Vraag en antwoord Als lid van de Hoge Adviesraad ben ik in de bijzondere omstandigheid gewftst om, tezamen met collega's, Sukarno de vraag te stellen waarom hij aan radicale sociale hervormingen nooit eerste prioriteit heeft gegeven in zijn politieke programma's. Sukarno's antwoord was altijd dat de Indonesische Revolutie zich in fasen voltrok, ja zelfs, in verband met de maar zeer beperkte bronnen, zich in fasen diende te voltrekken. De eerste fase, of etappe, was die van de consolidatie van de resultaten van de Nationale Revolutie van 1945-49 en de vorming van een hechte Indonesische natie — hij gebruikte het woord nation building. De vergaande gevolgen van de „driehonderdenvijftig jaar" Nederlandse koloniale politiek van verdeelen-heers waren niet in een paar jaren uit te wissen, en dat maakte de vorming en werkelijke opbouw van één Indonesische natie buitengewoon zwaar. Daarom diende het nivelleren van verschillen tussen sociale klassen naar een latere fase te worden overgebracht. Zou men onmiddellijk de sociale klassentegenstellingen willen elimineren dan zouden er nieuwe conflicten ontstaan, die de consolidatie van de resultaten van de Nationale Revolutie en de vorming van nationale eenheid in gevaar zouden kunnen brengen. In het kort, Sukarno was ervan overtuigd dat het proces van nation building ook de klassentegenstellingen zou kunnen verminderen omdat dan uitbuiting van de ene etnische groep door de andere door dat proces zou worden beëindigd. In het Indonesië van de 20-ste eeuw, waar geen plaats meer is voor inheemse potentaten die over leven en dood van hun onderdanen beschikten (zoals dat nog het geval was in de 19de eeuw), zou, volgens Sukarno, het kolonialisme de belangrijkste bron van uitbuiting en verarming van de bevolking zijn geworden. Dit kolonialisme „is nog springlevend en loert op een kans om terug te kunnen komen". Maar zoiets kan worden verhinderd „wanneer wij, Indonesiërs, een hechte eenheid, een solide natie, vormen". Bovendien vond Sukarno de tegenstellingen tussen arm en rijk in Indonesië veel minder groot dan in de kapitalistische landen, zoals de Verenigde Staten. Sukarno wees gewoonlijk op het feit dat gedurende de dagen van de Nationale Revolutie vele rijkere Indonesiërs bereid waren financiële steun te geven aan armere landgenoten. „Als het Indonesiërs voor de wind gaat dan vergeten zij nooit hun minder bedeeld familieleden en vrienden." Hij zag daarin het bewijs voor het functioneren van het gotongroyong (collectieve hulp) beginsel in het denken van iedere rechtgeaarde Indonesiër. Bij dit alles zou Ik de opmerking willen maken dat Sukarno in zijn tijd zich nog geen voorstelling heeft kunnen maken van de veel grotere verschillen tussen rijk en arm in het Indonesië van generaal Suharto waar men corrupte multi-miljonairs bij bosjes tegen het lijf loopt, bijvoorbeeld oud-generaal Ibnu Sutowo, de voormalige direkteur van het staatsoliebedrijf Pertamina, of Indonesiës „first lady", mevrouw Tien Suharto bijgenaamd „Madame Tien Percent". --- Conflicten Na een jaar bleek echter dat nasakom niet de gewenste resultaten kon opleveren. De raoso/com-partners, in het bijzonder de Nahdatul Ulama (NU, de partij van de conservatieve moslimse schriftgeleerden en reactionaire landheren) en de PKI, waren voortdurend in onderlingen conflicten verwikkeld. Ook de verhouding tussen het leger en nasakom was verre van goed. Er was binnen het leger een sterke groep die in feite erop uit was de communisten te vernietigen. Een poging van Sukarno om ook de militairen binnen nasakom te trekken, nasakomil dus, mislukte. Het 1 wilde niet met de PKI in één inka lend verbond zitten, want dat zou vrijheid om zelfstandig maatregel' nemen tegen de PKI, vooral op pre ciaal niveau, ernstig beknotten, eindelijk ontstond de zeer gespat driehoeksverhouding: Sukarno, n. kom (in feite de PKI) en het h waarin Sukarno zijn handen vol k| met hét -beschermen van de PKI.