(Ingezonden Mededeeling.) Nl ONDUR F-1 e S-B AI N b GROOTHERTOGDOM MXEMBUKG. Behandeling van LEVER- en GALBLAAS-ZIEKTEN, MAAG-, INGEWANDS- en SPIJSVERTERINGSAANDOENINGEN (jicht, suikerziekte, zwaarlijvigheid, chron. constipatie, rheum., anaphylaxie). 14 dagen: Belg. Fr. 300.— ; 21 dagen: B. Fr. 400.—. Geeft recht tot bezoek aan de drinkhal, tot 4 dagelijksche concerten, en tot 3 bezoeken aan de badplaats, met, naar keuze van den cliënt: massage, stoombad, douche of massage, warmwaterbad, compressen, etc. — Balletten en galabijeenkomsten in de open lucht. — Vuurwerk — Jacht. Park van 36 H.A. — Schieten op houten duiven. — Vraagt tarieven en inlichtingen aan de administratie van MONDORF-ETAT. --- (Ingezonden Mededeeling.) Reisplannen? Denk er aan dat verandering vau lucht, storend op Uw stoelgang werkt. Een ideaal afvoermiddel, dat zonder kramp of pijn regelt, is Mijnhardt's Laxeertabletten Doos 60 et. Bij Apothekers en Drogisten. --- DE MALLEMOLEN DER FORTUIN door STEPHAN STEINER XV. (Slot.) Spel van winst en verlies , y W tijd tot tijd leest men in sommige c°uranten op een bijzonder in het oog QVallende plaats dat de bank van Monte ernstige verliezen heeft geleden, omdat °t oo]arJe Curie geboren Sklodowska, was een l€e sche. Zij was de dochter van een hooggjrt aar van het lyceum te Warschau en werd vPIM d6n ?den November 1867 geboren. Zij va(f de lessen aan het lyceum van haar ïelf€rS*.acl, £af daarna gedurende enkele jaren (}€e Privaatlessen en is vervolgens gaan stulen aan de universiteit te Parijs. Lef? 1895 trouwde zij met Pierre Curie, be- vailnaar der natuurwetenschappen, schrijver *°ek erschiHende boeken, op grond van onder- Voolin£en die hij later tezamen met zijn vrouw izette. in 1906 stierf hij tengevolge van °°ngeluk. ■Na v. * hveriT r huwelÏÏk zette madame Curie haar Sorb Voort aan het chemisch instituut van de [ï'iej, °nne, waar zij reeds als assistent van l'Veee'jt6 Curie' den directeur, werkzaam was ge- Jm6(.j ' Nadat zij een onderzoek over de magh'öde i? ei£enscliappen van gehard staal ten Kvelk .ad gebracht, kreeg de radio-activiteit, kon,,6 ln 1896 door Henri Becquerel was ge- FUor d biJ stoffen. d;e in het zonlicht tot desceeren, al haar belangstelling Zij kwam We ep€ bevinding dat uranium en thorium in JonderrSte Plaats radio-actief zijn en toen zij bij jth'ai f 0 van uraniumpekerts uit Joachimsr^dio -de zelierheid kwam, dat dit sterker [in "actief was dan de hoeveel uranium, daari UraJinwezi& meebracht, begreep zij dat bij het lUmpekerts nog een element van grooter en dctiviteit in het spel moest wezen. Zij stoft vonden twee nieuwe radio-actieve het Polonium en het Radium. In sazij (j^^ing met haar echtgenoot bestudeerde jS eigenschappen van beide elementen. 1910 .Pierre Curies dood slaagde zij er, in Va^ 'in met Debierne radium te isoleeren en krjj„ e,: Polonium eenige spectraallijnen te verover *!• Over de doseering van radium en *.__^ e vaststelling van een internationalen kitip- standaard, welke bestemd is vergelij- Vejf^ogeiijk te maken van de resultaten in VerJj lende laboratoria verkregen, hebben er haar onderzoekingen geloopen. ï>aar l9°3 werd aan Becquerel en het echt- Vet.j cUrie de Nobelprijs voor Natuurkunde Vers *nd voor het onderzoek betreffende de ÏJejirf 'Jnselen van de spontane uitstraling door Becquerel ontdekt. Zij ontving in 1911, ÏW ?u alleen den Nobelprijs voor scheikunde, Qbeim 1933 biJ het eeuw-herdenken van VerScv eboortejaar „Svenska Dagbladet" aan steieb jkngen m«t mijn geringe persoon. Daarom g«Vejl „nooit een schriftelijke uitspraak willen ' ZiJ erkende intusschen dat de Nobelprijs een zeer groote "beteekenis had voor het wetenschappelijk onderzoek. Van 1900 tot 1906 is Madame Curie