douchen in het donker, theezakjes aan de waslijn en lopend op vakantie trSuminderen in plaats van fsumeren. De Hagenaars Lj^e/ce van Veen en Rob van Sen bewust vrek. Sinds ƒ e/e jaren leeft het goedver*,!\enc,e Paar in uiterste sober!r?H *e sParen maandelijks dvi 'Td gulden uit door het toilet *p meer elke keer door te trekken, aan een avondmaaltijd zelden meer dan 2,50 gulden uit te geven, lopend op vakantie te gaan en koud in plaats van warm te douchen. Nederland blijkt vol vrekken. Sinds de oprichting van de Haagse vrekkenclub stromen de reacties binnen. --- VREKKEN DOEN HET VOOR DE SPORT „Zuinig-zijn is niet gierig” _ae door BABETTE WIERINGA X , HAAG — Theezakjes aan de waslijn drogen voor hergebruik, of nog di, i losse thee drinken omdat dit in veertig jaar tijd 1.226 gulden oplevert. *!_: en oeWcruime^Jes sparen voor in de yoghurt. Tien paar van dezelfde 'Mll kopen zodat bij een kapotte kous niet het hele paar de vuilnisbak in >C,' en in plaats van een duur cadeau een avondje babysitten aanbieden, zijn uiterst inventief, zo blijkt uit de tips die ze sinds kort in erband uitwisselen. Op alle luxe wordt bezuinigd. |ranSycho- C°§-matendub Ketteren. L^icaa] E>md. ift i f'Uck. Bezuinigings- Kt inu sport' Hanneke fatjesJ?^ vriJe tiJd cat*-°ek 'piUlst de kranten uit Ken k°opjes, schrijft F dar.^ een stuk goedko*t *:de telefoon -en er "jeuwe achterkanten l. se°ruikte ansichtkaar'JUiih B 2ovP7lend en ik leefden 'telt h twee-verdieners," I keuj^neke in haar sobe- P- „\v!n Vol oude appara- Htene„Waren altijd druk, en hadden Vn wjd boodschappen Bn' Maa gingen veel uit 1d* w°!" nou te zegsen !- tycf intje ons bevredigen» t gen bovendien 'I*en1*en £!n oPzichte van de Nwe Lde wereld. Nu lei- P. Een i Ulterst simpel le.^nvoii Vendat creatiever 18- onzezuinig■ doen u ;let °Pgedrongen, tleuW l puur omdat we UK vinden." ■ Hanneke van Veen en Rob van Eeden hebben het leven van yup verruild voor dat van Dagobert Duck. Bezuinigen is hun sport. FOTO: JOS VAN LEEUWEN --- Hiet gierig 3» W? Zlchzelf °ok niet d*eoLe geven nu soms «ftlo»]^ln?snsen die niet fte&kheid hebben het - erdienen." Qat°L2'n «id vindt ook in 6 Hagenaars een leens eBplaats. „We nemen ]***££* taartie>°f drin- SalSt^-^g^ll tetl daa* theater. We ge•eger-.*** meer van dan rek",--2lln gaat ver. lets on- plezierigers is nauwelijks voor te stellen, maar Hanneke heeft afscheid genomen van de warme douche. „Als ik dat echt vervelend had gevonden, had ik de boiler weer in werking gesteld. Maar het is heus een prettige geldbesparing." De ideeën, ervaringen en tips van Rob en Hanneke zijn sinds kort te lezen in de vrekkenkrant. Zo schrijft Rob over de dure kapper die hij verruilde voor een kapper waar hij geen kopje koffie krijgt, maar tientallen guldens minder betaalt, en schrijft Hanneke dat je behalve koud daarnaast net zo goed in het donker kunt douchen. De laatste tijd spelen zich in het vrekkige huishouden zelfs alle badkamerhandelingen als scheren, wassen en tanden poetsen in het donker af. De vrekken pleiten voor eerherstel van de vrek. „De mythe moet worden doorbroken," zo zegt Hanneke terwijl ze haar spaarzame servetten — gemaakt uit een oud tafellaken — laat zien. „Zuinige mensen worden vaak als gierig versleten. Onterecht. Met spaarzaamheid is niets mis. We zullen alle 'onterechte vooroordelen over vrekken aan de kaak stellen en de vrekken-levensstijl proberen te bevorderen." Een lachje: „Voordat anderen het doen hebben we het woord vrek zelf maar aangedragen." Beledigend? „Ben je gek, we beschouwen het als een geuzennaam." --- Benauwd Hanneke is in tegenstelling tot haar vriend van oorsprong een zuinig type. „Vroeger kreeg ik het al benauwd als mensen mij een grote bos bloemen cadeau gaven. Ik wist dat daar een prijskaartje van meer dan twintig gulden aan moest hangen. Wat een verspilling. Mij maak je veel blijer met een tak uit de tuin." Ook het kopen van