Stelen van Talsma Zo langzamerhand beginnen er een aantal zaakjes, die vroeger nogal duister voor „Jan met de pet" waren omdat ze in onverstaanbare termen gepresenteerd werden, duidelijk te worden. Alleen de „hoge heren" begrijpen het nog niet allemaal want ongelijk staat niet in hun Koenen. Meer produceren betekent niet meer welvaart (eerder het tegendeel: de ondergang van de welvaart). Meer produceren is verspillen van grondstoffen, energie. Je kuift nou eenmaal niet meer verteren dan dat je hebt (of nodig hebt). Die toestand met die helmen en die riemen doet de persoonlijke vrijheid, een kostbaar en uniek bezit, ook al niet veel goed. En nu nemen we weer met zn allen een ondernemer bij de kladden. Op dezelfde verachtelijke wijze als destijds de ondernemers de arbeiders bij de kladden namen. Maar er is niets geleerd, de ene partij moet zich niet mooier voor doen dan de ander. De heren Hepkema, Kuperus, Van der Meij en Ter Schiphorst hebben allemaal een directeurszetel om in te zitten en zijn in dienst van de firma waarvoor ze werken. Het is hard om het feit onder ogen te zien maar de heren zijn maar dood ordinaire werknemers hoor, in dienst van de aandeelhouders van hun bedrijf. Als werknemers hebben ze de plicht arbeid te leveren, en wel zo, dat de continuïteit van het bedrijf niet in gevaar komt (salaris waar maken, noemen ze dat). Maar zelfstandig ondernemer en eigenaar (een niet unieke kombinatie) zijn /.e absoluut niet. Maar wat er bij de affaire-Talsma gebeurd is, is bij de basis onjuist. Toen de werknemers van Casolith het bedrijf voor de heer Talsma sloten, waren zij in mijn ogen bezig het bedrijf van de rechtmatige eigenaar te stelen, (ik kom hier niet voor Talsma op, ik vecht hier voor het principe van het eigendom en het daarmee samenhangende beschikkingsrecht.) Dat Talsma met zijn bedrijf dingen doet, die slecht zijn voor de werknemers van Casolith is het „bad luck" van de werknemer. Dan kun je ook stellen dat zij zich niet hadden moeten verwaardigen om voor een dergelijke vent te gaan werken. Arbeid berust op.een overeenkomst tussen twee partijen. Talsma biedt zijn werknemers het bedrijf te koop aan en die nemen dat voor kennisgeving aan. Dat is slap. Zij hadden moeten beseffen dat verantwoordelijkheid ten hele gedragen moet worden en niet ten halve genomen mag worden. Wie Talsma verwijt dat de man alleen op eigen belang uit is, begrijpt van het verschijnsel mens helemaal niets. Die moet maar eens aan zelfstudie gaan doen. Door de gedragingen van de bonden in Engeland staat dit eens zo machtige imperium nu op de rand van een afgrond. Daar stalen de arbeiders soms nog harder dan de werkgevers. En wat is het gevolg? De werkende klasse gaat er weer onder door. Nee, er deugt iets niet met onze economische wetten. Waarom zou je tien procent meer willen verdienen als de prijzen daarna met tien procent of meer omhoog gaan? Wie wordt daar beter van? Wie van de daken brult dat een bepaalde ondernemer zelfzuchtig is moet de hand maar eens in eigen boezem steken. De LC doet een soort oproep (en met succes blijkbaar) om ondernemers hun ongenoegen te doen laten uitspreken over het gedrag van Talsma. Ik *>u wel eens willen weten wie het met de stelling eens is, dat de ondernemer baas in eigen zaak is, ook al gaat dat ten koste van de werkgelegenheid. Wanneer gaat sociaal doen over in asociaal zijn? Rottum. J. J. Laan. --- PEB en Friese vogels De heer H. Young klaagt zijn nood omdat het PEB zo met geld smijt door de steun van f 100.000 oan de kosten te drukken bij de uitgave van een Fries vogelboek. Hij ergert zich aan dit bericht. Ook ondergetekende als vogelwachter zit dit ergens niet lekker al zal dit op andere gronden berusten dan die van de heer Young. Zelf wilde ondergetekende graag weten van de Fryske Akademy en de stichting „Avifauna Friesland" of het PEB ook voorwaarden heeft gesteld bij de