TELEGRAMMEN (Zie cvcutueel later ontvangen Telegrammen 3Bder Laatste Berichten.) --- Grieksch-Turksche grensincidenten. ATHENE, 9 Maart. (Reuter.) Een Grieksch soldaat van de post Strattigortsa bij Derelli viel in een hinderlaag, gelegd door Turksche soldaten. In het gevecht tusschen Grieken en Turken, dat daarop volgde, werd eenTurksch soldaat gedood. De commandant van de Turksche posten verklaarde, dat het ongeluk aan een misverstand te wijten was en dat hij maatregelen zou nemen om dergelijke voorvallen in het vervolg te verhoeden. --- Brand in de Kathedraal van Verona. ROME, 9 Maart. (Reuier). In de kathedraal van Verona is brand uitgebroken. Verschillende voorwerpen van groote waarde zijn vernield. De kostbare schilderijen en de werkstukken van Cellini zijn echter gered. --- Amsterdam, 10 Maart. Voor de Kleintjes. II (Slot). Nu wij in een voilg artikel de bijzondere aandacht hebben gevestigd op de uitbreiding van de taak der katholieke ouders bij de opvoeding hunner nog jeugdige kinderen en op de katholieke Bewaaischool, als een zeer begeerd en voortreffelijk hulpmiddel, kunnen wij de vraag behandelen, of ons katholiek Bewaarschool-onderwijs in veiband met de nieuwe, hoogere eischen ook eenige meerdere belangstelling en meer aandacht behoeft. Tot dusver was vooral wat de Religieuzen op dit gebied met eigen beperkte middelen hebben tot stand gebracht ver boven onzen lof verheven. Aan twee, drie geslachten hebben zij in onze steden en dorpen inspanning en opoffering ten koste gelegd en honderdduizenden katholieke moeders hebben zij van een taak ontheven, die voor haar te zwaar was, of die deze soms ook wel uit gemakzucht zich van de schouders lieten nemen. De Zusiers waien voor de kleine kinderen de eerste leermeesteressen, en op de door haar gelegde grondslagen kon de onderwijzer der lagere school voortbouwen als op een geeffend lerrein. Onze katholieke meisjesscholen staan dan ook daarom op zoo hoog peil, omdat haar leerlingen teeds eenige jaren werden vooibereid op het lager onderwijs en de onderwijzeressen aansluiting hadden met hare medehelpsters van de Bewaarschool. Aan de voorstanders der openbare neutrale school is de voorsprong, die onze katholieke inlichtingen hebben door het goed ingericht voorbereidend onderwijs, natuuilijk niet ontgaan en ook daardoor is waarschijnlijk ln de laatste jaren allerwegen een neiging merkbaar om het voorbeieidend onderwijs onder oveiheidszorg te betrekken. Maar tot dusver heeft geen Regeering nog blijk gegeven, dat zij Staatsbemoeiïng wenscht met het kind vóór het beladen van dé lagere school en onze Leerplichtwet begint dan ook eeist te weiken bij den 7-jarigen leeftijd. Vele Gemeenten in ons land hebben echter de Bewaarschool of de vooibeieidende school in de sfeer harer zorgen betrokken en het moet eikend worden, dat daartoe veeltijds reden was. Te Amsterdam bv., waar wij den vroegeien toestand der kinderbewaaiplaatsen hebben gekend, was gemeentelijke bemoeiing alleszins gerechtvaardigd, daar er zeer stellig meer gedaan moest worden dan de politie met haar toezicht vermocht. Maar ook afgescheiden van deze voortschrijdende beweging en opdringende overheidsbemoeiing, die reeds in tal van gemeenten een feit is, behoort het katholieke Bewaarschoolwezen op verfrissching en hernieuwing bedacht te zijn, omdat er straks meer dienst van zal gevorderd worden. Immers in den nieuwen toestand wordt erbij onze kleine kinderen in het 7e levensjaar zeer stellig hooger intellecttieele ontwikkeling verwacht dan lot dusver. Het Pauselijk voorschrift stelt wel geen te hooge eischen, maar de toestand van het oogenblik