leerares geweest aan de hoogere normaalschool voor meisjes te Sèvres. Na het ongeluk, haar man overkomen, volgde zij hem op in zijn ambt en zij verkreeg in 1908 den titel van professor. Tal van eerbewijzen vielen haar ten deel. De Royal Society schonk haar de Albert-medaille. Lid van de Académie des sciences is zij niet geworden, daar er in het Institut de France principieel bezwaar bestond teger: de benoeming van vrouwen. Maar zij werd wel lid van de Académie de Médecine. Vele eeredoctoraten rijn haar toegekend en meer dan eens zijn sommen ter beschikking gesteld voor haar onderzoekingen of, op haar verzoek, ten bate van de kankerbestrijding. Zoo schonk de stad Parijs in 1920 twee en een half millioen francs ten behoeve van het radiuminstituut en den aankoop van twee gram radium. In 1929 stelde president Hoover mevrouw Curie een cheque van vijftig duizend dollar ter hand, een bedrag bijeengebracht door Amerikaansche vrouwen. Daar zij het gram radium, dat in haar bezit was, had afgestaan aan het radiuminstituut te Warschau, ontbrak haar voldoende grondstof voor haar onderzoekingen. De gift uit Amerika, haar door den president overhandigd met een herinnering aan de „heilzame diensten" welke zij door haar onderzoek aan de menschheid had bewezen, stelde haar in staat het te kort aan te vullen. Tot Marie Curies geschriften behooren: „Recherches sur les substances radio-actives", „Traite de radio-activité", „La Radiologie et la Guerre", ~I'lsotopie et les éléments isotopes". Met betrekking tot het werk over de radiologie en den oorlog brengen we in herinnering, dat Madame Curie in dien tijd den geheelen radSologischen dienst voor gewonden heeft georganiseerd; de installaties in hospitalen en mobiele posten heeft helpen inrichten en persoonlijk de geneesheeren heeft geïnstrueerd aangaande de toepassing; tenslotte een aantal vrouwelijke radiologen heeft opgeleid. Deze opleidingsschool maakt sinds den oorlog deel uit van het bovengenoemde Institut du Radium in de Rue Pierre Curie, waar Madame Curie haar dagelijkschen arbeid verrichtte. Een der twee laboratoria in het instituut heeft Curielaboratorium, het andere draagt den naam van Pasteur. Dit laatste dient voor onderzoekingen op medisch terrein. Na de, stichting van den Volkenbond was Marie Curie lid van de commissie voor intellectueele samenwerking en de sub-commissie voor bibliognfcphie. Een van haar beide dochters. Irene Joliot- Curie erfde de belangstelling voor het terrein van onderzoek, waarop haar ouders zich zoo groote verdiensten hebben verworven. Met haar echtgenoot heeft zij belangrijk onderzoek verricht met betrekking tot stralingsverschijnselen (uit beryllium) door neutronen veroorzaakt. Een paar maanden geleden hield Irene Joliot-Curie te Amsterdam een lezing over neutronen en positieve electronen. Het moet voor Madame Curie wel een groote voldoening zijn geweest, dat deze dochter met zoo goed, gevolg op het gebied der natuurwetenschap werkzaam is geweest; een terrein waarop zij zich zelve een zoo grooten naam verwierf dat, toen haar de zetel in de Académie des Sciences werd geweigerd, terecht — met een herinnering aan Molière en de Académie — kon worden' gezegd: „Rien ne manque a. sa gloire." MADAME CURIE, --- SPINOZAHUIS. De jaarlijksche vergadering van de vereeniging „Het Spinozahuis" zal Zondag a.s. te Rijnsburg worden gehouden. Na afloop der vergadering zal de secretaris, mr. W. G. van der Tak, een voordracht houden over; Spinoza mercator en autodidactus --- NIEUWE UITGAVEN Met brulfteneugers op stap. Bij de Uitgevers Maatschappij Bosch en Keuning' te Baarn verscheen als nummer 16 in de „Libellen-serie" het werkje: „Met brulfteneugers op stap" van de hand van den bekenden