KALVERSTRAATIO P.C.HOOFTSTRAAT47 WmÊtMËm --- HOTEL SPLENDIDE - LUGANO HET VERZORGDE Xe RANGS HOTEL AAN HET MEER. --- Politieke bruggenbouw Of zullen het scheidsmuren zijn? Aan stof voor gedachtenwisseling- en onderhandeling tusschen Duitschland, de Locarnomogendheden, den Volkenbond in het algemeen, en de Europeesche landen in het bijzonder, ligt er nu heel wat opgestapeld. Op de Duitsche voorstellen van 7 Maart, die de schending van het verdrag van Locarno (de re-militarisatie van de Rijnzone) begeleidden, zyn de Londensche voorstellen van 19 Maart (die van Frankrijk, Engeland, Italië en België) gevolgd. Daarop heeft Hitler op 1 April tegenvoorstellen te Lqnden laten indienen. En nu komen de Franschen op hun beurt met een antwoord op die tegenvoorstellen gepaard aan een eigen Fransch vredesplan. Hoe de verdere discussie nu zal plaatsvinden, is op dit oogenblik nog onzeker. Engeland staat op het standpunt dat de „verzoeningspoging" welke in Londen werd ingeleid nog geenszins is geëindigd of mislukt. En de Britsche regeering heeft steeds de opvatting gehuldigd dat de Londensche voorstellen geen dictaat of ultimatum waren, maar een basis voor discussie. IDe Duitschers hebben daarvan gebruik gemaakt. En nu volgen de Franschen, die zelf de Londensche voorstellen mede hebben geformuleerd, met nieuwe denkbeelden. Voor een groot deel gaan deze in draagwijdte veel verder dan de regionale belangen der Locarnisten. Zooals trouwens ook de Diïtsche voorstellen een breeder veld bestrijken dan West-Europa alleen. Vandaar den Engelschen wensch om den Volkenbondsraad hierin te betrekken, en bet heele vraagstuk op een ruimere basis te plaatsen. In het polemische gedeelte, waar het Fransche memorandum verduidelijking van Hitler's bedoelingen verlangt, komt begrijpelijkerwijze de wensch naar voren om voor toekomstige regelingen met Duitschland meer contractueele zekerheid te verkrijgen. Inderdaad kan de schakeering welke Hitler in zijn bereidwilligheid tot samenwerking met verschillende landen aanbrengt, tot twijfel omtrent zijn werkelijke bedoelingen aanleiding geven. Non-agressie-pacten met wederzijdschen bijstand in West-Europa, non agressie-pacten zonder meer met de Noord- en Zuid-Oostelijke buurstaten, en in het geheel geen bijzonder pact met Rusland, waarheen de expansie-gedachten van den schrijver van „Mem Kampf" zich steeds hebben gericht: wat beteekent al dit onderscheid? Het is natuurlijk juist dat byv. ook Frankrijk er met sommige staten wèl, en met andere geen bijzondere bijstandsverdragen op na houdt. *) Maar Frankrijk en de meeste anderen willen ondubbelzinnig den tegenwoordigen status quo erkennen. Wil Duitschland, dat in 1919 de verliezer is geweest, dat ook ? Althans voor een periode van 25 jaar zooals de Franschen nu voorstellen? • Dat is inderdaad de kernvraag. Elke vredesregeling in Europa zal gegrond moeten zijn op een territoriale rustperiode, waaraan de partijen zich loyaal zullen moeten houden. Dat Frankrijk die periode nu tot 25 jaar wil begrenzen (een termijn die Hitler trouwens zelf voor West-Europa heeft voorgesteld), houdt de erkenning in van de mogelijkheid van toekomstige aanpassingen. Maar in 25 jaar eou het stelsel van collectieve veiligheid kunnen worden verbeterd, dat voor de toekomst dan verhoogde garanties zou kunnen opleveren. Zooals Duitsohland zelf met Polen, ondanks de Corridor-quaestie, een tien-jarig bestand heeft gesloten, zoo zou men nu in Europa een vijfentwintig-jarig bestand moeten sluiten. Wil Duitschland daartoe medewerken, dan kan zulk een bestand de basis worden van een betere algemeene politieke, economische en militaire vredes-organisatie. Maar over de eerbiediging van het bestand zelf mag geen twijfel bestaan, en geschillen hieromtrent kunnen niet aan het eenzijdig, partijdig oordeel van één der deelnemers worden overgelaten, gelijk Duitschland ten aanzien van Locarno als een recht heeft opgeëischt. Daarvoor moeten internationale, onpartijdige organen worden erkend. Hitler heeft in zyn eigen vredesplan met dit beginsel overigens reeds ingestemd en een speciaal daarvoor bedoeld nieuw arbitrage-hof voorgesteld. Men kan, zooals de Fransohen, van oordeel zijn dat de bestaande hoven in Den Haag voldoende zijn, maar in principe lijkt de afstand tusschen de standpunten op dit punt niet onoverbrugbaar. Over de