STAATSLOTERIJ. Trekking van Vrijdag 10 October, 5e klasse. — 17e lijst. 16860 f 70 met premie van / 3000. No. 8378 f 400. Prijzen van f 70. 25 36 1014 1217 1776 2616 2770 -SS!) 3240 5290 5371 6066 6950 7008 7402 7512 7865 10716 11149 11589 11770 11817 11971 12026 12337 14066 14434 15304 17204 18463 18877 NIETEN. 429 622 1058 1518 1549 2104 2341 2560 2638 3316 3340 3516 3607 3657 4728 4956 5652 5894 6325 6502 6793 7195 7959 8342 8756 8859 9156 9410 10070 10115 10404 11010 111.30 11241 1127--11450 11793 12362 12364 12693 13424 13721 14152 14155 14571' 14611 14614 14889 15272 , 16146 16123 16510 17069 17092 17238 18022 18333 18394 18456 19083 19424 ISJBBO 19895 20564 20648 20998 5e klasse 16e lijst: 3561 m. z. 13561. 4047 m. z. 4037. 7061 m. z. 7068. 16554 m. z. 16454. één van 16544 m. z. 16864. 16850 .en 18717 m. z. met f 70. 13118 ƒ 70 staat op eenige lijsten onduidelijk. --- INGEZONDEN MEDEDEELINGEN. (Voorwaarde plaatsing zie hoofd Ie Blad., Koortsachtige, bevattelijke gestellen wordden merkbaar gestaald door het gebruik van YoghurtvSwaab, die de afbrekende bacteriën in ons lichaam vernietigt. CARR'S MOUTBROOD Verteerbaarheid 19 tegen ander brood 9. WITGELAKTE MEUBELEN. a. BAPTIST VALLEGGIA, Singel 428-430-432, i: Amsterdam. --- Tussschen de Elbe en de Etsj. I. PRAAG. Weenen, 7 Oct. Tusschen ons vertrek uitDenHaagop Zaterdagavond en onze aankomst, vanavond, in Weenen, liggen nauwelijks drie dagen. Het lijken wel drie weken. Niet zoozeer door de uiterlijkheden van ónze reis, datgene wit men met de oogen ziet en met de ooren hoort, als wel door wat we geestelijk hebben verwerkt, wat wo met den geest hebben gehoord en gezien. We hebben, vooral daar in Praag, grootsche en geduchte visioenen gekregen van geweldige dingen uit het verleden en het heden: van eeuwen-oude kunst, van dramatische, goeddeels sombere en ontzetzettende geschiedenis — de dertigjarige oorlog begon in Praag en is, nadat hij in 1648 tegelijk met den tachtigjarigen was besloten, een vloek gebleken voor de landen van het Duitsche rijk van dien tijd, dat er door uitgeput en verdoofd was voor een paar eeuwen, terwijl de tachtigjarige oorlog voor ons land het begin van zijn bloei is geweest — maar visioenen ook van hevige Woeline: en worsteling in het heden. Praag is stellig voor de meesten van ons een openbaring geweest: van een verleden van Shakespeariaansche schoonheid èn sombere dramatiek, van een heden van verbazenden opbloei, sterke volksvitaliteit maar tevens van hevigen rassenstrijd. Meer dan visioenen, vluchtipe fantastische verschijningen, zijn het niet geweest; in te razende vaart zijn "wij door deze wilde ideeënwereld heengejaagd om er iets meer van op te doen. Maar ze hebben dan ook al het verbijsterende èn al het onontkoombaar-aangrijpende van visioenen. Praag is mij bijgebleven als een half-onthulde obsessie. Schoon, maar misschien ontzaglijk. In elk geval: vol Vloeiend temperament. Wanneer men in Praag ook maar zóó kort geweest is als wij (maar zóó intens rond- en ingeleid als wij op ónze journalistieke excursie naar Oostenrijk) dan voelt men levendig dat .deze stad voor de Tsjechen moet wezen wat Moskou voor de Russen is. Door zijn uiterlijk èn door zijn geschiedenis. .Het ligt in een dalketel waardoor de Moldau, een kleine rivier, heenstroomt. Maar het is tegon de omgevende heuvels opgerend; de huizen bestormen de hoogten. De voorsteden zijn dan ook al stijf saamgegroeid met het eigenlijke Praag, hoewel ze nog afzonderlijke gemeenten vormen. Met de voorsteden. samen telt de sfcad ongeveer 600,000 inwoners, is dus van de grootte van Amsterdam. Het maakt echter in zijn gebouwen een meer modernen indruk dan Amsterdam, doordien er hier gansche straten zijn van die hooge, grijze, hooghartige huizen zooals men die tegenwoordig ziet in alle grooto wereldsteden: Parijs, Londen, Berlijn, terwijl in Amsterdam de huizenbouw zich, wat de hoogte belangt, in 't algemeen nog steeds min of meer. aansluit