BINNENLAND. EERSTE KAMER. ♦ Eindverslagen* Goedkeuring van het op 6 Juli 1912 te s-Gravenhage tus»_hen Nederland en Japan gesloten verdrag van handel en scheepvaart. Naai" aanleiding van het gezegde in de Meteorie van Toelichting» „De bepaling van artikel I, hé 4, van het oude verdrag is verval""j aangezien handhaving van een voorschrift dat gewetensvrijheid en het recht tot uitoefening van den godsdiaart verleent, tusschen beschaafde Staten niet langer noodig werd ge- OordeeW'j wensohte men gaarne te vernemen, <*f Japan verklaarde, dat een voorschrift als bovenbedoeld niet meer noodig was, en daarop Nederland dit beaamde, dan wel of Nederland *nt eigen beweging dit lid 4 heeft losgelaten, yverigens erkende men, dat het belijden van den Japansohen godsdienst niet het maken proselieten medebrengt en 'het Japansche '*?«t indifferent is ten opzichte van den godsdienst yan anderen» Verhooging en aanvulling van het IVde hoofdstuk der Staatsbegrooting voor het dienst■ 7 jaar 1913. B\f het afdeelingsonderzoek van dit ontwerp *an wet verklaarden eenige leden ingenomen *e zijn met het herstel van den vroegeren toestand ten opzichte yan het bantongerecht te Onderdendam. De proef om door een anderen kantonrechter de rechtspraak daar te doen waarnemen, bleek mislukt te zijn, wat naar hun oordeel te doorzien was. Voorloopig Verslag. Wet tot wijziging en aanvulling van den derden en vijfdfen titel van het Iste Boek van het Burgerlijk Wetboek en in verband daar* mede wijziging van de wet van 23 April 1879. De voorgestelde vereenvoudiging der formaliteiten voor het sluiten van een huwelijk vond hij vele leden instemming, terwijl de wenachelijkjb-jid werd uitgesproken, dat men het ■vr^ niet zoude laten. Meer in het bijzonder eouden enkele leden «et gaarne gezien hebben, indien oob de eisch van n uwelijktoestemming van andere verwan«jjn dan ouders, in de gevallen waarin deze wians wordt gesteld hij deze gelegenheid «it de wet was gelicht. Anderen achtten de opheffing van bedoelden eisch van toestemming tot het huwelijk *"et we nschelijik. Tegenover den hiervoren uitgesproken ten aanzien van verdere herziening in de richting van vereenvoudiging van formanteiton, werd opgemerkt, dat partieele wijzig'ttgen van het Burgerlijb Wetboek niet gewenscht zijn, wanneer zij niet hoog noodig fclJn. De commentaren op de wet toch worden onbruikbaar, en de jurisprudentie wordt er door bemoeilijkt. Het werd toegejuicht, dat door de voorgestelde wijzigingen de Zondagsdienst af geschaft werd voor het afkondigen van huwelijken, en dat de bewijzen van huwelijkssluiting voor de kerkelijke inzegening voortaan vrij van zegel en leges jx>uden zijn. --- De lijnen der antirevolutiennalre staatkunde. De heer Fabius vertelt in zijn Studiën en Schetsen ons het volgende van de principieiele leiding bii de antirevolutionnaire Partij. 6 % Van „eenigo leiding in principieelen taa" bij de rechterzijde „is niets bespeurd", Begt de ibser Fabius:. _.>»Dr, Kuyper nam, 'zoolang hij nog lid der Kamer was, weinig aan de debatten deel. Wat trouwens ook moeilijk ware geweest, daar hij "n. den regel 's morgens afwezig was. .Tot dusver bleek cok niet, dat, hetzij zijn opvolger als voorzitter van de Kamerclub, de heer Middelberg, hetzij de onder-voorzitter, 'ar« Van de Velde, als politiek leider in hcoge**n trant zal optreden. >,Ook aan Christelijk-historischen kant deed fcich zoo iemand niet voor. i,^>e heer De Savornin Lohman, wiens groo*e scherpzinnigheid, frischhteid van geest en Werkkracht door de jaren nog niets schijnen ™ hebbon geleden, mist te zeer vastheid van "-in en kracht van doorzetten. Voorts komen ■Wellicht vaak berekeningen in het spel. Ook hij het inbreuk op de vrijheid zijner Medeleden te achten, naar hunne zienswijze *e tragen. , .Misschien had op den gang van zaken ter "Ochterzijde in de Kamer dr. Nolens nog den feesten invloed. Zij het al, dat deze, om prinlpieele lijnen van antirevolutionnaire staatuade te trekken, wellicht gaven mist, die ™*n meer bij den Voorzitter der Tweede Ka™or en ook bij mr. Van Wijnbergen vindt." .. •*^° „principioele lijnen van antirevolu- H^nnaire staatkunde" worden in de Kamer R«trokken door baron Van Wijnbergen — de, beruchte ultramontaan' die ophitste met DJ?L Jinksetemmend canaille 1 -, 'y; j.l gelooven het gaarne. En wie trekt c* lijnen den demagogischen baron voor} --- Statenverkiezingen. J-Jn de opgave van de Statenleden, Dinsdag *~°* Breukelen herkozen, is een misstelling geslopen in, de politieke kleur der herkozenen, V 'leer Van Tuyl van Sercoskerken is libe**J» de heer baron Van Boetzelaer chr.-hist., de heeren baron Van Ittersum en Timmer- ="jn anti-rev. --- Pensioenen. dat Miaiste . vaa Financiën maakt bekend, o gedurende de maanden Juli, Augustus en fee^f1*61" aanstaande, dagelijks, Zon- en wetdagan uitgezonderd, ten kantore van de aahneeg^p. de voldoening zal plaats hebben Ven lB d? verschillende Grootboeken ingeschre- St ï*?lsioen«n ten laste van de 'Nederlandsche aatsbegrooting, kopende over de tweede drie Be.de\van fc Jaar 1913- worden er met nadruk aan de \__-ii' da* °P alle pensioenen ten laste van geken_ ndßcho Staatsbegrooting, op die toenarerT^l.o woduwen en weezen van ambtedea • ?* oord hebbende tot de deelgerechtigden +L^ Weduwenfonds van de geëmployeerhef wli ajgemeen bestuur behoorende, in i>Ü d/*od,UWi°nïonds van het korps ingenieurs yL? waterstaat en in dat van de opzichters Van w ~aterstaat> alsmede op die ten laste fcerl.o. duwon" en Weezenfonds voor bur* J,l f ambtenaren en van de Weduwen- en «on-1 ?dSen,- V?