sport Voetbalclub RFC belde paar weken te laat Frans Maassen, demarrage in plaats van voorzet I een jaar of' vijf. zes geleden het ■tuur van RFC een paar weken K'der had gebeld om hem te bewe,' van Haelen naar de toenmalige pfdklasser uit Roermond te köln. was Frans Maassen waarf'jnlijk niet eens wielrenner geiden. stap van eén vierde klasser naar 0 hoogste regionen van de ama- M'voetbalsport is weliswaar geen fantie, dat vervolgens een prof'b belangstelling toont, maar de |kspoot uit Haelen had wél talent. !| z'n zestiende stond hij al in het 'ste elftal. Bovendien, de overdrijving naar een grotere club hetende alweer een stap verder naar • \ t'iwezenlijking van een jongen- Ijeaal. Creativiteit en balvaardig- Id waren echter al zó vaak door tenstanders de grond ingeboord, (t Maassen zijn aspiraties voor een ppbaan als voetballer steeds min?l za« zitten. 'Sorry', zei ik tegen de tnsen van RFC, 'maar ik heb een kar dagen geleden m'n licentie ger|gen om te kunnen koersen. Een jdividuele sport boeit me meer.' lans Maassen heeft geen jaren no(g gehad om zich in de kijker te rij-ii. Dat laatste wil uiteindelijk dereen. Duizenden voor wie aanampen al een topprestatie is roe'n weliswaar, dat zij het allemaal >or hun plezier doen. maar in het -loton is de ambitie beslist groter ar> de meeste individuele resulta- II -n. Zeg nou zelf. wie wil niet de *ste zijn? Wie droomt als nieuweng. junior en amateur niet van een zonder op dat moment [ellicht te beseffen, dat ook dan pder jaar opnieuw de selectieprocepre. voortgaat. |A»ijn doorbraak naar de beroepsnneis heeft weliswaar niet lang op 'Cri laten wachten", zegt Maassen, ■'naar feitelijk was toch mijn laatste j'a' als amateur, 1986. het seizoen daarin ik mij pas volledig aan de v'elersport overgaf. Eerst had ik j 9 n Atheneum moeten afmaken en was het in mijn be- SlnPeriode als renner ook nog een ,VV(>*tie van schakelen, stuurvaar- Mgheid opdoen, conditie-opbouw tn ga zo maar door." paassen leerde blijkbaar snel, want 'adat hij eerst voor een paar andere ,"('gen was uitgekomen nam Piet "°ekstra hem op in het Batavus- Varn. Daarin reed hij veel interna'"nale wedstrijden, zoals Ronde an Zweden. Tour de I'Avenir en ''leer van dat soort. Het seizoen was o°B lang niet afgelopen toen Jan naas hem vroeg' om in zijn ploeg, wof te worden. '•lr> een Antwerps hotel heb ik voor UperConfex getekend en op 1 ja- U|ari vorig jaar was ik beroepsren(- I e'- Een paar weken geleden werd, et dienstverband verlengd tot ein^ • e 1991. Raas is tevreden over mij J} ik vind hem een geweldige |w°egleider. Waarom dan uit elkaar Maan?" I e hand van de chef d'equipe in de "oopbaan van Frans Maassen is .„'cntbaar vanaf het moment, dat de prof werd. jjAls Raas vertelt over zijn loopbaan, (~°et: hij dat niet om nog eens aan het tijdperk van hemzelf hernnerd te worden. Je moet in die IgS.enblikken goed luisteren en be- Rijpen, dat er veel meer achterzit HAELEN - Hij droomde van een carrière als profvoetballer, maar hij werd wielrenner. Op 23-jarige leeftijd debuteert Frans Maassen in de Tour de France. „Ik ga om te leren en ik hoop in Parijs aan te komen", haalt de tweedejaarsprof uit Haelen een cliché voor de dag. „In onze ploeg draait het om Rolf Gölz en Jean-Paul van Poppel. ' ene moet in het klassement een behoorlijke rol kunnen ,-len; de ander is troef in de massasprints." dan de anecdote of het tactisch plan waarover hij het heeft. Hij geeft je een tip, die je altijd van pas komt." Meteen herinnert Maassen zich een voorval waaruit blijkt, dat hij de goeie leermeester heeft. „Raas", zegt hij. „is nooit een klimmer geweest. Hij