dure kleding gaf de Haagse vaak een uiterst ontevreden gevoel. De dure trui die ze draagt, stamt nog uit de luxe periode: „Soms kocht ik dure dingen en schaamde me vervolgens voor het enorme bedrag dat ik er voor had neergelegd. Als ik nu met een koopje van de rommelmarkt thuiskom, ben ik pas echt gelukkig." Toen Hanneke een artikel las over een Amerikaanse die de strijd tegen de overdaad aanging, was het moment daar. „Ik herkende mezelf in haar. Zij was mijn inspiratiebron." Na de grote bezuinigingen kreeg ze de smaak pas echt te pakken. Hanneke vertelt: „Ik stuitte in en rond huis op kleine verspillingen. Waarom zou je je haar wassen met een hele hand vol shampoo, en die tandenborstel hoeft helemaal niet van voor tot achteren vol tandpasta. Vroeger dronken we Spa rood, tegenwoordig vul ik flessen water en zet die in de koelkast. Net zo lekker. En je moet je ogen openhouden: de auto is verkocht, we reizen per trein. Als je goed kijkt ligt daar altijd wel een achtergelaten krantje... We hebben al onze abonnementen opgezegd. Dergelijke bezuinigingen lijken misschien onbenullig, maar we weten inmiddels dat ze behoorlijk aantikken." Hun eigen vrekkenkrant telt nu zon tweehonderd leden. Hanneke verwacht dat dit aantal snel zal stijgen. „We hebben nog maar weinig ruchtbaarheid aan ons clubje gegeven. Maar iedereen die ervan hoort reageert enthousiast. Je moet ook niet vergeten dat veel — vooral oudere mensen — spaarzaam zijn. En natuurlijk zijn er mensen die dolgraag willen bezuinigen maar niet goed weten hoe." „Wij zijn overigens niet van mening dat iedereen een stapje terug moet. lemand die bewust een luxueus leven leidt en daar volop van geniet, moet vooral zo doorgaan. Het leukste is als je vrek wordt uit luxe. Zoals wij." Een eerste gratis exemplaar van de vrekkenkrant is te bestellen door een briefkaartje naar het vrekkenechtpaar: Buys Ballotstraat 27b, 2563 ZH Den Haag. --- „Die middeleeuwers hadden het pas zwaar” Weer al duizend jaar gesprek van de dag door MARJOLEIN SCHIPPER DEN HAAG — Van de week nog over het weer gepraat? Over de aanhoudende hoge temperaturen, het broeikaseffect, de stortbuien van afgelopen maandag? Dan bevindt u zich in het (goede) gezelschap van Juliana van Stolberg, Willem van Oranje en Erasmus. Allen wijdden in hun correspondentie regelmatig enige regels aan het weer. Want regen, zonneschijn en wind zijn al honderden jaren het gesprek van de dag, weet weer-amateur drs. Jan Buisman. Dit najaar verschijnt, onder auspiciën van het KNMI, het eerste deel van zijn monumentale serie Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen. „Wat een weertje hè," luidt de begroeting van Jan Buisman (67) in de hal. Zorgzaam wordt de doornat geregende jas aan de kapstok gehangen. Vanuit de Haagse torenflat heeft de historisch geograaf een weids uitzicht over de omgeving, donkere regenwolken jagen langs de horizon: „Als het een beetje meezit kan ik het onweer boven Brabant zien hangen," zegt hij tevreden. Want Buisman, om de haverklap van zijn stoel opspringend om gegevens na te checken, is dol op extremen. „Een halve meter sneeuw, acht maanden droogte," zegt hij bijna dromerig. „Ik kom er nooit voor uit dat ik dat prachtig vind, want iedereen heeft juist een hekel aan dat soort verschijnselen. Hou jij van ijzel, ben je wel helemaal bij je hoofd, zeggen ze dan boos. De februari-storm van '90, tjonge! Ik stond op een open bouwterrein in Oost- Berlijn toen het front langs kwam. Eng maar prachtig. Ik voelde me als een kind dat zegt: leuk het bliksemt, maar vervolgens van angst onder het bed kruipt." Buisman is naar eigen zeggen van kinds af aan achtervolgd' door het weer. Toen hij één jaar was braken in zijn woonplaats Culemborg de rivieren door, op zijn vierde liep hij aan de hand van zijn vader over het ijs van de Lek en in 1930 verhuisde het gezin Buisman naar Borculo, dat in '25 door een