(Advertentie) (Ingez. Med.) VOCHT EN TOCHT SPANNEN SAMEN ?llnA_-h', '.even ondragelijk te maken. Maar als u Akkers Kloosterbalsem In huls hebt behoeft U geen vocht ol tocht te vre.ea. Wrl|f bij bet eerste optreden van spierpijn, stramheid ol rheumatlek Uw spieren met de heerlijk verwarmende en diep dooidringende Akkers Kloosterbalsem, het Ideale middel waarvan al drie geslachten h-ÏÏÜÜV -P""-500* xo *oed'- °<* -'s wond balsem bl| mij- en twandwoodeu zuiverend. ontS«WM«a M •EatMWt aaawammm, (Advertentie) (Ingez. Med.) LorvilOi-ETE. - WöNinar-iri^icrfTiMS-. /+p/*K>je. MoatLLtr-l. G-cjuuCiqrieußÓPLtlh 35 --- Grote veranderingen op til tussen Akkrum en Grouw Met een kanaal graven alleen is men er niet tj et nieuwe kanaal, dat dit jaar gejn reed zal komen, zal niet alleen voor de schipperij grote veranderingen brengen — die in dit geval even zovele verbeteringen zijn —, ook de landgebruikers en het wegverkeer zijn er zeer nauw bij betrokken. Vooral daar, waar niet volstaan kon worden met de verbetering van het bestaande kanaal, doch waar een nieuw vaarwater moest worden gegraven: ten Zuiden van Leeuwarden, tussen het Pikmeer en Oudesohouw en bij Lemmer, om enkele te noemen. Dat bij Lemmer een boerderij in haar geheel moest worden verplaatst, wijst er al op, dat het gravef van een nieuw kanaal méér inhoudt dan enkel het baggeren van een brede sleuf en het bouwen van een paar bruggen. Dat merkt men ook In het gebied tussen Aikkrum en Grouw. Toen indertijd beaan te leggen tussen sloten werd, een weg de beide dorpen (d.w.z. Nes—Grouw), die niet alleen de wegverbinding tot 'n minimum zou bekortfti. maar ook — en vooral — de boerderijen i/n dit gebied uit hun isolement zou verlossen, zal men waarschijnlijk niet bevroed kunnen hebben, dat deze weg dertig jaar later door een breed vaarwater in tweeën gesneden zou worden. Toch zijn de gebruikers van deze, dwars door het om zn rijke planten- en vogelwereld bekende Bokkumermeer aangelegde weg er nog niet het slechts aan toe: de verbinding bleef Intact, doordat er een vlotbrug over het kanaal werd gelegd, die straks — en dan wordt het natuurlijk even anders — door een pont vervangen zal worden. Groter nadeel berokkende het nieuwe kanaal aan de boeren in het Waterschap „De Leppedijk", die hun verbindingsweg doormidden gesneden zagen zonder dat er een brug of pont kwam. De boerderijen, die tussen Akkrum en het station Grouw lagen, waren ten tijde van de aanleg van de Oostelijker liggende weg Nes—Grouw alleen te bereiken langs de oude modderige Leppedijk. Toen naderhand een waterschap werd opgericht, dat de naam van de dijk kreeg, werd de weg verhard en kwam er een verbinding tot stand tussen de kom van het dorp Akkrum en de weg Grouw—Irnsuin, ten Westen van het station. Het was niet — zoals het schematisch opgezette kaartje, dat men hierbij aantreft, misschien zou doen vermoeden — een weg, die rechtuit-recht aan liep, maar een vrij kronkelig geval, dat zo veel mogelijk boerderijen „aandeed". Maar dat hinderde niet: zowel de op Grouw als de op Akkrum georiënteerde boeren waren er mee geholpen. Tot het nieuwe kanaal kwam.... Er is evenwel uitzicht op verbetering, zowel voor de gebruikers van de weg Nes—JGrouw als voor die van de weg door het waterschap. De beide wegen ten Zuiden van het nieuwe kanaal zullen nl. worden aangesloten op de verkeersbrug, die naast de spoorbrug wordt gebouwd in afwachting van het gereedkomen van de weg Barrahuis—station Grouw—overweg Akkrum. Bij het gehucht Birstum is men al begonnen