Rede van den heer Engels. Wie den politieken, socialen en economischen toestand van ons land eenigermate juist Wil becwsirdeeien, moet dien.toestand beschouwen in het licht van het wereldgebeuren. En dan trekken twee feiten bijzonder de aandacht: eenerzijds de triomf van het materialisme ■ja: het economische .leven, en anderzijds een weder krachtig opleven van het Christelijk be,w_stzijn. --- Coalitie. ■.a . Wat nog niet behoeft te beteekenen, dat na den afloop der verkiezingen en na bestendiging van een Christelijke meerderheid, de voormalige coaiitieband weer in zijn ouden vorm zal worden aangelegd. Allereerst mag hier wel de waag gesteld worden, of de protestantsch-ckristelijke partijen, anti-revolutionairen en Christelijk-Historiselien dit willen. Ter loons wees sor. even op de stich- i ting der 'Nationale Unie (Mej. v. Dorp—Vaa der Voort van Zijp). Er is onder de voormalige coalib'egenooten v/el iets veranderd. Mag in 't algemeen gesproken worden van een opleven van den Christelijken geest, dan geldt-dit ook ten deele voor het Nederlandsch Protestantisme;-al uit zich die opleving wel. eens wat al te veel in negatieven zin. Nu is liet een feit, dat vele protestanten anders denken dan hun ieider . en dat uitlatingen en uitvallen op vergaderingen nog niet den geest weergeven welke de politieke leiding bezielt. Doch dat deze geheel immuun zou zijn voor der» invioed der opvattingen als zicli onder hun kiezersvolk openbaren, is nog een andere vraag. De houding door de anti-revolutionairen aangenomen tegenover de geheele Katholieke Kamerfractie nn de verwerping der Vlootwet, is van dien aard, dat hunnerzijds met zeker genoegen een „breuke" werd geconstateerd. Een breuke welke men voorshands niet .van zins bleek té herstellen. Hun optreden was zelfs van dien aard, dat de Christelijk-Historische Pers en de leiding dier Partij, het meermalen voor de Katholieken op nam, althans de houding der Katholieke tegenstemmers op reëele gronden als volstrekt niet tegen de coalitie gericht, verdedigde. Over 't algemeen» kan men, wat een coalitie der Christelijke partijen betreft, wel dit zeggen, dat de oude stramme discipline van het Schaepman-Kuyper tijdperk, vrijwel achter den rug ligt. En dat iedere Christelijke groep, op zich zelf een grootere mate van vrijheid voor.zich opeischt en minder neiging vertoont tot het aangaan van verbintenissen,. over, vraagstukken, waarover men het als partijen, onderling niet eens is. Toch staat wel zoo goed als vast, dat zoo de Christelijke meerderheid dezen zomer behouden blijft, ook de samenwerking der Christelijke partijen, in den een of den anderen vorm zal worden voortgezet. Het belang van den Staat en van het geheele Nederlandsche volk eischt dat. Alleen een rechtsche meerderheid heeft voldoende regeerkracht om ons volk door de moeilijke tijden, waarin het nog steeds verkeert, heen te helpen. Van het terrein der algemeene politiek over» gaande naar dat van de bijzondere,, naar het terrein der eigen partijpolitiek, sprak spreker er zijn vreugde over uit, dat een breuk in de katholieke partij — zij 't met groote moeite — ie voorkomen. Daarna werd uitvoerig behandeld het vraagr stuk der , Bedrijfsorganisatie en medezeggenschap. van de georganiseerde arbeiders, in het bedrijfs^ leven. De heer Engels beschouwde het socialistische systeem dat het particuliere bedrijf, met behulp der wet, wil omzetten in gemeenschapsbedrij, en dat in deze gemeenschapsbedrijven, in iederen tak op zich, aan de arbeiders over de geheele lijn medezeggenschap wil toekennen. Het socialisme vertrouwt daarbij op de superioriteit der opperste technische en economische leiding, welke de arbeiders wel zal kunnen overtuigen van Wat economisch mogelijk of onmogelyk is, en zoodoende overdreven eischen zal weten tegen te gaan. Ook meent men, dat in zoodanig georganiseerde bedrijven het gevoel