Baby-portret van Sari Góth --- Libellen-serie Roeland Koning en Sari Goth In de aantrekkelijke Libellen-serie, boekjes in vierkant formaat van de Uitgeverij Bosch en Keuning te Baarn, die men voor n«gen stuivers koopt, verschijnen ook af en toe een paar deeltjes die beeldende kunstenaars behandelen. Beknopt natuurlijk en zonder uitvoerige karakteristieken: een korte Inleiding en een serie plaatjes (die de hoofdzaak zijn). Ze zijn welkom, tusschen de boekjes over kasten en bergruimten, eenvoudige leerbewerking, de schoonmaak, haakpatronen en dergelijke nuttige onderwerpen Het groote publiek staat te vreemd tegenover de beeldende kunst, om het niet toe te juichen als men het er op bevattelijke wijze een beetje dichterbij brengt. Het is ook te begrijpen, dat men daarbij niet direct beginnen kan met figuren die moeilijk toegankelijk zijn, die vormen gebruiken waarin het verband met de zichtbare werkelijkheid verwijderd is. Roeland Koning en Sari Góth, over wier werk thans een paar Libellenboekjes verschenen, lij — c'en daaraan geen van tweeën. Koning Is een teekenaar en schilder van het visschersvolk der Noordzeekust. Hij doet het in groote, kloeke, concrete vormen, helder de werkelijkheid weergevend met een sterke lijn. Voorgangers als Israëls of Toorop doet hij niet vergeten, maar hij is zonder twijfel een begaafd kunstenaar, die eerlijk werk maakt. Herman Hana, die het werkje van Koning inleidt, noemt hem een ernstig en eenvoudig werker, ep wiens gebied men zich verruimd en kinderlijk voelt. Hij is geen zieletyran en geen mystificator, alles gaat hem gemakkelijk af en hij weet een sterke, loutere menschelljkheld gaaf weer te geven. Ook Sari Góth treft door het concrete en heldere van haar uitbeelding der werkelijkheid. Zij heeft veel kinderportretten geteekend, niet psychologisch diep, een tikje sentimenteel soms. maar altijd goed gelijkend. De meeste opdrachtgevers zijn er zeer mee ingenomen en de kunstenares is blijkbaar een groot vriendin van de kinderen. Haar boekje wordt kort ingeleid door Maria Viola. Zij ziet het kind als een bloem, zegt deze bekende schrijfster over beeldende kunst, — het gelaat, de handen en de voetjes ln hun nauwelijks ontloken schoonheid, en, achter het bevallig uiterlijk, het zieltje dat er bloemerein leeft. Om zóó innig het kind te beschouwen en weer te geven moet men zelf iets van het kind in zich hebben, bewaard uit het zonneland der eigen gelukkige Jeugd: de onbevangenheid, ce fantasie, die voelt wat er roert en rijpt achter het gladde voorhoofd en in den blik der klare oogen van ieder klein model; lets van den eerbied mede van den volwassene voor het ïrysterie van het beginnende leven. Het lijkt, zegt de schrijfster, of de kinderen, die voor Sari Góth paseeren, zich bewust zijn van dit innerlijk contact, zóó graag komen ze en zóó willig É.even ze zich gevangen, met hun zachte lachjes en speelsche gebaartjes, aan de liefdevolle aan- Cacht der schilderes Na het woord van Maria Viola volgt een babbeltje van de schilderes zelf, waarin zij vertelt over avonturen met haar kleine modellen. --- „Zuid en Noord” De bekende bloemlezing van den Vlaamschen Jesuïet Pater Ed. Bauwens, die gedurende lange jaren ongewijzigd meetelde bij het katholieke onderwijs, verscheen thans bij de uitgevers Desclee de Brouwer te Brugge in tienden druk, herzien door Pater Em. Janssen S.J. Zulk een herziening was zoetjesaan noodig! De overigens voortreffelijke bloemlezing was nl. sterk verouderd en de nieuwe editie brengt den leerling thans ook in contact met de nieuwere litteratuur, waaruit de keuze wel niet overmatig nieuw, maar toch behoorlijk is. Ook werd het boek paedagogisch