ILLUMINATIE. Evenals de versiering was gisteren avond ook de illuminatie algemeen in den letterlijken zin des woords. Tot in de afgelegenste gedeelten der stad en daar zelfs in zijstraatjes, steegjes, overal zag men, op de eene plaats meer, op de andere plaats minder, lampions of giornoverlichting. Gelijk daar hadden de ; bewoners van andere buurten gewedijverd in het gebruik maken van de gelegenheid, die öf de buurt of hunne huizen opleverden, om , hetzij ieder afzonderlijk, hetzij gemeenschappelijk , de prachtigste verlichtingen aan te brengen. Vele buurt-illuminatiën bestonden uit luchtslingers over palen met of ronder figuren of langs boompjes met of zonder guirlandes van levend groen of uit giorno. Eene bijzondere variatie leverden ook nu de verlichtingen in tallooze versierde winkelkasten. Bij andere particulieren zag men vele prachtige zaal- of kamerverlichtingen, opgeluisterd door spiegels , bloemen-arrangement, ornamentatie enz. , hier met, daar zonder illuminatie aan den buitengevel. Wat de buiten-illuminaüe betreft, deze leverde de meest mogelijke verscheidenheid op: eerepoorten in allerlei vorm en grootte , lijnen, sterren , zonnen, de naamcijfers der Koninginnen , kronen , jaartallen en vele andere figuren, in witte en gekleurde lampions of giorno , of een encadrement van ramen en deuren , aan het eene huis langs eene of meer, aan het andere langs alle verdiepingen. Kortom eene variatie, die bij het passeeren van straten en grachten, — in welke laatsten de weerkaatsing een buitengewoon schoon effect maakte, — een levendig schouwspel opleverde. Inzonderheid was dit het geval, waar het licht met het levend groen tot het effect samenwerkte. De Sint Jacobstraat was in hare geheele lengte electrisch verlicht. Nog eene enkele verlichting van dezen aard zag men. Het is ons onmogelijk, over dit alles in bijzonderheden te treden. Niet alleen de ruimte in ons blad, ook de tijd ontbreekt er voor. En wij zouden daarbij zoo licht nog 't een en ander vergeten. Toch moet ons een woord uit de pen over de Willemskade, die, van de bruggen gezien, een allerprachtigst schouwspel opleverde. Bij de rrins Hendriksbrug bevond zich het stedelijk muziekkorps op eene boot, om zich geruimon tijd te doen hooren, gelijk dit op de Lange pijp geschiedde door het stafmuziekkorps van het le reg. infanterie en op het Jacobijner kerkhof door het muziekkorps van het instructiebataillon te Kampen. Ook mogen wij enkele publieke gebouwen niet met stilzwijgen voorbijgaan. Het Hofplein muntte wel bijzonder uit; het stadhuis (tot aan den koepel, ja zelfs de wijzerplaten van het uurwerk verlicht), de hoofdwacht c. a.;de gemeenteschool, het gemeentehuis van Leeuwarderadeel vormden daar, met de andere verlichtingen, een allerprachtigst geheel. Verder noemen wij het gebouw der Rijks Hoogere Burgerschool, het Old Burgerweeshuis, het Nieuw Sint Anthonij Gasthuis, de geïmiteerde voormalige Vrouwenpoort, het vroegere Waaggebouw, tot in de windvanen verlicht, de Gasfabriek en , last not least, het Paleis van Justitie, waarvan o. a. de kapitale zuilen met slingers vau driekleurige lampions spiraalsgewijze waren verlicht. Op tal van bruggen waren pyramiden, op de ] Waeze (over het water) een kolossale Eiffel■ toren, op het Vliet, (weder over het water) ' mede eene groote decoratie (een schip voor| stellende) aangebracht. Doch, waar zou het heen, als wij onze uitzonderingen nog verder uitstrekken ? Laat het genoeg zijn te constateeren, dat, Leeuwarden nog nooit eene zoo schoone en schitterende verlichting te zien gaf als gisteren avond het geval