folklorist D. J. van der Ven te .Oosterbeek. Het is het eerste deeltje van een reeks folkloristische monographieën. De schrijver geeft een uitvoerige beschrijving van het al-oude gebruik van het noodigen ter bruiloft, een gewoonte die ook thans in vele streken van ons land (Achterhoek en Overijsel b.v.) nog bestaat en ook in het buitenland. Het boekje is van zeer vete fraaie foto's voorzien. Wij meenen te weten, dat binnenkort in deze serie zal verschijnen: „Dank voor stank bij Dominé." De bedoeling van een en ander is op deze wijze ten slotte een groot werk tot stand te brengen, bereikbaar voor iedereen, waarin vooral de folklore van Nederland, zooals die thans nog leeft, in woord en beeld uitvoerig geregistreerd wordt. --- KUNST ITALIAANSCHE BEELDHOUWERS Lezing prof. W. van der Piuym. Gisteravond hield prof. W. van der Pluym een lezing over de Pisaneesche beeldhouwschool 1250—1350 in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Hij opende daarmede de serie van zes lezingen, die door verschillende sprekers gegeven zullen worden over Italiaansche beeldhouwkunst tijdens de Italiaansche tentoonstelling in verband met de Zomerfeesten. Spreker leidde zijn gehoor in met een indruk over Zuid-Italië, meer in het bijzonder Apulië en zijn cultuur tijdens den Hchenstaufen-keizer Frederik den Tweede, die in Italië geboren en opgevoed was, er stierf en begraven werd. Daar in Zuid-Italië was een merkwaardige kunst, waarbij Normandische- Saraceensche en Byzantijnsche invloeden op de eigenlandsche kunst merkbaar zijn. Uit dat Apulië van de 13e eeuw ziet spreker, hoewel dit aangevochten' wordt, den beeldhouwer Niccolö Pisano komen naar Pisa. Hij geeft een overzicht van diens werk: de preekstoel in het Baptisterium te Pisa, die in den Dom van Siena en de fontein te Perugia. Daarna ontwikkelt hij leven en werken van Giovanni Pisano, den zoon van Niccolö, beschouwt meer in het bijzonder den preekstoel in de St. Andrea te Pistoja, waar meer en meer het dramatische naar voren komt en de direct antiek-verheerlijking wijkt. Ook de vrijstaande sculptuur wordt beschouwd, waarbij gewezen wordt op Frankrijk. Vervolgens zien wij Andrea Pisano, die naar Florence tre;kt om er zijn bronzen deuren voor het Baptisterium te maken. Tenslotte beschouwt spreker "Van dezen meester de 21 reliëfs aan den Klokkentoren van Florence zoowel uit een kunstzinnig als iconografisch oogpunt. Aan het einde grijpt spreker zijn aanvankelijk meer analytisch opgebouwde beschouwing samen in een korte synthese. Hij ziet in de' monumentaal-decoratieve kunst dezer middeleeuwers, vroegtijdig bij de Pisaneezen een sterken inslag van de klassiek-bestudeering, waarna het emotioneele der handeling machtiger opleeft. Zoo gaat de gebonden kunst meer en meer naar een vrijere over, v/aarin de drang om het menschelijke met al zijn hartstochten te beelden een nieuw aesthetisch probleem wordt, dat eerst in de Renaissance zijn oplossing zal krijgen. Is dit, aldus spreker, de inzet van een jong ontluikende kunst, zoo zullen volgende voordrachten dit proces nader doen zien en ontwikkelen. Hedenavond zal prof. dr. A. W. Byvanck uit Leiden spreken over „RaVenna en hare kunstschatten." --- HENRY DE MONTHERLANT Nogmaals bekroond. De jonge Fransche schrijver Henry de Montherlant, wien dezer dagen de Grand Prix de Littérature van de Académie Frangaise ten deel is gevallen is thans ook bekroond met den Prix de la Tunisie. Deze prijs bestaat uit een beurs t:en bedrage van 20.000 francs, welke de resident-generaal van Tunesië, Peyrouton, ter beschikking heeft gesteld van de Société des Gens de Lettres te Parijs. De jury waarin o.a. Pierre Benoit, Georges Duhamel, Claude Farrère en de gebroeders Tharaud