met het maken van de zijtak naar het bruggencomplex. Het nieuwe weggedeelte door het waterschap Leppedijk zal door een viaduct onder de spoorbrug worden doorgeleid en zo op de grote verkeersweg aansluiten. Daarmee zullen dus in de toekomst beide wegen hun betekenis behouden. Dat wil zeggen, dat ook de natuurliefhebber, die deze contreie had leren waarderen om zijn wijwe verten, in het Westen afgesloten door de markante bomenrij van de rijksstraatweg en met in het Oosten de wolk van zeilen op Pikmeer, Eeën en Zijlroede, aan zijn trekken zal kunnen blijven komen. --- In ieder nieuw huis nu badgelegenheid Nieuwe voorschriften voor bouw van woningen met Rijkssteun De minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting heeft bij beschikking van 17 Februari nieuwe voorschriften en wenken uitgevaardigd voor het ontwerpen van woningen. De voorschriften gelden voor alle woningbouwplannen, waarvoor rykssteun, hetzii op grond van de woningwet, hetzij op grond van de premieregeling voor particuliere woningbouw, wordt gevraagd. Bij de beoordeling van herbouwplannen behoeven de voorschriften echter niet te worden aangelegd. In tegenstelling met de oude regeling wordt de minimale grootte der te bouwen woningen rtiet meer aangegeven In kubieke meters, maar uitsluitend in vlaktematen. Zo wordt voor een woning voor drie personen voorgeschreven een oppervlakte der woonvertrekken (woonkamer, keuken, slaapkamers) van tenminste 34 m». De woonkamer moet in dat geval ten minste 15 m». zijn, de keuken vier m'„ de slaapkamers veertien m». Van een woning voor vier personen moet het woonvertrek tenminste zestien m». zijn. Voor slaapkamers van echtparen is in het algemeen een minimum netto-oppervlakte voorgeschreven van 9.5 m., met een breedte van tenminste 2.60 m. Voor een eenpersoons slaapkamer is dit 4.5 m». met een breedte van tenminste 1.70 m. Voor woningen voor bejaarden gelden enigszins afwijkende maten. --- Badgelegenheid ledere woning moet zijn voorzien van een ruimte, waarin een badgelegenheid kan worden ingericht, tenzij aansluiting op de waterleiding voor afzienbare tijd niet mogelijk is. Verder zijn er voorschriften omtrent breedte van woonvertrekken, afmeting douchecel, aantal kasten en overige bergruimten, baleons, enz. Naast deze voorschriften is een aantal wenken opgenomen ter voorlichting van ontwerpers. De nieuwe voorschriften betekenen geen inbreuk op de bepalingen van de bouwverordeningen. Deze blijven onverzwakt van kracH. Waar evenwel de rijksvoorschrlften boven de eisen van de bouwverordening uitgaan, zijn de rijksvoorschrlften bindend. --- De helft van ons land Immers van de totale oppervlakte, bij land- en tuinbouw in gebruik, wordt in Nederland meer dan de helft — plm. 1.300.000 hectare — ingenomen door blijvend grasland. Rekent men daarbij nog de plaats, die het gras Inneemt bij de voetbalvelden — het zorgt voor een fluweelzacht, veerkrachtig oppervlak — in parken en tuinen en langs wegen, dan is de conclusie gewettigd, dat zeker de helft van ons land met het groene gras bedekt is. En welk een profijt levert ons het nederige gras! Een groot deel van onze cultuurgrond is niet geschikt voor akkerbouw, omdat het te laag ligt. De waterstand is te hoog, zodat het land alleen als weiland kan worden gebruikt. De taak, die het gras in onze nationale economie vervult, is dus niet gering. In de zomermaanden leeft onze grote veestapel uitsluitend van gras. Een half jaar lang vindt het vee in de uitgestrekte weilanden volop voedsel. Het