'Ansje wilde wel naar hemel maar liever nog naar Hattem' Door Luigi Bulsing HATTEM - In de jaren vijftig probeerden de Odd Fellows Cornelis Jansen uit Utrecht en Gijs Huisman uit Zaandam iets te betekenen voor de minder valide medemens, waarvoor ze o.m. in Vondeloord te Wijk aan Zee een vakantie organiseerden. Het geld daarvoor probeerden ze boven water te halen door in het land de Loges af te lopen met een diaserie over hun 'kamp. Jan Vosjan miste hun bezoek aan Enschede. Hij zat als textielbaron' voor modezaken in Parijs, maar had er bij terugkeer geen vrede mee, dat Jansen en Huisman met veel meegevoel maar zonder geld vertrokken waren: „Ik zocht na de oorlog als eenvoudige, orthodoxe jongen wat en vond dat bij de Odd Fellows. Ik zat daar als een jonge spreeuw met het bekje open. Je werd gevoerd hé. Alleen maakte het me razend, dat we Jansen en Huisman niet steunden." Binnen de kortste keren trok Jan Vosjan de kar. Dat viel zelden mee, maar het schonk het kinderloos gebleven echtpaar Vosjan anderzijds zoveel 'rijkdom', dat nimmer versaagd werd. In de beginjaren viel het zwaar om toen nog uitsluitend lichamelijk gehandicapten te vinden. Hullegie: „Gehandicapt zijn is geen besmettelijke ziekte, dus werd je niet geregistreerd. Tot voor enkele jaren was het zelfs nog lastig om aan namen en adressen te komen." Jan Vosjan: „In die beginjaren had je nog veel waterhoofdjes, open ruggetjes, schedeltrauma's. En een leerplicht bestond voor die kinderen niet. Als ze nooit een stevige griep of iets dergelijks kregen, was een huisarts amper op de hoogte van hun bestaan en bovendien verborg die zich graag achter zijn beroepsgeheim. Via de bakker, postbode en groenteboer, jongens die nog via oe achterdeur bij de mensen binnenkwamen, kregen we uiteindelijk wat kinderen tussen zes en zestien jaar." „Ik moest dat eerste kamp filmen en daar zat ik mee, want hoe kun je die ellende vastleggen? Maar de kinderen waren enthousiast en er kwam een film, waarmee ik de Loges afging. Dat had twee doeleinden. Door de persoonlijke contacten kregen we geld en ook heel wat nieuwe kinderen. Eigenlijk teveel, want in de Marijke Hoeve was al snel geen kamertje over en kinderen met mazelen of zo moesten we al op het toneel in de recreatiezaal schuiven." Eind april (her)opende prinses Christina in Hattem niet geheel toevallig de voormalige Marijke Hoeve. De met haarzelf van naam veranderde 'boerderij' neemt in de recreatieve sector al zon 35 jaar een aparte plaats in. De Ofinka (Odd Fellow Invalide Kampen) biedt met Piet J.M. Hullegie uit Lippenhuizen als voorzitter met de hoeve minder-valide kinderen en daarmee ook hun ouders of verzorgers de ruimte om vakantie te genieten, een initiatief dat aangevuld werd met een reeks boottochten. Hierbij het verhaal over vooral het kamp, dat in onze verzorgde samenleving bestaansrecht houdt, een verhaal dat naast Piet Hullegie verteld wordt door 'ome' Jan Vosjan uit Hengelo (0.), tot invaliditeit hem zelf trof een kwart eeuw lang met zijn grote hart de drijvende kracht achter een prachtige ervaring in het leven van vele minder bedeelden. De mevrouw is naast Piet Hullegie is prinses Christina, die als naamgeefster een in meerdere opzichten uniek oord heropende. De Lippenhuister naast haar tracht als Ofinka-voorzitter voorwaarden te scheppen om het voortbestaan van de kampen nog lang te waarborgen. Foto's _D_ h__ti_iik_ Vooraanzicht van het gerenoveerde en van Marijke- tot Christina Hoeve getransformeerde vakantieverblijf te Hattem, goed voor minder-valide kinderen, goed voor ouders die even een handenbindertje kwijt zijn en goed voor de valide om eens echt kennis te maken met de gehandicapte