DOCKUM, den 19 December. De dag van heden was een feestdag voor de Vereenigde Christelijke Gemeente. Zij hield hare eerste godsdienst-oefening in haar nieuw gebouwd bedehuis. Haar leeraar, ds. H. Hussem, wijdde het met eene pleg'ige rede, aan zijne verhevene bestemming toe. Tot grondslag daarvan lagen de woorden : Daar is geschreven , Mijn huis is een huis des gebeds, Luk. XIX : 46a. Het doel dier ■rede was ons voor oogen te stellen, dat de waarde van ons kerkgebouw gelegen is in zijne verhevene bestemming. Den aard van die bestemming schelste zij ons eerst, zij gewaagde daarna, van het voorregt ons in het bezit van zulk een kerkgebouw vergund , en eindigde mot toespraken , overeenkomstig den aard van deze, ons zoo veel stofs tot dankbaarheid gevende plegtigheid. Grootelijks werd de vreugde van die plegtigheid verhoogd door de deelneming daaraan van den oudsten leeraar der Hervormde gemeente, den WEw. ZGel. heen P. A. C. Hugenholtz , Ridder der Orde van den Ned. Leeuw, met onderscheidene andere leden, zoo uit het collegie van ouderlingen en diakenen, als uit ■dat van kerkvoogden van voornoemde gemeente, op onze uitnoodiging daartoe afgevaardigd. Gedurende de zeven maanden aan den opbouw van ons nieuw bedehuis besteed , was ons des Zondags avonds het kerkgebouw der Hervormde gemeente afgestaan. Had onze leeraar daarvoor reeds openlijk onzen dank betuigd, toen hij daar, op den 21 Nov. jl. , deo laatsten maal predikte; aangenaam was het ons hem dien dank te hooren herhalen van onzen eigen leerstoel , rondom welken onze kerkeraad met zulk een aanzienlijk gedeelte van dien der meergenoemde gemeente geschaard was. Dankbare hulde werd mede toegebragt aan den heer T. Romein, architect te Leeuwarden, onder wiens leiding en naar wiens ontwerp, ons bedehuis werd opgerigt, even als aan den nevens ZEd. tegen woord igen aannemer K. F. Ozinga, die zich ook op eeno lofwaardige wijze van zijne taak gekweten heeft. Indrukwekkend was bovenal het oogenblik, toen eene schare, zoo talrijk dat het gebouw zo naauwelijks bevatten kon , als slotzang het aldus gewijzigde derde vers van het 74ste gezang, uit den eersten bij ons in gebruik zijnde zangbundels, staande aanhief. Aan IJ, aan Uwe dienst, o God ! Zij steeds dit huis gewijd , Gehoorzaamheid aan Uw gebod Bereide er ons het zaligst lot, Dat eeuwig 't hart verblijdt. God verhoore alle de gebeden, door onzen leeraar, bij deze gelegenheid, en imake alzoo ons heiligdom waarlijk tot een huis des gebeds, waarin onderscheidene belijders van onzer aller Heer in liefderijke eensgezindheid hun harte tot den Oneindige .verheffen, Wien boven alles lof en eere zij voor het heil, ons door de feestviering, geschonken. --- LEEUWARDEN, den 27 December. Door de directie der loterij tot hulpbetoon aan eerlijke armoede te Leeuwarden , is van vvege Hare Majesteit de Koningin-Moeder ontvangen , een allerkeurigst bewerkt Canapé-kleedje. — Zaturdag avond jl. is alhier het berigt ontvangen , dat de heer H. B. v. d. Haer, lid der Gedeputeerde Staten van Friesland, daags tevoren, te sGravenliage, waarheen hg zich, kort geleden tot herstel zijner gezondheid had begeven , is overleden. — Bij de vele voorbeelden tot waarschuwing die bijna dagelijks vermeld worden om toch geene oude lieden of kinderen onverzorgd te huis te laten, hebben wij weder dat te voegen eener oude vrouw, in do Gasthuissteeg alhier woonachtig, die in den avond van Donderdag jl. , ten gevolge van het vlam vatten harer kleederen , door eene warme stoof, zoodanig werd gebrand, dat zij kort daarna aan de gevolgen daarvan is overleden. — Den 20 dezer is aan de hoogeschool te Groningen