vindt het malse voorjaarsgroen zo lekker, dat het er soms in het begin te veel van eet. Dit kan leiden tot voedselstoornlssen en in erge gevallen zelfs tot sterfgevallen. --- Economische waarde van gras Voorzichtigheid bij de overgang van het droge stalvoer naar het malse, maar waterrijke groen, is daarom gewenst. De boeren weten dat. Maar overigens is het gras een uitmuntend voer. Het doet de koeien glanzen en de uiers zwellen tot ze tegen melktijd bijkans lijken te bersten. In de wei geven de dieren dan ook de meeste melk, soms wel veertig liter per dag. Zeker tweederde ven de gehele melkproductie van ons land, die meer dan vijfduizend millioen liter per jaar bedraagt en weer op het vooroorlogse peil is gekomen, wordt verkregen in de maanden, dat de koeien buiten lopen. _. Het grootste deel van onze melk, boter en kaas hebben wij dus aan het gras te danken. En stellig kan dit ook van het (rund- en schapen-) vlees worden gezegd. Koeien, bestemd voor de vetweiderij, die mager als scharminkels het land ingaan, kent ge na enkele maanden niet meer terug. De huid, die dor was, is glanzend geworden, de uitstekende botten zijn door vlees bedekt. De functie, die het grasland vervult bil de veevoeding, is hiermede nog niet ten einde. Want in de vorm van hooi en ingekuild gras levert het weiland bovendien het grootste deel van het voer voor de maanden, dat net vee op stnl st93t. Neen geen mens moet over het gras min denken! Het is ons nationale gewas bü uitstek. De buitenlanders benijden ons er om. „Gelukkige Hollanders, die zo gezegend fcijn", schreef vorig jaar de Engelse deskundige John Trunch. Want :undige medewerker) nergens, zo zegt hij, vindt men zulk prachtig weiland. Malse* weiden, die de gehele zomer groen blijven en dat jaar in, jaar uit. Overigens is er nog verschil tussen gras en gras. Bü de grassoorten zijn een groot aantal rassen en variëteiten. Geleerden in binnen- en buitenland maken hier al jarenlang studie van. Zij zoeken steeds naar betere soorten, die weinig halmen en zaadstengels vormen, maar daarentegen veel mals blad en een sterke zode geven. Dat zijn de soorten, die men in goed weiland gaarne ziet, de z.g. weidetypen. In Engeland, n.l. in Wales, is voor de studie van het grasland en van de grassen zelfs een afzonderlijk proefstation opgericht. Daar wordt o.a. geëxperimenteerd om te komen tot variëteiten, die ook in de wintermaanden goed doorgroeien. Zelfs de rust in de winter wordt het gras dus eigenlijk niet eens gegund.,.. --- Waarderende woorden over het emigratieverdrag Naar aanleiding van de dezer dagen ondertekende emigratie-overeenkomst tussen Australië en Nederland heeft de minister-president van Australië Robert Menzies een boodschap gericht aan dr. Drees, waarin hij zün voldoening uitspreekt over de voltooiing van de besprekingen. „Met groot genoegen zie ik de komst van Nederlanders naar Australië, welke uit deze overeenkomst zal voortvloeien, tegemoet. Nederlanders, die met zich meedragen die eigenschappen van persoonlijkheid en kennis, die zoveel goeds hebben gedaan in de vele andere delen van de wereld waarheen zij in het verleden zijn uitgekomen", aldus de heer menzies. Dr. Drees heeft hierop geantwoord dat de regering en het volk van Nederland het verlangen delen van de Australische gemeenschap naar nauwere betrekkingen tussen onze landen. „Ik ben er van overtuigd dat een goed opgezette en zorgvuldig uitgevoerde migratie-beweging van Nederland naar Australië van grote waarde zal zijn voor onze gemeenschappelijke