Dollars DE hervatting van cle E.C.A.-hulp aan Indonesië, althans tol het ogenblik van cle souvereiniteits-overdracht, vormt een verheugend bericht, al smaken de dollars dan ook wat bitter. Die bittere smaak wordt veroorzaakt door de herinnering aan de stopzetting van deze voor Indonesië zo noodzakelijke steunverlening, en bovendien aan de dreiging dat de Marshall-hulp voor Nederland zou worden ingetrokken, — al is dat van officiële zijde niet met zoveel ronde woorden gezegd. Men zegt dat geschenken de vriendschap onderhouden, maar in de politiek hebben geschenken nog altijd een andere betekenis dan van een geste, die alleen maar een bestaande hartelijke verhouding bevestigt. Ze zijn als geschenken tussen bestaande of verhoopte zakenrelaties en doorgaans niet zonder bijbedoeling. Ze moeten altijd in de een of andere vorm worden terugbetaald. Nu is dit alles niet zo erg als het lijkt, want men kan slecht i-i--zakenrelaties hebben dan do Amerikanen, maar het wordt minder prettig wanneer de politiek er aan te pas komt, om duidelijk le zijn: de politieke druk. Dit is officieel nooit de bedoeling van de E.C.A.-hulp geweest, doch Nederland heeft die druk niette • min aan den lijve gevoeld. Wij kunnen de Marshall-dollars echter, helaas, niet missen, en met Indonesië is dit nog minder het geval. Misschien kan de bittere smaak der dollars enigszins worden verzacht door. de hoop dat de „belo - ning" voor onze gehoorzaamheid voldoende ruim en krachtig zal zijn om financieel-oecortomische en politieke debacles, die in Indonesië dreigen, zoveel mogelijk te voorkomen of uit de weg te gaan. Want het is wel duidelijk, dat de Amerikanen betere bussenissmen dan politici zijn, wat dus betekent dat zij geen goed geld naar kwaad geld gooien; met andere woorden: de zo noodzakelijke dollar hulp aan Indonesië wordt na de souvereiniteits-overdracht alléén voortgezet wanneer „het object" een gezonde kans op oeconomische ontwikkeling vertoont. En dit laatste is slechts mogelijk indien de nieuwe Indonesische regering er in slaagt haar gezagte handhaven, een rechtsstaat te scheppen en te garanderen dat ieders lijf en goed hier veilig' zijn. Dit is geen politieke maar een zakelijke propositie, en in zoverre dus redelijk en gezond. Het zal de Amerikanen tenslotte weinig kunnen schelen of het federalen dan wel republikeinen zijn die hier straks aan de touwtjes trekken, Masjumi-aanhangers, P.N.1.-ers, of wie dan ook. Dit is een zaak van het vrije Indonesische volk zelf. Wat hen wel kan schelen is de beantwoording van de vraag of het gegeven gezag de elementaire spelregels van de democratie waarborgt, en rust en orde handhaaft. Wanneer dit laatste het geval is, zal Indonesië zonder twijfel op zeer ruime dollarsteun mogen rekenen, want het heeft als een jong land, dat zojuist zijn vrijheid zag gloren, de algemene sympathie. En als dit experiment slaagt verdient het naast die sentiments-overweging ook ieders redelijke waardering en respect, en alle practische hulp die daar uit voortvloeit. En die hulp is onontbeerlijk. ■ Een Djakarta dat de teugels stevig en beleidvol in handen houdt heeft daarom de prachtigste kansen voor land en volk die men zich maar denken kan. Rijdt men de kar echter bewust of onbewust in het zand, dan zullen er geen dollars zijn om de weg' te plaveien, de paarden slaan op hol en de ellende is niet meer te overzien. & --- Prins Bernhard over demobilisatie Als voorzitter van de nationale demobilisatie-raad heeft Z. K. H. Prins