* was duidelijk dat het uitvoeren f sociale hervormingen nu onmogi was geworden, want het leger alles torpederen dat in het vooiy van de PKI en een sociale revol zou kunnen zijn. Op den duur werd nasakom voo PKI een te nauw keurslijf, dat \ activiteiten ernstig beperkte. Dit \A vooral gevoeld in de gebieden waa' PKI een politieke meerderheid verkregen, zoals in Surabaya, S Semarang en andere grote steden, i uit het te nauwe nasafcom-keursli^ breken ontketende de PKI in 1963 tijdens de uitvoering van de landl vormingen, een groot revolutioi offensief. | Op Java, Madura, Bali, LomboJ Zuid-Sumatra veroorzaakte de rei tributie van grond scherpe confli* tussen landloze boeren en grondeL naren. Die conflicten gingen het langrijkste onderdeel vormen vaii strijd om de macht tussen de politf partijen. Een groot deel van de lanfl ze boeren kreeg steun van de 1 terwijl de landeigenaren in het ai' meen werden bijgestaan door de t en de NU. De PKI gebruikte ó} conflicten voor het lanceren van k grote revolutionaire offensief. ' landloze boeren werden aangezet > zogenaamde „éénzijdige acties" — het Indonesisch aksi-sefihak — te 4 richten: in groepen van 100 en n* mensen gingen zij de gronden vari landheren bezetten en weigerden h hen een deel van de oogst af te st| of, na het verstrijken van de dr bouwovereenkomst, de grond aan eigenaar terug te geven. Er wal echter ook landeigenaren die éénzi' ge acties pleegden: bij voorbeeld i steun van honderden moslimse jon ren gooiden zij deelbouwers van i gronden af, alhoewel de betreffer deelbouwovereenkomsten nog ' kracht waren. Op vele plaatsen w den gevechten gevoerd tussen land ze boeren en grondeigenaren, waai doden vielen. Sukarno toonde symf thie voor de landloze boeren, m ging hun éénzijdige acties toch S officieel goedkeuren. --- Toch niet Heel anders gaat het er aan toe in het amusementspark. Daar geen marmeren vloer, maar een cementen. Geen houten overkappingen, maar een golfplatendak vol gaten. Bontgeschilderd en springend en rennend als basketspelers dansen in een hoog tempo een twintigtal figuren het hele Ramayanaverhaal in anderhalf uur, terwijl er zon § a 9 uur voor staan. Maar de pret en het gelach van de vele Javaanse kinderen, en het nabootsen van de bewegingen van de toneelfiguren zijn er niet minder om. In een uithoek van Yogya wordt ook de wayang-voorstelling in ere gehouden. Door een aparte stichting, die de wayang van de ondergang wil redden, wordt er elke dag een voorstelling gegeven. Op die wijze kunnen de dalangs (poppenspeler, verteller, animoator, gamelan-orkestleider inéén) oefening opdoen. Niet ver van Yogya ligt Borobududur. Wat eerst overkomt als een massief, compact bouwwerk, wordt, kringelend van de aardse rondgangen naar de hemelse, steeds luchtiger en ruimer. Het monument staat in een grote, weidse vlakte, die eerst talloze boerenfamilies huisvestte. Zij werden verdreven en het monument wordt nu alleen nog geflankeerd door een peperduur restaurant. Verder weg ligt het Dieng-plateau, een kale, sombere hoogvlakte met vele tempels. De beruchte Soeharto pleegt zich er terug te trekken, als hij „moeilijke beslissingen" moet nemen. Wat een verschil is dat plateau met de groene, lieflijke, klaterende, golvende streek van de koningsgraven op Bali, waar Soekarno placht heen te gaan voor rust. --- Begraven Ten Zuiden van Yogya ligt Imogiri, waar de sultans van Yogya en Solo begraven liggen. Eens vormden Yogya en Solo het ene sultanaat van Mataram, maar Nederlandse kolonialisten splitsten het. Dat van Solo papte voortdurend met de Nederland? aan, terwijl Yogya een haard v£ verzet vormde. Na zon slordige ft treden beklommen te hebben kun je" graven bezoeken. Op maandagojj tend en vrijdagmiddag wordt er gei den. Toen ik er op een maandag Vï moest ik me dan ook in sarong, jakt een sierlijke fez steken om de H]kW ten te aanschouwen. Lang» de prinsf sen van de sultan, mocht ik al ktfl pend de rouwkapellen in en werdr geacht, al knielend naast de kisten' door -wierookdampen omhuld, te bj den. Inplaats van Allah aan te roepj telde ik maar tot 25, kroop achtersj voren van de kist weg en werd naarl volgende rouw-ruimte geleid. --- Vrijheidsheld Diponegoro Nog net in Yogya ligt het monum4] van prins Diponegoro, deze prinselt ke strijder van het eerste uur (middf vorige eeuw) tegen de Nederland invasie. Per andong (paard en wag4 liet ik me erheen