sociale en economische belangen", aldus dr. Drees in zijn antwoord. --- Directeur „Een-Nul" is veroordeeld Hij stopt de uitgave niet. De kantonrechter te Den Haag heeft de directeur van de voetbalprijsvraag „Een-Nul", W. van der L., veroordeeld tot een boete van 1000 gulden subs. 60 dagen hechtenis en een gevangenisstraf van een maand voorwaardelijk. De eis was ƒ 2000 boete en een maand voorwaardelijk. In zijn vonnis overwoog de kantonrechter, dat men, om aan deze prijsvraag te kunnen deelnemen, een exemplaar van „Een-Nul" moet kopen. Daardoor wordt verhoging van de verkoop van „Een-Nul" bereikt en economisch voordeel beoogd. Onmiddellijk na de openbaarmaking van het vonnis van de kantonrechter heeft de heer Van der L. aangetekende brieven verzonden aan de ambtenaren van het O. M. bij alle kantongerechten en aan alle politiechefs in Nederland. Hij deelt hierin o. m. mee, dat zijn blad voortaan uitsluitend zal worden verkocht onder voorwaarde, dat de koper geacht wordt te hebben verklaard, dat hij gratis kan deelnemen aan de prijsvragen en dat hij in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad het organiseren van zijn voetbalprijsvraag en andere prijsvragen voort zal zetten. --- Landbouw en Veeteelt Het gras- ons nationale gewas Nederig maar belangrijk (Van een landbouw] Gelijk het gras is ons kortstondig leven". Welk een treffende versregel en tóch. hoe heeft de psalmdichter hier ongelijk gehad. Want het leven van de grasplanten is niet kortstondig. Het zou eerder eeuwig genoemd kunnen worden, want het gras is een taaie plant. Zelfs in de wintermaanden, ten minste bij zacht weer, staat de groei nimmer geheel stil. En zodra de zon wat meer warmte begint te geven, begint het gras opnieuw uit te lopen. Neen, het gras kan met recht oneindig worden genoemd. Want al grazen de koeien de hele zomer op dezelfde wei, steeds naarstig zoekend naar vers groen, het gras kan er tegen. Het kan er tegen, al wordt het voortdurend kortgeknabbeld. Of wanneer geregeld het gazon met een machine wordt kaal geschoren, zodat het als een effen groen tapijt de hulzen in de villaparken omzoomt. Het grasveld blijft daarbij jarenlang in stand, zonder dat het bfjgezaald behoeft te worden. --- RIJKSMUSEUM ONDERGAAT VELE EN NUTTIGE VERANDERINGEN Er komt een afdeling kunstnijverheid en sculptures J~\e plannen voor de definitieve inrichting *-^ van het Rijksmuseum te Amsterdam zijn thans nagenoeg gereed en met de uitvoering ervan kan worden begonnen. Mogelijk nog dit jaar, maar in ieder geval voor de opening van het internationale kunsthistorisch congres, dat in 1952 in ons land zal worden gehouden, zal het museum geheel zijn ingericht. Een hartewens van de hoofddirecteur, jhr. D. C. Roëtt, zal dan na zes jaren vervuld zijn. Nieuw in vergelijking met voor de oorlog is, dat er een studie-afdeling zal komen, die zal openstaan voor iedereen. Voorts komt er een aparte tentoonstellingsruimte en zal het accent minder zwaar op de schilderkunst worden gelegd, waardoor er gelegenheid komt de kunstnijverheid en het beeldhouwwerk meer naar voren te brengen. De heide binnenplaatsen zullen re^ectievelijk tot tentoonstellingsruimte en studie-afdeling worden ingericht. De tentoonstellingsruimte wordt ongeveer 40 bij 30 meter groot en zal onderverdeeld zijn in een grote zaal en een aantal daaromheen liggende kleinere zalen. De studie-afdeling is bedoeld als de opstelplaats van die . schilderijen, die aanvankelijk in de schilderijengalerij waren opgehangen, maar doordat