bevorderd tot doctor in de regten , de heer A. Dorhout, van Leeuwarden, na het verdedigen van eenige quaestiones juris inaugurales. — Den 21 dezer is aan de hoogeschool te Utrecht bevorderd tot doctor in de regten, de heer B. E. S. van Weideren Rengers, van Ysbrechtnm, met Theses. — Gelijk ten vorigen jare wordt het nieuwjaar-wenschen ook in het dorp Bozum afgeschaft; en op nieuwjaars-dag zal men aan de behoeftigen aldaar, levensmiddelen uitreiken , verkregen bij vrijwillige bijdragen der ingezetenen. — De Staatsbladen nos. 205, 206, 208 tot 225, bevatten de volgende Kon. besluiten : tot regeling der ontvangsten en uitgaven van het Pensioenfonds voor burgerlijke ambtenaren, over het jaar 1858; tot regeling van het gebruik van het koloniaal batig saldo over 1850 (bedragende ƒ 9,082,698,15**); betrekkelijk de beëediging van de officieren , onder-officieren en korporaals, als ambtenaren belast met het opsporen van misdreven en als hulp-officieren van justitie ; tot opneming der veenderijen onder 's Gravenhage en Monster, onder de irreguliere veenderijen ; omtrent het tijdelijk in omloop blijven van lien millioenen der muntbiljetten van 1849; houdende naturalisatie van J. F. C. van Baar van Slangenburgh en negen andere personen ; tot vaststelling der begrooting van uitgaven wegens den arbeid der gevangenen over 1853 en tot aanwijzing der middelen tot dekking van die uitgaven ; tot Aflossing of vermindering van 4 pCt. in 8| of 8^ pCt. nationale schuld; tot verhooging van de zevende afdeeling van het Vde hoofdstuk der staatsbegrooting van 1851 , als bijdrage ten behoeve van het speciaal fonds voor de kosten van droogmaking van het Haai lemmer Meer, tot een beloop van ƒ600,000. — In do Groninger Couranten leest men : Van eene goedonderrigte zijde schrijft men het volgende: »De aanleg van spoorwegen in de noordelijke provinciën wordt eindelijk gaande weg waarschijnlijker. •In de eerste plaats heeft eene maatschappij, die eenige jaren geleden eeno concessie had gevraagd van Harlingen op Groningen , dat plan onder de tegenwoordige meer gunstige omstandigheden weder opgevat, en daaraan verbonden eene verlenging tol aan Leer. Deze lijn , die daar , door de westersehe spoorwegbaan , Friesland en Groningen in verbinding zal stellen met geheel Duitschland , België en Frankrijk , schijnt én voor de ondernemers de voordeeligste én voor den handel, den landbouw en de nijverheid dier twee provinciën de meest belangrijke te zijn. Later is, tot nu toe onder de firma Balkema, een grnotsohcr plan ontworpen : Arnhem zoude met Groningen ■ Utrecht over Zwolle piel Rheine, Harlingen met Leer worden verbonden. Een weg van Leer onmiddel ijk ip Hamburg is met beide plannen vereen iq ba ar. .Het laatste, het spoorwegnet, is hot wenschelijksle en verdient de tüork*-**,. deszelfs uitvoering is echter meer onzeker, dewijl het vereischte kapj.a.l ve i erooter en niet alle deelen even winstgevend zullen zijn. Daarom is bet te \TT nen dat de kleinere onderneming niet uit het oog wordt verloren Bii d grootere mag zij wel achterstaan : zij moet met worden opgeofferd aan een «n. zekeren kans. . . _.._'_ •In dien geest heeft de minister van binnenl. zaken ook onlangs dn leden der beide Kamers beantwoord, die de belangen der noordelijke pïovincie bii hem kwamen voorstaan ; indien beide ondernemers te gelijk gereed zijn tJ hij de concessie erlangen, die het grootste werk aanvat; indien op een gegeven tijdstip de lijn van Harlingen op Leer ler uitvoering gereed is, moet deconoessie daarvoor niet wachten , of de gelden voor het spoorwegnet misschien al of niet zullen worden bijeengebr.igt. .De