brengen. De andof heeft een prachtige bel die klinkt I de volle uursslagen van een zw^f pendule-klok, twee koperen lantaai? en versleten banden. De koets* draagt een versleten donkerblaij marine-jasje en rookt graag van t\ pakje sigaretten mcc. Op dalende v[ gen worden we door becaks ingehaal op stijgende haalt het paard de beest weer in. I Het Diponegoro-monument is moj het ligt in een prachtige omgeviil Het bezit een ruime pendopo waar, en toe de wayang-kulit wordt opffl voerd. Een wel tien meter lang muij paneel beeldt in reliëf, achterin ï pendopo, uit een Diponegoro, * strijdt op zijn paard, die onderhand^ met lange . Nederlanders met stij. militaire petten op. Er is ook «j schilderij, met een woeste, vechtlug ge Diponegoro op een stijgerend n paard. In de omheining van het rnoiA ment zie je een gat in de muur, w*l doorheen de prins gevlucht is. Ik bladerde het gastenboek doof zag, dat weinig Nederlanders het D>' nument bezocht hebben. Wel heel v* klassen schoolkinderen uit IndoneSJ En ook bezocht Marion Bloem („W\ ter") als 23ste bezoeker van 1979 opl januari van dat jaar het monument- --- INDONESIË Sukarno: een balans van zijn verdiensten en tekortkomingen Eén van de belangrijke betekenissen van de mislukte militaire staatsgreep van 1 oktober 1965 is dat die coup het einde inluidde van het Sukarno-tijdperk. Nog geen half jaar later, om precies te zijn op 11 maart 1966, werd Sukarno, die alle macht over het Indonesische leger had verloren, gedwongen om de staatsmacht over te dragen aan generaal Suharto, die weer ruim een jaar later langs ongrondwettelijke weg en staatsrechtelijk bedrog Indonesië's tweede president is geworden. Nog altijd is het een open vraag waarom Sukarno de coup van 1 oktober 1965 niet heeft kunnen voorkomen. Maar ondanks deze en andere tekortkomingen staat het nu toch vast dat Sukarno de Indonesische geschiedenis is ingegaan als een man met uitzonderlijke verdiensten voor het Indonesische volk. Hij was de voornaamste strijder voor de Indonesische onafhankelijkheid gedurende de laatste decennia van het koloniale tijdperk, de belangrijkste oprichter van de Indonesische Republiek, de grote architect van Indonesië's nationale eenheid en de initiatiefnemer tot de economische dekolonisatie van zijn land die in 1958, na de eigenlijk onverwachte nationalisatie van Nederlandse eigendommen in Indonesië, een aanvang nam. Door ERNST UTRECHT Politieke leiders hebben ook tekortkomingen. Ook de grootste leiders ontkomen daar niet aan. Sukarno'S belangrijkste tekortkoming is ongetwijfeld het vrij ernstige verzuim nooit serieuze pogingen te hebben ondernomen om werkelijke sociale hervormingen van de grond te krijgen, ondanks de beloften het lot van de Marhaen*, de kleine man, te zullen verbeteren. Van de in 1962 begonnen distributie en redistributie van landbezit, die na de bloedige coup van 1 oktober 1965 zijn stopgezet, kan nauwelijks gezegd worden dat zij een begin waren van sociale hervormingen. Die landhervormingen waren immers gebaseerd op een minimum aan landbezit van vijf hectaren. Een landeigenaar die vijf hectaren bezit kan nog altijd vijf landloze boeren uitbuiten. En omdat er, vooral op Java, als gevolg van overbevolking en daardoor als gevolg van rigoreuze grondversnippering, alreeds weinig grootgrondbezit was, viel er uiteindelijk maar weinig land te verdelen onder de meer dan 10 miljoen landloze boeren en landarbeiders. Prof. dr. Ernst Utrecht was vóór 1965 lid van de Hoge Adviesraad in Indonesië. Na de machtsgreep van Suharto ging hij gedwongen in ballingschap. Hij is docent in Nederland en van tijd tot tijd gastdocent in Australië. Hij schreef op verzoek van De Waarheid bijgaand artikel. In Indonesië hadden in 1955 de eerste, en tot nu de enige werkelijk vrije verkiezingen plaats. De PKI voerde een intensieve campagne, waarbij zij zich met teksten en tekeningen (in stripboekjes) tot de bevolking richtte. Er werd ook inzicht gegeven in de techniek van het stemmen. Tekst op de tekening (264): Achmad, Otong en Marlan gaan de dessa rond: zij gaan na of iedereen al weet hoe je stemmen moet. De verkiezingen beginnen om 8 uur. Vanwege het analfabetisme werden