluit brengt alleen in zóó verre verandering in den bestaanden toestand, dat niet alleen en uitsluitend een bewijs van het bestuur gevorderd wordt der gemeenten, waar de eigenaar van den verhuisboedel zich gaat vestigen. Elk bewijs van eeniee andere autoriteit, waaruit de verhuizing voldoende blijkt, is aannemelijk. Wat onder verhuisboedel behoort, wijst het Kon. besluit niet aan, ten einde bij eene opsomming van voorwerpen niet welligt uit te sluiten wat onder de algemeene uitdrukking verhuisboedel door de wet niettemin wordt vrijgesteld. Het zal trouwens niet moeijelijk zijn naar het beroep of stand van hem, die verhuist, met juistheid te beoordeelen of eenig voorwerp kan geacht worden tot zijn verhuisboedel te behooren. Bij twijfel verzoek ik daarover geraadpleegd te worden. Ledige zakken, fusten, manden, kaasslellingen enz. De bepalingen zijn dezelfde, als die sedert 1854 bestaan. Het eenige onderscheid is, dat kaasstellingen niet met hetzelfde schip, waarmede zij zijn uitgevoerd, behoeven te worden ingevoerd. Goederen ter bewerking ingevoerd. Art. 10 van het Kon. besluit geeft aan deze bepaling der wet eenige meerdere uitbreiding dan de bedoelde vrijdom vroeger had. Herstelling van eenig voorwerp is in zekeren zin niets anders dan bewerking van hetzelve. De wetsbepaling geeft dus niet alleen vrijdom voor goedereD, welke, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk grondstoffen, hier te lande eene volledige bewerking ondergaan, maar ook voor die, welke hier slechts gedeeltelijk bewerkt of hersteld worden. De eerste goederensoorten, waarvoor vrijdom zal worden verleend, zullen afzonderlijk door mij nader worden aangewezen, naarmate de behoefte zich daaromtrent opdoet. De maatregelen tot herkenning van de eenzelvigheid der goederen zullen daarbij telkens voor elke goederensoort afzonderlijk worden opgegeven. Voor goederen, die hier te Lande slechts hersteld en daarna weder uitgevoerd worden, zal door u vrijdom worden verleend op den voet als dit bij art. 11 van het Koninklijk besluit nader is omschreven. Ik behoef u niet op te merken, dat het daarbij vooral aankomt op de waarborgen tot herkenning van de eenzelvigheid der goederen bij den wedernitvoer te nemen. Is dit onmogelijk, dan kan de vrijdom niet worden verleend. Ik noodig u daarom uit, daaraan in de gevallen, welke zich mogten voordoen , de vereischte aandacht en zorg te wijden. De formaliteiten, waaronder verder dein-en-wederuitvoer geschiedt, zijn in het art. van het Koninklijk besluit voorgeschreven. Goederen ter herstelling uitgevoerd. Deze vrijdom is nieuw. Ook hier komt het aan op de waarborgen tot herkenning van de identiteit der voorwerpen te nemen. Andere algemeene regels, dan het Koninklijk besluit in art. 11 daarvoor stelt, zijn bij de verscheidenheid der voorwerpen, waarvoor de vrijdom gevraagd kan worden, niet te geven. Met oplettendheid worde dus ook hier te werk gegaan. Nopens de vrijdommen, krachtens artt. 10 en 11 van het Koninklijk besluit door u verleend, zal ik in de maand december van ieder jaar een algemeen verslag van u te gemoet zien. --- Weerkundige Waarnemingen op 21 October 1862.-8 uur v.m. NAMKN Baromitm. WIND. _, TOESTAND der der te Maastricht 1 — •"• —— . ïsupaaA- „,„ — ""' •"«4!^*i___*N* eB verschil. rigtiag. kracht. tuur. Lucht. Zee. \\. Millim. Celsius. g "epool — 4. 7 N. — + 6. 7 schoon. slecht water, usagen — 8. 9 W.Z.W. 14 + 7. 7 — — j, '«er — 7. 4 W. 25 + 10. 2 — — V|.rK»outh — N.W. harde wind. — — — u. B,agea — 3. 1 W.N.W. 20 + 10. 5 — — Pn« cht 753- 5 W.Z.W. 3 + 7. 4 — — Pl^tt-oim, + 1.4 W.N.W. styve bries. +8.9 bewolkt. hoog. jj^mouth , — — — — -- — H .'« +5.3 N.W. 25 +12.1 regen. onstuimig. tC'J' + 3. 0 W. 15 + 7. 9 betrokken. — •'t + 7. 0 W. 15 + 11. 8 zwaar bewolkt. hol. „ Alzoo grootste verschil in Nederland M 8. 9 G; generaal idem B 15. 9 G. --- Scheepstijdingen. 2|r<_*swersh. Aangek. Amst. n. Newcastle "^•Rare.Sahlsberg.Callao (als bijl., met gebr. spil) ,_ (laatst van Cowes) Delfzijl Aangekomen (w*-rese (.**•), Grangem. 16 oct. Èugenia Marinelli, j» ,*N.,3torm,dikkelucht) Veloce, Taganrog cJ*cUevoet Aangek. Vlissingen Aangek. Greenwood, 19 oct. Ellida, Sver.dsen, Newcastle Lissabon Maasstroom (st), Hamb. 20 Fremad, Sartz, d.° . Binnen de Kwak eene fPi/fart^AtkinsonCallao Jekomende stoomboot HeinrJcfe,Niemann, Malta ■e» anker, naar men zegt Laure, Madec, Adra (WNTw60* , osPreV, B'y. Girgenti l> , w-, water boven peil) —o— £r,eUe (WNW) Vertr. flCt' eo (st*)> Londen ?famburg Aangek. mro'a«'ier (st), d.° 19 oct. Alida, Borgman, *Ssluls (W.N.W., Laguayra 21 oet _ buijig) Op de Elve Aangek. ' Niets gepasseerd. 20 oct.Ehe (st.), Rotterd. Texel t-a, Cuxhaven Aangek. 19 oct. •Tl —N.) Aangek. 19 oct. Gouv. v. Ewijck (s), M mas Kennion, Stettin n. Amsterd. jDeme_r^ness' Newcastle (wegens gebrek aan kolen) u'"* Oaster, Terug uit zee. , fP- n. Londen 18 Stoomvaart (s), n. Amst. 20 Thetis, 11* ' biJlegger) Ki Jlag 20 no&ter T^ W». mie