mmmm SALONS, WOONKAMERS, SLAAPKAMERS —«n fi worden in de NIEUWSTe creaties tegen scherp concurreerende prijzen geleverd door I | J TH. DRILLING Jr. — MEUBELFABRIKANT. ] Magazijnen met 60 modelkamers. — Rozengracht 113-114, Ams erdam. — Telefoon 42002. Jffe»*M*'!~'i'FJ'««*T Alle Meubelen worden onder architectuur vervaard gd. ■tflflTtllliaMMM --- TH, A. DE KOSTER "Vb-m9 Ruysdaelstr. 92/94 Amsterdam. Tel 20086 Profiteert wan onze 54-Jarlge ervaring o/h. gebied van Centrale Verwarming- --- KALVERSTRAAT 100/106 vraagt êATAS>SÜa; 4 --- WERKBLADEN. „Een vrouw is geen engel —" zegt Joop Nahuj»» in de „Dameskroniek" en ook Piet Kloppers laat een en ander over dit onderwerp los, wat de lezeressen zal interesseeren. Verder veei geïllustreerd tooneei-, muziek- en filmnieuws. In „Het Leven" kieken van 't communistenirtterneeringskamp op Nieuw-Guinea; van een Amerikaansche familie die leeft van enkel rauwe groenten — één wolk gezondheid —; van den koning van Engeland en den Duitschen keizer in 1913 te Berlijn, beiden te paard. --- TIJDSCHRIFTEN. Opwaarsche wegen. Het December-nummer bevat vooral boekbesprekingen. Teo de Witte schrijft, naar aanleiding van Helman's „Zuid-Zuid-West." over „De Max Havelaar uit het Westen". J. van Ham bespreekt de jongste publicaties van en over Timmermans en voorts twee dichtbundels, van Willem de Merode en Jan H. de Groot welke dichters ook in deze aflevering verzen bijdragen, te zamen met Ido Keekstra en A. J. D. van Oosten. --- Nederland. „Paardebloemen" is de titel van een novelle, waarmede Greta Vollewens—Zeylemaker het Decembernummer ipent. Heike Hoeifelman draagt een gedicht bij, Etty Leal schrijft over „Engelsche boeken van heden". Voorts vervolgstukken en de gewone rubrieken. --- De Stem. Wij vinden in de December aflevering vooral veel schrijvers die over schrijvers schrijven. Alb. Plasschaert begint met een beschouwing over Tolcstoj's „Oorlog en Vrede", J. i9lauerhoff wijdt beschouwingen aan Thomas Mann's „Zauberberg". ürbain van de. Voorde schrijft over het werk van Paul van Ostayen en Nico Rust over Jaroslav Harchek's „Schwejk". Dirk Coster wijdt een artikel aan „Amerikaansche Litteratuur" en behandelt voorts zeer uitvoer'g net lustrum-spel der Delftsche studenten „D 16. SI. M.": „Het spel van dezen Tijd." De aflevering bevai voorts gedichten van Alb. Plasschaert en Theun de Vries en een stuk proz* van Antoon Coolen. --- De Nieuwe Gids. De jongste aflevering van dit tijdschrift wordt geopend met een artikel in de Engelsche taal van dr. J. A. Eussell over „The poetry of Thomai Hardy". Zij bevat voorts vervolgstukken en gedichten van Willem Kloos, Henene Swartb, C van Till—den Beer Poortugael, en Johan W. SohoU man. --- „Vragen, van den Dag”. P. van Sehilfgaarde bewerkte een artikel uit de „Times'' over de doeleinden van het socialisme. Dr. J. F. Hulkema Kohl werkt een plan uit voor een internationale universiteit voor moderne diplomatie, die de ideeën van een Rockefeller Jr., een. Butler, een Robert Cecil zou verwezenlijken. H. Jacobs bespreekt de vlag en. het nationaal gezang van de Vereenigde Staten. T. E. Boutkes heeft zijn gedachten laten gaan over de figuren van Siegfried en Christus. Chr. J. Mantje6 wijdt een beschouwing aan Justus van Effen, die de denkbeelden van de Engelsche philosofische school in de achttiende eeuw in Nederland verbreidde. Er staan verder nog een paar korte cartikelen over de