Wijnschrijver HUBRECHT DUIJKER: „neit arrive'e...” Hij neemt nog vlug een slokje thee alvorens, half proestend, de anekdote rond de uitreiking van de literaire prijs „Ordre Mondial des Gourmets- Dégustateurs" te schilderen. Zó: „Via mijn Franse uitgever werd ik eens uitgenodigd in Parijs te verschijnen. In een klein zaaltje. Ik stapte er binnen, zag nauwelijks bekende gezichten en ging ergens in een rijtje stoelen maar zitten. Opeens begon iemand te spreken. Ik begreep dat het ging om een prijs voor het beste wijnboek van het jaar van een Franse auteur. Sterk verfranst werd mijn naam genoemd, Hubert Duiquér of zo iets. Ik stond op, stapte het podium op en nam een oorkonde in ontvangst. In mijn toen nog boerenkool-Frans sprak ik enkele dankwoorden. Grote consternatie! Ze hoorden dat ik geen Fransman was. Een stelletje rijpe, wellicht overrijpe, heren viel de mond van verbazing wijd open. De prijs voor een niet-Fransman? Dat kón toch niet! Enfin, ik heb die prijs wel mogen houden. Vorig jaar heeft een ander boek van mij diezelfde prijs gekregen....". Geboren Amsterdammer Hubrecht Duijker (43), wijnschrijver-par-excellence, geeft zijn amusant kort verhaal nog een bijzondere contour: „In alle boeken van mij die in het Frans vertaald zijn, staat nergens aangegeven dat ik een Nederlander ben. Uitgever Fernand Nathan blijft mijn naam verfransen. Hubert Duiquér dus ". --- kerstmis'85 ■Q\t /)\xbrec\\X Duijker, de JL^ÊT wijnschrijver. Wie in fm I Nederland heeft niet v^ \y eens van hem gehoord? Hij oogt als een bankemployé of als een al enig succes behaald hebbende zakenman. Niets aan hem verraadt een genieter aan tafel, een fijnproever. Geen begin van embonpoint, geen rode wanden. Wél nieuwsgierige, guitige ogen achter brilleglazen. Een man met langzamerhand mondiale vermaardheid, wiens boeken over wijn in het Engels. Frans. Duits en 'Deens vertaald worden. En binnenkort ook in het Spaans. Een thans in Abcoude met Amerikaanse vrouw Julie en twee kinderen wonende expert, door Herwig van Hove eens omschreven als „een schrijver met een kritische aanpak die menig journalist zou sieren" (Knack. november'B3), door de Franse rege ring uitgeroepen tot „Chevalier de l'Ordre du Mérite Agricole" en door de beroemde Wijn Academie in Bordeaux als allereerste onderscheiden met de „Prix littéraire de I'Académie du vin de Bordeaux". Om maar enkele van zijn „getuigschriften" te noemen. In zijn eerste beroep hield hij zich bezig met communicatie. Als adviseur op een reclamebureau. Sinds 1974 verkeert hij met wijn. Professioneel. „Hoe ontdekte je de wijn?". "Ik denk tijdens korte vakanties in Spanje en in Portugal. En door er over te lezen. Op een dag in Amsterdam kreeg ik een tijdschriftje over wijn in mijn handen. Ik had géén idee dat er over zon onderwerp een periodiek bestond. Het tijdschrift deed een wereld voor me open. Ik ontdekte dat wijn beduidend méér is dan drank met alcohol. Ik herinner me als de dag van gisteren, we waren pas getrouwd, die ene fles die mijn vrouw voor mijn verjaardag meebracht. Het was een grand cru's9 uit Bordeaux. De eerste cru die ik van m'n leven dronk. Nou, ik wist niet wat me overkwam. Wat een verrukking! Echte parfum, de enig juiste term. .Ik begon een beetje te begrijpen wat wijn kon zijn. Hij was gekocht voor het fantastische bedrag van twintig gulden of zo. Voor mensen die hooguit éénguldenvïjfennegen,tig voor een fles wijn uitgaven een wéreldbedrag. Die wijn is nu nog steeds mijn grote favoriet...". „Een soort kalverliefde toen nog?". „Mag je wel zeggen. Thuis had ik, bij wijze van spreken, alleen met Kerst een glaasje wijn