KUNST. DORINE EN HET TOEVAL. Rika Hoppertheater. Het toeval, dat Dorine drie bedrijven lang van haar Emanuel gescheiden houdt, kenden we hier reeds van vroegere voorstellingen, die we niet vergeten waren door de kostelijke muziek van Jean Gilbert. Zoo denk- ik nog altijd met plezier terug aan de geraffineerd verzorgde opvoeringen ervan in den Stadsschouwburg door een Weenschen troep, een zeven jaar geleden. Geraffineerd, wel dat is het niet wat de P. W.-operette er van maakt. Maar het is vlot en genoeglijk, zoodat het gezelschap 'toch in zekeren zin revanche heeft genomen na ~D.e blonde zigeuner". Nelly Ernst is een aardige Dorine, al zal haar stem toch meer ontwikkeld moeten worden. Sylvain Poons geeft een goede creatie van den tragisch komischen Emanuel. Harry Boda speelt met zwier voor een van de ivergeefsche minnaars; jammer dat de goede kwaliteiten van zijn stem geschaad worden door zijn vreemde uitspraak. Daarom kan ik den zang van Henk Didania meer onverdeeld waardeeren. Frans Bogaert maakt een kostelijk type van een bediende en Frans Dosdorp slaapt voortdurend tot volle tevredenheid van het publiek. Het orkestje onder Pim de la Fuente •peelt de aardige muziek van Jean Gilbert heel goed. C. H. --- „MUZIEK EN RELIGIE.” Zaterdagsmiddags leidde op het congres „Muziek en Religie" mevr. L. Spelberg —S tock m a n s een algemeene gedachten.wisseling in met een voordracht over --- Muziek en Gezin. De muziek wordt in vele gezinnen beoefend, niet •Heen uit een zeker schoonheidsverlangen, maar vooral omdat men voelt, dat- de toonkunst den mensch kan verheffen boven de middelmaat van lijn eigen persoonlijkheid. De behoefte aan muziek in en door het gezin kan verschillende doeleinden nastreven: de muziek is voor velen niet meer dan een amusement en heeft dan eigenlijk dezelfde waarde als een fraai feestkleed, een goed glas wijn, etc. Zij kan echter ook uiting zijn van alpeineen menschelijke gevoelens en dan wordt de bewogenheid van de ziel gedragen door het rliythme van de eeuwigheid. De roeping van de muziek in de samenleving is, om in al deze vormen op zoo hoog mogelijk peil te geraken. Het geldt te meer voor de taak der muziek in het gezinsleven, dat den mensch de mogelijkheid biedt tot ontplooiing op den bodem van het eigene. Uit al die vormen, waarin de muziek tot uiting komt, zoekt de mensen den, welke zijn persoonlijk schoonheidsverlangen het best bevredigt. In het e-ezin kan dat door zelfbeoefening gebeuren, een actieve uiting dus, maar ook dooi luisteren, zoowel naar het musieeeren der huisgenooten als naar raoio en gramofoon; laatstgenoemde, hoewel gevaar voor het actieve musieeeren in het gezinslever :n -ach houdend, zullen toch het peil van de mucikale ontwikkeling doen stijgen. De roeping van de muziek in het gezin nu is, dat zij in intiemeren kring, zoowel op actieve als op passieve wijze, die in evenwicht behooren te zijn, den mensch verheft boven het alledaagsche van zijn leven. De samenspreking bracht aan het licht, 'dat door de aanwezigen over verschillende punten, als de wenschelijkheid van jeugdconcerten — die toch indirect invloed oefenen op het gezin — de schadelijke of opvoedende kracht van de radio zeer uiteenloopend werd gedacht. Ook waren er verschillende opinies, of het concertbezoek al dan niet bevorderend is voor het actief musieeeren. Des avonds hield Herman Rutters «en voordracht ovor --- Anton Bruckner. „Wer den Dichter will verstehn, muss ms iDkhters Lande gehn", dit prachtige woord van Goethe geldt ook voor wie over een componist moet spreken en zeker wanneer die componist is: Anton Bruckner. Bruekner's land is: Opper-Oostenrijk, lijn geboorteplaats Ansfelder, het klooster Sankt Florian, Windhaag en Linz. Maar het is ook Weenen, waarin toentertijd een Bruckner,' Brahms, Wagner, Wolf en Hanslich de karakteristieke figuren waren. Bruekner's land is de Katholieke kerk, wel te verstaan de Oostenrijksche, met haar lust tot, barokke praal, het is de tijd van keizer Franz, toen op geestelijk gebied in Oostenrijk middeleeuwsohe toestanden heerschten. 'Wij kennen Bruckner vooral als symphonieus: sijn beteekenis als kerkoomponist is in ons land nog onvoldoende beseft. Spreker schetste daarna het Weensche muziekleven, dat toen evenals nu — ondanks een Sohönberg en zijn school — zoo oerconservatief is en was. En de ellende en bespotting die Bruckner daardoor heeft ondervonden, niet het minst door