(Advertentie) ■ i iHniii i af % ourink/J. Frie. DE ZAAK HOGERHUIS EEN INDRUKWEKKEND BOEK - f 29,90 --- USA-WERKEN ZOLTIN PEETER IN 'T COOPMANSHÛS De excellente waarnemer de friese galerij door sikke doele en rudy hodel Zoltin Peeter is een graficus en een beeldhouwer, die onderling zeer verschillende dingen heeft gedaan. Niettemin volt er in zijn werk vrij gemakkelijk een rode draad aan te wijzen. Vanaf de eerste macro-etsen uit het begin van de jaren zestig tot het recentelijke - o\p burgerlijke onwil gestrande - projekt voor een groots ruimtebepalend sculptuur in Veenhuizen, is Zoltin Peeter geïnteresseerd geweest in de waarneming en de analyse van de zichtbare werkelijkheid. Daarnaast heeft hij zich voortdurend met uitersten, het minimale en/of het grootschalige beziggehouden. Ook zijn nieuwste. op het eerste gezicht nogal drastische gedaanteverwisseling, die in het Franeker Coopmanshus onder de titel van „USA-werken 1984" getoond wordt, betreft in hoofdzaak een vormverandering. Vandaar dat deze boeiende tentoonstelling probleemloos aangevuld kon worden met een aantal vroege macro-etsen. Wat doet een beeldend kunstenaar wiens belangstelling vooral uitgaat naar de zichtbare fenomenen en het grootschalige tijdens een studiereis, die hem door een groot deel van de Verenigde Staten van Amerika voert? Juist, hij kijkt, kijkt en verslindt het visueel overweldigende, dat dit land van de onbegrensde mogelijkheden (nog) zo overvloedig te bieden heeft: het megalomane stadsgezicht en het natuurschoon. Zoltin Peeter, die in het voorjaar van 1984 een dergelijke studiereis ondernam, raakte in steden als New Vork en Chicago diep onder de indruk van het fenomeen wolkenkrabber. Reisschetsen en dia's, die op de tentoonstellinggezien kunnen worden, tonen op een imposante waterval na, onophoudelijk de meest fantastische, oogverblindende bergformaties van staal en glas. De „USA-werken 1984" bestaande uit sculpturen en etsen, die in de grote zaal geëxposeerd worden, maken bijna onmiddellijk duidelijk, dat het gegeven van de wolkenkrabber Zoltin Peeter sinds zijn studiereis niet meer losgelaten heeft. Sterker nog, het is bijna frappant om te zien, hoe sommige beelden direkt op de reisnotities en dia's teruggaan. Een beeld als „Beschermde top", dat opgebouwd is uit een spitse driepoot van hout met daaronder een torenachtig bouwsel van steen en ijzer, heeft bijvoorbeeld alles te maken met een meermalen getekende en gefotografeerde „topsituatie" van een neo-gotisch aandoend gebouw, dat volstrekt overvleugeld wordt door een super skyscraper. Door de al te duidelijke constructie, die nog het meest weg heeft van bouwdoosvariatie en net gebruikte materiaal, is de afstand tussen werkelijkheid en imaginatie uiterst gering te noemen. Vrijer, dat wil zeggen minder direkt en minder illustratief, zijn de etsen, die op een enkele waterval-compositie na, ook op „topsituaties" betrekking hebben. Met „topsituaties" bedoelt Zoltin Peeter'de spanningsvelden tussen de toppen van de reuzengebouwen onderling. De lading, d.e in het geval van de „Beschermde top", door de flauwe afspiegeling van de werkelijkheid maar niet wil overspringen, komt in deze etsen wel degelijk tot ontbranding. In de „Aangevallen top" bijvoorbeeld staan drie naar het midden priemende agressieve punten gericht op een even spitse en symmetrische constructie, die door zn abstrakte karakter nauwelijks iets van een gebouw heeft. Samen met het enige echt overtuigende sculptuur „Elegante top" zijn ze in staat Zoltin Peeters duizelingwekkende Amerikaanse i varingen in een adequate kunstmatige werkelijkheid om te zetten. De aanwijzing dat de graficus Peeter boeiender werk maakt dan de beeldhouwer Peeter, wordt onbedoeld nog eens beklemtoond boven de Waag, waar een aantal macro-ètsen uit zn begintijd (1952-1963) hangen. Als een late volgeling van Hercules Segers, die als 17de eeuwse maniërist de verbeelding, de fantasie boven alles stelt, komt de beginner tot indrukwekkende abstracte landschappen, waarin tonaliteit en opbouw voor een opgewonden lyriek zorgen. Zoltin Peeter (1942), die in Oostrum woont en werkt, lijkt met dit vroege werk aan te sluiten bii de fantastische wereldvoorstellingen, die in die jaren gangbaar waren. Als er kritiek uitgeoefend moet worden op ziin vormwisse:i, is het wel de aard en het tp van die veranderingen. Na hét schier ongebreidelde van de jaren zestig sluit Peeter in de jaren zeventig met zn Shadow Caseprojekten geruisloos aan