DE LEIDING VAN GEMEENTEBEDRIJVEN. De heer L. Heijermans, directeur van den Geneeskundigen- en Gezondheidsdienst te Amsterdam, schrijft ons — naar aanleiding van ons onderhoud met den heer De Graaf, directeur van Puibl. Werken aldaar *) — zijn meening over de positie van de directeuren van gemeentelijke diensten en bedrijven tegenover den Raad. De heer De Graaf had gezegd, dat hij gaarne in officieuze raadsvergaderingen zijn inzichten zou willen toelichten en met de raadsleden van gedachten wisselen. De heer Heijermans sluit zich daarbij aan en schrijft: „Inderdaad wordt de positie van de directeuren met de ontwikkeling dér stad en de toeneming der diensten er niet gemakkelijker op. Zij Htaan vaak aan critiek in den Eaad bloot, en leggen wel eens het. loodje — omdat zij er niet bij zijn — lea-absents ont souvent ton — al nemen B. en W. vaak, zoo dit «enigszins mogelijk is, de verdediging op zich. Doch ten slotte zal de aangevallene deze verdediging soms graa.g zelf ter hand willen nemen. Ik spreek nu niet voor mij zelf, omdat ik mij niet zoo heel erg te beklagen heb — anderen echter wel. Maar al zou dit op lichzelf niet, van de grootste beteekenis zijn, van veel meer gewicht is, dat de technische leiders van de diensten soms beter de teohnisohe details kunnen verdedigen en eerder in staat zijn direct inliühtingen te verstrek ken gevraagd door raadsleden, die thans seraf later beantwoord moeten worden, wat tot uitstel van beslissingen leidt. „Nu bestaat in het buitenland veelal — ik . noem b.v. Londen en Hamburg — het stelsel, dat, de directeuren in een voor hen aangewezen bank de raadszittingen bijwonen, wanneer aangelegenheden, hun dienst rakend, worden behandeld. Zij nemen aan de discussie deel en geven inlichtingen, hebben natuurlijk geen stemrecht. „Dit lijkt ons het eenig juiste stelsel, waarbij al.e partijen, als men hiervan mag spreken in den meest gunstigen zin van het woord, voordeel trekken en last not -least de gemeenschap. De raad zou dan ' meer dan titans het geval is, met zijn „dienaren", zooals de heer D. Graaf het feitelijk juist, schetst, in direct contact komen eu het gevaar dat technici niet voldoende debatvaardigheid zouden hebben en daardoor mogelijk onverdiend éohec kunnen lijden, is niet zeer groot; het algejneene debat wordt door B. en W. gevoerd en ten slotte moet iv den tegenwoordigen tijd een bedrijfsleider of diensthoofd de gave bezitten om de pen en het woord te voeren." » » _■ Tot zoover de lieer Heijermans. „De aangevallene zal- de verdediging gaarne zelf ter hand willen nemen." Ja! De hoofden van dienst, die in ons modern gemeentebeheer een zoo belangrijke raak vervullen, worden in de publieke discussies van den Raad soms aangevallen, althans hun Wijze van doen wordt besproken. Gewoonlijk gaat, het dan zóó, dat de voorzitter, een wethouder of een ander medelid van den spreker, wel voor de noodige correctie zorgt: „Burgemeester en Wethouders zijn, collectief nog wel, de verantwoordelijke personen'; laat u dien directeur er toch buiten". Dat helpt dan weer voor een halven dag. Maar de natuur is sterker dan de leer, het leven sterker dan de reohfcsfictie. Wan- Beer er werkelijk een bedrijfsdirecteur is die Jeiding geeft, dan komt de gewraakte manier van debatteeren al gauw weer terug. En zoo is het begrijpelijk, dat de wensch tot persoonlijk en officieel, ja publiek