aau den zeventiende-eeuwschon bouw. Do stad heeft zich trouwens zeer recent en zeer snel -ontwikkeld en vertoont nu hei van een modern centrum van maatschappelijk leven en industrie, dat op weg is, wereldstad te worden. Zooals de Hongaren Pest hebben opgetooverd, zoo hebben de Tsjechen het Praag gedaan; de straten vertoonen het moderne verkeersbeeld met electrische trams en auto's (deze laatste echter nog niet zoo Veel wat- misschien ten deele samenhangt met' het nog wat achterlijke plaveisel) en, zonder het Tsjechische volkstype, waaraan bij de vrouwen het half-verholene van het temperament en het goed-geëvenredigde van de ronde gezichts- en lichaamsvormen veel bekoorlijks geeft, zou men vaak kunnen wanen, in een van de buitensteden van een wereldstad te loopen. Maar de Tsjechen hadden niet, zooals de Hongaren in Pest, een stad heel nieuw te maken. Ze hadden een oude, een zeer oude stad te ontwikkelen. Het is vreemd dat men, in een stad met zooveel verleden, niet meer gebouwen uit het verleden vindt. Mogelijk zijn ze er, maar dan treffen ze niet, zooals onze oude huizen onmiddellijk van 't verleden spreken. Om te zwijgen van Brugge, waar gansche straten nog geschiedboeken zijn. In Praag springt het verleden hier en daar tusschen het moderne op. En dan heeft het vaak een machtige gedaante. Soms neemt het een wonderlijke half-moderne gestalte aan zooals het Wenzelplein, dat een zeer breede en lange weg is (ongeveer als het Waterlooplom in Amsterdam, maar dan veel langer), 't Best is het te vergelijken met het Lange Voorhout in Den Haag, mits men alle boomen daarvan wegdenkt èn het eind in een opstijging die wordt afgesloten door een hoog gelegen, geweldig gebouw, grijs en norsch: het Boheemsche museum. Zoo ook het Raadhuis, dat goeddeels gemoderniseerd is naar de eischen van den tegenwoordigen tijd (komt eens kijken, heeren van den Haagschen Baad, hoe men hier een raadzaal maakt voor 90 leden in een oud gebouw!) maar dan plotseling weer in een mooi oud kapelletje dat er aan vast1 zit, spreekt van de 14e, in een ander stuk weer van de 15e eeuw.. En dan weer is het ook wel een zuiver oud gebleven stuk, zooals de zeer interessante Teynkerk uit de 14e en 15e eeuw — alle bouwwerken hebben we slechts zóó vluchtig gezien dat ze niet meer dan schimmen in onze herinnering zijn — of de vooral inwendig belangwekkende ~Oud Nieuwe" Synagoge (van de 14e eeuw maar vernieuwd in de 18e). Wat mij in het uiterlijk van Praag dan ook het meest heeft getroffen bij dit uiterst vluchtige bezoek, is het gemis aan een bepaalden stempel op het verleden der stad. Het meeste dagteekent uit de 14de eeuw, maar er is ten eerste niet genoeg, van bewaard gebleven om het luid te doen spreken uu de stad zoo modern is geworden en het is daartoe ten andere ook weer te veel verbouwd en overbouwd in latere tijden. De woeligheid van Praags geschiedenis, die o-oeddcels de geschiedenis van Bohemen is, dat is waarvan zijn oude bouwwerken vooral getuigen. Zelfs het Hradschin. Maar daarover, en over den merkwaardigen en geweldigen rassenstrijd tusschen Tsjechen en Duitschers, heb ik nog iets voor een volgend maal. --- De lichtende Stad. Een roman uit de Karroo. DOOR JOSEPH J. DOKE. (Geautoriseerde vertaling') , , 4 Ons gesprek begon op de gewone manier; ïf-ngzaam, zooals het bij de Kaffers gebruikelijk is, roerden wij alle dagelijksche onderwerpen aan, om met waardigheid het punt **> naderen, waarheen onze gedachten ons leidden. ■Wij spraken over Lumkile's gezondheid, °ver de gezondheid van zijn vele vrouwen, °ver de gezondheid van zijn talrijke familie. Wij gleien heen over zijn vee en zijn oogst; Voor- zoover het mogelijk was, beantwoordde «ij elk compliment. Na veilig alle kapen, ei* rotsen, én eilanden, en ondiepten verdeden te hebben, stuurden wij eindelijk ïecht op ons doel aan. Waarom zou men *ich in zulk een geval haasten, en den honig- van beleefde woorden en beleefd ge<-rag niet genieten ? De Kaffer