BOEKBESPREKING Achterberg in Frankrijk Daad van eenvoudige rechtvaardigheid die niet geheel slaagde door Dolf Verspoor Gerrit Achterberg: MATIERE (La Licorne — Montpellier) „kIOTHING is worth while doing, except what the world says is impos. sible", aldus Oscar Wilde. Bevrijden we ons even van de verblinding door dit slag aforismen veroorzaakt, dan staal er niets meer of minder dan een aristocratische verachting voor „what the world says", een nogal heilzame verachting, en een even aristocratisdie voorliefde voor enkel pionierswerk. Het schiet iemand onwillekeurig te binnen bij de aankon, diging dat een dichter van Europees formaat, de onnavolgbare Achter, berg, reeds nu op weg is om via een complete vertaalde bundel, te gaan spreken tot het publiek dat bij dat Europese formaat hoort. En dat niet in het Engels, Spaans of Duits, waarin de geslepen concisie van zijn taal nog enigszins equivalenten, zou kunnen vinden, doch in het Frans, een taal waarin men concisie op geheel andere manieren moet bereiken. Men kijkt dan onwillekeurig naar de vertaler die dit pionierswerk heeft aangedurfd als een voor hem vanzelfsprekende daad van eenvoudige rechtvaardigheid tegenover de dishter en tegenover de Frans-lezende wereld. Het blijk; dan te zijn Henk Breuker, woonachtig in de eeuwenoude universiteitsstad Montpellier in Zuid-Frankrijk, die zich voor dit doel de medewerking heeft verzekerd van twee Franse dichters, te weten Temple en Cariès. Wanneer men enerzijds weer dat binnen afzienbare tijd Nederlandse vertalingen te wachten zijn van een groot en onvertaalbaar dichter als Saint John-Perse, door de Slauerhoff-biograaf Terborch, doet het dan ook weldadig aan, dat een even „onvertaalbaar" dichter als Achterberg nu omgekeerd tot Frankiijk doordringt nadat er tien jaar geleden reeds verschillende verzen van hem in het Duits waren weergegeven. Het is niet te verwachten, dat in het onderhavige geval —- Achtetberg in Franse verzen overgezet — de eerste gooi al direct raak zal zijn. Vertalen van poëzie is een benaderende werkzaamheid waarbij soms generatie na generatie iemand oplevert om telkens weer iets bij te slijpen teneinde de gaafheid van indruk gaandeweg te benaderen. Vertalen van Achterberg is principieel niet doenlijk, juist omdat Achterberg met dc taal dingen heeft willen doen waar ïn andere talen dichters nog niet aan zijn toegekomen. Men zou dus enigszins ds inventaris op moeten maken van wat Franse dichters op andere manieren met de Franse taal hebben bereikt (René Char bijvoorbeeld), om dan Achterberg vanuit de uiterst denkbare spanningen en de maximaal opgevoerde plasticiteit var. een Franse zeggingskracht te herscheppen- Voor een dergelijk geval geldt meer dan ooit het voorschrift voor verzen vertalen: „recréer, avec d'autres moyens, le choc -poétique". Deze „choc" is bij Achterberg een permanente schok, een voortdurende electrische ontlading tussen hem en de buitenwereld, tussen hem en zijn materiaal. Opgeflitst door een magneet, springt alles wat hij electriseert, in een telkens hevig geladen verband: klanken zowel als door andere dichters versmade woorden- In een serie vonken, op de rand van kortsluiting, knettert stroom door vroeger willekeurige losse elementen. men nu deze elementen ver- vangen door andere, dan ontstaat een ander gedicht- Gaat men ze vervangen door elementen van een ander merk, dan blijkt dat ze niet meer helemaal geëlectriscerd raken, en dit is de indruk die men krijgt bij deze eerste poging tot het vertolken van Achterberg in het Frans. Het materiaal bestaat