toekomst van het tooneei en ovet veranderlijke sterren in de December-aflevering. --- AGENDA. Amsterdam. Het Hongaarsch Trio zal hedenmiddag in de kleine zaal van het Concertgebouw trio's ten gehoore brengen van Beethoven, Mozart en Mendelssohn. De Poolsche pianist Jan Smeterlin zal morgen een concert geven in de kleine zaal van het Concertgebouw. De Amerikaansche violist Benno Eabinof zal Dinsdag 11 Dec. in het Muziek-Lyceum werken yan Corelli, Kreisler, Bach, Vieuxtempe, Paganini ten gehoore brengen. Arpad Sandor zal den violist begeleiden. --- DE VAGEBOND. Alias: Francois Villon. TUSCHINSKI-THEATER. In de wereldgeschiedenis ie een onuitputtelijke voorraad helden en heldinnen op te diepen, talrijk als de zandkorrelen der duinen zijn de groote figuren, de infame schurken, de schoone koninginnen en de leelijke heksen, en het is maar gelukkig dat we de pacifistische geschiedenisboekjes van mevrouw Van Itallie—Van Embden nog niet hebben om ons nl die bloeddorstige en edelmoedige lieden te doen vergeten. De filmindustrie staat ten deze aan de zijde van den goeden dominee Kersten, en als deze eerbiedwaardige man zich ooit waagt in „een kijkkast des duivels", zooals hij de bioscoop heeft genoemd in één van zijn staatkundig-gereformeerde oogenblikken, zal hij op het doek niet alleen veel ingetogenheid ontwaren, maar ook kinderen die hij zoo graag moed wil laten indrinken aan de moederborst (vergadering der Staten-Generaal van 7 December). Een van die moedige kinderen is Francois Villon, een aarteschelni uit de vijftiende eeuw. Behalve moed, krijgt hij ook drankzucht mee: de baker vermengde zijn melk met brandemoris. En als hij groot en sterk genoeg is out het rapaille te verrukken met zijn liedereu en om moed te hebben zijn vijanden te weerstaan, is hij ook groot genoeg om Bacehus te huldigen en alle sehelinstreken uit te halen, die hem misschien nog meer dan zijn poëzie, zijn onsterfelijkheid hebben bezorgd. De vagebond werdt met heerlijke fantasie gespeeld door John Barrymore, de Adonis uit de filmwereld. Die rijzige figuur, dat klassieke profiel, die fijnbesneden trekken, die elegante houding, gevoegd bij zooveel- kunstenaarschap, bezorgen Barrymore zijn afzonderlijke plaats onder de heeren van Hollywood. Vermoedelijk zou Pairbanka de rol van Villon met meer bravoure hebben gespeeld en den dichtetrlijken dronkaard gestoken hebben in het vel van d'Artagnan, maar zeker zou hij de fijne charme die in Barrymore's spel ligt, niet hebben bereikt. Villon's brutaliteit en Lodewijk Xls bijgeloovigheid heeft men in één scenario ondergebracht, eu bijgevolg zien we den vagebondeerenden dichter als den gunsteling vau den iutrigeerenden koning. Als Villon beweert dat de' sterren hem hebben verteld dat de koning vier en twintig uur na den dichter zal eterven, redt hij zichzelf niet alleen het leven, maar komt bovendien onder de bijzondere bescherming te staan van den vreesachtigen Lodewijk, die genoeg op zijn koninklijken kerfstok had om den dag van afrekening niet bepaald met vertrouwen tegemoet te zien. Er loopt door de film ook een liefdeegeschie. denis, waardoor eer wordt bewezen aan de traditie: die van Hollywood en die van Francois Villon. Het meisje ie Marceline Day, die meer van den vagebond houdt dan van een sinisteren edelman met wien ze op allerhoogst bevel moet trouwen. Zij doet het niet, zij trouwt Vi110n,.., op het doek. Middeleeuwsch Parijs