veiligheids-organisatie op grondslag van het territoriale bestand gaan de Fransche voorstellen zeer ver; zóó ver, dat zg in het beste geval pas na langen tijd in alle opzichten te verwezenlijken zouden zijn. Het voorbeeld van het oorspronkelijke verdrag van Locarno, dat dus neerkwam op regionale bijstandsverplichtingen, wil Frankrijk ook voor andere Europeesche gebieden volgen, extra gesteund met een algemeene, verbeterde sanctie-regeling, waarbij de Volkenbond dan over een permanente militaire strijdmacht zal moeten beschikken. Het oude denkbeeld van prof. Van Vollenhoven's internationale politiemacht herleeft, trouwens niet voor den eersten keer, want ook eerder hebben de Franschen zulke ideeën al in Genève geopperd. Zonder eenig practisch résultat evenwel. Of Europa daar nu rijper voor is, betwijfelen wij. Maar een verbeterde sanctie-regeling is ook zonder internationale politiemacht niet ondenkbaar. Hoofdzaak is in eersten aanleg de algemeene bereidheid tot militaire sancties. Dit is een teer punt, dat ook in het Volkenbondspact niet is opgelost. Locarno voor West-Europa was mogelijk, omdat daar over de grenzen vrijwel geen meeningsverschil meer bestond. In Oost- en Centraal- Europa bestaan zulke meeningsverschillen wel degelijk. Maar Frankrijk wil den territorialen toestand daar nu voor 25 jaar stabiliseeren, en op grond daarvan dan voor 25 jaar een doeltreffende sanctie-regeling daarop toepassen. De gedachte is logisch. Of zij ook zal kunnen overtuigen, zal in groote mate afhangen van de manier waarop Duitschland daarop reageert. Dat men die reactie d u i d elijk en ondubbelzinnig wil uitlokken, is echter Frankrijk's goed recht. Hitler's aanbod van non-agressie-pacten in deze streken, zonder meer en zonder termijn, laat inderdaad te veel vragen open. • * * De Fransche voorstellen begeven zich tenslotte ook op het gebied der bewapeningsvermindering, en op dat van den economischen vrede en samenwerking. Ook Hitler heeft dat in zijn tegenvoorstellen op het Londensche witboek gedaan, met suggesties tot het verbieden van gas- en gif-bommen, en van luchtactie tegen non-combattanten, tot het afschaffen van bepaalde zware aanvalswapenen, en tot hervatting van de pogingen om tot verdere bewapenings-beperking te komen; alsook met voorstellen voor hernieuwd internationaal overleg tot verbetering van den internationalen economischen toestand. De Franschen gaan meer in detail, en inspireeren zich daarbij blijkbaar op wijlen Briand's denkbeelden over een pan-Europeesche eenheid, zoowel ten aanzien van politieke en militaire als van economische belangen, en zoowel naar binnen (veiligheid, preferentieele tarieven, enz.) als naar buiten (organisatie van een gemeenschappelijk reservoir van grondstoffen — de Fransche interpretatie van Sir Samuel Hoare's idee — expansiegebied voor het surplus der Europeesche productie, enz.). Denkbeelden van ongetwijfeld zeer breede allure, maar die in het verleden reeds herhaaldelijk op allerlei klippen zijn gestrand, en voor de naaste toekomst weinig practisch houvast geven, al openen zij dan ook belangwekkende verschieten. Trouwens, de Fransohen verklaren zelf dat dit alles pas aan de orde kan komen, nadat de politieke veiligheid zal zijn hersteld. Daarop zal men zich inderdaad in eerste instantie moeten concentreeren. En daarbij lijkt ons het denkbeeld van een politiek en territoriaal bestand voor een bepaalde periode in Europa, de meest reëele basis waarop de partijen elkander zullen moeten vinden. Afgezien van polemische wrangheden over en weer in de Fransche en Duitsche uiteenzettingen, die in zulk een debat nu eenmaal onvermijdelijk zijn, liggen de practische voorstellen die op de toekomst betrekking hebben, niet zoo ver uit elkaar, aannemende dan dat Hitler werke 1 rj k vrede in Europa wil. Bepaalde punten zullen echter — alvorens dit redelijkerwijze vast kan staan — eerst nog aanzienlijk moeten worden verduidelijkt. De spheer daarvoor is sedert de eerste bijeenko-sist der Locarnisten in Londen verbeterd, dank zij de Engelsche bemiddelingspolitiek. Het kan slechts in het belang van Europa zijn dat men in die richting voortgaat en niet weer terugvalt in steriele prestigepolitiek. *) Op het punt der contractueele nauwgezetheid is Duitschland ook niet de eenige die er „nuances" op na houdt. De Fransche Uver ten