in het Frans, maar het is in deze vertalling niet voldoende geselecteerd om tot het effect te kunnen bijdragen. De taal, de Franse, is niet, ten behoeve van deze vertaling, voldoende op zijn uiterste mogelijkheden uitgeperst. Hierboven vermeldde ik, dat dit inderdaad moeilijker moest worden dan ingeval andere tafen gebruikt zouden zijn. Het blijft n. i. rondweg ondoenlijk- Achterberg en zijn strijd met het Nederlands enigszins bevredigend over te planten, doch men had bij dit verkennen van een terra incognita m.i. eerst het andersoortige materiaal moeten verwerken dat uiteenlopende dichters als Saint-John- Perse én Robert Ganzo, Francis Ponge én René Char. van hun strijd tegen het onbekende hadden teruggebracht. Een voorbeeld: -De vertalers hebben vrijwel consequent, ter weergave der vele typische Achterbergiaanse stoffelijke substantieven, gemeend dd Franse partitief te moeten blijven gebruiken; hier en daar ook weer niet; maar een typisch Frans-Achterbergiaans woordgebruik is hiermee niet geschapen, en dat zou m.i- de eerste zorg moeten zijn geweest alvorens een opgave als deze vertaling te beginnen. Een ander voorbeeld, concreet: „Vergeetmijnieten stonden in onze ogen" te vertalen met „Des (sic) myosotis se trouvaient dans nos yeux" is een voorbeeld, onder vele, van hoe het op school moet- En niet in een bundel die in Frankrijk uitkomt met het doe], een der belangrijkste Europese dichters van onze tijd aan een publiek te tonen dat eigenlijk op hem wacht. Een vertaling van een dichter ais Achterberg dient nóg meer van vondsten aan elkaar te hangen, uiteraard, dan van 'welk ander werk ook- Achter die vondsten dient dan een dermate sterke geest te waaien, dat die overal doorheentriit waar de dichter zelf wil. Zo is bijvoorbeeld wél een vondst, en nog wel een die aantoont hoe het wél moet, de behandeling van datzelfde werkwoord „staan' in het 'vers „Je gansche wezenskracht — stond in de muur...": weergegeven met „Toute la force de ta vie — a r m a i t Ie mur...". Daargelaten die „force de ta vie" als braaf testimonium paupertatis, is het gebruik van „armer" een van die vondsten die goede vertalingen- kenmerken: „armer" is namelijk een even vaktechnische term als vele termen die Achterberg zélf in zijn werk opneemt; het staat hier als het „wapenen" van gewapend beton. Het is hier zeldzaam op zijn plaats, omdat het uitermate in de geest van Achterberg is toegepast, terwijl het toch eerst eventjes uitgevonden moest worden door de vertalers. Zoals gezegd, niet alles staat op het peil van deze spanning. Een lijstje van voorbeelden pro en contra zou' topzwaar worden aan de contra-kant; de aanwezige vondsten zouden aantonen dat een en ander '— volgens de eisen die Achterberg allereerst aan zichzelf stelt — langer had moeten bezinken, langer rijpen bij de vertalers, om tenslotte even geraffineerd en uitgewogen uit het ruwe materiaal tevoorschijn te komen ais het bij Achterberg in spontaner tempo ontstaan was. Een vertaling van de „Comedia" vun Dante in „blank verse" kan het zeer wel doen: Karl Vossler, als vertaler lang niet zo begaafd als qua romanist, deed zulks met prachtige effecten. Een sonnet echter rijmloos te vertalen is miskenning van het woord „sonnet" zelf, dat allereerst, bij , Vernaccia en opvolgers, zoveel beduidde als „gerinkel". Enz, Achterberg echter te vertalen zonder rijm, is zowat hetzelfde als een concert van Mozart navertellen in proza, wat het effect betreft dan. Er zijn vele goede essays over Achterberg verschenen, en er zullen er nog meer verschijnen, in en buiten