DE AUBADE. Onder zeer ongunstige voortaekenen vereenigden zich heden vóór lOV2 uur de 1500 schoolkinderen op het Hofplein, om der Koninginnen den voorgenomen morgengroet te brengen.'! plet bad reeds stroomen geregend en het uitspansel vertoonde nog meer donkere dreigende wolkenmassa's. Niettemin had een dichte schare om de staketsels heen po&t gevat|,fdaarbinnen had eene groote menigte, op vertoon van speciale toegangskaarten, eene plaats verkregen. Op het vastgestelde uur zwaaide de heer C. Koster , hoofd van de gemeenteschool no. 8, op eene verhevenheid staande, zijn dirigeer-stok. De Koninginnen verschenen boven vóór het gesloten venster en wuifden herhaaldelijk de dichte kindermassa toe; luide hoerah's weergalmden alom. Twee op zijde gedrukte programma's, in kalfslederen omslag met de vergulde stadswapens in relief, het werk van den heer C. B. Bretschneider, en twee bouquetten werden H.H. M.M. vereerd, waarop de muziek van het le reg. infanterie, onder leiding van den onder-kapelmeester, den heer Peletier, inviel. Achtereenvolgens werden vier liederen, ieder van drie coupletten, waaronder het Wilhelmus, op de oude wijs, en het Friesch Volkslied, flink en mot aplomb uitgevoerd; na ieder nummer wuifden do beide Koninginnen bij herhaling de kinderen toe. Na het laatste no., een Friesche melodie, werd het raam geopend. Nu steeg de algemeene7geestdrift|ten'^top. Aan de toejuichingen en heilkreten kwam geen einde ; herhaaldelijk ..bewoog do|Koningin zich van de eene zijde naar de andere, om toch niet de verafstaande kinderen^haar hartelijken groet vol dankbaarheid tajonthouden. In de baste orde, school voor school; verlieten alsnu de kinderen met hunne leiders, onder 't spelen der muziek, het Hofplein; bij ieders nieuwe groep kinderen herhaalden zich de wederzijdsche eerbewijzen. De| juichende talrijke menigte verzamelde zich daarna vóór het Paleis, om, begeleid door de staf muriek, geheel geïmproviseerd, met volle borat jhet „Wien Neêrlands bloed" der Koninginnen^toefte zingen. Een hartelijk woord van lof voor den bekwamen *:hesrjC. Koster voor zijne uitstekende leiding is 'hier zeker op zijne plaats. Moeielijk had het beter kunnen geschieden. De kinderen | werden daarop in de onderscheidene scholen onthaald. Te gelijkertijd viel dit aan de kinderen der bewaarscholen en mede aan de verpleegden in de onderscheidene gestichten ten deal, alles van wege de Feestcommissie. --- DE HARDDRAVERIJ. TerwijU del koninginnen te lly, uur het paleis verlieten voor een rijtoer naar Stiens (Stienserdijk hoen en terug), waren, onder geleide van Commissarissen uit Gedeputeerde Staten, de mededingers voor de harddraverij met paard en chais naar de baan aan den Harliuger straatweg vertrokken. Wij laten hier volgen de lijst der harddraverij, gelijk alle officieele stukken betreffende het vorstelijk bezoek, op oranje-papier gedrukt. 1. Bruine ruin Augusta van den heer R. Boonstra te Huizum, gereden door den eigenaar; 2. zwarte bles ruin de Nette van den heer K. Kramer te Wolsurn, gereden door den pikeur H. Oneïdes; 3. schimmel hengst Jonge Tabor II van den heer J. Roele te Buiksloot, gereden door den pikeur A. de Ridder; 4. bruine ruin Dïbbels van den heer A. Siderius te Leeuwarden , gereden door den eitrenaar ; 5. zwarte merrie de Lange van den heer T. D. Feenstra te Oudwoude, gereden door den pikeur D. Feenstra; 6. rood bruine merrie Kenau Hasselaar van den heer A. A. van den Berg te Haarlem, gereden door den pikeur C. Persoon; 7. blauwe bles ruin Nora van den heer H. Schaap te Leeuwarden , gereden door den eigenaar; 8. schimmel hengst Tabor van den heer jhr. Q. P. A de Marees van Swinderen te Groningen, gereden door den pikeur J. Koster; 9. zwarte bles merrie Augusta van den heer G. de Wit te St. Anna- Parochie, geraden door den eigenaar; 10. zwarte ruin Wilhelm van den heer H. van Haaren te Amsterdam, gereden door den pikeur F. Koopmans ; 11. vos ruin Bonnie L van den heer H. F. Bultman Hz. te