°r teilitairen en gepenvan Z** mlhta.,renJ d<* land- en zeemacht, fcur J? TSSI£g " de onder andere in de «p£Ö Jea*m(>™et onder artikel 31 *1. .enTl '«P»l»*.** *$ onvervreemdbaar wiL ol^w6 «PP«»f.*M»ne«xle er op geenerlei pSw^T, bes.clllkken. ook niet door ver- W^? beleemng; voorts dat door over-«"»* rm oost v_rbods.b. paling *>«, k$ die verpandt of beleent èn hij die in pand of beleening neemt, zich aan schade blootstelt. lSt.rPi.J£ --- Waarschuwing. ■Dè Minister van Buitenlandsche' Zaken brengt ter kennis van belanghebbenden dat, 'blijkens van den consul-generaal der Nederlanden te Melbourne ontvangen bericht, ©migratie van timmerlieden en metselaars naar Nieuw- Zuid-Wales (Australië), wegens slapte in het bouwvak moet .worden ontraden^ (St, Ct.) --- Internationaal Katoencongres. Het Internationaal Katoencongres aal bezocht worden door ongeveer 140 deelnemers met hunne dames. Uit Amerika alleen komen een vijftigtal planters, spinners en wevers. Het bestuur der Nederlandsche Patroonsvereeniging van Katoenspinners en -wevers zal aan de congresleden en de genoodigden, onder wie de ministers van landbouw enz., van.: koloniën en van buitenlandsche zaken, de Koofden van verschillende legatiën. enz» een diner aanbieden. Zooals reeds gemeld, ontvangt Zaterdag H_ M. de Koningin de besturen der Nederlandsche' en der Internationale Vereeniging in audiëntie. Na afloop daarvan is er lunch ten Hove en wordt cc» rijtoey over hefc Loo gemaakt* --- Onderlinge Risico-Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten. De jaarlijksche ledenvergadering van bovengenoemde vereeniging had gisteren hier plaats onder leiding van den burgemeester van Zwolle, mr. I. A. van Roy e n. In de eerste plaats werd de door het bestuur aangeboden balans en rekening en verantwoording der vereeniging over 1912 behandeld. Namens de commissie tot nazien dier stukken werd aan de vergadering geadviseerd tot ongewijzigde vaststelling; de vergadering besliste met algemeene stemmen overeenkomstig dit advies. , Voorts werd een uitvoerig technisch verslag behandeld, dat betreffende de in 1&12 pan werklieden der leden overkomen ongevallen, door den administrateur der vereeniging, de. Centrale IWerkgevers Risico-Bank, was opg<* steld. In een. tweetal vacatures in het bestuur, ontstaan door periodieke aftreding van de heere» jhr. mr. C. A. E lias en mr. I. A. van Roy o n, werd voorzien door hefkiezing der aftredenden. Besloten werd aan de dagelijksche besturen van Delft, Leeuwarden en Bussurn te verzoeken ieder uit hun midden een ljd te willen aanwijzen voor do commissie tot nazien van balans enz. over 1913. Na afloop der vergadering brachten de deelnemers een bezoek aan de diamantslijperij der firma I. J. Asscher. --- Mr. Ter Spill te Utrecht. Het Vrijzinnig Verkiezing»-Comité te Utrecht hield gisteravond weder eene goed gezochte openbare vergadering. Als spreker trad op de heer mr. dr. J. H. W. Q. ter Spill, de vrijzinnige candidaat in Utrecht. Op het podium hadden plaats genomen de besturen der Liberale, Vrijzinnig-Democratische en Oud-Christelijk Historische kiesvereenigingen. Naast den voorzitter der vergadering, mr. Boers, was op het podium gezeten de bekende Ütrechtsehe predikant en redacteur van „Stemmen voor Waarheid en Vrede"» dr. A. W. Bronsveld. De heer Tor Spill, die voor de tweede maal bij dezen verkiezingsstrijd als spreker voor de Ütrechtsehe kiezers optrad, gaf eene verdere uiteenzetting van zijne politieke beginselen. Allereerst behandelde de spreker het kiesrecht, en verklaarde hij zich een beslist voorstander van het algemeen kiesrecht. Spreker betoogde, dat in de praktijk is gebleken, dat aan de kieswet-Van Houten ook vele gebreken kleven. Zoo heeft men bijvoorbeeld de zoogenaamde spaarbankkiezers. Indien de een of ander er de noodige middelen voor over heeft, kan hij kiezers kweeken bij tientallen. Wat het vrouwenkiesrecht aangaat, spreker wenscht een attributig vrouwenkiesrecht, doch niet één, waarbij de kenmerken ontleend worden aan den maatschappelijken welstand. In de eerste plaats zou spreber het kiesrecht willen geven aan de gehuwde vrouw. Spreker verklaart zich een beslist voorstander van evenredige vertegenwoordiging. Een goede deugdelijke krachtige nationale verdediging acht spreker een eerste voreisehte. Ten slotte zeide spr., dat de bern van de liberale politiek is: vrijheid en vooruitgang. Maar een vooruitgang welbo anders dan door en met de vrijheid niet mogelijk is. Een langdurig en luid applaus weerblonb toen spreber zijn weldoordachte voor de vuist uitgesproken redevoering had geëindigd. Aan het debat werd door een vijftal personen deel genomen. --- Ds. Eykman te Leiden. Voor een vrij talrijk gehoor trad gisteravond in de Graanbeurs te Leiden de «indidaat der Chr..-Sociale partij, ds. J. C. B. Eykman, uit öittard, in een openbare vergadering op. Na een korte inleiding, waarin hij sterk veroordeelde het samengaan van de anti-revolutionnaire en ,Chr.