ondernemers zullen zich ook gevoegelijk kunnen vereen igen , maar altijd weer met voorbehoud, dat do gemakkelijker lijn van Harlingen op Leer op ifc-*, zelvo geene kansen van uitvoering verlieze." — Van Londen wordt van den 21 dezer gemold : Alle speculatie werpt zich op aandeelen van goudmijnen, waarvan de r\p\n„ alle verbeelding te boven gaat. Eene zekere maatschappij heeft goud ontdekt m Australië op haro gronden en de aandeelen stegen gisteren 10 malen den prijs van voor eenige dagen en waren heden twee malen den prijs van gisteren. Anderen , die gisteren c£ 4_ gedaan werden, deed men heden a c£ 14. Zoo ver gaat de mania , dat men speculeert op rijzingen van <£ 100, c£ 500 , ja £ 1000 per aandeel en dat de waarde der boven eerstgemelde aandeelen , wordt opgegeven , als zullende waarschijnlijk tot <-■£ 1500 of <■£ 2000 klimmen. Alle andere fondsenhandel staat daarbij stil. --- MIDDELBURG, den 15 December. Ter vervulling van de vacature, ontstaan door het emeritaat van ds. Bering, alhier, is door den grooten kerkeraad bij de Evangelisch Luthersehe gemeente, hét volgende twaalftal, alphabelisch gesteld, geformeerd: DD. /'. J. An. dr'ece. theol. doet. te Zierikzec; W. F. Barbiers, te Gouda; J. L. Becker, te Vlissingen; J. 11. W. Bilckmann, te Tiel ;J. A. Engel, te Kuilenburg; Th. Jutting, rustend predikant van Batavia; C. Kerberl Jr., te Monnikkendam; J. C. Kindermann, te Doetinchem ; J. C. Knackuoerst, te Doesburg; J. _. Loch, te Groede; A. D. Loman, te Deventer, en ƒ'. A. Roll, te Edam, en zijn, daaruit vervolgens op het zestal geplaatst: DD. Bückman , Jutlmg, Kerbert, Kinderman, Loman en Roll. --- »Hoe zal de Zondag-viering te Leeuwarden best bevorderd worden?" Door samenwerking van allen, die er belang in stellen. In de Provinciale Friesche Courant van Zondag den 28 en in de Leeuwarder Courant van Dingsdag den 30 November 11., is het wenschelijke eener verbetering in deze aangelegenheid genoegzaam aangetoond en het verlangen naar ondersteuning van dezulken, die daarop een' weldadigen invloed kunnen uitoefenen, bescheidenlijk geopenbaard. Met genoegen heeft men bespeurd, dat de ontwikkelde denkbeelden algemeene goedkeuring gevonden hebben bij wie zich leiden laten door gevoelens van welwillendheid , betamelijkheid en Christelijken gnd_dienstzin. Het ontbreekt niet aan verblijdende proeven van welgevallen duor ingezetenen dezer stad in den voorgedragen maatregel met de daad betoond , hetzij door afschaffing der gewoonte, om op den Christelijken rustdag bestellingen te laten doen, en de bezorging van winkelwaren te verordenen op den Zaturdag; hetzij door, voor zoo verre zij-zelve handel drijven, aan hunnen winkel een meer betamend uitwendig voorkomen te geven en hunne begunstigers tot bevordering van de voorgestelde zaak met minzamen aandrang uit to nondigen ; hetzij door het een en ander beide. Intusschen is er tot verkrijging eener gewenschte uitkomst meer noodig dan deze betooning van welgevallen. Pogingen , om iets goeds lot stand te brengen, vooral om een misbruik op te lullen eener verouderde gewoonte, die zich door langdurig tijdsverloop als eene onverschillige zaak in het mensehelijk hoofd en hart gevestigd heeft en diep ingedrongen is in het bedrijvig leven, te laten plaats maken voor eene betere wijze van handelen, om dat zij, wel beschouwd, toch onbetamelijk, stuitend voor het godsdienstig gevoel en onbillijk jegens anderen is, — worden ijdel en onvruchtbaar, wanneer haar niets meer ten deele valt, dan goedkeurende lofspraak. Er dient naar krachtiger hulpmiddelen te worden uitgezien, die haar op het werkelijke leven toepassen. Onder