(Advertentie) m ELKE DAG KOMEN ER NIEUWE POMPEN BU U ziet steeds meer blauw/witte Esso pompen voor ESSO EXTRA, de superbenzlne met extra boog octaangetal. --- Diplomatieke frontdoorbraak jj^ een bijzondere medewerker). linSehele wereldbeeld is plotse- , Öetw£»Tan aanschijn veranderd. de ach?s flguren die tot nog toe op Tsjoe enI'P'ond stonden, de Chinees Neh en de Indier Jawaharêeruifj. oe> zijn op de voorgrond 66 andere figuren, die • * voorplan beheersten, ''ost^^eerd te worden, John Nr al •** en Konrad Adenauer. fitieke * Vasthoudt aan het po-113 der ijzeren fronten, 0{ tot vr reden tot teleurstelling 2j^eugde zijn, al naar gelang > kra"..SVmPathiën verdeelt. De e Hedf.tr Vlctorie, de ander vreest ."och kl ag- Edoch, noch het een k*n, da? ander is juist. Feit is al"orlog „. de diplomatieke stellingen dinin-f^g is omgeslagen in bewegingsoorlog. 7******* is tekort §eschoten Peking China is diplomatiek doorgebroken. Zonder veel vertoon heeft de wereld 't vaststaand feit te consumeren gekregen, dat niet Tsjang Kai Sjak, maar Mao tse toeng de j 1 Chir, macht bezit over rx een^fe millioenenrijk. Door- TOrm" van het Westen, te ff, dit ? ■ j Washington, niet tij- Jging tpeit erkende, en regelrecht V e Pekin en de natuur der dingen, • ''Jke Cnina als de enige wer-1,1 Azig plomatieke wederpartij febeürt a?ngaven, is de loop der ?lUitri 'lSen nu zelf Washingh- 70t Mni6. and gelopen. Geholpen ■ orbral2ov' heeft de Chinese . 6erst het kabinet-Laniel rVolger Weggespoeld. Diens * ruften tZa* nu een oplossing _i inces vinden voor het Indoh dan triProbleem, opdat Frankrijk g*e J?*t geruster hart de Euro- p kan bezien. Waarbij r'niste,. ance, de nieuwe Franse Nt s'President, uitdrukkelijk ?»fe Ch;ze§d. dat hij voor planev C%_ ge' dw-z- VTede in In" Erin ruil voor verwerping uc* niet gevoelig is. 2° br^t ** * .. aari .Kl er een nieuw tijdperk d'r^'daw de internationale polisueer> tl b.iJz°nder karakter zal r, nd Vn„et dat voorbij is, A ertuiEi°ral in het teken van de v 6rikan Van een Paar millioen d!a^at2!n' die nog altijd geloh maar één middel is om aT^Uik. p'°blemen op te lossen, v^bcL 00r middel van de *an urn. Dit was het tijdperk ?*tht macht. Een tijdperk van dJ v°orh_ ,r diplomatie. Men kan g'PSaa? d Dulles veel minder ,'n êh §er Ar._noemen dan zijn voor- X*1- V»^*011 of ziJn collega ™l%k de impasse in de sjj^h.t te niemand durfde zijn Hs te. vSel>nuken: men dreigde ai, tiiri»erder gebeutde er niets. J? alleT* dat komen gaat, zal W-^eefe nen niet bedriegen, Vr» H if nu door de diplomatie 'n d heerst- Een tijdperk siaet kujwf Westerse diplomatie nJrSde eon? bewi.izen, dat een ge- V v°or ri erentie geen overwinov? v JlÜsli,ï?? tegenstander is, zoals bf.!t>itüii„ conferentie als een CL^wd giVoor het Westen werd Sta* oden J deze wisseling van gfr,*ll iw n regie staan de Ver. \y> ter, ..minder op de voorfo^ eZlil_uit het duister naar 6* ' .^dia' eden Jawaharlal Nehk='d6rdp ? Premier. De man van CT? hr^'' of van de ..laatste C^W P„„eïeve geweerd, is zijn di© ?u's «!:"-.bewijs, dat er andere N> l hed voorbereid dan •W een ntn gebruikelijk waren Ui 2iib "ntmoeting der staatslie« die ntmoeting met Tsjoe en VfJJ *« Ge^1" de meeste Aziateri Üe eve de verdienste heeft fc(JjeUr tde machtige Ver. Staten Wi 6 nebben uitgekeken, letriContact met Nehroe ge„«tt 1 bonrf1 niet zeggen wil, dat \k^t\ . dgenoten zijn. Dit te stfiil 'fi « regelrecht misleidend. *t| x? in /Zakelijkheid gaat de V«lito^le tussen Tsjoe en Lai . ri^ÜiaM mmers de vraag voor t^if6 dem- Aziaten is voortaan of Vi ,°6 ZuiiCratische methoden van 6 Van S 1 volgen of de dicta». 