medemens. --- Roodborstje „Het uitgangspunt van die kampen was en is drieledig," weten Jan Vosjan en Piet Hullegie. „Het is goed voor de kindertjes. Het is goed voor de ouders, die eens een week hun handenbindertje kwijt zijn, want enige maatschappelijke hulp bestond zeker destijds niet. En het is hartstikke goed voor de valide mens om eens met gehandicapten om te gaan." „Zon week geeft wat verwildering, waartegen best wel enige bedenkingen zijn aan te voeren," geeft Vosjan grif toe. „Wij als amateurtjes in de begeleiding laten die jeugd lekker zondigen, in bed plassen (wij ruimen wel op), twee a drie ijsjes per dag eten en tegen spinragen aankijken (mooie zeef voor alle viezigheid die rondzwermt). Maar dat is toch pas echt vakantie?" „Na zon 25 jaar werd je een beetje te oud, mijn vrouw Tineke raakte zelf in een rolstoel en is inmiddels overleden. Je kon er ook niet altijd even goed tegen. Ik vroeg me als goedgelovige jongen wel eens af, waar ik dat nou aan verdiend had. Eerlijk, bij alle ellende onder die kinderen was ik wel eens geneigd om het kruis aan de muur om te draaien, zodat Onze Lieve Heer eens een weekje voor straf niet kon kijken, wat er in de wereld gebeurde." „Ach, wat je allemaal niet meemaakte. Kinderen die thuis aan de ketting lagen. Zulke toestanden. Daar staat tegenover, dat we in zon kamp altijd een kerkdienst hadden en dan had je kinderen die riepen 'ha, poppenkast...' Ontroerend. Moet je zelf geen kinderen hebben. De schatten... ik vertelde tijdens zon dienst ook altijd het verhaal van Jezus met doornenkroon aan het kruis en de mus, die met de borstveren het bloed afveegde. Christus was zo dankbaar, dat de mus als roodborstje mocht voortleven. Eigenlijk wilde ik ze daarmee alleen maar zeggen: als je maar goed en lief voor elkaar bent, kunnen jullie allemaal als roodborstje naar huis." „Het waren prachtige jaren," zegt Jan Vosjan, die begint te huilen als hij terugdenkt aan Ansje: „Ze kwam uit een diep gelovig gezin en had net als naar broers spierdystrofie, in het laatste stadium. Specialisten wilden haar niet mee op kamp sturen. Ouders en huisarts waren verstandiger. De laatste nacht zat ik aan haar bed. Ze bleef er bijna in, al deed ze volgens haar broers altijd zo. Opeens zegt Ansje: 'Ik ben blij, dat ik er nog ben ome Jan. Ik wilde graag naar de hemel maar liever nog haar Hattem. In de hemel is iedereen gelijk en gelukkig en is het altijd leest, maar ik denk, dat het hier nog mooier feest is. God, wat is het mooi, als je zo kunt geloven. En wat ben ik een rijk mens, dat ik zulke ontzettend fijne ervaringen heb mogen opdoen." --- Idealisten De toen nog Marijke- geheten Christina Hoeve werd na de oorlog door de Stichting het Vierde Prinsenkind met overheidsgeld ingericht als vakantieverblijf voor jeugd van oorlogsslachtoffers, waarbij ambtenaren in die jaren de scholen afliepen om een dubbeltje per schoolkind op te scharrelen. Ofinka huurde de accommodatie een paar weken per jaar, maar wilde financieel verder niet meeprofiteren. Hoewel de Odd Fellows zeker in die beginjaren 98 procent rechtstreeks aan de invalide kinderen konden besteden (rest organisatiekosten), bleef het moeihik om de kampen te financieren. Plaatselijke overheden sprongen bij en ook diverse Loges in het land, al herinnert Jan Vosjan zich: „Ik was overal welkom, maar hoefde geen 'verkooppraatje' te houden, want meestal kreeg ik te horen: je mag wel wat zeggen, maar je houdt je bek over Ofinka." De Orde is niet alleen vakantiekampen en mede om die reden werd min of meer bezijden de LOOF de Ofinka opgericht, al vindt Jan Vosjan dat niet iets om hoofdpijn van te krijgen: „Voor mij hoef je alles niet