Vrijuit 3 limburgs dagblad „Die sociale troep daar houd ik mij niet aan op' Het klinkt allemaal wel mooi en aardig, al die cijfertjes die de KWJ heeft verzameld over misstanden bij de tewerkstelling van jongeren in horeca. Maar vlees en bloed krijgen die getallen pas, als je praat met de slachtoffers van die toestanden. Neem nu Tiny Cuypers uit Amby. Ze is 23 jaar en gehuwd. Ze heeft een opleiding op een huishoudschool gehad en daar nog een aanvullend jaar bij. Vervolgens heeft ze enkele baantjes gehad, allemaal in de huishoudelijke sfeer of in de horeca. Momenteel werkt ze in het Europahuis in Bemelen in de huishouding, ze vindt het echt leuk werk, ook al omdat je met veel verschillende mensen in aanraking komt. Bepaald niet het type van de kwerulanterige binnenvetster die het allemaal beter weet. Nee, een spontaan, open type, dat zacht en vlot praat maar niet op haar mondje gevallen blijkt. Dat laatste is haar wel van pas gekomen bij de discussies met de werkgever waar het hier over gaat. Niet een ieder zal gaarne in haar schoenen hebben gestaan in die situatie. Ik zal haar zelf aan het woord laten. „Ik was al een paar weken werkloos toen ik door het arbeidsbureau in Valkenburg naar die snackbar werd gestuurd. Het begon al vreemd, omdat ze me ruim een half uur lieten wachten. Toen de baas kwam was hij heel kort: je moet serveren en verder alles doen dat gedaan moet worden. Je kunt vijf gulden per uur verdienen. Bij dat laatste wist ik meteen: dat klopt niet. Ik vroeg waarom hij het minimum jeugdloon niet betaalde, maar hij zei dat iedereen zo betaald werd, dat ging in zijn bedrijf niet anders. Ik was toen geneigd om maar toe te geven, ik zat verlegen om werk - want in de WW kon ik meer dan die vijf gulden per uur van hem gemakkelijker krijgen - maar ik had genoeg van al dat solliciteren. De volgende morgen deed iedereen of ik meteen aan het werk wilde, maar ik wilde eerst zekerheid. Toen de baas eindelijk kwam vroeg ik hem een paar dingen: hoeveel ik bruto verdiende, of ik geen arbeidsovereenkomst moest tekenen, of ik verzekerd was. Nou, een arbeidsovereenkomst wilde hij niet geven, dat was sociale troep waar hij zich niet aan ophield. Hoeveel ik bruto verdiende kon hij niet zonder meer zeggen, daar moest hij de boekhouder voor bellen, en daar voelde hij niks voor. Hij dacht toen dat ik wel moest toegeven, anders was het werkweigering, en dan kwam de uitkering in gevaar. Die andere meisjes die er werkten wisten wel dat ze zwart werkten, maar iedereen had zijn eigen reden om daar genoegen mee te nemen. Maar tegenover mij wilde die baas dat verborgen houden, ik was later ook altijd de gebeten hond, als ik opmerkingen had. Hij vroeg mij ook: wil jij eigenlijk wel werken, of hij wilde zeggen: dat is er weer eentje, die moet van het arbeidsbureau, die probeert er zo onder uit te komen. Maar ik zei dat ik natuurlijk wel wilde werken, en toen pakte hij snel het kaartje van het arbeidsbureau en liep ermee weg. De eerste dag bleek, dat vrije dagen er ook niet bij waren. De werktijden waren vrij normaal, acht uur per dag, maar dat moest dan wel zeven dagen in de week. De baas van de bar was van mening dat hij aan vrije dagen niet kon beginnen: je denkt toch niet dat ik de zaak ga sluiten omdat jullie vrij moeten hebben, zei hij. Op de tweede dag heb ik het arbeidsbureau gebeld en alles verteld wat die baas me gezegd had. Maar daar zei men mij, dat ik niet zo negatief moest reageren, dat ik het niet zo zwart moest zien, dat ik van zon baas niet moest verwachten dat hij dat ineens allemaal in orde had, en dat ik best aan het werk kon gaan. Ik heb er uiteindelijk vijftien dagen gewerkt, en ik ben weggegaan omdat het me allemaal niet beviel, en omdat ik inmiddels in contact was gekomen met de KWJ. Het beviel me trouwens ook helemaal niet dat ik ook de toestand van de andere mensen die werkten in gevaar bracht: die hadden er kennelijk vrede mee, waren blij dat ze het baantje hadden, al was het zwart en door mijn optreden, door mijn verlangen een schriftelijke arbeidsovereenkomst te krijgen en een loonstrookje, zouden zij misschien ontdekt worden. Ik wilde er 's vrijdags mee ophouden en dat zei ik woensdag tegen die baas. Maar daar was geen sprake van, zei hij, ik moest tot zondag blijven. Waar moest hij zo snel vervanging vandaan halen, die had hij niet zomaar. En veertien