de neringdoenden en winkeliers blijft de een, met onzekere verwachting van hetgeen geschieden zal , op den ander staren. Van zoodanige ingezetenen, die aanvankelijk verbetering aanbragten , zullen er zijn, die, bij het gemis van voortzetting en het uitblijven van een algemeen goed gevolg, de zaak als mislukt beschouwen en tot do oude gewoonte terugkeeren. — Is de herstelling van hetgeen men zelf afkeurt en verbeteren wil, dan zoo moeijelijk ? Neen , maar er is aan zamenwerking behoefte. Zij , die blijkens het vroeger gestelde stuk in beide bovengenoemde Couranten de bevordering van deze zaak ter hand namen, hebben, door het gunstig gevoelen over hunnen arbeid ondersteund, zich, na gemeenschappelijk overleg, tot het besluit verbonden, om, alvorens andere maatregelen te beproeven, de medewerking van alle weigezinden op eene bepaalde wijze in te roepen, en wenschen eene vereeniging tot stand te brengen , wier leden zich door bandteekening tot de verklaring vcrpligten , om >op den Christelijken rustdag, zonder t dringende noodzakelijkheid, bij winkeliers of handeldrij venden , geene bestel• lingen te doen, waren te laten halen, of hen tot andere zoodanige werk• zaamheden te roepen, als met hun gewoon en dagelijks bedrijf in betrekking • slaan en uitstel tot den volgenden dag gedoogen." Zij hebben het voornemen , om daartoe weldra eene lijst ter teekening aan te bieden. Zij voeden de hoop, dal, terwijl het koopen en verkoopen in den Zondag avond na 7 oor, naar hun inzien, aan ieders meening moet worden overgelaten, de voorgestelde maatregel zal geoordeeld worden niet te beperkend of hinderlijk te zijn , maar bij gunstige opname doel zal treffen. Zij koesteren do verwachting, dat, onder het streven naar zooveel goeds en beters, als in onzen tijd beproefd wordt en waarvan de tegenwoordige dagen in de poging, om de ergerlijke vertooningen op den nieuwejaarsdag af te schaffen weder een nieuw bewijs opleveren , ook aan. de zaak der Zondag-viering een ernstige wil en krachtige uitvoering zal te beurt vallen. En zij houden bij dit. alles op de aanzienlijkste ingezetenen dezer stad, als op gewenschte voorgangers in deze heilige belangen — navolgenswaardig voor den minderen stand — het oog met vertrouwen geslagen. --- STEENBEEK. Een kwartier unrs van het dorp Hemmen in Gelderland ligt Steenbeek. Het zijn twee schoone gebouwen met boerenwoning, schuur en veestal, omringd door moestuin , bouwland en uitgebreide kersen- en appelboomgaarden. D" fie" bouwen zijn door geen zwaar geboomte gedrukt, maar staan vrij en open, en ook het inwendige* is zoo ingerigt, dat de spoeling der buitenlucht kamers en gangen dag en nacht verfriscnt. De tuinen geven overvloedige gelegenheid tot gezonde en ongehinderde beweging, en zijn door bosch en water, haag en schutting van het omliggende land afgesloten, ja zelfs voor het oog van buiten verborgen. Daarbij is er gestadige arbeid voor vele handen in het huis, in de tuinen en op den akker, behalve nog andere werkzaamheden, als het wasschen von eenige huisgezinnen en het matten vlechten. Zoo is er dan frisschc lucht, vrije beweging en overvloedige arbeid; drie zaken, welke voor het personeel, da Steenbeek bewoont, hoogst noodig en nuttig wezen moeten. Zij, die in het Asyl worden opgenomen, moeten vrijwillig komen, en ni dan haar eigen wil mag haar op Steenbeek houden. Zij ontvangen allen eener"' dienstbodenkleedij en worden aanstonds aan den arbeid gezet en aan gestadige arbeid gewend. leder komt eerst op do nialtenkamcr, waar zij bet rn*,t'.n" vlechten loeren. Een bos roggestroo, wegende tien pond, kost gemeenlijk "^ centen. Van deze maken zij in een paar dagen twee matten, die voor 40 a cent per stuk kunnen verkocht worden. Die kunst moeten allen lecren, opoat fl later, als zij builen dienst moglen geraken, het middel hebben om haar eig brood te verdienen. Deze malteiimakerij Is tevens een proefverblijf. ff**n,*i ware het echter, dat dezo kamer van het overige der gebouwen afgeto nd er een zoo genaamd doorgangshuis werd overgcbiagl, want het is niet voorzigt'g ieder, die toegelaten Wordt, zoo aanstonds in aanraking en bekeiidbe'" .""'