zij niet tot de belangrijk*, werken behoren, daaruit zijn verdwenen- Voor de oorlog waren namelijk in het museum 900 schilderijen opgehangen. Dit aantal is in de definitieve opstelling teruggebracht tot 500. Hierdoor is het niveau van de schilderijen-expositie gestegen. Door deze schifting tussen het allerbeste en het minder belangrijke krijgt de kenner en werkelijk belangstellende, de gelegenheid tot het aanschouwen van de volledigheid. --- Kututnyverheid Een zeer belangrijke wijziging is de Inrichting van de afdeling kunstnijverheid en sculptures. omvattende meubelen, glas. porselein aarde- werk, zilver, textiel en bouwornamenten van de Middeleeuwen tot en met de achttiende eeuw. De kunstnijverheid zou door de vele aanwinsten wel wat in de klem kunnen komen, reden waarom een oplossing, in een andere dan voor de oorlog bestaande situatie, moest worden gezocht. Bij de nieuwe inrichting is er een chronologische opstelling, die de gehele bovenverdieping van de westelijke vleugel omvat en dan voortgaat door zalen van een deel der westelijke benedenverdieping. De westelijke benedenverdieping bevat voorts de nieuw ontworpen tentoonstellingszalen van het prentenkabinet een nieuw ontworpen aula met ruim 200 zitplaatsen en het restaurant, dat verbeterd zal worden. --- Ingezonden JEUGD EN NATUUR In het Zuiden van Huizum bij de Julianalaan Is een aardig plantsoen aangelegd. Wanneer men wil genieten van de natuur, kan men daar een mooie wandeling maken. Allerlei jonge heesters en boompjes zijn daar geplant en het grasveld is keurig aangelegd. Mettertijd wordt dat een mooi hoekje, waar verscheidene mensen even heen gaan en rondwandelen. Ook de Jeugd is daar sterk vertegenwoordigd. Maar wat nu zo jammer is: Jongens en meisjes vernielen de struiken en bomen, zondagmiddag zaten enkele knapen boven in de Jonge wllgeboompjes en rukten en scheurden hele takken er af. Zo blijft er niet veel van het mooie over. Dit Is toch zeker niet de bedoeling. Ligt hier geen taak voor gemeente of politie om hierop toe te zien? Ook de ouder» en opvoeders van de Jeugd kunnen de kinderen hierop wijzen. Wandelaar. --- IEDER ZIJN AANDEEL? Herhaaldelijk kan men tegenwoordig In de couranten lezen, dat de extra lasten, die de bewapening van de West-Europese Unie met zich meebrengt, door het gehele volk zullen moeten worden gedragen. Maar waarom moeten dan voor de militaire taak steeds weer dezelfde dienstplichtigen gebrui'.rt worden? Van ons, die bijna vier Jaren In dienst zijn geweest, waarvan ruim drie jaren In Indonesië, wordt nu weer gevraagd om voorlopig vier weken voor herhalingsoefeningen op te komen. Juist, nu we weer wat ingeburgerd zijn, moeten we er weer uitstappen. I» dat eerlijk? Waarom» neemt men nu niet eerst de Jongens die er tot dusver altijd vrij van gekomen zijn. zoals in mijn dorp bijna alle boerenzoons? Zijn die werkelijk zo onmisbaar, of is dit maar schijn? Het zou voor de eerlijke verdeling van de dienstpllchtlasten wel gewenst zijn, dat zrj, die tot nu toe vrij geweest zijn, ook eens aan beurt kwamen. Dienstplichtige --- 11-22-44 BEELDEN VAN EEN VOORBIJE TIJD iocn .. nummer 22. 