van saamhoorigheid èn het gevoel van medeverantwoordelijkheid voor het algemeen welzijn, wel zoo grootz al zijn of worden, dat het groepsegoisme daaraan ondergeschikt zal worden gemaakt. Dat gerechte twijfel daaraan mogelijk is, is intusschen bewezen door den Amsterdamschen Wethouder De Miranda in zijn brochure „De kip, het voer en het ei". Van algemeene. bekendheid mag heeten, dat de anti-revolutionaire en Christelijk-Historische partijen al heel sceptisch tegenover het vraagstuk der bedrijfsorganisatie staan. Zij gevoelen er niet veel voor,, om reden dat zij aan de uitvoerbaarheid ernstig twijfelen. Wat de Katholieke partij betreft, loopende meeningen nogal uiteen. Van het inzicht der wettelijke regeling zijn vele voorstanders al teruggekomen. De mogelijkheid daarvan wordt niet groot meer geacht,, sinds de Minister van Arbeid verklaard heeft, dat hij er niet aan denkt bij de wet maatregelen in dien zin te nemen. De actie valt nu peer en meer terug op den inhoud van het politieke program 1925, waar in de collectieve arbeidsovereenkomst, mat mogelijkheid van verplichting en verbinding bij de wet, den eenigen voorloopig te bereiken mijlpaal wordt gezien. Hoe de werkgevèrswereld.er over denkt behoeft eigenlijk niet aangetoond. Het is van algemeene bekendheid, dat men in die kringen niets voor bedrijfsorganisatie, noch voor eenige medezeggenschap, noch zelfs vcor collectieve arbeidsovereenkomsten voelt, uitzonderingen daargelaten. Hun grootste argument is: wat weten de arbeiders nu van bedrijfseconomie? Wat weten ze van onze practische moeilijkheden en wat kan het hun vaak schelen! Bij de arbeiders draait alles om de vraag: hoe krijgen we den koristen werkdag en het hoogste loon. Het vait niet te ontkennen, dat er eenige waarheid schuilt . in deze beweringen.. Intusschen blijft, ondanks alles, het vraagstukder medezeggenschap op het Katholiek program, het blijft bij ons aan de orde. Wat wij ervan verwachten is o.a. het volgende: le. dat de arbeiders meer inzicht zullen krijgen in het wezen der moderne economische verhoudingen. 20. het zal hun leeren, dat datgene wat mogelijk is, niet geheel afhangt van den wil van hun eigen werkgevers, doch dat de machtige economische factoren in het buitenland het bedrijfsleven hier te lande ook sterk beïnvloeden. 30. het zal hun duidelijk worden, dat zonder de bestrijding der menschelijke, of nationale tekortkomingen, de sociale rechtvaardigheid niet zal te bereiken zijn, doch dat alleen het herstel der economische verhoudingen op Christelijke grondslagen, den socialen en daarmede den volkerenvrede zal kunnen brengen. Hoe het in de naaste toekomst waarschijnlijk zal loopen valt intusschen wel te vermoeden. Want het program onzer partij, dat aangenomen werd onder ' algemeene instemming- te' Utrecht, bevat als punt 6, o.a; de volgende bepaling: „Bevordering van zoodanige ontwikkeling der arbeidswetgeving, dat steeds meer de regelingen betreffende de arbeidsverhoudingen in het bedrijf en onderneming getroffen kunnen worden door de organisaties van werkgevers en werknemers, al of niet door speciaal daartoe gekozen colleges, behoudens goedkeuring en toezicht door de overheid binnen de grenzen door de wet gesteld. Wettelijke regeling van de collectieve arbeidsovereenkomst, inclusief de mogelijkheid tot verbindend-verklaring." Voor deze zienswijze wordt ook gevoeld buiten den Katholieken kring. Zoodat ten dezen in de komende wetgevende periode wel iets,verwacht mag worden. Na het beantwoorden van enkele vragen sluit de voorzitter met dank en Christelijken groet. --- Kieskring Leiden. 