Middelburg 10 Maart. Houden van collecten. Reeds meermalen is in onderscheidene bladen, en ook door ons, gewezen op de uitbreiding, die het houden van collecten voor versobillende instellingen in de laatste jaren heeft verkregen; hoe vaa dit collecteeren als 't ware eene broodwinning is gemaakt en door inlke inzamelingen voor instellingen elders een vaak aiet onaanzienlijk bedrag wordt onttrokken aan eigen kring, waar het zoo nuttig besteed sou zga. Gemeentebesturen staan echter machteloos tegenover zulke pogingen; zg kunnen die niet tegengaan; ca daarom bepaalden zg zioh tot heden eenvoudig tot eene kennisgeving aaa de ingezetenen, dat de wet bun geen middel aan de hand deed om het houden van die collecten te verbieden — er werd hun trouwens ook niet om verlof gevraagd maar eenvoudig, overeenkomstig art. 13 der wet tot regeling van het armbestuur, kennis gegeven van hit voornemen — en sg daarom alleen slechts herinnerden, dat zg zulke inzamelingen niet aanbevalen. Thans is echter, naar wjj vernemen, door het gemeentebestuur van Middelburg een poging aangewend, om met de wet in de hand zulke inzamelingen tegen te gaan. Het deed dit hoofdzakelijk om eens te doen uitmaken, in hoever langs dien weg voor goed een einde te maken is aan dergelgke collectes en of gemeentebesturen niet krachtiger daartegen kunnen optreden. Men bad plan Dinsdag ia onze gemeente eene inzameling te houden ten behoeve van de Vereeniging tot ondersteuning van weduwen en weezen te Amsterdam, doch het gemeentebestuur heeft die verboden, onder mededeeling dat bet, ging men tooh ertoe over, die zou stuiten. Het verbod ia gebaseerd op de 2a alinea vaa genoemd artikel 13, luidende: »Geeae zoodanige inzameling mag plaats hebbea ten behoeve van instellingen., die vallen in de toepassing van het laatste lid van art. 7." Dat artikel 7 aohrjjft voor dat de bepalingen betreffende de inrichting en het bestuur der instellingen, onder litt. b en c vaa art. 2 vermeld, *) door hare bestuurders aan het bestuur der gemeente, waar zjj zga gevestigd, moeten zgn medegedeeld binnen een maand nadat zg tot stand komen. Ea verder luidt het laatste lid, waarop het vooral aankomt, als volgt: >De instellingen, voor welke de gevorderde mededeeling niet binnen de gestelde termjjaen geschiedt, missen van bet oogenblik van het veretrjjken dier termgnen af totdat zjj plaats heeft, de bevoegdheid bij art. 1691 van bet Burgerlek wetboek aaa zedelijke lichamen toegekend, tot bet aangaan vaa burgerlijke handelingen". Nu meende het gemeentebestuur van Middelburg dat de vereeniging, die het gold, viel onder de toepassing van deze bepaling en geen collecte in onze gemeente mocht houdei, omdat zg niet op de ljjst van Middelburg voorkomt. Ia hoever die opvatting juist is, kunnen wjj aiet beoordeelen. Wg gelooven echter dat het gemeentebestuur, dat een jaar geleden geen termen scheen te vinden tot sluiting zich sedert ten dese heeft laten leiden door de redactie der Gemeentestem, waar die in het hoofdartikel, voorkomende in no. 2332 van den 8 Juni 1896, op daarin uiteengezette gronden meent te mogen beweren, dat eene collecte voor eene instelling van weldadigheid, buiten de gemeente gevestigd, aiet mag worden gehouden, om de eenvoudige reden dat de wetgever in meergenoemd art. 13 alléén instellingen, in de gemeente gevestigd, zou hebben bedoeld. Hoe 't ook zjj, de betrokken instelling kan nu in hooger beroep gaan bg de Koningin-weduwe, Regentes, en het is te wensohen dat zg dit doet, want de uitspraak der hoogste macht in deze