LEVENDE NATUUR IN DE SLOOT. Je s*l in ons land, kun je ze vinden; van * gezellige scharrelslootjes; van die '•iS6B met helder, schoon, water en vol **S*i Broene waterplanten. Watertjes, die *%! n van allerlei griezelige en niet grie- Sjr dieren. Naar zoon slootje willen we nu JJhjtiemen een paar jampotjes mee en een ?k 'ï'etje als we het hebben, maar het laat*ejj*Jf soms nog niet eens noodzakelijk. Ik me tenminste nog levendig hoe on- Siseiue Frank op een goeden middag niet !ty005 wam, toen het etenstijd was. Zooals 'Oejj a"Jk was ie weer nergens te vinden! st wiJ evenwel onze maaltijd voor het r ÖP!v Bedee*te genuttigd hadden, werd er Ï5 Rptol" hem karakteristieke wijze aan de t am ïokken en schreeuwend en juichend hll Shi de kamer binnenstormen. „Ik heb ÏJHtie nende water kever! Ik heb een spinrok,, Waterkever" en meteen werd in zijn %j '*e, stinkend vies handje de kop zichtk°B Jan een geweldige waterkever, die nu N*vn eds in het aquarium rondzwemt en fW,?11 ik u straks meer zal verhalen. Een ??t vn ie k dus niefc noodzakelijk, ofschoon . mensch en dier beter en gemakke- wanneer we ervan voorzien zijn. %Sr..niet alle waterdieren verdragen een *»&. u over het droge. . buiten de grenzen van de menschelijke woning kunnen we de bedoelde sloot jes al aantreffen. In mijn jeugd hebben die slooten altijd een groote rol gespeeld, want niettegenstaande hun ongevaarlijke diepte en breedte, boden ze ons een onuitputtelijke bron van natuurwonderen, waarvan wij met graagte smulden, maar die onze ouders grijze haren bezorgden. We waren er niet bij weg te slaan! Hier wierpen we onze eerste blikken in de geheimzinnige levende wereld van het water, meer en meer werden we geschoold, niets ontging ons meer. Krabben, kreeften, larven, kevers; alles verhuisde naar onze jampot waarin we beter konden waarnemen, bster konden genieten. ,En nu, na zoovele .jaren, ga ik toch nog met hetzelfde genoegen steeds weer naar zoon wriemelslootje. In het voorjaar, heel vroeg al, zijn hier van allerlei mooie dieren te vinden. Salamanders, die we vuursalamanders noemden vroeger, niet alleen vanwege de oranjekleurige buik, maar ook omdat dat zoo avontuurlijk klonk: vuursalamanders! In den modder op den bodem, tusschen de waterplanten Cwatervioller, waterranonkel, fonteinkruid, die ge allen reeds kent) krioelt het ook van allerlei andere organismen, te veel om ze allemaal op te noemen. Waterwantsen, rugzwemmers, schorpioenen en allerlei larven kunt ge zoomaar te zien krijgen. In een aquarium laten ze zich wat goed houden en — het zal TJ straks nog duidelijker worden — ze kunnen U meer genoegen verschaffen nog, dan welke siervisch ook! Overal is iets aparts aan te bewonderen: de merkwaardige lichaamsvorm; de gestalte van de zeer gevaarlijk uitziende mondwerktuigen. die meestal zeer duidelijk als tangen te voorschijn treden. De meeste belangstelling hebben we evenwel — en dat hadden we vroeger ook reeds — voor onze waterkevers, die steeds weer hardnekkig probeeren onze netten of onze vingers te ontvluchten, en daarbij duidelijk aan den dag leggen welke enorme lichaamskracht ze bezitten. Deze kevers zijn de Geelgerande Waterroofkevers en de alom bekende Spinnende Watertor. De laatste is veel grooter en ziet er veel gevaarlijker uit dan de geelgerande, maar is veel goediger en zachtmoediger. De geelgerande is een echte roover, die letterlijk alles aandurft, wat in zijn nabijheid waagt te komen. Wanneer een salamander en een geelgerande in één aquarium voorkomen moet de eerste het zeker afleggen ofschoon de roofkever in grootte ver bij hem achterstaat. Ook stekelbaarsjes gaat hij onverschrokken te