40 van dc 51 aangesloten R. K. kiesvereenigingen hebben in dezen kieskring gezamenlijk 25 candidaten ingediend, waarvan 13 slechts op één plaats werden gesteld. Op de meeste lijsten komen voor: mr. Aalberse 39, mr. Kooien, 36; A. J. Loerakker 22; dan volgen Chr. Jansen en mevr. Bronsveld-Vitringa 14 maal; J. M. H. Balvers (Hillegom) 13 maal, Gouverneur (burgemeester van Sasseniheim) 5 maal; enz. Van één der candidaten. den heer A. J. Oostdam (Leiden), is reeds bekend, dat hij niet in aanmerking wenscht te komen. Zoo zulten er allicht nog wel meer wezen. De volgende nevenlijsten zijn ingediend: a. Door 51 leden van de R K. Kiesvereeniging te Voorsohoten, ten behoeve van prof. Veraart; b. door. 60 leden van de R. K. Klesvereenighrg te Alphen aan den Rijn, ten behoeve vat, J. H. M. Balvers; c. door 144 leden vim de R. K: Ktesvereeniging te ;..Hillegom ten behoeve - van ■ mr. dr. Kooten, mr. Aalberse,,A. .1. Loerakker, mevr. Bronsveld, en prof. dr. H. 'W. Keesom, Lekten. Voorts is ingekotrieir'-bh lijst ten' behoeve van de sub c genoemden, door 149 R.K. niettedén van de R. IC Kies\ .reensging té-Hillegom. ■ '■ -'■ Deze lijst heeft natuurlijk geen 'kracht, ais komende 5 van ntet .reorganiseerde kiezers, maar ze vormt toch een .merkwaardig unicum. --- EEN ONTWAPENINGSVOORSTEL SOC.-DEM. KAMERFRACTIE. -Ingediend is bij de Tweede Kamer, door de sociaal-democratische '"Kamerfractie een. voorstei-Ontwapeningswet.' Aan de Memorie van Toelichting ontleenen wij het volgende overzicht. Er za! uit den aard der zaak vrij wat tijd noodig zijn eer ai de noodige maatregelen voor een veiligheidswacht. te land en ter zee bij wet en bij Kon. Besluit genomen zijn. Daarop kan de hoofdzaak,, de vermindering van de bewapening, niet wachten. Om die reden worden met ingang vazi T Jan. 1926 wijzigingen voorgesteld in de bestaande Dienstplichtwet, die het meest noodzakelijk zijn: a. vermindering van de jaarlijksche lichting van 19,500 man tot 3000 voor de landmacht en voorloopig nog ÏOOQ marlvoor de zeemacht; : b. verkortirijg van den oefentijd tot vier maanden, waarbij de vrijwillige Vboroefeningen geen 'zin meer hebben; 'c. afschaffing der herhalingsoefeningen; d. ontslag uit den dienst van alle gewone dienstplichtigen, die nu :rmtS 30 jaar of ouder 2ljn; e. ontslag van alle dienstplichtigen, die jonger zijn dan 30 jaar, met uitzondering van 3000 man voor elke lichting. Nog wordt opgemerkt, dat de mannen in zesploegen opkomen, elk Vier maanden lang. Zoodra ze geoefend zijn, gaiïn ze naar huis. Voor de, opleiding tot bepaalde,functies of tot hoogere rangen moeten de, noodige maatregelen getroffen worden. Er is nopif een geoefende, gewapende macht op de been én nooit tegelijk een getal manschappen iri' opleiding, grooter dan ,1000. Voorgesteld wordt, dat dé manschappen 1 -téif- jaar tot de Veiligheidswacht blijven behooren; ais men het verloop •in aanmerking neemt, wordt dus der 'totale sterkte ongeveer 25.000 man (de tegenwoordige . sterkte is 20 lichtingen van 19.500 man), wat er noodig is aan administratie, onderwijs en uitrusting; hoe ■'zij zal worden .gelégerd eh verzorgd; de bezoldiging enz. kan nader" worden1 geregeld'als de wet is aangenomen. Een zeer beperkte zeemacht voor het Rijk in Europa wordt voldoende geacht: 10 of 12 politievaartuigen ■ en enkele . poliiievliegtuigen, waarmede wij aan #lle internationale verplichtingen bovendien voldoen. De zeemacht kan niet optreden of de dienst w Indië moet vooraf gescheiden zijn van dien in het Moederland en afzonderlijk geregeUL' Binnen den tijd van twee jaren moeten de voorstellen daartoe-worden ingediende - Tot zoolang-deze niêt'-zijn aangenomen, kunnen ten hoogste 1000 man per jaarworden aangewezen voor, de,,zeemacht, gelijk ook; thans 't geval is.. Is eenmaal dë zeemacht in werking 'dan is een getal van 200 bUénstp .cfitigen zeer zeker voldoende, daar de overige plaatsen I wiorden ingenomen door- vrijwilligers en door technisch geschoold personeel. De tegenwoordige lègerorganisatie dient ten spoedigste te verdwijnèh:'de tegenwoordige infanterie, cavalerie, artillerie en genie worden opgeheven; wat er noodig is aan