aanzien van de actie tegen Italië is beperkt. En ten aanzien van Oostenriik's verdragsschending inzake den dienstplicht lieeft Parijs nog geen enkel protest laten hooren, evenmin trouwens als Londen, om van Rome niet te spreken. --- PRINS ERNST VON HOHENBERG, een zoon van den in 1914 te Serajewo vermoorden aartshertog Frans Ferdinand en aartshertogin Sophie von Hohenberg, heeft zich verloofd met een Engelsche, mej. Maria Therese Wood. --- In kort geding: Economische mobilisatie. TIET feit, dat de Regeering weldra met * behulp van een interdepartementale commissie verscherpte aandacht gaat wijden aan de economische en industrieele verdedigingsvoorbereiding, zal door velen in den lande met instemming worden begroet. Want dat het dringend noodzakelijk is, om tijd i g een schema te ontwerpen en maatregelen onder het oog te zien, waardoor in geval van oorlog de industrieele en economische voorzieningen van een land doeltreffend kunnen plaats vinden, is een waarheid, die door weinigen zal worden ontkend. Zelfs zij, die het nog altijd verantwoord schijnen te achten om in dezen tijd de militaire defensie stiefmoederlijk te behandelen, moeten inzien, dat voedselverzorging, grondstoffen-voorziening enz. zelfs voor het „gewone" leven tijdens een gewapend conflict zoo volledig mogelijk verzekerd behooren te zijn. Voor dezen onafwendbaren eisch van een bepaald soort landsverdediging de oogen te sluiten, ware een daad van even onverantwoordelijke dwaasheid als die van een particulier, die vit afschuw voor brand of inbraak het sluiten van een verzekering nalaat. De industrieele en economische verdedigingsvoorbereiding kan in twee groote onderdeelen worden gesplitst. Daar is ten eerste de voortdurende zorg voor de dagelijksche behoeften der burger-bevolking, welke juist in tijd van oorlog bijzondere aandacht vraagt. Maar daar is ook de noodzakelijkheid, dat juist door gedeeltelijk gestremden import uit het buitenland, het oorlogs-materieel in engeren zin, voor een aanzienlijk deel met hulpbronnen uit eigen land moet kunnen worden aangevuld. Het vraagstuk in zijn geheel heeft dan ook een zeer belangrijken economisch-industrieelen, haast een militair-defensieven kant. De interdepartementale commissie, welke om juist te functionneeren, het nauwste contact moet onderhouden met industrie- en bedrijfsleven in ons vaderland, zal dan ook haar taak grondig en ruim moeten opvatten. Het is voor ons zelfs de vraag, of een coördineeren van de nieuwe instantie met de commissie, welke onder leiding van prof. Van Royen heeft na te gaan, op welke wijze Nederlandsche industrieën bij het Defensiefonds kunnen worden betrokken, geen aanbeveling verdient. Zou men zoodoende geraken tot het stichten van een organisatie op breeden grondslag, dan behoort o.i. ook aan vertegenwoordigers van het bedrijfsleven een voorname plaats te worden ingeruimd. Bovendien zou het aanbeveling verdienen nu reeds de voorwaarden te ontwerpen, waardoor het verwerven van extra-groote winsten door industrieën en bedrijfstakken bö de landsverdediging in oorlogstijd, wordt uitgeschakeld. De verfoeilijke figuur, dat een deel van het volk zich inzet met lijf en leven en een ander gedeelte, van dit zware offer, door geen enkel zedelijk recht te verantwoorden voordeelen geniet, zou, indien eenigszins mogelijk, voor de toekomst niet mogen ontstaan. In tijden van gevaar voor het gemeenschappelijk vaderland moeten de offers niet slechts gelden voor hen die in de vuurlijn staan. Indien deze gedachte internationaal kan worden doorgevoerd, zou het oorlogvoeren ongetwijfeld ifleuwe hindernissen op zijn heilloozen weg ontmoeten. Wij herinneren ons een Amerikaan, die er jaren geleden zijn vreugde over uitsprak, dat de Geallieerden hun oorlogsschulden aan Amerika zoo slecht of in het geheel niet terugbetaalden. Hoe onvoordeeliger de oorlog wordt, hoe grooter het zakelijk risico, hoe moeilijker het zal zijn om in herhaling te vervallen, zeide hij. De grondgedachte daarvan is juist.... met onze verontschuldigingen aan- de contractueele zekerheid! --- OVERSTROOMINGEN VAN DE HWANG HO door ir. G.P. NIJHOFF (Lid van de Bxpert-commissie van den Volkenbond). Waarom pessimistische conclusies ongerechtvaardigd zijn. — De rivier regelt automatisch de gemiddelde hoogte van haar bedding, zoodat de bevolking deze kan bijhouden