Het is niet meer bij te houden HET IS LANGZAMERHAND niet meer bij te houden. Groningers, die zichzelf respecteren, dienen op het ogenblik tenminste drie nota's te bestuderen om de eenvoudige reden, dat zij geacht worden inspraak te willen hebben. Ingesproken moet er worden over de beleidsnota ruimtelijke ordening van de provincie Groningen, het verkeerscirculatieplan van de stad Groningen en een recreatienota, die weer een provinciaal produkt is. Wie dan nog in een wijk woont waar het nodige te doen is (stadsvernieuwing enz.) dient ook daar acte de présence te geven. Hervormde stad-Groningers worden bovendien geacht mee te spreken over de vraag hoeveel dominees er eigenlijk in de stad Groningen moeten zijn. --- GRONINGEN op de korrel En dan is deze opsomming ndet eens compleet. Nu langzamerhand elk orgaan begrijpt dat het niets meer kan (?) doen zonder de goegemeente %rbij te betrekken, wordt ook duidelijk dat een consequente toepassing van inspraak tot overwerkte burgers moet leiden. Of die burgers zullen na enige tijd, duizelig van alle rapporten en alternatieven vermoeid de schouders ophalen en zeggen: „Ze doen maar." En zover waren we ook zander die inspraak al. Provinciaal gezien krijgt op dit ogenblik de BROG (die Beleidsnota Ruimtelijke Ordening Groningen) de meeste aandacht. Er is een rondreizend circus je van provinciale bestuurders en ambtenaren samengesteld dat nu stad en dorp afreist om iin meestal nogal lege café-zaaltjes over de ruimtelijke toekomst van Groningen te praten. Daarbij doet zich in feite hetzelfde probleem voor als op soortgelijke bijeenkomsten: de insprekers illustreren overduidelijk dat het niet een ieder is gegeven met kennis vam zaken mee te "praten. En de voorlichtende instanties maken vooral duidelijk hoe moeilijk het is om uit te leggen wat er nu eigenlijk aan de hand is. Kortom, waar de inspraak niet de mist ingaat door een „teveel" aan inspraakmogelijkheden, gebeurt dat dikwijls wel door de gecompliceerdheid van het onderwerp. Neem het stad-Groninger verkeerscirculatieplan. Op papier een niet zo moeilijk stuk, maar om de consequenties ervan te schatten is een stuk verkeersdeskundigheid nodig, die naar het schijnt zelfs lang niet alle deskundigen kunnen opbrengen. Ook al opereren ze dan niet beneden een honorarium van f 100 per uur. Zoals bekend verwijten de deskundigen in Groningen elkaar „Houdini-achtige goocheltrucs" en soortgelijke toeren. U begrijpt hoe moeilijk het voor de burger wordt dan ook nog iets zinnigs te zeggen. De inspraakprocedures die nu in Groningen aan de gang zijn bewijzen het. De discussie die over het verkeerscirculatieplan wordt gevoerd is illustratief voor nóg een ontwikkeling./Er wordt namelijk niet zozeer gepraat over het plan als wel over de uitgangspunten zoals wel of geen autovrije straten. Vandaar dat de ledenvergadering van de PvdA in Groningen snel klaar was. Het sprak zich uit voor de uitgangspunten van het plan. Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. De uitgangspunten kunnen schitterend zijn en de uitwerking rampzalig. In ieder geval volgens de Groningse ondernemers is dait met dit plan het geval. Hoe dat zij: het gevaar verzandt in een debat over de basisgedachten ervan en de insprekers aan een werkelijk zakelijke en kwalitatieve beoordeling niet meer toekomen. --- Welles-nietes Handige bestuurders en politici biedt dit een kans. Zij laten de praktische vertaling van hun ideologieën gewoon schuil gaan in de technische gecompliceerdheid. Daar komt die arme burger, die zo nodig inspraak moet worden gegeven, toch niet uit. Als je nu