contact tusschen directeuren en raadsleden vooral bij de eerstgenoemden is opgekomen. Te Amsterdam is het een paar 'keeren gebeurd, dat de feitelijke leiders van groote bedrijven hun inzichten in een niet-officieelè bijeenkomst van raadsleden bekend hebben gemaakt, voornamelijk met het doel, den raadsleden het bestudeeren van een belangrijke voordracht, gemakkelijk te maken. Overigens bleek maar een vrij matig deel van deze laatsten de geboden gelegenheid op prijs te stellen Sommige directeuren zullen dus wellicht liever in • een officieele raadsvergadering het woord willen voeren, wanneer daartoe een aanleiding is. Men verwijst nu soms naar de Staten- Generaal. Een minister kan evenmin als een Wethouder van alle onderdeden van elke Taak op de hoogte wezen. Minister en wethouder zijn zeker geroepen", de algemeene cd vooral de po'itiefce lijn van een debat te beheerschen; dat is mogelijk ook wanneer een technisch detail hun ontgaat. In den regel behelpen beiden zich door de aanwezigheid ter vergadering van een ambtenaar — die door de befaamde „briefjes" aoo nu en dan steun verleent. Maar in de Kamers bestaat de practijk, dat ...hoofdaanfetenaren zoo noodig het woord tot de Volksvertegen woord>£ers richten: en die ipractijk is d u b b e 1 in de Grondwet verankerd. De Koning kan (art. IW, tweede 'lid) aan door hem aangewezen commissarissen opdragen, de ministers bij het behandelen van voorstellen in de Staten-Generaal bij te staan; de ministers (art. 95, lste lid) kunnen zich doen bijstaan door ambtenaren, die zij zelf aanwijzen. En de practijk is volstrekt niet zeldzaam. Het. is, oyer,igens teekenend, dat de behoefte aan een dergelijken bijstand in den modernen tijd langzamerhand is gegroeid: het eerstgenoemde artikel «Sateert van Grondwetsherziening van 1887, en heeft om, bij de behandeling van de Mijnwet* het Militair Strafwetboek en de Octrooiwet toepassing gevonden ; het tweede artikel, dat van 1922 is, maakt de zaak nog wat gemakkelijker (ministerieel initiatief!) en blijkt, voor zoover wij weten, ook goed te voldoen. _ W*aro_a nu niet iets van dien aard in de gemeenteraden 1 Wij hebben deze vraag aan een deskundig-, voorgelegd, die midden in de practijk staat. En deze heeft ons zonder aarzelen geantwoord: wettelijke bezwaren bestaan er niet, de Gemeentewet zwijgt over dit punt én verbiedt zoo iets niet Mocht hier of daar een reglement van orde een belemmering bevatten, dan staat het aan den Raad dat ■ ii *l 2xe ons Wad vaa Zondag. Nieuwe wenschen en een verouderd beheer. anders te maken; het Amsterdamsc-he reglement bevat zoon belemmering intussohen niet. Maar het stuit hierop af, dat men er voor terugschrikt, iets dergelijks te beginnen: om het (zeker niet geringe) gevaar, dat een debatteerende directeur den betrokken wethouder (vooral wanneer deze een niet al te sterfte persoonlijkheid is) het heft op den duur uit de handen zou nemen. Heeft niet een paar jaren geleden in een zeker tijdschrift, waarvan een Amsterdarnsche directeur de redactie voerde, een van zijn ambtgenooten de moderne wethouders op hoogen toon als „marionetten" betiteld? Even begrijpelijk als de wensch der bedrijf-hoofden is, schijnt ons ook de weerstand, dien hij bij dagelijksche gemeentebesturen opwekt. In theorie kan men natuurlijk afbakenen, in hoeverre de ambtenaar aan het debat deelnemen mag: de practijk zal, wanneer