reed de Tour niet eens zó vaak uit, maar als wereldkampioen en winnaar van wie weet hoeveel klassiekers had hij wél eerst de nodige etappes op zijn naam geschreven. Hij droeg ook alle eretricots, die er in de Ronde van Frankrijk te verdienen waren. Een poosje geleden, toen wij 's avonds na een etappe in een of andere wedstrijd aan tafel zaten, heeft hij ons verteld hoe hij eens de bolletjestrui van het bergklassement veroverde." Maassen grinnikt als hij terugdenkt aan de manier waarop zijn ploegleider destijds toesloeg. „Typisch Raas", zegt hij. „In de proloog van de bewuste Tour had men een heilinkje opgenomen, dat in aanmerking kwam voor het bergklassement. Niet de tijd over de hele afstand van de proloog kwam voor de bergrangschikking in aanmerking, maar alleen de eigenlijke beklimming. Raas had in het draaiboek waarschijnlijk als een van de weinigen die bepaling goed gelezen. Hij zei niets en reed op zijn gemak naaide helling waar hij vervolgens sprintend overheen trok. Resultaatbeste tijd in de beklimming en leider van het bergklassement. Publiciteit verzekerd." De waardering, die de tweedejaarsprof heeft voor zijn ploegleider wil overigens niet zeggen, dat er op een bepaald moment ook niet eens een verwensing over de lippen is gekomen. Zoals vorig jaar toen Raas besloot om Maassen niet op te nemen in de ploeg voor de Amstel Gold Race. „Man, dacht ik bij mezelf, waarom doe je me dit aan? Snap je dan niet, dat ik uitgerekend als kersverse beroepsrenner graag de klassieker wil rijen, die in Limburg plaatsvindt. Wel moest ik een dag later met een aantal ploegmakkers deelnemen aan de Tour de Vendée. Ik zal het nooit vergeten. Op weg van huis naar Frankrijk stapte ik in de buurt van Echt uit de auto met de bedoeling om even naar de doorkomst van de Amstel Gold Race te kijken. Het is bij een bedoeling gebleven. Toen ik het publiek en de eerste auto's van de karavaan zag heb ik me omgedraaid. Met een brok in m'n keel ben ik in de wagen gestapt en naar het hotel in Frankrijk gereden". Hij werd, herinnert hij zich, zevende in de Ronde van de Vendée. Naderhand heeft Frans Maassen begrepen waarom hij nog een jaar op zijn eerste optreden in de Nederlandse topkoers moest wachten. Kwestie van programmering; kwestie ook van mentale hardheid kweken. Het rennersvak is niet alleen slopend in de koers zelf; daar buiten is het niet anders. „Bovendien", zegt hij, „was ik het seizoen 1987 weliswaar goed begonnen, maar in Parijs-Nice, mijn eerste grote koers bij de profs, ging het beduidend minder. Dat was dus geen goeie binnenkomer. Ik heb naderhand ook weinig klassiekers gereden. Raas stippelde een ander programma voor mij uit. Enkele semiklassiekers en ook diverse rittenkoersen. Ik had werk genoeg, maar je bent jong en je wilt nog méér. Ambitie, hé. Na het Nederlands kampioenschap op de Slingerberg kwam ik weer echt in beeld." Ter herinnering somt Frans Maassen enkele klasseringen uit de tweede helft van 1987 op. Tweede in het Zwitserse Gippingen, waar Adrie van der Poel hem na meer dan 200 kilometer versloeg. Vervolgens rit winnaar in de Ronde van Denemarken. Ook eerste in een lastige koers rond het Vlaamse Meulebeke. Niet niks. Een goed optreden in de Ronde van lerland en een paar andere wedstrijden maakten het eerste profjaar tot een geslaagd iets. „Na de jaarwisseling is het met mij allemaal in een stroomversnelling geraakt", aldus Frans Maassen. ..Proloogzege in Bessèges; etappewinst in de Ronde van Valencia. Daarna zou ik Tirreno-Adratico en Milaan-Sanremo moeten rijden. Ik had me er veel van voorgesteld, maar ziekte dwarsboomde een en