maar aan die burger duidelijk kunt maken dat in die ingewikkelde plannen zijn idealen zijn verwerkt, dan kunnen bestuurder en bestuurde gelukkig zijn. Zo gaat dat ook met het verkeerscirculatieplan in Groningen. Wat de uitvoering ervan nu precies gaat betekenen voor de (binnen)stad weet eigenlijk niemand. De deskundigen zijn het niet eens en de burger kan ze niet narekenen. En zo dreigt ook Groningen bezig te blijven met het langzamerhand vervelend wordend welles-nietes spelletje ten opzichte van de auto. Een soortgelijk beeld bij de beleidsnota ruimtelijke ordening. Wie daarover zinnig wil meepraten en de idealen aan de werkelijkheid wil toetsen, moet inzicht hebben in bevolkingsmodellen, enz. en ook hier lijkt de hele discussie te worden teruggebracht tot één vraag: moet de stad Groningen groeien ten koste van het ommeland of niet? Het provinciaal bestuur, althans het college van GS, vindt van wel. Een toenemend aantal gemeentebesturen vindt van niet. De Groningse werkelijkheid zou echter meer gediend zijn dan over de vraag hoe de groei moet zijn. Illustratief voor het utopisch denken van de samenstellers van de Beleidsnota Ruimtelijke Ordening Groningen is bijvoorbeeld wat opgemerkt wordt over Haren. In de nota wordt opgemerkt „dat voor deze plaats geen bevolkingsgroei meer is aangenomen." Dat is natuurlijk best aardig, maar voorlopig zijn in datzelfde Haren nog wel hele reeksen woningen in aanbouw. Nog aardiger is trouwens dat Haren voor 1985 een bevolkingsaantal is toegedacht dat 500 lager is dan nu al het geval is... Zelfs de factor van een doorgaande gezinsverdunning in aanmerking nemend lijkt het niet boud te stellen dat Haren in 1985 tenminste een 2000 inwoners meer zal moeten tellen (omdat die huizen er nu eenmaal staan of nog komen te staan op basis van goedgekeurde plannen) dan van de provinciale planologen mag. De wens is hier duidelijk de vader van de gedachte. En zo rekenend kan de stad Groningen best gaan groeien de komende jaren. Een soortgelijke ontwikkeling als in Haren ziet men in plaatsen als Roden en Eelde. Ook daar zit een stuk groei in dat in de praktijk niet tegen te houden zal zijn. Een wat reëlere benadering van groei-ontwikkelingen zou de discussie over de ruimtelijke toekomst van Groningen goed doen. Maar dat vereist wel een zinnig gebruik van cijfers. De vraag is dan ook niet zozeer of de stad Groningen moét groeien, het gaat er gewoon veel meer om of de stad voorlopig wel zoveel kan groeien. Daarover zal eerst de discussie moeten gaan. Dat is heel simpel een zakelijke discussie die de gloed van de politieke kretologie mist, maar zij is wel noodzakelijk.Gelukkig heeft het Statenlid Tamminga een poging ondernomen de discussie in die richting om te buigen. In hoeverre hij in eigen fractie medestanders zal vinden, is nog niet duidelijk, maar duidelijk is wel dat het aannemen van de BROG een dubbeltje op zijn kant wordt. Afwijzing van de BROG, dan wel een sterke afzwakking ervan op basis van amendementen, zal betekenen dat het college van GS zijn beleid moet gaan herzien. Want op dit ogenblik doet dit college of de „BROG al: door de Staten aangenomen is en dat is iets te vooruitstrevend. Regeren is vooruitzien, maar dat is iets anders dan een beleid voeren zonder dat het vastgesteld is... --- Haagse topambtenaar: Onderwijsmacht moet meer gespreid worden DEN HAAG — De afzonderlijke scholen, zowel de openbare als de bijzondere, moeten een groter autonomie krijgen. De plaatselijke overheid moet een grotere rol gaan spelen in planning en spreiding van onderwijsvoorzieningen. De nationale overheid