3 Mei 1874 overleed Hiine m Oldeboorn, maar drie jaar eerder was zijn zoon Pieter Sijne Hofstra, die 4 \u"iistus 1846 was geboren, toegetreden tot de Schutterijen. Hij volgde de voetsporen van zijn vader en trok bij de loting (nu in de aemèènte Utingeradeel) nummer 44, ook een veelvoud van elf. In Akkrum werd deze Pieter Sijnes begraven. Zijn zoon, weer een Sijne Pieters. woont nu nog in Marrum. De familie Hofstra heeft dus niet zulke grote omzwervingen gemaakt als de loterijbriefjes, die zij eenmaal de hunne konden noemen. Bent u wel eens in het buitenland geweest? Hebt u wel eens op het meest onverwachte ogenblik — in de „métro" of in de ..underground" — Nederlands horen spreken? Zo ja, dan kunt u zich indenken, welk gevoel die Fries moet zijn bekropen, toen hij in hartje Londen — in White Chapel — de hiernaast gereproduceerde loterijbriefjes ontdekte. Hij kocht ze natuurlijk. Het zijn merkwaardige briefjes, niet alleen omdat ze in Londen terecht zijn gekomen — "een mens weet hoe — maar ook, omdat ze herinneringen opwekken aan een lang-voorbije tijd en omdat ze zulke merkwaardige nummers hebben. Het bovenste briefje is van Sijne Pieter Hofstra geweest, die in 1802 in Akkrum werd geboren en die bij de militie werd ingeschreven in 1821. Hij trok bij de loting nummer e1f.... In 1828 werd Sijne Pieter Hofstra, weer in de „grietenije" Utingeradeel ingeschreven voor de „Sqhutterijen". Hij trok --- Kunst „Adam in Ballingschap" Het is een verheugend verschilnsel, dat jonge tonelisten de kans krijgen om voor' de schooljeugd op te treden. Dit mes snijdt aan twee kanten; de spelers doen ervaring op en de jeugd geniet iets " ()('(i S Het onderwiistoneel ..De Gong" uit Den Haag is momenteel op tournee door het land met een voorstelling van Adam in Ballingschap In Sneek en Drachten hebben honderden leerlingen van Middelbare scholen ervan genoten. Wat ons bijzonder heeft gefrappeerd in deze opvoering, is de geraffineerde taal van Vader Vondel, met wie bitter weinigen onder de moderne toneelschrijvers zich op dit stuk kunnen meten. Dit betekent meteen een groot compliment aan de spelers. Men kan zich de dictie van df> verzen anders denken met name meer toegespitst op de klankweelde, maar de 9peelbaarheid van Adam is door ..De Gong." onafwijsbaar bewezsn. Van jeugdige stemmen kon men moeiliik beter verlangen; de coupures waren dan ook over 't algemeen hierop afgestemd, en juis1. waar aan de stemmen de allerhoogste eisen werden gesteld, in de Engelinfiguren. schoten de krachten nog wel eens te kort om de suggestie, i.e. van de hemelse sferen, op te roepen. Overieens had men hier op zeer bevredigende wijze de steun ingeroepen van vrouwe Musica. en wei door middel van Bach-platen: een gelukkig? vondst! Vol bewondering staan we tegenover Adam en Eva (resp. Koos Simonis en Corrie Weiert. Zij hebben t bestaan om de ieued te laten zien en horen, dat deze Vondel-fiaurp'n <"•"" verbeeWineen uit een vergaan en afgadaan tüdoerk zijn. maar -vp- -»t.i-» 1 als en bovendien indrukwekkender dan de mannen en vrouwen die de moderne stukken bevolken. Zo heeft een Vondel-opvoering zin. vooral voor de jeugd. De regie was sober, maar in haar soberheid van middelen volkomen doeltreffend. L. H. --- P. van der Meulen wordt volgende week 85 Initiatiefnemer F.P.C., 35 jaar voorzitter van blauwe N.V. Eén van de voormannen van de „blauwe beweging" in Friesland zal volgende week Zaterdag zijn 85ste verjaardag gedenken: de heer P. van der Meulen te Zeist, die 35 jaar lang landelijk voorzitter was van de blauwe N.V. en die in 1891 het initiatief nam tot de oprichting van de F.P.C. De heer Van der- Meulen — de vader van de tegenwoordige burgemeester van Leeuwarden — is inspecteur der directe belastingen geweest te Heerenveen, Tiel, Leeuwarden en Utrecht. De heer Van der Meulen trad al jong toe tot de blauwe beweging. Op 25--jarige leeftijd was hij reeds lid van