(Advertentie) ledere &Jltè BOVEN- en ONDERMATRAS uit de fr«M | m ■u'■| 7 11 Auping-fabriek te Deventer^ . ■ I I IHf heeft dit etiket: .^O/rtBgs&B&W _»_L_AJLJ_A___L_L_i I --- DE KATHOLIEKE KERK IN JOEGO-SLAVIË Strijd niet zozeer gericht tegen geloof, maar tegen universele karakter van de KERK TER INLEIDING GAARNE voldoen we aan het verzoek van de redactie am een inleidend woord bij de artikelen van A. den Doolaard over godsdieristvrijlrieid, kerkvervolging cd. m Joegoslavië. Maar waarom deze inleiding? Niet allereerst om de persoon van de verslaggever, die, hoewel zelf niet katholiek, ernstig en eerlijk geprobeerd heeft de toestand van onze geloofsgenoten in 't land van Tito zo objectief mogelijk weer te geven en die daarvoor oprechte waardering verdient. Sommige lezers zullen echter tot hun verbazing zien, dat Den Doolaard niet uitsluitend met de zwart-wit-methode werkt, waarbij de vervolger altijd ongunstig en de vervolgde altijd gunstig belicht wordt. Die methode kan een zeer stichtelijke uitwerking hebben, maar ze beantwoordt niet altijd aan de historische waarheid. Men versta ons goed! We willen aan geen druppel bloed, waar of wanneer of door wie ook voor het geloof vergoten, haar waarde ontzeggen en absoluut niemands moed of verdiensten aantasten. Dat neemt echter niet weg, dat allerlei rampen in de geschiedenis van de Kerk voorkomen hadden kunnen worden of minder slachtoffers gemaakt zouden hebben, als men teloren aan de zijde van de Kerk bepaalde fouten vermeden had. Het droevig succes van de ket- i terijen in de 5e en van de Islam in , de 7e eeuw wordt gedeeltelijk verklaard door de onredelijke over- ' heersing, ook op kerkelijk en gods- | dienstig gebied, van het Griekse over het niet-Griekse element in ' het Oostromeinse rijk. De hard- | nekkigheid der Grieks-schismatieken is zeer betreurenswaardig, maar we mogen haar nooit los zien | van b.v. de misdragingen der La- ( tijnse kruisvaarders to.v. de Oos- ' terse christenen. Menige geloofs- ! verkondiger onder de Germanen heeft zijn martelaarschap wellicht te Hankpn gehad aan het feit, dat I hij werd aangezien voor een agent ( van *t Frankische koningshuis, ook al had hij er noch dccl aan. ledere I katholiek weet nu toch zoetjesaan ( wel, dat de hervorming o.a. ook 'n reactie was tegen bepaalde mis- I bruiken in het kerkelijk leven en ( dat de martelaren van de 16e eeuw met hun onverdiende dood veelal ' hebben moeten boeten voor de , werkelijke schuld, die anderen in de Kerk op zich hadden geladen. ' Hetzelfde dient gezegd van hen, die | tijdens of tengevolge van de Franse revolutie voor het geloof stierven. En we hebben niet het recht te i jammeren over het onnoemelijke kwaad, dat het anticlericaal liberalisme en het marxisme aangericht i hebben en nog steeds blijven aan- ( richten, als we niet bereid zijn in te zien en toe te geven, dat het i behoudzuchtige optreden van som- ( migen in de Kerk aan die vijandschap maar al te zeer voedsel heeft I gegeven. I Nog eens: met dit alles beogen we hoegenaamd niet te pleiten om I vrijspraak van welke echte ketter, ( scheurmaker of kerkvervolger ook. Maar het kan ons bewust maken I van de vérstrekkende verantwoor- , ding, die we als katholiek tegenover de geschiedenis dragen. Het kan ons helpen om fouten te ver- | mijden waardoor onze tegenstanders in hun afkeer gestijfd zouden Worden. En dit inzicht is zelfs nood- i zakelijk, willen we hen winnen en tot inkeer brengen, wat toch ons verlangen moet zijn. Deze belangen, menen we, worden ook gediend door de onderhavige artikelen van Den Doolaard. Bij zijn onderzoek naar de achtergrond van de kerkvervolging in Joegoslavië stiet hij op de oude tegenstelling tussen de katholieke Kroaten en de schismatieke Serven en op de nog altijd voortwoekerende gevolgen van het beruchte Jozefisme, dat een deel van de geestelijkheid tot een al te gewülig werktuig van de staat had gemaakt. Deze dubbele erfenis uit het verleden heeft tijdens de laatste oorlog tot vreselijke dingen geleid, toen het koninkrijk Kroatië zijn kortstondig en wankel bestaan hoofdzakelijk besteedde aan het Vereffenen van de