door dijkverhooging. TEGEN DIRECTE AANTASTING DER DIJKEN Combinatie van defensieve en offensieve methoden. Vl* (Slot.) In het voorgaande artikel heb ik gewezen op de voortdurende verhooging van het bed der Hwang Ho boven de vlakte. Het leidde samimige ingenieurs ertoe de tot dusverre steeds gevolgde afvoenmethode te verwerpen en een oplossing te zoeken in geheel andere richtingen. Na een grondige studie der beschikbare gegevens heeft onze comimissie echter, op mijn voorstel, deze sombere diagnose verworpen. Dit stelde in staat het probleem, met vrijen Mik te overzien en zeer verschillende oplossingen onpartijdig tegen elkander af te wegen. Waar zit nu de fout in de redeneering dat de automatische verhooging van het bed van *) De voorgaande artikelen zyn verschenen resp. op 24, 26, 31 en 1 en 7 April j.L de Gele Rivier bescherming tegen overstrooming onmogelijk maakt? In de eerste plaats hierin dat de geconstateerde enorme bed-verhooging beneden de breuk van 1852, waardoor velen zich lieten biologeeren, gevolg was van een uitzonderlijken toestand. Ik heb persoonlijk kunnen nagaan, dat dtór waar de rivier gedurende verscheidene eeuwen het zelfde gedeelte gebruikt had, de verhooging in het geheel geen fantastische waarde vertoont. Voer Europa ongekend hooge waarden — stellig — maar geen verhooging, welke niet door voortdurende verhooging der dijken door de bevolking kan worden bijgehouden. In de tweede plaats schuilt de fout in de onbekendheid met de omstandigheid die eveneens kon worden aangetoond, dat de gemiddelde hoogte van het bedijkte bed boven de omringende vlakte op een bepaald punt geen willekeurige waarde heeft, maar dat deze verhooging afhankelijk is van den afstand van dat punt tot de uitmnoding van de rivier in zee. Tenminste wanneer de stroom langen tijd den zelfden koers volg*t. Nu schuift die uitmonding gedurig zeewaarts door de enorme snelle deltavorming in de ondiepe zee. Daarmede komt het punt waar de stroom de zee bereikt, steeds verder van de bergen te liggen. Om zijn water en slib massa's naar zee te kunnen stuwen beeft dicht bfl de bergen de stroom een steeds grootere hoogte noodig. De stroom regelt nu — hoe doet hier niet ter zake — automatisch de gemiddelde hoogte van zijn bed. Daar nu het voortschrijden van de kust, hoe aanzienlijk ook, beperkt is, is de bedverhooging, daarvan geheel afhankelijk, eveneens gelimiteerd en deze kan, zooals gezegd, door de bevolking gemakkelijk worden bijgehouden door dijkverhooging. Een beter begrip van hetgeen zich werkelijk afspeelt bij de Gele Rivier en het eldmineeren van de hierboven aangewezen en andere fouten, stelt in staat over afzienbaren tijd het middel van dijksophooging te behouden als middel om dié doorbraken te voorkomen, althans uitermate te beperken, welike het gevolg zijn van hooge waterstanden alléén. Een zeer belangrijk deel van de doorbraken aan de Gele Rivier zijn een gevolg van de omstandigheid dat het water over den dijk loopt, daarin een bres graaft waardoor de rivier, de bres verwijdend en verdiepend, zich in de lagere vlakte ontlast. Tegen dit soort doorbraken is dijkverhooging een afdoend en uitvoerbaar middel, te ingewikkelde reserves voor den lezer ter zijde gelaten. Directe aanvallen van den stroom. T^R zijn eohter andere, in het algemeen ge■"-' vaarlijker breuken dan dooT het overloopen der dijken. Deze doen zich voor wanneer tijdens hoogwater de stroom, die dan zéér krachtig is, rechtstreeks den dijk attaqueert, dezen wegschuurt en ondermijnt en zicb zeer snel een diepe breede bres graaft waardoor de stroom zich direct een weg naar de vlakte baant. De bres komt sneller tot stand dan wanneer de dijk overloopt en bij de Hwang Ho is de tijdsfactor van het allergrootste belang, omdat de geweldige vloeden kort duren. Komt in de beginperiode van zulk een vloed een diepe bres tot stand juist waar dicht bij de stroom op volle diepte den aanval onbeperkt kan steunen, dan bestaat er alle kans dat tijdens den top van den vloed de breuk zoo belangrijk is dat het water zic^ grootendeels daardoor in de vlakte stort en het oude bed geheel of gedeeltelijk opgeeft. Bij breuken ten gevolge van het overloopen van den dijk is het gevaar geringer omdat hier de actie eerst tijdens den top van het hoog water inzet, een bres eerst eenigen tijd later aanwezig is, wanneer de vloed