heeft er nochtans nooit iets van gezien: Villon stierf in ellende in 1461, eu de koning overleefde hem vele jaren, en bracht het tot 1483. De sterren hadden hem wat wijs gemaakt. De koningsi-ol is in handen van Oonrad Veidt, aie bij zijn aankomst in Hollywood op het perron zijn vermaarden knieval deed voor John Barryinore, waarna hem later het geluk beschoren werd in één rolprent op te treden met den ver» heerlijkten John. Veidt doet meer de bijgeloovige vrees en de kruiperigheid in het karakter des konings uit' komen dan het berekende verstand en het geduldig beleid, twee eigenschappen, die den elfden Lodewijk in staat stelden den Bourgondiër t» weerstaan. Zonder dat men het met Veidt's opvatting van de rol behoeft eens te zijn, kijkt men toch steeds met belangstelling naar deze eigeni aardige creatie van den Duitschen acteur. Jack «Sc Hill is een danspaar van meer dan de gebruikelijke elegance: hun visitekaartje „van het May Fair hotel" zegt alleen den lezers van de Radiobode iets, maar hun beenen spreken tot iedereen. En dan zijn er Teddy & Dolly, twee Fransche spring-in-'t-ve!ds, die ons vergasten op acrobatische toeren niet verbluffend gemak uitgevoerd. --- KUNST. WAT IN DE 19 DE EEUW VERDWEEN. „Men durft de Grijze Oudheid honen En reek'iien zijn verdiensten niet O Niets 1 Niets wil men meer verschonen Ach zonk ik slechts alléén in 't nietl" Zoo kloeg de Jan Rodepoortstoren (bij monde van den heer Lindeman), toen hij in 1829 werd afgebroken, omdat... om de een of andere reden — misschien waren er ook toen reeds architecten, die dachten, en zeiden: „Dien ouden boel te laten staan.. dat zou toch eenvoudig beteekenen: je zelf een brevet van onkunde uitreiken!" En de heer I. van Eek teekent in den catalogus van de jongste tentoonstelling in het Waaggebouw bij het woordje „alleen" in den laatsten regel van de hierboven aangehaalde versregelen aan: Er was n.l. besloten (behalve den Jan Rodepoortstoren) ook den Haringpakkerstoren in 't niet te doen verzinken. Dat was in den jare 1829, dus bijna honderd jaar geleden. Ja, wat werd er in de negentiende eeuw al niet gedempt, en bij geplempt, verminkt, geschonden en gesloopt. Hoeveel leert een bezoek aan de tentoonstelling van vaak zeer fraaie aquarellen, weergevende „hoe het vroeger was. Zooveel, dat er ons twmtigste-eeuwers in verhouding tot hetgeen Amsterdam rijk was, nog maar een treurig beetje „te behouden" overbleef... en daarom sloopen wij onder meer het Pesthuis!... , . Tentoonstelling van aquarellen in het Historisch Museum in de Waag. --- Ceterum censeo vetus Amstelodamum esse delendum. Ziedaar de geest, dio do Amsterdamsche Cato s moet hebben bezield in de 19de eeuw Ofschoon zij natuurlijk slecnts het „verkeer". "m°num?"" ta.e stedebouw'- en de „hygiëne" wildeu nevorderen. , , , Noemen wij eens een en ander van het yeie, aai eertijds in „natura", thans op de tentoonstelling „in beeld" te zien valt. Gezicht op de Wannoesgracht, van de Heerengracht in 1816 — in 1894 gedempt. De Osjessluis, zijnde de brug, waarover men nog in 1884 van het eene in het andere deel van de Kalverstraat kwam over het Spui; gezien van het Spui naar het Rokin. Het besluit tot demping van het Spui en het sloopen van de Osjesbrug, de bruggen over N. L. Voorburgwal en het „Boerenverdriet" werd genemen op 16 Februari 1882. De toren „Swygh Utrecht", gezien van den Kloveniersburgwal; en de Binnen-Amstel met