motor- en luchtvaartdienst bij zee- en veiligheidswacht, blijft'; al het overige wordt afgeschaft. Hoe eerder boe beter; met ,i Januari 1926 telt de lichting nog slechts 30t)0 (4000) man. Van forten èn stellingen, dus "v-'an het geheele tegen"wöotdigë stelsel eenör.'doode. weerrrraclit,. is •geen sprake ..meet; -.het:.wördt buiten, gebruik gesteld..' Dit kan eveneens/geschieden met i "- Januari 1926. , 'Üe beroepsmilitairen,'..ilie. nu in dienst zijn, worden ontslagen zóödra en zoover ze niet meer noodig Zijn, wat met verreweg de meesten het geval zal zijn. Hun rechten blijven volledig gewaarborgd en wdrdeïi; voor zoover noodig, behoorlijk verzekerd ..;., o - Indien dit ontwerp rruocht worden aangenomen, begint met 1926 de zeer sterke vermindering van : Dé bedoelde verpleegde wa_.iri.de tuchtschool te Montfóort geplaatst ctp bevel van den kinderrechter, ingevolge dé bepaling van art. 373n van het Burgerlijk Wetboek, dat onder toezicht gestelde kinderen voor een bepaalden tijd als maatregel van tucht in een daartoe geschutte, inrichting kunnen worden opgenomen. Aangezien zij Week zwanger te zijn en uit dien hoofde de plaatsing niet aan haar doel kón beantwoorden, werd met den betrokken kinderrechter overleg gepleegd Om töt beëindiging'der plaatsing, overeenkomstig art. 373o-,vari het Burgerlijk Wetboek, te komen. Hangende dit overleg deden zich bij het meisje verschijnselen voor, die den géstichtsgeneesheer aari" dreigende' vroeggeboorte deden denken. Dit; gaf a&nleiding bovenbedoeld overleg te bespoedigen én toen daarbij bleek, dat de- gezinsvoogöes bereid was mét behulp eener ter woonplaats van het meisje gevestigde philantropische vereeniging en voor dier rekening het meisje naar,een daartoe geschikte,.. döör'de gezihsvoogdes gekozen, inrichting, de Wilhelminaschool-te Heerlen, te zenden, en dienvolgens beëindiging der plaatsing in de tuchtschool i kon plaats vinden; werd vanWege den Minister, in afwachting van de formeele afwikkeling dezer aangelegenheid op den voet van het bepaalde in art. 37?o van het Burgerlijk Wetboek, machtiging gegeven tot vertrek van 't meisje uit de tuchtschool. Daarbij werd voorts, zooals in verband met den teen deze vereisehten spoed vanzelfsprekend kan. worden .geacht, tus-schenkomst verleend om het als gevolg van de beëindiging van de plaatsing in de tuchtschool in, verband met de door de gezinsvoogdes beraamde opneming in de sbhooïte Heerlen noodzakelijke transport te bewerkstelligen. Bij een en ander werd evenwel uitdrukkelijk 't voorbehoud gemaakt, dat hét transport in overleg met den géstichtsgeneesheer moest worden geregeld en dat dit uiteraard alleen mocht plaats hébben voor zooveel :.het naar het oordeel van dezen nog zonder bezwaar mogelijk was. Aangezien de verschijnselen, die aan dreigende' vroeggeboorte- hadden doen denken, toen geheel waren verdwenen en inmiddels waren .gebleken daarmede niet in verband te staan, zag de. geneesheer in de reis naar Heerlen geen bezwaar. Het „meisje heeft die reis zonder stoornissen volbracht en daarvan ook later geen nadeel ondervonden. Ware niet tijdig van de mogelijkheid tot ontslag uit de tuchtschool, die art. 373o van het Burgerlijk Wetboek biedt, gebruik gemaakt, dan zou het meisje, mét toepassing van art. 17 der wet van 12 Febr. 1901 vanwege het Departement van den Minister en voor rekening van het Rijk naar een verplegingsinrichting moeten zijn overgebracht. Als zoodanig wordt voor verpleegden in de tuchtschool te Montfóort veelal gebruik gemaakt van dé Rijksuniversiteitsklinièken te Utrecht. In verband daarmede heeft de gestichtsgeneesheer, toen hij verschijnselen van een dreigende vroeggeboor te meende te ontwar*» i^Jwheidshalve gi t meend de mogelijkheid van opneming van het - meisje in de cliniek van prof. Kpuwer te moeten verzekeren. Dat dit geschied is, heeft de Minister intusschen eerst uit