-Historische partij met de üoomsohe staatspartij, omdat alleen stembussucces daarvan de oorzaak is, toetste hij het vijfjarig bewind van deze Christelijke Regeering en wat zij nagelaten heeft en gedaan, aan de Ohristolijbo beginselen. Dan wees hij allereerst er op, dat niets is gedaan in de richting der Zondagsrust, dat de Staatsloterij onaangetast is gebleven, dat de vaocinedwang. in volle (kracht is blijven bestaan en dat de doodstraf niet is ingevoerd, hoewel de Christelijke beginselen daartoe de Regeering hadden moeten voeren. Ook de Zedelijkheidswetten kunnen volgens spr., den toets der Christelijkheid n>iet doorstaan. Van Colijn, hoewel hij zijn werkkracht prijst, wil spr. alleen zeggen, dat hij een dure Minister is. Komende tot de-dwangwetten van Taima, onderwierp hij deze op bekende gronden aan een scherpe critiek. Eerst was dr, Kuyper tegen ver.pliohte verzekering, later heetten deze wetten te liggen in de neutrale zone, thans wordt deze dwangverzakering reeds Christelijk genoemd, hoewel het anti-revolutionnaiiro Eerste-Kamerlid, prof. Woltjer, dezer dagen verklaarde, dat hij er eigenlijk ook tegen was, en alleen om een grooter kwaad, n.l. het staatspensioen te voorkomen, er voor stemde. Nu is spr.'s partij oob niet voor staatspensioen, maar zij acht dat tooh veel billijker en rechtvaardiger dan de dwangverzekering. Met groote beslistheid verklaarde spr. zich ook tegen de Tariefwet. Dan is spr. dezer dagen verweten, dat de voorstanders van den vrijhandel gedreven worden door egoïstische roerselen. Spr. kaatst den bal naar de protectioivsten terug, en vraagt of zij misschien gedreven worden door liefde voor den arbeider. . Evenmin toonde spr. zich ingenomen met de onderwijspolitiek der coalitie, die juist zat leiden tot ontkerstening der natie. Men zegt, dat men de vrijheid van onderwijs aandurlt. Maar die vrijheid zal ook ongodisten het recht geven een school op staatsbosten te stichten. De overheidsschool van thans acht spr. veel beter, want zij eerbiedigt althans het gevoelen van anderen. Vrijheid van onderwijs is een liberaal, zoo niet revolutionnair beginsel. < En thans wil een Christelijke regeering dit in al haar consequentie doorvoeren. Het zou juist [de plicljij geger Ötóstelijkja o^erWd gijn Jü de openbare school met eerbiediging van ieders overtuiging de Christelijke beginselen te onderrichten. Do Chr.-Soc. Partij is er van overtuigd, dat zij bij deze-verkiezing geen succes zal behalen, maar niettemin wil zij getuigen voor haar ideaal, in het vaste vertrouwen, dat het eenmaal zal zegepralen omdat Christus dé wereld, ook die der politiek, beheerscht. Voor het debat gaven zich een zestal personen op. Het eerst verkreeg het woord dr. Knn ttol, S.D.P., die in één opzicht met de partij van spr. sympathiseerde, waar deze zich ook tegen de haar verwante partijen kant, omdat deze partijen hare beginselen verwateren. Maar daar houdt dan ook de sympathie op. De Chr.-Soc. Partij zal nooit inyloed krijgen, omdat zij op geen enkele klasse of groep steunt. En de arbeiders zal zij nooit achter zich krijgen, omdat zij in wezen reactionair is, wat ook hier reeds uit blijkt, dat zij de neutraliteit aan het openbaar onderwijs wil ontnemen. De heer J. Bosch, voorzitter der Antirevolutionnaire Kiesvereeniging, verdedigde de regeering tegenover spreker. Dat er niet meer gedaan is kwam hier van daan, dat er 50 jaar liberaal geregeerd is, en dat er door de oppositie gedurig obstructie is gevoerd. Wat spr.'s partij alleen kan bereiken is, dat het socialisme op den troon komt. (Protesten.) De heer De Cler, S.D.A.P., klaagde er over, dat spr. niets had gezegd over sociale maatregelen, den tienjirendag, afschaffing van nachtarbeid enz. Hij raadde do arbeiders aan te stemmen op den heer Van der Woerden, die alleen de belangen der arbeiders zal bevorderen. De heer C. H. Kouw, voorzitter der afd. Leiden van het Ned. Werkliedenverbond diende zich naar het woord van mr. Van Wijnbergen aan," als behoorende tot ~het canaille". ,Hij wraakte het, dat de coalitie de zonen van het vaderland in twee groepen verdeelt : in geloovigen en ongeloovigcn. Hij verdedigde de concentratie en beval den candidaat der concentratie, prof. Heererf, met warmte aan. Ds. Jansen, pred. dèr Chr. Gereformeerde Gem. te Leiden, heeft met leedwezen aangezien, dat de protestantsche christelijke partijen zich met Rome verbonden hebben, en met belangstelling ging hij naar .deze vergadering om een spreker naar zijn hart .te hooren. Hij is echter teleurgesteld. Deze stelde te weinig ideale dingen ojv den voorgrond. Met spr. is hij togen vaccinedwang,. vóór ■ invoering der doodstraf, doch hij zo-u hebben gewenscht dat spr. veel positiever was opgetreden. De hoor Tja. Is ma (Bond v. Ned. Onderwijzers) verdedigde do neutrale school tegenover spr. en enkele debaters. Als de school berust bij de kerk — want' daar komt de vrije school op aan — zal het peil van het onderwijs zeer dalen, getuige den toestand van het onderwijs in landen als Spanje en België. De spr. beantwoordde de verschillende debaters uitvoerig, waarna de vergadering, dio een ordelijk verloop had, tegen middernacht gesloten werd. --- Knoeierij met candidatenlijsten. „Het Vaderland" schrijft: Naar aanleiding van het bericht, getiteld „Protest'-'-c-andidaten, in ons Ochtendblad van j.l. Woensdag, ontvingen wij een bezoek van de heeren dr. H. J. Kessler en mr. J. Wolterbeek Muller, welke' heeren ons modedeelden, dat de ten slotte niet ingediende lijst, di© eenige, mede bij de candidaatstelling ten stadhuize aanwezige personen, voor f 100 en later voor f 50 te koop aanboden, niet was voor dr. H. J. Kessler, zooais in bedoeld bericht staat, maar voor den heer W. Kessler. Bij informatie is ons bevestigd, dat de bedoelde lijst door de bedoelde personen werd te koop geboden als zijnde voor „Dokter" Kessler. Aangezien de heer W. Kessler geen doctorstitel heeft, kan dus do heer W. Kessler niet door hen zijn bedeeld. Dit neemt niet weg, dat wij van de mededeeling der bovengenoemde heeren hier gaarne melding maken. Voorts is ons nog gebleken, dat de andere groep personen, die geld poogden te kloppen uit de candidaatstelling, w-aarvan in ons bericht