Bernhard een serie radiouitzendingen over het demobilisatie-vraagstuk ingeleid, waarbij hij o.m. verklaarde dat 97% van degenen, die tot 1 Juli 1949 werden gedemobiliseerd, hun bestemming hébben gevonden. Nu de demobilisatie in snel tempo zal geschieden en een lichte kentering op de arbeidsmarkt is, zal het herplaatsen „niet vanzelf gaan". De ervaringen met hen, die terugkwamen, zijn heel goed. Daarom dr de Prins met klem aan een deel te verrichten van de taak, „die ons aller taak is." --- SAMENWERKING MET NED. VAKBEWEGING IS NOODZAKELIJK Dc veiligheid is natuurlijk primair, maar dit is een volkomen onzekere factor, waarover niemand — Indonesiërs noch Nederlanders — voorspellingen kan doen. Wat de financieel-economische positie van de Nederlandse werknemer in Indonesië betreft, bleek de heer Van den Ende optimistisch gestemd. Bij tal van informele contacten met Indonesische gedelegeerden in Den Haag is hem gebleken, dat zowel republikeinen als federalisten een open oog hebben voor de voorwaarden, die vervuld moeten worden wil het voor Nederlanders nog aantrekkelijk zijn in Indonesië te gaan werken. Op de RTC i.s overeengekomen, dat de RIS transfer van gelden naar Nederland zal toestaan voor pensioenfondsen, levensverzekeringen en andere sociale voorzieningen, verlofstractementen en andere periodieke uitkeringen, spaargelden en bedragen, bestemd voor het onderhoud van ouders of kinderen. Hierbij geldt — evenals voor alle andere transfers — het voorbehoud, dat de RIS zodanige beperkingen kan aanleggen, welke zij noodzakelijk acht in verband met haar deviezenpositie. Deze beperkingen kunnen echter niet worden aangelegd zonder voorafgaand overleg. Teneinde zo nodig voor de belangen der Nederlandse werknemers te kunnen opkomen acht de heer Van den Ende nauwe samenwerking met de Nederlandse Raad van Vakcentralen een eerste vereiste. In Den Haag is hier uitvoerig over gesproken, en de Raad van Vakcentralen (waarin het N.V.V., de katholieke vakbeweging en het christelijk vakverbond samenwerken) is ten volle bereid een organisatie van Nederlandse wei-kers in de tropen te steunen. De gedachten gaan uit naar een fusie tussen de SIWO en de SVO (Samenwerkende Verenigingen van Overheidspersoneel), die zich dan zou aansluiten bij de Raad van Vakcentralen. Op deze wij:'.;- zal hel mogelijk zijn, dat de Nederlandse vakbeweging de belangen der Nederlandse werkers in Indonesië kan behartigen in de internationale arbeidersorganisatie te Genève, waaide R.I.S. ongetwijfeld ook lid van zal worden. Naar de mening van de heer Van den Ende zal de Nederlandse gemeenschap in Indonesië de beste waarborgen voor haar arbeidsvoorwaarden kunnen vinden op internationaal niveau. ' Het Handvest 1947 van Havana betreffende handel en arbeid, en de te Genève aanvaarde Herziene Conventie 1949 betreffende migrerende arbeiders bevatten reeds verschillende bepalingen betreffende faciliteiten ten behoeve van hen, die buiten cle grenzen van hun eigen land werkzaam zijn. Er worden inmiddels voorbereidingen getroffen om 'te komen tot een voorlichtingsorgaan in Nederland waar zij, die in Indonesië willen gaan werken, de nodige inlichtingen kunnen krijgen omtrent arbeidsvoorwaarden en levensomstandigheden. Voor hen, die hier reeds zijn, zal het in de eerste plaats van de veiligheid afhangen, of zij hier kunnen blijven. Wat hun economische positie betreft, moet het mogelijk zijn de nodige regelingen te treffen wanneer men lot een goede organisatie komt in samenwerking