was. Het Hbld. (dat van zijn specialen verslaggever gisteren avond nog een uitvoerig telegram over de illuminatie ontving) noemt haar zoo schoon als men wellicht nog nooit in ons land Zag. en uit eene gelijke bron schrijft de N. Rott. Ct., dat de illuminatie zóo in allen deele is geslaagd , dat men niet anders dan huldigen kan eene burgerij, die zóo waardig de eer harer woonplaats weet op te houden. De Koninginnen en haar gevolg, begeleid door den Commissaris der Koningin en den Burgemeester en omstuwd door de Eerewacht, reden het grootste gedeelte der stad, niet alleen hoofdstraten en hoofdgrachten, maar ook verscheidene* minder aanzienlijke buurten door. Overal was het een en al jubelen en juichen en van den kant der Koninginnen onafgebroken groeten. Op tt»l van plaatsen werd gedurende den rijtoer en ook verder Bengaalsch vuur ontstoken. Da Oldehoof baadde voor en na in een zee van vuur, door het ontbranden van kolossale potten met Bengaalsch vuur; het leverde een fantastisch gezicht op. Omstreeks 11 uur waren de Koninginnen in hst Paleis teruggekeerd, zeker onder niet minder treffenden indruk van het schouwspel dan iedor die er van getuige is geweest. --- De Koninginnen in Friesland. Het bezoek; gisteren namiddag tusschen 4 en 5 uur door de Koninginnen aan „Werkmanslust" gebracht, waarvan wij , daar ons blad ter perse moest worden gelegd, slechts in het kort konden melding maken , zal wel tot de onvergetelijkste momenten blijven behooren van het bezoek Harer Majesteiten in Friesland. „Werkman&lust" was keurig versierd. Vóór den winkel der Vereeniging waren drie tropeeën aangebracht, geheel gevuld met door de talrijke bewoners zelven gekweekte bloemen. In het midden prijkten de borstbeelden der Koninginnen. Daarachter waren zeer smaakvolle eerebogen opgericht; vele bewoners hadden ook nog afzonderlijke versieringen aangebracht. Het geheel had een recht feestelijk aanzien. Op het terrein aangekomen, zong de Leeuwarder werklieden-zangvereeniging, onder leiding van den heer E. van der Laan, der Koninginnen het eerste couplet van het Wilhelmus-lied, naar de oude toonzetting , toe. Onder het zingen boden twee kinderen van den boekhouder Snijdelaar, een meisje van 10 en een jongetje van 8 jaar, de Koninginnen op door den heer Titus Po3tma welwillend afgestane Japansche schotels een exemplaar van al de te zingen keurig gedrukte liederen aan. De voorzitter der Vereeniging, de heer A. D. Beerends , hield daarna de volgende toespraak : Majesteiten! Het bestuur der Vereeniging „Help U Zelven" nadert Uwe Majesteiten met het eerbiedig verzoek, de nederige hulde van alle leden der Vereeniging te willen aannemen. Als getrouwe onderdanen zijn zij met groote dankbaarheid vervuld voor de hooge eer en onderscheiding, die hun te beurt valt, om Uwe Majesteiten op de door de Vereeniging gestichte buurt „Werkmanslust" welkom te mogen heeten. Ze zien daarin opnieuw het bewijs van belangstelling Uwer Majesteiten in het lot van den werkman, speciaal in hun streven ,om door eigen krachtsinspanning het vaak kommervol bestaan te verbeteren. De gunstige invloed, dien eene goedo en gezonde woning op geheel den toestand van het werkmansgezin uitoefent, is groot; door het eerste bezoek in de stad onzer inwoning te brengen aan deze buurt, een der eersten in den lande , gesticht en bestuurd door de werklieden zei ven , en bekroond op de wereldtentoonstelling te Philadelphia, toonen Uwe Majesteiten voortdurende belangstelling in het streven tot verbetering der arbeiderswoningen en ook in het bestaan onzer Vereeniging. In de geschiedenis dezer