sprake was, n.l. die welko jl. Zaterdag aan een lid van het Concentratie-Comité voor district I te zijnen huize aanboden tegen een belangrijk bedrag in geld voor den heer Deen te werken, terzelfder tijd dat zij dit aanbod deden, Teeds in dienst stonden van het comité voor de candidatuur-Ten Bosdh. Wij gebruikten de uitdrubking „in dienst van het comité", omdat dit ons in dezen vorm is medegedeeld door de hoeren Kessler en Wdltorbcek Muller, die overigens niet wisten, dat dio personen dat aanbod hadden gedaan, en zelfs aan do juistheid onzer médedeelingen twijfelden. Een nader onderzoek heeft ons echter- bevestigd, dat de zaak zich inderdaad aldus heeft toegedragen, hetgeen het geknoei zoo mogo 1 ij b nog erger maakt. De toedracht van het gebeurde ten huize van bovenbedoeld comité-lid zal, naar ons medegedeeld werd, weldra gepubliceerd worden. --- Gemeenteraad van Rotterdam. Men seint ons uit Botterdam: De Raad heeft den geheelen middag besteed aan een tweetal benoemingen, die reeds eenigen tijd de aandacht hebben gehad, wijl verluidde, dat althans vooralsnog achter de schermen een heftige strijd werd gevoerd over de voordrachten, waarbij niet de meerdere of mindere geschiktheid voor het ambt den doorslag scheen te geven, doch nagenoeg uitsluitend de politioke kleur der candidaten. Het gold de gewichtige functie van geneesheer-directeur van het Ziekenhuis, en die van bibliothecaris der Gemeentelijke Bibliotheek. Ten aanzien van do eerste betrekking verschenen op de aanbeveling dr. H. P, Bosscha, te Utrecht en dr. G. van Eysselsteyn, te Groningen, van wie de eerste vrijzinnig heette, de tweede als Christelijk-Historisch werd gequalificeerd, terwijl de mededeeling er bij was gedaan, dat, schoon de heer Bosscha eerste op de voordracht was, de tweede wegens zijn politiebe blour zou worden gebozen door den Raad. De heer Bosscha heeft dit blijbbaar zien aankomen en kennelijk daarom voor de eer om gedisqualifioeerd te worden, van te voren bedankt. Alleen de heer Van Eysselsteyn was dus overgebleven, en door den heer Mees werd in openbare vergadering, nadat men blijbbaar in een vrij langdurige geheime zitting niet tot oplossing was gebomen, de vraag gesteld, of een aanbeveling uit één persoon ■bestaande, wel toelaatbaar was, vooral nu de eerste candidaat daarvan was verdwenen. De heer Mees vond dit niet, en nadat do wethouder Stu 1 èmeyer geen geneigdheid had getoond om een nieuwe voordracht te bevorderen, deed hij een voorstel tot renvooi, hetwelk na uitvoerige debatten evenwel met 23 tegen 17 stemmen, zuiver rechts tegen links, werd verworpen. Bij de stemming werd de heer Van Eysselsteyn met 23 stemmen benoemd, tegen 11 op den heer Bosscha, 4 blanco en 1 op dr. Burgerhout, den eersten geneesheer, die zich in deze zaab, jammer genoeg, geheel afzijdig heeft gehouden. Het is verblaarbaar, wijl hij al reeds eenmaal bijna, heeft ondervonden, dat diensten aan de Gemeente bewezen, tegenwoordig achterstaan bij politiebe gezindheid, zoodat het zuiver menschelijk Was, dat hij voor een tweede maal dat risico niet wilde loopen. Toch is het te betreuren, want verondersteld mag worden, dat althans een groot deel van den Raad zijn sollicitatie gaarne zou hebben gezien, om uit deze impasse te geraken. Vermoedelijk hebben de voorstanders der candidatuur-Van Eysselsteyn gevreesd, dat de pressie _n den laatsten tijd n<_g op dr. Burgerhout geoefend, vrucht zö_. drageo4 ?ocd..| ia elk geyal 0,15 pieuvre voordracht moest worden vermeden. Anders is het verwonderlijk, dat men aan het verlangen niet heeft voldaan om de voordracht aan te vullen. Men had dan immers dr. Van Eysselsteyn er opnieuw op kunnen brengen en de schijn ware althans vermeden, dat men hier met een partijbenoeming te doen had. Het ware voor den betrokkene zelf ook aangenamer geweest, die nu immers naar Rotterdam bomt met den naam, niet om zijn bekwaamheden, doch om zijn godsdienstige en politieke overtuiging tot een zoo gewichtig ambt te zijn geroepen. Dat met dezo voordracht overigens niet alles rechtuit is gegaan blijkt wel hieruit, dat de discussie aan hot licht heeft gebracht dat hot advies der Commissie van Administratie over de Ziekenhuizen door B. en W. ter zijde is gelegd. Geen wonder dus, dat de heer Burger, die dool uitmaakt van deze commissie, het voorstel-Mees heeft ondersteund. De keuze werd nu goedgepraat" met de bewering dat de aanbeveling had bestaan uit twee gelijkwaardige personen. De heer Bosscha was als eerste geplaatst, omdat hij bij zijn sollicitatie die voorwaarde had gesteld, en het was niet moeilijk hieraan te voldoen omdat zijn naam met een B begon! Alsof die voorwaarde iets anders zou beteekenen, dan dat de heer Bosscha .een aoo groot mogelijke zekerheid yan benoeming heeft; gewenscht! De benoeming van den bibliothecaris ging ook zuiver rechts tegen links. Hier bond de heer Spiekman de kat de. bel aan door uit de verschillendo geschreven aanbevelingen in het licht to stellen, dat de eerst voorgedragene de moest bevoegde kennelijk niet was. Althans de eigenschappen, hem toegeschreven, had ook de tweede candidaat, die er dan bovendien nog op kon bogen van het bibliotheekwezen op de hoogte te zijn, wat niet met den heer Vor der Hake het geval is. Alleen had deze laatste blijkbaar vóór, dat hij een vroom en braaf man is, Christelijk-Historisch, doch zonder politieken bijsmaak, zooals de heer Spiekman voorlas. I De brave is gekozen met 22 stemmen tegen 14 op dr. T. P. Sevensma, wien de functie volgens de oppositie toekwam. Het was een onaangename zitting. Het zwoele van de