het land waar hij dicht. Ik ben zo vrij ze aan te bevelen zonder er veel van gelezen te hebben, en tip mijnerzijds even aan een kant van Achterberg's werk die ifl het jicht van deze vertaling naar voren springt: Het rijmen van een dichter is het spelen met een spel. Bij ieder verschillend hoort men de waarde die hij aan dit spel toekent, het doel waartoe hij van dit spel gebruik maakt. Geen enkel groot dichter laat het spel het spel, om de eenvoudige reden dat hij niet kan overzien wat voor spelletjes er met dit spel al zijn uitgehaald. Nijhoff zei nog onlangs zijn profession de foi op: dat voor hem rijmen als „weifelen" en „twijfelen" géén rijmen waren — hij kon op zijn 15e jaar al op zijn vingers uitrekenen welke flauwe spelletjes er al mee waren gespeeld. (Een Indonesische poëzie zal zich onderscheiden van alles wat muziek, volkspoëzie en opera is, door zich te distantiëren van het eeuwige „hati-mati"). Nu is het rijm fcij Achterberg o.a. dit: Ten eerste de gedachtenassociatie met de. meest veraf-liggende dingen, middels de lenige sprong van de woordmuziek. Uit de meest dode woorden breken magische krachten los wanneer Achterberg die vonk laat overspringen. Blijft in vertaling het overspringen van die vonk wég, dan is er veel kans dat er twee dode materies naast elkaar Wijven liggen, niet gebonden door Achterberg's spelregels, maar voor hun marktwaarde uit catalogi, encyclopaedieën en dergelijke opslagplaatsen. Woorden zijn' wagons: een dichter kan er zijn lezers mee door de Simplon naar de golvende maisvlakten van Lombardije rijden, of per Oriënte.xpres door de rozenolievelden van Bulgarije; het kenmerk van Achterberg's woorden én rijmwoorden is dat deze meestal voor hem op dood spoor stonden. De vertaling in kwestie maakt hoogstens de indruk dat ze nog steeds op dood spoor staan, hetgeen onjuist is. Ten tweede, en om dan een streep te zetten onder een onuitputtelijk onderwerp: er is juist bij Achterberg, een element dat ik het best kan suggereren met te verwijzen naar het bekende verschijnsel van de accentuering van tragiek door humor, zoals men dat kent uit de doodgravers-scène v,,a Hamlet, uit vele cynismen van Hamie-., en uit de gehele rol van de bewakers in Anouilh's „Antigone". Bij Achterberg's rijmtechniek spitst zich dit toe op een manier die in de weergaloze Duvivier-film „Pépé-le- Moko" even wordt toegepast; de spanning in de kamer van Gabin en de zijnen is ondragelijk, wanneer dan de verklikker binnen wordt gestompt — in een hoek geknokt, breng! een neervallende arm van hem een speeldoos aan het tingelen, en het getingcf blijft volgens eigen wetmatigheid doorgaan in al de ondragelijke secenden dat de man wordt afgemaakt, en beheerst de sfeer verder in dat vertrek waarin een ieder opademt en éen man, niet meer ademt. Dan, volgens dezelfde nergens-op-betrokken wetmatigheid, stopt de speeldoos. Hier rilt een bodemverschuivings-effect door het reeds bereikte perspectief, vrijwel geluidloos. Dit heeft Achterberg. Niet overal; wel als enige. Men mag hem dit niet ontnemen. --- AGENDA Donderdag, 17 Juli 1952 BOGOR CAPITOL : ~United Love" (Chin. film) CENTRAAL: „Mei Kwi Hua Khai" (Chinese film). MAXIM : ~Bird of Paradise" (techn.) --- SUKABUMI FLORA : ~Convicted". INDRA : „Roughshod" --- BANDUNG ELITA : ~Tomo-rrow Is Anofher Day" RIVOI.I : „Sunny Side of the Street" ORIENTAL : „Doublé Dynamite". REK : ..Moss Rosé". ROXY : ..Dcuble Dynamite". MAJESTIC : „Sunny Side of the Street." LUXOR : „The Day The Earth Stood Still". RADIO CITY : „Shadow". TEXAS: ..Tomorrow Is Another