en de overkoepelende onderwijsorganisaties moeten meer een stimulerende, adviserende en waar nodig bewakende rol krijgen en minder verantwoordelijkheid hebben voor taken van gedetailleerde beheersvraagstnkken. In die richting moeten we gaan met de ontwikkeling van het onderwijs in ons land volgens de heer J. Th. Schelfhout van het directoraat-generaal van het onderwijs. Hij sprak gisteren in Den Haag op de vergadering van het Centraal Orgaan voor het Gemeentelijk Voortgezet Onderwijs over de Contourennota en het plaatselijk en regionaal onderwijsbeleid. In de besturen van de scholen moeten ouders, onderwijsgevenden, nietonderwijzend personeel en leerlingen zitten, als dezen ouder dan achttien jaar zijn. Ook moeten er vertegenwoordigers in zitten van de gemeenschap, waarvoor het onderwijs functioneert. Dat is heel anders dan wat in het bijzonder en het openbaar onderwijs thans veelal als bestuurssamenstelling wordt aangetroffen, aldus de heer Schelfhout. --- Akkoord Belgische schippers en minister BRUSSEL — Vertegenwoordigers van de Belgische binnenschippers hebben in de afgelopen nacht een vergelijk bereikt met de Belgische minister van verkeer, Chabert. Als gevolg daarvan zal vandaag of morgen ene eind komen aan de blokkades die de schippers instelden op de Belgische waterwegen. De Belgische binnenwateren zijn al elf dagen versperd. De Belgische minister is van plan in de komende weken nog een „ronde tafelconferentie" van alle betrokken partijen bijeen te roepen. --- Uitstekend werk van Maria van Kesteren Rijke eenvoud bij galerie Ekster de friese galerij door sikke doele Galerie Ekster te Leeuwarden exposeert deze keer geen sieraden, die aan vinger, pols of hals gedragen kunnen worden, maar dozen, schalen, kommen, objecten en wandpanelen, die niettemin erg sierlijk zijn. Het zijn gedraaide houten vormen van Maria van Kesteren, aluminium objecten van Francoise van den Bosch en perspex wandpanelen van Hans Suasso. Maria van Kesteren Uit Hilversum maakt variaties op bollen. Dat is niet zomaar iets toevalligs: zij draait haar vormen namelijk aan de houtdraaimachine en dan ontkom je niet aan de cirkel, aan het ronde, zoals zij zelf al zegt. Aan de ene kant is dat een enorme beperking, anderzijds kun je het gegeven van de cirkel grondig uitdiepen. Je kunt je bedienen van holle en bolle vormen, je kunt de vormen aantasten en veranderen met andere cirkels. Zo zijn er steeds weer andere mogelijkheden. Maria van Kesteren onderzoekt ze systematisch en komt tot verrassende oplossingen. Het gaat haar om de vorm zonder meer en daarom werkt zij de tekening van de houtnerven weg door het hout te bleken of zwart te beitsen. De nerven leiden, zo zegt zij, de aandacht van de vorm af. Met opzet kiest Maria van Kesteren dan ook niet-tropische houtsoorten, zoals iepen, linden en steenbeuken. Dat zij de totaalvorm vooropstelt, blijkt ook duidelijk bij haar dozen, waar deksel en doos geen aparte eenheden zijn, maar delen van één vorm. Niet al haar werk bestaat uit gebruiksvoorwerpen. „Levende vormen" noemt zij haar niet-functionele scheppingen. Maria van Kesterens werk, dat begin dit jaar in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien was, Is bijzonder fraai, juist omdat het zo helder en eenvoudig is. Eenvoudig wil hier niet zeggen simpel, want daar spreekt armoe uit. In de eenvoud van deze houten vormen steekt echter een grote rijkdom. Frangoise van den Bosch is bezig geweest met aluminium buis. Zij knijpt deze buis aan de uiteinden dicht, waardoor er een kussen-achtige vorm ontstaat. Soms is de buis ook een eindweegs