'l J-sjoe en Lai. J>de2e dikten &U2e van de Aziaat is het \MziaPtartij- BiJ de methoden &H e aten zullen volgen heeft Hi- ° zal niet veel meer te zeg- Niln 6en men nu in Azië mis- S '8e A politiek volgen, die in Vr)Politif,tlkaanse kringen als ?« v n betit ,Van „München" zal Vk4ag „ eJ,d- Maar dan nog rijst V neton k alternatief heeft ShVe,,slal nadat Dulles aan de h maar zelfs aan de ï>itufVe niM d Zlinde Chinezen, in . lic kr!? anders dan een caïfe. . n \ragen? %' is ,). * * aten matisch dat de Ver. iiti^ken' Europa zoveel ■ü*,, zijn , eft, in een steriele po- V!r An\Z'. dat zo Europa niet fAa. °HdeT. rdka kan, Amerika niet S maci,r'UroPa. Zonder Ame- SluHa ls Europa niets, zon?tl H,l ««et + Weet Amerika zijn Sr °Pa hr • gebruiken. Amerika V91 k • Dat -Ven °P elkaar aange;s öh 6t min; is 00k de opvatting **■ VCa8*61"16 dat in Frankrijk V*l^ dr;n onder Mendes Fran- S> ke ËDo regei-ing ook tegen*•»«. et eZrT' staat. in één zaak is >£h VerknameliJk dat At" rt^taan v d moet blijven ■es an r air een omverwer- S Ci iancet\antles (renversement \t,\ sPraiT ls Seen sprake. Daar PVS»ïlhVan in Duitsland. In ?l^k6tl diren+e laatste tijd de roep _*veau. Dit dipl°" Bevr,i an v°or Europa Volgen hebben. --- In Haki's winkel Ik ketterde tussen mijn tanden en liep de hoofdstraat in, zoekend naar de winkel van Haki. Mijn vriend Haki een lange, magere sombere Turk met een haviksgezioht, had 15 jaar geleden een win- , door A. den Doolaard onze corr. in Joegoslavië kei, een rommelig zaakje, waar hij antiquiteiten verkocht, echte en nagemaakte iconen. Op marktdagen kocht hij bij tijd en wijle sieraden van boerinnen, wier echtgenoten hun belasting niet konden betalen en verkocht ze weer voor een behoorlijke prijs, want toentertijd waren de toeristen witte raven en Amerikanen, die enkel door 't ten gehore brengen van hun accent in elk land alle prijzen doen stijgen, Op een morgen zag ik in Hakd's etalage een lange zilveren ketting liggen, die uit zes strengen en twee sloten plus een zilveren haak bestond van ongewoon bewerkelijk patroon. De Montenegrijnen droegen in vroeger eeuwen deze kettin. gen schuins over hun roodlakense vest en hingen er een sierdolk aan. Ik vroeg Haki naar de prijs. „Achthonderd dinar" zei hij, loom als altijd. „Zeshonderd" schoot ik terug. Hij haalde de afgezakte schouders op en zweeg. De twee volgende dagen herhaalde zich hetzelfde spel. Terwijl we de vierde dag opnieuw aan het loven en bieden waren, bestelde hij een kop Turkse koffie: hij wist nu dat hij met een serieuze klant te maken had. We wisten allebei dat de ketting voor 700 dinar van eigenaar zou wisselen, maar daar ging het niet om: het spel was belangrijker dan de knikkers. Nadat hij mij voor de tiende keer had afgewezen, nodigde hij mij uit een partij schaak met hem te spelen op zijn 17de eeuwse schaakbord van ivoor en parelmoer. Aan het eind van de derde week bezweek ik, en hü overhandigde mij de ketting met een triomfantelijke, moede glimlach. Ik had veel meer aan koffie en pruimenjenever in zijn winkel opgedronken dan de 100 dinar, die hij had laten vallen. En ik had er een koopje aan, want deze ketting leverde mij een belangrijk motief voor miji Ochrid-roman. En hij is zo mooi, en zo zeldzaam, dat hij ter gelegenheid van de tentoonstelling van Joegoslavische volkskunst in Den Haag in een afzonderlijke kleine vitrine heeft gelegen. In de deur van een winkeltje met snuisterijen en prullaria van zilver, filigraan zag ik een zeer lang, zeer mager en zeer oud man staan. Ik herkende hem enkel aan zijn