men met zekere, personen te doen heeft, zich daaraan niet houden. Het is geen wettelijk bezwaar, dat het struikelblok vormt, maar een van praetisohen aard. En om de zaak eens wat ruimer te zien, zouden wij dit er bij willen voegen: de heele quaestie toont aan, hoe weinig doelmatig het overheidsbeheer, speciaal nu het gemeentebeheer, tooh ingericht is. Uit een zeer beperkten kring van mensohen, die door den volkswil met politieke oogmerken gekozen zijn, moeten (zonder dat men dan tenminste de politiek er buiten kan houden) een aantal mensdhen gekozen worden, die geschikt zijn om algemeene leiding., ook aan, of wil men „boven", de groote bedrijven te geven. In dit opzicht is de Gemeentewet werkelijk geheel verouderd. Daarom is het vraagstuk van het doelmatige overheidsbeheer zoo bij uitstek belangrijk. Juist deze quaestie van,het beheer der (groote) gemeenten was een onderdeel van het bekende onderzoek vanwege de Ned. Maatschappij voor Nijverheid en Handel, en van dat" van den Vrijz. Dernoor. Bond. Zoo verlangde het bekende rapport, vanwege de genoemde Maatschappij een ander beheer voor de gemeentebedrijven. De daarin vervatte denkbeelden kwamen heer op meer vrijheid vau handelen voor deze ondernemingen onder leiding van een aan den gemeenteraad verantwoordelijke directie en onder toezicht van een uit deskundigen bestaanden bedrijfsraad uit „de burgerij (niet alleen uit den gemeenteraad); de gemeenteraad zou ' dit college, moeten benoemen, en alleen de bslissingen op cardinale punten aan zich moeten houden. Warm -»»' I it - ■eiijke hervorm:iig eens tot stand komt, zal ook de positie van de bedrijfsdirecteuren anders worden, meer in overeenstemming met hun feitelijke verantwoordelijkheid. Naar een verandering van deu toestand ongeever in dezen geest moet onze belangstelling voortdurend blijven uitgaan. --- BINNENLAND. HET MIJNBEDRIJF. En de contact-commissie. Het T.weede-Kamerlid de heer Drop heeft den minister van Waterstaat de volgende vragen gesteld: Is de minister bereid, niet alleen „de op schrift gestelde uitkomst" van het onderzoek naar klachten omtrent de wijziging van arbeidsvoorwaarden buiten de Contact-commissie in het mijnbedrijf om. de niet-aanneming van een arbeider bij een Staatsmijnbedrijf na ontslag bij een ander, omdat de betrokkene geweigerd had in een Gezellenhüis te gaan wonen, de verandering van diensten van een arbeider, die een procedure wegens ontslag had gevoerd, en de behandeling van zaken door de leiding der Geschillencommissie 'aan een Oranje-Nassau-inijn, behandeld bij de interpellatie over toestanden in het Mijnbedrijf op 25 Oct. 1925. ter kennis van de Kamer 'te brengen', doch ook over te leggen de volledige dossiers, welke op de genoemde aangelegenheden betrekking hebben 1 --- DE AANNEMERS-QUAESTIE. Een afwachtende heuding tot 1 Juni. De Nederl. Aannemersbond deelt ons bet volgende mede: Den , len Februari jl. hebben enkele bestuursleden der Aannemersbonden een bespreking gehad met den minister van Waterstaat. Het resultaat was, dat de minister genegen bleek met de Bonden over de arbitrageregeling te onderhandelen, als, de atmosfeer daartoe geschikt wan. Te dien einde werd het voorstel gedaan het besluit tot niet-inschrijving zoolang buiten werking te stellen. De minister zegde dan toe vóór 1 Juni a.s. de onderhandelingen tot een einde te brengen. Waar thans de