tornado was verwoest. „Als kind verslond ik het boekje 'Wat leeren ons de wolken' van dr. H.C. Cannegieter. Dat las ik liggend in het weiland, één oog op de wolken. Op mijn zeventiende werd ik 'Vrijwillig waarnemer onweders en optische verschijnselen' bij het KNMI. Stelde niets voor h00r... Bij onweer moest je in een speciaal boekje optekenen hoe laat de regen was begonnen, en hoe laat en waar de bliksem insloeg," herinnert Buisman zich. Het onverwachte, dat fascineert hem zo aan het weer: „Je weet het nooit! Op het moment heeft iedereen het over het broeikaseffect, omdat we drie zachte zomers en winters hebben gehad. Datzelfde was overigens het geval van 1383 tot 1386, er is niets nieuws onder de zon. Één Elfsteden-winter en niemand praat meer over de broeikas." De oud-aardrijkskundeleraar publiceerde in '84 al het boek 'Bar en Boos' waarin hij zeven eeuwen winterweer beschrijft. Speurend in de archieven kwam hij echter zoveel interessant materiaal tegen dat een uitgebreider werk voor de hand lag. ■ Drs. Jan Buisman, samensteller vanDuizend jaar weer, wind en water in de Lage landen', woont ideaal vooreen weeramateur: „Als het onweert in Brabant, kan ik hier in Den Haag de buien zien hangen." --- „De invloed van het weer op het dagelijkse leven was toen veel groter dan nu.” „Het lijkt zon triviaal onderwerp, het weer," zegt hij. „Niemand vindt het écht belangrijk. In de officiële geschiedkundige werken vind je er, althans tot de Tweede Wereldoorlog, niets over terug. In die boeken is het een en al vorsten en veldslagen. Terwijl iemand als Julius Caesar toch danig is dwarsgezeten door het weer! Toen hij in 55 voor Christus overstak naar Britannië, werd zijn complete vloot vernietigd door een zogenaamde kanaalrat': een depressie met veel wind en regen in het Kanaal. Hij moest zich terugtrekken en waagde pas een jaar later de oversteek opnieuw." Buisman moet het wat bronnen betreft hebben van oude kronieken, brieven en dagboeken, die hij zuiver en alleen doorleest op gegevens over het weer. „Als Suzanna Hoefnagel, de moeder van Constantijn Huygens, aan haar zoon schrijft: 'Het is zo schraal weer, de lente wil maar niet komen', dan denk ik: mooi! informatie! Erasmus wijdt in 1498 zelfs een hele brief aan het noodweer waardoor hij een 'gruwelijke tocht' had. En ja, soms lees ik wel eens een heel werk voor niets." En denken wij, tussen de regendruppels door een sprintje trekkend tussen auto en kantoorgebouw, dat we flink te lijden hebben van het weer? Vergeet het maar. De middeleeuwers, die hadden het zwaar. „Eigenlijk waren ze altijd bang. Voor overstromingen, voor droogte met de bijbehorende mislukte oogsten, hongersnoden en stadsbranden. Voor onweer, want onweer betekende blikseminslag en brand. Bliksemafleiders waren er immers niet. In de zomer werden de boeren met zonnesteken van het land gehaald, na overstromingen gevolgd door strenge vorst lagen de mensen bevroren op de daken. De invloed van het weer op het dagelijkse leven was toen veel groter dan nu." Soms voelt Buisman zich net een detective. „Over een aantal jaren geen enkele informatie hebben, en dan een serie tol-rekeningen of trekvaartreeksen vinden, prachtig." Tolrekeningen en trekvaartreeksen? „Schepen moesten op bepaalde punten immers tol betalen. Was de rivier dichtgevroren, dan werd dat keurig in de boeken vermeld: propter glaciam, wegens het ijs. Datzelfde geldt voor de trekschuiten. Goede informatiebronnen." Het eerste boek uit de vierdelige reeks behandelt het weer tot 1400. Het laatste deel, van 1800 tot heden, moet in '95 verschijnen: ~De boeken zijn bedoeld voor klimatologen en weeramateurs, maar ook voor de leek. Zoveel historische gebeurtenissen zijn immers nauw verbonden met het weer. Neem de ramp van Utrecht in 1674. Op 1 augustus 1674 is er zon noodweer dat niet alleen vele huizen instorten, maar zelfs het middenschip van de Domkerk. Er