dien«elfden toren. , De toren „Swygh Utrecht" was een der versterkingen in 1481 gebouwd. Tijdens den bouw hadden de „Uitersen", de Heden van Utrecht, de Stad Naarden in den nacht van 9op *C December, overrompeld. Zij bleven daar twee dagen, plunderden de stad en bedreven veel moedwUs". loen de mare van deze overrompeling tot Amsterdam was doorgedrongen, trokken de Amsterdamsche Schutterij en Burgerij, uit om de . Naarders ter hulp te komen. Bijgestaan door Burgers van Muid-m en Weesp dwongen zij de Stichtsen Naarden te verlaten en ontnamen hen den ge-maakten buit. Ter herinnering aan dit feit plaatste men in den toren oea gedenksteen met de woorden: „Swygh Utrecht". Deze steen, eigendom van de Historische Verzameling der Schutterij, is in een der zalen van het Amsterdamèeh Historisch Museum tentoongesteld. Vier eeuwen heeft de toren aan den Amstel gestaan. De voor oudheid en schoonheid ongevoelige hoteleigenaar Hahn heeft in 1181 dezen toren afgebroken. Een fraaie aquarel van N. Z. Voorburgwal met de „Donkere Sluis" en den „onvolmaakte" toren... gesloopt in 1884. Verschillende andere beeltenissen van den Ouden N. Z. Voorbutgwal Op 16 Februari 1882 nam de Gemeenteraad het besluit den N. Z. Voorburgwal en de Martelaarsgracht te dempen. Tegen dit besluit kwamen adressen ir. van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, Arti et Amiciüae e.a. Deze adressen waren aanleiding, dat de voorgenomen demping opnieuw in den Gemeenteraad op 24 Oct. 1883 werd behandeld, terwijl het besluit na uitvoerige bespreking werd gehandhaafd. --- Het Damrak. Den 3en April 1883 vroeg het dagehjksch bestuur, bij voordracht, verlof tot demping van het Damrak, hetgeen door den Gemeenteraad den Uden April werd toegestaan. Den Hen April ISBB wetd pp voorstel van den .u-er ('. Muysken besloten „tot het plaatsen van boomgroepen en liet aanbrengen van-graszoden". Hiervan geeft een gekleurde 'teel;eii.ng een beeld, .ntusschen ging aan dezen plantsoen-toestand een vijfjarige „zand"-periode vooraf, (het best te vergelijken met de „poel"-periode die voorafging aan tiet plantsoentje van thans tégenover het Pallia JP den Dam). Hier verrees de beurs van Berlage. Aardig is ook de prent van hoek Damrak en Prins Hendrikkade vóór dat daar het Victoriahotel, verrees (1899). Het hoekhuis had een torentje en de gevel aan de Prins Hendrikkade mooi bewerkte pilaren. Deze zijn thans nog in wezen en gebruikt ten bate van het „Fragmehtengebouw" van. het Rijks Museum. Bekend is de weigering van den eigenaar van liet lage, thans overbouwde sigarenwinkel tj«, om van zijn eigendomsrechten afstand te doen voor minder dan ƒ 100.000. Hem -'erd ƒ 80.000 geboden. Verschillende fraai gekleurde teekeningen en iquarellen doen den ouden Damrak- en Daoioastarid voor den be/.oeker herleven. . Wij noemen slechts een enkele: „De groote Vischmarkt in 1816, van het waler op bet Damrak gezien", verdwenen in 1836. Men ziet hier op o.a. „het huis onder het Zijl", lat piaats maakte voor het Commandantshuis, in -"12 gesloopt. Het poortje van de Vischmarkt (gelegen, net egenover het beurspoortje) aan den Vijgendam met het huis van den zwaardveger Wagtendonk; -en geweldige arm met in de hand een omhoog jeheven zwaard steekt uit den gevel; daarnaast -iet men het groote beerenhuls van den wisselhandelaar Van Eyck. Zoo was de toestand in 1847. waar nu bet Damplansoentje te vinden is. De groote Vischmarkt was