ingezaagd, waarna beide delen zijn uitgebogen. Vaak worden verschillende vormen in elkaar geschoven. Verder laat zij een aantal sieraden zien, waarbij twee losse vormen in elkaar zijn gehaakt of geschoven. Die vormen zijn meest van verschillend materiaal. Haar aluminium objecten zien er boeiend uit, vooral als zij er een zeker herhalend ritme in weet te brengen. Van Hans Suasso hangen er bij galerie Ekster perspex wandpanelen: een aantal vierkanten, waarvan sommige wit zijn en andere van metaal. In dat metaal heeft hij een vouw gemaakt, zodat een gedeelte ervan naar voren komt. De panelen zijn uitstekend afgewerkt en hebben het voordeel dat ze steeds weer in andere combinaties kunnen worden opgehangen. Zij vormen ook een aardige aanvulling op het werk van de mede-exposanten. An- derzijds roepen zij wel de vraag op of de vormgeving ervan niet wat te mager is om altijd te kunnen blijven boelen. Galerie Ekster, Leeuwarden Tot 26 september. Aluminium object van Francoise van den Bosch Houten draaivormen van Maria van Kesteren --- Frans Buitinga Zeer zorgvuldig op elkaar afgestemde kleuren kenmerken het werk van Frans Buitinga uit het Gelderse Zelhem, die in de Werkplaats van Allardsoog bij Bakkeveen exposeert. Het merkwaardige feit doet zich voor dat zijn kleurschakeringen bijna akademisch aandoen, terwijl hij autodidact is. Frans Buitinga zei zelf hierover dat zijn kleuren vroeger veel meer contrasteerden, maar dat hij vooral het laatste jaar anders is gaan werken. Met zijn kleuren schept hij een im- pressionistische sfeer en stemming, echt Nederlands vaak zoals ook enkele titels aanduiden: „Bui", „Nevel", „Wolkenveld", „Mistige ochtend" en het bijzonder fraaie „Avond". De knotwilg is een thema dat op veel van zijn schilderijen en zijn tekeningen voorkomt. Naast zijn fijngevoelige landschappen en stemmingsbeelden van de natuur zijn er ook enkele portretten, die zeker sfeer hebben, maar toch iets te weinig van de geportretteerden overbrengen. Bijzonder goed getroffen daarentegen is „Interieur". De collages van Frans Buitinga zijn gemaakt van kleurenfoto's uit tijdschriften, waarbij hij echter herkenbare vormen zorgvuldig heeft vermeden. Het ging hem om bepaalde structuren en kleuren, waarmee hij zijn eigen vormen opbouwt. Speciaal „Vogelvlucht", „Trek naar het zuiden" en „Zomer aan het strand" trekken de aandacht. Tenslotte zijn er ook enkele aardig gecomponeerde, maar toch niet bijzonder opvallende plastieken van koper en hout. Over het algemeen genomen een boeiende expositie van een serieus en sensitief kunstenaar. Da prijzen liggen tussen f. 200 en f. 950. Werkplaats Allardsoog, Bakkeveen, Tot 28 september --- Over Pepper en Kling Fm ALS IK VAN DE afgelopen week de Top Tien zou moeten samenstellen, dan zou die d« volgende programma's omvatten: de speel films „De twaalf gezworenen" en „Hendrik VIII", de tv-films „De Tijgerbrigade" en „De familie Pankhurst", de series „All in the Family" en „De Wrekers", op goed geluk de feuilleton „Melissa", de Zilveren Roos-winnaar in Montreux „The Goodies", de documentaire „Amerika" en de Nederlandse tv-bewerking van Nescio's „Titaantjes". Geen slechte oogst voor anderhalve gulden kijkgeld, al is het toch wel verontrustend dat er bij de zes Engelse, twee Amerikaanse en een Franse produktie maar een Nederlandse zit, die ik dan ook nog met gemengde gevoelens bij die Top Tien heb gevoegd, omdat het streven schoon was, de uitwerking ruim voldoende, maar de verwachting dat de zogenaamde spreektaal bij Nescio ook spreektaal op de televisie is, een misrekening bleek. Komt dit lijstje nu