Vrijuit 2 limburgs dagblad OPEN DOEK BEELDENDEKUNST Beeldhouwen: levensbehoefte van Twan Lendfers 'Doorzichtig brons dat zou mooi zijn' Half in het veld, halfin het dorpje Bingelrade ligt een oude sfeervolle vakwerkboerderij. Hij wordt bewoond door de 34-jarige beeldhouwer Twan Lendfers, zijn vrouw en zijn twee dochters. Twan Lendfers is de zoon van de ex-kasteelheer van Bingelrade, Herman Lendfers, architect/schilder. De mooie vrouwen, die Herman Lendfers op zijn doeken zette, zijn in de beeldentaal van Twan Lendfers nergens terug te vinden. In dit geval aardt hij dus duidelijk niet naar zijn vader. Ook niet naar zijn leraar Spronken, die met zijn volimuneuze beelden bekendheid heeft verworven. Twan Lendfers maakt bronzen beelden, die door hun schrielheid en vermeende broosheid fascineren. „Ze zijn niet als reactie ergens op bedoeld, niet op mijn opleiding, niet op de invloed van mijn leraar, in tien jaar tijd heb ik deze ontwikkeling doorgemaakt. Hoe dun mijn beelden ook zijn, ik zie er toch die kracht inzitten om te overleven. Hoe meer ik er maak, hoe dunner mijn beelden worden. Het mooiste zou zijn als het doorzichtig was en toch in brons gegoten was". Twan Lendfers is in 1946 in Heerlen geboren. Aangezien zijn ouders nogal verhuislustig waren heeft hij in zijn korte leven al op diverse plaatsen in Heerlen, Schinveld en Bingelrade gewoond. Hij studeerde aan het St.-Janscollege te Hoensbroek en volgde de opleiding beeldhouwen aan de Stadsacademie te Maastricht en vervolgens aan de Jan van Eykacademie. „De klassieke opleiding van de . Stadsacademie was nogal dwingend. Bij de Jan van Eyckacademie kon je veel vrijer werken. Die overgang indertijd was best moeilijk. In mijn eerste jaren als vrij kunstenaar heb ik me duidelijk van die invloeden moeten losmaken. Op de academie leef je een vrij geïsoleerd bestaan. Nu onderga je de dingen veel bewuster". Twan Lendfers gebruikt veel natuurlijk materiaal in zijn beelden. Takken van vlier bestrijkt hij met was en volgt er dan het gewone gietprocedé in brons mee, waarbij het hout verbrandt en het omhulsel en de structuur van de tak in brons behouden blijft. „Het is niet nieuw wat ik doe. De Etrusken werkten zo al. Het is alleen de manier hoe je . ermee omgaat en wat je met die natuur doet. De mens staat altijd centraal in mijn beelden. Het zijn geen mensen die blaken van welstand, Ze zijn uitgemergeld. Ze staan altijd alleen. Ze zijn eenzaam. Daarom kennen ze een sterke verbondenheid met de ruimte waarin ze zijn ontstaan". Onlangs exposeerde hij al zijn werk in Zaandam. „In Holland begrepen ze niets van mijn beelden. Ze vonden het helemaal niet leuk. Nu weet ik niet of kunst leuk moet zijn. Bovendien wordt het pas kunst door wat andere mensen ervan vinden. Ik heb voor mezelf nooit het gevoel dat ik nu kunst aan het maken ben. Voor mij is het hetzelfde als eten en drinken. Een levensbehoefte". De natuur en de mens zijn voor Twan Lendfers twee onverbrekelijke elementen. Hij is erg veel in de natuur. Als hij even de kans krijgt trekt hij de Ardennen in. „Wat is flat toch een prachtig gebied. Je raakt er niet uitgekeken. Ik ben eens in Lapland geweest. Die uitgestrektheid daar is enorm. De Hoge Venen van Ardennen zijn een aardig surrogaat. Een dag in de Ardennen geeft mij energie