FREERK VAN DER WAL INCOOPMANSHÛS Een droomdebuut de friese galerij door sikke doele en rudy hodel Het betreden van de grote expositieruimte van 't Coopmanshüs te Franeker is als een perfekte droom. Men schrijdt voort en merkt een dramatisch gesloten wereld. Men bespeurt slechts heftige penseelbewegingen, een zee van indringende kleuren, schaduwen en schimmen, maar weet niet waar de droom over gaat of wat hij betekent en droomt voort. Het droomdebuut van de jonge schilder Freerk van der Wal in Museum 't Coopmanshüs openbaart zich als een fascinerend raadsel Een passende sleutel voor het ontrafelen van deze gesloten wereld lijkt het eerste zeer recente grote olieverfschilderij vlak naast de ingang. Het heeft als titel „Groot doek" en toont een schimmige zwarte mannelijke gestalte, die ogenschijnlijk een lange schaduw werpt op een driehoekig, groezelig rood vlak. Ook aan zijn linkerzijde is een afsluitend rood vlak te zien. De figuur lijkt in een grote opening te staan, die beheerst wordt door spektakulare gele, blauwe, roze en rode kleuren. Het is alsof er een nieuwe perspektiefvolle wereld voor hem opengaat. Hoe anders is het vroege „Schilder en model" uit 1982. Dit olieverf op papier, dat Freerk van de Wal in het voorlaatste jaar van zn academietijd schilderde, toont een bijna geheel rood schilderij, waarin zonder veel moeite een liggend model en een druk bezige schilder te ontdekken valt. Merkwaardig is alleen dat alles zich op één vlak lijkt af te spelen. De fruitschaal achter het model is kennelijk even belangrijk als de schilder, die in een vreemd perspektief is weergegeven. Er zijn nog een aantal van deze vroege, vrij kleine gesloten rode schilderijen op de tentoonstelling aanwezig. Freerk van der Wal (1955), die in Loënga woont en werkt, schildert vooral figuren. In al zijn intens kleurrijke expressieve schilderijen en in (bijna) alle tekeningen doemen schimmige gestalten op. Hoe langer je kijkt, noemeer figuren je ontdekt. Ze staan als in „Groot doek" voor een gapende opening, vallen als een Icarus op de aarde, kijken in een spiegel of staan in een niet minder geheimzinnig „Toneellandschap. Een afzonderlijke groep vormen de talrijke „Atelier"-tekeningen en de „Schilder en model"-composities. Deze schimmige bezeten wereld, waarin de schilder zelf enige keren in voorkomt en misschien wel continu aanwezig is, heeft nog het meest weg van een geconstrueerd schaduwrijk. Het mag opvallend genoemd worden, dat de meeste si hilderijen een toneelmatige opzet kennen. De compositiesti uktuur van het „Groot doek" is in vele schilderijen en tekeningen, die voor en na de olieverven gemaakt worden, terug te vinden. In de lijst van tentoongestelde werken komen veelvuldig titels voor als „Groot doek" en „Podium". Freerk van de Wal heeft een grote voorkeur voor spiegelingen. Schilderijen worden in het schilderij geplaatst, schilders worden objekt in plaats van het te schilderen model en ook hij zelf kijkt meer dan eens in de spiegel. Dit opmerkelijke, klassieke motief van de spiegel staat gewoonlijk voor zelfbewustzijn of ijdelheid. De vanitasgedachte en ac factor tijd lijken nauwelijk in het werk van Van der Wal aanwezig. Toch handelen al zijn schilderijen over het hier en nu. Freerk van der Wal toont op zijn droomdebuut mensen in een geheimzinnige dronken wereld. Hij schildert flarden van mensen op een groot toneel en raakt daarbij de kern van het menselijk bestaan. Zijn werk gaat over het klassieke probleem van het menselijk bestaan, over leven en dood. (Rh) Coopmanshüs, Franeker. Tot 8 april. Freerk van der Wal: „Groot doek", olieverfschilderij --- Herbert Vogel Herbert Vogel uit Boijl biedt weinig verrassingen op zijn expositie bij fotohandel Objectief in Leeuwarden. Dat hij zijn foto's met penseel ontwikkelt en zo tot fioëtische resultaten komt, is zo angzamerhand