zal zeker door velen met belangstelling worden tegemoet gezien. *) è. Instellingen eener kerkelijk*) gemeente, bestemd voor de armen eener bepaalde godsdienstige gezindte, en vanwege die kerkelijke gemeente geregeld en bestuurd; e. Instellingen door bijzondere personen of door bijzondere, niet kerkelijke, vereenigÏDgen geregeld en beat an rd. --- Benoemingen enz. Bjj kon. besluit: is benoemd tot kantonrechter te Roermond. mr. G. E. M. Geradts, thans substituut-officier vaa justitie bjj de arrondiisement-reohtbank te Maastricht; is aan H. J. Kan, pedel der r£ks-universiteit te Groningen, de eere-medaille der orde vaa Oranje-Nassau, ia goud, toegekend ; en is mr. dr. D. A. P. N. Kooien, te Utrecht, met ingang van 1 April 1897, benoemd tot schoolopziener in het arrondissement IJsselstein. In dit jaar kannen bg de opleiding vaa leerlingen-maobinizt te Helle voetsluis, na vergelijkend examen, achttien jongelingen geplaatst worden ala leerliag-maohinist. Tot dit examen worden alleen toegelaten jongelingen, die geborea sgn tussohen 1 Juli 1880 en 1 Juli 1883. Verdere bijzonderheden vindt men in de Staats-Courant van heden. Ook de minister van ëaaaoiea en koloniën verleenen deze week geea audiëntie. Met 16 Maart wordt de luitenant ter zee der 2de klasse E. B. J, Elias, geplaatst aan boord van Hr Ms wachtschip te Willemsoord. --- Costa Rica Packet. Uit den officie-Slen tekst van de soheidsreehterljjke uitspraak vaa den heer P. deMartens, gegeven in dese bekende zaak, bljjkt dat dese die uitspraak heeft gegrond op het feit: dat de kapitein van het Esgelsohe schip siob «an de praaw heeft meestergemaakt in Januari 1880 buiten de territoriale zee van Nederandsoh-I ndiè*; dat volgens het volkenrecht koopvaardijschepen in open zee afgezonderde gedeelten uitmaken van het grondgebied van den staat, welks vlag zjj voeren, en dat t_ dus voor daden in open zee alleen onderworpen zgn aan de rechtspraak van de nationale, overheid vaa dien staat; dat de toeeigeaiag door dea kapitein van de lading van de prauw, alt hebbende plaats gehad in open zee, slechts berecht kon worden door Engelsohe rechtscolleges en geenszins door Hollaadsche, Verder wordt overwogen i dat de identiteit van bedoelde prauw volstrekt niet bewezen is; dat de Indische autoriteiten, die den kapitein Carpeater badden aangehouden, uit eigen hoofde de vervolging hebben gestaakt na htt vonnis van den raad van justitie te Maoassar van 1891, en dienvolgens onwederlegbaar de onwettigheid van zjjn aanhouding en zgn gedwongen overbrenging van Ternate naar Maoassar hebben geconstateerd. dat alle overgelegde stukken en bescheiden de ontstentenis bewjjzen vaneenige wezenljjke oorzaak voor de aanhouding vaa kapitein Carpeateren dat de behandelingen, hem aangedaan in de gevangenis te Maoassar, niet gerechtvaardigd zgn tegenover een onderdaan van een besobaafden staat, die ia staat van voorloopige hechtenis verkeert. Op deze gronden wordt de schadevergoeding aan den kapitein uitgesproken, terwgl intussoben wordt erkend dat de kapitein, toen \x_ eenmaal vrg was, op zga schip had kunnen terugkeeren uiterlijk in Januari 1892 en dat hg geen afdoend bewjjs beeft overgelegd voor de beweerde noodzakelijkheid, om tot ia April 1892 zga sohip in de haven vaa Ternate onbeheerd te laten en nog minder om dit voor geringen prijs te verkoopen. Ten aanzien van de eigenaren van bet schip wordt overwogen, dat dezen verplicht waren geweest zorg te dragen dat de eerste stuurman in staat ware geweest bjj'een ongeval, aan den kapitein overkomen, bet