meest reeds weeT afnemend is. Men heeft aan de Hwang Ho dus in hoofdzaak te maken me twéé kwaden; één: frequent maar in directe uitwerking méést niet éi te erg, zoo men na den vloed terstond de gaten dicht; en een tweede: minder dikwijls voorkomend, maar dan ook meestal tot een groot onheil leidend. Het eerste is betrekkelijk gemakkelijk grootendeels te vermijden door dijkverhooging. Het tweede kwaad is veel moeilijker te bestrijden. Men moet namelijk verhinderen dat de stroom de dijken direct aantast. De Chineezen nu trachten dit te bereiken door verdedigingen te maken di-éiT waar zij zeker van den aanval van den stroom zijn en bovendien daar waar zij denken dat een aanval k&n komen. Dit is in andere woorden gezegd een zuiver defensieve tactiek, welke tot in constructieve details toe, met hun karakter overeenstemt. Deze metbode slaagt slechte ten deele — de resultaten bewijzen het — tengevolge van twee oorzaken. De Hwang Ho attaqueert tijdens boog water maar al te vaak op verscheidene kilometers afstand van de punten waar een aanval verwacht wordt en waar dan juist de speciale verdediging ontbreekt, doordat de stroom plotseling zijn hoofdstroom of een van zijn bijstroomen verlegt. De tweede oorzaak van het onvoldoende resultaat is dat de stroom zich soms weinig- aan de Chineesche verdediging stoort en er doorheen breekt. Zoo men den zuiver defensieven afweer aanvaardt, leidt deze constateering tot de conclusie dat men de dijken overal, over hun ganschen loop moet verdedigen en de verdediging zóó moet maken dat de rivier maar heel weinig kansen heaft er doorheen te breken. Het laatste is, kort en goed, mogelijk maar duur, — en in de Chineesche huishouding beteekent duur heel veel — zoo men evenals bij de dichting van ddjkbre: l';en, de Chineesche metbode paart aan de speciaal Nederlandsche. Dat is één stap gewonnen. Verandering van tactiek. 1 7ERDEDIGING van beiderzijdsche d-jken * echter over hun ganschen loop is practisch niet wel uitvoerbaar. Om op dit punt betere resultaten te bereiken, moet men de methode wijzigen en in zekeren zin van het defensief tot het offensief overgaan Men moet den stroom dwingen en beletten tijdens hoog wateT de dijken te naderen en, waar de omstandigheden dit gedoogen, den stroom vast leggen zóó dat hij tusschen de ver verwijderde dijken niet kan vagabondeeren en niet plotseling een aanval kan wagen op een onbeschermd punt. Dit is niet gemakkelijk en niet overal evengoed te bereiken. Maar door combinatie van zuiver defensieve methoden en van offensieve middelen is een grootscb resultaat stellig te bereiken, hoewel niet zonder uitmuntende studie en voorbereiding, zonder «en voortreffelijke organisatie van methoden, van materialen en van menschen, welke het hoogste zal vergen van China en van zyn adviseurs, over een periode van vele, vele Jaren. Het spreekt vanzelf, dat ik door het weglaten van allerlei ingewikkelde zaken zoowel het probleem van de Hwang Ho als de hier gegeven oplossingen te simpel heb voorgesteld. Wanneer toch het vraagstuk eenvoudig was, zou de Hwang Ho de Hwang Ho niet zijn en zouden de Chineezen dezen verraderlijken stroom reeds lang onder de knie hebben. Dit neemt niet weg dat door een samenstel van verschillende werken en maatregelen i n de vlakte zelf waar de catastrofen steeds plaats vinden, de toestand zeer aanzienïyk verbeterd kan worden door ten eerste de dykbreuken tot een minimum te beperken, in de tweede plaats de uitwerking daarvan, wanneer zt) toch optreden, strikt te limlteeren. Dit vordert zeer groote offers maar zy vallen binnen het kader van hetgeen in China bereikbaar is en zy zgn economisch méér dan verantwoord. De door den mensch opgeworpen eerste verdedigingslinie tegen de Gele Rivie*" in den vorm van ban-dyken, heeft een lengte van meer dan 1000 kilometer (Milaan—Arnhem». Een zoo lang front moet tegen een uiterst gevaarlijken, wispelturigen vijand en dat nog wel permanent, verdedigd worden. Een ketting Is echter zoo zwak als de zwakste schakel. Dat geldt in dit geval niet alleen voor de doode middelen: dyken en andere werken, maar ook voor het levende leger, dat de afweer leidt over een onaf zien oaar lang front, loopend door drie zeer verschillende provincies of beter: staten. Het ligt voor de hand dat men gezocht heeft naar middelen om het zwakke punt van de verdediging