Haarlemmermeer, gereden door den eigenaar; 12. zwarte ruin de Fries van den heer E. M. Faber te Witmarsum, gereden door den eigenaar; 13. zwarte hengst Lartschik Uvan den heer H. F. Bultman Hz. te Haarlemmermeer, gereden door den eigenaar; 14 bruine ruin Adolf van den heer S. Postma te Roordahuizum , gereden door den pikeur F. Koopmans; 15. zwarte ruia van den heer W. J. Auema te Ried, gereden door don eigenaar; 16. zwarte ruin Kaptein van den heer S. Hettinga te Tjerkgaast, gereden door den pikeur A. Hettinga; 17. donkere schimmel hengst Carl van den heer J. G. Kuijs te 's Gravenhage, gereden door den pikeur C. Persoon ; 18. zwarte ruin de Jonge Noorderruin van den heer D. K. Schat te Oudebildtzijl, gereden door den pikeur K, Schat; 19. bruine ruin Floris van den heer J. van Loon Ez. te St. Anna-Parochie, gereden door den pikeur A. Siderius; 20. bruine ruin de Jonge Adolf van den heer D. H. AnomatelAchlum, gereden door den pikeur S. Hettinga; 21. bruine ruin Jonge Dibbds van den heer J. van der Meer te Oenkerk, gereden door den eigonaar; 22. zwarts merrie Koningin van den heer D. Florijn te Rotterdam, gereden door den pikeur G. Koot; 23. bruine ruin Piet van den heer Tj. Spriensma te Brantgum, gereden door den eigenaar; 24. bruine merrie het Haasje van den heer A. T. Witteveen te Rauwerd, gereden door don eigenaar; 25. bruine witvoet merrie Diana van den heer H. Witteveen te Frienfi, gereden door den eigenaar; 26. bruine ruin de Labadist van den heer K. F. Boonstra te Wieuwerd , gereden door den pikeur H. Oneïdes. Het weder, ofschoon nog alles behalve gunstig, was toch eenigszins beter geworden. Eene talrijke volksmenigte, ook uit andera plaatsen , had zich iniusschen niet ontzien, om present te zijn, en hoe inear het oogenblik Kaderde, dat de Koninginnen , Inmiddels van den rijtoer teruggekomen en ten paleize afgestapt, zouden verschijnen, des te grooter werd het publiek De terreinen om de karddraversbaan vonden wij met bijzondere zorg behandeld. Twee royale bruggen , 10 M. breed , geven toegang tot de in alle opzichten vorstelijk behandeld» feesttent. De ruimte voor het publiek is rondom de beide zijden der oaan afgezet door een rijk met vlaggen versierdo afrastering. Onder het spelen van het „Wilhelmus" door de stafmuziek, die zich in eeue tent aan de overzijde bevond, namen de Koninginnen plaats in het Paviljoen der feesttent. De feesttent, ter lengte van 30, ter breedte van 6 meter, bevat een paviljoen, zes vierkante meter groot. De vloer der tent en van het paviljoen is ongeveer 1 meter verheven boven het terrein der harddraverij. Een ruime trap aan de voorzijde verleent toegang totf.het paviljoen, aan ds aehterzijdejzijü twao trappen voor de leden der Staten en verdere genoodigden. Het paviljoen , door portières van de overige ruimte afgescheiden , is vorstelijk ingericht. De buitenversiering van de tent bestaat uit eeno rijke drapeering, waarbinnen zijn aangebracht de wapens dor elt steden , de nationale vlaggen en die van Waldeck-Pyrmont. Het voorsprong der weerszijden van het paviljoen is bezet met bloemen en heesters. Op de trap prijken twee flinke bloem vazen. De lijsten der harddraverij in portefeuillevorm , welke do Koninginnen werden aangeboden, waren door den heer C. B. Bretschneider in wit kalfsleder gebonden. De heer H. Wenning brachjf op da voorzijde eene sierlijke gekleurde tropee aan, voorstellende de wapens der Koningin en der Koningin-Regentes en het Friesche wapsn met de daarbij behoorende vlaggen en de oud -Friesche vlag ; hiertusschen de rijksappel en de scepter en attributen der Koninklijke Waardigheid en symbolen vau handel, nijverheid en landbouw. Daaronder slingert zich een blauw lint, waarop 18 Juni 1892. Nog werden twee lijsten gedrukt in goud en brons op fijn glacé papier , met wapens en gekroonde leeuwen , wolk drukwerk , evenals dat van de boven beschreven lijsten, den heer H. G. de Groot Hz. tot eer strekt. De aanblik was schitterend. De