toezegging van deze steun. Het is bekend dat onder het hoofdstuk gevaren voor de vogelstand o.a. recreatie en vervuiling wordt genoemd. Mijn vraag is of de hoogspanningsbedrading van het PEB nu, door deze steun, wel die veroordeling krijgt die het verdient. Talloze vogels vliegen zich te pletter tegen deze bedrading. In ons wachtgebied zitten we ook opgescheept met een paar van deze masten. Het is maar een kleine punt die wordt doorsneden. Desondanks vonden we in één week tijd pal onder de bedrading vijf nieuwe vogellijkjes. Mogelijk dat verder van deze bedrading meerdere slachtoffers zijn neer gekomen. Onder de gesneuvelden bevond zich een kievit, een scholekster, een postduif, een spreeuw en een zeldzame draaihals. Vogelkundige Boscn bevestigde deze laatste determinatie. Nu is het zo dat in ons gebied maar drie masten staan. Graag zouden wij van het PEB vernemen hoeveel masten er totaal in Friesland staan. Natuurlijk kan het toeval zijn geweest dat in een week zoveel sneuvelden maar het geeft toch te denken. Onze vogels zijn met de verschijning van een Fries vogelboek niet gebaat. Het gebaar van het PEB tegenover ac i uitgevers van het boek lijkt mij een handige zet. Waarschijnlijk kunnen we het boek nu een paar gulden goedkoper krijgen. Op den duur haalt het PEB het wel weer bij ons vandaan. Nu al is bekend dat de tarieven volgend jaar weer verhoogd worden. Om iets voor de vogelstand terug te doen had het PEB. voor dit geld beter nestkasten kunnen laten maken voor stootvogels en uilen en deze kasten in de hoogspanningsmasten kunnen laten plaatsen. Hierdoor zou ook in het kale Friesland nestgelegenheid aan genoemde vogelsoorten worden geboden. Ook onze boeren zouden voordeel hebben wanneer deze kastjes bewoond zouden worden en minder last van mol en muizen krijgen. Op een voorstel dienaangaande op een vergadering van de vogelbeschermingswacht Leeuwarden en omstreken antwoordde voorzitter Boskma dat het PEB dit nooit zou toestaan naar zijn mening. Een proef met een paar van deze kastjes lijkt mij echter alleszins gerechtvaardigd. Nu blijkt dat het PEB zoveel met de Friese vogels op heeft, lijkt mij de zienswijze van Boskana op een vergissing te berusten? Leeuwarden. A. Schouten. --- ADVERTENTIE 1.M.) f kollum 11 I de modelwoning aan de tochtnalaan is za- ■ I terdag geopend,'s middags van 3 tot 5 uur I I inlichtingen: I I e/efiiebe /ut-ójienetti'H&ef I I makelaarskantoor RWIJtnEnGR hu I telefoon 05100-39885 / 0510039885 M È J --- (ADVERTENTIE 1.M.) (fa fai wijde noorderhome 15 sneek telefoon 05150 - 2279 voor joure: j.k. hoekstra dr. e. halbertsmastraat 14 telefoon 05138-3075 VVS -4J) --- Nieuwe voorzitter KNBTB: Nog mogelijkheden voor boer en tuinder (Van onze speciale correspondent) DEN HAAG — Drs. Joris Jan Schouten (49 jaar), enkele weken geleden tot verrassing van velen gekozen tot voorzitter van de grootste hoerenen tuindersorganisatie van ons land: de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond (67.000 leden). Voor wie hem oppervlakkig kent: een levensgenieter. Voor de insiders een bloedserieuze en harde werker. Een felle uitspraak als: „We moeten niet alleen kijken naar de keiharde economische cijfers van een boeren- en tuindersbedrijf. Dat is een overleefde liberale politiek. Steeds meer begin ik ervan overtuigd te raken, dat we tegelijkertijd moeten streven naar een verbetering van de maatschappelijke positie van onze agrarische beroepsbevolking", typeert de nieuwe KNBTBvoorzitter helemaal. Joris Jan Schouten werd geboren op 23 september 1926 te Blokker (Noordbolland), als zoon van een veehouder. Na de hbs te Hoorn te hebben doorlopen, volgde hij van 1946 tot 1949 het onderwijs aan de Hogere Landbouwschool te Dordrecht. Vervolgens studeerde hij economie aan de Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg, waar hij in 1955 afstudeerde. Drs. Schouten trad direct na zijn