overbekend. Jammer is het te moeten constateren, dat hij inhoudelijk in vaagheden en onbestendigheid is blijven steken. De verliefdheid op het procédé lijkt het werk iedere andere betekenis te hebben ontnomen, (sd) Objectief, Leeuwarden. Tot 1 april. --- Gerben Rypma De kombinaasie skilder/dichter-skriuwer komt net in geweldigen soad foar. Fansels - Lucebert, Armando en Jan Cremer hawwe harren fertsjinsten op beide terreinen, mar hia hearre ta de ütsünderingen. Vn Frvsl.ui binne se hielendal mei in kearske te sykjen. Der binne mar in pear nammen dy't jin yn it sm komme wolle, lykas Pier Feddema en Alle Jager. En Gerben Rypma (1878-1963), oan wat it Frysk Letterkundicn Museum en Dokumintaasjesintrum op 't heden in titstalfing wijt. Rypma, dy't iensum en allinne yn in lytse klinte oan de Aldegeaster Brekken by Blauhüs wenne, fielde him ien mei it Fryske lan en hy hat dér sawol mei de pinne as mei it pensiel ferslach fan dien. Syn haadthema wie it fee yn 'e greide, kij, skiep en hynders. Hy die dat op in wize dy't oan de Haachske Skoalle tinken docht, mar dan by sinneskynwaar. Men soe ek sizze kinne: mei roomske blierens. Dat Rypma syn skilderijen net yn 'e natoer, mar yn 'e hus makke, wol jin amper oan. Dat fait allinne te merkbiten oan it fotograf yske perspektyf (faken wat fan ünderop) by guon skilderijen. Opfallend is ek dat allinne de hynders wat stiif oerkomme. Ek tige nijsgiirrich binne de portretten nei Toto's: men komt Obe Postma tsjin. Jan Jelles Hof, mar ek (mooglik) Churchill en de PvdA-wethéfder M. J. Harmsma fan 'e Jouwer - in wat wünderlik gearstald selskip, mar it wiene dan ek studzjjes, wèrby 't Rypma, ut de fitrines bliken docht, is oantekening ha Ide fan de kleuren dy't hy brükte. De ütstalling jout oan dat Rypma immen wie dy't syn omjouwing skerp yn him opnaam om dy op lyryske wize wer te jaan en wol sa libben, dat syn skilderijen, hoe tradisioneel fan ynhald ek, jin ek no noch oansprekke. (sd). FLMD, Ljouwert. Oant 1 april. --- Martine Bakker Martine Bakker, Nieuwestad 75a te Leeuwarden, heeft voor enkele weken haar privacy gedeeltelijk aan de kant gezet, want zij houdt open huis: ook komende «reek dinsdag en donderdag kan men van 17 tot 20 uur haar nieuwe collectie tekeningen komen bezichtigen. Na de serie „Wolken" die zij onlangs liet zien in Dokkum en waarbij het element structuur heel belangrijk was, komt zij nu met een reeks tekeningen waarin de spontane lijn centraal staat. Ze zijn geïnspireerd op de takkenbossen die je langs de Waddenkust aantreft en op jonge boompjes, met een rubberen band aan een steunpaal verbonden. Maar dat zijn slechts aanleidingen; het gaat om het abstracte lijnenspel, al valt er bij de jonge boompjes een lichte mate van symboliek te onderkennen. Het is een geslaagde serie geworden omdat er spanning in de lijnen zit, evenwicht in de compositie heerst en met minimale middelen een maximum aan uitdrukkingskracht is gerealiseerd. Spontaner trouwens nog zijn de drie snel gemaakte „Bergen en wolken". Ook de serie gezichten op het Leeuwarder GSD-gebouw, die overigens al eens Dij Radio Frvsl'ni geëxposeerd zijn. is fraai, zodat er alle aanleiding is even bij Martin* Bakker binnen te wippen, (sd) Martine Bakker, Leeuwarden. Tot 30 maart --- PLAKBEELDEN VAN CAREL VISSER IN HET GRONINGER MUSEUM De kunst van het relativeren Carel Visser blijft verbazen. Toen al zijn collegae in Nederland aan het einde van de jaren veertig nog braaf in steen hakten of in klei boetseerden, laste deze beeldhouwer van uitzonderlijk formaat op het erf van zijn vader zn eerste wankele constructies van betonijzer in elkaar. En nu talrijke jonge schilders en beeldhouwers ook hier te lande de laatste iaren een sterk individualistische houding tegenover traditie en materiaal hebben aangenomen - en naarstig op zoek zijn gegaan naar een figuratieve