atmosfeer daarbuiten deed zich ook in de zaal gevoelen, zoodat het maar gelukkig was, dat na deze benoemingen de vergadering kon geschorst worden. Bij de behandeling van het tadhuisvraagstuk heeft de Baad blijk gegeven van verblijdende eensgezindheid, waar het gold met dit groote werk den noodiigen voortgang te maken. Want wel heeft de heer Nolst Treni té nog meegedeeld, dat hij aanvankelijk heeft gevoeld voor het denkbeeld om den Raad eerst te laten oordcelen nadat de plannen ook door het publiek zoud,en gezien zijn, wel heeft de heer Hollander nog in overweging gegeven een vader advies aan de jury te vragen om een definitievo keuze te doen, doch ten slotte is het alleen de heer Spiekman geweest, die een voorstel heeft ingediend om geen_ besluit te nemen, en eerst het publiek te laten oordcelen of, zooals de voorzitter het uitdrukte, bij het groote publiek in' hooger beroep te gaan van de uitspraak van de jury. Het voorstel is met slechts drie stemmen vóór verworpen, waarbij uitteraard op den voorgrond heeft gestaan de overweging, dat in de voorwaardo voor mededinging uitdrukkelijk stond vermeld, dat niets publiek zou worden vóór de Raad de beslissing had genomen. Dat sloot reeds bij voorbaat een aanneming . van» het voorstel-Spiekman volstrekt uit. Die voorwaarde is overigens niets bijzonders, omdat zij in de condities van elbe prijsvraag voorkomt, en er anders waarschijnlijk geen architecten en geen jury zouden te vinden zijn, tot medewerking bereid. Met groote warmte heeft de voorzitter den Raad ook op het gemoed gebonden, om van het Stadhuisvraagstuk, dat tot dusver zoo vlot heeft goloopen, dat de voorbereiding binnen drie jaar is afgeloopen, geen quaestie te maken en de zaak te laten verzuren. Maar integendeel om het historisch jaar 1913 een besluit to nemen, dat voor de natie van heel wat grooter waarde moet worden geacht, dan de mooiste tentoonstelling of het schoonste volksfeest. Met 27 tegen 8 stemmen is boslist voor S. P. Q. R. Bij de tegenstemmers waren uitteraard zij, die eerst meer voorlichting verlangden. Maar bovendien ook degenen, die aan „Groen en Wit" do voorkeur gaven. Trouwons, de voorzitter verklaarde beide plannen gelijkwaardig. Het eenige verschil was dat bij S. P. Q. R. het exterieur, bij „Groen en Wit" het interieur beter is. En men achtte met den heer Trenité gewenscht, aan het eerste de voorbeur te geven, omdat het mooie uiterlijk duizenden ten zegen kon zijn, terwijl slechts honderden van het innerlijke bonden genieten, en bovendien in S. P. Q. R. hot innerlijb te verbeteren is. waardoor de bouwsom met slechts f 100,000 zal stijgen. Besloten werd nog hedenavond prof. Evers, die thans officieel als de man van S. P. Q. R. werd bekend gemaakt, met dezen uitslag in kennis te stellen. --- Gemeenteraad van Leiden. Onze Leidsche berichtgever schrijft: In de hedennamiddag gehouden vergadering van den Gemeenteraad was onder meer ingekomen een verzoek van.het Genootschap tot Belvordering der Melkkunde om over te gaan tot de oprichting eener melk-centrale, welk verzoek voor kennisgeving iwerd aangenomen. Verder waren ingekomen eenige verzoeken met betrekking tot de door B. en W. aanhangig gemaakte antwerp-verordening op de verplichte winkelsluiting, die zullen behandeld wordon wanneer de verordening zelf aan de ordo komt. Tot onderwijzer met verplichte hoofdacto werden benoemd A. E. Bogaert te Woensdrecht en J. van Loo, hoofd der school te 'Nieuwkoop. Mej. H. H. de Wolf werd voor den tijd van één jaar bestendigd in hare betrekking van gemeente-apothekeres. Aan mej. C. Legtenberg, leerares aan de H. B. S. voor meisjes, werd mot het oog op de voorbereiding harer promotie buiten bezwaar der gemeentekas verlof verleend van 1 Sept. 1913 tot 15 Juli 1914.' De begrootiog dienst 1913 werd verhoogd met een bedrag van f 200,000, ter voorziening in de behoefte van kasgeld, waarvoor een tijdelijke leening zal moeten warden gesloten en met een bedrag van f 2000 in verband met meerdere uitgaven voor toekenwerk. Aan J. Hermans te Voorhout en Gebrs. Van der Berg te Noordwijberhoüt werden tegen betaling van een jaaalijksclie recognitie van f 0.05 per vierk. M. bermstrooken langs de Haarlemmertrekvaart tot weder opzeggings toe in bruikleen afgestaan. Besloten werd tet uitbreiding van het kabelnet der electriciteitsfabriek ten behoeve van de strooml©vering in de gemeente Aalsmeer en in verband Aaarmedo tot aanrvulling van het vernieuwings- en uitbreidingsfond s dier fabriek met f 35,000. •• Hierna kwam weder aan de orde de behandeling van het voorstel van B. en W. tot beschikbaarstelling van een bedrag van ƒ245,000 voor den bouw eener nieuwe H.B.S. voor jongens. Allereerst kwam daarbij iti stemming de motie van den heer Vergouwen, waarbij B. en W. werden uitgenoodigd voor een lager bedrag een school te bouwen waarover in de vorige vergadering de stemmen hadden gestaakt. De voorzitter legde de verklaring af, dat B. en W. aan de uitvoering der motie als zoodanig geen gevolg zouden kunnen geven. Wel willen zij. beloven zooveel mogelijk do zuinigheid te betrachten. De motie werd daarna verworpen met 19 tegen 10 stemmen. Eg verreerp.ipg p&jes. WBS&MM&JiïkËSÊi echool te bouwen van ten hoogste f 200,000 volgde met 21 tegen 8 stemmen, waarna overbleef een voorstel van de heeren Fokker c.s. om over te gaan tot den bouw eener school type Hoorn. De voorzitter bestreed dit voorstel, dat eenigszins gewijzigd wordt verdedigd door de heeren Sijtsma en Fokker en ten slotte ook werd verworpen met 23 tegen 6 stemmen. Het voorstel van B. en W. werd daarna met 