„,_ overigen te brengen voor men nog iets van den slaat harer zielsgesteldhei- '^ noch van de gezondheid baars ligchaaras voldoende zekerheid heeft. Daarna g Sf tot de naaikamer, want all.-n moeien altlians zooveel handeling van de . ?j Rebben, dat zij hare eigene kleed ij in orde kunnen honden. Daar wordt ï tevens onderzocht tot welk soort van meidenwerk zij de meeste gesohikt°a". en geneigdheid betoonen, en dan worden zij opgeleid om bekwame naaiwaschstérs, keukenmeiden, werkmeiden, melk meiden of tuinnieidcn te '^rden. Dit geschiedt echter zoo, dat zij, die zich tot. een bijzondero soort V° werk heeft' bepaald, evenwel voor een korten tijd ook met de overige werklaamheden bezig wezen moet, opdat niets, wat van eeno dienstmeid kan gevorlJ' d worden, haar vreemd zij. Kerst als zij allo scholen goed doorloopen hebben, orden zij als geschikte dienstboden met een volkomen attest ontslagen ; men % _t dat. zij bij brave menschen goede diensten bekomen , en de directrices trachten eeno vriendschappelijke briefwisseling niet. de ontslagenen te oiidcrhoii!*pn Uit dit alles blijkt, dat. het doel van Steenbeek is om baar, die van de .nnde hebben geleefd, het brood te leeren verdienen op den eerlijken weg, en •Is men zo in de keuken of het wasohhuis, in den tuin of de tabaksschiiiir ijveri_* en welgemoed arbeiden ziet, bemerkt men duidelijk, hoe geheel anders zij ich gevoelen, dan toen zij het zure brood der ontncht aten. Bij al do orde, die er heerscht, ontdekt men ook niets, dat. op dwang gelijkt, en geldt in sommjjte Magdalena* huizen, sic sollen gepeitscht werden, hier werkteen zachter eee'st. De oproerigen wordt het maken van een zeker getal matten binnen bepaalden tijd opgelegd. Die het gesticht verlaat en terugkeert, krijgt een kollijklc.irig strafkleed aan. Die onbetamelijke gesprekken voert wordt vooreen korten tijd uit het gezellig verkeer verwijderd, en de hoogste straf is eene berisping van den directeur, maar deze straf wordt zelden verdiend. Deze zachte behandeling werkt hoogst weldadig op de meesten, die dikwerf in de huizen der ontucht zeer veel hards hebben moeten verduren, en ook dn bewustheid *>ik ben vrij om been te gaan, slechts mijn eigen wil houdt mij hier," heeft die uitwerliinir dat zij ijverig en gewillig den arbeid verrigten , welke anders zwaar zou vallen voor degenen , die zelden gearbeid hebben. Dat beginsel van vrijheid is eene zeer gelukkige gedachte van ds. Heldring geweest, en wij weten niet, dat het vóór hem ergens was ingevoerd , dan in bet uitmuntend gesticht van Montpellier onder den naam van la solilude de Nazareth. Ook daar is het juist de vrijheid, die bindt, en, naar de opgave van den abt Coural, waren van de 83 ontslagen gevangenen en van de 32 gevallene meisjes slechts twee, die weinige dagen na hunne aankomst het huis verlaten hebben. Steenbeek is eene dienstbodensX.hool onder godsdienstige leiding. Dat godsdienstige der opleiding is van het hoogste belang. Wat zal toch die zondaressen tot diep leedgevoel over haar vorig gedrag en tot ernstige en onveranderlijke keuze van verbetering brengen, indien het de godsdienst