stemming van die velen, voor wie de harddraverij, als een bij uitstek Friesch volksvermaak, een groot aantrekkiugspunt ia, was uitmuntend. Die dwarrelende menigte , juichende bij eiken vriendelijken groet der lieftallige Koningin , in gespannen aandacht bij iederen rit, zingende met de muziek, vol van f '.estvreugde , in éen woord , 't was een lust voor het oog. De inrichting van do harddraverij viel zeer te roemen en do handhaving dor orde geschiedde met beleid. Te 2Vj uur kwam de Koninklijke stoet aan ; de Koninginnen werden ontïangen door de echtgenoot van deu Commis?aris der Koningin en de leden van Gedeputeerde Staten met hunne dames. Eene groote verrassing was der saamgekomenen bereid. De Koningin verscheen in het Friesch costuum , haar door Frieslands vrouwen aangeboden. Wij zijn waarlijk verlegen naar woorden ter beschrijving van den indruk, bierdoor teweeggebracht. Het nationaliteitsgevoel der Friezen was hierdoor ten zeerste gestreeld, zij 't ook dat de Friesche kleederdracht veel minder algemeen dan vroeger is. En hoe sierlijk stond der Koningin dit alles! Zij zag er nog liever, nog aauminniger door uit. Daarover was maar éen roep, ook bij hen, die de Koningin naar den wedstrijd hadden zien rijden. De Koningin-Regentes, men kon het haar aanzien, was diep getroffen door al deze blijken van sympathie en liefde , opnieuw door het volk van Friesland aan hare dochter gebracht. Zij onderhield zich met verscheidene dames en heeren, terwijl de Koningin herhaaldelijk uit het paviljoen do talrijke menigte groette en toewuifde. Te 41/* uur was de wedstrijd geëindigd, 't geen door het luiden van de klokken der Oldehoof den volke werd verkondigd. De uitslag was als volgt: 1. Eereprijs , uitgeloofd door de Koningin, bestaande in een zilveren pièce de milieu, stijl Louis XV, met toepasselijke attributen, prijkende met het wapen der Koningin op het eene schild, met „18 Juni 1892" op het andere schild; een waar kunstwerk, vervaardigd in de fabriek van de hseren A. Bonebakker & zoon , hofleveranciers te Amsterdam. Hieraan was toegevoegd door de Koningin- Regentes het omlijst schoone pDrtret van de Koningin, vervaardigd door prot. Dake. Behaald door J. Roele te Buiksloot. 2. Premiën, uitgeloofd door de provincie: a. ƒl5O, J. G. Kuijs te 's Gravenhage. b. ƒlOO, A. A, van den Berg te Haarlem, c. f5O , D. Florijn te Rotterdam. Bij monde van den heer H. ter Horst, president-keurmeester , werd de uitslag der harddraverij medegedeeld. De winnaars brachten hunne paarden voor het paviljoen en ontvingen daar uit handen van de Koningin hunne priïzen. Door den heer J. van Loon werd ten slotte in gevoelvolle taal dank gebracht aan de lieauwe Keninginne voor hare tegenwoordigheid, waardoor werd opgeluisterd een der meest populaire Friesche volksvermaken. Hij meende te mogen spreken uit naam van alle Friezen, wanneer hij de innige hoop uitsprak, dat de Koningin lang gespaard mocht blijven voor land en volk. Der Koniügin-RegentB3 bracht hij dank voor haar bezoek met hare dochter in Friesland en de aanwezigen riep hij op om luide in te stemmen met den kreet: „Leve Oranje ! leve de Koningin !" Ea uit honderden kelen werd vol geestdrift die kreet tot driemalen toe herhaald Nadat door don heer J Roele aan de Koningin eene photographie van zijn Jonge Tabor was aangeboden, reden de Vorstinnen onder oorverdoovend gejuich huiswaarts. De eerewacht vóór het Paleis werd gisteren betrokken door een kompagnie infanterie, met kapitein G. H. Aalders, le luit. C. M. I. van. den Heuvel Rijnders en 2e luit. W. de Laet; heden was het de 4e kompagnie van het bat. schutterij onder bevel van kapitein T. B. Plantenga, met den len luit. N. H. van der Meulen en den 2en luit. S. H. Taconis. Het geschiedde telkens onder geleide van de respectieve muziekkorpsen. Van 1 tot 2 uur, tijdens het luncheon, liet zich het stedelijk muziekkorps op hot Hofplein hooren. Heden namiddag 6Va uur diner in de groote raadszaal ten stadhuize, der Koninginnen door de Staten van Friesland namens de Provincie aangeboden. De voogdij van het St. Anth.