zo te structureren en op papier te zetten. Mijn credo is altijd geweest: persoonlijke inzet. Persoonlijk dr op af. Een telefoontje of een briefje werkt niet. Even de moeite nemen om daar te zijn, waar je nodig bent." " „Het begon allemaal met lichamelijk gehandicapten. Na een week waren wij amateurtjes soms festoord. Na twee of drie dagen wam meestal de klap. Het is lichamelijk zwaar en daar komt dan nog een emotionele binding bij. Later kwam de geestelijk gehandicapten, meestal in schoolverband en wij deden dan uitsluitend het domme werk. Echt geslaagd was dat niet steeds. De meesters wilden lang niet altijd hun vrije tijd opofferen of alles betaald hebben en dat was dan weer tegen het zere been van ons dwaze idealisten." „Inmiddels gebeurt er heel veel op maatschappelijk gebied. We leven in een verzorgde maatschappij, maar als je er zelf bij betrokken blijft, ontdek je, dat er nog altijd noden zijn. Van het een kwam bij ons het ander en zo ontstond ook de gedachte om een bootreis voor de iets oudere gehandicapten te organiseren. Goed, er ging ook wel eens een kind van dertig mee, maar het gaat om het doel. In 1966 hadden we de eerste Rijn-reis." --- Aandacht Het Ofinka-jaarprogramma bestaat tegenwoordig uit de kampen in Hattem (tien weken voor gemiddeld vijftig gasten), een internationaal kamp voor gehandicapte kinderen uit België, Nederland en Duitsland en voor zestig gasten per keer vier bootreizen. Als welkome ondersteuning van dit programma voert de Loge in Steenwijk momenteel aktie om permanent een busje op de weg te krijgen voor het anders zeer kostbare vervoer voor rolstoelgebruikers. Piet Hullegie: „Er zijn kampen of reizen, waarbij we bijna per gast een begeleider hebben. Mensen willen graag wat voor elkaar doen. Het is toch een enorme luxe, dat we teveel begeleiders hebben en er een wachtlijst aangelegd moest worden. Het kost die mensen wel een of twee weken vakantie. Razend knap vind ik vooral die mensen, welke tijd en aandacht weten te geven, want naast doen en doordouwen is dat minder eenvoudig dan het klinkt." „Het is zeker op de bootreizen niet ongebruikelijk, dat de valide partner als begeleider meegaat. Zon echtpaar kan zich soms een normale vakantie veroorloven, maar een gehandicapte blijft dan dikwijls in een isolement zitten. Onder elkaar doen ze dat niet, wordt in de meeste gevallen hun horizon zelfs verbreed. De financiering wordt goeddeels geregeld door degene, die zon gast aandraagt. Van de deelnemer wordt wel verondersteld, dat hij of zij een eigen bijdrage levert. Verder wordt over geld niet gesproken." Gebrek aan middelen is trouwens wel de reden, dat Ofinka de Christina Hoeve niet in eigendom heeft. Na het Vierde Prinsenkind werd voor een symbolische prijs gehuurd van de verzekeringsmaatschappij Ennia en tegenwoordig van BV De Leemkule, die het pand had willen afstoten of slopen om een andere recreatieve bestemming aan de vrijgekomen ruimte te geven. Kampleiders kwamen daar met verstrekkende gevolgen op emotionele gronden tegen in aktie. „Er is daar in Hattem een unieke samenwerking ontstaan tussen profit- en non-profitinstellingen," stelt Hullegie vast. „Met de kennis en mankracht, die wij bij de Odd Fellows hebben, kon 'het pand met omgeving volkomen gerenoveerd worden. Twee winters lang hebben 228 vrijwilligers 560 mandagen oftewel 4482 arbeidsuren in de Christina Hoeve gestoken, waardoor de kosten net onder de vier ton konden blijven." --- Warmte „Wat Ofinka verder gedaan heeft, is voorwaarden scheppen om de kampen voorjaren veilig te stellen, waarbij je je steeds bij de heersende tijden moet aanpassen en niet moet vastroesten in bepaalde systemen. We hebben