enigszins overeen met de voorkeur van het publiek, zoals die is gebleken uit het kijkonderzoek over het tweede kwartaal 1975 van de NOS? Hieronder volgt de lijst van de 25 meest bekeken programma's in april, mei en juni 1975, met erachter eerst de kijkdichtheid en daarna de waardering. De hoogste kijkdichtheid kregen de Mounties met 64, d.w.z. dat er 6.400.000 mensen naar gekeken hebben (de halve bevolking van Nederland), de hoogste waardering kregen de Snip en Snap Souveniers (80, het rapport gaat in theorie tot 100). Hier volgt dus die lijst van de Top 25: 1. Mounties Show 64-72, 2. Kung Fu 58-73, 3. Pepper 55-74, 4. Mounties in Italië 54-70, 5. Snip en Snap Souveniers 53-80, 7. Pepper 51-74, 8. FC Twente-Juventus 51-74, 9. Bayern Munchen-Leeds United 51-68, 10. Toi, Toi, Toi bij Ted 51-75, 11. Kung Fu 50-73, 12. The Birds (Hitchcock) 50-76, 13. Een mens etc. (Mies Bouwman) 50-75, 14. Kung Fu 49-75, 15. Dynamo Kiev-Ferenc Varos 48-69, 16. De Rode Piraat 47-77, 17. Op losse groeven 47-74, 18. Berend Boudewijn Kwis 47-73, 19. Pepper 47-74, 20. Kung Fu 47-74, 21. Spel zonder grenzen 47-75, 22. Pepper 46-74, 23. De Overval (Nederlandse film) 46-78, 24. Herkent u deze tijd? 46-74, 25. Pepper 46-75. U ZIET, ER zitten vijf afleveringen van „Pepper", die vrouw met het vervelende mondje bij, en vier van Kung Fu, die allemaal niet op mijn lijstje staan, maar met mijn acht drama-produkties, een amusementsproduktie (The Goodies) en een documentaire te weten „Amerika", mag ik me toch nog wel tot een aanvaardbaar lid van het Nederlandse volk rekenen. Alleen met die laatste keus zit ik dus flink fout, want documentaires behoren evenmin als andersoortige informatieve programma's tot het uitverkoren kijkspul van het Nederlandse volk. Het hoofd van de televisiedienst van de NCRV, mr. J. F. van Maanen, heeft daar, zoals bekend, zijn mening over uitgesproken. De belangstelling'voor informatieve programma's neemt van jaar tot jaar af, merkte hij op. De grote hoeveelheden informatie worden ongeremd en ondoordacht over de kijkers uitgestrooid, waardoor zij zich óf wanhopig óf verveeld afwenden. Hij sprak van informatief geweld, en zei dat onverstand en overdaad hier hand in hand gingen. Ik ben het al een heleboel jaren met hem eens. Jaren geleden al heb ik geschreven dat de verhou ding tussen informatie enerzijds, en amusement en drama e.d. anderzijds, niet overeenkwam met de wensen van het publiek, en ook niet met het absorberingsvermogen van het publiek. Nu ik niet meer die dagelijkse kijkdwang heb en niet meer elke avond over het geboden programma hoef te schrijven, merk ik ook aan mijzelf opeens dat mijn belangstelling voor de actualiteitenprogramma's begint te verflauwen. Ik luister nog altijd gretig naar de inhoudsopgave aan het begin van de avond, maar als er dan niet iets bij is dat mij bijzonder interesseert, heb ik sterk de neiging de serie op de andere zender aan te laten staan met het geluid, en het actualiteitenprogramma op de reservebank geluidloos te laten aanstaan, totdat mijn blik misschien door iets getroffen wordt dat mij belang inboezemt. Als ik die neiging, nu al, begin te krijgen, hoeveel te meer moet dat dan niet gelden voor mensen die geen journalist zijn (die dus niet beroepshalve in de dagelijkse actualiteit geïnteresseerd hoeven te zijn), en die niet een wekelijkse tv-column hoeven te schrijven! IN HET TWEEDE kwartaal bedroeg het aanbod informatie liefst 38 procent van de zendtijd, terwijl 26 procent opging aan drama, 14 procent aan amusement, 7 procent aan sport, 6 procent aan jeugduitzendingen, 3 procent aan