20 tegen 8 stemmen werd aangenomen. Zeer uitvoerig en soms -bijzonder warm werd er nu gediscussieerd on"er de door B. en W. voorgestelde wijaiging der Bepalingen omtrent minimum loon en maximum arbeidsduur in bestekben van gemeentewerken. Nadat een voorstel van den heer Van Tol was verworpen staakten de stemmen over een ander vooretel van den heer Sijtsma c.s., zoodat de verdere behandeling word uitgesteld. Eindelijk werd het kohier der plaatselijke directe belasting vastgesteld op een bedrag va.n f 9,349,360, met een opbrengst van ongeveer f 415,368.45. Het vermenigvuldigingscijfer aangevende het percentage van de hoogste inkomens, werd vastgesteld op 5, gelijk aan het vorig jaar. > Eenige punten die nog op de agenda stonden Werden uitgesteld, waarna de Raad overging in een geheime zittisg. --- Posterijen en Telegrafie. Op 11 Juni wordt te Woudenberg een hulptelegfaaf en hulptolephoonkantoor opengesteld, welks diensturen zijn: op werkdagen van 9 uur V.m. tot 1 n.m. en van 2 tot 3 en 6 tot 7 uur n.m.; op Zon- en feestdagen van 8 tot 9 uur v.m. („St. Ct.'-') --- KUNST. Concertgebouw. Het muziek-seizoen schijnt oneindig. Zelfs op de zomérconcerten worden noviteiten uitgevoerd en treden solisten op die de bespreking waard zijn. Dopper, de orkestleider van gisteravond, deed het concert aanvangen met een suite van den Amsterdamschen organist A. W. Rijp. Deze suite moge van bouw en instrumentale bewerking weinig belangwekkend zijn, zij heeft toch sympathieke Iqualiteiten, zij getuigt op menige.plaats van een innig gemoedsleven en een zuiver muzikaal voelen. Geen groote persoonlijkheid, geen ■nieuwe uitdrukkingswijs vinden wij in de zesdeelige compositie, maar zij kwetst ons ook niet door banaliteit of onmacht! lemand als deze blinde componist kent de heftige schokken niet, hij is gelukkig met een eenvoudige melodie en hij slaagt er nu en dan in dit geluk voor ons uit te drukken. De constructie van het werk is dikwijls wat onbeholpen. Soms, vooral in de langzame gedeelten, de romance en het intermezzo kan de componist geen einde voor zijn Satz vinden en herhaalt hij steeds dezelfde melodie zonder veel variatie in de bewerking. In het vluggere tempo (danse 'capricieuse en scherzo) is hij minder langdradig en wordt zijn werk scherper van teekening. Als instrumentator zoekt Rijp geen sterke contrasten en geen hevige klankwerking; van het koper gebruikt hij meestal alleen den hoorn. De strijkinstrumenten spelen de melodie met telkens een liefelijk doorklinken van de houtblazers. De romance geeft den fluitist gelegenheid zijn capaciteiten te toonen en Willeke speelde daar zeer verdienstelijk. De uitvoering had geacheveerder, fijner genuanceerd kunnen zijn, dan had de suite misschien nog iets minder langdradig geschenen. Na de compositie van Rijp trad mej. Henriette J. Metz op met het vioolconcert van Mendelssohn. Da violiste heeft een fijnen ■toon, die zelfs bij een opwelling van hartatocht bij de speelster breed en rijk kan klinken. Het' was jammer, dat de voordracht van Mendelssohn's concert, wellicht ten gevolge van vermoeidheid, naar 't einde toe steeds verzwakte. Het eerste deel vooral klonk levendig en warm, het andante was gevoelig maar wat bleak, in het laatste deel kon de violiste het tempo niet niet de noodige kracht bijhouden. Na de pauze speelde zij het concert d mol. van Tartini niet overal in schoonen stijl, doch met mooi uitgezongen passages. Speciaal in de cadenzen bewees mej. Metz wat zij over haar instrument vermag. In het Panoramagebouw alhier zal op 9, 10 en 13 Juni een veiling gehouden worden van schilderijen, porselein, oudheden, curiositeiten enz. Kijkdagen 6, 7 en 8 Juni, --- Het stadhuls te Rotterdam. De genüeenteraad van Rotterdam heeft gisteravond met 27 tegen 8 stemmen besloten het nieuwe stadhuis te dosn bouwen naar het ontwerp ~S. P. Q. R.", waarvan de auteur bleek te zijn prof. Hk Evers te Delft. --- WETENSCHAP. Vereeniging tot beoefening van de wetenschappelijke geschiedenis der wis- en natuurkunde en geneeskundige wetenschappen. L e i d e n, 5 Juni.. Hedenavond kwamen een 24-tal mannen' van wetensdhap uit Leiden en elders bijeen, daartoe opgeroepen door prof. dr. 15. O. van Deersurn en dr, Js A. Volgraff, beiden te Leiden. Blijkens den oproepingsbrief was het doel een vereeniging van boyengenoemden naam op to richten. Prof. Van Leenman, die de vergadering leidde, noemde de namen van een aantal wetenschappelijke mannen uit Amsterdam, Delft, Utrecht en elders die schriftelijke betuiging van sympathie haddon gezonden. Hoofddoel der vereeniging zal moeten zijn verbreiding van historische kennis, het stichten van een bibliotheek, een museum, een tijdschrift enz. Prof. Lorentz koesterde voor het denkbeeld veel sympathie, doch hij herinnerde eraan, dat er thans reeds bestaat een Historische Oommissie van het Natuur- en Geneeskundig Congres en hij vroeg of het niet wenschelijk was, den invloed van die Commissie te doen toenemen, zonder een afzonderlijke vereeniging te stichten. Dr. Ooelin^h, lid der Commissie, sloot zich daarbij aan, en hij meende persoonlijb, dat men dan ook zou mogen steunen'op de finano'.eele en zedelijke kracht van het Congres. Nadat prof. Nieuwenhuis en dr. Van Baarn en anderen hadden gesproken, hield prof. Nolen ook een pleidooi voor versterking van het Natuur- en Geneesbundig Congres. Prof. Niemwenbui», sprekende als bestuurslid van de vereeniging voor de geschiedenis der geneeskundige wetenschap, wilde voor men verder ging een Comité benoemen uit de vertegenwoordigers van . verschillenlde der genoemde