heeft de ge- We wereld vóór zich, en tijd komt niet in aanmerk.ng. ~,.., „Lumkile," zeide ik eindelijk, „waar >oon je toch eigenlijk? Waar is je kraal? Ket laatst hebben wij eikander ontmoet in «-«■ Groote Woestijn, en toen heb ik begrepen, dat je tehuis was in^ het verre JN oorden. En nu ben je hier." . De oude man glimlachte, en men kan zien Voorstellen, hoe xijn half gesloten oogen tintelden. „Inkosana," (prins) antwoordde hij, den Haam gebruikend, waarmede hij alleen mij noemde, de meeste inboorlingen noemden «lij „Inkosi", hoofd — „Inkosana, Lumkile is een „windhond'. Vandaag is zijn tehuis hier, morgen in de Kalahari, de Volgende maand aan de kust. Zijn volk is overal. Het geheele land is zijn „kraal . >,Dat is waar", zeide ik, „en Lumkile kent zijn kraal. Hij kan in het donker zijn weg vinden van hut tot hut." ~Ewe, (ja) Inkosana," zeide hij, zich n°g hooger oprichtend. ~Hef dan je oogen op, Lumkile," zeide ik, „kijk naar IA eiland en vertel mij, wat dat ' voor bewegelijke gestalten zijn, die tegen de lucht afsteken. Zijn hét bavianen?" . , De oude Kaffer keerde zich om, beschermde met de hand zijn oogen tegen *-*«n gelen gloed van de lucht, en staarde --wijgend over het donkere water naar den Eurperen nevel daarginds.. " Niet licht zal ik die statige figuur verbeten — de geheele persoonlijkheid van Lumkile, de plooien van zijn deken, zijn krachtige, bruine schouders, waarop de Zij gingen natuurlijk den knaap opzoeken?" vroea ik. >>Ja, Inkosi," was het antwoord, „zij zochten overal. Oude inboorlingen zeggen, dat de heer krankzinnig was van verdriet, •want een eenigen zoon te verliezen' is een slag, die het "hart treft. Hij bracht alle mannen bijeen, die hii kon huren of overreden, én trok naar het eiland. Doch de mannen liepen weg. Zij zeiden dat zij een cUmo *) zagen, die naar hen spuwde; dech de heer keerde niet terug- Een week daarna was ook de moeder verdwenen:" ..Verdwenen? Hoe dan?" vroeg ik. > -Zij ging weg. Een eind ver volgden zij haar spoor, Inkosi. Toen kwamen zij aan heel sporen van Bosjesmannen, en niemand heoft haar ooit weergezien. De Kaffers namen de ossen en de wagens, en al wat zij bij zich hadden, en verkochten alles." ..En is dat alles?" vroeg ik. ..Ncen, Inko-i, die kleine jongen was Ummisi." Wij * zwegen eenige «ogenblikken. Ik hoorde, hoe mijn metgezel een takje van oen struik brak en er langzaam op begon te kauwen. Aan de achterzijde van de hoeve verscheen oen licht, door een vrouwelijke gedaante vastgehouden. Het licht scheen nauwelijks te flikkeren in de stille avondlucht. In de verte aan de overzijde van de rivier huilde een jakhals en aan dezen kant antwoordde hem ©en hond. De lucht was bezaaid mefc groote sterren, terwijl het dunne zilveren . 6ikkeltje bij den horizon wees op de geboorte van een nieuwe maan. f_ Een fabeldier uit de Kaff_n hier eenige Boeren gekampoerd. De Zwijgende was gekomen om met hen bij het kampvuur te praten, en had Missie Mariori meegebracht. Zij was toen een klein meisje van een jaar of tien. Zij kwam om met de kinderen van de Boeren te spelen. Bij het ondergaan van de zon kwam Ummisi, met zijn gouden ketting en gouden armbanden en zijn met edele steenen versierde muts van de rivier om geweren te koopen. Twee Boeren en de Zwijgende lagen bij het vuur te rooken. Zij zeiden dat het goed was, maar hij moest wachten tot den morgen, dan kwamen de anderen terug. Zij beduidden hem, dat hij zich maar in de deken moest wikkelen, die zij hem leenden, en bij hen gaan liggen. Toen overlegden zij samen, dat zij, wanneer hij sliep, allen op hem zouden schieten, want zij wilden zijn goud hebben. Kleine Marion hoorde de afspraak, of iemand anders vertelde het haar. En toen Ummisi een kalebas vol water uit de rivier ging halen, liep zij ongemerkt naar hem toe en vertelde hein alles. Ummisi kwam terug met het water, at de biltong (in de zon gedroogd vleesch) op, die Uj hem gaven, en ging in de deken gewikkeld aan den anderen