Day" VARIA : ~The Day The Earth Stood Still". --- Lezers schrijven over: Het bibliotheekwezen in Indonesië Naar aanleiding van het artikel van de heer S. Koperberg over „Het Bibliotheekwazen in Indonesië" zou ik gaarne de volgende opmerkingen maken. Men is hier te lande nog weinig op de hoogte van het bibliotheekvak en hoe het bibliotheekwezen zou kunnen georganiseerd. Het is dan ook zeer zeker van belang dat het publiek „bibliotheekminded" wordt gemaakt. Maar er rust tevens een grote verantwoordelijkheid op hen die menen het publiek in die zin te moeten voorlichten. Hieronder volgen op het artikel over bibliotheekwezen in de Nieuwsgier van 9 Juli jl. enkele aantekeningen in dc volgorde van de behandeling der verschillende aangeroerde onderwerpen. Wanneer er wordt melding gemaakt van „open bibliotheken" is men, naar het eerste deel van het betoog te oordelen, geneigd aan te nemen dat schrijver het heeft over Leeszalen, waar men inderdaad vrij toegang heeft tot de boekenkasten en waar men, na gebruik van een boek d't achterlaat wanneer men de Leeszaal verlaat. Leest men echter dóór dan bemerkt men dat het gaat om boeken die het publiek wenst te lenen. In dit verband wordt medegedeeld dat h.t,l, het betreurenswaardige feit zou bestaan dat het publick1 in sommige bibliotheken, wegens gebrek aan personeel, vrij toegang heeft tot de magazijnkasten. Nu kan ik mij niet voorstellen (geen enkel geval is mij althans bekend) dat men in grote bibliotheken (het gaat hier dus niet om de kleinere die meer het type van Leeszaal hebben en geen magazijn bezitten) wagens gebrek aan personeel, het publiek zelf zou laten grasduinen in hun magazijnen. Want dit zou immers, juist wegens het gebrek aan personeel, in plaats van vereenvoudiging van de uitleen een chaos teweeg smerigste ne de slechtst betaalde baantjes brengen! Een perfact oppevoed publiek zoals wordt voorgesteld als voorwaarde voor vrije toegang tot het magazijn is immers nergens ter wereld mogelijk, en kan niet worden verwacht aangezien dit zou betekenen dat alle bibliotheekgebruikers tevens bibliotheek-vakmensen zijn. Ik vermoed dat hier een verwarring bestaat met bet „free-access"-systeero in bepaalde grote bibliotheken. Vrij toegang tot de tienduizenden boeken in grote magazijnen kan soms worden toegestaan aan geleerden en researchere, indien het magazijn daarop is gebouwd en men voldoende personeel ter beschikking heeft om deze personen behulpzaam te zijn. Men heeft dan kleine ruimtes, voorzien van tafel, stoel en boekenkast, in- of belendend-aan-het magazijn gebouwd, waar de geleerde in alle rust om zich heen dat materiaal kan verzamelen dat hij denkt gedurende langere tijd nodig te hebben. Dit materiaal gaat, dus niet het gebouw uit. Met behulp van het personeel, en dus niet alleen, zoekt de geleerde zijn boeken bijeen uit de collectie. Hij zou trouwens in de meeste gevallen zelf de weg moeilijk vinden aangezien het boekenbezit veelal niet systematisch is opgesteld, maar b.v, volgens formaat van het'boek om plaatsruimte uit te sparen. En dan begrijpt men onmiddellijk dat er geen sprake kan zijn van eens prettig langs de (honderden meters innemende-) boekenkasten te lepen, laddertje op-laddertje af te gaan, om zelf zijn boek te vinden. Bovendien vergeet de leek maar al te zeer dat men overal op de planken hiaten aantreft van boeken die zijn uitgeleend of zich in de binderij bevinden. En zo kom ik aan punt twee van het bewuste artikel, nl. wat schrijver noemt „Het systematische deel van de boekenbehandeling"- Het blijkt uit zijn