Kerkelijke mutaties Ned. Herv. Kerk. Bedankt voor Harkema-Opeinde: F. H. Scheffer te Erichem en Asch. Geref. Kerken. Beroepen te Augustinusga-Surhuizum: G. Haaksma te Nieuw-Amsterdam; te Weesp: K. Smit te Voorschoten. Geref. Kerken (vrüffemaakt). Beroepen te Tiel-Zaltbommel: D. Noort te Drogeham. Chr. Geref. Kerken. Beroepen te Boskoop: G. J. Buys te Murmerwoude; te Urk: B. Bijleveld te Bussurn. Bedankt voor 's-Gravenzande: M- Vlietstra te Urnuiden; voor Schiedam: J. P. Geels te Haarlem. .............■■■■.—«.■■■.ttiiitiimmiiiii.ii.iiiiiiii --- RECHTER TIE --- PILOOT STORM -3771. David Lodge werd bijna binnen dezelfde sekonde uit de diepste ellende naar jubelende vreugde gestuwd. Met zijn bloeddorstige achtervolger zó dicht op de hielen, had hij reeds gemeend verloren te zijn, temeer daar het paralpistool slechis een tijdelyke bescherming bood. Maar nu was de situatie met één slag veranderd, want hy had zyn zuurstofhelm weer gevonden. Het lot had hem er bijna letterlijk met de neus op doen ploffen! Als een kostbaar relekwie pakte hij de transparante bol op en hiel deze op, zodat het water eruit liep. En inderdaad, dit was het simpele onderdeel van zijn uitrusting, dat het verschil tussen leven en dood voor hem had betekend! Nu zou hij zyn kosmische reis tot het onvermijdelijke einde kunnen volbrengen! Zover was het echter nog niet! Gedurende enkele ogenblikken was hij vergeten, waar hij zich bevond en dat het gevaar nu van twee kanten op hem loerde! --- Nieuws uit de kerken Paus: wat moet ik zeggen over geboorteregeling? Paus Paulus VI heeft voor zün reis naar New Vork voor het eerst een interview toegestaan aan een „wereldlüke" krant, het Milanese dagblad „Corriere della Sera". Over de kwestie van de geboorteregeling zei de paus: „De wereld vraagt zich af, wat wü ervan denken en wü hebben de plicht, een antwoord te geven. Maar wat? De kerk is in geen eeuwen voor dergelijke problemen gesteld. En het gaat over een materie, zouden we zeggen, die vreemd is voor de mannen van de kerk en zelfs menselijk verwarrend. Zo doende vergaderen de commissies en stapelen bergen rapporten zich op. Men studeert veel, zeker, maar daarna zullen wü moeten beslissen. En wü moeten alléén beslissen. Beslissen is niet zo gemakkelijk als bestuderen. Maar wij moeten iets zeggen. Hoe?... Het is waarlük nodig, dat God ons verlicht." Over interne strijd op het concilie: „Als die er was, zoals vele mensen zeggen, zou de paus zich erom bekommeren. Hij zou het duidelijk zeggen. Daarvoor is hij er." Over de Curie: „U kent allen de beschuldigingen van centralisme, van romanisme. Op het ogenblik krijgt het probleem zijn ware proporties. Een bezoek aan Rome is voldoende om te zien, dat de kerk veel beter „loopt" dan in het verleden en dat bepaalde tekorten niet dramatisch zijn." De kerk wordt niet meer beheerst door koningen en keizers en er bestaat geen nepotisme en simonie meer, aldus de paus. „Technische hervormingen zijn nodig om beter te kunnen werken. Er zullen persoonlijke wrijvingen zijn. Er zullen zich geen ernstige problemen voordoen. In het tegenovergestelde geval zullen wij er op bedacht zijn, die problemen te regelen." Over de oecumene: „Men moet zich geen illusies maken, maar de atmosfeer is veranderd." De paus herinnerde in dit verband aan de aanwezigheid van waarnemers van andere kerken op het concilie. Hij vertelde hoe eên Zwitserse waarnemer op hem was toegekomen en hem de hand toestekend had gezegd: „Bonjour, het is vijf eeuwen geleden, dat wij elkaar voor het laatst gezien hebben." Over kerk en staat in Italië: „leder moet op zijn eigen terrein blijven. Wij wensen, dat de Italianen hun experimenten in vrijheid voltrekken. Wij herhalen voortdurend tegenover onze priesters: „Vraagt niets, begeeft u niet op wegen, die de uwe niet zijn." --- Had de apostel Paulus ongelukkige liefde? „Volgens Age, onze dorpstheoloog, moet de apostel Paulus iets tegen de vrouw hebben gehad", zo vertelt ds. W. Wilman, hervormd predikant te Oudeschoot in „De kerkklok". „Age grondt deze mening op verschillende uitspraken van Paulus zelf. Hij voert daar de volgende bewijsgronden voor aan: 1 Cor. 7:1: het is goed voor een mens, niet aan een vrouw verbonden te zijn. 1 Cor. 7:29: laten zij, die een vrouw hebben, zijn als zonder vrouw. 