bii het post-minimalisme. En nu halverwege de jaren tachtig levert de excellente waarnemer die hij is, die ingehouden optimistische sfeer weer in tegen een onvervalste post-modernistische angststemming. Een stemming die opgewekt wordt door beelaen en etsen, die inderdaad een zeer post-modernistische indruk maken, (rh) Coopmanshüs, Franek Tot 4 maart Zoltin Peeter: „Stompe top met accessoires" --- Vier visies bij Galerie De Vis Vier exposanten met elk een eigen visie vullen Galerie De Vis aan de Noorderhaven te Harlingen. Inhoudelijk zijn er nauwelijks overeenkomsten tussen de impressionistisch getinte schilderijen van Arend Kuiper, de i • ticche etsen van Dici Stolwijk, de organisch aandoende ker. van Addv Bloem en de sti keramische vormen van Wim Borst. Wat de vier wèl gemeen hebben, is dat zij niet buiten de gebaande wegen treden. Zij blijven binnen de grenzen van de thans in brede kringen aanvaarde esthetica. Arend Kuiper, van Drentse origine, laat zes olieverven zien: interieurs en stillevens, wat wollig en druk geschilderd, maar fraai van licht, kleur en - bij de interieurs - diepte. Het werk is bepaald niet wereldschokkend, maar maakt toch een sympathieke indruk, omdat het geen pretenties heeft en zo duidelijk des makers schilderplezier uitdrukt. De zeer gedegen etsen van de Amsterdammer Dick Stolwijk doen in hun verfijndheid 1 na aan gravures denken. Tot oneerwerp kiest hij dingen u.t de natuur, zoals enkele schelpen, een tak met appels, bloemen, insecten en vogels. Die vormen geeft hij heel plastisch weer, met dramatisch werkende licht-donker effecten. Bijzonder fraai is zijn ets „Artisjokken". Ondanks de gedegenheid is Stolwijks lijnvoêring levendig gebleven. De ovale lijsten om sommige etsen bekoren heel wat minder. Addy Bloem, ook uit Amsterdam, maakt raku-gestóokte kommen en 'vouwvormen' met onregelmatige randen. De stooktechniek staat borg voor een doorleefde' glazuurlaag met veel craquelé. De gevouwen vormen doen natuurlijk, organisch aan: ze lijken eerder gegroeid dan gemaakt. Overigens word je tegenwoordig wel overspoeld door dit type keramiek. De strakke dozen en vazen van Wim Borst uit Haarlem, met gespoten grrs glazuur, staan bijna diametraal, tegenover Adqy Bloems keramiek. De zeshoekige voorwerpen lijken gegoten, maar ze zijn met de hand vervaardigd. Een prestatie van formaat. De al even sobere decoratie - ingekraste rechte lijnen of banen in hoogrelief - ondersteunt de vorm vaak, maar gaat daar ook wel eens tegenin. De ingehouden en toch intense werkwijze van Borst maakt zijn werk tot het meest boeiende van de tentoonstelling. P.S. Galerie De Vis mag van het ministerie van WVC de nieuwe kunstaankoopregeling (lening tot ƒ 10.000) toepassen, (sd) Galerie. De Vis, Harlingen. Tot 3 maart. „Artisjokken", ets van Dick Stolwijk --- Ook Drachten is (nog) niet volmaakt BOU WEN Was Leeuwarden beter-af geweest als Philips in 1950 de Friese hoofdstad als vestigingsplaats had gekozen, inplaats van Drachten? Had Leeuwarden zich op dit moment, allicht zelfs eerder, geschaard onder de steden va n 100.000 inwoners, of meer, als het Eindhovense electronicaconcern niet dc stofzuigers, maar de scheerapparaten in de stad had laten produceren? Het zijn vragen, waarop slechts voorzichtige antwoorden mogelijk zijn. Toen burgemeester Van der Meulen indertijd het verwijt kreeg te horen dat hij „Philips uit Leeuwarden had geweerd", riep hij de LC naar het stadhuis en hij vertelde dat er geen contact met het concern was gew eest, voordat de Eindhovenaren Drachten als vestigingsplaats hadden geselecteerd. Dit woord van een burgemeester, die voor onkreukbaar doorging, kwam Weer in herinnering toen onze indacht werd gevestigd op een tentoonstelling in Drachten over de bouwplaats van een schouwburg. Drie studenten aan de Akademie voor Bouwkunst in Groningen beten zich vast in het onderwerp dat ze als afstudeeropdracht hadden gekozen. Philip van der Pol, een Meppeler die Drachten goed kent, schrijft dat zijn keus min of meer op toeval berust. Hij had geen vastomlijnde p. voor de invulling van de ruimte, die in het centrum van Drachten moest worden ingevuld, maar hii dacht aan „een gebouw waarin "bepaalde overmaat aanwezig is om met vorm en ruimte en licht en struktuur te kunnen experimenteren". Gerben Brouwer werkt bij architektenbureau Kijlstra in Beetsterzwaag. Voor hem lag het voor de hand dat hij Drachten zou kiezen: hij voelt zich „vrij sterk met Drachten verbonden. Drachten is hierdoor (voor mij) geen neutrale achtergrond". Brouwer zag in zn jongensjaren veel veranderen in Drachten. Over het theater zegt hij dat hier „de samenleving wordt tentoongesteld, tot in haar uitersten wordt getoond en op de hak genomen". Impressies van Drachten, verzameld op de omslag van een structuurplan. --- Verbanden zien De enige echte Drachtster van het afgestudeerde driemanschap is Pieter Wester. Hij weet „natuurlijk wel wat Drachten is, maar als je steeds meer architect wordt (hij is medewerker bij het architectenbureau Gjalt de Jong) zie je beter de verbanden, ontdek je de kwaliteiten en je ziet wat er mis is gegaan". Wester noemt van dit laatste een voorbeeld: het feit dat na twintig jaar trekken aan de structuur van het historisch assenkruis een (nieuw) structuurplan voor het centrum moet worden opgesteld. Hij constateert dat „veel oplossingen van de laatste jaren problemen hebben veroorzaakt' . Wester wil een gro* bouw als theater, met een eenduidige functie, niet om het idee zelf maar om te leren omgaan met een bouwwerk dat "historisch en wat functie betreft enige complexiteit vertoont". Het is verrassend dat de drie bouwkundigen een nieuwe plaats als Drachten hebben gekozen voor hun laatste studieopdracht aangezien in deze groeiplaats van de jaren vijftig en zestig, naar wij dachten, nauwelijks stedebouwkundige invuloefeningen te bedenken zijn. Toen Drachten begon te groeien van tienduizend naar veertigduizend inwoners was er ruimte voldoende aan de binnenkant van het assenkruis. Dat kruis is nu de Dam, de plaats waar de vier winkelarmen samenkomen. Daar lag vroeger een brug. Van noord naar zuid liep de weg, en van oost naar west de vaart. Dit is het stramien waarop vrijwel alle Nederlandse veenkoloniën zijn gebouwd. Het begon met een weg, een vaart, een brug en een plaats waar schipper en veenarbeider hun dorst konden lessen, daarna een winkel voor scheepsbenodigdheden. --- Aandacht voor centrum Drachten kriigt enkele jaren later dan de oude steden aandacht voor het centrum en dat is een logische ontwikkeling. Er was namelijk niet zoveel op te ruimen in drok, drok Drachten. De uitbreiding naar de vier windstreken eiste alle aandacht op. Dat is nu afgelopen. Conting-_n:ering van de sociale wonirgbouw heeft de activiteiten in een wijk als De Trisken sterk verminderd. Moet Smallingerland nog steeds miljoenen investeren in het bouwrijp maken van nieuwe fasen in De Trisken, of kan het beleid zich beter toespitsen op de bebouwing van braakliggende terreinen bij het centrum, of herbebouwing van vrijkomende percelen? Het antwoord lag voor de hand. Daarom staan de bouwkranen nu in de buurt van het Drachtster hart, bij het gemeentehuis, bij de Lawei en tot voor kort bij de Noorderpromenade. Daarise.nu . -Icentrum ontstaan (Super Confex) -winkels met wor.ingen. Dat is de voorwaarde die de gemeente nu stelt met het doel om het centrum van de plaats dichter te bevolken. Boven' het centrum van de stad -dat mogen we wel zeggen als een concentratie van veertigduizend mensen wordt bedoeld- Wanden weer lichtjes in de avond voor het eerst na de gestadige verdwijning van middenstanders die hun woningen boven de winkels aan de promenade in de steek lieten (Het schijnt dat sommigen uit overwen van preventie weer terug willen keren. Het vee.armige" beest van de vermeiing vertoont K.°?k. hler r?gelmatig ;„ de nachtelijke uren). 6 In de buurt van de Burgemeester Wuiteweg, westzijde, heeft Drachten ruimte voor een pleinafsluitend gebouw. Dit oojektvan-de-toekomst is hier nog niet zo zwaar belast als in Leeuwarden. De discussie hierover moet nog worden gevoerd -als dat al nodig is. Het gebouw zal het Kyriat Onoplcin aan de oostzijde afsluiten, maar de opzet is feitelijk de kwalijke achterkant van de bebouwing aan de Wuiteweg af te schermen. Volgens het bestemmingsplan moet dit een kantoorgebouw worden, uiteraard weer met woningen. Maar Drachten, dat alle grond in de gemeente een bestemming heeft gegeven, kan snel veranderen als dat moet, op basis van de artikel 19-procedure. Een terrein aan de Lange West, met bestemming bijzondere doeleinden, is nu toegevallen aan de woningbouw, zo simpel is dat. --- Twee boerenstreken In een korte terugblik op de geschiedenis van Drachten, weergegeven in het boekwerkje van de drie bouwkundigen, wordt herinnerd aan de beide boerenstreken Noorderdrachten en Zuiderdrachten, onderling verbonden met een weg. Later kwam de Hoofdvaart daar dwars op te liggen. Het as