betoog dat hij hiermede niet zozeer op het oog heeft een systematische opstelling der boeken in het magazijn (hetwelk inderdaad een eerste vereiste zou zijn voor „free-access" en wat ook algemeen in de Leeszalen wordt toegepast), maar de systematische catalogus. Heirin kan inderdaad de researchter een betrouwbare gids voor de boekencollectie van een bibliotheek vinden, indien hij materiaal wenst te verzamelen over een bepaald onderwerp' aangezien deze catalogus, in tegenstelling tot de z.g- alphabetische catalogus, wordt samengesteld volgens-de inhoud van het boek. In een dergelijke catalogus zijn de titels van alle boeken van een bibliotheek in rubrieken gerangschikt, die zien aanpassen aan het systeem van de indeling van de wetenschap. Welk systeem men nu gebruikt voor deze indeling (er worden enkele in bet artikel vermeld) is alhankelijk van de aard van de collectie. Het lijkt mij geenszins bevorderlijk, en trouwens onuitvoerbaar, om uniformisatie hierin voor te schrijven. En passant dient hier te worden vermeld dat de bibliotheek van het Museum (Bataviaasch Genootschap) eerst anderhalf jaar geleden, na rijp beraad, het inmiddels geadopteerde systeem van de Library of Congress op kaart heeft gebracht, om redenen die ons in dit a.rtikel te ver zouden voeren, en wel slechts voor die rubrieken welke nog niet door vorige bibliothecarissen (volgens een ander systeem) wa.-en bijgewerkt. Sedert mijn vertrek, verleden jaar, van deze bibilotheek is (hieraan geen voortgang en heeft men, om voor mij onbekende redenen, omgeschakeld op het decimale systeem. Dit omschakelen in een periode van schreeuwend gebrek aan vakpersoneel is mij onbegrijpelijk. Waar uniformisatie van rubricering 'Jitr zeker de aangegeven weg is voor een gesloten geheel van Moederbibliothe_en met filialen, of van aanschaffingscerrtra met hun bibliotheken die hierdoor worden gevoed (zoals dat het geval is met dePerpustakaan Masjarakat), is het echter ongewenst om deze uniformisatie voor te schrijven aan wetenschappelijke bibliotheken van verschillende, onderling onafhankelijke, Instituten, waar de resp. gefleerde ieder, volgens eigen inzicht en doelstelling, het beste weten welke rangschikking nuttig is_ Het is b.v. zeer wel mogelijk dat een bepaald Instituut niet aanvangt het seinenstellen van een systematische catalogus maar met een trefwoorden catalogus,. Beide zijn afhankelijk van het in- Zicht van hun wetenschappelijke bewerkers en daarom subjectief te noemen. Waar het om gaat, is niet uniformisatie van de systematische catalogus, maar van de titelbeschrijving ! De titels zijn de bouwstenen voor een catalogus, of dit nu een alphabetische- of een systematische of een trefwoorden-catalogus is. Foutieve of defectieve titelbeschrijving maakt de catalogusbouw wankel. Da vaste regels die hiervoor bestaan zouden zo spoedig mogelijk dienen te worden ingevoerd. Dit is het kernprobleem ! Met een correcte titelbeschrijving kan een correcte alphabetische catalogus gegarandeerd worden, d.i, een catalogus waarbij de titels alphabctisch zijn gerangschikt naar het hoofdwoord (auteur bv.). Déze catalogus hangt dus niet af van het inzicht der wetenschappelijke samensteller:.. Hij kan worden gebouwd uitsluitend door bibliotheek-technisch personeel, en is daarom als objectief te kwalificeren. Van centralisatie van werkzaamheden en van unifonmisatie van werkwijze kan dus alleen sprake zijn bij een alphabetische catalogus, en niet bij de systematische. Tot slot een enkel woord over het begrip „Nationale Bibliotheek", dat in het bewuste