afstuderen in dienst van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) te Tilburg. Vanaf 1 januari 1967 is hij hoofdredacteur van ,3oer en Tuinder", het weekblad van de Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond (KNBTB). Vanaf oktober 1967 trad de heer Schouten driemaal per week, en sinds oktober 1973 tweemaal per week, op in het KRO-programma „Van Twaalf tot Twee". Door de binnenkort te verwachten benoeming van drs. Rinse Zijlstra tot burgemeester van de gemeente Smallingërland, wordt Joris Schouten volgend jaar de langst in functie zijnde voorzitter van de drie landbouworganisaties. Per 1 mei 1976 zal KNLCvoorzitter ir. Knotnerus als zodanig aftreden. Met het vertrek van ir. Knotnerus komt tevens de functie van voorzitter van het Landbouwschap vacant. Joris Schouten is dan de eerst aangewezene om deze zware taak op zijn schouders te nemen, evenals waarschijnlijk het voorzitterschap van de drie Centrale Landbouw Organisaties, welke functie tot zijn benoeming nog wordt vervuld door Rinse Zijlstra. Ondanks alle agrarische problemen, die nu op de KNBTB-voorzitter afstormen, blijft hij optimistisch over de toekomst van de Nederlandse pgrariërs binnen de EEG. „Op voorwaarde dat de EEG blijft waarvoor deze organisatie is bedoeld. De lidstaten moeten dan niet meer, zoals nu de tendens is. een eigen landbouwbeleid gaan voeren". Schouten wijst dan op de sociale maatregelen die de Franse regering voor de eigen boeren heeft getroffen, de bezuinigingswoede in West-Duitsland, waaraan men ook in ons land niet voorbij kan gaan, en het opschroeven van de eigen agrarische produktie in Engeland, om daarmee de betalingsbalans te kunnen verbeteren. „Dit alles is niet in strijd met de letter, maar wel met de geest van de EEG-bepalingen. Als je de Europese landbouwcommissie met dergelijke nationale maatregelen gaat kortwieken, zal dat zijn neerslag hebben op het inkomen van boer en tuinder", meent Schouten. De inkomenspositie van de Nederlandse boer en tuinder zit Schouten bijzonder hoog. „Onze agrariërs hebben het laatste anderhalf jaar te maken gehad met een enorme kostenstij- King, vooral na de energiecrisis. Bovendien zijn deze slechte inkomens de vrucht van het Nederlandse belastingbeleid van de laatste jaren. In goede jaren worden in ons* land boer en tuinder uitgekleed door de fiscus. Door zon beleid kunnen boer en tuinder niet meer voldoen aan een zelfstandig voortbestaan van hun bedrijf". --- Zwaar belast Schouten rekent voor, dat de Nederlandse boer en tuinder zwaarder door de fiscus wordt belast dan hun collega's in andere EEG-landen. „Hier speelt ook ons waterdicht controlesysteem een grote rol. Met die controle neemt men het in de overige EEGlanden niet zo nauw". Fel wordt Joris Schouten, als hij praat over de houding die het kabinet heeft aangenomen tijdens het vorige week gehouden gesprek met een delegatie van de drie landbouworganisaties. ..Het lijkt wel of het kabinet 8 voor zich. uit wil schuiven. Als minister Van der Stee van landbouw wil beweren dat het gemiddelde inkomen van boer en tuinder niet zo snel achteruit is gegaan als wij hebben becijferd, dan zit hij wel goed mis. Zijn berekeningen zijn gebaseerd op een bedrijf met één personeelslid. Deze bedrijven maken echter maar 50 procent van het totaal aantal bedrijven ut. De helft zit dus onder het berekende inkomen van Van der Stee", aldus Schouten. .Het kabinet moet bij Schouten ook net aankomen met de bewering dat de Nederlandse boeren een voordeeltje hebben gehad met dc prijsverhoging die in Brussel op 8 procent is gesteld. „Deze prijsverhoging geldt nu ,?! bijna vier maanden, maar heeft de Nederlandse agrariër nog niet bereikt. Neem nu de tarwe. De prijsverhoging voor dit graan werkt pas na de oogst luguatus, Nog steeds hebben we, door een verkeerd beleid van de EEG vorig jaar, nog een overschot van enkele miljoenen tonnen