gedronken. Nadat ik getrouwd was begonnen mijn vrouw en ik heel langzaam, heel voorzichtig wijn te ontdekken. Het goedkoopste van het goedkoopste. Een fles per week. Pinard...Moselblümchen. Gekocht bij Albert Heyn. We waren toen heel dankbaar voor etiketjes achter op de fles, voor die korte uitleg welke wijn bij welk gerecht past. Geloof me, ik durfde niet eens bij de slijter binnen te stappen. Ik wist niet wat ik die man moest vragen. Ik kon hooguit zeggen: we gaan dat en dat eten en we zoeken er een wijntje bij. Ik durfde die man ook niet te zeggen dat ik hooguit x-gul'den te besteden had. Als ervaring had ik het niet willen missen. Ik ontdekte als volwassen consument die geld wilt besteden hoe moeilijk 'het is een beetje thuis te raken in de wereld van de wijn". ,Je wist wél al dat, om wijn bijzonder te kunnen savoureren, er gerechten bij te pas komen?. „Ja. dat had ik wel begrepen uit wat ik las. Voornamelijk Wina Bom. Aan Van Eykeren en Buning was ik nog lang niet toe. Die ontdekte ik tater. Dat prille begin van mij is heel leerzaam geweest. Daar heb ik een deel van mijn boeken voor beginnende wijndrinkers duidelijk op afgestemd. Een van de eerste heette dan ook Vijfhonderd Betaalbare 'Wijnen. Gebundelde verhaaltjes. 'Het boekje was in de eerste plaats ,voor me zélf geschreven. Gewoon kijken wat er binnen bepaalde prijsgrenzen aan lekkers te koop is". „Goed, je drinkt dan wijn. Dat is echter heel iets anders dan er over te schrijven. Hoe begon je je pen, om ,het zo maar eens te zeggen, in gegist druivesap te dopen?". „Op een goede dag kreeg ik een tijdschriftje over wijn, het enige in Nederland toen. thuis gestuurd. Bleek achteraf dat ik op de mailinglist van Wijn Verlinden verzeild was geraakt. Ik las dat tijdschriftje 'en dacht: als de samensteller er zó 'mee doorgaat, is het straks om zeep. Ik heb toen een brief aan de redactie geschreven, met een aantal kritische opmerkingen en opbouwende suggesties. Ik kreeg vervolgens een telefoontje van Jan Hein Verlinden, toen en nu nog steeds directeur van Wijn Verlinden. Hij legde me uit dat er helemaal geen redactie bestond en vertelde dat hij zélf tweederde van dat tijdschriftje volschreef. Kunnen we niet eens praten?, vroeg hij. Ik ben op een zaterdag naar hem toe gegaan. Uit onze ontmoeting ontstond niet alleen een plezierige relatie maai ook Verlindens vraag: Wilt u eens kijken of we een tijdschrift volgens uw ideeën kunnen maken? Ter plekke is toen de naam bedacht. Zo ben ik begonnen. Uit pure liefhebberij. Onbezoldigd". „Het tijdschrift kreeg als naam...?" „Wijn & Spijs. Ik had tegen Verlinden wél gezegd: ik wil het maken op één voorwaarde. Namelijk dat ik er niet in hoef te schrijven. Brieven schrijven en zo. kan ik wel maar artikelen en dergelijke is mijn vak niet. Verlinden antwoordde: Prima, zoek maar mensen. In het eerste nummer echter dreigden pagina's blanco te blijven. Ik stond voor het blok. Ik had. geloof ik, nog niet eens een schrijfmachientje thuis ....eh.Ja.. .toch... maar een hele gebrekkige. Zo heb ik dan met zweet, tranen en veel vloeken avonden lang het vak schrijven moeten leren. Ik werd ook gedwongen, hoewel dat meer plezier dan plicht was, te gaan reizen. Maar ik merkte al gauw. dat zul jij in je beroep ook hebben, dat als je ergens over wilt schrijven je er op dat moment méér van moet afweten dan. bij wijze van spreken, wie ook ter wereld. Dingen uit andere boeken overschrijven heeft totaal geen zin. Je moet. wat wijn betreft, de wijn proeven, je moet zijn streek in om er te zien waaróm die wijn in die bepaalde vorm er vandaan komt. Enfin, het eerste nummer van Wijn & Spijs verscheen in het najaar van negentiennegenenzestig". ,Je schrijft zonder opsmuk, rechttoe rechtaan. Maar tóch met een ondergrond van borrelend gevoel. Van moeder natuur meegekregen of niet veel pijn en moeite zélf ontwikkeld?". ..Moeilijke vraag. Ik denk dat ik erg geïnspireerd werd door de Engelse manier» van wijnschrijven. Zo duidelijk mogelijk, met veel diepte en, als het even kan, met een glimlachje. Ik vind dat wijn vooral een plezierig produkt is. Je moet er heel ontspannen van genieten, zonder al te serieus of al te zwaarwichtig over te doen. Wijn móet niet op een voetstuk geplaatst worden. Er zijn nog steeds veel te veel mensen die denken: ik heb, bij wijze van spreken, een diploma nodig om wijn te kunnen drinken..." "En alleen maar op bijzondere dagen...". „Ja, champagne bijvoorbeeld met oud op nieuw. Terwijl die avond, na al die oliebollen en bisschopswijn, de enige avond van het jaar is dat je géén champagne moet drinken. Maar dit terzijde. Ik ben van huis uit erg nieuwsgierig Ik wil het allemaal graag goed weten. Ik wil graag weten waaróm iemand een bepaalde wijn maakt, waaróm een bepaalde streek een bepaalde wijn oplevert. Dat kom je alleen maar aan de weet als je ter plekke gaat vragen. En niet door klakkeloos meningen van anderen te volgen. Dan blijkt trouwens dat een boel mensen elkaar naschrijven. Met als gevolg: misverstanden en achterhaalde gegevens die bestaan blijven". „De noodzaak om ter plekke te gaan kijken, om dag in en dag uit met wijn bezig te zijn. Oké, maar je job als reclameadviseur dan?". „Ik had het voorrecht bij dat reclamebureau een hechte positie in te nemen. Ik speelde het klaar hoc langer hoe minder voor dat bureau te werken. Van vier tot twee dagen per week. Ik bouwde aan de ene kant het geven van reclame-adviezen af en aan de andere kant de wijnschrijverij op. Op een goede, dag stapte ik over. Ik werd beroeps wijnschrijver...". „Moeilijk die beslissing?". „Nou, neen. Ik ben nooit bang geweest dat er geen werk zou zijn. Wel raakte ik pensioenvoorziening, autovergoeding en dergelijke kwijt. Maar er doemden zoveel dingen op, er kwamen zulke golven werk op me af. Mijn ouders zijn vijftien keren banger geweest dan ik. Per slot van rekening bestond in Nederland het beroep van wijnschrijver niet. Hard werken werd bittere noodzaak. Ik ging echt dag en nacht aan de gang...". "En op een gegeven moment ontdekte je dat er rekening met je werd gehouden..." "Ja, maar toen was ik al een heel eind als fulltimer op weg. In de tijd dat ik nog op het reclamebureau werkte, kreeg ik het idee een boek te wijden aan de grote chateaux, de grand cru's van Bordeaux. Ik dacht: het is toch dwaasheid dat er over die bero.emde chateaux geen boek bestaat. Ik zélf had graag zon boek willen hebben. En met mij, zo peinsde ik, vast heel wat andere mensen. Drie jaren heb ik met dat idee bij uitgevers geleurd. Eindelijk zag een dochter van 1 let Spectrum er wat in. Ik heb het in betrekkelijk korte tijd geschreven. Het was bij voorbaat al aan Engeland en aan Amerika verkocht. Dat was de enige kans om dat griezelig kostbare project van de grond te tillen. In 1975 is het in Nederland en tegelijkertijd in Engeland en in Amerika verschenen. Pas in 1979 of in 1980 in Frankrijk. Ja..dat heeft lang geduurd". „Dat boek vormde de grote do« braak. Je laatste monnikenwet speelde zich af in Spanje, in de Ri ja-streek...". „Ja...eh...als je mensen in je omg ving vertelt dat je weer eens op pi gaat, krijg je bijna te horen: pretl S ge vakantie! Ze hebben er geen b nul van dat je héél hard gaat we ken. Ik heb net tien dagen Bourgoi ne achter de