bevel over bat schip te voerenen bet bedrgf van de.walvisohvangst uit te oefenen, zoodat de schade, door de gevangenneming van den kapitein geleden door de eigenaren, de officieren ca de bemanning, niet uitsluitend bet noodzakelijk gevolg fs van die voorloopige aanhouding. --- UIT STAD EN PROVINCIE. De mededeeling, door ons ontleend aan een Hollandsch blad, dat onderscheidene gemeenten hebben geteerd op de opcenten over de eerste vier maanden van . het volgende kalenderjaar vindt, ook bg een onzer lezers, tegenspraak maar wordt door den berichtgever gehandhaafd. De tegenspraak berust op het feit, dat de gemeenten anders moeten handelen, en op de rekening moeten brengen 1/3 van de opcenten over bet loopende en 2/3 vaa de opcenten over het volgende belastingjaar. In Zeeland is dat zelfs een provinciaal voorschrift. Maar dat bewjjst nog niet, dat mik een voorschrift in alle provinciën bestaat, en nog veel minder, dat men zich in alle provinciën aan zulk een voorschrift houdt. Bovendien is het noodig er op te letten, dat het hier — gelgk uitdrukkelgk vermeld werd — een mededeeling van eea aader blad gold. Wg weten er aiet meer van dan wg lazen. Dit tot nariebt van dien lezer in Zuid- Beveland. —- Maandag oatvingen de burgemeesters van dei minister vaa justitie de opgaaf, bedoeld ia art. 22 der kieswet. Deze opgaaf bevat meer dan 6000 namen vaa personen, d;e van het kiesrecht zjjn uitgesloten. Achter 335 ramen staat de geboorteplaats ca datum. Ofschoon deze aanwijzingen voor eiken persoon behooren gedaan te worden, ontbraken daarvoor, volgens bericht van dea minister, de «■egeveas. Dit vindt onze berichtgever jammer, want, was dit niet het geval, daa kon eene vergelijking met dea inhoud der bevolkings-regis tors plaats hebben voor het verkrijgen der wetenschap of de gesignaleerde personen de ingezetenen der gemeente zijn die gelijkluidende aamen dragen. Bjj kon. besluit is tegen 1 April a. de beer J, Luteyn, voor den tgd van drie jaren, benoemd tot direoteur cit den handel van het vrjj-entrepö; te Middelburg. — Te Vlissingen bad Dinsdag avond een treurig ongeluk plaats. Een 27 jarig ongehuwd schilder, D. R. genaamd, wonende te Terneuzen, doch tjjde! jjk aldaar werkzaam aan de Kon. Maatschappg de Schelde, had het ongeluk, terwgl hg bezig was met het schilderen vaa dea in aanbouw zjjnden kruiser Zeeland van de stelling te vallen. Even nadat men hem had opgenomen en in het ziekenhuisje, staande op de werf, gebracht, overleed hij. Heden werd het lgk naar het gasthuis gebracht. De heer Vaa der Velde, aannemer te Ternenzen, heeft met de assuradeuren van bet gestrande barksohip Noët gecontraoteerd het sohip vlot en in de binnenhaven te brengen. — Dinsdag avond is te Oost- en West- Sou burg het lgk der sedert lang vermiste vrouw Den E. gevonden in de waterleiding in de richting naar Vlisßingen, waaruit is af te leiden dat zg op den fcewusten avoad, toen zij de tram miste, in plaats van over denhaal, er naaßt in bet water is geloopen. Het ljjk verkeerde in verren staat van ontbinding. — Naar de N. B. Crt. meldt, heeft de beer H. Vermaas, pred. te Oost- en Weet- Sonb u r g , om gezondheidsredenen eervol emeritaat aangevraagd. — Ook te Grgpskerke heeft men in de consistorie der Ned. Herv- kerk een ruit uitgesneden en een bus meegenomen. Te Goes is een zangvereeniging voor gemengd koor opgericht, onder den naam Amicitia. Als voorloopige bestuursleden zijn gekozen de heeren W. F. van Riet Gz., A, van Huet, H. Sohrgver, M. van Zweden ca J. Mulder Kb. Als direoteur treedt op