opgeslagen liggen. Die mochten niet worden verkocht, omdat men bang was dat we binnen de EEG een tarwetekort zouden krijgen. Dacht men nu werkelijk, dat bij zon tarweberg de prijzen voor de nieuwe oogst zullen stijgen met die 8 procent? Vergeet het maar". Dan zegt hij: „We moeten natuurlijk wel eerlijk blijven, en met de beide benen op de grond blijven staan. Als het kabinet-Den Uyl zegt: we hebben meer gedaan ten behoeve van het inkomen van de zelfstandigen dan voorgaande kabinetten, dan is dat gewoon waar. Als de VVD roept dat het kabinet meer moet doen, zijn dat praatjes, want het slechte belastingbeleid dat ons nu parten speelt, is onder vorige kabinetten uitgestippeld. Aan die kabinetten nam de VVD toen deel". Joris Schouten vindt dat het kabinet psychologisch zeer veel waardering zou hebben gekregen als het slechts toezeggingen had gedaan op een paar kleine onderdelen. „Nu hebben we vrijwel niets gekregen. Neem nou de positie van de in het bedrijf meewerkende gehuwde vrouw. Die heeft nog niet de helft van de rechten die de in het bedrijfsleven werkende vrouw heeft. Dat noem ik nu pure discriminatie. leder weldenkend mens in Nederland vindt het toch normaal dat alle vrouwen gelijkgesteld worden. Zeker in wat men noemt het Jaar van de Vrouw. Maar onze vrouwen komen er niet aan te pas". „Kijk, daarom snap ik dit kabinet niet. Men heeft in de inkomensnota de mond vol over de gelijkheid vanieder mens. Moet het kabinet dan bij ons nu per se tegen de haren instrijken? Als je vraagt: stel de kinderbijslagregeling voor zelfstandigen gelijk aan die van de werknemers, dan zegt minister Boersma: dat heeft zo weinig zin, want er wordt bekeken of ook de kinderbijslag voor het tweede kind moet worden bevroren. Daar koop je toch niets voor? Als hij hoort dat minister Duisenberg van financiën door een groot begrotingstekort — geschat op acht miljard — van plan is de inwerkingtreding van de Algemene Arbeidsongcschiktheids Wet uit te stellen van 1 juli 1976 naar een nader te bepalen datum, wordt Schouten fel. „Eén juli 1976 is al te laat. Steeds heeft men gezegd: de administratieve en juridische procedures zijn nog niet klaar. Misschien blijkt dit nu wel een smoes te zijn. Ik vraag me zo langzamerhand wel af, waarom er voor veel groepen in onze samenleving veel of vaak alles kan, en voor de zelfstandigen niets". ,Als ik dan naar onze boeren en tuinders kijk, dan denk ik: verdorie er zijn nog wel mogelijkheden voor ze. Als ze die pakken, redden ze het, want zo zijn ze", Joris Schouten vraagt zich af, of het nu uit sociale overwegingen nog wel verstandig is het Nederlandse landbouwareaal in te krimpen. „Een liberaal landbouwbeleid, dit wil zeggen alleen maar kijken naar de economische cijfers, kan niet meer. Uit sociale overwegingen moeten we nu van de boeren en tuinders afblijven. Als ze stoppen, hebben ze nu geen ander werk. Garandeer ze een minimuminkomen, dan behoeven ze niet langs de weg te slenteren, en kunnen ze op hun eigen bedrijf zinnig bezig zijn". Sprekend over de regeringsplannen om landschapsparken aan te leggen, zegt Schouten: „Dit is een gevaarlijke -aak, vooral omdat de plannen nog bijzonder vaag zijn. Gemeentebesturen gaan nu met de opstelling van hun bestemmingsplannen al rekening houden met die landschapsparken. We moeten oppassen, dat we het karakter van ons platteland niet verliezen. Natuurlijk willen we met onze tijd meegaan. Daarom zullen er, tegenover de welwillendheid van de boer om een offer voor die landschapsparken te brengen, harde toezeggingen moeten worden gedaan, zowel op financieel als op economisch terrein. Het moet niet zo zijn dat de boer straks de moderne tijjeigene van de stedeling wordt, die een dag fier jaar mei sijfl vrouw en twee kinderen BO*n landschapspark bezoekt. Men moet niet vergeten, dat die boer erin moet kunnen leven, dat ;i.jii gezin nioet kunnen ontplooien, en dat ,ii sociale contacten moet kunnen behouden". ~We zullen voor alles met beide benen op de grond moeten blijven staan. En dat is helaas voor onze achterban moeilijk te begrijpen. De Nederlandse boer en tuinder zal echter moeten leren zien dat alles in onze ingewikkelde structuren iet in een handomdraai geregeld kan worden. Als wij op de stoep staan, staan er nog tien andere groeperingen uit onze samenleving te dringen. Ondanks dat. zullen we alles op alles zetten om de belangen van iedere Nederlandse boer en tuinder te digen en te bepleiten. --- INGEZONDEN Praet mar Frysk (Over ingebonden stukken kan niet worden gecorrespondeerd. Ze kunnen ook niet worden teruggezonden. Anonieme inzendingen of stukken zonder duidelijk adres van de inzender worden niet in behandeling genomen. De redactie behoudt zich altijd het recht voor de stukken in te korten. De meximale lengte is 750 woorden. Red. LC.) Oan Herman Piler de Boer: Miskien kin it briefkj en tusken twa net-Friezen, sünt 19 april beide yn it bisit fan it Fryslan-Diploma foar net-frysktaligen ris in plakje krije yn dizze rubryk. Ik moat sizze dat jo nei it stik „Worstelen om Fries te worden" fan 15 maert wurd halden hawwe. Jo skriuwden: ~Maar ik ga door, niets kan mij tegenhouden" en nou is't ~De wrakseling giet troch". Wy witte dat der in ban tusken üs is, wij halde fan it Frysk en wij wolle it yn 'e macht krije, en üs fourboun is bifêstige troch Rients Gratama op 15 maert '75 yn'e grötfolle „Lawei" yn Drachten. Hij sei: „as oer fiifentweintich jier nimmen mear Frysk praet, dan haw we altyd De Boer en Van Hiele noch." Om jou stik haw ik lake, mar mij ek lilk makke. Jo biskriuwe jou argewaesje dat de Friezen net Frysk tsjin jo prate en ik bin it hielendal mei jo iens dat as se dat net dogge, wij de tael hwerop wij foreale binne net leare sille. Mar de Friezen wolle üs wol helpe, mar wij moatte der hiel düdlik om freagje. Der is fansels in mingsel fan sleauwens en in gefoel fan minderweardigens foar it Frysk oer hwat de Friezen tsjinhalde kin Frysk tsjin üs to praten, mar as wij in birop dogge op harren bihelpsumens dan litte se üs net stikke. Plak op alle ruten en doarren fan jou hüs de sticker „Praet mar Frysk", ek op'e doar fan it hüske hwer't ornaris de jierdeikalinder hinget. Fierders leauw ik dat in earizer op'e holle Frysker oerkomt as dy mütse, mar as jo dêr ek >n pear stickers op plakke praet elkenien grif Frysk tsjin jo. Sa binne der forskate plakken hwer't wij stickers plakke kinne: fyts, auto, tas, klompen, beurs, brievetas, büsboekje en op in feestdei op'e foarnoLLe, op'e knibbels en op it gat. hwat healwizer, hwat better. Oer de „voortplanting" fan'e Friezen meitsje ik my gjin soargen, op side 263 en 304 fan it NF wurdboek fine jo dêr wol hwat oer. Fierders binne der Fryske kollegaskriuwers fan jo dy't har aerdich redde kinne mei de wurden dy't jo sa graech yn it wurdboek ha wolle. Nou maet, sille we ófprate elkoar wer to moetsjen yn 1976 op it eksamen Frysk A (yn sounens) en tuskentiids elkoar hwat op'e hichte halde? Oant sjen! Frjentsjer. Lambreeht J. van Hiele. --- Reclame Als men ziet dat ondernemingsraden, commissie van goede diensten, leden:lerkiigen en vakbonden maandenlang moeten vergaderen over te nemen maatregelen, om één man in zijn haai- en graai-methoden te beknotten; wordt vanuit de praktijk weer eens aangetoarat, dat het voor de aanhangers van het kapitalisme steeds moeilijker wordt reklarne te maken voor dit systeem. Behalve dan voor een kaas uit 't vuistje etende zuivelanbeidor. maar die geeft dan ook duidelijk blijk dat hij van politiek net zoveel verstand heeft als van zijn werk. De wactatlopande „medewerkers" van Casolith zullen daarentegen weleenis nadenken over een ander systeem waarbij ze im hun „vrije" tijd -niet meer voor hun broodje behoeven te posten. Leeuwarden, H. Hiemstra --- beurtelings symen kingma lc-redacteur