naar allé waarschijnlijkheid de oudste markt van Amsterdam. Het jaarder stichting is onbekend. In 14-76 (het eerst genoemd), werd bevolen „alleen visch op den Middendam afteslaan". De Vischmarkt was gebouwd op het gevtelf van de groote Dam sluis tusschen 'okia *n bet Damrak. Nadat in 1556 besloten was een nieuwe Beurs op het Damrak aan den Dam te bouwen werd kort daarna de Vischmarkt verplaatst naar de Geldersche kade. In 18336 toch werd de oude beurs van Henldrick de Keyser uit 1613 bouwvallig verklaard en dientengevolge besloten haar te sloopen. Nadat men eerst „Den opgang van de (oude) Beurs op het Rokin (in 18£4) en vervolgens „De (oude) Beurs van binnen, gezien van deD opgang" heeft kunnen bewonderen, vertoont een nieuwe prent u „Het afbreken van de (oude) Beurs, gezien op den achtergevel van de Lange Brug" (1837). In 1607 nam de Vroedschap het besluit tot het bouwen van een Beurs op het Rokin. Op een zwarten steen in den Noordwesthoek der galerij gemetseld las men: „Door Godes zeegen is tot. gerief der Coopluyden deze Borse gevestigt en in Ao. MDCVIII den XXIX Meye den Iste steen geleyt, en den late Aug. MDCXIII de Iste vergadering geweest." . De Beurs was gebouwd op 5 bogen. Men-voer met vaartuigen onder den middenboog door, van het Rokin vaar dea Dam en omgekeerd. In 1622 verspreidde zich het gerucht, dat men van plan was door middel van een vaartuig met buskruit de Beurs en de daar vergaderde koop: ■- lieden in- de lucht-fte 'doen-springen.: Dit-gerucht was aanleiding dat.de doorvaart onder de beurs werd gesloten. (Men zie op een der prenten de aangebrachte tralies.) Nadat de Beurs ongeveer 45 jaren had gestaan, begon zij te verzakken. Tijdens het herstel en verbouwing hielden de kooplieden hunne bijeenkomsten in do Nieuwe Kerk. In 1836 dan werd haar doodyannis geteekend: | In 1845 was Amsterdam' weer een nieuwe beurs.' rijk. Waar nu de Bijenkorf prijkt verrees zij, zooals men haar hier zien kan. Deze beurs heeft echter nimmer aan de verwachtingen voldaan; reeds in 1879 werd in ; beginsel besloten aan den handel te vergunnen op het te dempen Damrak eene: nieuwe beurs te bouwen. Op 27 Mei 1882 stelden Burgemeester en Wethouders voor het bouwen van eene nieuwe beurs on een terrein te verkrijgen door aanplempïng van het Damrak eu onteigening van perceelen aan de westzijde der Warmoesstraat. Tusschen deze besluiten en.de opening- van de. Nieuwe Beurs op het Damrak 27 Mei 1903 zijn een ontelbaar aantal plannen ingediend, behandeld, aangenomen en weder ingetrokken. Op een der volgende tentoonstellingen „De geschiedenis van de Amsterdaiïjsehe Beurs in" beeld" zullen de voornaamste plannen worden vertoond. --- DE ROLPRENT JENNY, HET BALLETMEISJE. Ingrediënten die altijd smaken. — De carrière van Sientje Spikkel. — Priseilla, de vampier met de gouden stem. — Huwelljksklokken ! Er zijn voedingsmiddelen die nooit vervelen, oaviaar en oesters bijvoorbeeld, of als uw beurs wat leeger en uw verhemelte wat bescheidener is, brood en aardappelen. Er zijn ook geestelijke voedingsmiddelen die zich altijd handhaven, poëzie en preeken, terwijl ons aller dorst naar schoonheid steeds opnieuw wordt gelescht door schilderijen van groote toeesters die later wel eens valsch blijken, maar dat hindert niet zoolang men er zoozeer geen erg in heeft. En de honger naar vermaak wordt op zijn beurt steeds _ weer gestild door voedsel waarin men dezelfde ingrediënten