dagen te voren had hij me nog gezegd dat ik rustig kon weigeren, hij had de meisjes voor het uitzoeken, 's Vrijdagsavonds ging ik naar hem toe, leverde jurk en schortje in en vroeg mijn geld. Maar hij zei dat ik tot en met zondag moest werken, omdat ik anders geen loon kreeg. Ik weigerde: Daarna liep hij weg, met veel gescheld over alles en nog wat; hij kwam terug met een briefje, en met tweehonderd gulden. In het briefje, dat ik maar moest teken stond dat ik geen geld of andere zaken van waarde meer te vorderen had. Dat heb ik niet getekend, ook het geld heb ik niet aangenomen, omdat het te weinig was, dat hadden ze mij bij de KWJ gezegd. Maar toen ik wou weglopen hield hij me tegen. Nog iemand anders in die zaak kwam erbij, en ik heb me gewoon moeten losrukken." Tot zover de geschiedenis van Tiny's carrière in de horeca. De KWJ heeft haar geholpen het achterstallige loon los te krijgen door middel van een ultimatum en dreiging met een proces. Het was niet de enige keer dat Tiny een dergelijk probleem had: ook in een bloemenzaak heeft ze gewerkt, daar waren werktijden zonder pauzemogelijkheid, en 's zaterdags moest ze tot een uur of zeven wachten, tot de baas kwam om de tent over te nemen. Tiny meent zeker te weten dat de andere mensen in de snackbar ook zwart werkten, maar daar vrede mee hadden. Ze kunnen daar goede redenen voor hebben: het zijn vaak vakantie werkers, of het zijn gescheiden vrouwen die hun alimentatie niet in gevaar willen brengen en ga zo maar door. Aschwin Lemmens van de KWJ in Valkenburg heeft er de handen vol aan. „Wij willen de mensen zelf stimuleren er iets aan te doen, hoe moeilijk het soms ook voor ze is, hun standpunt overeind te houden tegenover zon werkgever. Als wij alles voor de mensen oplossen, is de stand over tien jaar nog niet beter." Bovendien meent hij, dat dit een taak is voor het arbeidsbureau, dat de mensen moet instrueren dat ze een arbeidsovereenkomst moeten vragen - schriftelijk, in de horeca verplicht - en een loonoverzicht. Nu laat men het aan de KWJ over. Tiny Cuypers heeft ondervonden, dat allerlei instanties ook nauwelijks meewerken aan verbetering van de omstandigheden. De bedrijfsvereniging kon geen hulp verlenen bij het verschaffen van een antwoord op de vraag of Tiny nu wel of niet zwart in dienst was geweest van de snackbar-exploitant,' „de gegevens zaten in de computer." De loontechnische dienst beriep zich volgens haar op een beroepsgeheim. En dat terwijl iedereen die niet verzekerd is doordat hij onwetend zwart werkt de levensgrote kans loopt bij een ongeval of iets dergelijks nog gestraft te worden ook wegens zwart werken. Tiny vindt, dat je op school ook gesteund zou moeten worden. „Je krijgt er wel godsdienstles, en maatschappijleer, maar dat soort practische dingen, die zouden ze je toch Ook moeten leren. Nu zat ik daar helemaal alleen: maak hier alsjeblief geen troep, zeiden de andere mensen die er werkten, want dan zijn we allemaal de klos. En dat is natuurlijk ook vervelend. Je gaat leuk met die mensen om, vooral voor hen vind je het rot dat je de arbeidsinspectie zou moeten inschakelen." door Santé Brun --- Bejaarden moeten eten aanpassen Veel bejaarden bereiden en bewaren voedsel vaak verkeerd. Dat concludeert het blad Zuivel en Voeding. Bij oudere mensen worden bepaalde mineralen en vitamines niet meer zo goed opgenomen en ook de opname van eiwit uit de voeding neemt af, aldus het blad. Toch passen de meeste bejaarden hun voedsel niet aan deze veranderingen aan. Zij blijven meestal op dezelfde wijze eten. Onderzoeken naar de voeding van bejaarden in Rotterdam en Groningen hebben uitgewezen dat er reden is voor enige zorg. Het vetgebruik onder de onderzochte bejaarden in Rotterdam bijvoorbeeld lag erg hoog. Het eiwitgebruik was te laag en de voorziening van ijzer, foliumzuur en vitamine B 6 te gering. - Diabetische verschijnselen nemen met de leeftijd toe. Daarom hebben zetmelen in de voeding van bejaarden de voorkeur boven de snel absorbeerbare suikers. In het algemeen krijgen de bejaarden vrij veel suiker naar binnen. - Het is aan te bevelen op latere leeftijd het vetgehalte te verminderen. Veel vet belast, het spijsverteringskanaal onnodig. - Water is een voedingsmiddel dat sterk wordt onderschat. Voor de stofwisseling van de bejaarden kan water heel belangrijk zijn. Zij zouden in elk geval 1,5 