rekening met de Serven en daarbij geholpen door een aantal Kroatische geestelijken, die zich dus begaven op *n gebied, dat de Kerk en haar bedienaren niet moet betreden. Nu ondervinden ze de droevige weerslag, nu m hét communistisch geworden Joegoslavië ook uit Servische wraakzucht de zwaarste slagen der kerkvervolging zo niet uitsluitend dan toch hoofdzakelijk gericht worden te^en de katholieken, die o.a. in Kroatië de meerderheid vormen. Dit te weten verkleint de figuur van een mgr. Stepinac geenszins, evenmin als het de vervolgers verontschuldigt of rechtvaardigt, die trouwens steeds herhalen onvervalste volgelingen van Marx te willen zijn, ook in zijn weergaloze godsdiensthaat. Zo gezien zullen de artikelen van Den Doolaard een tragische episode Uit de kerkgeschiedenis voor ons belichten. P. prof. dr. Zacharias, O.F.M. Cap. --- Conflicten rond Sloweense priestergenootschap en de theologische faculteiten JJE NA-OORLOGSE STRIJD van Tüo's bewind tegen het katholicisme in Joegoslavië was (en is) niet allereerst gericht tegen het katholieke geloof als zodanig, maar tegen het universele karakter der Katholieke Kerk. Het inzicht, dat deze universaliteit de onverbrekelijke grondslag van een wereldwijd geloof vormt, is een geboren schismaticus als Tito blijkbaar vreemd. De orthodoxe kerk in Joegoslavië plaatst zich op nationaal standpunt; dus waarom de katholieke ook niet?, zo schijnt men soms in Belgrado te redeneren — een gedachtengang, die het conflict tussen Joegoslavië en het Vaticaan onoplosbaar schijnt te maken. Men zal zich afvragen hoe Tito en de zijnen tot zulk een gedachtegang geraakt zijn. Om twee redenen, beide van politieke aard. De eerste is, dat Vaticaan-stad in Italië ligt, en dat de curie-kardinalen in grote meerderheid Italianen zijn. Om deze reden was ook de verhouding tot het voor-oorlogse Joegoslavië reeds zeer stroef. De Joegoslaven van gisteren en vandaag beschouwen de Vaticaanse politiek in vele opzichten als identiek met de Italiaanse. Ein tussen Italië en de Joegoslavische landen botert het reeds eeuwenlang niet. Mussolini's hevig anti-slavisch ffccisme en het schrikbewind1 der Italianen In Joego-slavië tijdens de oorlog hebben de zaak der veraoening hartgrondig bedorven. En de opkomst van het Italiaanse neofascisme verscherpt Belgrado's historisch wantrouwen tegenover het wereldlijke en geestelijke Rome beide. Men moge dit wantrouwen deels overdreven en deels ongegrond achten, maar het bestaat en vormt een onloochenbare factor in de moeilijke verhouding. --- Diepe indruk T)E tweede reden is, da^ e&n groot deel van de Kroatische geestelijkheid de zijde der bezitters koos. Deze oorlog nu, met haar uitputtende strijd; met haar burgeroorlog en godsdier stoorlog binnen de oorlog zelve, en met Waar afschuwwekkend groot aantal doden, heeft nog veel dieper in het volksleveh ingegrepen dan b.v. bij ons het geval was. Een grote steen maakt wijder kringen dan een kleine, en de beroering, verwekt door de broederstrijd der Kroaten tegen de Serviërs is nog altijd niet uitgerimpeld. De communisten hadden verbeten gevochten voor een Joegoslavië, dat geen haat tegen volksgroepen meer kennen zou. Op dit program behaalden zij met grote opofferingen de overwinning, en de eerste taak der nieuwe regering was de consolidatie van dit gedroomde broedernjke Joegoslavië. Tot dit doel vaardigde de regering aanstonds strenge wetten uit tegen chauvinisme en rassenhaat. Zij achtte (en acht) dit verzoenend streven gedwarsboomd door sommige geestelijken, dïe een nationaal-kroatisch of dito- Sloweens standpunt innamen en, volgens de regering, in blijven nemen. In het kader van deae universeel-Joegoslavische politiek probeert de regering nu ook de Kerk te betrekken, om zich van de trouw aan Joegoslavië der priesters te verzekeren. De geesteujken di« deze regeringspolitiek steunen, ondervinden medewerking: zfl, die zich er tegen verzetten krijgen moeilijkbeden, die ogenschijnlijk zonder samenhang zijn. Een typisch voorbeeld vormt de nog voortdurende strijd rond het Sloweens priestergenootschap van de H.H. Cyrillus en Methodius (de apostelen van de Balkan). Hier ligt de zaak niet geheel zoals het K.N. P.