Vereeniging is eene bladzijde , die met gulden letters in dankbare herinnering brengt het bezoek van nu wijlen Zijne Majesteit onzen geëerbiedigden Koning Willem 111 in 1873. Met niet minder groote dankbaarheid zullen de annalen dezer Vereeniging gewagen van Uwer Majesteiten bezoek op heden. Moge het Uwe Majesteiten behagen als aandenken van dit bezoek de Statuten der Vereeniging te aanvaarden en ook aan te nemen de , namens de geheele buurt, door deze beide kinderen aan te bieden bloemen. We hopen en vertrouwen, dat de band, die tusschen Nederland en Oranje sinds eeuwen heeft bestaan, moge blijven bevestigd, en roepen daarom uit volle borst: „Welkom in het noorden, welkom op Werkmanslust!" „Lang leven onze Koninginnen!" De Koningin-Regente3 bedankte zeer minzaam voor de toegesproken woorden en voor de aangeboden bloemen. Onder het zingen hierna van twee „Welkomstgroeten" door de Vereeniging boden twee andere kinderen, een dochtertje van den meubelmaker Rodenhuis en een zoontje van IJ. Broersma, werkzaam aan do aardappelmeelfabriek, aan ieder der Koninginnen een bouquet aan. De „Welkomstgroeten"* luidden : 1. Wat roept U uit uw zomerrust, Tot een bezoek aan Werkmanslust, In 't Noord des lands gelegen ? . . . 't Is liefde tot den Werkmansstand, . . . Vorstin ! wij kusten U de hand , Hield eerbied ons niet tegen. Gij, lieve , jonge Koningin ! Wordt geregeerd door Moedermin ; Eens zult gij zelf regeeren. Dan moogt Ge, steeds in zonneschijn , Zelf Neêrlands goede Moeder zijn! En 't heil van 't volk vermeeren. Een Moeder ! ... eens voor 't gansche volk, Wij wenschen , als des Werkmanstolk, Wordt zulk een eed'le Vrouwe. Dan blijft, zoo als tot dezen stond, Het liefste lied op Neêrlands grond , „'t Wilhelmus van Nassouwe." 2. Uw naad'ren tot den Werkmansstand Wekt sympathie in 't Vaderland, 't Hecht hulde aan Uw streven. Zijt ons ook welkom ! Koningin! Treed met Uw kind ons woning in, 't Versterkt het samenleven. Gij ziet hoe Neêrlands volk bemint U, Moeder! om 't OraEJekind; Niets zal die geestdrift dooven, Blijft liefde tot het volk Uw keus, En G'instemt met de oude leus: Hoezee ! Oranje boven! Wij wenschen , om U heen geschaard: Blijf lang voor Kind en Land gespaard, De liefde krone Uw wegen. En komt Ge eens weer op Frieslands kust, Dan klopt op 't gastvrij Werkmanslust Ons hart U dankbaar tegen. Nadat het tweede couplet van het Wilhelmus-lied was gezongen , werden, op verlangen van de Koningin-Regentes, een paar woningen bezichtigd , om , gelijk H.M. zeide , zoo tevens met een paar bewoners kennis te maken. Daarvoor werden aangewezen de woningen van den goudsmidsknecht C. Munstermau en van den meubelmaker Kielder. Met de meeste belangstelling namen beide Koninginnen van alles kennis. Niets ontging Hare aandacht Zij onderhielden zich allerminzaamst met de bewoners. Bij het vertrek bood de Koningin de hand aan vrouw Munsterman en aan vrouw Kielder, waarbij zij hartelijk bedankte voor alles wat men Haar had laten zien. Begeleid door den Voorzitter en den Burgemeester , deden de Koninginnen met haar gevolg alsnu door de Lange Winkelstraat en door de Korte Winkelstraat eene wandeling. Bij het vertrek bedankte de Koningin den heer Beerends in hartelijke bewoordingen voor de haar bereide ontvangst, met verzoek , ook de commissie, die met de versiering was belast geweest, en aan de Zangvereeniging en aan haren directeur H.H. M.M. hooge tevredenheid te betuigen. De Koningin reikte bij het vertrek den heer Beerends de hand. Onder het verlaten van het terrein zong het gezelschap H.H. M.M. nog het bekende lied „Holland" toe. Voor het geheele bezoek waren gepaste maatregelen van orde vastgesteld, die tot het laatste oogenblik stipt werden opgevolgd. De kinderen van 6 tot 12 jaar bevonden zich , onder leiding van den heer Th. Postma, op de bovenzaal van het Winkelhuis en haddon van daar gelegenheid , alles te zien. Treffend was het gejuich , dat ook uit al die kindermonden voor de Koninginnen opging. Op recht feestelijke wijze werd de dag verder door de kinderen doorgebracht. Omstreeks 5 uur waren de Koninginnen ten paleize (men vergunne ons , dit woord , ook gemakshalve, verder te gebruiken) teruggekeerd. Op den ganschen terugtocht werden zij weder zoo geestdriftvol mogelijk begroet door de duizenden menschen , die langs alle stiaten en grachten, waardoor de tocht ging, geschaard stonden. Wat de Koninginnen daarbij wel weder opnieuw zal hebben getroffen was de voorbeeldelooze orde , die allerwego heerschte. Het was, alsof al die menschen zich-zelven het parool hadden gegeven, om ook in dit opzicht de hooge gasten een goeden dunk van het Friesche volk te geven. Zonder zich schuldig te maken aan het woeste gedrang, dat wij bij dergelijke gelegenheden elders dikwijls moesten opmerken , wachtte ieder zijn tijd af, om Hare Majesteiten te zien passeeren. De begroeting kreeg hierdoor, wij zouden haast zeggen, eene zekere wijding. Te 6y3 uur nam het diner ten paleize een aanvang. Het stedelijk muziekkorps liet zich voor den geheelen duur daarvan op het Hofplein hooren. Het diner werd gegeven in de eikenhouten Oranje-zaal, waaraan zooveel geschiedkundige herinneringen van de Friesche stadhouders en Neêrlands Koningen zijn verbonden. Gelijk bekend is , werd deze zaal eenige jaren geleden belangrijk gerestaureerd , zonder dat daardoor haar zoo belangwekkend karakter verloren ging. Er werden slechts twee feestdronken ingesteld. De eerste was van den Commissaris der Koningin en van den volgenden inhoud: „Gebruik makende van het mij door Uwe Majesteit welwillend verleend verlof, om een oogenblik het woord te voeren, zij het mij in de eerste plaats vergund, Uwe Majesteiten hartelijk welkom te heeten in Friesland. Nauwelijks behoef ik daaraan zeker de verklaring toe te voegen , dat onze provincie met het bezoek Uwer Majesteiten ten hoogste is ingenomen en zich daardoor bijzonder voelt vereerd. Niet alleen, omdat zij in Hare hooge gasten de jonge Koningin en de Koningin- Weduwe , Regentes van het Koninkrijk, eert, maar inzonderheid omdat Friesland zich aan het Koninklijk Huis van Oranje-Nassau verwant gevoelt; omdat het er zich op mag beroemen , de bakermat te zijn van den tak van het Doorluchtig Huis van Nassau, waaruit Koningin Wilhelmina is gesproten; omdat wij in Haar de Koninklijke telg van Frieschen stam liefhebben. Nog leeft .in de herinnering van het Friesche volk de naam van menigen held uit dat geslacht voort, en menige traditie spreekt nog luide van deu band, die het Nassausche Huis met Friesland steeds saam verbond. En hier, in deze zaal, waar wij thans het voorrecht hebben, met Uwe Majesteiten saam te zijn, - hier waar de wanden ons herinneren aan de gewijde plek, die wij op dit oogenblik innemen, werd wellicht vóór drie eeuwen de band gelegd , die thans nog het Huis van Oranje-Nassau aan Friesland verbindt. Sedert dien tijd heeft Friesland in het lief en leed van zijne Stadhouders en Koningen uit dat geslacht gedeeld. Zoowel in de raadzaal, als op het bloedig slagveld, werd die band herhaaldelijk vernieuwd en bevestigd. En ook nu nog klopt ons hart warm, geeerbiedigde Majesteit, voor Uwe Koninklijke dochter en voor U, en ik