de heer P. de Jonge Jz. De vereeniging telt een dertigtal leden. Met 5 tegen 2 stemmen werd Diaadag andermaal door den gemeenteraad van St. Maartensdijk verworpen een verzoek van eenige ingezetenen tot het mogen plaatsen eener tweede fairbank op bet haven plateau > De afwgzing geschiedde op dezelfde gronden als bg het eerste verioak. Als motief voorde wensoheljjkheid van inwilliging vaa hun ver' zoek was door de aanvragers aangevoerd :»dat men algemeen van oordeel is, dat de bestaande weegbrug als gevolg vaa de zich steeds meer uitbreidende cultuur der wortel gewassen niet meer aan den eisch van eene tjjdige, ordeljjke en juiste weging kan voldoen en alzoo eena tweede weegbrug ia eene bepaalde behoefte voorziet." Op den 1 April a. s. zal bet detachement te Terneuzen, onder bevel van den tweedeluitenaat A. M. Vorstman, van bet 4e batal-* jon te Vlissingen, worden verhangen door een detachement uit Middelburg, onder commando van den tweede-luitenant J. L. Schoonhoven. — In de Dinsdag middag te Zaamslag gehouden raadsvergadering werd o. a. behandeld een verzoek van den burgemeester aan B. M. de Koningin-Regentes, om weder voor een jaar te Ternenzen te mogen wonen of althans tot den tgd dat hg een geschikte woning te Zaamslag kan vinden, op grond dat bjj zich nog niet van een geschikte woning beeft kunnen voorzien. Burg. ca weth. stellen den raad voor te antwoorden, dat de burgemeester zich reeds lang van een woning had kunnen voomei: dat nog steeds geschikte woningen te koop of te huur zgn; dat het belang der gemeente vordert dat de burgemeester in de gemeente woae en dat de raad derhalve er op moet aandringen dat het verzoek niet word-; ingewilligd. Op de vraag van Ged. staten of, bg even* tueele inwilliging, de dagen en uren, waarop de burgemeester thans in de gemeente te speken is, naar 's raads genoegen zgn, stelden buig. en wetb. voor bevestigend te antwoorden* De heer Vaa de Ree stelde voor Ged. statut te verzoeken, bg eventueele inwilliging van het verzoek vaa den burgemeester om elders te wonen, te bepalen dat de burgemeester alle werkdagen van 9—12 uur in de gemeente moet te spreken zgn. De voorsteller kon geen enkelen grond vinden, waarom bet in het belang der gemeente noodig zou zgn, dat de burgemeester buiten de gemeente woont (tweede lid van art. 74 der gemeentewet) en z. i. was bet slechts onwil van den burgemeester. Het door den beer Van de Ree gewgzigd antwoord (wat betreft de spreekuren) werd met 6 stemmen tegen è*ene stem aangenomen. Tegen stemde de wethouder Riemens. De rekening van het algemeen burg. armbestuur over 1898 werd met algemeene stemmen goedgekeurd in ontvang op f 1805.62, in uitgaaf op f 1671.58, dus met een goed alot van f 134.04. In de Dinsdag namiddag te Aardenburg gehouden vergadering van Welbegrepen Eigenbelang waren aanwezig alle leden van het bestuur en 23 leden. De penningmeester deed rekening en verantwoording van zgn gehouden beheer over 1896, waaruit bleek dat de ontvangsten hebben bedragen i 20991.13--, de uitgaven f 20979.52, sluitende alzoo met een saldo van f 11.61*. Alle leden van het bestuur werden met nagenoeg algemeene stemmen herkozen. — De heer F. J. Leenhoats, onderwgzer aan de bijzondere school te Sluis, is benoemd tot hoofd der bgzondere school te Heiningen, gemeente Fgnaart, --- De Ongevallenverzekering. 11. Voorbeelden van ongeschiktheid tot werken. — Vrouw Janse. — Janse als weduwnaar. — De kinderen Janse als kostwinners. — Verplichte verzekerde bedrijten. Om eenig denkbeeld te geven van eene beoordeeling van den graad van onbekwaamheid tot werken, laat ik volgen hetgeen ik dienaangaande lees in de prospectus van de Eerste Nederlandsche verzekeringmaatschappij te 's Gravenhage.