déze vragen vernomen. Blijkens het hierboven medegedeelde is zijn Departement trouwens ook niet voor deze quaestie gesteld behoeven te worden, omdat de aangelegenheid inmiddels nog tijdig haar regelmatige oplossing had kunnen vinden. -. Uit het vorenstaande kan blijken, dat men bij de in de vragen bedoelde opneming ln de school te Heerlen niet met een vanwege den Minister genomen maatregel te doen heeft en dan ook van eeri daartoe bij voorkeur boven een overbrenging naar de cliniek te Utrecht van zijnentwege gegeven last geenerlei sprake kan zijn. --- VERTERINGSBELASTING. Door de Ned. R. K. Handeisreizigersverecniging: „St. Christoffel" is een adres met memorie van toelichting verzonden inzake bovengenoemde belasting: Adressanten geven te kennen, dat het hun hoogst aangenaam was te vernemen, dat de Minister de eerste stap heeft willen zetten op het terrein, dat leidt tot verlaging van de belastingen. Zij Willen echter bezwaren kenbaar maken tegen enkeie objecten in dit wetsontwerp, die huns inziens ten onrechte als weeldeartikelen zijn gekwalificeerd. Het behoeft wel geen breedvoerig be.oo_, dat het gebruik van een kop koffie, thee of z. elk,, alsook het gebruik van een middagboterham (lunch) ofwel van een burgerlijk middagmaal (diner),- alsmede het logeeren ,in hotels, door handelsreizigers, zoomin taalkundig ais practisch toe weeldeartikelen kunnen gestempeld worden. Dit. te doen zou het karakter der wet in haar wezen aantasten. Het zou wellicht voor overweging vatbaar zijn te onderzoeken, of gegiste en gedistilleerde dranken iiï de terminiojogie van weeldeartikelen zouden kunnen worden ondergebracht, en eveneens zou dit voor koffie en thee gedaan kunnen worden, indien deze ingrediënten gebruikt werden in inrichtingen, waar muziek „gemaakt" wordt, en waar men in den prijs der consumptie als 't warl een zeker entreegeld verdisconteerd ziet. Het eenvoudige gebruik echter van deze ingrediënten zonder meer, en zonder luxe of bijzonder comfort opgediend, tot weeldeartikelen te stempelen, is huns inziens in strijd met de werkelijkheid. ; Mitsdien meenen adressanten gegronde redenen te hebben te verzoeken, het gebruik van koffie, thee en melk vrij te stellen van weeldebelasting, althans in ieder geval als het gebruikt wordt in inrichtingen, die nóch door prijs, noch dcor een bijzondere luxueuze inrichting onder de weeldezaken gerangschikt mogen worden. Ten slotterneenen zij met kracht te moeten aandringen om het in Art 81 K genoemde bedrag van 75 ets. tot minstens ƒ,2.50 te verhoogen, zoowel voor logies als voor diner, wijl anders het begrip van weeldebelasting totaal teloor gaat, doch bovendien, wijl anders dit wetsontwerp een zeer onbillijke en Ondragelijke zware bedrijfsbelasting zou leggen op de duizenden handelsreizigers, die dagelijks buitenshuis moeten vertoeven. ; De Nederlandsche Banketbakkersverseniging heeft aan den Minister van Financiën een adres geriehi, waarin zij haar bezwaren tegen de verteringsbelasting kenbaar maakt, o.a. op de volgende gronden: De veronderstelling, waarvan Uwe Excellentie uitgaat, dat ongeveer alle voortbrengselen der banketbakkerij 2Ün te beschouwen als weeldeartikelen is oniuist. Wij ontkennen niet, dat ook in onze bedrijven weelde-aftikelen verkocht worden, maar het grootste gedeelte onzer voortbrengselen kan al sinds jaren niet meer met dien naam genoemd worden en moét beschouwd worden als aanvulling der voeding. Het koekje bij de thee of kotfie, de koek op de ontbijttafel, de reep chocolade op de fietstocht en Wandeling en meerdere dergelijke artikelen, die een groot deel van. dén omzet van veten onzer uitmaakt, kunnen niet als weeldeartikelen beschouwd worden. Het gebruik ervan is zéker niet zoo ' overdadig of verkwistend, dat het belast verdient te worden. Het is wel eigenaardig, dat de suiker met Zijn erkend hooge voedingswaarde en als