is toch niet berekend om er geheel aan te voldoen. Gevraagd wordt meer zorg van de ouders. Maar als althans velen hunner voortgaan — wat zeer waarschijnlijk is — met een deel van hun taak aan de school over te dragen, dan komt zulks ten laste van de school der kleintjes, van de Bewaarschool. Daar zal dan bij onze kleine kinderen tijdiger en met meer oveileg en systeem moeten worden gewerkt aan de ontwikkeling van het begripsvermojjen, zonder dat er sprake mag zijn van een te vroege rijpwording. Het is bij gebrek aan stellige gegevens dienaangaande onmogelijk met zekerheid uit te maken, of sommige onzer Bewaarscholen ook nu reeds voor de nieuwe taak berekend zijn. Een onderzoek hieromtrent is nooit gehouden en rapporten, waaruit wij de hoogte van ons Bewaarschool-onderwijs kunnen te weten komen, zijn niet bekend. Wel is de algemeene indruk, dat onze katholieke Bewaarschool zoo goed is, als zij wezen kan, maar verder strekt ons oordeel niet Zeker beantwoorden zij niet allen aan de eischen, die thans aan goede knderscholen gesteld kunnen worden. Nu is een veibetering van het voorbereidend onderwijs in de laatsie jaren algemeen, en niet ten onrechte, gezocht ln de veihooging van het intellec'ueel peil der onderwijzeressen en ook ln tal van katholieke Bewaarscholen zijn daarom reeds hulpkrachten weikzaam, die vooraf gelegenheid badden een diploma te verwerven in een der algemeene Vormscholen. Maar deze bestaan nog niet lang. 's Gravenhage en Rotierdam onderhouden samen reeds eenige jaren een leergang voor zulk een diploma, Leiden heeft een Voimschool en ook te Amsterdam worden door een neutrale vereeniging reeds eenige jaren, met gemeentelijke subsidie en aanmoediging, onderwijzeressen aan Bewaaischolen gevormd overeenkomstig de nieuwere eischen der klein-kinder-pedagogie en de protestantsche of christelijke Bewaarscholen gaan dezelfde richting uit. In de Moederhuizen waaruit onze katholieke Bewaarscholen haar leerkrachten betrekken, zijn de leergangen niet op het verkrijgen van een diploma ingericht en wordt de geschiktheid voor de practijk naar een andeien maatstaf beoordeeld dan op de Vormscholen. Zijn alzoo reeds meerdere katholieke Bewaarschoolondeiwijzeressen in een verder stadium van ontwikkeling dan vroeger algemeen werd noodig geacht, voor een massale beweging in de nieuwe lichting bestond nog niet de gelegenheid, wijl aan hel systemalisch opleiden der hulpkrachten voor het katholiek Bewaarschoolonderwljs weinig aandacht is geschonken. De eerste katholieke Vormschool, waar Religieuzen een acte van bekwaamheid kunnen verwerven, is dan ook pas l/2 jaar in weiking en wel te Amsterdam in de parochiale instelling van de H.H. Nicolaas en Baibara. Deze wordt door de gemeente Amsterdam gesubsidieerd en als straks haar leerlingen den 4-jaarlijkschen. cursus met goed gevolg hebben dooiloopen, zullen de verworven diploma's gelijke rechten geven als die der neutrale en protestantsche Vormscholen te Amsterdam, en elders. De?e school wordt bezocht door een 16-tal Religieuzen, die reeds in diie verschillende Bewaarscholen werkzaam zijn en voorts door een 25-tal katholieke jonge dames, die het diploma der Vormschool willen verwerven. Van deze laatsten hebben reeds meerderen als helpster in velschillende Bewaarscholen een nuttigen en aangenamen werkkring gevonden. Vooral voor de Religieuzen is het een moeilijke onderneming. Velen moeten des avonds, na haar dagtaak in de Bewaarschool, nog een langen weg maken naar de Vormschool en hebben er in de avonduren de lessen te volgen naar een uitvoerig programma van voortgezet lager onderwijs en in de vakken, die enkel