ander. Met enige vertraging vond ik het goeie ritme terug." De resultaten gaven Frans Maassen steeds meer het gevoel, dat een Tourselectie nabij was. Uitstekend optreden in zwaar meetellende rittenkoersen als Ronde van Romandie en Dauphiné Libéré, waarin hij telkenmale een etappe op zijn naam schreef, onderstreepten de verwachtingen. „Tussendoor won ik ook nog een zware koers over 200 kilometer in het Belgische Couvin. donderdag jongstleden nog gevolgd door de wedstrijd in Heusden/Zolder", zegt hij. „In de Ronde van Romandië had Raas me overigens al te verstaan gegeven, dat ik met een plaats in de Tour rekening moest houden. Definitief werd het tijdens de Dauphiné Libéré." practisch zeker van uitverkiezing bent. maar je gelooft het toch pas echt als je aangeduid bent. „Vergeet niet, dat wij een ploeg van twintig man hebben. Negen daarvan krijgen de Tour op het programma. In de laatste weken voor het evenement moetje natuurlijk uitje hoofd zetten, dat ziekte of een val nog roet in het eten kunnen gooien. Als je met zon gedachte blijft rondrijden zul je zien, dat het op een bepaald moment ook echt fout gaat." Allicht was hij blij. Je weet, dat je Angst voor het hooggebergte? „In de Dauphiné Libéré krijg je dezelfde Alpencols voor de wielen als in de Tour, waarmee ik niet wil beweren, dat ik een klimmer ben. Verre daarvan. Achteraf ben ik blij, dat ik als amateur al de Ronde van de Toekomst heb gereden." „Overigens, een paar jaar geleden, toen ik nog nog nooit op een racefiets had gezeten, was ik met een stel vrienden in Frankrijk om naar de doorkomst van de Tourkaravaan te kijken. Op de Joux Plane, in de etappe naar Morzine, heb ik Lubberding nog een flink stuk geduwd. Moet je nagaan. Het is slechts een paar jaar geleden. Nu ben ik opeens collega van hem en van alle anderen waarvan ik als jongen de handtekeningen verzamelde. Over een paar dagen ben ik misschien in de zevende hemel als iemand mij op een van de Alpen- of Pyreneëenreuzen net als ik destijd Lubberding een zetje geelt." ■ ______ Poor piel 'erheesen • Fraris Maasse7i: ,JVa de jaarwisseling is het allemaal in een stroomversnelling geraakt". Foto: WIDDERSHOVEN --- Lang vóór Happart schreef Voerenaar Marcel Kerff geschiedenis DE vergetem Tourheld door bennie ceulen ■GRAVENVOEREN - Precies ijfentachtig jaar geleden erkte Henri Desgranges, de oofdredacteur van de toenmage Franse sportkrant I'Auto, et idee uit van zijn rechterand Géo Lefèvre. De geboorte an de Tour de France werd op >e eerste rittenwedstrijd in de nog jonge wielergeschiedenis omvatte zes monsteretappes. Het was het tijdperk van de heroïek. Slechte wegen, loodzware fietsen zonder versnellingsapparaten, geen volgauto's met reservemateriaal, geen gereserveerde hotels en vrijwel geen verzorging. De renners, die toentertijd als onwezenlijke supermensen beschreven werden, waren volledig op zichzelf aangewezen. De Fransman Maurice Garin won de eerste editie van de Ronde van Frankrijk. In het eindklassement van die memorabele Tour eindigde ook een Belg in de voorste gelederen: Marcel Kerfl uit het op een boogscheut afstand van Eijsden gelegen grensplaatsje 's Gravenvoeren. Marcel Kerff finishte als zesde. Een ereplaats, die in het oertijdperk van het cyclisme van grote betekenis was. Niettemin hebben de Belgische scribenten in hun Tourverhalen nooit of te nimmer aandacht aan de voormalige wielerheld uit de woonplaats van de omstreden José Happart besteed. Getipt door de in 's Gravenvoeren wonende Nederlandse kunstschilder Rob Brouwers, vond het Limburgs Dagblad het de moeite waard om ter gelegenheid van de 75e uitgave