lijf. Hij kent geen mededoogen. We hebben met die geelgerande grappige avonturen beleefd. Op zekeren morgen was hij n.l. uit ons aquarium verdwenen en toen we de gordijnen opentrokken zat mijnheer zich heerlijk te koesteren in het zonnetje achter het glas. Ze bezitten n.l. onder de deks.childen mooie vleugels waarmee ze het luchtruim kunnen kiezen. We hebben hem gevangen en in een jampot gedaan. Den volgenden morgen zat ie weer in 't aquarium. In den nacht was hij blijkbaar op zoek gegaan naar een beter verblijf! Met een visch kan men dergelijke grappen niet uithalen en ik zal u zeggen hoe dat komt. De ademhaling van de waterkevers is een heel andere. Ze ademen n.l. door lange buizen, die zich door 't geheele lichaam vertakken en die door kleine ronde openingen met de buitenwereld in verbinding staan. Omdat er onder water voor de kever niet voldoende lucht aanwezig is, neemt hij een kleine luchtvoorraad mee. De geelgerande komt nu en dan even aan de oppervlakte van het water en neemt dan een luchtbel mee aan zijn achterlijf en daarmee kan ie dan weer eenigen tijd in zijn ademhalingsbehoefte voorzien. Ge moet eens zoon geelgerande (de gele rand is een goed kenmerk) bemachtigen, dan kunt ge die luchtbel zilverglanzig aan het achterlijf zien zitten. Ge moet hem maar apart in een flesch doen en hem met stukjes rauw vleesch of wormen voe ren. De ademhalingswijze der visschen laat geen tijdelijk luchtleven toe. Die ademen n.l. door kieuwen, die links en rechts aan de kop zitten. Als ge visch eet, moet ge maar eens opletten. Welnu met die kieuwen kunnen de visschen de lucht bemachtigen, die in het water zit! Dat had ge niet gedacht hé? Dat er in het water ook nog lucht zou zitten! Toch is het waar. In het water lost een klein beetje lucht op, net als b.v. zout in water oplost; en dat kleine beetje lucht kunnen de visschen' nu nog met hun kieuwen bemachtigen. Maar voor een ademhaling op het droge zijn die kieuwen totaal ongeschikt. Dat kunnen de kevers dus wel! Wanneer we wat geduld hebben, kunnen we de spinnende watertor ook wel bemachtigen. We moeten daartoe wat op den bodem zoeken, vooral tusschen de waterplanten. Hij zwemt veel langzamer dan de geelgerande en legt in -geen geval groote afstanden zwemmende af. In den regel scharrelen ze op den bodem en tusschen de waterplanten om voedsel te zoeken, dat uit plantaardige stoffen bestaat. Wanneer we er in slagen om de kever met een hoop modder en slijk mee naar boven te krijgen, onderkennen we hem direct van den gevaarlijken roover, waarover we boven spraken. Terwijl de geelgerande zooals de naam zegt, met een gele vleugelrand getooid is, zijn de vleugels van d© spinnende watertor meestal groenachtig zwart gekleurd. Voorts is de buik van de geelgerande vlak, die van die spinnende watertor veel sterker gewelfd. De leden van de pooten van de watertor zijn afgeplat en met veel haren bezet. Zoodoende kunnen ze uitnemende diensten bewijzen bij het zwemmen. Toch is de kever een slechte zwemmer en ofschoon de geelgerande lang niet zoo goed is uitgerust, wint hij het in de zwemkunst vart zijn grooteren neef. Door zijn lompheid, door zijn traagheid moet de spinnende watertor zich met 'n vreedzame levenswijze tevreden stellen. Hij is de eenige vegetariër onder de waterbewoners, die zich in 't algemeen kenmerken door een felle moordlust op alles wat leeft. Wanneer een aquarium maar vol zit met allerlei wieren en andere planten, zal deze kever er het uitmuntend kunnen volhouden. Het loont de moeite om mannetjes en wijfjes samen te houden in één aquarium. In het vroege voorjaar, in April of soms al eerder, beginnen de mannetjes de