m de vlakte te vermyden en wel door aantasting van het kwaad der hooge vloeden in zijn oorzaken. Wanneer men slechts dit optreden d^r hooge vloeden in de vlakte verhinderer. kon! En op het eerste gezicht staan hier twee en feiteiyk drie. wegen open. De eerste weg is de volgende. De hoogwaters van de Hwang Ho zijn geweldig, maar duren kort: slechts enkele dagen. Wanneer men nu het water ergens achterhoudt en het slechts geleideiyn, by geringe hoeveelheden door de vlakte af laat loopen, dan ontneemt men aan de vloeden hun gevaarlgk karakter. De reservoirs. MEN heeft daartoe allereerst reservoirs in den middenloop van den stroom in het oog gevat — dus vóór dat hg de vlakte betreedt. Men zou, zoo luidt het, deze actie tegen de Hoogwaters kunnen paren aan irrigatie-werk in den middenloop. Maar om flinke resultaten te bereiken tegen hoogwaters in de vlakte, is een capaciteit noodig, die vele malen die voor de meest grootsche bevloeiingsplannen overtreft. Bovendien zgn op die stroomen van het stelsel welke met loess en slib bezwangerd zijn de belangen van bevloeiing en hoogwaterbestrgding tegenstrydig, terwyi een reservoir speciaal gebouwd op een slibstroom om hoogwaters achter te houden, onder de condities van de Hwang Ho. in eenige jaren volkomen volgeslibd, dus onbruikbaar zou zgn. Het middel gaat, en dan op veel kleiner schaal slechts op voor die bgrivieren dle vry helder water voeren. Een afdoend resultaat is hier niet te bereiken. Anders staat het in den benedenloop zelf, waar het zeer breede rivierbed een doorloopend reservoir van enorme capaciteit vertegenwoordigt. Hier regelend optreden — tot zekere mate, is wèl mogelyk. De daarvan benedenstroomsche deelen van den stroom profiteeren daarvan. Maar men behoudt dan de hoogwaters, zfl het gedeformeerd, in de vlakte! Een tweede groep van middelen om het kwaad in den wortel aan te tasten bestaat in het veranderen van de condities waaronder het regenwater door de beken ic de zgrivieren en ten slotte in den hoofdstroom terecht komt en een vloed verwekt. Men kent zeer doeltreffende middelen: beplanting van naakte hellinger waar nu het water snel afvloeit en bovendien den grond snel afknaagt en naar den hoofdstroom voert, en men kent bebossching. Men kan het cultüurstelsel in den middenloop wijzigen en daar het gevallen water vasthouden. Men kan de diepe canons in de loess-gebieden behandelen, zoodat minder grond wordt weggesleept Men zou het klimaat een weinig kunnen beïnvloeden. Men kan ten slotte zoo véél... op papier! Doch al deze middelen hebben twee heel groote nadeelen voor China. Zy moeten op zulk een gigantische schaal worden toegepast, om ene afdoend resultaat te geven, dat zelfs een zeer krachtige, rustige, groote Staat er minstens één, zoo niet twee, generaties voor noodig zou hebben. En zoo lang kan men met verbetering niet wachten. En in de tweede plaats eischer deze middelen, zooals bebossching — wel te verstaan op een schaal als het hier zou moeten gaan — vastlegging van een kapitaal zóó groot, met kansen eerst op véél, véél latere renumeratie, dat daar in China evenmin aan te denken valt. Bg bepanting, zoo het produc direct waarde heeft, ligt de zaak iets gunstiger Moeten nu deze middelen alle verworpen worden? Volstrekt niet! In de vlakte moet men de oplossing zoeken om de vloeden van de Hwang Ho zoo ver dit mogelgk is onschadelgk te maken en waar dit niet gelukt, de uitwerking sterk beperken. Daartoe bestaat de mogelgkheid. Maar in den middenloop van de Hwang Ho en zfn zijrivieren moet men gaandeweg een offensief beginnen, van zéér langen adem om de vloeden te beperken, de erosie tegen te gaan, beetje na beetje. Na verloop van tijd zullen dan de vloeden in de vlakte hun gevaarlgk karakter verloren hebben. Ik zal hier niet schrijven over de moeiiykheden. politieke, administratieve, economische, financieele, organisatorische die hierbg te overwinnen zijn. Wanneer China krachtig wil, is het, met goede raadgeving, er toe in staat. Van de Westersche ingenieurs die de Hwang Ho bestudeerden, waren de Nederlanders de eersten, in 1890, en zij hebben zich steeds voor het grootste waterbouwkundige vraagstuk van China en een der grootste de aarde geïnteresseerd. Schermbeek, Visser de Ryke, Van der Veen, Bourdrez, hebben ieder beurt om beurt, dcor studie ter plaatse hun Hollandsch