de partijen door symbolen aangegeven. De PKI had sikkel en hamer. Tekst: Uitleg hoe moet worden gestemd en herinnering op welke manier een gaatje in de sikkel en hamer kan worden geprikt. Veel militair vertoon in de straten van de grote steden na de machtsovername door Suharto Sukarno --- Een bezoek aan het land van de sultans Van een medewerker Midden door Yogyakarta slingert zich enkele kilometers lang een hoge witte muur. Hier en daar zijn er mooi bewerkte poorten in. Gaat men daar doorheen, dan komt men in het vroegere gebied van de sultans van Yogya. In deze stad binnen de stad wonen 25.000 mensen in huizen, die nooit meer dan twee verdiepingen hoog zijn en die langs rustige, autovrije wegen wonen. De vertrekken en tuinen van de huidige sultan, die minister en vice-president is geweest, beslaan nog maar een klein gedeelte van het vroegere gebied. Het zijn veelkleurige, van duur materiaal gemaakte privé-vertrekken voor vrouwen, gasten en de sultan zelf. In de tuinen staan de langzaam groeiende sawo-bomen als teken van een ver verleden, dat langzaam in het heden wegglijdt. In de pendopo's (open paviljoens) met hun marmeren vloeren en houten overkappingen kan men tweemaal per week de repetities van het gamelanorkest van de sultan bijwonen. Oude mannen en vrouwen spelen en zingen dan episodes uit adellijke epos-verhalen, terwijl er putten warme thee vóór hen in de marmeren vloeren weerspiegeld worden. Dichtbij de kraton ligt het oude badhuis van de sultan en zijn vrouwen dat al lang niet meer gebruikt wordt. Vanuit zijn hoger gelegen vertrekken kon de sultan zijn vrouwen zien baden. Even verderop worden vogels verkocht. Vanuit deze markt wordt heel Yogya van vogels voorzien, die vaak in kooien, een tiental meter boven de grond gehesen, gehuisvest zijn. Yogya is naar binnen toe met het koninkrijk met de kampongs. Waar de stad ophoudt en de kampongs beginnen is onmogelijk te zeggen. Geluiden van het platteland, kippen, hanen, geiten, dringen tot in het stadscentrum door. De rijst wordt met zorg geplant --- Becak-rijders In alle hoeken en gaten, straten en zandpaadjes, zie je becakrijders. Deze huren vaak hun becak voor zon één gulden per dag van een becakeigenaar. Ze fietsen mensen en allerlei soorten vracht (bamboestokken, cementzakken, kroepoekzakken, ijzerwerk, bakstenen enzovoort) van het ene eind naar het andere eind van de stad. Een dagloon bedraagt voor hen zon 6 a 9 gulden. Alleen wie heel veel fietst en flink weet te sparen kan misschien voor zichzelf een becak kopen, die zon 180 gulden kost. Yogya is een ideale stad voor rijke bezoekers. Het heeft veel hotels, losmens en guesthouses. Het kent vele culturele activiteiten en het ligt centraal voor allerlei uitstapjes in de omgeving. Bovendien stikt het van de batikfabrieken en batikambachtshuizen. Goed afdingen is ook hier het advies en eerst een stel winkels aflopen want de gevraagde prijzen lopen zeer uiteen. Als nou met de prijs de batikververs er goed mee verdienden... Maar nee, in de ambachtshuizen zie je de vrouwen en mannen op kleine krukjes zitten in het schemerdonker, gebogen boven bakken met warme was en verf. Die ongezonde arbeidersomstandigheden gaan gepaard met een minimaal loontje, terwijl de eigenaars de toeristen breed lachend en in het Engels te woord staan. De balletgroep van de sultan treedt drie tot vijf keer per week op. In de pendopo worden er klassieke Javaanse dansen uit het Ramayana- of Panji epos uitgevoerd. Kleurrijk geklede dansers en danseressen bewegen zich langzaam en beheerst, maar gracieus en verfijnd over het marmer. Als er met krissen gevochten moet worden, zoals door de vrouwen Siturpilachi en Sudarawerti, die beiden de vrouw van Menak willen worden, gebeurt dat met soepele handbewegingen, waarbij het theedrinken van een Haagse met pink omhoog nog grof voorkomt --- Populisme De uitslag van de verkiezingen van 1955 voor het Indonesische parlement was voor Sukarno een nachtmerrie. Doordat die verkiezingen niet één — zoals gehoopt — maar vier, ongeveer even sterke politieke partijen hadden opgeleverd, werd het land door nog grotere politieke instabiliteit bedreigd, hetgeen alleen maar