zakelijke besprekingen binnen begrensden tijd in uitzicht gesteld zijn, hebben de .hoofdbesturen besloten het besluit tot niet-inschrijving op te 'schorten tot 1 Juni a.s. Ten opzichte van andere' openbare lichamen, , waarmede eveneens nog geen regeling is tot stand gekomen, gaf de minister te kennen, eenzelfde gedragslijn wensehelijk te vinden. Van verschillende zijden blijkt nl. dat gewacht wordt op het. overleg met den minister. ' '. , Om alles te vermijden wat overeenstemming in den weg zou kunnen staan, zijn de Bonden ook daartoe bereid, doch alleen voor die lichamen, die ten opzichte van de borgstelling eenzelfde standpunt innemen. als de minister. . . --- DE PENSIOENWET 1922. En haar toepassing. Het Tweede-Kamerlid de heer G e r h a r d heeft den minister van Financiën de volgende vragen gesteld: Is het waar, dat de toepassing van de art. 67, tweede lid, der Pensioenwet 1922, zooals zij luidde vóór de wijziging bij de wet van 28 Mei 1925, en LXXXIV van laatstgenoemde wet tot verschillende-moeilijkheden aanleiding geeft? Kan de minister mededeelen, van hoeveel pernosen. .die persioen ontvangen, sedert de inwerkingtreding der in de vorige vraag genoemde artikelen reeds ontvangen pensioen moest worden teruggevorderd en van hoeveel personen liet pensioen is verminderd, alsmede tot welke bedragen dit geschiedde, in verband met inkomsten,, die de bedoelde personen ontvingen uit de aanvaarding vau een anderen werkkring of de vestiging van iéen bedrijf? I Zijn bij den Pensioenraad gevallen bekend, waaruit blijkt, dal de toepassing vau de wetsartikelen, in de eerste vraag genoemd, geleid heeft tot moeilijkheden voor de gepensionneerden, omdat soms plotseling het pensioen moest worden ingehouden, en wil de minister van deze gevallen mededeeling doen? Is de minister bereid ciii, indien blijkt, dat de in de eerste vraag genoemde wetsartikelen tot moeilijkheden bij de toepassing aanleiding geven, te doen nagaan, op welke wijze deze moeilijkheden zouden kunnen wonlen opgeheven? * BLOEMENDAAL, 8 Febr. De bewonere van het villapark „OosterdUin" 'hebben een adres aan den gemeenteraad gericht, waarin zij verzoeken geen vergunning te verleenen tot het stichten van een manége -in het park. --- WAARHEEN OP DE SCHAATS ? VELE TOCHTEN MOGELIJK. De vooruitzichten voor den Zondag zijn voor de schaatsenrijders schitterend. Tenzij de grillige weergoden ons wederom komen overvallen'met een warmen luchtstroom, die den vorst verjaagt, kan de dag van morgen een prachtdag voor ijstochten worden. Maar er is meer noodig dan lekker winterweer en hard ijs om genoegelijk te kunnen rijden. Wij hebbén daarom eenige tochten doen txtf proeven. Hieronder laten wij eenige aanbevelenswaardige tochten, kleine en grootere, volgen, met aanwijzingen omtrent den toestand van bet ijs. --- Slotervaart. Opstappen bij den. Overtoom in de diepte, v:aar de groenteschtii'jes aanleggen. 't Eerste gedeelte -iusschen de h-uzen ia beti_.