verbeelding -, overtroeft Carel Visser hen met een veertigtal speelse, luchtig ogende tweedimensionale plakbeelden, die nog tot 9 april in net Groninger Museum te zien zijn. Het is inderdaad even wennen in het enigszins onderbel ichte trapportaal, waar als een overdadig hors d'oeuvre van de expositie een forse „Fruitman" hangt. Het is een op het eerste gezicht nogal bizarre verschijning, die geheel opgebouwd is uit nauwgezet uitgeknipte en aan elkaar geplakte kleurenreprodukties en reclamefolders. Zijn voeten bestaan uit verlokkende trosjes blauwe druiven, een grote aardbei, een ananas, spruitjes, enkele grapefruits en een bosje ideale worteltjes. Het bekken van deze wondere „Fruitman" is samengesteld uit vijf groene paprika's, terwijl zijn ruggegraat "'t een bloemkool, een halve gebraden kip en vier gerookte Makrelen bestaat. Na een poosje 'oopt het water in je mond, zo Plastisch en echt lijken deze vruchten, groenten, vissen en "al ve kip, Het illusionisme van «-are! Visser is bijna stuitend. Een geheel ander beeld geven ac levensgrote dieren, waarvan alleen de fotografisch weergegeven kop afkomstig is van een tijdschrift of affiche. Voor et overige bestaan deze dieren _A_e_neden Papier en naturel of "cht beschilderd ribkarton. De "'iKvanger is onmiskenbaar een *°est uitziende „Gorilla", waarnaast komen een aantal "Jgers voor, een stelletje cc _ne_de en slaPende honden, Z. bchool vissen, een groot paard ccn6!" tw!.etal struisvogels, die in Vc' «evecht of een paringsdans E.h_^eldziJn- Weer is .niet flie^d"'delijk wat deze Fiakbeelden te betekenen hebben. D^e^elijk is echter dat deze in h. _dleren een enorme ruimte aJf aS nemen en onwillekeurig associaues wekken, die variëren ironi le,r.?ntuinen tot dodelijke s°n.e, Welke halfverboreen betekenis heeft bijvoorbeeld de naam „Picabia" op de vierkante borstkas van de uiterst potente en woest brullende „Gorilla"? Een nog geraffineerdere beeldinhoud tonen de zes variaties op beroemde Venus van Dali, oftewel Dali's geniale surrealistische paraphrase op de overbekende clichévoo .stelling van de Venus van Milo. Als uitgangspunt diende een witblauw affiche van het Museum Boymans-van Beuningen, dat keurig langs de contouren van het beeld in stukken is geknipt. Van deze sterk contrasterende delen „plakte" Visser arrangementen in de vorm van een „Ring", een „Zeshoek", een „Vierkant", een „Dalihorizon" en een „Dalisokkel". Opvallend is weer dat ze een enorme ruimte in beslag nemen. Hun betekenis is echter duidelijker dan die van de dieren, omdat de arrangementen onmiskenbaar met het oudere werk van Carel Visser te maken hebben. Het zijn geometrisch en sculpturaal bepaalde ordeningen op een schier onbegrensde ruimte De enige ondergrond van Vissers plakbeelden is immers de witte muur. Een andere kategorie binnen de plakbeelden ' Visser wordt gevormd dooreen aantal scherpe commentaren op de ruimtelijke concepten van andere kun Zo wordt het „Studiopiece" van Bruce Naumann. dat uit enkele ringen en een vierkant bestaat, geheel gedemonteerd en volgens Vissers •i inzichten weer opgebouwd. Het zelfde gebeurt meteen autoschrootassemblage van Chamberlain. een affiche waarop Barnett Newman afgebeeld staat en een monochroom wit doek van de Zero-kunstenaar Piero Manzoni Waar Vissers inventiviteit het duidelijkst tot uiting komt. is in de beide parafrases op zijn eigen sculpturen, getiteld „Acht beelden" en „Vier dichte paraplu's/Vliegende vogel". Op een Ger van Elk-achtige manier vormt de eerste een open vierkant en de laatste een cirkel. De overeenkomsten tussen udere werkende recente plakbeelden, blijven niet alleen beperkt tot het toepassen van dezelfde beeldhouwkunstige principes. Naast zijn onveranderde voorkeur voor een logische ordening, een geometrisch bepaalde totaalvorm en de systematische stukturen, illustreren deze beelden voorail