voornaamste grondstof in ons bedrijf reeds.zwaarder belast dau in. de meeste andere landen, nu ook nog de oorzaak is, dat bijna al onze artikelen onder deze wet vallen. Dat Chocolade een volksvoedscl is, demonstreert zich bijv. zeer duidelijk uit de door de overheid in de crisisjaren gedistribueerde chocoladereep. De economische toestand in ons bedrijf, enkele jaren geleden zeker niet slecht te noemen, is de laatste twee jaren hard achteruitgegaan. De heerschende werkeloosheid en malaise óp alle gebied demonstreert zich zeer sterk in de verminderde omzetten. Een belasting van 10 pCt op onze artikelen, in dezen.tijd, kan niet anders dan deu verkoop nog meer belemmeren en slechts schadelijke gevolgen hebben' voor werkgever en werknemer, in casu minder inkomen met als gevolgen minder belastingopbrengst door den patroon, meerdere werkloosheid en noodzakelijke steunverleening aan. den werkman. Het wil adressante Voorkomen, dat voor een groot deel der artikelen, die verpakt door de fabrikanten worden geleverd, het juister en practischer zou zijn deze aan de fabriek te belasten; terwijl zij bovendien uiteenzetten, dat de naleving dezer wet voor het bedrijf onmogelijk zal zijn. ■ --- AANKOOP TERREIN GOUVERNEMENTS-GEBOUW TE HAARLEM. .Biükens het Voorloopig Verslas der Tweede Kamer op het Wetsontwerp tot verhooging van de begrooting van inkomsten en uitgaven van het bouwfonds voor de dep. van Binnenl. Zaken en Landbouw en van Ond., K. en W. voor 1924 (aankoop terrein Gouvernementsgebouw Haarlem) spraken verscheidene leden er hunne verwondering over uit, dat hier een wijziging van een bij dc Kamer aanhangig wetsontwerp in een afzonderlijk ontwerp is vervat. De aangewezen weg ware geweest, de inzending van de Nota van Vv .ziging op de oorspronkelijke begrooting. De Commissie van Rapporteurs geeït de Regeering in overwesstaK het ontwen) teruK te nemen en een Nota van Wijzigingen in te dienen. Vete leden wezen er op. dat de considerans niet juist is. De Regeering draagt in dit ontwerp een dcc! van haar taak over aan de Staten-Oeneraal. Sommige leden achten de vrees gewettigd, dat dc hier gemaakte vorm met opzet aan het ontwerp is gegeven, wijl de regeering,'gevoelende een voorstel ais dit te moeten doen, toch niet warm voor dit voorstel is gestemd, ja zelfs ' het wellicht niet ongaarne verwerpen zou zien. Mocht dit inderdaad het geva! zijn, dan zouden de hier aan hét woord zijnde leden de houding der regeering'zeer betreuren. Naar hun meening toch zou 'net niet meer dan een daad van goed fatsoen zijn. indien thans het gevraagde bedrag aan de gemeente Haarlem zou worden uitbetaald. De oorspronkelijk door de regeering gemaakte aisur ..tk. welke toch eigenlijk als een mondelinge overeenkomst is te beschouwen behoort te worden nagekomen. Deze leden beschouwen dit als een moreele plicht, welke op den Staat rust. Met volle overtuiging zouden ze dan ook aan het ontwerp hun stem geven. Andere leden waren van oordeel, dat hier een moreele verplichting niet aanwezig is. Ze zouden hun stem aan het ontwerp niet kunnen geven. Sommige leden verklaarden zich hun stern voor het ontwerp nog te moeten voorbehouden. Enkele leden gaven als hun oordeel te kennen, dat Indien het ontwerp niet wordt aanvaard. aan de gemeente Kaarlam eea schade. vergoeding behoort te wordec t.tbetaaid. --- R.