telkens terug-proeft zonder dat zij de meeste menschen gaan tegenstaan. Zulk een ingrediënt is de danseres. Niet de danseres die haar naam met hoofdletters op aanplakbiljetten gedrukt krijgt, en door haar impressario heele zalen laat afhuren. Zulk een danseres is geen ingrediënt, veeleer een hoofdschotel, waarover onze vakkundige recensenten een paar kolom sdhrijven met penneD die beven van ontroering. De danseres die slechts een bestanddeel is in den rijstebrijberg der vermakelijkheden, de danseres wier enorme levenservaring voortdurend wordt te pas gebracht in enorme rolprenten, is een van die mooie, vroolijke balletratten. die de sierlijkste houdingen aannemen op hoog bevel van hun regisseur, en die het bioscooppubliek voortdurend doen smullen, likke baarden en watertanden van de kleedkamergeheimen, die zoo goed tot hun recht komen onder de begeleiding van een orkest dat den veerkrachtiger gang van de vertolketer der hoofdrol met blijde melodieën onderstreept. Sientje Spikkel, wier vader, ofschoon een metselaar, doodarm ia, heeft alles wat een mooie dochter van berooiden huize maar noodig heeft om de bewonderende blikken, tot zich te trekken van den gaanden en komenden man. Bovendien heeft zij een hartje van goud, dat bonst als zij per toeval een van die blikken opvangt. Als haar vader voor den zooveelsten keer dcc Zaterdags boven zijn theewater thuiskomt, en zij een tiental tranen heeft laten druppelen'op het vergeelde portret van haar jong-ge&toTven moeder, trekt zij de stoute en niet geheel waterdichte schoenen. aan, begeeft zich naar de Folies Bergère, de New Vork Follies 'of het tu^tfffliélhauS en laat zich aandienen bij den regisseur, die het niet zóó druk heeft, of hij kan de dochter van een armen metselaar we. even van onder tot boven monsteren. Voor .de eerste acte van de film om is, heeft Sienije, de zich voortaan Jenny Belinda noemt, een baantje in het koor. Eerst lachen Jenny's door de wol geverfde collega's haar Uit, als zij nog wat onwennig doet in deze bijt vol snaterende eenden. Maar allengs vindt zij vriendinnen, die haar minuten lang 'helpen de' ikwart-japonnetjes die zij te dragen heeft, vast te maken. De minuten worden door do. bioscoopcommissie teruggebracht tot seconden, maar dat het in de kleedkamer een leuke boe. ie, staat als een paal boven water. En als we Jenny Belinda schuchter voor haar spiegel zien zitten, vragen we ons af hoé lang zij nog weerstand zal kunnen bieden aan de manden met bloemen en de doozen bonbons, die stapelsgewijs bezorgd worden namens graven, baronnen, effectenmakelaar:--, sdvjetgezanten, filmbankiers en andere bewonderaars van wat schoon, jong, en aan het ballet is. Maar Jenny -draagt het hart op de rechte plaats. en zoo jong als ze is,, heeft zij de gulle schenkers van bloemen en bonbons reeds lang m haar zak. Onder haar collega's zijn er echter verscheidene die het zoo nauw niet nemen, en na afloop van de voorstelling liever een souper van vijftig gulden verorberen dan met een leege maag haar ledikantje op te zoeken-. Jenny is wijzer, gaat altijd recht door. naar haar nederig, maar keurig kamertje, laat als vanouds haar tiental tranen druppelen, en slaapt dan rustig in terwijl haar lichtzinniger vriendinnen over den een of anderen dansvloer spartelen. Nu en dan komt de metselaar op de proppem een beetje onvast ter been, en altijd platzak. Jenny geeft hem van, haar arttioedjc 