voor - een hele week werken. Daar heb ik meer aan dan aan een kilo valium". De ontwikkeling van Twan Lendfers is geheel geleidelijk verlopen. Aanvankelijk gebruikte hij materiaal uit de natuur in zijn mensenbeelden. Vliertakken als body van een lichaam. Het materiaal was als zodanig echter niet meer herkenbaar. In zijn laatste beelden blijft het materiaal, een tak, een blad, of een struikje, duidelijk zichtbaar. Twee vliertakken als op de rug gebonden handen. Een struikje als gezichtstrek in een bronzen hoofd. Voor hem was het ook een natuurlijke zaak, dat hij beeldhouwer zou worden. „Als kind heb ik altijd zitten „kloemelen" met klei. Ik schilder ook wel eens, maar ik kan niet tegen het platte vlak. Daar wil ik doorheen. Een beeld is veel meer. Een beeld kun je aanraken. Ik heb altijd de neiging om een beeld aan te raken. Een beeld bestaat ook in het donker". In zijn zeer uitgestrekte wilde tuin hebben de beelden een interessante plaats ingenomen. Sommige zijn half overwoekerd door de klimplanten. Bij verrassing ontdek je in een verloren hoekje een boeiende structuur. „In de winter komen mijn beelden weer allemaal tevoorschijn". Beelden van Twan Lendfers kan men in Limburg tegenkomen bij scholen, bejaardentehuizen en gemeenschapshuizen in Kerkrade, Terwinselen, Gennep, Maastricht en Bingelrade. Momenteel is hij bezig aan een beeld voor de Heksenberg, een zeer krachtige structuur van een heks op een bezemsteel, een sterk tot de verbeelding sprekend beeld. Hij maakt nog hoofdzakelijk beelden in brons. Op andere materialen is hij volledig afgeknapt. „Brons is niet kapot te krijgen. Over drieduizend jaar staan de beelden er nog. Dat vind ik wel een beetje griezelig. Gebonden figuur, een van de laatste werken van Twan Lendfers. door Theo Pasing Twan Lendfers bij het ontwerp van de heks van Heksenberg ,Een beeld kun je aanraken ".... --- TONEEL „Het dreigt een beetje de intellectuele kant op te gaan” Bekroonde Josée Ruiter: van Antigone het meest geleerd De huidige draagster van de belangrijkste jaarlijkse toneelprijs, de Theo dOr, is de actrice Josée Ruiter. Zij kreeg deze onderscheiding voor haar rol in „Antigone" van Jean Anouilh bij het Publiekstheater. "In de loopbaan van Josée Ruiter vormt de creatie vol innerlijke geladenheid, die zij van Anouilh's meest absolute heldin maakte, een hoogtepunt", aldus het juryrapport. Het komend seizoen is Josée Ruiter te vinden in de cast van Zuidelijk Toneel Globe. Zij gaat er drie belangrijke rollen spelen. In een gesprek-met Frans Doeleman kijkt zij terug op belangrijke fasen in haar toneelcarrière en geeft haar visie over het Nederlands toneelklimaat. „Als ik foto's terug zie van dat eerste jaar op de toneelschool in Maastricht, kan ik mij niet voorstellen'dat ik dat ben. Ik had ook mantelpakjes aan en mijn haar opgestoken. Ik denk dat ik een totaal ander mens was dan ik nu ben. Hoewel dat natuurlijk niet zo is, want zo verander je niet. Echt losgeslagen ben ik niet, want daar heb ik mezelf veel te veel voor in de hand, gehad ook altijd. Toen ik bij het Publiekstheater kwam, had ik geen notie van publiek. Ik keek ook nooit naar het publiek, dat durfde ik niet. Mijn ogen kwamen niet verder dan het randje van het toneel. Ton Lutz heeft mij daar vanaf geholpen en ook door de