duidelijke bestuurlijke structuren aangebracht en persoonlijk vind ik belangrijk, dat je het accent op doelgroepbepaling legt. Mede door de minder hoog gaande geboortegolven hebben we de ruimte gekregen ons ook op de iets ouderen, zeg maar de middengroep, te richten met bijvoorbeeld die bootreizen." „Helaas lag het nooit in onze macht om de Christina Hoeve in eigendom te nemen. Je kunt er meer mee doen, dan nu gebeurt, maar de beheerskosten zijn door ons amateurs niet op te brengen. Ofinka richt zich er daarom nu vooral op om het verschil tussen denken en voelen groter te maken. Het klinkt misschien wat vreemd, maar alleen daardoor kun je tegenwoordig de mensen op het platform optimaal laten functioneren." „Belangrijk is ook, dat je iets wakker, iets los blijft maken. De 1.0.0.F. heeft zich daartoe altijd wel wat geroepen gevoeld, waardoor zaken ontstonden, die we nu als gemeengoed ervaren zoals hartambulances. Als dit soort prikkels overkomen, is je doel al bereikt. Door schade en schande heb je geleerd, dat je geen zaken kunt doen met je hart. Het probleem van Ofinka moet daarom ook zijn, dat de warmte daar gelegd wordt, waar zij thuis hoort, in de kampen dus en op de boten. Daar moeten de mensen zorgeloos kunnen functioneren en de warmte daar is overweldigend." Zelfs Jan Vosjan ziet de noodzaak van deze nieuwe zakelijkheid' in: „Al dacht ik wel eens, gadverdamme, alles moet gestructureerd worden, daar gaat het spontane. Ik kan niet meer meehobbelen, maar het is toch goed, zoals het nu gaat. Overigens is dat hele Ofinka-spul me nog duur komen te staan. Tineke moest eens alle raampjes van de Hoeve lappen. Niet te weinig. Je kunt begrijpen, dat er bij thuiskomst een werkster moest komen..." --- I.O.O.F. De Independent Order of Odd Fellows is een organisatie, die als verzameling van zich verdiepende en dienstbare mannen vaak driftig maar hoogst zelden opzichtelijk aan de weg timmert. Toch is de organisatie afgezien van een fiaar (rituele) kleinigheden ang niet zo geheim, als nier en daar verondersteld wordt. De uitgangspunten van de 'club' zijn simpel: 'Odd Fellowship vraagt geloof in een Hogere Macht (onder erkenning van ieders vrije interpretatie daarvan) en is gebaseerd op de gedachte, dat de mens als denkend wezen mede verantwoordelijk is voor hetgeen zich als samenleving afspeelt op aarde, dat deze verantwoordelijkheid praktisch gestalte krijgt in het teven van Vriendschap, het ewijzen van Liefde en het zoeken naar Waarheid. Op deze basis streeft het Odd Fellowship er o.a. door het houden van Logezittingen naar om die eigenschappen in de mens te ontwikkelen die leiden naar een grotere harmonie in de samenleving, naar verdraagzaamheid jegens de medemens en uiteindelijk naar Broederschap onder alle mensen. De Odd Fellow dient kortom een sociaal voelend, maatschappelijk bewogen mens zijn. De Independent Order of Odd Fellows werd in 1819 in Amerika gesticht door Thomas Wildey, die voor zijn emigratie lid was van een misschien wel uit de Middeleeuwen stammende Loge in Londen. Het ontstaan van Broederschappen en Gilden gold in die tijden als normaal voor vak- of soortgenoten, die een gemeenschappelijk fonds stichtten, vrijwel onveranderlijk aandacht besteedden aan godsdienstige plichten en zo mogelijk geld gaven voor scholen, ziekenhuizen en publieke werken als de bouw van bruggen en het onderhoud van wegen. Hoewel 1810 aangehouden wordt als stichtingsdatum bestonden er in 1748 in Engeland al Odd Fellows, die zich niet in de laatste plaats om de gezelligheid (sociëteitsgedachte) aan elkaar verbonden voelden en vier maal per jaar bijeen kwamen. De Genootschappen verwachtten van hun leden hoge