- >onder levenslange geheele onbekwaamheid tot werken wordt gerekend te behooren het verlies of de levenslange volkomen oabruikbaarheid, als rechtstreekHch gevolg van het ongeval, vaa de beide oogen, vaa beide handen of beide voeten, respectievelijk van éen band en éen voet, vaa Ósn hand en éen oog, vaa éan voet en éen oog, of wel ongeneeslijke verstandsverbijstering" >Oader levenslange gedeeltelijke onbekwaamheid tot werken begrjjpt de Maatschappg : het verlies of de volkomen onbruikbaar-heid van éen oog, éen hand, éen voet, éen of meer vingers of toonen. Hg keert ia dat geval 5 % tot 50 % vaa de verzekerde som uit"..... Ongevallen, die volslagen ongeschiktheid tot werken veroorzaken, komen betrekkekelijk weinig voor. In 1894 kwamen in Oostenrijk op 962.877 verzekerde werklieden (die van land- en boschbouw niet medegerekend) slechts 116 gevallen van geheele onbekwaamheid tot arbeiden voor, hetwelk een cijfer geeft van 1.2 op 10.000 werklieden, terwijl het aantal overledenen was 647 of 6.8. Voor 64 Duitsche Berufsgenossenschaften over 1894 waren die cijfers- 855 op 5.243.965 arbeiders of 1.63 op 10.000 werklieden; het aantal overledenen was 3438 of 6.56. Het wetsvoorstel beoogt evenwel ook schadeloosstelling te geven aan de nagelaten betrekkingen van hem of haar, die tengevolge van een ongeval, in de uitoefening van het verzekeringsplicbtige bedrijf overkomen, is overleden. Ware dit onheil het gezin van Janse overkomen, dan zou zyn weduwe aan het postkantoor ontvangen: 10. voor begrafeniskosten f 45 (10 percent van het jaarloon); 20. eiken Maandag gedurende haren weduwlijken staat, een rentebedrag van f 2.60 voor haar zelve, (30 pet. van bet weekloon); 30. wekelijks voor elk kind, lot zijn 16de levensjaar f 1.30 (15 pet. van het weekloon). De weduwe Janse zon derhalve voor zich en hare 2 kinderen wekelijks ontvangen : f 2.60 -f- f 1.30 -|- f 1.30 -= f 5.20; overeenkomende met 60 percent van zes maal het dagloon van den overledene. Hoogstens dit gedeelte van het loon wordt aan de nagelaten betrekkingen toegekend; zou volgens de voorgestelde bepalingen dit maximum overschreden worden — als bij voorb. 3 of meer kinderen tot het gezin behoorden — dan ondergaat elke rente eene evenredige vermindering. Het aangaan van een opvolgend huwelijk zou het recht van de weduwe Janse op haar levenlange uitkeering does ophouden. In verband hiermede kent de wet haar eene afkoopsom van tweemaal bare jaarrente toe; zij zon derhalve ontvangen voor eens f 270. Een billijke en doelmatige bepaling. Natuurlijken wettiglijk erkenden kinderen, ïn de burgerlijke wetgeving nog ergerlijk achter gesteld, worden in dit voorstel gelijke aanspraken toegekend. De wet stelt mannen én vrouwen gelijk, wat betreft de schadeloosstelling voor het gemis van de kostwinning tengevolge van overlgden. Veronderstellen we daarom eens dat Janse geheel ongeschikt was tot werken tengevolge van een oorzaak, die hem geen aanspraak had kunnen doen gelden op Schadeloosstelling, en dat vrouw Janse den kost verdiende voor het gezin. In dit geval zon Janse na het overlijden van zijn echtgenoote, de kostwinster voor bern en de kinderen, gelijke rechten op schadeloosstelling hebben als boven zyn aangewezen voor de weduwe. De som van de begrafenishosten, van de rente voor hem en van die voor de kinderen zon op dezelfde wijze berekend moeten