-K. HUISVESTINGS-COMITE. De volgende transporten zijn vastgesteld. Aankomst Budape. H Maart; vertrek Bik dapest ló Maart; vertrek Breslau en Münehen 15 April. Verzocht wórdt dc kinderen voor vertrek Rijn en Roer zoo spoedig mogelijk te willen opgeven. Alteen voor Hongarije kunnen nog goederen worden verzonden. Da goederen voor verzending moeten vijl dagen vóór den trein vertrekt in het magazijn te 's Hertogenbosch aanwezig zijn. dus uiterlijk 11 Maart. --- DE ARBEIDSINSPECTIE TE TILBURG. Het Kamerlid Fleskens Heeit den Minister van Arbeid, H. en N. de volgende vraag gesteld: Volgens een bericht in de pers van 17 Febr. 1.1. zou dc Arbeidsinspectie tegen de firma Vaa Arendonk te Tilburg zijn opgetreden op een wijze, die niet kan worden geduld. Is de Minister bereid hi dezen de meest mogelijke inlichtingen te verschaffen, "en c... de noodige maatregeien te nemen, teneinde eea dergelijk optreden in de toekomst te voorie omen? --- WIJZIGING DER KIESWET. Volgens „Het Vad." houdt de intrekking door mej. Van Dorp van haar initiatief-voorstel inzake de verandering der Kieswet verband met het voornemen der Vrüheidsbondfractie om zelfstandig binnenkort een voorstel tot wijziging in te dienen. --- AUDIËNTIES. Deze week geen audiëntie bij de-Ministers van Waterstaat en.van Justitie. --- GEMEENTERAAD VAN DEVENTER. Dinsdagmiddag vergaderde de Raad van Deventer. Een voorstel van B. en W. tot begrootingswijziging, in verband met de rapporten van de Commissie' voor de bezuiniging op de politie, gaf aanleiding tot uitvoerige discussie. De heer Roebers beweerde, dat de politie hier niet voor de veiligheid, maar voor het opmaken van processen-verbaal rs. Agenten, die niet genoeg processen-verbaal opmaken, krijgen van den Commissaris van Politie een standje. Ook verweet spr. den Commissaris, dat 'hij met twee. maten ipeet, en bij gelijksoortige overtredingen processen-verbaal uit de volksklasse niet en uit de bezittende klasse vaak wel ongedaan maakt. Spr. iov. willen, dat aan een neutrale commissie een onderzoek m dezen werd opgedragen. De heer Van Winsum betoogde, dat de Commissaris van Politie sommige personen in het geheim rechercheurdiensten laat verrichten en dat spionnen getracht hebben vasten voet in de communistische partij te verkrijgen, wat ech- ter is mislukt. ' - . De voorzitter speet het zeer, dat de Commissaris, die bekend staat als een bekwaam, onpartijdig ambtenaar, aldus door den heer Roebers is" aangevallen. Voorts ontkende hij, dat hier bij de politie geheime rechercheurs zouden zijn. Niettemin verklaarde spr. zich bereid, een onderzoek te zullen instellen naar de al of niet juistheid der geuite beschuldigingen. . Verschillende leden wenschten weder-invoering van den 8-urendag bij de politie, wnt dsn heer Beerents aanleiding gaf tot het indienen van een motie, waarbij de Raad de invoering van een veel langeren diensttijd voor de politieagenten dan voor het overige gemeentepersoneel betreurt en den burgemeester tiitnoodlgt, alsnog op zijn besluit terug te komen. De voorzitter verzette zich tegen deze motie; zij werd echter met 15 tegen 7 stemmen aangenomen. De voorzitter zeide, dat hij de motie naast zich zou neerleggen. Afwijzend werd beschikt op een verzoek van geldfieerschappij was ten slotte gelegen in de verftauwing der snel uitgeraasde hoogconjunctuur, een toestand welke in den zomer van 1924 ih Midden-Europa intrad. Hef tot macht gekomen socialisme is, in zijn ïwakheid, de naaste aanleiding gebleken tot een ©peenhooping van het kapitaal, zooals het meest kapitalistische tijdperk dat niet heeft gekend. Marx was een droomer en het Marxisme is „Trüumerei". Alteen het ontwaken uit dezen droom is een realiteit en een verschrikking voor hen, die tot de werkelijkheid worden teruggeroepen. Wij zijn nu aangeland in een wereld van het grootkapitalisme, ondanks allen democratischen schijn. En deze groot-kapitalistische wereldmacht, opgebouwd uit beurs-, bank- en industrie'kijpitaal, bepaald ook indirect den gang van Kaken hier te lande. Onze werkgevers moeten "cóncurresren tegen de door deze rJßgnaten behaalde prijzen, loonen en werktijder». -Gelukkig, dat naast deze vermaterialiseering van het openbare en private leven van velen, er . ook andere ca hoop op beterschap gevende verschijnselen vallen waar te nemen. En dat is de opleving van het Christelijk bewustzijn ip breede kringen onder verschillende volkeren. Het is met name het katholicisme, dat in steeds ! breeder kringen de aandacht trekt, welks geloof s- en zedenleer meer wordt bestudeerd, welks Staats- en Maatschappijleer 'n punt van onderzoek en vergelijking begint uit te maken. ' Niet alleen, dat onder de eenmaal geheel katholieke volkeren als de Franschen en de Ita'Hitten een sterke opleving valt waar te nemen, ook in niet-Katholieke landen is een beweging 'tot terugkeer naar de Moederkerk wanrneemïxsur. Wat in de allereerste plaats hier te lande in ', de politiek bereikbaar is, dat is een Christelijke .