van la Grande Boucle de eerste Belgische Tourpionier uit de vergetelheid te halen. Rob Brouwers (47), ooit een verdienstelijk amateurrenner van Toer- en Wielerclub Maastricht, verdiept zich sinds jaar en dag in de geschiedenis van het in de taalstrijd verwikkelde kerkdorpje 's Gravenvoeren. Sinds geruime tijd heeft vooral Marcel Kerff zijn aandacht. „Voeren mag trots zijn op Marcel Kerff. Hij was immers de bestgeklasseerde Belg in de eerste Tour de France," vertelt Rob Brouwers. „Het is helaas jammer, dat Marcel Kerff in België helemaal vergeten is. Met uitzondering van de Voerenaren is bijna niemand in ons land op de hoogte van Kerffs Tourverleden. Dat betreur ik. Sinds mijn jeugd heb ik me altijd voor zijn prestaties geïnteresseerd. Zesde in de eerste Tour de France. Dat resultaat heeft me altijd enorm aangesproken." Hoewel in wielerarchieven vrijwel niets over Marcel Kerff is terug te vinden, heeft Rob Brouwers in de loop der jaren wat documentatiemateriaal over de vergeten Tourheid bij elkaar weten te sprokkelen. „Het heeft me ontzettend veel moeite gekost om een en ander over Marcel Kerff aan de weet te komen. Zelfs zijn familie, die nog nog steeds in de Voerstreek woont, kon me niet helpen. Het meest weet ik eigenlijk van mijn grootmoeder. Zij was een generatiegenote van Marcel, wiens broer Charel ook een verdienstelijk coureur was. Beide renners kwamen uit een gezin van tien kinderen. Mijn grootmoeder, Clémentine Jongen, baatte vroeger een café in het dorp uit. Daar kwamen de Kerffsen veel over de vloer. Marcel en Charel dronken altijd melk. Beiden gingen voor hun moeder met de fiets altijd naar Maastricht om haringen te kopen. Een van hun geliefde trainingstochten was met manden vol vlees, gemonteerd voor en achter op hun fietsen, naar de Hallen in Parijs te rijden. Na één overnachting fietsten ze vervolgens terug naar Voeren. Charel schonk mijn grootmoeder zelfs een keer zijn in Berlijn gewonnen zegebloemen. Laurent Rutten. die de Kerffsen ook goed heeft gekend, vertelde me ooit, dat Marcel een lange, houterige man met slingerarmen was." Rob Brouwers steekt zijn bewondering voor de gebroeders Kerff niet onder stoelen of banken. „Ik vind het geweldig, dat eindelijk een krant een verhaal over Marcel Kerff publiceert. Dat is nog nóóit gebeurd. Nu komen de mensen gelukkig te weten, dat de eerste Belgische Tourheid een Voerenaar was. Maar Charel Kerff was ook een heel goeie coureur. In 1901 werd hij zelfs kampioen van België honderd kilometer met gangmaking. In datzelfde jaar eindigde hij als zevende in de monsterklassieker Parijs-Brest-Parijs. En Charel was zelfs de eerste Belgische renner die naar Amerika ging om deel te nemen aan de zesdaagse van New Vork. Aan de carrière van Charel Kerff kwam in 1902 echter een tragisch einde. Met zijn broer Marcel was hij in de klassieker Marseille-Parijs, eigenlijk de voorloper van de Tour de France, over liefst twaalfhonderd kilometer van start gegaan. Het was die dag erbarmelijk slecht weer. Wat er precies met Charel in de helletocht gebeurd is, is nooit duidelijk geworden. Wel is bekend, dat Charel bij de laatste controlepost in de voorste gelederen passeerde. Daarna is hij in een verlaten streek dood langs de weg gevonden. De officiële versie luidde, dat zijn dood het gevolg was van een bloedstolling wegens de ijzige kou. Marcel, die als vijfde geëindigd was, kreeg na afloop pas te horen dat zijn broer gestorven was." Volgens de overlevering had de dood van Charel Kerff een andere oorzaak. Brouwers: „Charel zou, op het moment dat hij koploper Lucien Lesna dreigde in te halen, door