vereenigingen, zooals het Historisch Genootschap, het Natuur- en Geneeskuhdig Congres, de Commissie voor Rijkspublicatien, de redactie vaii fc.fi tijds^rift «Janu^ de vereeniging van de geschiedenis der gêneeskna di™ wetenschap enz. Dit denkbeeld vond vrg algemeene instemming. Tot leden der commissie van voorbereiding werden aangewezen de heeren prof. dr, Volgraff, dr. Bannier, dr. Coelingjh, prof. Nienwenhuis, dr. Van Ketel en dr. Colenbrander; Deze commissie zal nu nader voeling houden met verschillende . ereenigigen en later, met voorstellen komen. --- Ceschenk voor 's Rijks Museum v. Nat. Historie. Door den heer P. Bv itendijk, arts te leiden, is aan 's Rijks Museum voor. Natuurlijke historie aldaar weder een fraaie collectie dieren ten geschenk© gegeven. Deze collectie bestaat uit: 31 vissohen van Poeloe Web., 7 visschen van de Java Zee, 2 hagedissen van Poeloe Weh, 2 vorschen van Weltevreden; 4 vorsohen va» Singapore, 11 krabben van Madoera 6 palemoniden van Poeloe Weh; 1 buis landplanariën van Weltevreden; 2 buizen oligpchaetidae van Woltevreden; 1 sepia, 3 holothuridaae; 2 sijnaptidae; 1 antedon ; 2 alcyonaria; 1 koraalstam en 1 spons, alles van Poeloe Weh en 16 buizen met plankton uit Java Zee, Straat Banka, Straat Malaoea; Golf van Bengalen, Indische Oceaan, Roode Zee en Golf van Suez. Den schenker is daarvoor de dank der Regeering betuigd. („St. Ct.") --- LANDBOUW. Onze zeekleigronden. Wanneer men door onze vruchtbaarste landbouwgebieden reist en "er geniet van de mooie gewassen, met verzorgde boederijen en uitstekend vee, dan heeft men een woord van lof over voor de bewoners dier streken. Op de Zeeuwsche eilanden, de zeepolders in Groningen, den Waart en Groetpolder aan de Zuiderzee, in 't algemeen op die gronden die aan de zee ontrukt zijn en er nog tegen verdedigd moeten worden, treft men hoogstaanden landbouw aan. Dat de cultuur er hoog staat is trouwens plicht, daar het een beste bodem is en daar de tegenwoordige bezitters aan hunne voorvaderen verschuldigd zijn dat ze deze met zooveel moeite en gevaren verkregen gronden goed bebouwen. Inderdaad het ds een dure plicht die met zooveel arbeid en ook menschenlerens gekochte gronden goed te exploiteeren en er onherroepelijk voor te waken, dat het aan de zee, die ze bij iederen storm weer tracht te veroveren, niet gelukt ze in beaat te krijgen. Het nageslacht moet diepen eerbied hebben voor de taaie volharding, de groote werkkracht dor voorouders, die zoo vele eeuwen in rusteloozen strijd met de zee geweest zijn en ons ten slotte die uitgestrekte^ bloeiende zeepolders als een kostbaar erfgoed hebben nagelaten. Tot dat erfgoed behoort natuurlijk ook de groote oppervlakte binnenland, dat eens aan zee lag en op die zee veroverd werd. Wij moeten dankbaar zijn voor .dat reuzenwerk van vorige eeuwen, want wat bleef er van Nederland als landbouwstaat over wanneer men de duizenden en duizenden H. A. hoogst vruchtbaar land, dat éénmaal aan de zee behoorde niet bezat. Wat bleef er van ons vaderland over. wanneer bij den dag van morgen de zeeweringen, die heerlijke monumenten van stoeren arbeid vervielen? Voeg bij de van de zee gebregen en tegen baar verdedigde gronden, het op het binnenwater veroverde land als Haarlemmermeer, Beemsber etc. Die gronden _»men vertegenwoordigen een r©U2enwaarde. Wat de zeeweringen aangaat, bunnen we gerust zijn, ze liggen er die lange, zware zeedijken en ze zullen onderhouden worden cob en wanneer er in een vliegenden storm eens een bezwijmt, dan zal de zee niet lang in het bezit blijven van het ondergeloopen land. Men zal als zoo dikwijls den dijk herstellen, opnieuw bezit van zulk eene ondergeloopen polder nemen. Op dit punt bestaat geen twijfel, men doet ia de twintigste eeuw als in de twaalfde, hierin zijn onze kustbewoners niet veranderd, ice strijden tegen het water met even groote volharding als eeuij'en geleden, ze toonen hierin nog die stalen wilskracht die hun zooveel overwinningen bezorgd. Menig vreemdeling die ons land bereist, ziet met bewondering naar onze bedijbing en hoevele dijben heeft men in den loop der tijden niet opgeworpen, die later vervielen en geëgaliseerd werden, omdat men dcor nieuwe dijben te leggen, dus nieuwe polders te veroveren, de oude kon missen. We zijn in het herinnering-jaar 1913, het jaar waarin men meer dan anders aan geschiedenis doet. Toch laat men naast onze Vaderlandsche geschiedenis ook eens gaan snuffelen in wat wij zouden willen noemen, de geschiedenis van den landbouw. Laat men dan vooral gaan zoeken in die gedeelten, waarin de beste eigenschappen van het Nederlandsche volk in jaartallen, cijfers en eenvoudige woorden worden meegedeeld. Wanneer men do oude kronieken doorbladert dan krijgt men eenigermate een denkbeeld van dien langen strijd tegen de zee, van dien strijd die nimmer eindigen zal en die zooveel arbeid, zooveel monschenlevens gekost heeft. Wanneer men op een mooien zomeravond door 't noorden van Groningen rijdt, dan maakt die landstreek een zoo vredigen indrub, dat men zich bijna niet voor ban stellen dat daar eenmaal de golven over gingen. De dorpen met hun oude torens en kerken liggen dicht bij elkaar en zijn door mooie grintwegen met elkaar verbonden. De uitgestrekte borenvelden, de groote boerderijen met hare tuinen en hooge boomen, de balme aard der bewoners, geven vooral aan menschen uit drukke handelssteden een gevoel van vrede en rust. Toch bestaat er kans dat do weg waarop men rijdt eenmaal een dijk was, die de stormen getrotseerd heeft. Zoo die weg spreken kon, zou hij bunnen vertellen