verstand laten spreken. Ik hoop niet dat deze ry door myzelf besloten wordt. Wg zijn aan onze eer en aan onze banden met China verplicht, wat er aan de Hwang Ho gebeurt, aandachtig te volgen en daar zoo noodig te helpen. (Nadruk verboden.) CHIWESChB TRANSPORTPROBLEMEN. — De Engelsche ingenieur van de expertcommissie inspecteert een dijk in den barren winter. --- In en bij het theehuis „Soesterdal" te Soesterberg is gisteren een permanente luchtvaarttentoonstelling geopend. Eenige der in den tuin geëxposeerde vliegtuigen; links de „Watersnip", rechts een legervliegtuig. --- De Eerste Kamer en de Tweede. BIJ gelegenheid van de beraadslagingen over een aantal begrotingshoofdstukken heeft de Eerste Kamer het gewenscht geacht om het voorbeeld van de Tweede Kamer aan de overzijde van het Binnenhof te volgen, wat de rantsoeneering van den aan de verschillende fracties toegemeten spreektiid betreft. Heelemaal overbodig was dit novum niet. Want meer en meer kon de indruk postvatten, dat in de Eerste Kamer langzamerhand te zeer uit het oog werd verloren, dat het geenszins op den weg van dit college ligt om de Tweede Kamer op het spoor der breedsprakigheid te volgen. De wijze van samenstelling der Eerste Kamer leidt er toch al toe, dat zrj in menig opzicht een doublure van de Kamer van honderd is. Ten deele ligt dit aan de omstandigheid, dat ook voor de verkiezing van dezen tak der Staten-Generaal het evenredigheids-stelsel van kracht is, terwijl voorts de manier waarop de Provinciale Staten zich van hun taak als kiescollege kwijten, mede bevorderd heeft dat men in de Eerste Kamer het politieke spiegelbeeld van de Tweede Kamer kan zien. De hier en daar büwfllen verkondigde stelling, dat onze Senaat in wezen per se een zooveel beter college zou zijn dan de rechtstreeks door de kiezers gekozen Tweede Kamer, houdt dan ook o.i. geen steek. Al dient meteen erkend, dat wij de Eerste Kamer, zelfs met de gebreken, die haar eigen zijn, niet gaarne zonder meer zouden zien verdwijnen. Toegegeven zij bovendien, dat het debat daar toch menigmaal een ander en dan, veelal aantrekkelijker karakter vertoont dan de discussie in de Tweede Kamer, al was het alleen maar, omdat ten gevolge van het ontbreken van het recht van amendement, de Eerste Kamerleden zich uit den aard der zaak minder met détails hoeven bezig te houden. Het groote nut van het in onze Grondwet tot dusverre gehandhaafde twee-Kamerstelsel is bovendien dat nalatigheden of fouten in de Tweede Kamer begaan, nog altijd hersteld kunnen worden. Men denke aan het bijna klassieke voorbeeld van het Belgisch verdrag. Met de chr. hist. „Nederlander", die hieraan onlangs eenige beschouwingen wijdde, zijn wij van meening, dat herhaaldelijk gebleken is, hoezeer de Eerste Kamer een nuttige, ja onmisbare aanvulling kan zijn op het parlementaire werk van de overzijde van het Binnenhof. Doch dan is bovenal gewenscht, dat haar leden zich wachten voor noodeloos herhalen van wat reeds in de Kamer van honderd is betoogd, en dat zij zich bepalen tot het bezien van de groote principieele lijnen en van de hoofdzaken der voorstellen, waaromtrent zjj te beslissen hebben. * --- EXTRA-TREINEN OP PASCHEN Druk reizigersvervoer verwacht. De Ned. Spoorwegen laten een aantal extratreinen loopen ter gelegenheid van het te verwachten drukke reizigersvervoer met Pasohen. In de eerste plaats wordt verwezen naar die treinen, welke reeds in de reisgidsen voor deze data zijn opgenomen. Bovendien zal op Zaterdag 11 April een extra middagsneltrein loopen: Deurne v. 14.16, Helmond v. 14.28, Eindhoven v. 15.03, Tilburg v. 15.37. Breda v. 15.56, Dordrecht a. 16.25, Rotterdam D.P. a. 16.45. In verband met de markt te Gorinchem zal op Maandag 13 April een extra-trein loopen: Geldermalsen v. 7.03, Beesd v. 7.12, Leerdam v. 7.23, Arkel v. 7.33. Gorinchem a. 7.40. In het bijzonder wordt de aandacht gevestigd op de op Tweeden Paaschdag ingelegde sneltreinen: Groningen v. 19.16—Amsterdam, Deventer v. 20.42—Den Haag, Nijmegen v. 20.53—Arnhem-Amsterdam en Utrecht v. 22.21—Rotterdam. Deze vier treinen zijn ingelegd ter ontlasting van de daar kort achter liggende gewone druk bezette treinen Reizigers uit Groningen, Friesland, Deventer en Apeldoorn, Nijmegen en Arnhem, met bestemming Amsterdam, den Haag, Rotterdam of Utrecht zullen goed doen op den Tweeden