-bericht van 14 Juli uit Rome die uiteenzette. Het genootschap is geen staatsorganisatie, maar de staat ziet het wel met een zeer welgevallig oog. Het werd enige jaren geleden opgericht door een zeer klein a)antal pr-esters, «He tijdens de oorlog aan de zijde der partieanen hadden gestaan. Drie van hen werden tn Een opname van mgr. Stepinac toen hij nog gevangen was in zijn cel in Lepaglava. --- DOOR A. den DOOLAARD 1950 geëxcommuniceerd. Een dezer drie, dr. Lampret, tijdens de oorlog aalmoezenier en verpleger te velde, is thans secretaris van de Sloweense regeringscommissie voor geloofszaken. In de loop der laatste paar jaar zijn iets meer dan de helft der pl.m. 1000 Sloweense priesters tot het genootschap toegetreden; dit verklaart wellicht ook de afwachtende houding, die het Vaticaan thans aanneemt. Het genootschap is door de staat erkend en dit geeft de leden recht op sociale en ziekteverzekering, en pensioen — een groot materieel voordeel voor priester^ met een zeer laag inkomen. --- Nog onderhandeling TVA de laatste wijziging der statuten hebben de bisschoppen schriftelijk verklaard, da^ deze niet*, bevatten, strijdig met de katholieke geloofsleer. Over enkele punten wordt echter nog onderhandeld. Het is ook niet zo, dat een jong priester, die geen lid wordt, zijn bediening niet zou kunnen uitoefenen, maar er wordt zeer zeker sterk aandrang op hem uitgeoefend, en wie weigerachtig blijft kan ongetwijfeld op moeilijkheden rekenen. In Slowenië en Kroatië is de taak van de priester buiten de kerk namelijk zeer omvangrijk; vanouds is de dorppriester automatisch geestelijk adviseur van alle boerenverenigingen, tot en met spaarkassen toe. En wat de regering nu vla dit genootschap bereiken wil is b.v., dat jonge priesters niet meer ageren tegen het toetreden van boeren tot de landelijke coöperaties. Om ideologische redenen zijn de bisschoppen echter zeer tegen de collectivisatie van het landbouwproces gekant, ook omdat de communistische regering het heeft ingevoerd. Ook in Kroatië, waar een aantal jongere priesters een genootschap willen oprichten, ia het conflict thans losgebroken. De bisschop van Zagreb, die aanvankelijk het M" maatschap voor priester, als „onwenselijk" aanduidde, heeft deze overduidelijke aanwijzing later Ingetrokken, toen de regering hem er op wees, dat zij indruiste tegen de wet op de vrije, vereniging van beroepsgenoten. Deze officiële wijziging van standpunt wil echter m.i. geenszins zeggen, dat de bisschoppen nu maar aanstonds toe zullen geven. De kwestie van de gehoorzaamheid, welke de priester aan zijn eigen overheid verschuldigd blijft, is than_ immers in het geding gekomen. Hoe het conflict In Slowenië en Kroatië zal aflopen, valt nog niet te voorspellen. Er zijn tekenen, dde via geven en nemen aan weerszijden in de richting van een oplossing wijzen. Bevredigend voor de bisschoppen zal deze oplossing echter zéker niet zijn, omdat zij vanzelfsprekend zullen Wijven vrezen, dat °e regering de priestergenootschappen al« breekijzer zal pogen te hanteren. Voorlopig geheel onoplosbaar schijnt het conflict rond de theologische faculteiten te Ljnbljana, Zagreb en Belgrado. Deze zjjn niet zonder meer gesloten, zoals „De Linie" meldde, maar hun heropening in het nieuwe academische leerjaar schjjnt uiterst twijfelachtig, en dat enkel om financiële redenen. Deze faculteiten maakten deel uit van ere staatsuniversiteiten, en de regering betaalde de kosten. Strikt genomen was dit strijdig met de wet op de scheiding van Kerk en Staat; maar het vermoeden ligt voor de hand, dat de regering dez« afwqking aanvankeüjk beschouwd heeft als een stilzwijgend compromis met een clerus, die door de confiscatie van vele landgoederen een groot deel van haar inkomen had verloren. In ruil voor haar concessie had' de regering van sommige bisschoppen zonder tw_fe_ een concilianter houding verwacht. Toen de conflicten echter voort bleven doren, verklaarde de regering, dat zij van af 1 Januari 1952 de wet strikt zou toepassen, m.a.w. de geestelijkheid moet thans zelf voor