schade kon toebrengen aan Sukarno's nation building. Bovendien behoorde de Communistische Partij van Indonesië (PKI) tot de nieuwe „grote vier", hetgeen zowel de religieuze organisaties als de militairen de schrik op het lijf joeg. De moslimse organisaties gingen onmiddellijk een anti-communistisch front vormen, waarbij zij op steun van het leger konden rekenen. Uiteraard deed deze ontwikkeling de chaos nog groter worden. Sukarno besloot toen in de machtsverhoudingen in te grijpen teneinde nog grotere politieke chaos te voorkomen. Hij ontwierp een bestuursstelsel dat op effectieve wijze de activiteiten van de politieke partijen zou kunnen inkapselen en onder toezicht plaatsen van een nationale centrale leiding. Die nartlonale centrale leiding zou haar wijsheid moeten ontvangen uit een musyawarah, „een wederzijdse consultatie met de politieke partijen en niet uit een confrontatie met die politieke organisaties". Bij decreet van 5 juli 1959 werd de als „magisch" verklaarde Grondwet van 1945 weer in werking gesteld en voor Sukarno de weg vrij gemaakt om het nieuwe bestuursstelsel, dat de officiële naam van geleide democratie kreeg, in praktijk te brengen. Het leger, dat zelf op zoek was gegaan naar een sterker centralistisch bestuursstelsel dat de activiteiten van de elkaar bevechtende politieke partijen aan banden zou kunnen leggen, gaven hun steun aan Sukarno's geleide democratie. Sukarno stelde de geleide democratie voor als één van de politieke instrumenten van het ook door hem ontworpen „Indonesisch socialisme", een socialisme dat, anders dan het Marxisme, geen klassenstrijd kent, bovendien godsdienstig is (overeenkomstig de Indonesische staatsfilosofie Pancasila) en een bepaalde vorm van het ook door hem aangehangen populisme. Het populisme veronderstelt dat er onder het volk geen tegenstellingen bestaan en de buitenlandse overheersers zijn dan de voornaamste vijand van deze veronderstelde solidariteit van alle burgers. Daarom dwong Sukarno de politieke partijen tot meer positieve samenwerking in een inkapselend verband, nasakom — „nas" voor nationalisten, „a" voor religieuze groepen en „kom" voor communisten. Met zijn nasakom, waarin de partijen gedwongen werden elkaar te tolereren, en met de oprichting van het nationale eenheidsfront, Front Nasional, waarin alle ~ sTrömmgérï," individuen en organisaties inclusief het leger tot een harmonieuze samenwerking moesten komen, meende Sukarno eindelijk het partijwezen geconsolideerd en het politieke leven gestabiliseerd te hebben. --- Moord 'U, De éénzijdige acties brachten Vk de communisten niet de verwaa. voordelen. De bezetters van de me«( gronden werden door leger- en litieautoriteiten gedwongen deze vk\ te verlaten terwijl het aantal vijan* van de PKI groter was gewordenJöj desastreuze gevolgen van het in 19fc 64 ingezette revolutionaire offer% hebben de linkse groeperingen nairj coup van 1 oktober 1965 ervaren^, moorden op bijna een half milj^ communisten en personen die erij beschuldigd werden te hebben san% gewerkt met de communistische or[c nisaties of zelfs alleen maar met h marxisme te hebben gesympat seerd! p Met de massamoorden van het her van 1966 kwam ook het roemWi einde van Sukamo's populisme.» hoeverre nu de balans van Sukanfci verdiensten en tekortkomingen din de desastreuze gevolgen van het njo lukken van dit populisme wordt b«U vloed — is die balans nog steïi positief of is zij nu negatief — heel moeilijk vast te stellen. He 4 immers nagenoeg onmogelijk omta bepalen of Sukarno een werkelifc kans heeft gehad een ander politie beleid te volgen? Hij heeft voort»! rend strijd moeten voeren tegen flp alleen interne contra-revolutionajö machten maar ook externe reactiofltt re, zoals het Amsterdamse imperiallg me en het Nederlandse kolonialist»» " Met Marhaen bedoelde Sukarno niet het proletariajj' het marxisme maar de kleine landbouwers die nog aftik) het bezit waren van een klein stukje grond. Die w~ bracht echter niet voldoende op om de landbouwer afliG gezin een menswaardig bestaan te garanderen. Martjc kon tenslotte zijn schulden niet meer betalen en % gedwongen om afstand van zijn stukje land te doen. „ ---