wijfjes te achtervolgen. Meestal worden ze in geheimzinnige hoekjes tusschen de waterplanten opgezocht en daar heeft dan de paring plaats. Zoodra dat gebeurd is, kunnen we een van de alleraardigste dingen te zien krijgen. Het wijfje hecht zich met de pooten vast aan een drijvend blad van een waterplant, zoodat de rug naar onder gekeerd is en begint nu te spinnen. Witte draden, die uit het achterlijf komen, worden tel kunstige weefsels samengevlochten; het dier wendt zich een paar keer en tenslotte steekt het geheele achterlijf in het keurige nestje. Nu worden de eieren gelegd en langzaam schuift daardoor het huisje van het achterlijf, het wordt met spindraden gesloten en ls voorzien van een spitse punt. Het geheel heeft eenigszins de gedaante en de grootte van een kiemende boon. Het bovenste deel van het huisje met de spits is met lucht gevuld en steekt zoodoende boven het water uit. Door deze spits staat het huisje in verbinding met de lucht en de eieren kunnen zoodoende de noodige zuurstof verkrijgen. Het duurt maar een paar dagen en het nestje is van buiten geheel bekleed met groene wieren en valt tusschen de waterplanten heelemaal niet meer op. We moeten nu eenige weken wachten voordat er weer iets gebeurt. We behoeven ons echter geheel niet te ver- velen, want er is van allerlei te zien in het aquarium en anders gaan we maar weer even naar de sloot om nieuwe voorraad. Dan krijgen we larven van de geelgerande te zien, die al even moordlustig zijn als het dier, dat er later uit te voorschijn komt. Met behulp van geweldige tangen zuigen ze hun arme slachtoffers uit. Opvallend is hun houding in het water: met de kop omlaag en de staart omhoog. Dë watervlooien, waarmee we onze visschen voeren, zijn buitengewoon aardig om te zien. Onvermoeid dansen ze in het water op en neer. Wanneer we er eentje met vergrooting gaan bekijken, dan kunnen we de broedzak ontdekken waarin de jonge beestjes door het ouderdier worden meegedragen. Er is nog veel meer te zien in een hoekje slootwater. Allerlei slakkensoorten, bloedzuigertjes, wormen van verschillende soort, muskietenlarven en vele andere bezienswaardigheden vragen onze aandacht. Een volgenden keer zullen we daarover eens wat meer vertellen. We willen nu eens kijken wat er na drie weken met het huisje van de spinnende watertor gebeurd is. Als we het huisje openmaken vinden we er een gewemel van kleine larven in, die zich aanvankelijk met den inhoud van hun woning voeden, maar die, zoodra ze zich sterk genoeg gevoelen, het vrije water ingaan, om daar den strijd cm het bestaan te beginnen. Deze larven leven als die van de geelgerande n.l. van dierlijk voedsel, ofschoon het volwassen dier planteneter is. Een eigenaardige verrassing beleeft men, wanneer men de larven uit het water wil halen om ze nader te bekijken. De diertjes houden zich dan oogenblikkelijk dood, waarbij ze zich zonder de geringste beweging slap laten hangen. Met deze meer passieve beschermingsmiddelen stelt de larve zich niet tevreden, want wanneer hij in levensgevaar verkeert, spuit hij een zwart sap uit — evenals een inktvisch — maakt zich zoodoende onzichtbaar in het water en kan aan zijn vervolgers ontkomen. Als de larven volwassen zijn, kruipen ze in ._7°?htige aarde van de slootoever, waar ze zich in een klein holletje verpoppen. In de laatste dagen van Juli en in Augustus komen de kevers te voorschijn, die eerst nog in de aarde blijven, omdat ze voor het gevaarlijke leven in het water nog niet voldoende uitgerust zijn. Eerst moet het stevige pantser van de z.g. chitine, een zeer harde weerstandskrachtige stof, gereed komen en dan treedt de spinnende