zitting hebben, koos met algemeene stemmen Henry de Montherlant uit 22 candidaten.' De bedoeling is, dat de winnaar van deze beurs een boek over Tunesië zal schrijven. Hij zal daartoe een tijd lang in het land moeten vertoeven, maar wordt voor het overige gp^eel vrij gelaten in de keuze van zijn stof. en den vorm. Het Parijsche blad „Comoedia" stelt naar aanleiding van deze bekroning de vraag, of de jury niet beter zou hebben gedaan deze beurs toe te kennen aan een schrijver minder vermaard dan Henry de Montherlant, welke laatste bovendien Tunesië niet meer behoeft te bestudeeren omdat hij het gebied reeds goed kent. --- VREDESTEMPEL TE PAESTUM Wordt gerestaureerd Te Paestum, de antieke „Rozenstad" houdt men zich thans, nu de werkzaamheden aan de archaische Basiliek, uit de 6de eeuw voor Chr. en den honderd jaar later ontstane Tempel van Poseidon voltooid zijn, voornamelijk bezig met de restauratie van den Vredestempel, welke uit een latere periode dateert. In tegenstelling met de beide andere, naar zuiver Grieksche opvattingen gebouwde tempels, is de vredestempel in grondplan niet Oost-West doch Noord-Zuid georiënteerd. De voorgevel werd geschraagd door een zestal Korinthische zuilen, met rijk versierde kapiteelen. Deze fraaie tempel bewijst opnieuw, welk een hoog beschavingspeil de Lucaniërs en Samnieten, die na de Sybarieten deze streek bewoonden, hadden bereikt." --- TOONEEL TE VALKENBURG Geen operavoorstellingen. De directie van het Openlucht-theater te Valkenburg bericht ons, dat de opvoeringen van Lortzing's „Der Waffenschmied" door het egzelschap van het „Aachener Stadttheater" op 7 en 8 Juli niet kunnen doorgaan. Er zijn moeilijkheden gereven tusschen het stadsbestuur van Aken en het consortium der artisten van het „Stadttheater" betreffende het optreden in het buitenland. Men zal nu inplaats daarvan op Zondag 8 en Maandag 9 Juli opvoeringen geven van het blijspel ~'n Zomerzotheid" naar den roman van Cissy van Marxveldt. Op 14, 15, 16 en 17 Juli treden de „Vereenigde Haagsche Spelers" onder leiding van P. Balledux op met „De Dorpspoëet" van Jac. Ballings en „De arme Man die rijk is" van R. Walfried. Het optreden van het gezelschap van den Kon. Nederl. Schouwburg van Antwerpen is bepaald op Zondag 22 Juli. --- VERLUCHTE MANUSCRIPTEN De opening 'van de tentoonstelling van geillustreerde handschriften zal in den "kunsthandel Santee Landweer plaats hebben op Zaterdag 7 Juli te 3 uur. Jan Engelman zal daarbij een inleidend woord spreken; daarna zal Charlotte Kohier voordragen uit het werk van Weremeus Buning. De netto opbrengst der tentoonstelling komt aan noodlijdende kunstenaars ten goede. --- ONDERWIJS 6 A-KLASSEN TE AMSTERDAM Toelating tot de H. B. S. (Van een specialen medewerker.) Aan de hoofden van scholen is, naar wij vernemen, kennis gegeven, dat de leerlingen, die opgegeven zijn voor de 6 A-klassen, alsnog tot de H. B. S. kunnen worden toegelaten, na geslaagd te zijn voor een daartoe te houden toelatings-examen. De leerlingen der 6 Aklassen, die naar een M.U.L.0.-school willen, kunnen daarop worden toegelaten op een verklaring van het hoofd der lagere school, dat zij daarvoor geschikt zijn. --- „DE KLEINE HAAR” Jeugdherberg te Gorssel. Zaterdag zal de burgemeester van Gorssel de nieuwe Jeugdherberg aldaar, „De Kleine Haar", openen. Het gebouw, een Noorsch huis, geheel van hout opgetrokken, ligt aan den weg Gorssel- Bathmen, vlak bij kasteel Dorth, te midden van bosch en hei; ervoor ligt een groote speelweide. Deze jeugdherberg biedt plaats aan een 60 bezoekers en eventueel heeft men de beschikking over meer slaapplaatsen. Het huis is tot jeugdherberg verbouwd onder leiding van den Amsterdamschen architect H. F. Meyer. De