het hoofdbestuur van de N.V. en zeven jaar later, in 1898, benoemde men hem tot landelijk voorzitter. Toen hij 67 jaar oud was, meende hij zijn functie in het belang van de vereniging aan een jongere kracht over te moeten dragen. De N.V. liet hem niet zonder meer gaan: in de 99ste algemene vergadering, die op 6 Augustus 1933 in Leeuwarden werd gehouden, is hij gehuldigd voor zijn werk in de N.V. en de F.P.C. — die op zijn initiatief werd opgericht en waarvan hij de eerste jaren (tot zijn vertrek naar Utrecht) secretaris was — en is hem een schilderij, dat de N.V. van haar scheidende voorzitter liet vervaardigen, aangeboden. De blauwe beweging heeft aan de heer Van der Meulen zeer veel te danken gehad. Niet alleen la mede door ztjn werk in Friesland een hechte geheelonthouders-organisatie opgebouwd — bij zijn afscheid in '33 telde Friesland 125 van de 343 afdelingen van de N.V. —, bovendien heeft hij als landelijk voorzitter de N.V. haar strijdvaardig karakter doen behouden en haar nationaal zowel als internationaal in hoog aanzien gebracht. De heer P. van der Meulen zoals Friesland hem jarenlang heeft gekend. Deze foto van de nu 85-jarige is genomen bij zijn afsoheid ah voorzitter van de N.V. in 1933. --- UIT ANDERE BLADEN De Engelse markt verwaarloosd? „P Ia 11 elan d s-P os V (Zelfstand. Handel en Industrie) verwacht een dras- tische vermindering van de veevoedersubsidies, géén volledige afschaffing, daar hierdoor te hevige reacties zouden ontstaan en de agrarische export in gevaar zou komen: Er is gedurende de laatste tijd bij de georganiseerde landbouw de neiging merkbaar geweest om de agrarische export meer en meer op Duitsland te oriënteren, en zich op dit gebied onafhankelijker van de Engelse markt te maken. Als oorzaak voor deze neiging werd aangevoerd het feit, dat vu Engels! zijde een prijzenpolitiek werd gevoerd welke de diverse leveranciers (Nederland, Denemarken, Canada) tegen elkander uitspeelde met het doel om de waardevolle producten van onze agrarische export ver beneden de kostprijs in handen te krijgen Ofschoon van handelszijde speciaan op het gebied van de eieren tegen een. dusdanige voorkeur voor de Duitse markt, en verwaarlozing van de Engelse, is gewaarschuwd, heeft de overheid toch deze weg gekozen. Thans blijkt, helaas tot schade van velen, hoe fufit deze waarschuwing is geweest en hoe kortzichtig degenen waren, die de eierhandel destijds dit tdvies kwalijk hebben genomen Het verarmde en verwoeste Duitsland is immers geen afnemer, waarop men bouwen kan. --- Toenadering A.R. en C.H.U. „T rou w" (a.r.) onderschrijft de In een chr. hist. blad geuite wens inzake samenspreking tussen A.R. en C.H.U.; beide partijen spruiten voort uit de beginselen van Groen van Prinsterer en zijn dus geest-, verwant; als niet het onmogelijke beproefd wordt, kan er iets goeds uit zulk een gesprek geboren worden: „Toen na de oorlog onderzocht is of, en in hoeverre er aan fusie, federatie of contact kon worden gewerkt, bleek zeer duidelijk dat velen in Chr. Hist. kring het verschil van sfeer en van mentaliteit in beide groepen een gewichtige belemmering achtten. In Chr. Hist. kring zijn er ook velen, die grote bezwaren hebben tegen bepaalde beschouwingen die in Anti-rev. kring bij velen worden gevonden. Wij denken b v. aan de door sommige Chr. Hist., somtijds zeer levendig voorgedragen bezwaren tegen het z.g. „neo-calvinisme.' Omgekeerd bestaan er in Anti-rev. kring bezwaren tegen principiële opvattingen van sommige vooraanstaande Chr.