kant van het vuur liggen. Toen het oogenblik daar was, en het kleine meisje naar huis was gegaan, namen de drie mannen hun geweTen, en" — Lumkile's 6tem beefde van ingehouden drift — „alle drie schoten zij op den slapenden man. Toen zij zich echter van den schat wilden meester maken, lag daar niet Ummisi, doch alleen hun eigen deken, aan stukken gesneden. En toen zij teleurgesteld weer opstonden bij het licht van het vuur, kwamen er twee lange, roode pijlen onhoorbaar uit de duisternis aanvliegen; en alleen de Zwijgende bleef over, om aan Ummi_i te denken." „En wat deed de Zwijgende?" ■" „O, Inkosi, hij bracht de geheele streek in beweging, om den „moord", zooals hij het noemde, te wreken; hij voerde een troep mannen over de rivier en viel de Bosjesmannen op het eiland aan." „Gelukte hem de aanval?" „Keen, Inkosi. Zij kwamen aan een dal, en zagen aan de overzijde daarvan Ummisi en zijn Bosjesmannen op den bergrand. Doch toen zij het dal wilden doortrekken, kwamen hun twee groote dimos tegemoet ■—■ groote slangen, zooals zij ze nopit gezien hadden, lang als een dagmarsch, en woest als een leeuw uit de woestijn. Dat vertelden zij. En toen zij wilden schieten, werd Dirk de Villiers door een pijl getroffen, en hij viel voor de beesten neder. Toen zagen zij, hoe de groote dimos zich over hem heen kronkelden, hem opnamen, hem heen en weer slingerden, zooals een leeuw doet met een geitje, eh eindelijk het verbrijzelde lichaam naar een grot sleepten. Doch zij wachtten het einde niet af. Ontzetting maakte zich van hen meester, en de geheele troep nam de vlucht en keerde nooit terug om tegen de Bosjesmannen te -vechten. Dat is het verhaal." „Geloof je al dien onzin?" vroeg ik lachend. „Welken onzin, Inkcei ?" vroeg Lumkile op een toon van beleedigde verbazing. „Wel, van die groote dimos en dat alles." „Zij zeiden dat het zoo was," hernam hij. „Wat kan een oude Kaffer zeggen ? Inkosi," voegde hij er bij, „nu uw ooren op uw verlangen gevuld zijn, vergeet nu alles weer; waarlijk, het brengt geen vrede, als men zich zulke dingen herinnert." „Een oogenblik," zeide ik; „heb je Ummisi na dien tijd nog wel eens gezien! Woont hij daar?" „Neen, Inkosi, hij woont daar niet. Ummisi woont ver weg, in de Kalahari woestijn. Maar na dien tijd heb ik hem toch gezion „Wanneer?" „Gisteren, Inkosi; hier, waar wij nu staan." „Hier? Waarom kwam hij hier?" „Wie zal dat zeggen?" meende de oude man. „Mogelijk kwam hij om Missie Marion weer te zien, of misschien wel den Zwijgende." Terwijl hij sprak, werd de oude bel op de hoeve geluid, en haar klank deed een uil opvliegen, die treurend op het dak zat. Dit beteekende dat het avondeten gereed was, en dus namen wij afscheid. (Wordt vervolgd.) --- BEURS EN NIJVERHEID. Londensche Beurs. LONDEN, 10 Oct. (Part. tel. van 10 u. 50 min.) Amalgamateds 76J, Atchisons 96Jr, Erie's 29J, Missouris 21, Rock Islands 13}, Southern Rails 22|, Steels 58, Unions 158$, Grand Trunk gew. 25, Peruvians gew. 9,' id. pref. -49£, Rio Tinto 77 i, Shell 98/6, Mexican Nat. Und pref. 13$, Consols 72J. Scrip jongste Braziliaansche leening 73 disagio (biedende) Bra*z. Tractions 90 bieden. Alle afdeelingen der markt openden prijshoudend. --- Londensche Openingskoersen. • LONDEN, 10 Oct. Medegedeeld door den Heer Hendrik Koning Jr. • |. 9 Oct. 10 Oct. Opening Slot 11 u. — Atchisons. 96% 96% 96% Denvers. 18% 21% 18% Eries. 29% 28% 29aJ Rocks. 14% 1414 UIA. Missouris. 20% 21 20% Rails 22% 2214 22% South Pac. 923^ 92% 92% Ontario-s. 29% 29% 29 Unions.. 158% 158% 158% Steels. 5714 57% 58% Baltimores. 96% 95% 97 Chesepeakes. 59 60 59% Canadians. 240*4 239 239% Gew. Peru. 9 9% 8% Prei. Peru. 4914 494 49 Amalgamateds, 76 75% 76% Cobars. 1»/,. 1% 1% Rio Tinto's. 77% " 77% 77% Readings. 84% 84% 84 % Gr. Trunk, gew, 25% 25%6 25% Shells. 493 487 487 Lake Superior. 24 25 24 Marine pref. | 16% 15% 15% --- Uit de Vereenigde Staten. NEW-YORK, 9 Oct. (Part. tel.) De president van den New-York New Haven