De koehandel in het hedendaagse voetbal DE VOETBALSPORT is allang niet meer wat het geweest is. Dat zal voor een deel het gevolg zijn van idealisering van het verleden want de beste wedstrijden en de meest gevarieerde schijnbewegingen van de heren voetballers blijven het langst in het geheugen hangen, maar afgezien daarvan: de opwinding die de voetbalsport kan veroorzaken is verdwenen. Ik praat niet alleen voor mezelf, luister maar eens in uw kennissenkring. Natuurlijk, de liefhebber gaat nog voor zijn huiskamerscherm zitten om de Europa Cup-wedstrijden te bekijken, maar hij neemt een grotere afstand in acht dan toen bijvoorbeeld Ajax zijn vloeiende combinaties op de grasmat placht te leggen. Die tijden zijn voorbij en ze komen, wat Nederland betreft, waarschijnlijk nooit weer terug. Het zal van het toeval afhangen of dit land ooit weer een zo gelukkige clubcombinatie kan samenstellen als de Amsterdamse formatie in de voorbije jaren. Waarom kwam de klad erin? In deze voetballoze tijd is het verleidelijk om nog eens te mijmeren over die goeie ouwe tijd van twee, drie jaar geleden. Michels had nog niet — in het openbaar — gezegd dat „voetbal oorlog is", de bal werd gestreeld door technisch bekwame jongens, die bovendien ook voetbalinzicht bezaten. Zonder lyrisch te worden of voor chauvinist te worden uitgekreten: de Ajaxtijd was een kleurige bladzijde uit het wereldvoetbalboek. Het grote voorbeeld uit Amsterdam, destijds toonaangevend voor elk land waar voetbal wordt gespeeld, is van de grasmat gevaagd. Michels viel door de mand door zijn Spartaanse kreten en de Ajax-mythe is verlen In de Nederlandse mist. Het is huid van de commercie, het geld dat stom is. De voetballers zijn in de greep geraakt van de rinkelende geldbuidel, ot' daar nu guldens, francs of peseta's in zitten. Het is hun goed recht, zal men tegenwerpen en wie zal dat ontkennen? Enerzijds is het de spelers zelf ook niet aan te rekenen dat zij voor een paar centen méér liever naar een andere club vertrekken. Wat nu wordt verdiend, is meegenomen en de actieve voetbaltijd is maar kort. Verwerpelijk is de koehandel tussen de clubbesturen, de managers, de geldschieters. Speler Jantje zegt onprettige dingen over trainer Pietje, ze worden openbaar gemaakt en Jantje kan zijn biezen wel pakken. Mogelijk zou hij best een nieuw contract hebben gekregen, als hij zijn mond had gehouden tegen de (betalende?) interviewer. Met andere woorden, omdat trainer Pietje in zijn wiek is geschoten moet de club ervoor boeten — moeten de toeschouwers er ■schijnlijk voor boeten. In de hele gang van zaken rondom de transfers zie ik een angst om te ontkomen aan opmerkingen over „een laks beleid, vogels over het net laten vliegen" enzovoort. De concurrerende clubs gaan in de slag, bluffen met grote bedragen die ze niet waar kunnen maken en daarom moet een club als Pingjum United ook maar meedoen. Niet van ganser harte, hoewel tegenover de buitenwereld geestdriftig de vlag wordt hoog gehouden: we hadden een aanvallende middenvelder nodig en die hebben we nou. P. gaat het dit seizoen helemaal maken, let eens op mijn woorden. De doelman? Hij zal de achterhoede, pardon, dat is een ouderwets woord, de verdediging inspireren, leiding kunnen geven, door moeilijke perioden kunnen helpen. Het zijn zoethoudertjes, lachers, die stellig weer worden achterhaald omdat middenvelder P. en de doelman niet de feilloze voetballers blijken te zijn, voor wie ze doorgingen. Het begint een wrang verhaal te worden van een voetballiefhebber, die graag een eerlijke wedstrijd wil zien, die niet het gevoel wil hebben dat hij vernaggeld wordt door wanhopige clubbestuurders. Ze moeten deze woorden dan ook niet opvatten als een schot in de rug maar als een poging om eindelijk eens met open vizier te onderhandelen. Laat de jongens die zonodig weg willen, alsjeblieft vertrekken want het gemarchandeer