acht mij gelukkig, Uwe Majesteiten te dezer plaatse opnieuw de plechtige verzekering te kunnen geven van Frieslands liefde en trouw. De wetenschap , dat de toekomst van ons Vaderland ten nauwste samenhangt met het behoud der jeugdige Vorstinne, die op dit oogenblik is de eenige loot, die ons nog uit het roemrijk geslacht van Oranje-Nassau is overgebleven , maakt zeker onze liefde voor Haar inniger, doch ook onze zorg grooter. Zorg niet alleen voor Haar kostbaar leven, maar ook voor Hare tonning naar geest en naar gemoed. De overtuiging evenwel, dat Haar in Uwe Majesteit eene voortreffelijke moeder is geschonken en aan ons vaderland eene uitstekende Regentes, die zich met niet genoeg te waardeeren toewijding en liefde geeft voor de dubbele taak, die thans als moeder en als vorstinne op haar rust, doet ons kalm en met vertrouwen op God de toekomst tegengaan, dankbaar aan Hem voor hetgeen Hij ons in Koningin Wilhelmïna liet en voor hetgeen Hij ons in Uwe Majesteit schonk. En ook hier wordt telkens de bede geslaakt, dat aan Uwe Majesteit bij voortduring de kracht moge worden verleend , om U van die zware taak als tot nog toe te blijven kwijten tot heil van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina, ons lieve vaderland ten zegen en Uwer Maje&teit tot zelfvoldoening. Het zij ons , die het voorrecht hebben heden met nwe Majesteiten aan den disch aan te zitten, vergund, die bede ook thans als wensch te laten gelden. lk stel U voor, geachte gasten , een feestdronk te wijdon aan het welzijn van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina en van Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes, en noodig U uit, van Uwe instemming te doen blijken door met mij aan te heffen: Leve de Koainginn6n !" Allen stonden van hunne zitplaatsen op, om krachtig in te stemmen met de warme ontboezeming van den gastheer. De Koningin-Regentes antwoordde als volgt: „Mijnheer de Commissaris! Reeds dadelijk wil ik de toespraak beantwoorden, waarmede mijne Dochter en ik door u in de provincie Friesland werden welkom* geheeten. De woorden, ons toegesproken, stel ik op hoogen prijs. Ik voeg daarbij de verzekering, dat, waar Friesland den aiouden band met het Huis van Oranje-Nassau niet vergeet en ons door eene schitterende ontvangst bewijst, dat de oude traditiën, de oude trouw en liefde, nog voortleven in de harten zijner ingezetenen, Wij, de Koningin en ik , ons gelukkig achten in uw midden to zijn, en u te kunnen toonen hoezeer wij belangstellen in alles wat uwe ! provincie betreft en wat haar bloei zoude kunnen bevorderen. De woorden, persoonlijk tot mij gericht, Mijnheer de Commissaris , waardeer ik zeer ; het is mij eene aangename gedachte en groote zedelijke steun te weten, dat ik in mijne moeielijke taak niet alleen sta, en ik ben u dankbaar voor de verzekering, dat ook het Friesche volk mij de kracht toebidt, waaraan ik bij de vervulling mijner taak zoozeer behoefte heb. Vertrouwend op God, ga ik met u de toekomst tegemoet, en ik dank u allen, ik dank allen, die ons op zoo hartelijke wijze het welkom toeriepen. Dat de dagen , die wij in uw midden zullen doorbrengen , den hechten band tusschen OraDJe en Friesland zullen bevestigen en versterken, is mijn oprechte wensch, een wensch waarmede gij voorzeker allen zult instemmen, en waarop ikuvoorstel te drinken !" Bij het uitspreken dezer woorden heerschte eene plechtige stilte , en daarop volgde eene ovatie voor de Hooge gasten, die zeker een diepen indruk bij haar zal hebben achtergelaten. Te half tien reden de Koninginnen uit ter bezichtiging van de ---