■..politiek. Hoe wenschelijk voor het waarachtig volksbelang wij katholieken een katholieke poli.Bek en de toepassing onzer beginselen zouden "vinden, vooralsnog kan dit niet. Wij zijn wel een .sterke minderheid, 34 pet. der bevolking, doch wïj zijn een minderheid; 66 pet. der bevolking .van, ons land denkt op vele en op kardinale punten, ook van staatsbeleid, anders dan wij. Daar is vooralsnog niets aan te doen. En hoe verder . ■ wij naar links zouden afdwalen, hoe grooter de ■ verschillen worden en hoe heftiger de tegenstellingen. Op alle g*bied: zoo geestelijk als materieel. Wij zijn dus voorstanders van een rechtsciie •foalitie. --- EEN GEWEIGERDE INTERPELLATIE. Onze con-cspondent te Enkhuizen bericht d.d. 2 Maart: In de gemeenteraadszitting van gisterenavond was door hei lid C. Rozendaal (V.-D.) een interpellatie aangevraagd naar aa .leiding van de geweigerde opvoering van „Allerzielen". Burgemeester Bosma weigerde de interpellatie, wijl hij als hoofd der politie niet verplicht .is aan den Raad rekenschap te ï.v«« over deze zaak.' ■ - ■ , Een stemming over al of niet interpeiieeren werd gehoudi-n. waarbij met 8 tegen 4 stemmen bleek, dat de Raad den burgerrieester i_ het gelijk stelde. Daarop diende de lieer v. d.'Brug een-motie van orde in, om langs dien weg het beleid yan den burgemeester afgekeurd te krijgen. Met gelijk aantal stemmen werd ook deze motie verworpen. Dc heer Rozendaal stelde in hét vooruitzicht, voortaan obstructie ie zullen voeren. Een fraai argument der heeren interpellatievoorstanders was, dat een protestantsche bevolkingsmeerderheid vóór een paar maan» den de „._dore-te-film"-veriooriing niet had bemoeilijkt. --- DE KONINGIN EN DE PRINS NAAR ZWITSERLAND. Zooals indertijd werd .gemeld, was de Koningin -voornemens met den Prins voor korten tijd naar liet buitenland te vertrekken.- Dinsdagmiddag heeft het kouinßlijk echtpaar aan - dit voornemen gevolg gegeven en zijn de Koningin en de Prins per gewonen Staatsspoortrcln van 4.46 uur, waarin zich de rijtuigen van den koninklijken trein bevonden, met klein gevolg uit Den Haag naar Zwitserland vertrokken, vanwaar de vorstelijke personen over zestien dagen weder iv de Residentie» terug worden verwacht, waarna de koninklijke familie zich den 28sten dezer op het Loo gaat vestigen. De Zwitsersche correspondent van de „N. R. Ct." bericht: Ofschoon liet Koninklijk echtpaar geheel incognito in Zwitserland komt, heeft de Zwitsersche regeering met het oog op de groote sympathie, die Zwitserland voor ons volk en ons Koninklijk huis gevoelt, toch er prijs opgesteld de Koningin bij het betreden van het Zwitsersche grondgebied te begroeten. Bij Haar aankomst te Bazel zulten de Zwitsersche bondspresident, Mus., de vice-president der Zwitsersche regeering, H&berlin, en de minister van buitenlandsche zaken, Motta* aan den trein zijn om- het Koninklijk echtpaar te ontvangen. --- ONZE GEZANT TE MADRID. Thans is officieel bij Kon. Besluit benoemd tot buitengewoon gezant en gevolmachtigd Minister te Madrid mf. Th. B; Pleyte, thans in gelijke hoedanigheid te Rio de Janeiro. --- DE BELASTINGONTWERPEN. De Regeering is, naar „Het Vad." verneemt, voornemens de bekende belastingontwerpen tusschen Pasehen en Pinksteren door Ue Tweede Kamer in ofienbare behandeling i_ doen nemen. ---