-Historlschen. Het probleem van de Ned. Herv. Kerk, de appreciatie van de huidige ontwikkeling in die Kerk, speelt ook een rol in de onderlinge verhouding, al ligt dit vraagstuk noch voor alle Anti-revolutlonnairen, noch voor alle Chr. Historischen gelijk." --- Een goede regering, een goed volk De „Chr. His t. Nederlander" verblijdt zich over de zeer gunstige voortgang van de actie van de N.C.R.V. („Haakin"), die ƒ 120.000 wil bijeenbrengen voor de aankoop van een gram radium, ten bate van de kankerbestrijding: „Wie zegt daar toch, dat ons volk nergens belangstelling meer voor heeft? Dat het niet meer weet wat burgerzin is? Dat het niet bereid zou zijn om te offeren? Wie naar de Haak-in-actie heeft geluisterd, wéét dat het anders is. Het was ontroerend, te horen, hoe de bedragen en bedragjes bij de N.C.R.V. onafgeboken binnenstroomden. Bijeengebracht door „kleine" mensen. Geofferd voor een goede zaak. En dan de wijze waarop! Neen, dit volk is niet verloren. Maar 't heeft een regering nodig, die bij ons volk de juiste snaar weet te treffen. Dan is het tot alles bereid." --- Florerend bedrijf op Borneo „Vrij Nederland" (onafh. progr.) heeft een gesprek gehad met de Zaandamse groot-lndustrleëel W. Bruynzeel, die in 1948—'47 in de bossen van Borneo de thans grootste zagerlj van Azië gesticht heeft; over de ontwikkeling zowel van zijn bedrijf als van de algemene situatie in Indonesië toonde deze eminente zakenman zich niet ontevreden: „Ik was er het laatst in Mei 1950. Wat heb ik me toen geërgerd aan het gebrek aan objectiviteit in de Nederlandse pers. Die eenzijdige voorlichting remt jonge Nederlanders hun kans te zoeken in Indonesië. Dat heb ik ook gezegd tegen de heer Djuanda, minister van Economische Zaken. Maar die antwoordde: „Als er nu een stroom van jonge Nederlanders zou arriveren, waren wij nog niet gereed die op te vangen. Dat komt later." Mijn stellige indruk is, dat de intellectuelen In Indonesië samenwerking met ons willen. Zij, tlie nu aan het bewind zijn, zijn in elk geval serieuze kerels, die het beste willen voor hun land. Wij moeten ophouden met uitsluitend te praten over fouten die zij maken en gemaakt hebben. Wat hebben wij niet voor fouten gemaakt. We moeten een open oog hebben voor de goede dingen die zij doen." --- Compliment voor de pers anno'51 In „E 1 s e v i e r • Weekblad" (11b.) accentueert Lodewljk van Deyssel de waarde van de journalistiek en noemt hij de grote journalist de stem van de maatschappij; zijn oordeel over de huidige bladen wijkt sterk af van dat van de meeste zijner leeftijdsgenoten: „Het peil der journalistiek in het algemeen, dat Is de hoedanigheid van het denken der schrijvers in dag- en weekbladen, lijkt mij thans aanmerkelijk hooger dan vijftig jaar en langer geleden, o.a. omdat de beste levende „letterkundigen" den laatsten tijd aan dag- en weekbladen medewerken, zoowel met dicht- als met prozrwerk. Ook de kennis van en de kijk op de onderwerpen, zoowel voor de politiek als voor de schoone kunsten, is gestegen. Sinds gerulmen tijd zijn b.v. als musicologen aan het woord specialiteiten, die door louter in andere afdeelingen der maatschappij arbeidende deskundigen — hetzij het componisten en uitvoerende musici, hetzij het historici en theoretici zijn — zeker niet overtroffen worden." --- HONDERD JAAR GELEDEN... - Door de werking van de twee stoomtuigen de Leeghwater en de Lynden is het water in het Haarlemmer-Mier in de afgeloopen maand Februanj 5 duim gedaald. Leeuwarder Courant. 2 Maart 1851. ---