chauvinistische Franse supporters van de fiets zijn getrokken en dood geslagen. Dergelijke aanslagen waren in de oertijd van de wielersport geen zeldzaamheid. Het is dus niet onmogelijk, dat Charel Kerff zo aan zijn einde is gekomen. Overigens beweerden boze tongen ook. dat hij als gevolg van dopinggebruik dood van zijn fiets was gevallen. Nu nog weet niemand de juiste oorzaak." De mysterieuze dood van zijn oudere broer was voor Marcel Kerff daarentegen geen aanleiding om het metier vaarwel te zeggen. „Marcel Kerff startte één jaar later in de eerste Tour de France," weet Rob Brouwers. „Zes etappes kregen de zestig deelnemers voor de wielen geschoven. In totaal bijna vijfentwintighonderd kilometer. De langste rit. Panjs-Lyon. was liefst vierhonderdzevenenzestig kilometer lang. Onmenselijke afstanden, zeker voor die tijd. De renners moesten zelfs in het donker de hele nacht doorploeteren om de finish te bereiken. Onvoorstelbare taferelen moeten zich in die tijd hebben afgespeeld. De koers werd gecontroleerd door commissarissen, die het te volgen traject gedeeltelijk met de fiets, de trein ofwel in een zeldzame automobiel volgden. Het verloop van de rit werd via telegrammen doorgeseind." Maurice Garin ging als eerste triomfator van de Tornde France de geschiedenis in. „Garin had in de eindstand bijna drie uur voorsprong op Lucien Pottier. Derde werd Fernand Augereau, vierde Rodolfo Muller, vijfde Jean Fischer. Onze moedige Marcel Kerff eindigde als eerste Belg in zesde stelling. Een geweldige prestatie, want de buitenlanders waren enorm benadeeld ten opzichte van de Fransen, die toen al in merkenteams waren opgenomen. Een 'isolé' als Marcel Kerff moest alles in zijn eentje klaren." Volgens Rob Brouwers verdiende Marcel Kerff 400 Franse franks aan zijn eerste en naar later bleek enige Touravontuur. „Marcel Kerff moet nadien niet lang meer gefietst hebben. Zijn naam is nergens meer in uitslagenlijsten terug te vinden. Wel weet ik. dat hij na zijn wielerloopbaan als bode werkte op het kasteel van graaf de Secilion in Teuven. Evenals zijn broer Ct kwam ook Marcel op tragische wijze om het leven. Hij werd bij het uitbreken van de eerste Wereldoorlog in Moelingen door de Duitsers vermoord." Rob Brouwers vertelt, dat Marcel Kerff ondanks waarschuwingen van dorpsgenoten op 7 augustus 1914 uit nieuwsgierigheid met zijn motorfiets poolshoogte ging nemen bij het in Moelingen geplaatste kampement van het Duitse leger. „Onze dorpsheid ke> nooit meer terug naar 's Gravenvoeren. Blijkbaar dacht van spionage werd Marcel als onschuldige burger door de Duitsers opgehangen. Eenjaar later werd hij samen met enkele andere streekgenoten in een massagraf langs de weg Eijsden-Battice teruggevonden. Ter herinnering werd langs dezelfde weg ter hoogte van het kruispunt Withuis-Berneau en 's Gravenvoeren-Moelingen een monument opgericht. Dagelijks passeren vele wielrenners en trimmers het betonnen kruis. Vrijwel niemand weet echter, dat het monument de enige tastbare herinnering aan de eerste Belgische Tourpionier is." Wellicht haalt deze reportage Voerenaar Marcel Kerff eindelijk uit de vergetelheid. „Hij heeft het beslist verdiend," vindt Rob Brouwers. I 1 • Van Marcel Kerff is geen foto te achterhalen. 'Wel van diens broer Cliarel. die in de wedstrijd Marseille-Parijs op mysterieuze wijze om het leven kwam. Foto's: PETER DEJONG • Rob Brouwers poseert voor het ter ere van onder andere Marcel Kerff opgerichte monument langs de rijksweg Eijsden-Battice. Inzet: de inscriptie van de op 7 augustus 1914 door Duitse militairen opgehangen Tourtrots van 's Gravenvoeren. ---