zijn ongebroken geloof in de mogelijkheden van het „objet trouvé '. Wat in 1979 op zijn eerste tentoonstelling in Groningen letterlijk gevonden wandelstokken waren, zijn nu de variaties op de Venus van Dali. De Dali-posters waren objets trouvés en tegelijkertijd afbeeldingen van een beroemd voorwerp, dat op zijn beurt ook een objet trouvé voor Dali betekende. Wat destijds de horens, paraplu's en struisvogeleieren waren, zijn de verknipte affiches, het fruit en de dierenkoppen. Voor Carel Visser (1928) betekenen deze uiterst boeiende tweedimensionale sculpturen ontegenzeggelijk beelden in de ruimte. Het zijn tevens speelse en humorvolle experimenten met schaar en lijmpot, die enerzijds bevestigen wat hij tot dusverre gemaakt heeft en anderzijds dit hevig in twijfel trekken. Het bevestigen bij Visser heeft echter tegelijk iets van een ontkenning. Hoewel hij zijn beeldhouwkundige principes onverlet laat, komt hij telkens tot een nieuw eindresultaat. Zijn drang tot vernieuwing is groot. Driedimensionale objets trouvé's worden tweedimensionale. Oud werk wordt nieuw werk. Het enige wat Carel Visser bezig lijkt te houden is het aan de orde stellen van beeldhouwkundige problemen. Zijn kunst is die van het relativeren RUDY HODEL Plakbeeld van Carel Visser „Voor Dali" 1983 formaat 142 x 165 --- Pin Baskets: enthousiast, maar heel gewoon Wie een nummer op basis van een ska-melodietje op de plaat zet, moet wel van goeden huize komen, om het eindprodukt meer te doen zijn dan een vrolijk niemendalletje. The Pin Baskets uit Leeuwarden hebben met 30.000 Rabbits zon zelfgemaakt skanummer op single uitgebracht en het resultaat is dan ook een opgewekte deun, zonder diepgang. Het nummer stoort beslist niet, maar buitengewoon boeiend is het evenmin, ondanks het enthousiasme, dat de groep onmiskenbaar uitdraagt. Na enige minuten vrolijkheid mondt het lied uit in een gezellige samenzang, waar folk-invloeden niet vreemd aan zijn. Een en ander doet vermoeden dat de tekst handelt over een wedstrijdje koekhappen, maar dat is niet het geval. De tekst staat haaks op de melodie en doet kond van de ellende die er is ontstaan in de staat Nevada in de VS, nadat daar proeven met kernwapens waren genomen. De achterkant van het plaatje wordt gevuld met het nummer „Glad to be Different", en daaruit blijkt dat het niet alleen in Nevada hommeles is. Ook aan Nederland mankeert het een en ander. Zo lopen hier veel primitieve jongens en meisjes rond die maar wat op een Harley Davidson zitten; meisjes in leren jackjes met speldjes geven hun vriendjes gevoelloos kusjes en reeds op twintigjarige leeftijd gaan de domoren trouwen om een saai en kil leven te leiden, waarin de gordijnen na het eten dicht gaan. Zanger Menno Bakker is blij dat hij anders is, zingt hij in het refrein. Het lied ademt een heel andere sfeer dan dat op kantje één. De melodielijn wordt sterk beïnvloed door ietwat melancholiek voortkabbelende gitaarklanken hetgeen het nummer samen met de naar monotonie neigende zang van Menno Bakker iets gedragens geeft. Enigszins storend is de wat al te schuchter geblazen saxofoonpartij. Ook voor dit nummer geldt: Een aardig cadeau voor familie, vrienden en bekenden. • HARM HARKEMA The Pin Baskets --- JEAN LE NOBLE IN KUNSTRUIMTE HEERENVEEN Spanning in meervoud Kan men het complexe begrip spanning verduidelijken door tegelijkertijd het natuurkundig gedefinieerde fenomeen spanning èn de niet-natuurkundige, oorspronkelijke betekenis van dit woord zichtbaar te maken? Weegt het tere beeld van een lange dunne neonbuis op tegen een stapel groene telefoonboeken van net distrikt Leeuwarden, die de denkbeeldige spanning tussen twee ruimten in een bibliotheek moet symboliseren? Mijn antwoord op deze zelf gestelde vragen is een aarzelend nee. Toch is de derde installatie, die Jean le Noble onder de titel „Spanning" in de Kunstruimte te Heerenveen realiseerde, een boeiende gebeurtenis geworden. Tot nu toe nield deze inventieve technisch tekenaar en kunstenaar, die zijn tijd tussen Haarlem en Heerenveen verdeelt, zich voornamelijk bezig met het zichtbaar maken van onzichtbare, maar technisch meetbare wetmatige spanningsvelden. Hij deed dit tot voor kort uitsluitend met autonome, enkelvoudige ruimtelijke situaties en tekeningen, die zich voornamelijk kenmerkten door een sober materiaalgebruik. Door nu gespannen draden, elektrische spanning (vertaald in neonlicht) en zwaartekracht op een nogal geforceerde manier te laten fuseren met anderszins geladen elementen (elektrosnoeren, telefoonboeken en turfmolm) kiest Le Noble voor een complex totaalbeeld, dat aan duidelijkheid verloren heeft ten opzichte van zijn oudere werk. De extra ingeschoven betekenislaag is niet alleen minder universeel (telefoonboeken betekenen niet voor iedereen „lineair geordende informatie"), maar vertroebelt mijns inziens ook de visuele spanning van de getoonde objekten. (Rh) Kunstruimte, Heerenveen Tot 3 april. Jean le Noble: deel van installatie. --- Twee Dokkumers Twee jonge Dokkumers, Teunis van Panhuis en Anetta Dijkstra, treden voor het eerst met hun schilderkunst naar buiten en wel in de showroom van garage De Vrij in Leeuwarden. Een omgeving dus zonder geheiligde kunstsfeer en passend voor dit werk op papier, aat niet zozeer voor de eeuwigheid lijkt te zijn bestemd als wel een verslag geeft van de huidige bezigheden van het tweetal. De eerste werkt op zeer grote formaten en dat moet ook wel met zon enthousiaste schilderstijl. De menselijke figuur dient hem vaak tot inspiratie en hij zet die e\ sief, met veel gevoel voor vorm en kleur, neer. Sterk is de witte (vallende?) figuur en ook de bonte voorstelling waarin ondermeer een lachende nijptang valt te ontdekken is heel aardig van opzet. Anetta Dijkstra bezit minder schilderkunstige vaart en durf, maar haar sterke punt schuilt in het feit dat zijn vele interpn geeft van één en ht nderwerp: een hoek van een zolderkamer met een kachel. Een uitstekende methode om in een thema door te dringen. Wel had ik v.m haar op een gegeven moment een uitbarsting verwacht om onder de zelfopgelegde dwang uit te komen. Dan had je meer het idee gehad dat de serie naar iets toe leidde. Maar voor beiden geldt: een interessant debuut | De Vrij. Leeuwarden. Tot 1 april. --- Galerie Eewal De zeefdrukken, die Frits Hesseling in Galerie Eewal exposeert, lijken abstrakt. Maar hoe langer je naar dit boeiende, perfekt gedrukte werk riet hoe figuratiever het wordt. Wat op de eerste aanblik een romig blauw-grijs vierkant in een wit kader leek, Dlijkt bij nader inzien een raam, waardoor men naar de blauwe lucht kijkt. Frits Hesseling (1951) uit Warffum, die met deze zeefdrukken zn derde tentoonstelling in Galerie Eewal heeft, balanceert met moeite op de grens van figuratief-abstrakt. Door een deel van de werkelijkheid - in dit geval van een interieur - te isoleren en de beeldelementen terug te brengen tot rechte lijnen en vlakken, suggereert hij een autonome composiüe. Dat het geen abstrakte beelden zijn. merkt de kijker vooral aan de seriële ophanging van het werk. Behalve het feit dat de eerste vier zeefdrukken nog vagelijk zichtbare contouren van Bomen en weerspiegelingen op glas nen, vullen de voorstellingen elkaar als bewegende filmbeelden aan Het eerste raam is dicht terwijl het tweede half open staat enzovoort. De tweede exposant in Galerie Eewal is Mieke Blits uit Amsterdam, die een klein aantal fraaie mische obiekten exposeert Het zijn zeer dynamisch ogende vazen, die er uit zien als doorgesneden bollen, waarvan de delen schots en scheef aan elkaar geplakt zijn. of de vorm hebben v.m een gestileerde golfbeweging, (rh). Galerie Eewal, Leeuwarden. Tot 12 april ---