<-këlijk goed ijs maar vuil en onberijdbaar. Twee keer overstappen bij de .ahdtreintjes. De fjlötervaart is over 't algemeen schitterend ijs. Lastig zijn de bruggetjes waarde dekken en palen in 't ijs rijn vastgevroren. Nog lastiger de boeren dié in de bruggen éen belemmering nebben aangebracht om op die wijze een spaarpot te maken. De Slotervaart 3J km volgen naar 't Westen. Van bier naar 't Noorden de Kerksloot volgen en dan links o£ rechts langs den boezem van den SloterdijkeT.meerpold«r en zoo naar Slotexdijk. Deze tocht is samen ± 9 km. --- Door Haarlemmermeer. Opstappen aan den Overtoom, rijden, dopr de Slotervaart (3£ khi) tot aan Kerksloot. Linksom naar de kerk van Sloten (uitstekend ijs') 1 km. Overstappen op Ringvaart Haarlemmermeer benoorden de Sloterbrug. Ringvaart is stuk gevaren doch zeer goed betrouwbaar. Enkele sthkken een uitstekende baan, andere gedeelten .slecht berijdbaar doch wel doenlijk. Bij stoomgemaal „De Lynden" afstappen of noordelijke zijde houden. (3 km). Van hier is 't mogelijk de Hoofdvaart van de Haarlemmermeer te volgen tot Hoofddorp (8 km)' tot Nieuw Vennep, 14 km, tot de Kaag (+ 20 km). ' Van kle Lynden.naar Halfweg, "bij de huizen en dorpje buitengewoon slecht onderhouden. (3 km) Denk om Kaub. Terug langs de trekvaart naar Sloterdijk ± 6'km. Samen ± 18 km. --- Naar Osdorper binnenpolder. Opstappen Overtoom op de .Slotervaart tot aan Kerksloot. De Kerksloot in rijden naar 't noorden tot, Haagsloot. (lets vóór • Sloterdijkenneer). Van,hier naar links, overstappen over „Osdorper Uitweg" in den Osdorper binnenpoldeor (de gTOote Veenderij bij Halfweg). Met eenige bochten naar links en rechts is er een zeer groote breede vaart tot iets vóór Halfweg. Van hier overstappen op Ringvaart naar Sloterbrng oi op trekvaart naar Sloterdijk.' Samen 14 km. --- Spaarndam—Zaandam. • Van Sloterdijk over trekvaairt naar Haöwieg. Hier Overstappen op de haven van de Suikerfabriek (achter het „Automatische Restaurant) »ver de Ringvaart (denk om het pas stukgevaren ijs precies bij -de timmerfabriek van Kaub) naar Start de. Lic. Hier over den Haarlemmerweg en .«pen op de Liede. Lang»; fort Penningsveer (overstappen) naar de Mooie Nel bij Spaarndam. Van Spaarndam (overstappen) over zijkanaal B n;,:ar Noordzeekanaal. Terugloopen naar Buitenhuizen. Hier over-naar Noorder IJ en Zeedijk. Onder den dijk langs naar Xauerna. Van hier lang* „de Reef" in 't Westzijerveld naar Westzaan r rechts naar Zaandijk of Zaandam. . Aan de opgaaf van deze door ons gereden tochten kunnen wij op grond van ons verschate inlichtingen nog de volgende toevoegen : --- Van Amsterdam naar Marken. Van Nieuwendarri over Zunderdorp,. dan de Westslöot haar Monnikendam, ,over de Gouwzee naar Marken. Volken's onze zegslieden is het ijs op de Gouw. zee schitterend. --- Naar het Alkmaardermeer. Over Monnikendam — Ilpendam — Purmerend — Jisp, over de Zwet, verder langs Wormerveer en Krommenie. is het Alkmaardêr meer te bereiken. --- Naar Abcoude. Langs Boerenwetering en polder, slooten. naar Ouderkerk, daar de brug over den Amstel over, langs de Holendreeht naar Abcoude. De Holendreeht is goed berijdbaar, maar ongeveer halverwege, bij de Voetangel, moet men even oppassen en de rechterzijde houden (van Ouderkerk af gerekend) omdat door loozingswater van de polders het ijs daar aan de linkerzijde eenigerniate heeft geleden. De gevaarlijke plekken zijn aangegeven. De Abcoudermeer; is heel mooi. *t Gein. Ook het Gein is, uitstekend berijdbaar, f Bij dè tochten in d« Noordelijke richtingen heeft men den wind op den heenweg mede; in de Zuidelijke richtingen rijdt men heen tegen den wind in, indien althans de wind zich aan de weer voorspelling houdt. --- DOORGAANDE SPLITSING. Tot in het ongerijmde. ' Wij hebben dezer dagen vermeld, dat een Joodsche