culturele uitzendingen en 6 procent aan reclame. De NOS besteedde 62 procent van zijn zendtijd aan informatie (Journaal, Panoramiek etc), de EO 49 procent, de KRO 37 procent, de VPRO 36 procent, de VARA 33 procent, de NCRV 29 procent, de TROS 23 procent en de AVRO 21 procent. Als u het rijtje nu even omkeert, krijgt u nagenoeg de volgorde van de zendgemachtigden die de hoogste kijkdichtheid haalden: AVRO 27 procent, TROS 26 procent, NCRV 25 procent... Dank zij het voetbal wringt de NOS zich daar nog net met 19 procent voor de VARA met 18 procent, de KRO met 17 procent en de VPRO met 10 procent hadden eigenlijk ook andersom moeten staan, maar de EO met 6 procent kijkdichtheid sluit toch keurig de rij. Als vuistregel kunt u dus rustig aannemen dat de kijkdichtheid stijgt naarmate het percentage informatie daalt! Het vreemde is natuurlijk dat de kijker een percentage informatie van 38 procent blijkens de kijkdichtheden niet gedoogt, terwijl het percentage informatie in een dagblad (hoe moeilijk te bepalen ook, zoals me bleek toen ik de categorieën even wilde onderverdelen) bepaald niet kleiner is. Vergelijk je de televisie echter met de bioscoop (en dat ligt wel zo voor de hand), dan blijkt ook daar het percentage informatieve films zoals bijvoorbeeld Bert Haanstra en Jacopetti (om even twee uitersten te noemen) die gemaakt hebben, vergeleken met drama- en amusementsfilms slechts heel gering te zijn. OP MIJN LIJSTJE van de Top Tien van afgelopen week staat desondanks „Amerika", de BBC-serie met Alistair Cooke als samensteller en gids. Ik ben erg op deze serie gesteld, in tegenstelling bijvoorbeeld tot de serie „The Ascent of Man" van Jacob Bronowski van een half jaar geleden, die ik te bombastisch en te abstract vond. Alistair Cooke is een excellente journalist, die in staat is om je de voortgang van de geschiedenis te tonen via de typische maar ook typerende anekdotes rond de hoofdpersonen en de belangrijkste gebeurtenissen. Als hij je het simpele schetsje laat zien dat Edison maakte met de even simpele opdracht daarop aan zijn medewerker: „Maak dit", en hij vertelt dan dat krijg ik dan als ik dat maak", en dat Edison toen deze medewerker daarop vroeg: „Wat voor ding krijg ik dan als ik dat maak", en dat Edison toen antwoordde: „Een ding dat terugpraat", dan heb je binnen de minuut een haarscherp beeld gekregen van de wijze waarop een man als Edison zrjn uitvindingen deed en in elkaar zette. Picasso mag dan een keer gezegd hebben: „Ik zoek niet, ik vind", voor Edison gold ongetwijfeld het omgekeerde: „Ik zoek, daarom vind ik". Dat laatste bleek vooral uit zijn eindeloze jacht op een voor iedereen betaalbaar gloeilampje. Alistair Cooke rondt zon verhaaltje over de uitvinding van de Phonograaf dan perfect af, door in het museum op een prototype via een toeter dezelfde kinderversregels over The little Lamb (het lammetje) in het apparaat te spreken als Edison de allereerste keer deed. Even terugdraaien, en dan horen we het zoals Edison het voor het eerst gehoord moet hebben: dof, moeilijk verstaanbaar, maar de voorspelling kwam helemaal uit: het ding praatte terug! NICO SCHEEPMAKER --- Ans Wortel In de Lawei te Drachten is er deze maand een zeer bezienswaardige expositie van schilderijen van Ans Wortel. Werk van deze kunstenares is al eerder dit jaar te zien geweest in Heerenveen en Workum en toen uitgebreid in deze rubriek besproken. Van vernieuwing in de kunst kun je bij Ans Wortel niet spreken — dat hoeft natuurlijk ook niet altijd — maar wel van een diep doorleefde menselijkheid. De Lawei, Drachten. Tot 1 oktober. ---