tafels en stoelen in het dagverblijf zijn in Noorschen stijl, weefwerk en houtsnijwerk komen uit Zweden. De jeugdherberg zal het geheele jaar open blijven. Het bestuur berust bij een stichting te Deventer, waarvan ds. W. J. Kooiman voorzitter is. DE KLEINE HAAR. --- VRIJE UNIVERSITEIT Jaarvergadering. Wetenschappelijke samenkomst. Te 's-Hertogenbosch is hedenmorgen de jaarvergadering der Vrije Universiteit begonnen met de gebruikelijke „wetenschappelijke samenkomst", die aan de eigenlijke jaarvergadering pleegt vooraf te gaan. Voorzitter was prof. dr. D. H. Th. Vollenhoven. Nadat deze in zijn openingsrede Prins Hendrik had herdacht, trad als eerste referent prof. dr. G. Ch. Aalders op, die sprak over „Bijbelsche spreuken en de onderwijzing van Amen-emope". In het jaar 1923, aldus spr., werd een Egyptische papyrus in het licht gegeven, die in de verzameling van het Britsch Museum te Londen- werd bewaard, en een geschrift bevatte dat als de Onderwijzing van Amen-emope bekend staat. Het trok de aandacht, dat dit geschrift eenige punten van overeenkomst, vertoonde met bepaalde bijbelsche spreuken. Door de meesten werd dit aldus verklaard, dat de schrijver van het boek der Spreuken zou geput hebben uit de Onderwijzing van Amen-emope. Spr. onderwierp de in aanmerking komende plaatsen in het geschrift van Amenem-ope en de teksten uit het boek der Spreuken aan een nauwkeurig onderzoek en kwam tot de conclusie, dat ar geen letterkundige verwantschap tusschen beide bestaat. Wel is er zekere onmiskenbare overeenkomst in bepaalde gedachten en ook in enkele zegswij:en, maar deze overeenkomst is aldus te verklaren, dat gelijksoortige denkbeelden en uitdrukkingen in Egypte en in Israël voorkwamen. Dit is niet in strijd met de inspiratie der H. Schrift, daar door de algemeene openbaring ook de heidenen eenige kennis hebben van God en zijn wet (Rom. 1:19—23; 2:14,15); en Israël, het openbaringsvolk, niet los staat van het leven der oude Oostersche volken, maar daaraan met velerlei vezelen verbonden is. * * * Het tweede referaat was van dr. R. Hooykaas te Utrecht, en handelde over „Natuurwetenschap en religie in het licht der historie". Spr. betoogde, dat over de empirische feiten en hun mathematische formuleering wel eenstemmigheid te bereiken is tusschen menschen van verschillende richting, maar dat natuurwetenschap steeds weer overgaat in natuurphilosophie, en dat philosophie ten slotte op overtuiging berust. Een „principieele" beoefening der natuurwetenschap brengt geep andere experimenteerkunst, maar wel een bepaalde waardeering en historische beschouwing van zichzelf mee. En juist met deze wordt te weinig rekening gehouden. De beoefenaar der natuurwetenschap, tenminste de chemicus en de medicus, staat meestal op een naïef-realistisch standpunt. Hij meent alleen met feiten te doen te hebben die zijn zooals hij ze waarneemt. Maar de waarneming hangt niet alleen van het object af maar ook van het subject. En voorts hebben object en subject samen van doen met de onzienlijke idee in de waarneembare verschijnselen. Steeds njeer, aldus spr., zullen wij in deemoed erkennen het betrekkelijke en afhankelijke van ons kenvermogen, zonder daarom tot scepticisme te vervallen. Als we maar het bestaan van het absolute vasthouden, kan op de relativiteit van ons menschelijk kennen niet genoeg nadruk gelegd worden (Bayinck). Dat absolute echter, die Christelijke wetenschap, is het ideaal, dat ons wenkt, dat we nooit zullen bereiken krachtens ons mensch-zijn, dat ons — en dat blijft de blijde toekomstverwachting voor den man van wetenschap — eenmaal zal geschonken worden, als de Volmaakte zal gekomen zijn en ons zal leiden binnen het rijk van de eeuwig, goedheid, schoonheid