worden. Verdiende vrouw 2an» in geld en voedingsmiddelen per dag f 1, dan zou aan Janse uitgekeerd worden: 10. f3O voor begrafeniskosten (10 percent van het jaarloon); 20. wekelijks tot zijn dood of tot zijn opvolgend hawelijk f 1.73 (30 percent van bet dagloon); 30. wekelijks voor elk kind tot zyn voleindigde 15de levensjaar f 0.87 (15 percent van het dagloon). Het sluiten van een volgend huwelijk zou ook hem het recht op de levenslange rente doen verliezen, gepaard gaande aan de dan ook voor hem ontstaande aanspraak op een afkoopsom van twee maal zijne jaarrente, gelijkstaande aan f 180. Voor het geval de kinderen, door het over lijden van den langslevenden ouder, weezen worden, wordt hun een hoogere rente toegekend en wel van 20 % in plaats van de genoemde 15 %. Volgens art. 376 B. W. zijn de kinderen verplicht hunne ouders en andere bloedverwanten in de opgaande linie, wanneer zij behoeftig zijn, te onderhouden. Art. 377 B. W. legt schoonzoons en schoondochters gelijke verplichting op, sommige gevallen voorbehouden, ten opzichte van hunne schoonouders. In overeenstemming hiermede moet ik nog bet volgende doen opmerken. Ware Janse, overleden zonder vrouw of kinderen na te laten, de kostwinner geweest van zijn ouders ef, bij ontstentenis van deze, van zijn grootouders, dan zouden deze personen tot schadeloosstelling voor het verlies van hun wettigen kostwinner, aanspraak kunnen maken op de wekelijksche uitkeering van 30 % van het dagloon = ƒ 2.60; had de kostwinner Janse alleen zijn vrouw nagelaten, dan zon voor de genoemde personen eveneens 30 % beschikbaar zijn; dit zou ook bet geval wezen als alleen kinderen waren achtergebleven; ingeval echter vronw en kinderen achterblijven, kunnen de ouders nimmer de 30 percent voluit ontvangen, tenzij de jongere rentetrekkers vóór hen overleden. Dezelfde voorschriften betreffen de op onderhond aanspraak hebbende schoonouders. Gedachtig aan de woorden van Clandio Jannet: le socialisme d'éiat et la ref orme sociale, Paris 1889, pag. XI: „Il faut se garder d'esquisser de vastes programmes, de vottloir faire grand} comme on disait sous VEmpire. Prendre ttnc a une les difficultés économiquesj propres a ckaque pays, et redresser les abus qui s'y produisent avec des caractères incontestables d'intensité et de géneralité, voila la niche du legislateur," heeft de wet voorloopig de verzekering voorgeschreven voor de volgende, nog al gevaarlijke bedrijven, met de bedoeling tot latere uitbreiding: I°. die, waar stoom of andere krachtwerktuigen worden gebruikt, met uitzondering van dip, uitgeoefend met vaartuigen; 2°. die, waar ontplofbare stotf jn vervaardigd, vervoerd, bewaard of gebruikt worden ; 3° bet schippersbedrgf met schepen, welke in den regel van de eeae plaats hier te lande naar een andere plaats hier te lande varen en dat met schepen, welke uitsluitend de rivieren en binnenwateren bevaren en tevens geregeld van buitenlands komen of naar buitenlands bestemd zgn; 4* het veerschippersbedigf; 5* de visscherg op rivieren en binnenwateren; 6° de spoor- en tramweg-ondernemingen ; 7° de bouwvakken, waarmede bedoeld worden : het beiers-, lei- en rietdekkers-, loodgieters-, zinkwerkers-, metselaars-, schildere-, imids-, steenhouwers-, steenzagers-, stukadoorsen timmermassvak; 8* het aard- en grondwerkersvak j 9° het leggen van electrische geleidingen; 10° de mgnen; 11° de glazen wasßcherg en ; 12° de slachterijen; 13" de werven; 14° het schoorsteenvegersbedrgf ; 15" het laden en lossen van aehrpen. Amsterdam. D. STIGTER. ---