met de Nederlandse vakbeweging — aldus dc heer Van den Ende. Aanpassing is echter noodzakelijk: men dient dc consequenties van de volledige en onvoorwaardelijke souvereiniteitsoverdracht te aanvaarden. De heer Van den Ende zal de planters van Sumatra's Oostkust op de hoogte stellen van zijn bevindingen in Den Haag tijdens een rondreis, die hij langs o\e kebons gaat maken. --- GECONSOLIDEERDE SCHULD Ten laste van de Republik Indonesia Serikat komen : B. De navolgende geconsolideerde leningen, berekend per 31 December 1949: 1). De Nederlandsch-Indische Lening 1935 rentende 3V2%. Stand per 31 December 1949 f. 36.650.000. Resterende looptijd 21 jaar. 2). Dé Nederlandsch Indische Conversie Lening 1937 rentende 3%. Stand per 31 December 1949 f. 90.000.000. Resterende looptijd 18 jaar. 3). De Nederlandsen-Indische Lening 1937 A rentende 3%. Stand per 31 December 1949 f. 616.250. 000. Resterende looptijd 25 jaar. 4). Aandeel van Indonesië in de Nederlandse Werkelijke Schuld 1896. rentende 3%. Stand per 31 December 1949 f. 3.300.000. Resterende looptijd 3 jaar. 5). De 3% Indonesische Lening 1962—'64. Stand per 31 December 1949 f. 79.912.000, welk bedrag op 1 Juni 1964 in zijn geheel moet worden afgelost. 6). Beleningen bij de Nederlandsche en Javasche Bank, rentende 3% (aan Indonesië terbesebakking gestelde Nederlandse Schatkistbiljetten). Stand per 31 December 1949 totaal f. 44.624.775. Resterende looptijd 13y2 jaar. --- Sultan Hamid II bevorderd Z. H. Sultan Hamid II van Pontianak, die als leider van de BFOdelegatie ter RTC is opgetreden, is bevorderd van kolonel tot generaal-majoor van het KNIL. --- Het zelfbeschikkingsrecht ter R.T.C. aangetast? PROF. ROMME OVER DE POSITIE DER MINDERHEDEN ONDER het hoofd „Zelfbeschikking" schrijft prof. mr. C. P. M. Romme in de „Volkskrant" over het externe en interne zelfbeschikkingsrecht. Voor de externe opteerden ter R.T.C, de vertegenwoordigers van de Minahassa, Ambon, de Zuid- Molukken en Timor, voor het interne de T.B.A. gebieden. De eersten wensten zich niet te onderwerpen aan de vastgestelde verhoorsprocedure, doch de laatsten werden wel gehoord. Ten aanzien van deze T.8.A.--gebieden schrijft Romme dan verder, dat zij deels aansluiting wensten bij de bestaande negara in Sumatra, doch „voor een groter deel wilden zij voorlopig rechtstreeks komen onder de centrale regering der R.I.S. om dan tenslotte door een plebisciet te ge ■ raken tot hun definitieve positiebepaling binnen de R.1.5." Na gememoreerd te hebben welke oplossing tenslotte ter RTC werd bereikt gaat Romme voort : „Men moet wel helemaal vreemdeling in Jerusalem zijn om niet te begrijpen, dal de wijziging welke de RTC heeft gebracht in de status quo van de TBA-gebieden in Sumatra, door hun toevoeging aan de republiek, de zelfbeschikking in grote mate vooruitloopt en deze flink beïnvloedt. Dat zou ook élke voorlopige aansluiting bij een andere negara gedaan hebben en daarom ivure de enige beslissing welke het zelfbeschikkingsrecht overeind- zou hebben gehouden, geweest: hun voorlopig rechtstreeks resortereh onder de centrale regering van de R.1.5." Romme constateert dan, dat bij dit „ineengeschrompelde zelfhefschikkingsrecht ten allen overvloede nog dit komt: „dat volgens de toepasselijke voorlopige constitutie van de R.I.S. elke nieuwe deelstaat erkenning behoeft bij federale wet en de federale wet, die status moet weigeren aan gebieden die niet in staat kunnen worden geacht, rechten, bevoegdheden en verplichtingen ener