wat beter aangepast bij onzen tijd. Niet meer alle vriendinnen van dichters worden tot wettige echtgenooten of onwaarschijnlijk lieve vrienden gepromoveerd, de keuze, streng berekend op het bevattingsvermogen der studeerende jeugd, is toch wat vrijer dan voorheen. De herziener werd hoofdzakelijk voorgelicht door het maandblad „Boekenschouw", ln beginsel hield hij zich aan de methode van zijn voorganger, die ieder gekozen werkstuk inleidde met een citaat uit een of ander criticus. Menig katholiek, die thans al ruim volwassen is, dankt zijn eerste kennismaking met de Nederlandsche letterkunde aan de bloemlezing van Pater Bauwens; neemt hij de thans herziene uitgave ter hand. dan zal hij naast veel jeugdherinneringen toch ook veel nieuws ontmoeten. Ook de wijze van uitgave is eenigermate gemoderniseerd. Men mist thans de welbekende miniatuur-portretjes der dichters, die de vorige edities opluisterden, men vindt daarentegen talrijke citaten uit hedendaagsche critici, speciaal uit Dirk Coster en, voor de middeleeuwen uit Pater van Mierlo. Wij kunnen deze bloemlezing, vooral voor aanvullend zelfonderricht, warm aanbevelen. --- De Ambrosiana Te Milaan wordt de Ambrosiana, museurn en bibliotheek, gereorganiseerd. Dat Is de voltooiing van den arbeid, begonnen door Mgr. Achilles Ratti, thans Z. H. Paus Pius XI. In verband met de te houden tentoonstelling van werken van Leonardo da Vincl werd een nadere voorziening noodzakelijk. Deze betreft voornamelijk da Vinei's technische, astronomische, militair-technische, natuur- en scheikundige studies, alsmede zijn verhandelingen omtrent architectuur, perspectlefleer, systemen ln de schilderkunst, schema's voor het schilderen van landschap en portret enz. Men hoopt met den Franschen staat een regeling te kunnen treffen, waardoor het mogelijk zal zijn, een deel van dit oeuvre, hetwelk zich in de bibliotheek van het Institut de France te Parijs bevindt, aan deze collectie toe te voegen. --- De Nieuwe Gemeenschap Naar wij uit betrouwbare bron vernemen, verscheen op Vrijdag 29 Maart het „Februari". nummer van het maandblad „De Nieuwe Gemeenschap", opgericht door de gebroeders Kul. tenbrouwer, waaruit de redacteuren A. den Doolaard en Gabriel Smit in den loop der maand Maart hun ontslag namen. Beider namen prijken nog vroolljk aan den kop van het nummer, dat overigens nog stelliger nationaalsocialistische uitspraken bevat dan het vorige nummer. Een mededeeling achterin wil de lezers doen gelooven, dat de verschijning vertraagd werd door het onklaar geraken der persen. Men had dan toch. na het herstel der onklare persen, de namen kunnen doorhalen van de belde redacteuren, die hun ontslae na men. Of wilde men suggereeren, dat de berich" ten omtrent het heengaan van A. den Doolaard en G. Smit onbetrouwbaar zijn, terwyT men zichzelven voor exempels van betrouwbaarheid houdt? leder ingewijde weet nl. dat het on klaar raken" van persen bij een behoorl'iike drukkerij nimmer een oponthoud van ander !;mand„rMaltt- D°Ch ** abTnné's het w Hen slikken ! „De Nieuwe rameen. schap wordt ons niet ter beoordeeling voorgelegd, voor de juistheid van het bovenstaande kunnen wrj echter instaau --- Sombart's socialisme Werner Sombart: „DEUTSCHER SOZIALISMUS” — Berlin (Buorhole u. Weiswange) 1934 - 347 blz. Toen Werner Sombart tien jaar geleden met de volle kracht van zijn scherp analytisch vernuft en van zijn buitengemeer.e eruditie ln een werk van meer dan 1000 bladzijden het Marxisme te lijf ging. onderscheidde hij deze specifiek-proletarische beweging duidelijk van het socialisme in algemeenen zin. Het Marxisme zag hij als een loutere voortzetting van het