-Gasthuis bad aan den Gemeenteraad verzocht, om in een der ledige vakken aan de wanden in de raadszaal, waar da portretten van de vroegere stadhouderes Marijkemui en der Koningen Willem I, II en 111, de beide laatsten indertijd door hetzelfde gasthuis aan de gemeente geschonken , zijn geplaatst, het portret der Regentes , levensgroot, ten voeten uit in olieverf te mogen doen aanbrengen. Bij gesloten zitting werd dit verzoek door den Raad met applaus ontvangen. Daarop hseft het bestuur van het Gasthuis zich bij request gewend tot H. M. de Koningin- Weduwe , Regentes , met verzoek daartoe vergunning ta willen verleenen, waarvoor een bekwaam Nederlaudsch schilder zal worden uitgenoodigd. Dit request kon H. M. gisteren nog worden overhandigd, zoodat, toen de commissie van het Gasthuisbesluur, de haeren Beekkerk , Kijmmell en mr. van Ketwich Verschuur , ter audiëntie hunne hulde aan H. M. kwamen brengen , zij de blijde mededeeling mocht ontvangen , dat H. M. met hooge ingenomenheid van dat verzoek had kennis genomen en op hoogst minzame wijze aan die haeren hare bewilliging tot het gevraagda verleende. --- BUITENLAND. ALGEMEEN OVERZICHT. 18 Juni. De Italtaansclie kamer is voor onbepaalden tijd uiteen gegaan. In de laatste zitting had echter een stormachtig tooneel plaats. Het was weder de irridentist Imbriani, die daartoe aanleiding gof. Nadat hij zijne vreugde aan den dag had gelegd over het overlijden der kamer, die, zijns inziens, gebleken is een ontrouwe hoedster van den volkswil te zijn, interpelleerde hij de regeering over de reis des konings, die, volgens hem, de wijding is van de buitenlandsche politiek dar regeering, een schandelijke en vrijheidsdoodende politiek. Deze woorden verwekten zulk een storm van verontwaardiging, dat verscheidene afgevaardigden den interpellant met gebalde vuist te gemoet traden, hem toeschreeuwden, in een woord: zulk een hehch kabaal maakten , dat de voorzitter de orde niet kon handhaven. Het slot van dit schandaal was, dat de interpellatie niet in discussie kwam. In den senaat heeft de minister der schatkist verklaard, dat Italië xal deelnemen aan de internationale muntconferentie, om zijne eigene belangen te verdedigen en met de gedachte om de Latijnsche muntunie in stand te houden. De minister verklaarde verder, dat het herstel der fin an tien het toenemen van den arbeid en den uitvoerhandel afdoende zullen bijdragen om het jnyyel der circulatie weg to n^men. Hij fys jolkomen vertrouwen in de toekomst. Groot opzien heeft het bericht verw kt dat de koning dadelijk naar Berlijn vertrektl De reis daar heen wordt slechts als oen be leefdheidsbezoek aan het hof voorgesteld, een beautwoording van het bezoek des keizers ta Rome. In parlementaire kringen wordt echtar gewicht aan deze reis gehecht, omdat zij samenvalt met hot optreden van het nieuwe ministerie. Barcelona, reeds zoo geteisterd door de werkstakingen , is nu getroffen door een cycloon , die groote verwoestingen in de stad heeft aangericht. Drie personen kwamen er bij om en velen werden gekwetst. Aangaande de vooruitzichten van den oogst in Rusland luiden de berichten weder minder gunstig. Ditmaal staat de oogst in den Caucasus slecht, de streek, die ten vorigan jare zooveel kon bijdragen om den hongersnood te lenigen. Da sprinkhanen richten thans in verscheidene streken groote verwoestingen aan, waar tegen met meer ijver dan succes te velde wordt getrokken. Da regeering heeft 10,000 niaa aan het werk gestald, om deze insecten te verdelgen. Da gouverneur van Tiflis heeft 19,000 roebels ontvangen tot deze bestrijding. De Duitsche bladen begroeten met groote ingenomenheid do komst van het Itiliaansche koningspaar to Potsdam. De Köln. Zeit. wijst Tooral op de politieke beteekenis van dit feit voor het behoud van den Europaeschen vrede. Zij wenscht beiden een gelukkige reis en roept hen een