watertor in het slootwereldje op. In den winter kruipen ze diep onder planten en slijk. De ademhaling gaat bij deze dieren een beetje anders dan bij de geelgerande. De laatste kwam n.l. met zijn achterlijf boven water, terwijl deze kever met den kop boven water komt en dan met zijn sprieten een verbinding tot stand brengt tusschen de lucht in de atmosfeer en de lucht, welke zich als een zilverige laag tusschen de haren aan de buikzij de bevindt. Op die wijze worden de uitgeademde gassen tegen versche lucht gewisseld, welke laatste de kever onder water medevoert. ?e?e twee kevers doen duidelijk blijken, dat het voor den natuurvriend heusch wel de moeite loont, de waterwereld, de slootwereld, te leeren kennen; om daardoor de veronachtzaamde en verachte dieren binnen de grenzen van onze belangstelling te trekken. Want juist aan deze dieren, laat de natuur ons zoo buitengewoon goed uitkomen haar wonderbaarlijke kracht tot instandhouding van leven, van soort. Haren, Mei 1933 FOP. I. BROUWER. Aanteekening bij de iaustraties: 1 — nestje van de spinnende waterkever. 2 _ spinnende waterkever. 3 — larve van spinnende waterkever. 4 = geelgerande. 5 =; larve van de geelgerande. De teekeningen zijn van Ali Beiboer. --- Mevrouw Jansen over haar echtgenoot tijdens de picnic: „Ja zoo is ie — zoo p en zoo er onder - dat is Jan Jansen". (Tfae Hmaariskh --- ONZE PUZZLE-RUBRIEK OPLOSSING VAN PUZZLE NUMMER 113 In de natuur geen vuur! Buitengewoon groot genoegen heeft het me gedaan, dat zoo heel veel puzzelaars zich de moeite getroost hebben om de puzzle van j.l. Zaterdag op te lossen, want daardoor meen ik toch bereikt te hebben, dat er talrijke propagandisten meer bij gekomen zijn, die ons terzijde zullen staan bij de bestrijding van „vuur in de natuur". Dat dit heel hard noodig is, heeft men nog weer deze week in ons blad kunnen lezen: heide- en boschbrandjes tijdens en na de Pinksteren, die meerendeels het gevolg waren van onvoorzichtigheid. Laten wij allen in de komende weken wijzen en nog eens wijzen op het zéér groote gevaar, dat aan rooken, in het algemeen aan vuur, in onze natuur verbonden is!! Hieronder volgt tenslotte de oplossing van 1e opgave. Maandagmiddag is brand ontstaan in de z.g. Meerschelsche Peel, welke gelegen is tusschen het Noord Brabantsche plaatsje Deurne en het Limburgache plaatsje Venray. De brand brak uit bij de bekende Peelhoeve „Kraaienhut" aan den provincialen weg. Onmiddellijk na het uitbreken van den brand was de brandweer van Deurne aanwezig, doch zij kon tegen de vlammen, die intusschen een vuurzee waren geworden, niets uitrichten. Aangewakkerd door een feilen N.-O. wind en voedsel vindend in de droge turfgronden had de brand spoedig groote afmetingen aangenomen. Vele H.A. gingen in de vlammen verloren. Brandweerlieden en Peelboeren uit de streek poogden nog door het aanleggen van vuurdijken en het graven van greppels het vuur tot stilstand te brengen. Tegen het vallen van den avond meende men inderdaad daarin geslaagd te zijn. Des nachts is het vuur evenwel opnieuw uitgebroken, dezen keer op verscheidene plaatsen tegelijk over een lengte van 10 K.M. Gistermiddag heeft het vuur de bosschen van de gemeente Venray, welke gelegen zijn nabij het gehucht Merselo, aangetast. De boschbrandweer uit Venray werkte uit alle macht om het vuur te blusschen. Dit is tenslotte gelukt door het aanleggen van tegenvuren. Hiermee zijn ook verscheidene HA. Bosch- en heidegrond verloren gegaan. Tegen tien uur Dinsdagavond was de Peelbrand zoo goed als geheel gebluscht. Dit is het bericht. In de rest van de opgave moesten achtereenvolgens de volgende woorden worden