liter vocht per dag moeten drinken om het gevaar van uitdrogen te voorkomen. - De voeding zou eigenlijk moeten bestaan uit een aantal kleinere maaltijden. - Er is geen enkele reden om bejaarden „papkost" te geven. De normale functie van het maagdarmkanaal kan daarnee onvoldoende in gang worden gehouden. Dr. C.H. Bowles, directeur van een bejaardentehuis, zegt dat hij als huisarts nooit de gewoonte van bejaarde patiënten, om de hele dag groente op het oliestelletje te laten staan, heeft kunnen veranderen. Zij moeten er voorts op gewezen worden dat het niet goed is de maaltijd te koud te laten worden en dan weer op te warmen. Overigens is hij niet erg optimistisch over de kwaliteit van de totale voeding in veel bejaarden- en verpleegtehuizen. „De wijze van bereiding is niet altijd even geweldig en er is niet zelden een lange tijd tussen koken en eten". . --- Recht Klachten tegen artsen (I) ledereen heeft wel eens een arts moeten raadplegen. De samenwerking die hieruit ontstaat kan goed, maar ook slecht verlopen. Wanneer het tweede geval zich voordoet moet men kunnen optreden en de methoden die ons recht daartoe biedt willen we hier bespreken. Het is natuurlijk wel correct om bij een meningsverschil eerst zelf met de arts contact op te nemen; mocht dit niet naar tevredenheid zijn verlopen, dan is de juridische weg nog altijd te bewandelen en wel d.m.v. „aansprakelijk stellen". Wat is aansprakelijkheid? Dit begrip betekent, dat iemand op grond van een bepaalde verantwoordelijkheid ter vergoeding of betaling kan worden aangesproken. Deze verantwoordelijkheid hangt af van het beroep, zodat men bijv. eerder een longarts dan een huisarts verwijten kan maken over een foute longdiagnose. Naarmate een bepaald beroep wegens specialisatie een grotere verantwoordelijkheid oplegt aan de beoefenaar ervan, zal de aansprakelijkheid ook groter zijn. De beroepsaansprakelijkheid bestaat uit drie categoriën: civielrechtelijke aansprakelijkheid, strafrechtelijke aansprakelijkheid en tuchtrechtelijke aansprakelijkheid. ■ Wat is civielrechtelijke aansprakelijkheid? Deze aansprakelijkheid is de belangrijkste van de bovengenoemde drie categoriën. Het civiele recht regelt de verhoudingen tussen personen; de overheid is hierbij geen partij. Het initiatief gaat bij de civielrechtelijke aansprakelijkheid enkel en alleen uit van de benadeelde persoon, deze heeft de volledige macht om een eventuele procedure in gang te zetten. Verder bestaat er bij de civielrechtelijke aansprakelijkheid een schadevergoedingsplicht: de beroepsbeoefenaar moet de schade vergoeden, welke door zijn toedoen is veroorzaakt. Voorbeelden van civielrechtelijke aansprakelijkheid zijn: 1) Wanprestatie. Hiervan is sprake als een van de partijen zich niet houdt aan wat er afgesproken is. Bijv, men spreekt met de tandarts af een porceleienen kroon te plaatsen, en vervolgens komt men tot de ontdekking dat deze op een andere plaats zit dan was overeengekomen. In dit geval Jean men eisen, dat de fout ongedaan wordt gemaakt op kosten van de tandarts. Ook kan men, als geen herstel meer mogelijk is, schadevergoeding in geld vorderen. 2) Onrechtmatige daad. Hiervan is sprake bij verwijtbaar, onzorgvuldig gedrag, waardoor schade ontstaat. Een voorbeeld hiervan is het te strak aanspannen (bewust) van onrustbanden waardoor de patiënt verlamming oploopt. Men heeft dan recht op schadevergoeding. In beide gevallen, zowel wanprestatie als onrechtmatige daad, heeft de getroffen persoon recht op schadevergoeding. Deze kan bestaan uit vergoeding van de materiële schade (d.w.z. de kosten gemaakt voor behandeling van de verlamming) als van de immateriële schade: dit is het zogenaamde smartegeld, dat er toe dient de lichamelijk en geestelijk geleden pijn d.m.v. geld te verzachten. Met het toekennen van smartegeld is men in Nederland zeer voorzichtig: alleen bij blijvend lichamelijk letsel kent men soms smartegeld toe, bijv. het missen van een oog of een paar vingers. Reeds eerder in dit blad gepubliceerde artikeltjes zijn door ons gebundeld. Deze bundel kunt u bestellen door overnaking van ƒ 8,- op giro 2903612 ten name van Wetswinkel Geleen, onder vermelding van Bundel LD. Informatie over dit en andere stukjes kunt u, alleen na telefonische afspraak inwinnen op ons spreekuur elke vrijdag van 17.30 tot 20.00 uur. Wetswinkel Geleen 04494-43900 ---