Paaschdag van deze snelle extra-verbindingen gebruik te maken. Te Meppel. Amersfoort en Utrecht bestaan hierbij directe aansluitingen. Bovendien zal, buiten een aantal voor- en volgtreinen, op den Tweeden Paaschdag nog de volgende extra-trein loopen van Zeeland naar Rotterdam, Den Haag, Amsterdam. Vlissingen v. 18.52. Middelburg 19.01, Goes 19.19. Kruiningen—lerseke 19.31, Bergen op Zoom 19.54, Rotterdam D. P. a. 20.59, Den Haag H. S. a. 21.26, Amsterdam C.S. a. 22.19 (stopt elders niet). Op den tweeden Paaschdag zal trein 523 e.m. te 15.45 te Wolfheze stoppen voor het opnemen van reizigers en zullen goedkoope treinen derde klasse rijden van Gelderland naar Amsterdam en van Zeeland en Westelijk Noordbrabant naar Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Ten slotte wijst men er op, dat van 10 t/m. 15 April vacantiekaarten zullen worden uitgegeven. --- RADIONIEUWS PROGRAMMA'S VOOR VRIJDAG. HILVERSUM, 301.5 m. V.A.R.A. 8 u. gra. mofoonmuziek. V.P.R.O. 10 u. mor-jenwijding. V.A.R.A. 10.15 Adolf Bouwmeester draagl voor. — 10.35 orgelspel door Joh. Jong. — 11.15 voordracht door Adolf Bouwmeester. — 11.30 gramofoonmuziek A.V.R.O. 12 u. De „Octophonikers" 0.1.v, B. Drukker. — 1 u. gramofoonmuziek. — 2 u Kommer Kleijn draagt voor. — 2.30 Groninger Orkest Vereeniging 0.1.v. Kor Kuiler. V.A.R.A. 4 u. Variatie-concert m.m.v. Eddj Walis. Isja Rossican, Sandor Sipos e.a. — 5 u Na schooltijd. .— 5.30 Variatie-concert (vervolg). — 6 u. zenderoverschakeling. — 6.05 gramofoonmuziek. — 6.30 The Ramblers 0.1.v Theo Uden Masman. — 7 u. „Het Plan en d< Democratie". ■— 7.20 Kwintet a kl. t., Dvoral (gr.pl.); 7.50 Nieuwsberichten. * KOOTWIJK, 1875 m, N.C.R.V. 8 u. Schrift lezing en meditatie. — 8.15 Morgeneoneer (gr.muz.) — 10.30 morgendienst 0.1.v. ds. B Tuinstra. — 11 u. gramofoonmuziek. — 11.18 cello-recital door Harry Cremers — 12 u politieberichten. — 12.15 gramofoonmuziek 12.30 Het Klein-Orkest der H. O. V., 0.1.v Marinus Adam. — 2.15 gramofoonpl. — 3 u Ferdinand Kloek, orgel. — 3.45 zenderverzor ging. — 4 u. zangrecital door Albert Kam bariton. — 5 u. Kinderuurtje. — 6 u. zenderoverschakeling. — 6.05 Het Amsterd. Solisttnkwartet. — 7 u. Politieberichten. — 7.1! Hobo-kwartet, Mozart. . Avond-uitzendingen. HILVERSUM, 301.5 m, V.P.R.O. 8 u. Wijdingsdienst in de studio. Voorganger: ds. E. D. Spelberg. — 8.30 Hohe Messe. Elisabeth Schumann, sopraan. Margaret Balfour, alt. Walter Widdop, tenor. Friedrich Schorr, bas. Philharm. koor. London Sympb. Orch. Leiding: Albert Coates. V.A.R.A. 11 u. Gramofoonmuziek. * KOOTWIJK, 1875 m, N.C.R.V. 7.30 Kerkdienst uit de Ned. Herv. Kerk te Hilversum Voorganger: ds. W. J. v. Lokhorst. 9 u. weeren nieuwsberichten. — 9.15 Passacaglia in c kl. t., Baoh (gr.muz.) — 9.30 concert door Nanda Gerretsen, sopraan, met strijkkwartet en clavecimbel. — 10.45 gramofoonmuziek. In het buitenland. BEROMUNSTER, 539.6 m. 3.20 „Misa Solemnis" vsm Beethoven m.m.v. Ilona Durigo, Julius Patzak, Hermann Schey e.a. KONINGSBERGEN, 291 m, 7.20 „Christus am Oelberg", van Beethoven. PRAAG, 470.2 m, 7.25 Stabat Mater van Dvorak. LEIPZIG 382.2 m 8.20 „Matth&uspassion" van Bach. --- NIEUWE UITGAVEN Omgang met den Bijbel. In de Libellen-serie bij Bosch & Keuning te Baarn Ino 151). is verschenen „Omgang met den bijbel", door ds. W. A. Wiersinga, geref. predikant te Loosduinen. De schr. zegt daarin 0.m.: „Men kan het zelfs heel druk hebben met allerlei christelyke actie en de heele wereld voor Jezus schijnbaar begeeren te winnen, en door verwaarloozing van den omgang met God in Zijn Woord en gebed schade lijden aan zijn ziel. En men geneert zich, als men den nieuwsten christe- Hjken roman nog niet las, of dat stichtelijke boek, „waar men zooveel aan heeft", maar dat men belijdenis des geloofs afleggen zal en nog nooit 7elfs het Nieuwe Testament voor zichzelf geheel gelezen heeft, dat is in onze christelijke kringen heel gewoon. Er zijn allerlei bezigheden, wenschen genietingen en boeken, op zichzelf niet ongeoorloofd en best, maar die op deze manier toch, zonder dat wij 't wellicht merken, de ontwikkeling van ons' innerlijk leven m den weg staan, omdat zij al den ons beschikbaren Uld opeischen", Luchtbescherming ? Als vlugschrift van d© Vereeniging „Kerk en Vrede" secretariaat Amstel no. 16. is verschenen „Luchtbescherming", door dr. M. v. d. Voet. ---