van tegenwoordig is de snelste manier om het betaalde voetbal helemaal in het moeras te helpen. De sterkste clubs mogen zich nog zo versterken, als de koek aan het begin van het seizoen al verdeeld blijkt te zijn, zullen de verenigingen dat stellig merken bij de telling van de bezoekers. .De onbevredigheid langs de lijn neemt toe, verwachtingen worden niet in.uelost. Nu kan men van gene zijde het verwijt maken: dan moet het publiek zich maar matigen in het stellen van hoge verwachtingen, maar dan keer ik terug tot de uitlatingen van trainers en hun maats over middenvelder P. en de doelman. Waarmee de cirkel is gesloten. Vorig seizoen heb ik me kostelijk vermaakt bij de wedstrijden van de zaterdagvoetballers. Die mekkeren niet over geld. Deze jongens hebben nog plezier in hun sport. --- FRED BASSET --- Liedboek voor de kerken Sedert de Reformatie zijn de psalmen van de joden op rijm gebracht over heel de wereld in allerlei protestantse kerken. Later had men hier niet genoeg aan, want het waren psalmen van het volk Israël. Er moesten gezangen bij van allerlei dichters uit binnen- en buitenland, met allerlei ongenoegen en deining onder de kerkleden. Thans zijn de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken met een nieuw liedboek voor de dag gekomen. Van bovenaf opgelegd en door de massa zo maar aanvaard, echter niet door allen. De christelijk gereformeerden, vrijgemaakte gereformeerde 'en Gereformeerde Gemeenten willen tot dusver; hiervan niets weten en houden zich bij de vaderen, de berijming van 1773. De berijming van Petrus Datheen vond in de Hervormde Kerk in 1566 overal ingang, hoewel die van Marnix van St. Aldegonde beter was volgens de „geletterden". Het kerkvolk won het echter. Toen in 1773 „de overheid" een nieuwe berijming invoerde waren er kerken, die Datheen wilden houden. De ene helft der leden zong Datheen soms, terwijl de anderen de nieuwe er door heen aanhief. Met de gezangen ging het nog onordelijker. Als ds. S. van Velzen in 1835 in de Hamster dorpskerk een gezang opgaf, verlieten velen de kerk. We herinneren ons, dat in Opeinde (Sm.) in onze eeuw ook sommigen de kerk op staande voet verlieten als ds. J. Duiven een gezang opgaf in de gereformeerde kerk aldaar. Ons hoofdbezwaar is, dat de dichters doordichten. Met twee jaar kan er wel weer een nieuw liedboek zijn... En dat vele ouderen die bekende psalmen thans missen, waarbij vele geslachten hebben geleefd en zijn gestorven. Ook de kerkengemeenschap is gebroken. Drogeham. S. Nicolai Pzn. --- Het gevaar van automatisering DE LEEUWARDER gemeenteraad zal maandag het voorstel om weer veel geld te pompen in automatisering van de bevolkingsadministratie wel goedkeuren — al was het alleen maar om „niet achterop te komen" zoals het geval heet te zijn bij de bouw van een nieuw politiebureau. De werkgroep die een rapport over de automatisering heeft uitgebracht komt tot de conclusie, aldus b. en w. in de raadsbrief, dat „automatisering van de bevolkingsadministratie in onze gemeente aanbeveling verdient en op korte termijn kan worden gerealiseerd." De conclusie van de werkgroep, neergelegd in een rapport: automatiseren is zeker niet goedkoop. Vooral in de beginfase van automatisering zullen offers gebracht moeten worden om in een later stadium de voordelen ervan te kunnen genieten. Soms is het, ter voorkoming van vragen, in raadsstukken gemakkelijker om bepaalde gegevens maar niet te vermelden. Een ernstiger zaak is overigens het gevaar dat er persoonlijke gegevens in de automaat worden gestapt. Het Zweedse voorbeeld, waarover onlangs in deze courant uitgebreid werd belicht, is afschrikwekkend genoeg voor wie prijs stellen op een privéleven, dat niet met een druk op de knop openbaar kan worden gemaakt. Vooral in sommige beetuuróerskringen wordt dit gevaar het liefst onder de tafel gepraat terwille van de grote sprong voorwaarts. ---