gedragsnormen. Ze lieten, anders dan in deze eeuw, als regel vrouwen toe op dezelfde voorwaarden als mannen. Na de geleidelijke overgang van een feodale maatschappij, gebaseerd op wederzijdse dienstverlening, naar een maatschappijvorm gebaseerd op het kopen van goederen en diensten raakten Gilden uitgehold en vrijwel uitsluitend voorbehouden aan zeer welgestelde lieden. De Odd Fellows bleven, zij het in diverse vormen, en groeiden ondanks de soms grote verschillen uit tot een wereldwijde organisatie. Er is een ontwikkeling om tot meer eenheid te komen en het Nederlandse (en Belgische) model van de 1.0.0.F, wordt daarbij als het meest ideale gezien. --- Vakantiehuisje van baas: nog veel schepen in Drenthe gelost DEN HAAG (GPD) - De Scheepvaart Vereniging Zuid (SVZ), het machtige blok van werkgevers in de Rotterdamse haven, is een van de huurders van de vakantiehuisjes. Het fenomeen van de door de baas gehuurde vakantiehuisjes, dat pas na de oorlog een echte trend werd, slaat nog steeds aan bij de werknemers. Alsof de perfect geoutilleerde en druk bezochte parken van ondernemingen als Centre Parcs en Vendorama niet bestaan. „De mensen vinden het leuk," vertelt de heer Mosselman van de SVZ. „Ze vinden het helemaal geen probleem om hun collega's ook tijdens de vakantie tegen te komen. Het zijn maten van elkaar, die in ploegendienst werken. Dat schept banden. Ze zoeken elkaar op en hebben meer dan genoeg gespreksstof. Er worden daar in Drenthe heel wat schepen gelost. Vrouwen en kinderen worden gedropt in de speeltuin. Voor hen is er s avonds nog weleens bingo. De mannen klaverjassen liever". Toch is de belangstelling anders en in sommige gevallen ook minder dan in de jaren vijftig. „Toen had je geen keus," zegt Mosselman. „Je kon een vakantie eigenlijk niet betalen. Maar die huisjes van de baas waren altijd goedkoop. Kon je toch nog twee weken met vakantie. Nu maken de werknemers zelf uit, waar ze naar toe gaan. En Spanje is dan aantrekkelijker dan Aalten." De SVZ huurt niet alleen van het pensioenfonds in Aalten. Bij Jjet vijftigjarig bestaan van de SVZ, in 1957, kocht het bedrijf een stukje grond, waarop twee vakantiebungalows werden gezet. Voor het personeel. „Maar het zijn nu vooral de gepensioneerden en de vutters die er gebruik van maken. Ze betalen ƒ 145 per week en dat is eigenlijk voor niks." Maar het is een aflopende zaak, weet Mosselman. „De belangstelling slinkt. In '93 worden de huisjes verkocht. De opbrengst gaat naar de Daniël den Hoed-kliniek." Maar andere bedrijven varen nog steeds wel bij de vakantiehuisjes, al dan niet door de werkgever gekocht of gehuurd. Bij de PTT beschikken ze al zestig jaar over een zelfstandige stichting, het Personeel- en Kinderfonds. „De werknemers dragen zelf bij aan dat fonds, maar er is natuurlijk ook een forse bijdrage van de werkgever," vertelt voorlichter Versteeg. Het fonds bezit een kleine 300 bungalows (in Uddel, Elspeet en Renesse), twee hotels (in Elspeet en Ootmarsum) en een camping in Hellendoorn. „De belangstelling is enorm. We hebben een bezettingsgraad van meer dan 90 procent. In 1989 waren er 8500 aanvragen en dat neemt elk jaar toe. Het personeel moet in het hoogseizoen soms één of twee jaar wachten, voordat het aan de beurt is." Ook organiseert het fonds jeugdkampen, waar iederjaar 700 PTT-kinderen vooral sportieve vakanties vieren. En ook is er een uitwisseling met buitenlandse postbedrijven. „Er gaan jaarlijks zon 450 PTT'ers naar huizen van onze zusterorganisaties in Duitsland en Frankrijk." Het succes van de bungalowparken heeft te maken met de voorzieningen en, bovenal, met de prijs. „Onze parken kunnen de concurrentie met de