artikel wordt vereenzelvigd met het begrip „depot-bibliotheek". Een Depötbibliotheek van een bepaald land streeft naar volstrekte volledigheid van alle publicaties van (niet noodzakelijkerwijs óver) dat land, ongeacht de kwaliteit van het gedrukte. Dé Parlementsbihliotheek' kan (hoeft niet) hiermee samenvallen, zoals het geval is in Amerika, aangezien ook hier niet selectie volgens de wetenschappelijke of littéraire waarde van het materiaal plaatsheeft, maar veeleer wordt gestreefd naar volledigheid van Overheidspublicaties, en voorts materiaal wordt verzameid dat om e.o.a. reden in het brandpunt van dc belangstelling staat, in de ruimste zin van het woord. Deze functie vervult de bovenvermelde bibliotheek van het Museum al sedert jaren en tot op heden. Het lijkt mij, gezien het uitgesproken selectief karakter van deze cu.tuurwetenschappelijke bibliotheek, méér voor de hand liggen dat de verplichting van depot wordt overgedragen aan een ander type bibliotheek, of men dit nu Parlementsbibliotheek of Nationale Bibliotheek of Staatsbibliotheek noemt. Ik heb dit uiteengezet in mijn brochure ..Tjatatan tentang peraturan psrpustakaan di Indonesia" (Balai Pustaka, 1950), waarin ook andere aspecten van het bibliotheekwezen, als het brandende vraagstuk der vakopleiding, zijn aangeroerd. Wat naar mijn mening de kwalificaties van een goed bibliothecaris zouden moeten. zijn, die de verantwoordelijkheid draagt hetzij van een Nationale- of v_i een Staats- of Universiteits-, oi' nog andere type— bibliotheek, is in dezelfde brochure aangegeven, evenals een overzicht van de verschillende categorieën van bibliotheekpersoneel C. VREEDE — DE STUERS Djakarta, 10 Juli 1952. --- ' gmÊu^osTmm^agmmu^Bm_\n Co - - -ff --- GURITA'S voor MOEDER en BABY BONEFAAS »_..*:*._»* **»j}__*.^} IHet gemak om een* voortreffelijke Gado2-8 of Petjel saus te bcrei-jl den is 't gebruik maken» 3 „NEGRO-BRAND" I Bumbu Gado2 of 9 Petjel i --- ©■«-* -teG-Ne- -^3-S*'<-©'f.'. *£*# __}-*>& _^Êl_-*-<^-HIM-}-HH'* V? _-^_ . £ /Hl II I I Ulïh VERWACHT © f GLANSROL VAN | è . ï RED SKELTON VOL DAVERENDE HUMOR f | EN ALLER ZOTSTE SITUATIES, & xB Through Laffland with Fun and Cameral / YpfV- \_tw^li*____$______\r~ *% fl REDSKEUON .«.. W\ \ B Cltcks wi+h _he Chicks ' y MjßÊk y fflwHW "H* II ArIeneDAHLAnnMILLER^WoJPi i Il X_W4Mh*') J^\ | Tl teon AMES • Psro BRITTON ■ Rlclurd ROBER M\ il f%DJURU PoTRBT'j)Q^^^ f &- ■ . I ■*"#^f#<_t^_t*®-fr*+®-^-4_5-HS-«^-fS»•*•_-!■*._. _Sfc.i" --- _\-jlamapm,E 't . * 1 „SUMMER STOCK" . Techi . H X N x Judy GARLAKD - „ 11 Gene KEU. m m M.G.M. Piet. 17 Jaar " ; ï GARDEN lIAIA f JJ 3.30 - 6.30 - 9.15 f- J „BLAUW BAARD 3 H Pierre Brasseur — M Cecile Aubry s H H 'n schitterende kleurenfilm N X Intra Film Release x 17 Jaar _ » J S PODIUM ri Naust Garden Hall J [J 6.30 - 9.15 r..m. x N Voor hel laptst U „K ONTI K F' X 6 Mannen in een vlot over m " d« Pacific I h x «_ADEMY - AWARD - x * WINNER h K 'K.O. Piet. J X Alle leeftiiden M CINEMAS f N 10.30 -3-6-9 H H 17 jaar en ouder M J „THE ACCUSED" J N Loretta Yoifcig - Robert » Cumrninas x M H N Poramount Piet. * MH " ï X 10.30 v.m. - 6 9 n.m. " h nEN'FENG n * 3.30 -630 - 9.15 njn. J H 17 Jaar en ouder h X ï !_9S^tó3^^P S x x x ,: x IGLOBE » H 11 v.m. -6 - 9 n.m. H M M 17 jaar en ouder y x „THE SON OF E DR. JEKYLL"Ï X x H Louis Hayward - Jody x M Lav/rance - Alexander e x Knox e J Columbia Piet. J x . __________« 5 «JVBMA jj * 10.30 v.m. - '5.30 - 8.30 ► x nm' E M 17 jaar en ouder X E „TARGET _\ UNKNOWN"E * Mark Stevens - Alex Nicol £ - Robert Douglas H N Uni versa! Piet. * h GRAND l J 3-6-9 n.m. m w 13 jaar en ouder rj h ; * r^____=^^-__.