van hooge vloeden, van arbeid en misschien ook van menschenlijden. Ook de torens met hunne dikke muren hebben hun eigen geschiedenis. De meeste dier oude torens hebben bij dijkdoorbraken als schuilplaats gediend, de soma 1 M. dikke muren waren tegen den golfslag bestand. Ook op de zolders van de kerken vluchtte men dan, in gewone huizen toch was men niet veilig, daar deze, wanneer ze wat dicht' bij de plaats Van doorbraak stonden, door den drang van het water bezweken. Een enkelen keer treft men naast den weg een vrq diepen, soms zelfs zeer diepen an grooten plas aan, eene kolk. Vele vreemdelingen vinden het eigenaardig wanneer ze die kolken voor 't eerst zien en gissen niet dadelijk haar wijze van ontstaan. Deze bolken hebben evenals de torens en djjken haar eigen geschiedenis. He* zijn als het ware de zegeteekenen van de overwinning der zee. Het zijn namelijk de pletsen waar eenmaal, knisschien eeuwen geleden, dreunend een .Wetzuini «ena doorbraa® (Wfroxjrzaak*. fh»ï «eist -g .brciké'aaj ivordeö otik tet gat va. den dijU te dempeit, OS Jhefc in da nraktijlf tpegepas. is, .kunnen wij niet oegg** nu zo a Hjko ge. bied in den Jpop dej tijden geteisterd hebben zijn talrijfij van te le is niets meet bekend, .Soimmga en waarschijnlijk wel de grootste staan opgêteekend in ou da kronieken, Zoo vin» den wö dat in 1245 een groote vloed het noordoosten der provincie Groningen teisterde. D . datum zelfs Wordt er bij. vermeldt en ds 18 October. Dat jaar is ook bekend door de strenge en vooral late vorst, nml. van Maart, tot Mei, Of er bij dezen vloed menschen ver*" dronken durven wij niet zeggen, doch het is zeer, waarschijnlijk. Een andere verschrik» kelybe vloed was die van 1277, Wanneer men do oude kaart yan de Gebrs, Conders bekijkt, dan ziet men ten zuiden van de punt van Rerjde, ook. in onze vaderlandsohe geschiedenis bekend, in het water de volgende woorden geschreven :j Anno 1277. Maris inundatione Triginta tres Pag. hoq in loco periere.. Slechts weinig woorden, die on* helaas zoo- Veel ellende 'röov do oogen brengen. Hier ter plaatse verzwolg de zee 33 dorpen, we weten genoeg. Doch ook dit uitgestrekte gfhied heeft de zee niet kunnen behouden. Thans vindt men er o.a. de vruchtbare Reider wolder, Oostwolder en Finsterwolder polders. Bij een paar groote overstroomingen waar bijzonderheden van, bekend zijn» willen wij nog even s .ilstaan, om het licht te laten vallen op den omvang yan zulk eene ramp. Eene zeer groote overstrooming was die in den nacht van 12 op 13 November 1686, bekend onder den naam St. Maartensvloed. Bij die overstrooming* verdronken 1558 menschen. Wanneer men nu in aanmerking neemt hoe dun bevolkt h!et platte land in die tijden was, dan begrijpt men hoe uitgestrekt die over-. Btrooming was. Ook het aantal dieren dat verdronk was zeer groot. Voor zoover bekend is, kwamen bij. den St, Maartensvloed 1400 paarden, 1900 runderen en 1600 schapen om. Of dit laatste cijfer ten naaste bij 'juist is, betwijfelen wij, het zal wel veel te klein te zijn, gezien het cijfer van de runderen. Er werden 651 huizen vernield en 616 zwaar beschadigd. In eene weinig talrijke gemeente verdronken 313 menschen. Toch gaf men na die ramp den strijd niet op, hoevele honderden waren e^ vóór den St. Maartensvloed niet verdronken, hoevele honderden zouden er na dien nog het leven bij laten en wat verbergt de toekomst misschien nog voor ons? In 1717 woedde de Kerstvloed, waarbij, weer velen het leven lieten. Alleen in de gemeente Uithuizermeeden verdronken meer dan 200 menschlen, 2800 schapen, 200 paarden en 700 koeien. In dat jaar was men m dat dorp begonnen met den bouw' van een toren, doch na den Kerstvloed was er geen geld meer voor en in 1718 werd de bouw gestaakt. Acht jartn loter, in 1725, begon men er weer mede te bouwen en heeft men den toren voltooid. Een der laatste geweldige stormen was die van 1877, waarbij een zestal dijken bezweken en waarbij ook weer menschenlevens te betreuren vielen. Bij dien storm bezweek o. a. ook de Eemspolderdijb, dia pas het vorige jaar gelegd was. Dut doorbreken was voor dezen, niet grooten polder eene geweldige schadepost, wat niet belette natuurlijk dat men in den zomer de zeewering „ging herstellen. Dit her. stellen kostte voor den 800 H.A. grooten polder ƒ 260,000 't welk gevoegd bij het bedrag dat in 1876 aan de bedijking ten boste gelegd was, de één millioen overschreed. Bedijken is duur werk, te meer nog daar de kans op belangrijke schade aan nieuwe dijken vrij groot is. Wij hebben er op willen wijzen, wat het in den loop der tijden gekost heeft die vruchtbare gronden te verkrijgen en te behouden. Ook dit laatste is soms zeer kostbaar, denk aan den pradhtdijk tussohen West-Capelle en Domburg, We hei&ben cijfers genoemd van slechts een paar groote vloeden uit een bepaald deel van ons land. Voeg hierbij de menschenlevens die in de andere deelen van ons land bij overstroomingen verloren gingen, denk aan die vele stormen en doorbraken waar niets van staat opgêteekend, denk aan de geweldige hoeveelheid arbeid iin den loop der eeuwen in Nederland verricht ter verkrijging van onze vruchtbare bouwgronden. Hoe waar is de spreuk onder het Zeeuwsche wapen, het luctor et emergo. Worstelen en ontkomen, zoo was het en zoo zal het blijven. Wo zijn in het herinneringsjaar, we mogen trotsoh zijn op onze rijbe, mooie handelssteden, op onze bloeiende nij verheidsdistricten, maar laat ons het ook zijn op onze zoo hoogstaande landbouwstreken, verkregen ten boste van zooveel menschenlevens en na een zoo langen, harden arbaid. ---