Badio Omroep in wording was. Uit het „Centr. Isr. Wkbl." blijkt nu, dat het de vraag is, of men in Joodsch confessioneelen kring wel tevreden zou zijn, wanneer aan de groep, die plan heeft een omroep vergunning te vragen, verlof tot uitzending werd verleend. Immers niet alle geledingen van de Jodenheid zouden worden omvat door deze groep. Het klinkt onder deze omstandigheden al zeer onwaarschijnlijk, dat de Radio-raad een ómroepverguiming zou verleenen en er zou geen reden zijn aan deze zaak eenige. aandacht te wijden, indien niet door dit geval overduidelijk werd gemaakt., hoever wij op den verkeerden weg zijn gekomen door het stelsel van splitsen en deelen naar gelang van onze overtuiging op het. stuk van geloof en staatkunde. Aan de vorige verkiezing namen 33 partijen deel, sedert zijn er meer bijgekomen, dan . afgegaan; de statistiek vermeld! een paar dozijn godsdienstige genootschappen, die ook nog onderverdeelbaar zijn naar richtingen^ En die allen willen dan natuurlijk hun deel van de zeg 50 a 60 goede omroepzenduren per week. Dat komt ongeveer neer op één uur per week per omroepvereeniging, zoodra wij op één golflengte moeien werken. Zoo voert het stelsel van den Poolschen landdag in onze aetherstrook zichzelf tot het ongerijmde. Maar misschien is dat een middel om de menschen, die daarover 'te beslissen hebben tot het inzicht te brengen, dat wij in beginsel hebben gefaald, toen wij den omroep tot een twistappel in den staatkundige en godsdienstigen strijd maakten. --- NEDERLAND EN DUITSCHLAND. Het douane- en credietverdrag. Het Tweede-Kamerlid de heer Kortenhorst heeft den min. van Arbeid. 11. en N. en van Buitenlandsche zaken de volgede vragen gesteld: Kunnen de ministers mededeelen, welk gevolg gegeven is aan het gestelde in par. 2 van het protocol behoorende bij het tusschen Duitschland èn Nederland op 26 November 1925 gesloten Douaneen Credietverdrag, waarbij het navolgende werd overeen gekomen: „Indien bij de binnenkort te verwachten onderhandelingen over handelsverdragen voor hol glaswerk, Douanetarief no. 737 en voor kabels, enz. geen concessies op het gebied •ler douanerechten gedaan worden uf zoodanige, dat zij door hare, specialiseering aan de bijzondere Nederlandsche belangen bij den uitvoer niet beantwoorden, dan is de Duitsche Regeering bereid over de aanvulling van het,onderhavige vsrdragstarief op deze gebieden opnieuw te onderhandelen, zonder op bijzondere tegen prestaties aanspraak te maken" 1 Zijn de ministers niet van oordeel, dat, gezien den looptijd van het-verdrag, het oogenblik reeds lang gekomen is om aan de Duitsche Regeering de inlossiog van haar, uit het protocol voortvloeiende verplichtingen, te vragen) --- GEEN STRIJD MET DE WET. Tarief Ongevallenwet. Op de vragen van den heer B e u m e r betreffende het al of niet in strijd zijn met de wet van 26 April 1852 van het tijdstip der. inwerkingtreding van het K. B. van 28 Dec. 1828 tot herziening van het' in art. 40, eerste lid, der Ongevallenwet 1921 bedoelde tarief en betreffende het tijdstip, waarop de wetenschappelijke balans, in verband waarmede bovenbedoelde tarief sverhooging heeft plaats gehad, is opgemaakt, antwoordde de minister van Arbeid, H. en N., dat strijd niet' aanwezig ia, omdat de tariefsverhooging niet betreft op 1 Januari 1929 reeds afgesloten betalingstijdvakken, maar uitsluitend