en waarheid. Prof. dr. G. Chr. Aalders. --- ACADEMISCHE EXAMENS Amsterdam. (Vrije Universiteit) cand. ex. I Theologie de heeren J. J. Beukenkamp, H. R. Groenevelt; doet. ex. Theologie 'de heeren D. de Vries; doet. ex. rechten: de heeren J. J. v. Gelder, i H. Rip, mej. E. H. Garschagen en mej. J. C. Rut- ! gers. --- PROF. DR. ALPH. STEGER Zestig jaar. Den 9den Juli wordt prof. dr. Alph. Steger te Delft zestig jaar. Hij is, na te Amsterdam te hebben gestudeerd, daar van 1900—1903 assistent in de anorganische chemie geweest en tevens leeraar aan da H.B.S. te Zaandam. Daarop is hij directeur geworden van de „Watergas-Maatschappij Dr. Kramers en Aarts", privaat-r'ocent aan de universiteit van Amsterdam, van 1909—■ 1912 leeraar in de wiskunde en' de chemie aan het St. Ignatiuscollege aldaar en tevens privaat-docent aan de Technische Hoogeschool te Delft. Aan deze is hij van 1912— 1918 hoogleeraar in de algemeene chemische technologie geweest en sindsdien buitengewoon hoogleerar-.r in de technologie der oliën en vetten. Hij is ook nog een korten tijd lid geweest van de Eerste Kamer, en heeft een belangrijk aandeel in het r.k. vereenigingsleven (Ver. tot het bevorderen van de wetenschap onder de katholieken in Nederland, enz.). Prof. dr. Alph. Steger. --- PROF. MR. F. D. HOLLEMAN Van Batavia naar Leiden. Prof. mr. F. D. Holleman, die — als buitengewoon hoogleeraar — een gedeelte van de leervakken van wijlen prof. Van Vollenhoven te Leiden zal doceeren, in dier voege dat mr. Schrieke (eveneens als buitengewoon hoo<ïleeraar) de andere op zich neemt, is in 1887 te Potchef stroom (Z.-Afr.) geboren. Hij begon te Leiden op 21 Sept. 1907 op 20-jarigen leeftijd zijn studie in de rechten. Op 30 Juni 1911 promoveerde hij aldaar op stellingen tot doctor in de rechtswetenschappen. In 1929 is hij hoogleeraar in de volkenkunde en de sociologie aan de Rechtshoogeschool te Batavia geworden Van zijn hand is in 1923 verschenen: „Het Adat-grondenrecht van Ambon en de Oeliasers" (Uitgave van het Molukken Instituut); in 1927 te Buitenizorg: „Het adatrecht van de afdeeling Toeloenagoeng (gewest Kediri)"; in 1930 te Weltevreden het: „Verslag van een onderzoek inzake Adatgrondenrecht in de Minahassa". In 1932 verscheen te Batavia in druk zijn rede „Synthetische vormen in de „primitieve" cultuur". --- AKTE-EXAMENS L.O. 's-G ravenhage. (Staatsonderwijzeressenexamen.) Geëxamineerd 12 candidaten. Geslaagd de dames J. A. A. Hoogteijl ng, _. A. M Kantz, W. J. Dumont, H. A. A. Statius Muller, H. Smith en N. C. Smith, allen te 's-Gravenhage 's-G ravenhage. (Staatsonderwijzersexamen.) Geëxamineerd 12 candidaten. Geslaagd de heeren Ph. van Soldt, M. J. Steenhuis, L. M. Kouwenhoven, J. M. J. Meershoek, P. F. C. Teeuwisse, Den Haag; G. Scheek, Rotterdam; H. W. L. Ruijgrok. Voorburg*. Zwolle, (Herv. Kweekschool.) Geslaagd voor het eindexamen de dames: T. T. Weertman, H. J. Nijland, J, Schinkel, A. J. Touwen, W. J. van Vulpen. Zwolle. Geëxamineerd 13 candidaten. Geslaagd de heeren: G. J. Kamphuis. W. B. Steenbeekei, W. Visserman, Th. G. Drupsteen. --- EIND-EXAMEN GYMNASIUM s-Gravenhage. (Tweede openbaar gymnasium.) Groep A I geslaagd: W. Boer, Chr. A. Dozy, R. J. Erdbrink, J. Isbrücker, J. E. van Leeuwen. J. M. Loeb en S. Viskoper. --- EIND-EXAMENS H.B.S. s-Gravenhage. (R.K. Lyceum voor Meisjes ) Gesaagd de dames G. M A. Alkemade, C W. Beekman M. L. J. Berding. J. G. M. Coebergh'van _en Braak, w. G. van der Ham, W. D. M. Koet, C. A. M. van der Meer, Th. J. c van der Meer, H. L. Petit, E. C. Wenselaar, M. C. D. L. Veraart en A. J. Wilders. Afgewezen drie candidaten. --- NOTARIEEL EXAMEN. 's-G ravenhage. Geslaagd voor deel 11, F. C. Gaanderse en H. H. J. Loback. ---