haviksneus. Haki had tijdens de oorlog een geheugenstoornis gekregen en hij herinnerde zioh mijn verhaal slechts vaag. Ik wees op de prullen in zijn uitstalling en vroeg wat er met zijn oude voorraden was gebeurd. ,?Wat ik uit de gapklauwen van de Duitsers kon houden, heb ik na de oorlog aan het museum verkocht" zei hij lusteloos, „en de oude tijd komt nooit meer terug. Wat er nog aan sieraden in deze streken was, is grotendeels door de Duitsers en Italianen gestolen. Dan hebben de boeren het vandaag beter, en ze hoeven de sieraden van hun vrouwen niet meer te verkopen. Maar het ergste van alles is. dat er geen edelsmeden meer zijn". --- Marsmans jeugdjaren beschreven door een jeugdvriend Herinneringen van Arthur Lehning IJEEL de hete roekeloze drift waarmee de meest vitale Hollandse poëet van deze eeuw, Hendrik Marsman zijn jeugd verleefde en zijn poëtische seinen tot tegen de sterren zond, schijnt weer even gevangen in een bloedwarm memorabile van Arthur Lehning, Marsmans jeugdvriend. Men is met zijn werkje waarin de dichter zelf herhaaldelijk door nog onuitgegeven brieven, poëzie-fragmenten, jeugdvisioenen en dwepende kanttekeningen aan het woord komt, weer geheel terug in de twintiger jaren toen dat nieuwe betoverende élan de Nederlandse dichtkunst ruimte en cosmische straalkracht gaf. Al heeft Arthur Lehning in de Nederlandse letteren nadien geen rol meer gespeeld.om dit mémoire zal hij op een beperkt gebied blijven voortleven. De velen die Marsman, door zijn verzen, door zijn critieken ook, als een vriend hebben liefgehad zonder dat het nodig was dat zij hem daarvoor persoonlijk hebben ontmoet, leven met dit getuigenis mee als betrof het ook hen persoonlijk. Dit werk betekent meer dan het inhoudt. Het is meteen een rake sfeerbeschrijving van het leven dat een dichter bij het ontdekken zijner macht met 't woord, van zijn scheppingsmacht beleeft. Zeker zijn onder de jonge poëten van dit land weer zulke vriendschappen aan het groeien, aan het rijpen; het hangt ervan af hoeveel ze straks gaan betekenen of die vriendschappen zelf ook bij de litteraire optelsom meetellen, maar wat doet dat er eigenlijk toe. Nu is Marsman legende geworden. Zijn dood vond hij op een schip dat in het begin van de oorlog werd getorpedeerd. Hij wilde i uit Spanje naar Engeland overste- Iken, hij kwam om en zijn vrouw overleefde het accident. Verschillende malen in zijn verzen had hij onbewust zulk een dood voorspeld. Hij zag ,de eenzame, zwarte boot, ; in het holst van de nacht de dood, de dood tegemoet" varen. Een an- | dere, latere keer dichtte hij in dat grandioze poëem dat aanvangt met , de regel: „Ik die bij sterren sliep en 't haar* der ruimten droeg" in de vierde strofe: ik voel de waatren stijgen in den nacht, I de angst rijst naar den mond en aan mijn lippen staan '' vermoeienis en walg, ik heb mijn merg verdaan in slaafsche hoorigheid aan het roofzuchtig bloed. niets rest mij dan mijn val, laat mij te pletter slaan en kermen als een meeuw tusschen het zwarte wier; die eens als zon in 't zenith heeft gestaan, zal bijten in het zand als een krepeerend dier." NOODLOT T|U had het noodlot willen ontvluchten, maar, o droevig lot, de dood die hij zo dikwijls had bezongen, moest hem daar ontmoeten. i Over zijn praeludium op de Dood j geeft Lehning een beschouwing bij enkele prozastukken die Marsman zelf erover schreef. De definitieve uitspraak erover moeten we missen, maar hij gelooft dat Marsman zichzelf het zuiverst analyseerde toen hij over Nijhoff schreef: „zijn verlangen naar de dood was niet zonder rl«»"f's»"