niet is? Maar dat godsdienstige slaat ligt tot het overdrevene over bij overprikkelde, overgevoelige en zeer onkundige schepsels, en als de directeur of de directrices zelve tot het overdrevene hellen , dan vloeijcn zulke Magdalena-huizen over van duistere bevindingen en methodistische hekeerings-gescliiedenissen. Het schijnt dat Ds. Hel. dring er veel mede te strijden heeft gehad, maar zijn gesticht er thans geheel van gezuiverd heeft. Het is zeer te hopen, dal het evenwigt tusschen de stoffelijke en geestelijke opleiding der bewoonsters van Steenbeek nooit uit het oog verloren worde ; dat het er niet te spiritueel en ook niet al te materieel toega , maar dat het een het andere helpe en nooit overheersche. Hierin ligt het geheim van het wélslagen der onderneming , hieraan hangt het voortdurend bestaan van het Asyl. Om dit voortdurend bestaan bovendien te verzekeren , zouden wij wenschelijk achten , dal het Asyl op de eene of andere wijs met het bestuur onzer kerk verbonden werd. Vraagt men nu, welke uitkomst die doelmatige en regt Christelijke inrigting opgeleverd heeft? 0, die is zeer verblijdend ! Van degenen, die opgenomen zijn, en onder welke velen waren, die in ongeregtigbeid geboren en opgevoed, uit het afzigtelijkste slijk van de donkerste schuillioeken onzer groote steden derwaarts zijn gebragt, is een derde op den goedpn weg teruggekeerd. Zij gedragen zich onberispelijk in de huisgezinnen , welke zij dienen ; of zij zijn gehuwd met mannen, vropger nooit gekend en met wie zij stil en gelukkig leven ; of zij hebben deze wereld reeds verlaten en stiervpn geloovig en bemoedigd , vol van de hope der vergiffenis en des beteren levens. Dat is zoete en zalige belooning voor den .stichter en zijne ijverige helpsters; zoete en zalige belooning voorden zwaren strijd tegen valschheid en leugen, tegen groote zinnelijkheid en ijdelheid, tegen ingewortelde traagheid en weerspannigheid ; zoete en zalige belooning voor de zelfverloochening, waarmede zij er zich aan wijden en voor de rustelooze zorg en den afmattend, n arbeid , met welke zij die diep gezonkenen trachten op te beuren en te behouden. Buitenslands wordt die voortreffelijkheid der inrigting van het Steenbeeksche Asyl algemeen erkend. In het Bericht ilber die Generalversammlung des Provinzial Vereins für innere Mission in der Rheinptovinz spreekt de voorzitter dier vergadering met opgetogenheid over het Asyl Steenbeek, dat hij bezocht heeft. De groote vergadering van den 17 September 1851 te Elberfeld gehouden, en waar meer dan twee duizend mannen der inwendige zending uit alle oorden der wereld waren zaam gekomen, heeft den stichter van het Steenbeeksche Asvl tot president gekozen van de sectie voor de Magdalena-zaak. Nog vóór weinige weken kwam do adelijke jonkvrouw von Lepel uit Posldam , om Steenbeek te zien en naar dat model een Asyl uit eigen middelen te stichten. Ook in ons vaderland groeit jaarlijks het getal dergenen, die deze weldadige inrigting met hunne giften ondersteunen, en als het goede, dat men er sticht en de milde geest, waarin men er werkt, algemeen bekend worden, zullen de noodige middelen tot onderhoud niet ontbreken. Wij eindigen len aanzien van den edelen stichter en ijverigen bestuurder O. G. Heldring met de woorden van Schreutenbach, welke dr. Barting voor zijne -chetsen uit het leven en de werkzaamheid van graaf Zinzendorf heelt geplaatst : »Konnte eiu Mam in seinen ganzen Lauf einen glücklich gefasslen Gesichtspunkt zuilen , Schwierigkeilen überstehen — und vielen ein Befördercr werden ihrer Glückseligkeit, so verdient er die Achtung des Weisen. (öe Morgenster.) ---