'wat ze te missen lieeft, of eigenlijk niet te missen heeft, maar haar hart zit nog altijd op dezelfde rechte igdaató, en het bonst ook altijd nog als de een of ander haar mc.t meer dan gebruikelijke opmerkzaamheid aankijkt. In het bijzonder is dit het geval als zij den bankier John tDelaware tusschen de coulissen tegenkomt. Dit is een man met een wilskrachtige kin., p'eper-en-zoulkleurig haar, een geweldig vermogen, en-- au fond — een goed karakter.. Uijn vlam is PrisCilla de Mont Stefani, de prima-donna, die alle balletratten met opgetrokken neus voorbijloopt, en in haar glansrijke car.■jière reeds zeven of acht bankiers versleten heeft. Jenny voelt diepe bewondering, grenzend aan innige genegenheid, voor dezen man, gelijk zij ongeveinede minachting voelt voor de gewetenlooze prima-donna, wier humeur sterk onderhevig is aan den invloed van cadeaux en cadeautjes. Maar Jenny houdt John Delaware niettemin ot veiligen afstand, en deze gaat met den dag mcci inzien welk een ongerepte lelie daar eenzaan bloeit tusschen de klaprozen. Hij weet zich gebonden aan I'riscilla, en hi; heeft hooge opvattingen van eer en plicht, ooi tegenover pr'ma-donnas: hij wil dus haar gene geilheid en haar karakter op de proef stellen Weliswaar kent hij haar al jaren, maar wie ken ooit een vrouw?, en bovendien heeft hij meer ver stand van olie-aandeelen en rubbershares dan var de 'zieleroerselen eener verwende prima-donna. Derhalve trekt hij een wanhopig gezicht, ruki aan ziju haren en vertelt Priscilla dat hij geruïneerd i's. Een koud lachje glijdt over haai wezenstrekken, zij trekt haar neus voor hem 01 zooals zij het voor de balletmeisjes dóet, en wijsl hem de deur. Nu zijn John's oogen wijd-oipen, en het is of eer zware last van hem wordt afgewenteld. Hij verlaa als eèu herboren man Priscilla's appartementen et bekent dienzelfden avond Jenny zijn liefde. Boven dien schuift hij een verlovingsring aan haar toe vallig uitgestrekt vingertje, en Jenny lispelt ir verrukking „My own, own, John 1", en glimlach door haar tien tranen heen, die ditmaal op zijr overhemd vallen, als welsprekend getuigenis vit haar onverholen blijdschap dat weldra de'huwe lijksklokken voor haar zullen luiden. als we Jenny Belinda schuchter voor haar spiegel zien zitten.. derhalve trekt hij een wanhopig gezicht. --- Het Rokin op. -. Wandelen wij thans het Rokin op. Waar thans het Leesmuseum staat verrees in de 17de eeuw tusschen Tak- eu Watersteeg het huis „De Keulsche Dom", „D'eerste Engelsche Bijbel", later „De aerde Liesveldsche Bijbel" — in 1820 afgebroken. Onherkenbaar voor het jonge geslacht is het Muntplein, noordzijde tusschen Singel en Rokin. dus als 't ware gezien met den Munt-toren in den rug, mnar dan in 1889. Hoek Amstel en Doelenstraat in 1757. Het latere „Hotel Fnndeel", dat in 1883 belangrijk verbouwd en in 1896 werd afgebroken, thans bevindt zich daar ter plaatse het hotel de I'Europe. Interessant is zeker „De oude Turfmarkt" voor, 1860 met de brug of sluis over het Grim en de huizen afgebroken voor „de Kraaninrichting" (naast de Ned. Bank). Vóór 1860 kon men langs die zijde, van het Rokin niet doorloopen naar den Dam; men sloeg rechts af, ging het afgebeelde bruggetje over en dan links de Nes in. In 1860 werd. nu het water daar ter plaatse aangeplempt, de oude Grimnesesluis gedeeletlijk gesloopt en een nieuwe brug gelegd ever het vcrlngde Grim. Fraai zijn de „Engelsche