moeten windsnelheden van 150 kilometer per uur zijn voorgekomen!" geniet Buisman. „Bij het KNMI staan ze te trappelen om mijn gegevens in de computer te stoppen. Hun eigen officiële gegevens gaan maar terug tot 1850." --- FIETS Het was misschien geen slechte fiets. Zwart. Glimmend. Een beetje saai, gedegen als mijn vaders winterjas. Mijn eerste echte fiets. De fiets daarvoor was een erfstuk. Gekregen van een nichtje dat bedankt moest worden omdat zij minzaam glimlachend afstand deed van een rammélkast. Hem inruilde voor een fiets met versnellingen, met handremmen en een laklaag in rijk matgrijs. Een oude — fiets. Het -Janssen stuur was bezaaid met kleine spikkels roest, de zadelveren kraakten, de trapper schoot soms stokkend door, de bel bracht een mager gerinkel voort. Mijn vader maakte werk van het erfstuk. Hij schuurde het stuur, poetste de zadelveren met kachelzwart, pompte de banden op tot zij bol stonden. Hij testte de bel. Paste vijftig meter straatlengte af en gebaarde toen ik moest bellen. Het gerinkel drong niet tot hem door, hij kocht een nieuwe bel. Een bel met züver glimmende schroeven, gouden knopen op een oude jas. „Je krijgt een.nieuwe fiets als je naar de middelbare school gaat," beloofdèmijn vader. „Dan ga je dagelijks door weer en wind. Dan ben je er zuinig op." Een nieuwe fiets. Ik kon hem nauwelijks afwachten. Droomde over de kleur, zou ik parelgrijs nemen of mosgroen? Droomde over mijn tochten door de stad, door de dorpen erachter. Ver, steeds verder. Snel, steeds sneller. Als een windvlaag zou ik de weg overgaan. Licht gebogen over het zilveren stuur. Ik hoorde de versnellingen tikken, voeldede lichte druk van de remmen onder mijn handen. „Kijk dat meisje eens op die schitterende fiets," zouden de mensen zeggen „het is alsof ze vliegt." Ik vloog. Laag, scherend als een meeuw langs de kustlijn. De schoolvakantie kroop. De eerste dag van de middelbare school kwam steeds naderbij. Ik durfde niets te vragen. Vertrouwde toch. De fiets was beloofd tenslotte. En opeens stond in de gang een grote, platte, kartonnen doos. „Je fiets is bezorgd," zei mijn vader verheugd. „ We gaan hem samen uitpakken." Er klopte iets, hoog in mijn keel. Onrust. Gespannen verwachting. Angst. Er ging iets mis, ik voelde het. De fiets. Het frame was krom als een oude vrouw. Het lakwerk zwart als een kraai. Handremmen, versnellingen ontbraken. Die waren te wuft voor dit degelijke model. Alleen de bel blonk vertrouwd op het glimmende stuur. „En?" Mijn vader straalde als zelden tevoren. „Hoe vind je hem? Is hij niet prachtig?" Zijn hand beroerde het glanzende zwart, even. Toen legde hij een hand op mijn schouder. Herhaalde: „ Wat vind je ervan?" Ik trok terug in een wrokkig gebaar. Slikte mijn tranen in. „ Waarom mocht ik niet mee om hem te kopen?" vroeg ik schor. Het licht in de blije, grijze ogen doofde. „Je vindt hem niet mooi," zei mijn vader. Zijn stem klonk mat. „ Waarom niet?" herhaalde ik wanhopig. „Het was toch mijn fiets?" Mijn vader knikte. „Het is jouw fiets. Maar hij komt niet uit de winkel. We hebben ervoor gespaard, met zegelboekjes van de kruidenier. Kijk maar." Hij wees. Op de zwarte lak blonken de letters me tegen: PMC. Premie-van-de-- Maand Club, Albert Heijn. Drie letters. Onder mijn verbijsterde ogen groeiden ze. Verslonden ze de fiets. Ze schreeuwden en spotten, ze hoonden me: te arm voor grijs, te burgerlijk voor groen. Een fiets van margarine, goedkope jam, gehakt in de aanbieding, afgeprijsde artikelen. Een zegelt jesfiets. Ik schudde mijn hoofd in ongeloof. Slikte. „Daar ga ik niet op naar school," zei ik. Mijn stem sloeg over van afgrijzen ~, Nee! Dat doe ik niet! ledereen lacht me uit!" „Je gaat er wèl op naar school," zei mijn vader ijzig. „En ik wens je veel plezier met je nieuwe fiets." Hij liep weg. Ik bleef achter in de schemerige gang. Schaamte beving me. Te laat. MARIANNE JANSSEN ---