grote commerciële instellingen aan. Er zijn tennisbanen, restaurants, zwembaden en mixed-golfbanen. Op de camping in Hellendoorn hebben we vijf blokhutten, dat worden er 22. En de prijzen zijn betaalbaar. Een midweek in een bungalowpark kost ƒ 120, een kort weekeinde f 130 en een lang weekeinde /165," zegt Versteeg. Lange tijd heeft een taboe gerust op de vakantiehuisjes van de baas, die aanvankelijk alleen waren bestemd voor de minder draagkrachtige werknemers. Want ook die mensen, zo meenden de sociaal voelende werkgevers, hadden recht op een vakantie. Maar het was natuurlijk niet alleen uit medeleven. Een goed uitgeruste werknemer is een gemotiveerde en werklustige kracht. Bovendien waren de huisjes weinig luxueus. Zo goed hoefden de werknemers het ook niet te hebben. De Rotterdamse havenarbeiders amuseren zich uitstekend in de twee bungalowparken van het Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven. In het Drentse Exloo, ver verwijderd van de luidruchtige scheepstoeters in het Europoortgebied, worden de kaarten geschud en verdeeld. Een potje klaverjas met de maten. Wat anders? Een havenarbeider die niet kan klaverjassen bestaat niet. g™___r^ ïan hCt CNV tC °ostkaPc,,e' dat Been biJ"»ndere f^iliteiten heeft en waarvan het strandleven de .., . Foto GPD --- Betaalbaar Ongetwijfeld onder druk van bedrijven als Centre Parcs en Vendorama kregen ook de vakantiehuisjes van de baas een opknapbeurt en werden tal van extra voorzieningen aangebracht. Maar dat gaat niet voor alle bedrijven op. De Stichting CNV-vakanties - een zelfstandige organisatie die de leden van het Christelijk Nationaal Vakverbond een weiverdiende en goedkope vakantie biedt - beheert drie vakantiecentra in Oostkapelle, Garderen en Putten. Op de bungalows en de pensiongebouwen valt niet veel aan te merken, maar andere voorzieningen als zwembaden zijn er niet. De CNV'ers betalen in het hoogseizoen gemiddeld ƒ 600 per week. Die prijs schrikt de vakbondsleden kennelijk niet af, want „de belangstelling is heel groot", zegt Van Panhuis. „Van april tot eind oktober zitten we helemaal vol. Het zijn vooral oudere CNV-leden, die naar onze verblijven komen, maar in het hoogseizoen zie je ook veel jongeren met kinderen." De prijs vindt hij normaal, want in de commerciële parken betaal je het dubbele. Het verzekeringsconcern Nationale Nederlanden begon in 1919 met een project „om minder draagkrachtige medewerkers een voor hen betaalbare vakantie te bieden," vertelt mevrouw Visser van NN. Inmiddels kunnen alle werknemers van NN huisjes tegen een aantrekkelijke prijs huren. Hoeveel dat is wil men niet zeggen, wel dat bedrijf 'een zekere subsidie' verleent. NN beschikt over enkele honderden vakantieverblijven in binnen- en buitenland, waarvan jaarlijks zon 2600 arbeidskrachten gebruik maken. --- Reisbureau Bij Hoogovens zijn de vakantiefaciliteiten voor de 16.000 personeelsleden op moderne leest geschoeid. Het staalbedrijf heeft al sinds 1949 een eigen reisbureau. dat zowel zaken- als vakantiereizen regelt. „We hebben jaarlijks meer dan 5000 aanvragen. Eén op de vier werknemers boekt zijn vakantie bij het eigen reisbureau," zegt een woordvoerder. Het bedrijf huurt zelf 150 huisjes in binnen- en buitenland, maar het personeel kan ook voor andere vakantiebestemmingen kiezen. Het reisbureau boekt zelf de onderkomens en huurt plaatsen in bussen af. „We nemen nooit een hele bus, slechts enkele plaatsen Anders wordt 't zon Hoogovensreisje. Het voordeel van een eigen reisbureau is, dat het i neel er gemakkelijk bij kan. de reizen doorgaans goedkoper zijn en het bedrijf een eigen kwali teitscontrole verzorgt. Dat spreeEt de mensen aan." ---