betalingstijdvakken, waarvan de vervaldag der over die- tijdvakken verschuldigde premie is gelegen na 15 Jan. 1929 (in den regel dus te beginnen met '1 Juli 1929). De vraag omtrent de wetenschappelijke balans berust blijkbaar op de onderstelling, dat een tariefswijziging alleen mag geschieden na en in verband met het opmaken van een wetenschappelijke balans. Deze onderstelling is evenwel onjuist, hetgeen reeds blijkt uit de toelichting in de Memorie van Toelichting op het ontwerp-Ongevalienwet 1901 op de artikelen 27, lid 4, en 37, lid 4 (overeenkomende met de artikelen 29, lid 3, en 40, lid 5, der Ongevallenwet 1921), dat nl. niet is uitgesloten, dat de indeeling in gevarenklassen en het tarief tusschentijds kunnen worden hérzien. Overigens kan worden medegedeeld, dat de laatst gepubliceerde vijfjaarlijksche wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds betreft den toestand op 31 Dec. 1922 en de laatst gepubliceerde wiskundige balans betreft den toestand op 31 Dec. 1926. --- 'S-GRAVENHAGE. RESIDENTIEZAKEN. 's-Gravenhage, 8 Febr. Nieuwe ijsvreugde. — Maskerade op de Haagsche ijsbaan. Overal is er vandaag opnieuw genoten in de 'stad. De scholen hadden weer ijsvacantie en de jeugd heeft daarvan een dankbaar gebruik gemaakt, want nog geen dag hebben we de slooten in de weilanden der buitenkwartieren van de stad, waar we ook kwamen, zoo vol gezien. De slooten, waar de krabbelaars, jongens en meisjes, rustig hun gang konden gaan, waar ze. bovendien geen last van den wind hadden, omdat er geen wind was. Een winterdag uit duizenden is het vandaag weer geweest. Een heerlijk zonnetje verdreef 's middags den mist, die lang over de weilanden had gehangen. En terwijl de temperatuur maar even om het vriespunt was,, kon jong en oud genieten. De Haagsche Ijsbaan was vol, „Meer en Bosch" ook en op de slooten krioelde het, zooals gezegd, „Meer en Bosch" is feitelijk te klein voor den grooten toeloop van de feden der nieuwe ijsclub in het Westen. En de banen der Haagsche ijsclub zijn schitterend groot. Duizenden kunnen er rijden, voor men merkt, dat het er vol begint te worden, 's Avonds was er maskerade op liet ijs. Eindelijk! Hoeveel,keer was het gecostumeerd ijsfeest al niet aangekondigd ? En hoeveel keer waren de jongelui van de Haagsche IJsclub al niet. teleurgesteld? Het is een ijsfeest voor de jeugd geworder. Terwijl op den dansvloer de oudere paren zich op een gemaskerd bal _ep* »woordig niet onbetuigd laten, hebben de o'r.eren hier het terrein onbetwist aan de jeugd gelaten, de jeugd van den rijperen leeftijd dan inbegiepen. Feest was het, dat is etellig. De lange banen waren prachtig verlicht met kleine electrieohe lampjes, terwijl aan den voorkant ook heele rijen roode Umpione waren opgehangen, hier en daar aan palen tot hoornen getooid. Van de stad komende had men een schitterend gezicht op de verlichte banen. Vroeg al, tegen achten, liep het storm naar de Haagsche IJsclub. De trams loosden volle wagens bij de banen en de gemaskerden kwamen meest per auto, of — op de fiets. De grappigste pakjes kon nien over het Bezuidenhout zien peddelen. IDe gematfkerden vormen helaas maar een klein gedeelte van de groote opkomst. Het feest was ook boo vaak aangekondigd en niet doorgegaan, dat men. het nu haast niet heeft kunnen , gelooven. Onder de gemaskerde» waren veel pierrote en pierTettes, in de grootste