kapitalisme, als een getrouwe copie van het grove, negentlendeeeuwsche geld-materiallsme. als een streven, dat geheel doordrongen was van het ressentiment der verdrukte groepen. Het socialisme daarentegen bleef hem een zuivere Idee — de idee van een maatschappij, die door de rede en door niet» anders dan de rede wordt geregeerd, van een rationeel geordende samenleving. Dat deze onderscheiding hem méér bf kende dan een wetenschappelijke distinctie alleen, bewijst de thans 72-jarige geleerde in dit nieuwe, „politieke" boek. zooals hij het noemt (blz. 42), waarin hij de gedachte van het socialisme opstelt als een persoonlijk ideaal, hem even dierbaar als het Marxisme door h"m reeds destijds verafschuwd was. Tien jaar geleden noemde hij het sociadla antl-kapitalisme. Hij toonde toen aan. dat Marx en zijn volgelingen slechts in schijn het kapitalisme verwierpen. In werkelijkheid namen zij de leidende beginselen van dit s.elsel over: het individueele egoïsme verd k. egoïsme; het grootbedrijf werd staatsbedrijf: de stedelijke wancultuur werd zoo mogelijk overgebracht naar het land; de lofliederen op de techniek, het wereldverkeer, de exacte wetenschap enz. werden nog een toon hooger gezet.. Kortom dat was géén anti-kapitalisme. Sombart pakt het beter aan. Hij begint m°' de heele maatschappelijke ontwikkeling van de 19e eeuw een ..torenbouw van Babel" te noemen, en te verklaren, dat „slechts hij, die aan de macht van den duivel gelooft, begrijpen kan, wat in de laatste anderhalve eeuw in West- Europa en Amerika gebeurde" (blz. 3). En dat hij duidelijk ziet, waar de kern ligt van n-t verafschuwde stelsel, blijkt uit de toelichting, die hij aanstonds op het hier geciteerde laat volgen: ..Hij (Satan) heeft in steeds breedere kringen 't geloof aan een wereld hiernamaa s verwoest en daardoor de menschen met all<* kracht in de verlatenheid van een streven naar louter aardsch geluk geworpen". Het streven naar winst en rentabiliteit betitelt hij later als „de gemeenste uitvinding, waarmede de duvel de menschen voor den gek heeft gehouden" iblz. 313). Hij verwerpt dan ook systematisch alle wezenlijke trekken van het „economisch tijdperk", dat achter ons ligt. Het particulier initiatief moet gebonden worden aan het algemeen welzijn. „Wij kunnen niet meer rustig toezien hoe „scheppende persoonlijkheden" als de heeren Kreuger, Ford of Morgan een heele wereld door hun „particulier initiatief in wanorde brengen" (blz. 306). Productie en consumptie groeiden onder hun leiding scheef (blz. 271). Een veel te groot de«l van het nationale inkomen wordt bijvoorbee'd besteed aan het verkeer, dat voor het meerendeel niets anders beteekent dan een nuttelooze verplaatsing van onbenullige personen, goederen of brieven. Te veel wordt uitgegeven aan luxe, genotmiddelen en aan reclame. De producent vraagt niet wat een maatschappelijk nuttig product is. hij vervaardigt met evenveel liefde religieuze als obscene platen of boek>n — wanneer het maar voordeel oplevert voor hem zelf. Daar moet een eind aan komen. De overheid dient in te grijpen, waar het algemeen belang in het gedrang raakt. Nog verder zelfs Zij moet het bedrijfsleven ook positief richten op de nationale welvaart En dat is vont Sombart niet een vaag begrip _ iets dat zich vanzelf ontwikkelt, zooals de liberale economie meende — of een soort heilstaat, waarnaar de socialisten streven zonder dat éér hunner hem ooit kon beschrijven Neen' Sombart stelt nauwkeurig vast wat de Staat — zijn socialistische Staat — heeft t« waardeoren en te verwerpen. Hij wil bewuste remming van het grootbedrljf en van de rationalisatie, eerherstel van den landbouw, het huisgezin dor f