de opvoeding van het kleine kind betreffen. Maar zij, die deze lessen ontvangen, ondervinden er reeds de gelukkige gevolgen van bij haar werk in de scholen. Dat deze Vormschool, wier stichting in 1909 door Mgr. Jansen, deken van Amsterdam, zeer is aangemoedigd, en die onder haar leeraressen ook telt mevr. Wierts van Coehoorn— Stout, schrijfster van een belangrijk standaardwerk over de opvoedkunde iv de Bewaarschool, reeds zoo spoedig in werking is kunnen komen, dankt het parochiaal schoolbestuur aan de wakkere medewerking van de Eerw. Oveiste van het Moederhuis der Franciscanessen te Dongen en van de vroegere Directrice der Kweekschool aldaar, thans Overste der Amsterdamsche filiaal, terwijl het hoofd der Leerscholen, thans hoofd der M. U. L. 0.-scliool, organiseereud en leidend het werk als Directrice op zich nam. Deze vooiuitstrevende vrouwen hebben niet geaarzeld, den nieuwen weg op te gaan en om met hare leerlingen en mede-Zusters in de katholieke scnoolwereld als baanbreeksters op te tieden en praclisch te bewijzen, dat een katholieke Vormschool geen onüereikbaar ideaal is. Om in haar eigen Congregatie, die haar eeuwfeest reeds lang vooibij is maar nog even kloek haar werk venicht^ook het Bewaaischoolondeiwijs hooger op te voeren, hebben zij zelfs in het Moederhuis parallel-klassen opgelicht voor de eerste twee leerjaren der Amsterdamsche Vormschool, zoodat, bij welslagen daarin, de leerlingen hier in de 3de klasse kunnen plaats nemen, Maar afgezien van hei ccsuliaat eener beie»-e methodische opleiding van katholieke Religieuzen, die met de zorg voor onze Bewaarscholen zijn belasf, is de Voimschool ook voor de algemeene ontwikkeling van ons katholiek onderwijs noodig. Immers in on 9 katholiek schoolwezen mag geen tekort zijn en geen achterstand. Als wij willen, dat onze kleine kinderen meer vrucht zullen genieten van de verzorging in hun eerste levensjaren, dan mogen wij het ook niet op de Religieuzen alleen laten aankomen. Nog kort geleden schreef dr. Damen in dit blad over den nuttigen werkkring, die ook katholieke jonge meisjes konden vinden bij de Ziekenverpleging en kwam daarbij hare opleiding voor die taak ter spiake. Welnu, als er één werk Is, waarbij beschaafde, jonge katholieke mei?jes zich verdienstelijk kunnen maken, en een bestaan vinden bovendien, dan is het in de Bewaarschool. Daarvoor is echter opleiding noodig, die niet kostbaar en moeilijk behoeft te wezen. Jonge dochters uit burgergezinnen zullen met gemak het diploma kunnen halen, als het ware vier jaar spelende met de kinderen. Wie op 18-jarigen leeftijd de zoogenaamde Acte A (hulpace) heeft en op 20--jarigen leeftijd Acte B (hoofdacte) is in zeer goede conditie. De gemeente Amsterdam betaalt voor een hulponderwijzeres op haar voorbereidende scholen f 500 tot f 700 per jaar. Denken wij eens, dat in meerdere onzer groote steden en centra zulke Vormscholen sullen zijn opgericht, dan kunnen tal van brave katholieke meisjes een heel wat aangenamer werkkring bekomen dan in winkels, op ateliers of kantoren, waar ze onzen jongen mannen een vaak doodelijke concurrentie aandoen in dikwijls geheel onvrouwelijke bedrijven. Én voor het spelend opleiden en onderlichten van kleine kinderen, die immers nog niet zoo heel lastig zijn, is een normaal, gezond meisje toch zeker het best geschikt. Het ligt in haar natuurlijke geaardheid en het werk Is eervol en zal hoog worden aangeschreven. Want de Religeuzen kunnen niet overal komen. In kleine gemeenten moet men het vaak met één Bewaarschoolhouderes doen, en langzamerhand zal men ook katholieke, gediplomeerde jonge dames vragen in tal van