__it :\____*__a___\_ X ' ï S RIVOU x3-ó - 9 ï 2 „RUMAH HANTU" E JM. Budhrasa - S. Poni- x H man — Chatir Harro. X x ■ M Gong Film. x M . x J 2.30 -7- 9. E M 13 jaar en ouder. * M X M ifri___i iiiißi im 3 3grouchomarxHx 3 jïRXNK SWMRAjg x 3 T_ Ow^ / x _ l>__m_FWrwnmmr'Tr X 3 4362 K 'XZXJXXJJIXZZXXXXX --- Aandachtig volgt de Indonesische Olympische ploeg het ceremonieel van het hijsen van de vlag in het Olympische dorp te Helsinki. Op de voorgrond mevrouw Abd. Azis Saleh, die de huishoudelijke zaken regelt van het kleine Indonesische groepje --n er in het bijzonder voor zorgt dat cle Aziatische keuken de specifieke Indonesische flavour krijgt, die een goede eetlust en een opgewekte strijdlust stimuleren moet. (Foto TrianaJ --- Van alles wat van overal CEN eigenaar van een café, in New- Vork, Patrick Linehan, diende een verzoek in bij het hooggerechtshof om de extra belasting op sterke drank af te schaffen, daar deze in strijdi is met ds grondwet. „Toen ik in 1946 voor het eerst in zaken ging", zeide hij, „was dit voor een deel het gevolg van het feit, dat ik dezelfde gedachte koesterde als dr. Samucl Johnson, dat er totnutoe niets door mensen is uitgevonden, dat zoveel heeft bijgedragen tot hun geluk als een goed café of herberg". Mijn bar, vertelde Linehan verder, was als die welke dikwijls werden bezocht door Sir Richard Steele in 1707,: „een plaats waar een man zijn vrienden kan ontmoeten, of, als hij op reis is comfont en gezelligheid vindt. „Ik houd van het drijven van mijn bar", zei Linehan, „maar die extra-belasting is „net iets te veel". * pARL Phipps te Great Falls, Montana, *- zat langs de weg te bedelen door aan mensen van wie hij verwachtte wat te --tillen krijgen een bord te laten zien, waarop stond : „ik ben doof en stom". Hij kwam in de gevangenis terecht nadat een poliieman hem had gevraagd waar dat bord was en hij prompt had geantwoord : „hier in mijn zak". --- Nieuwe uitgaven Ahli ilmu dan alat-alatnja; uitgave N.V. Pustaka Rakjat, Djakarta, Rp. 2.20 Deze Indonesische uitgeversmaatschappij is begonnen met een serie boekjes naar het model en de aard van de in Amerika onder de naam Basic Science Education Series verschijnende werkjes, welke aldaar worden uitgegeven door de firma Row, Pcterson and Company. Het is met toestemming van deze maatschappij dat het boekje is vertaald in dc Indonesische taal door O. Soebroto. De eersteling .in deze Indonesische serie, oorspronkelijk geschreven door Bertha Morris Parker, van de Laboratory school van de universiteit van Chicago, opent met de geschiedenis van het echtpaar Curie en de ontdekking van het radium. Verder komt daarin voor het verhaal over Galileo en de manen, die de planeet Jupiter omringen. De ontdekkingen van Pasteur, verder in het algemeen vraagstukken, die door de mannen van de wetenschap reeds zijn opgelost, de wijzen waarop de geleerden hun taak verrichten, hun instrumenten zoals de thermometer, barometer, microscoop telescoop enz. Het geheel is dus een serieuze poging om in een kort bestek een populaire kennis bij te brengen. Listrik; uitgave N.V. Pustaka Rakjat, Djakarta, Rp. 2.70 In dezelfde serie verscheen het werkje „Listrik". Het is eveneens vertaald en ontleend aan de uitgaven van Row, Peterson and Company en behandelt de electriciteit van zijn eenvoudigste vormen tot de moeilijke vraagstukken toe. Verschillende proeven en tekeningen zijn erin opgenomen. De vonk de electrische zaklantaarn, de magneet enz. vinden er vermelding en beschrijving in. Teori dan Praktek Tatanegara; uitgave N.V. Pustaka Rakjat, Djakarta Rp. 4.