ervaring van het vaker spelen, ouder worden, rustiger worden op het toneel, ben ik daar overheen gekomen". „De periode met „Antigone" was mijn allerliefste tijd bij het Publiekstheater, daar heb ik ook het meeste van geleerd. Dat was een enorme ervaring, angstig ook, maar aan de andere kant heb ik het als heel bevrijdend gevoeld, omdat je zo dicht op de mensen staat". Josée Ruiter is veelgeprezen en bewonderd om haar creatie in de speelfilm „Kind van de zon" van René van Nie. Desondanks heeft haar dat nauwelijks filmrollen van enige importantie opgeleverd. Ook de internationale erkenning van haar acteertalent met de Gouden Nimf van Monte Carlo heeft geen noemenswaardige vruchten afgeworpen. „Je wordt niet gevraagd, hé. Ik denk dat ik er dan toch zelf achteraan zou moeten, met de bullen onder mijn arm of videobanden naar het buitenland. Er is kennelijk niemand die zegt: we gaan dat meisje in Arnhem opzoeken en vragen of ze misschien.... Ik neem het mezelf wel eens kwalijk dat ik er niet echt in hevige mate achteraan ga. Ik weet ook niet wat mij tegenhoudt en misschien komt het er ooit nog wel eens van. In Holland is men bang voor kwaliteit. Een aantal jaren was het echt nog algemeen aanvaard dat men zei dat Nederland geen filmacteurs heeft en dat een filmmaker eigenlijk het liefst met amateurs moest werken, want die kon hij naar zijn hand zetten. Met een acteur moet hij in discussie gaan en dat kost tijd, daar is men huiverig voor". „Ik vind dat er een gevaarlijke tendens in de maatschappij aan de gang is van het verminderen van waarden, van over essentiële dingen heen lopen. Gewone persoonlijke intieme gevoelens y_an mens tot mens, die de basis voor het drama vormen, worden vaak verwaarloosd, ook in het theater. Ideeën zijn veel belangrijker dan de mensen die die ideeën moeten uitdragen. Het dreigt een beetje de intellectuele kant op te gaan en daar ben ik erg bang voor. Jonge mensen die elkaar door zitten te zagen over ideeën en hoe doe jij Shakespeare en hoe doe ik Shakespeare en wat is dat een prachtige heldere voorstelling. Maar je gaat er niet anders uit dan je erin gekomen bent. Het is een raar soort tendens van het willen drillen van mensen, niet met liefde met ze omgaan. Je wordt gebruikt waar je op een gegeven moment voor gebruikt kunt worden. Er zijn genoeg hele goede acteurs en actrices in Nederland, echt waar, waar geen flikker mee gedaan wordt en dat vind ik een grof schandaal. Er moet over en weer een bereidheid zijn, dan moet je ook van elkaar houden". Josée Ruiter --- schakon door b.j. withuis Tot de taken van de KNSB - het gekozen bestuur van 17 „aparte bonden" - behoort het „regelen" van nationale kampioenschappen. Dat „regelen" is niet zo zeer een organisatorische taak doch eveneens in sterke mate een financiële; veelal dient er geld te worden „gevonden" en - jarenlange ervaring maakte dat zeer duidelijk - het ligt niet op straat. Evenwel, men heeft de nationale titelwedstrijden inmiddels redelijk ondergebracht. We denken aan diverse jeugdwedstrijden - waarover we de laatste maanden veel hebben geschreven - aan het „gewone" kampioenschap bij de Frieslandbank en last but not least aan het dameskampioenschap. Dat heeft sedert enkele jaren onderdak gevonden bij Johnson Wax in het zonnige Mijdrecht. Dat „zonnige" slaat op het voorjaar waarin deze krachtmeting wordt gehouden. Men heeft er veelal goed weer.... De laatste keer, .zon maand geleden was het niet anders. Bij de opening verschenen vooraanstaande figuren als Max Euwe en ex-premier Barend Biesheuvel; er was zelfs al eens een levensgrote (dames)minister. Over het damesschaak wordt smalend geschreven; dat is een goedkope manier van discriminatie doch „bewijsbaar". Men neemt het partijenmateriaal legt er Timman, Sosonko, Donner, enzovoorts, naast en van de dames blijft geen spaan heel. Vergeten wordt, dat er maar 400 zijn georganiseerd op duizenden mannen. De natuurwet ligt voor de hand; een brede basis, een hoge top; een smalle basis, een lagere top. Is dat echter wèl een natuurwet? Het meisjesschaak is in opmars - met honderden, via de basisscholen, via de jeugdclubs. Het KNSBbestuurslid Ada v.d. Giessen, al eens landskampioene, is wat betreft de motivatie voor haar „zusters" tot de tanden gewapend; ze laat die tanden af en toe duidelijk zien. Resultaten: ja, in de regio beginnen die meisjes aantal en capaciteit te illustreren. Binnen 2 jaar zal het top-damesschaak zichtbaar verjonging ondergaan. Daarnaast bezitten we in (ex)-landskampioene mevrouw Katy v.d. Mey e internationale dames wereldklasse. Ze speelde als 21-jarige al kandidatentoernooi om het wereldkampioenschap. Helaas kon ze dit jaar niet in Mijdrecht aantreden. We brengen twee partijen uit de krachtmeting, die anders in het vergeetboek zou geraken. Wit: Hanne v. Parreren Zwart: Ada v.d. Giessen 1. e5,c5 2. Pf3,a6 3. d4,cd4: 4. Pd4:,d6 5. c4,Pf6 6. Pc3,g6 7. Le2,Lg7 8. Le3,Pc6 9. Tcl,o-0 10. 0-O,Ld7 11. f3,DbB 12. Dd2,TdB 13. Pc2,Le6 14. Lb6,TcB 15. Pa4,Pd7 16. b3,PdB 17. Pd4,Pb6: 18. Pb 6;,... (dit loopt slecht af) 18 Da 7. 19. PcB:,Dd4:-> Dd4:, Ld 4:+ 21. Khl,TcB 22. f4,f5 Ld3,Pc6 24. Tcel,Kf7 25. efs:,Lfs LF5:,9f5 27. Tf3,TgB 28. Tdl.Lcs Th3,Tg7 30. Ths,e6 31. Th6,Pe7 32. b4,l 33. Tbl,as 34. a3,La3: 35. Tb 7:, LÓ Tbs,a4 37. Tas,a3 38. Th3,Pg6 39. TÖ-40. g3,Tb7, wit geeft het op. Wit: Carla Bruinenberg Zwart: Ellen Vogel 1. e4,c6 2. d4,d5 3. e5,Lf5 4. Pe2,e| Pg3,Lg6 6. h4,h6 7. Ld3,Lc3: 8. Dd3:, 9. ,f4,Pe7 10. Pc3,g6 11. h5,Pf5 12. hg6:> 13. Pfs:,gfs: 14. g4,Db6 15. gfs:,efs: e6,Pf6 17. Dfs:,Dd4: 18. Pe2,... 18. ...,Db4+ 19. c3,Dd7 20. Le3,cs | misrekening) 21. Les;, Dh7 22. Dfl zwart geeft het op. --- dammen door I. de rooy Op 31 mei verbeterde wereldkampioen Harm Wiersma het wereldrecord simultaan dammen voor het op te nemen tegen 200 spelers. Hoewel op het moment dat deze rubriek wordt getypt (1 juni) mij nog slechts weinig gegevens bekend zijn, weten we reeds dat de poging gelukt is binnen een redelijk acceptabele tijdsduur van nog geen 12 uur en dat Wiersma een overweldigende score bereikte van ruim 90%, tegen tegenstanders die voor het grootste deel clubleden waren. Wat dat betreft was het een zeer geslaagde damhappening. De Limburgse dammers die de verre reis hadden ondernomen, waren minder goed te spreken. Zij konden niet tegen Wiersma spelen. Deze bittere pil was beter te slikken geweest, als ze hadden mogen spelen tegen een der aanwezige oud-wereldkampioenen, Sijbrands of Roozenburg. Nu moesten ze het opnemen tegen een simultaanspeler van tweede garnituur'. Voor de organisatoren een