rug. Dat betekent d ik, zoals altijd, tevoren schriftelij met tientallen wijnbouwers afspfl ken heb gemaakt, heb laten wetf waaróm ik kwam, hoe laat ik art veerde en weer vertrok. Net e£ spoorboekje. Dan sta je uiterli negen uur in de morgen in de eers kelder, heb je kwart over negen ' eerste wijn in je mond en dat & dan, met anderhalf uur middagpal ze, door tot zeven, acht uur in <■ avond. Het is ontstellend hard we ken. Je moet een aantal dingen t( gelijk doen. Observeren hoe het b' drijf in elkaar zit, of het ook schoo is, hoe er gewerkt wordt, vel richte vragen stellen, de wijn zo cc lijk en perfect mogelijk proevei Ondanks soms moeilijke omstal digheden. Lummelige glazen waa \ uit je proeven moet. storend lavva als de man maar door blijft pi ijskoude kelder....Je moet leesbal g, notities maken en vaak ook nC d proberen goede foto's te schi In de avonduren vervolgens je aa( d tekeningen uitwerken en dm. die je nog niet genoteerd hebt al e nog opschrijven...". n ,Je voelt je als een arrivé nu?". <: „Neen,...oh neen! Ik heb De Grol X, Wijnen van de Bourgogne geschil ven. Daar zijn in vier talen mee . dan honderdduizend exemplare t van verkocht. Het ligt ook overal i 1 [ de Bourgogne te koop. Maar er zij | nog steeds domeinen waar je nv- ( binnenkomt. Ook ik niet. Ze bil t ken niet geïnteresseerd. Of als I i binnen bént. krijg je niets te proe < ven. Men zegt wel eens dat Schol | ten en Nederlanders zuinig zijn I maar de Bourgondiërs steken waal ; schijnlijk iedereen naar de kroon ' Zeker in de C'ótc d'Or. Dan moet i' vragen: mag ik een fles wijn van l kopen? Je ziet dan dat het ze pij' doet een flesje open te trekken ofl je te laten proeven. Ik denk dan we eens dat, als ik weer weg ben, Z' vlug wat wijn uit het vat pakken, il de fles gooien en de kurk met efl nieuwe capsule er weer op bev esfl gen. Heel duidelijk dus dat ik niel arrivé ben. Integendeel, ik moet ge' woon hard mijn best blijven doen Wat er nu aan boek-ideeén ligt. vef' schaft mij drie tot vijf jare' werk....". ,Je bent een heel andere figuur dal Pieter Taselaar". "Pieter is een goede vriend. We kennen elkaar al heel lang. Ik denk dat ik Pieter mede gestimuleerd het1 om over wijn te gaan schrijven. Ee)1 van die eerste uitingen gebeurde 'm een tijdschrift dat ik ooit geredi' geerd heb. Ik heb hem ook aanbevolen heel zorgvuldig notities bij te houden van alles wat hij meemaakte en proefde". „Die notities zijn op een gegeven moment toch niet veel meer waard?". „Eh...ja...soms. Ik heb natuurlijk een gigantisch archief. Twaalfhonderd chateaux van de Bordeaux bijvoorbeeld. Een map per chateau- En verder van alle belangrijke domeinen in de Bourgogne, in de Loire-regio en van alle Bodega's in de Rioja-streek. Het archief loopt weliswaar een beetje achter, maar ik kan binnen zestig seconden gegevens over x-duizencl domeinen en chateaux pakken. Ik weet precies waar het zit". „Is er één wijn die je boven alles prefereert?". „Neen. wijn en monogamie zijn elkaars volstrekte tegenpolen. Het aardige van wijn is dat. als je een beetje de weg weet, je op maat kunt kiezen bij stemming, gezelschap, gerecht, moment. Wijn is bovendien gezond. Over de gezonde aspecten van wijn zijn bibliotheken volgeschreven. Het is wonderlijk dat in onze van gezondheid doordrenkte maatschappij het gezonde van wijn drinken niet voldoende in beeld komt. Terwijl er juist zoveel documentatie bestaat over positieve werkingen van wijn. Ik geloof dat niet alle mensen, in Nederland althans, mentaal accepteren kunnen dat iets erg gezond is en tegelijkertijd erg lekker. Dat je er, herstellende zélfs, van genieten kunt ". ---