Pluizen" uit 1877, die haar ontstaan dankten aan een brand. In 1618 of 1619 brak nl in de glasblazerij van Abraham van Tongerlo een zware brand uit, welke dit. gebouw, zoowel als de daaraan helende Regulierspoort tot een .bouwval; maakte. Men besloot noch de poort, noch de glasblazerij te herbouwen,' maar bet door den brand 'vrijgekomen terrein te verkoopen. De in Amsterdam wonende Entre! schman John Jorden kocht biet' terrein en liet daar vijf huizen met mooie trapgevels zetten Na zijn dood kwamen dezen huizen aan de Engelsche Presbvteriaansche gemeente. Het zijn de huizen die op de'teekening Nó. 37 worden gesloopt en steeds de „Engelsche huizen" zijn genoemd. En zoo zijn wij — gaande van het Koningsplein (hetgeen men ook in oude gedaante ziet) langs Singel, N.Z. Voorburgwal naar het IJ, en terug langs Damrak en Rokin dus op de Munt gekomen — waar. wij voorloopig afscheid nemen van oud- Arhsterdam; in de hoop „enkelen den weg, ge. wezen te hebben". --- A. ALEXANDERS. Een zeer bekende figuur uit onze ojjerawereld, de opera-zanger en -regisseur A. Alexanders, herdenkt zijn veertig-jarig jubileum. Te zijner eer zal de Italiaansche Opera Woensdag 12 December een opvoering geven van „Adrienne Lecouvrenr" in den Stadsschouwburg; de jubilaris zal dan mede de regie voeren en verder zal hem een huldeblijk worden aangeboden. --- HAAGSCH STRIJKKWARTET. Gemeld wordt dat Het Haagsche Strijkkwartet (Swaap-Poth-Devert-Van Isterdael) door de Groothertogin van Luxembourg is uitgenoodigd om aldaar twee concerten ten hove te geven op 31 Januari en 5 Februari aanstaande. --- KUNST AAN HET VOLK. Tentoonstelling van beeldhouwkunst enz. te Haarlem. Onze Haarlemsche correspondent schrijft De Raadzaal en de daar achter gelegen koffiekamer zijn weer eens beschikbaar gesteld voor een tentoonstelling. „Kunst aan. het Volk" exposeert er nu beeldhouwwerk, weefsels, houtsneden, litho's, meubelen en pottenbakkerskunst. Er is bij de meubelen en de weefsels werk van C. A. Lion Cachet, ook C. de Jong heeft er enkele meubelen staan. Van J. F. Semey kan men er weefsels zien, en bij het beeldhouwwerk van Josef Cantré en M. Andriessen is o.m. van den laatste een buste van Willem Royaards. Van P. J. Hobbel is er aardewerk. Bij •het groote aantal houtsneden, dat geëxposeerd is, vindt men werk van S. Jessurun de Mesquita, Dirk Nijland, N. Eekman, J. Franken, Joris Minne, Frans Masereel. De tentoonstelling — er is ook een in werking gesteld, weefgetouw te zien — is met smaak gearrangeerd door den heer Boskamp, te Overveen, aan wien de voorzitter, de heer A. M. J. Sevenhuijsen, in een kort openingswoord dank bracht. De heer Sevenhuijsen liet hierbij nog eens uitkomen, dat de toeschouwer bij eerste beschouwing van kunstproducten uit dezen tijd -— nog meer dan bij die uit het verleden het geval is — daar vreemd tegenover staat. Hij zal eenigen tijd nooditr hebben de schoonheid ervan op zich te laten inwerken. Hier worden, niet meer beeldingen gegeven, zooals ze eigenlijk zijn; hier wordt de medewerking verwacht van dnngeen die kijkt. Hij heeft iets te doen, omdat het niet voor hem is klaargemaakt. --- STEDELIJK MUSEUM. De opening van „Sint Lucas”. Het mooie weer van gistermiddag is „Sint Lucas" gunstig geweest: een groot aantal belangstellenden, onder wie mevrouw Röell — de Commissaris der Koningin werd nog verwacht — burgemeester De Vlugt-en wethouder Ketelaar, vulde de zalen toen