plaatsen. Dat ligt op den weg der evolutie van ons onderwijs, ook al zou men niet gedrongen worden door de komende bemoeiïng der neutrale overheid. Ziedaar de reden, waarom deze quaestie zeer actueel is en aan de orde moet komen. Het is al meer dan tijd, dat zij onder de oogen woidt' gezien en aarzelen veroorzaakt slechts schade. Ten overvloede is er wellicht voor jonge meisjes geen opleiding; die haar later in een huwelijk zoo van pas komt, als het volgen van een cursus in een Vormschool en ook zullen meisjes, die in een Vormschool ccleerd hebben, van zeer hooge waaide zijn als kindeijufirouwen en gouvernantes. In nietkatholieke kringen is men gewoon, daaivoor een bijzondere opleiding te eischen. Over het algemeen is men nu reeds in de groote gemeenten bereid, om de bijzondere katholieke Bewaarscholen te subsidieeren, als zij aan zekere eischen kunnen voldoen. Te Amsterdam, te Leiden en te Rjiteidam gebeurt het en wij hoorden reeds, dat ook elders, waar men van gemeentewege het voorbereidend onderwijs ter hand wil .nemen, zal worden aangestuurd op gelijktijdige subsidie van bijzondere, ook katholieke inrichtingen. Men doet zulks, al ware het maar voor de goedkoopte en omdat msn bij subsidie minder behoeft te betalen dan bij eigen onderneming. De gemeente Amsterdam betaalde in 1909 f 13.072 aan subsidie aan bijzondere Bewaarscholen, samen met 2719 kinderen, waarvan echter slechts voor 1961 subsidie werd gegeven. Hieibij was één katholieke Bewaarschool, die f 1185 kreeg voor 175 leerlingen, schoon er 320 school gingen. Alleen als er gediplomeerde onderwijzeressen zijn is subsidie mogelijk. Behoefte aan mcci katholieke Bewaarscholen is er zéker; want de meeste zijn vol en hier en daar zenden katholieke ouders hun kinderen naar protesiantsche inrichtingen wegens de nabijheid. Gaan wij dus met ons Bewaarschoolonderwijs nieuwe wegen op! De hoogere eischen van ons kerkelijk leven zullen zich doen gevoelen bij de opvoeding van het jonge kind endaaibij mag en behoeft het den uudeis niet aan hulp te ontbieken. Er zulten wel bezwaren en moeielijkheden zijn, maar waar dienen deze anders voor, dan om overwonnen te v/orden? Men aibeidt aan de hoogere wetenschappelijke ontwikkeling onzer katholieke jeugd en dat is goed. Maar uit de kleine school komt de massa voort en deze telt de meeste zielen en om de zielen is het toch maar te doen, wijl ze allen gelijke waarde hebben. In elk geval rekene men er op, dat wat de Paus en de Bisschoppen van ons verlangen en wat wij ei kennen, een voordeel te zijn voor het geestelijk leyen van ons volk, niet zal benaderd worden zonder moeite en inspanning van alle krachten en dat het niet bereikt wordt, wanneer men het enkel laat aankomen op de geestelijken enreligieusen. Hier behoort ieder mede te helpen, die het ideaal des Pausen wil verwezenlijken: Alles herstellen In Christus! --- BUITENLAND. UIT BELGIË (PARTICULIERE CORRESPONDENTIE). Brussel, 7 Maart 1911. Schandaal in de Kamer. — Aösenteïsme. — Interpellatie over het hazardspel. — Rapport over den brand der tentoonstelling. „Zoo zijn onze manieren!" In vroegere zittingen der Kamer hadden we ïeeds staaltjes beleefd van het parlementaire savoir vivre, dat de socialisten er op na houden. Bij de inhuldiging van het jeugdig vorstenpaar in het Kamergebouw en de opening van het parlement hadden we mei verontwaardiging de scè,ie9 bijgewoond, die niet alleen het janhagel in de stiaat, maar de roode volksvertegenwoordigers in de Kamer veroorzaakten, scènes, die aan kwajongensbaldadigheid of uitingen van dronken kroegmannen deden denken, maar we zijn nu nog een stadium verder gekomen