verscheidenheid, in witte en zwarte pakjes, verder veel boeren en boerinnetjes, niet alleen Hollandsohe, maar ook Duitsche, Oostenrijksche en Hóngaarsche. Dan zagen we Üpaanscho «choonen, ridders uit Zuidelijke streken- Indianen, maar ook Indiërs, Russen en — personen, die dieren vooretelden: een Vleermuie en een snoes van een eekhoorntje, met een schattig, koket etaartje, dat too guitig wipte, ols de eohoone rijdster zondzwierde. De jeugd heeft zich dol vermaakt, heel den avond, terwijl de muziek vroolijke ïnarachen eu operette-wijsjes blies. Onder dé nict-gema^kerde ijsliefhebbers waren natuurlijk ook verscheidene Haagsche hoogwa_urdigheidsbekleeders, zooals minister Lambooy. Het is een echt blij avondfeest geworden, dat 'door een zachte temperatuur met heel weinig mist bevoorreoht is geworden. Naast de bestuurstenten waren groote reflectoren opgesteld, Om gelegenheid te geven tot het kieken van maskerade-pakjes. In het restaurant was bet ook boordevol van de toeschouwers. En buiten op den weg- lange files parkeerende auto's. Als het nu heusch gaat dooien, dan hebben d» leden van de Haagsche IJsclub toch nog tot het laatst kunnen genieten. --- Belangrijkste Nieuws. De aannemersbonden besloten inzake de aannemingequaestie 'het besluit tot niet-inschrijving tot 1 Juni a-s. op te schorten. — Binnenland. (bit. i>: De melkveehouders-organisaties rondom 's-Gravenhage zullen trachten een melkveiling op te richten. — Boerderij en Tuinderij. (bis. ei De groothandelsindex van „The Economist" iv Januari nagenoeg onveranderd ; slechts van weefstoffen gestegen, van alle andere groepen gedaald. — Beurs en Nijverheid. (blz. 6) --- Voor de eerste der „uitgekozen" inzendingen op onze prijsvraag ,Jlet eenig Kind" verwijzen wij naar Blz. 9. (Ingezonden Mededeeling.) J. VLIEGER THE „NEW-SWIFT" IS EEN VULPENHOUDER VAN Ie KWAL. EN KOST SLECHTS Fl. 5.90 HALVEMAANSTEEG 2-4-6 — AMSTEL 38-52 DAMRAK 65 -— RAPENBURGERPL. 9 LELIEGRACHT 12 — AMSTERDAM rminniiMiitiinnntiuMiuiiiiHmiiiiiimiiniiiiiiniiiiiiiimiiiwimnflinfflmflnmmmiiißnimmiiiiTiiiinnniintt en PLARWEDSTRIJDI ttmimmtmtiD |De Uitslag wordt morgenochtend! in ons blad bekend gemaakt. innMiii»ituiimiimi™mmmtimi»i«niimi^ --- KYNOLOGEN CLUB „DEN HAAG”. De Kynologen Club „Den Haag" houdt 11 Febr. a.s. een algemeene vergadering in de Commercieele Club. --- ONVEILIG STRAND. Het strand te Scheveningen is onveilig: tot Wassenaarsehe Slag op 11, 12 en 13 Febr. a.s. telkens van 8.30 uur tot 14 uur wegens het schieten met mitrailleurs; tot Katwijk op 14 en 15 Febr. a-s. van elf uur tot 14.30 wegens het schieten met geschut. --- ROTTERDAM. EEN OPLICHTER AANGEHOUDEN. Op verzoek der Botterdamsehe politie heeft de Utrechtsche recherche op het station aldaar een 22-jarig kantoorbediende aangehouden, die wegens poging tot oplichting van ƒ 22.000 en valschheid in geschrifte en verduistering van ƒ 1800 werd gezocht. Op den jongeman werd nog een bedrag van ƒ 2000 aangetroffen. •HAARLEM, 8 Febr. Een aantal ingezetenen hebben een adres aan den gemeenteraad gericht, waarin gevraagd wordt, het daarheen te- leiden, dat de ceintuurlijn weer wordt ingesteld, dan wel dat op andere, wijze langs deze kringlijn een comfortabele vervoermogelijkheid met behoorlijke verkeersfrequentie ter b-schikking van het publiek wordt geeteld. --- LAATSTE BERICHTEN. (Ontvangen na het ter ■pene gaan van dit nummer.) ---