goede les om bij een eventuele volgende keer niet te veel simultaanspelers uit te nodigen, maar wel voor de sterkst mogelijke bezetting zorg te dragen. Veel indruk maakten de analyses van Sijbrands. leder die hem wel eens aan het werk heeft gezien, zal geroerd zijn doot het gemak waarmee hij standen opzet en partijgedeeltes analyseert. Voor speler X moet het een hele troost geweest zijn toen Sijbrands hem na afloop de stand van het eerste diagram toonde en zei: „Je hebt nu wel van me verloren, maar in deze stand had je me te grazen kunnen nemen." Kunt u voor zwart de winst vinden? Dan gaan we snel terug naar de rubriek van vorige week, waarvan nog een flinke brok voor deze keer bleef overstaan. Menig lezer zal graag willen weten of hij zijn huiswerk goed gemaakt heeft. U bent nog de antwoorden schuldig op de vragen 2 en 3. We beginnen bij vraag 3 (anders is 2 niet te beantwoorden) en voeren u terug naar de volgende cijferstand: Zwart: 7, 11, 12, 13, 15 en 19. Wit: 24, 26, 27, 38, 39, 42 en 48. In deze stand lieten we wit spelen 24-20 (15x24) 39-34. Lacroix speelde toen (19-23), maar om 34-29 te verhinderen was o.i. (antwoord 3) (13-18!) veel sterker geweest. De ruil 34-29 is dan verhinderd door (18-22). Wit speelt dan het beste 38-33, want daarmee verhindert hij (19-23) wegens 33-28). Zwart speelt echter (11-17) en na 42-38 (19-23) 48-43 op 48-42 wint 7-11 (23-29) 34x23 (18x29) 43-39 beschikt zwart over de winnende afruil (17-22) 27x18 (12--x23). Met vraag 3 is deels ook vraag 2 beantwoord. Nu methode 2 verloren is, moet u echter niet automatisch voor methode 1 kiezen. In de partij kunt u tot de conclusie komen dat alle varianten verloren zijn, maar u moet dan toch tot een duidelijke keus komen, welke variant uw tegenstander tot de grootste inspanning dwingt. Vanuit de cijferstand waarmee we zojuist begonnen, ging methode 1 als volgt: 38-33 (19x30) 33-29. Het lijkt ons dat zwart het best kan trachten zijn voordeel uit te bouwen met (13-18) 27--21 (18-23) 29x18 (12x23), doch hoe vreemd het ook klinkt, we slaagden er niet in om winst te vinden. Na 42-38 beschikt zwart over drie opbouwmogelijkheden: a. 23-28; b. 23-29; c. schijf 15 opspelen naar 24, maar in alle gevallen komt wit er door. Op a. (23--28) beschikt wit over de mogelijkheid 48-42--37 en vervolgens 38-32; op b. (23-29) loopt wit ongehinderd met schijf 38 naar 22 om daarna 21-17 te spelen en op c. (15-20) VJ 38-33 (20-24). Dit is verreweg het katisj ste systeem. 48-42 (7-12!) 21-16 (11-17.'] halen met 23-29 leidt tot remise) 26-21 x 26) 16-11 (12-17 A) 11x22 (23-29) 42-3» 34) 22-17 (34x32) 17-12 (32-37) 12-7 (3Jj 7-1, dreigt 1-29, dus gedwongen (30-^1 nu is de snelste weg tot remise 1-23-' (4]j 23-5!! en omdat zwart niet kan passen w hij wel besluiten tot (46-14) 5x30 (35x2»' 28= A. (23-29) en hoewel er meer w. naar Rome leiden is de remise doof j (29x47) 6-1 de meest verrassende. Op 17) volgt dan 39-33. Had u dit alles ooH zien. Of vond u nog andere mogelijkn^! Graag uw bevindingen. . I Probleem nr. 19 Af en toe plaatsen we een partij-omt""1 want hoewel velen j^charmeerd zijn v'^ problematiek, zijn er ook enkele vers'l asceten die slechts normale partijstala willen oplossen. J Van hen verwachten we in grote geta'fj zendingen van de nevenstaande stan deren. ---