— De N.V. Pustaka Rakjat heeft zich niet bepaald tot de bovenvermelde populair wetenschappelijke serie, doch is ook begonnen met een andere serie: Mcnjingkapkan ,dunia modern, waarin als eerste publicatie is verschenen een Indonesische vertaling van het boek van Maurice Duverger : ..Les régimes politiques". De naam. welke men aan deze serie heeft gegeven, spreekt voor zich zelf. Letterlijk vertaald zou men de serie moeten noemen : de sluier van de moderne wereld oplichten. Wij zouden het vrij vertaald en in analogie met een bekende radioreclame willen noemen : breng de wereld in Uw huis. De keuze van dit boek is een zeer gelukkige. Wii men een algemeen inzicht krijgen in de diverse staatsinrichtingen, dan heeft men aan dit werk van professor Duverger meer dan genoeg. Wie zich verdiepen'wil in de staatsinrichting van een speciaal land, zsal natuurlijk de daarop betrekking hebbende uitvoerige en veelal kostbare lectuur moeten doorworstelen; dit boek geeft echter een algemeen beeld en laat de détails met rust. De vertaling uit het Frans is verzorgd door de heer Suwirjadi. Dna demokrasl; uitgave van de Jajasan pembangunan, Djakarta, Rp. 3.25 De oorspronkelijke titel v«n het boek van Barbara Ward luidt: Democracy East and West. De Indonesische titel accentueert dit door als ondertitel te nemen : Barat dan Russia. Het behandelt danook achtereenvolgens de westerse democratie, de werkwijze van de democratische .instellingen, de grondslagen der I Vrijhe-'d en de zwakke punten in de westerse democratic. Bij de behandeling van de Russische democratic bespreekt de schrijfster eerst de bijzondere eigenschappen ervan, daarna de geschiedenis en de zwakke punten erin. In een voorwoord wordt de vraag behandeld, waarvoor wij in de jongste oorlog gevochten hebben. De vertaling is van Tatang Sastrawiria en het boek, dat 72 pagina's beslaat, is op prima papier gedrukt. Bahasa Inggeris se-hari-; Rp. 7.90 Van dezelfde uitgevers maatschappij te Bandung is ook Bahasa Inggeris schar 2 verschenen. De Engelse tekst van „Everyday Britain" is van William Cimeron, terwijl de Indonesische tekst is verzorgd door Reksosiswoio. Het boek brengt de Engels lerende-personen op levendige wijze naar Engeland en men beleeft dus in dit boek Engeland. Men komt overal en de realistische wijze waarop het doen en laten wordt beschreven, zal het de leerlingen zeker gemakkelijk maken om deze taal te Jeren. Het belastingrecht van Indonesië ; J. B. Wolters* Uitgcvers-iii._atsrh_ip.pij, Groningen/Ojakarta, Rp. 25.80. Dit boek van mr. W. F. Prins, oudhoogleraar aan de universiteit van Indonesië, is, zoals in het voorwoord worat gezegd in de eerste plaats bestemd voor degenen, die zich voorbereiden op het z.g. notarieel doctoraal-examen aan de Universiteit van Indonesië. Het behandelt het belastingrecht van Indonesië, echter niet in zijn volle omvang. Het telt ruim 303 pagina's en bevat niet alleen voor de nog studerenden doch ook voor oe reeds practizerende notarissen een schat van gegevens, welke zij in hun dagelijkse taak nodig hebben en waarvan het naslaan door dit boek ongetwijfeld wordt vergemakkelijkt. Karet door S. M. Latif; Rp. 5.— Eveneens bij W. van Hoeve te Bandung verscheen een boekje van de hand van Latif over rubber en de schrijver behandelt hierin de ~Karet"-boom, de grond waarin hij het best gedijt, verder groei en ontwikkeling, ziekte, de tap, terwijl in een tweetal bijlagen cijfers over de rubber in Indonesia worden gegeven. ---