in de roode onvoegelijkheid en vallen er dingen voor in de Kamer, die, wanneer ze in een klein achterbuuitkioegje zouden plaats grijpen, nog de afkeuring der aldaar aanwezigen zouden verwekken. Het schijnt, dat de heer Hubin niet het volk, maar het gespuls repiesenteert in de Kamer, tenminste naar zijn manieien te oordcelen. Wanneer het eene kind het andere in het gezicht zou spuwen, dan zou de spuwer degelijk voor zijn bioek kiijgen, maar de heer HuDin, volksveitegenwooidigei, schaamt zich niet in de volle Kamer naar een ander afgevaardigde toe te loopen en hem in het gezicht te spuwen, in den letterlijken zin van het woord. Daarop ontstond bijna een vechtpartij tusschen den kwajongen-député-en een collega van den heer Wauwermans, die het voor dezen opnam. En waarom die woede? De heer Wauwermans laakte het gedrag van een institutrice, die eeist als religieuze les gaf in een school, plotseling het religieuze kleed verliet en daaina voortging in dlezeltde school, voor diezelfde kinderen in civiele kteeren les te geven. De heer Wauwermans beging hiermede een verschrikkelijke laagheid volgens den ridderlijken Hubin en nog andere roode en blauwe schreeuwers en wel op de eerste plaats, omdat het hier een vrouw geldt. De heer Wauwermans was vn lache, een lafaard, omdat hij het gediag laakte van een vrouw. Eigenaardige zedelijke neutraliteit bij die schreeuwers. De uitdiukking, die de heer Wauwermans bezigde, was wellicht niet geheel en al gewettigd, al kon hij persoonlijke gegevens heoben, om in casu zoo te oordcelen; hij heelt het overigens zelf eikend; maar de schrikkelijke uitval der anderen alleen om het feit, dat de aangevallene, door wier gedrag een geheele gemeente in iep en toer is gebracht, een vrouw is, is belachelijk. Op deze ridderlijkheid wordt een geheel eigenaardig licht geworpen, ds men daarmede in verband brengt? hetgeen een paar maanden geleden gebeurd is bii de ooening der Kamer. Daar waren aanwezig behalve de koning, de koningin mei haar kindeitjes, de giavln van Vlaanderen, de moeder des konings, beide viouwen en zeer hoogstaande, zeer geliefde, zeer verdienstelijke vrouwen. Welnu, de roode ridders hebben er niet tegen opgezien ondanks de aanwezigheid dier hooge viouwen, een ijselijk tumult op touw te zetten, zoo zelfs, dat de rondgestrooide papiertjes tot voor de voeten van de koningin neervielen, om haar heen dwarrelden en haar kindenjes, de prinsen, zich angstig tegen haar aandrongen en zulk een akeligen indiuk maakte dit alles op de koningin, dat men later meende, dat ze daarvan wellicht ziek was geworden. Waar waren toen de roode chevalieis met hun vrouwenculius? Ze waren in de zaal en toen waren het de belhamels, de heer Hubin niet het minst. Wat eigenlijk even tréuiig is ais het voorval zelf is dit, dat het zoo is afgeloopen, dat de straaijongens-député niet tot de orde is geroepen, al heef t hij dan zijn handelwijze zelf gedisqualificeerd. De heer Wauwermans heeft verstandig gedaan en heeft door een waardig en kalm gedrag al de schande van het feit op den bedrijver laten neerkomen. En wat was de oorzaak, dat de schuldige niet door een votum van blaam kon gestiaft worden? Het was wederom het treurige absenteïsme der Rechterzijde. Het is onbegrijpelijk, dat in een vergadering, waar wetten en bepalingen worden gemaakt, om misbruiken in den lande tegen te gaan of uit te roeien, nooit eens de hand wordt gelegdj aan dit zoo grove misbruik, dat daarenboven een soort van oneerlijkheid en een sooit van woordbreuk bevat ten opzichte der kiezers. Een oneerlijkheid, want het is oneerlijk een salaris op te strijken, als men er niet