1 Cor. 11:9: de man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man. Efeze 5:22: vrouwen, weest aan uw man onderdanig. Efeze 5:33: de vrouw moet ontzag hebben voor haar man. 1 Tim. 2:12: ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft, of gezag over de man heeft. In 2 Tim. 3:7 spreekt Paulus zelfs over vrouwtjes, die zich ten allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis ier waarheid te kunnen komen. Op grond van deze en meerdere uitspraken van Paulus komt Age tot zijn conclusie. Hy meent, dat Paulus, hóe knap deze overigens was, de vrouw niet gekend heeft. Had Paulus de vrouw gekend, zo redeneert Age, dan zou hij beseft hebben, dat h;j het onmogelüke van een vrouw vroeg, wanneer hy eiste, dat zy zou zwijgen in de gemeente. Bovendien is Paulus vrijgezel gebleven, hoewel hij een beetje spytig opmerkt, dat hij net zo goed als de andere apostelen het recht had getrouwd te zijn. Waarom is Paulus, zacht uitgedrukt, zo onvriendelijk gestemd tegen de vrouw, waarom is hij vrijgezel gebleven, heeft Age zich afgevraagd? Met zekerheid durft Age, onze dorpstheoloog, het niet te zeggen — goede theologen weten heel weinig met zekerheid te zeggen — maar Age vermoedt, dat Paulus een ongelukkige liefde gekend heeft met het gevolg, dat hy daardoor een beetje op Reintje de Vos is gaan gelijken, die de druiven te zuur vond. --- (Advertentie LM.) aB *W£__________g_t lextraee _______________________M__! --- (Advertentie LM.) --- (Advertentie LM.) Vlaams schrijver. Het speelt aan het einde van de oorlog in een dorp in het Belgisch-Nederlandse grensgebied. De hoofdfiguur, een vijftienjarige jongen die door de oorlog als het het ware tussen hamer en aambeeld wordt geplet, zit vol innerlijke spanning. (Marola Pocket. ai). --- BEAREND BAREBYT 71. It selskip folge Cochon troch de ünderierdske gongen. Ssst, flüstere Cochon, wy binne der sahwat Efter dy doar forgaderet Bjoety Bjinse mei syn staf. En dêr yn 'e gloppe njonken de doar sil Sterke Steven wol de wacht halde. Dat is net best, mompele Sikke Siker. Ik ken dy Sterke Steven. Hy wie eartiids havenarbeider op Boelensloane; sa sterk as in buffel. Lit üs hjirwei gean, flüstere Bleike, ik sykje leau'k mar in oar baentsje. Hum, brimde de baron, jo binne Ryk Landman net, wol? Dy woe ek hwat oars en doe is se by't Fryslan Toaniel weigien. Ik hoopje net dat jo my forgelykje mei de Heidepyk, snibbe Bleike, ik stean, tinkt my, op in oar niveau. Boppedat bin ik bang, en ik wol it rjocht hawwe om bang to wezen. Nou, brimde de baron, gean dan nei East Dutsklan, nei it lan fan Ulbricht, dan kinne jo alle dagen bang wêze. O ja, snibbe Bleike. Dy Ulbricht fait wier wol hwat ta. Fan'e wike dounse er to Leipzig noch mei in jongfaem. Mar hy dounse op syn léste fuotten, brimde de baron. Hawar, wy moatte sjen dat wy dy Sterke Steven mei in moai praetsje üt dy gloppe lokje. Steven, róp er, binne jo dêrre? Hwer sitte jo? Ik sit net, graude in swiere stim, ik stean. En ik stean jimme ek. It is forbean hjir to kommen. Dat witte wy wol, brimde de baron, mar wy meije jo dochs de groetnis wol oerbringe fan Piterom en Hiltjsemuoi? Piterom en Hiltsjemuoi? grommele de reus wantrouwich. Kenne jo dy dan? Wis al. sei de baron, Piterom hat fan'e wike noch nei Utrecht west, nei de protestgearkomste fan de skuonlappers. Hy wie ó sa lilk op minister Vondeling. Sil ik jo ris hwat fortelle, boldere Sterke Steven, ik haw neat mei jou smoesjes oan'e pet. .. --- „DE BIZARRE BEELDHOUWER" CAROL DAY door DAVID WRIGHT ---