hartelijk welkom te doen. De Pruisische ministers van b'nnenlaudsche zaken, van eeredienst en van koophandel hebben een verordening vastgesteld op de viering van de Zondagsrust in nering en verkoop, ter uitvoering der wet van den 1 Juni 1891. Volgens die verordening mag in neringen en verkooplocalen op die dagen niat meer dan vijf uren worden gewerkt door werklieden, leerlingen en beambten, mot inachtneming van twee uren vrijen tijd tot het bijwonen van de voornaamste godsdienstoafening. Als regel wordt gesteld den aanvang van het werk te 7 ure 's morgens, om, met inbegrip van den vrijen tijd, des middags te 2 uur het werk te eindigen. Ah een curieus staaltje van bureaucratische spitsvondigheid lezen wij echter in die verordening, dat diezelfde „rust" is vastgesteld voor „automatische verkooptoestellen." Deze zullen door de eigenaars op de bepaalde uren van rust buiten werkiDg gesteld moeten worden. Wij hebben altijd gedacht, dat een Zondagswet in het belang van de physieke en zedelijke welvaart der menschen was, doch niet om machines de „noodige" rust ta gunnen. Voortaan zal dus een zelfwerkende weegtoestel of chocolaadbus op Zon- en feestdagen slechts den wettelijk beperkten tijd mogen „werken." Misschien acht de regeering het werpen van een halven Grosch en het staan op een weegtoestel ook ongeoorloofde arbeid. Men moet hat maar weten. In Pruisen durft men alles te verordenen. Er is oen staatscommissie benoemd om een onderzoek in te stellen naar de waterverdeeling en daarop betrekking hebbande aangelegenheden in landstreken, die aan overstrooming blootstaan. De Pransclie constitutioneele rechterzijde heeft haar voorzitter gekozen, die verklaarde, dat het plicht was, om de republiek met alle geoorloofde middelen te steunen, opdat de burgera er recht, eendracht en broederderschap vinden. De Temps on het Journal des Dêbats spreken hunne ingenomenheid uit met de uitspraak der jury in zake den lasteraar Drumont , die behalve tot gevangenisstraf en boete, veroordeeld is het arrest op eigen kosten in 80 bladen te doen plaatsen, hetgeen hem wel een 80,000 frs. zal kosten. De Temps stelt nog eens in het licht op hoe lichtvaardige wijze die lasteraar te werk is gegaan. Het blad wijst er op, dat het publiek dagelijks blootstaat aan zulk een openbare beleediging. De heer Waldeck-Rousseau, die als verdediger voor den heer Burdeau optrad, heefteen welsprekend pleidooi gehouden. Men kan niet nalaten te zeggen, sprak hij 0.a., de laster is eene industrie geworden. Hij is een vergif, dat wij dagelijks kunnen waarnemen. Als men de lasteraars van beroep wilde gelooven, dan zou men moetan wanhopen aan ons land, dat gedurende 22 jaren zooveel voorbeelden van levenskracht gegeven heeft. Aan deze tot beroep geworden aanranding van anderer eer moet een einde komen. De waardigheid van ons land is betrokken bij de uitspraak die volgen zal. De minister Balfour verklaarde in het Eagelsohe lagerhuis, dat het terugtrekken van de officieren der Oost-Afrikaansche maatschappij uit Uganda niet de beteekenis heeft, dat het land zal worden verlaten. De vraag, of kapitein Lugard in zijn positie moet worden gesteund , is afhankelijk van de inlichtingen , welke men zal verkrijgen ten opzichte van zijn tegenwoordige positie en van de vooruitzichten, die hij heeft. De heer Balfour meende, dat er geen bedenkingen bestonden , om het gebied van den Engekchen invloed te wijzigen. De heer Gladstone, die laatstelijk den werklieden hoop gaf, dat hij hun steunen zou bij hunne pogingen, om een wettelijken normalen arbeidsdag te bekomen , heeft hen thans bitter teleurgesteld. Hij ontving namelijk een daputatie uit hun midden, met het verzoek hun wensch in het parlement ta bepleiten. Hij verklaarde hnn echter, dat homerule al zijn tijd in beslag nam en dat hij op zijn leeftijd zich niet meer kon wijden aan het belang door hen voorgestaan. Hij raadde hun ten slotte in hun eigen belang de zaak nogeens grondig te onderzoeken. ---