voor doet, wat er vooi gevraagd wordt en het is niet voor thuis te blijven, dat een afgevaardigde betaald wordt; en een woordbreuk, omdat een gekozene implicite aan zijn kiezers belooft de plichten van zijn mandaat te behartigen en dat doet men niet door voortdurende af wezigheid. Maar wat wil men er aan doen, als de mannen, die de wetten maken, zelf een wet noodig hebben, om hun plicht te doen ? Wie zal die wet voorstellen en stemmen. Bij de stemming van zulk een wet zou de Kamer zeker niet in getal zijn. Nochtans mag de rechterzijde met haar kleine meerderheid van zes stemmen wel op haar tellen passen of ze kan nog wel eens overrompeld worden zooals eergisteren. Het is veel meer zaak voet bij stuk te houden dan nalatig te wezen. De interpellatie van den heer Wiener over de Schelde-quaestie is maar tot later orde uitgesteld. Wat het vraagstuk zelf betreft,. wordt er hier velschillend over bericht. Hei eene blad constateert met zekeren trots en tevredenheid als van iemand, die een ander naar zijn pijpen heeft leeren dansen, dat het voorstel ook in Nederland begraven is; andere bladen kondigen aan met de spijt van iemand, die zijn zin niet heeft gekregen, dat de Hollanders toch met hun voorstel doorgaan. In ieder geval de Schelde-storm is bedaard. In plaats daarvan heeft de heer Samuel Wiener — zijn voornaam zegt genoeg — geïnterpelleerd over de hazardspelen. Zijn israëlietisch gemoed kan er maar niet over heen, dat voor de badsteden het „maschelije" der speelhuizen verloren gaat. De moiaal, net welzijn der burgers, dat il allemaal niets; maar geld werd er Verdiend en veel geld en dat zegt alles. Hij had dan ook gaarne gezien met den heer Verbeke en nog een paar anderen, dat de wet op de spelen zoo geïnterpreteerd en toegepast zou worden, dat ze de spelen eerder begunstigde dan, tegenhield en dat was volgens hem ook het doel van den wetgever 1 De minister van Justitie dacht er dan anders over ca verklaarde, dat hij de wet nuttig en heilzaam vond en dat hij ze volgens den geest van den wetgever, die wel degelijk de beteugeling van het spel zelf en ook van de exploitatie van het spel bedoelt, zal toepassen. Eindelijk hebbeu de experts dan uitspraak gedaan omtrent de oorzaak van dea ver-1 schrikkelijken brand der tentoonstelling van 14 Augustus 1.1. Ziehier wat zij er over verklaren: In al de tentoonstellingen is er begin van brand geweest; dat is daarbij eene onvermijdelijke zaak. De tentoonstelling van Brussel was aan dit noodlot niet ontsnapt, zelfs voor den dag van 14 Augustus. «Ook is het de gewoonte het gevaar af te weren met, over gansch de uitgestrektheid der hallen, middelen van onmiddellijke tusschenkomst te voorzien, de toelaten de eerste Vlammen aan te vallen, o-, .a-al waar deze kunnen ontsiaan. <;Kel dient opgemerkt te worden dat het begin van brand dat de ramp van 14 Augustus 1910 voor gevolg had, ontstaan is op eene plaats waar men het gemakkelijk had moeten kunnen overmeesteren, allesn bij middel van de eerste hulp — waterkranen en uitdoovers —, iets wat net gedaan geworden is. «Dit begin van brand was dus de aanleiding en niet de oorzaak van de ramp, die, ens inziens, moet toegeschreven worden aan: 10. Gebrek aan initiatief van den bewaker die, in plaats van oogenblikkelijk eene waterkraan of een uitdoover te gebruiken, naar den. stand van de goudsmederij geloopen is cm daar een bewaker te roepen; hetgeen tijdverlies was. — 20. Aan de on'nruikbaarheid van de toestellen voor eerste hulp — watermenden tengevolge van gebrek aan drukking. — 30. Aan de schaarschheid van krachtige bluschmlddelen, die onmiddellijk konden aangewend worden, en