deelstaat uit te oefenen en na te komen." De schrijver eindigt tenslotte „Dit is voor ons de zwarte bladzijde der conferentie. Zelfbeschikking is er niet tot haar recht gekomen. God geve dat de geschiedenis niet om deze fout de conferentie eens te boek moet stellen in zwarte omslag." --- Nederlander in R.I.S. moet zich aanpassen Dan heeft hij nog goede kansen - mits veiligheid verzekerd is INDIEN de veiligheid verzekerd zal zijn en een redelijk deel van de verdiensten naar Nederland kan worden overge" maakt, ben ik ervan overtuigd, dat de Nederlanders in het souvereine Indonesië een goede toekomst zullen hebben — als zij zich tenminste weten aan te passen aan de nieuwe verhoudingen. Hij, die dit niet kan, doet er beter aan onmiddellijk naar Nederland terug te keren, want anders zal hij een gevaar vormen voor zichzelf en voor de gemeenschap" — aldus vertelde ons de heer J. van den Ende, voorzit ter van de Vereniging van Assistenten in Dcli en vice-voor zittel; van de Samenwerkende Indische Werknemers Organisatie. De heer Van den Ende is vorige week te Medan teruggekeerd uit Den Haag, waar hij met de heer Smit, voorzitter der SI WO, de belangen der Nederlandse particuliere werknemers in Indonesië heeft behartigd als deskundige van de Nederlandse delegatie ter RTC. --- DE SCHULDVERPLICHTINGEN DIE DE RIS. OVERNEEMT Over het ter RTC overeengekomen financieel-economisch verdrag schrijft „Het Financieêle Dagblad" het volgende : De Regering van de RIS aanvaardt in 't Fin. Econ. Verdrag een aantal met name genoemde financiële verplichtingen met de verantwoordelijkheid voor de betaling, zowel van de rente als van de aflossing. De overige schulden aan Nederland — na compensatie met de schulden van Nederland aan Indonesië — worden vervallen verklaard. Dit komt —- zoals reeds gemeld — neer op een vermindering van de externe schuld aan Nederland met een berekend bedrag van f. 2.000.000. 000 per 31 December 1949. --- SCHULD AAN DERDEN D De schuld aan derde landen * berekend per 31 December .1949 : 1). Lening Export-Import-Bank ten behoeve van Indonesië in het kader van de ECA-hulp. Stand per 31 December 1949 U.S. $ 15.000.000. Resterende looptijd 24 jaar. Rente 2y2% vanaf 30 Juni 1942. 2). A line of Credit granted by the United States Government to the Netherlands Indies Government for the purchase of United States Surplus Property. Stand per 31 December 1949 U.S. $ 62. 550.412. Resterende looptijd 31J/2 jaar. Rente 2%. 3). Lening van Canada, Stand per 31 December 1949 Can. $ 15. 452.188,21. Resterende looptijd 6 jaar. Rente 21/4%. 4). Settlement between the Government of Australia and the Government of Indonesia. Stand per 31 December 1949 A £ 8.500. 000. Resterende looptijd 10 jaar Rentevrij. --- SCHULD AAN NEDERLAND Q# De volgende schulden aan het Koninkrijk der Nederlanden berekend per 31 December 1949 tot de hieronder vermelde maximum bedragen: 1). Het aandeel van Indonesië in de swing, voorzien in het Brite Monetair aceoord ad £ 5.000.000 (f. 53.500.000). 2). Een swing op de C-rekening van f. 40.000.000. 3). Het debetsaldo op de HG/HI-rekening van f. 80.000.000. 4). Het debetsaldo op de Brettonwoods rekeningen van f. 95.000. 000 (hiertegenover staat een activum van hetzelfde bedrag als deelneming in Interfund en Interbank). D). Alle interne schulden van Indonesië op de datum van de souvereiniteitsoverdraclat. --- De vijftig Nederlandse oudmiitairen die. zoals gemeld, per KLM-vliegtuig naar Australië zijn vertrokken, zijn Woei-