aan "de laattijdige komst van bluschtoestellen van buiten de tentoonstelling aangebracht. — 40. Aan de gebrekkige inrichting en aan_ het gem.s van eenheid van den brandweer dienst». Ondanks de geruchten, die er hebben geloopen wordt dus kwaadwilligheid buiten rekening gelaten, ofschoon het rapport eigenlijk de kwestie van eerste oorzaak bulten spel laat; het spreekt alleen van hetgeen er ontbrak, toen de brand in zijn begin, dus nog bluschbaar was en in dit opzicht is het rapport zeker niet vleiend voor de betrokken autoriteiten en weinig troostend voor de talrijken, die daar veel, sommigen bijna alles, in verloren hebben. --- Rumoer in het Britsche Lagerhuis. LONDEN, 10 Maart. (Reuter). In de vergadering van hel Lagerhuis, die tot laat in den nacht voortduurae, vielen zóó rumoerige tooneelen voor, als er in de het laatste tiental jaren niet hadden plaats gehad. De artikelsgewijze behandeling van de Revenue Bill ~ betrekking hebbend op het het vorige jaar uitgestelde deel van de begrooting voor 1910 — begon gisteren. Tot middernacht ging de behandeling zonder incident voort. Toen echter stelde Auaten Chamberlain de verdaging van het debat voor. Minister Churchill, bij afwezigheid van den lieer Asjuith namens de regeering sprekende, wegerde de verdaging, die eerst zou kunnen plaats hebben als men verder zou zijn gevorderd. Balfour verklaarde daarop dat Asquith beloofd had ruim gemeenheid voor beraadslaging (e zullen geven en te kennen had gegeven dat er geen lange zitting zou worden gehouden. Churchill antwoordde dat de Regeering haar besluit niet kon veranderen en volstrekt niet afweek van de oorspronkelijke plannen. De beraadslagingen werden teen voortgezet, maar herhaaldelijk hadden rumoerige tooneelen plaats, als minister Churchill de discussie over verschillende punten trachlte (e bekorten door sluiting van het debat voor te sietlen; Herhaaldelijk beproefde de oppositie den heer Churchill het spreken te beletten en geruimen ti'd trachtte de voorzitter tevergeefs de oppositie tot zwijgen te brengen. Te half vier hedenmorgen deed Balfour opnieuw een poging tot verdaging. Weer weigerde de heer Churchill en nieuw rumoer was daarvan het gevolg. --- Een komplot in den Congo. BRUSSEL, 10 Maart (V. D.). De »Indépendance Beige* publiceert een opzienbarende zaak uit Boma, de hoofdstad van Belgisch Congo. Er zou n.l. een complet ontdekt zijn onder de inboorlingen, onder wie de blanken bij voorkeur hunne bedienden ■ kiezen, welk complot een vermoording van de blanke ambtenaren ten doel had. Op geheime bijeenkomsten werd be3loten de hooge ambtenaren met revolverschoten te dooden en hunne huizen met dynamiet te doen springen. Het komplot werd ontdekt door de indiscretie van een der samenzweerders. Onmiddellijk ingestelde onderzoekingen leidden tot de ontdekking van een groot aantal wapenen, 12 dynamietpatronen en verschillende soorten bommen. Verscheidene arrestatiën hadden plaats. De ontsteltenis onder de blanke bevolking is groot. --- Dynamietontploffing. NEW-YORK, 10 Maart. (Reuter.) Uit Plaesant-prairie in Wisconsin wordt gemeld: Hier heeft een ontploffing plaats gehad van vijl magazijnen van de Dupont de Nemours-kruit company, bevattende 180 tonnen dynamiet en kruit. Honderden huizen in de stad werden vernield en andere gebouwen verwoest on tien mijlen afstands. De ontploïfing werd waargenomen op een afstand van honderd rmjien Voorzoover men weet, is één persoon gedood en zijn 350 gewond. De geldelijke schade wordt geschat op een half millioen dollar 3. (De verdere Reuter-berichten van heden vindt men bewerkt in het „Buitenlandse!! Overzicht".) ---