aangevuld: in de natuur geen vuur; puzzle; lastiger; met vuur voorzichtig; groot. Het slotgedeelte ls zoo bekend, dat lk daarop niet verder behoef in te gaan. --- Reproducties. Een exemplaar van de 25 reproducties van het portret van Willem van Oranje zenden wij aan: M. B. Buurma Jr., Lijnbaan D 121, Weiwerd, bij Delfzijl; G. H. Veen, Kostersgang 51, Groningen; A. Eleveld, p/a. M. Eleveld, A 75, Vries (Dr.); G. Brouwer, Korte Smeestraat 13 bis, Utrecht; mej. Coba Pot, Tuinbouwstraat 61a, Groningen; P. J. Dado, Bessemoerstraat 19a, Groningen; C. J. Wolthuis, Oosterstraat, Beilen; A. van der Laan p/a. J. van der Laan, slager, Noordbroek (Gr.); mej. D. van Maren, Novastraat B 43, Paterswolde; mevr. Alzerda—Tamminga, Plantsoenstraat 12, Groningen; mej. Tinge—. Wildeboer, Kleine Rozenstraat 3a, Groningen; W. P. Tammes, Banierstraat 65 (s*. Rotterdam; mej. B. Dijkstra—de Groot, Amsterdamsche Veld (Dr.); G. H. M. Kat, Spoorstraat 142, Leeuwarden; A. Koers, Woltersum (gem. Ten Boer); R. C. Boorsma p/a. S. Boorsma, E 10, Wildervank; mej. Sien Bouman, Zandhoogte, Beerta; H. Jongsma, Zuiderweg, Tolbert (gem. Leek); M. B. Smit, de Savornin Lohmanplein 10a, Groningen; S. H. d<ï Groot, Noorderkwartier 14, Veendam; mej. B. Brongers, Hoofdkade, Ter Apel; G. Grilk, Studentenlaan 40a, Groningen; G Venema, Veemarktstraat 99, Groningen; mej. Tine Pieters, Huize ~Nassau" Assen; mevr. M. de Vries —-Assman, Guldenstraat 18b. Groningen. --- PUZZLE NUMMER 114 Een gevaar in de Natuur! „Een gevaar in de natuur", schreef ik hierboven. Wat dit gevaar is, zult U te lezen krijgen, als deze Cirkelpuzzle Juist wordt ingevuld. 1. „Uw dienstwillige dienaar" (onderteekenaar dezer rubriek). 2 Lid van den Raad van Indië. 3 Het heelal, de wereld, het geschapene. 4 Schrijf- of werkkamer. 5 Bovenste gedeelte eener breukuitdrukking 6 Als nummer 2. 7 Ooievaarsachtige moerasvogel, steltlooper. 8 lemand, die aan den oogst arbeidt; man, die oogst. 9 De „spil" in elk huisgezin (vrouwelijk). 10 Bewoner van Gallië. 11 Hetzelfde, gelijk. 12 Hetgeen te eten is. 13 Nooit. 14 Daarom, deswege. 15 Niet eerlijk (Eng.). 16 Het tegengestelde van „invoer". 17 lemand, die (in de Middeleeuwen) was opgenomen in den ridderstand. 18 Bewoner van een stad, een dorp enz. 19 Algemeen bekend, klaarblijkelijk, openbaar (Fr.). 20 lemand, die drukt. 21 Wederkeerig (de een de ander). 22 Man of jongen, werkend op een spinnerij. 23 Groc% gier der Andes (grootste vogel, dien men kent). 24 Hij, die toeluistert. 25 Schrikwekkend, afschuwelijk. 26 Hij, die opkomt. 27 lemand, die uitnoodigt (b.v. voor een bruiloft, folklore). 28 Evennachtslijn: linie. 29 Populair woord voor „neger" of „zwartje". 30 Roofvogel( arend). 31 Steenkolenwagen, gekoppeld aan de locomotief. 32 Als nummer 16. In dezen cirkel moeten van buiten naar binnen woorden van onderstaande beteekenis worden ingevuld: 33 Lange overjas, geheeten naar het lersche landschap van dien naam. 34 Elastisch, gerekt kunnende worden. Elke groep van twee woorden eindigt met de zelfde letter, namelijk een R. Alle woorden hebben dus deze letter op het eind. Bij juiste invulling geven de letters in de geheel vet-omlrjnde hokjes, van 1 tot en met 34 (das zijn dus alléén de vakjes, waarin een cijfer staat) een opmerking, die iedereen ter harte dient te nemen, als hij in de natuur is, meer in 't bijzonder ta drogen tijd in bosch of hei. Hoe luidt deze opmerking? Ten einde deze opgave niet al te moeilijk te maken, geef ik hier nog op het aantal letters, dat voor het invullen benoodigd is. Gebruikt moeten worden: 18 a, 2 b, 1 c, 14 d, 42 e, 1 f, 4 g, 1 h, 11 i, 9 k, 9 1, 4 m, 18 n, 19 o, 2 p, 22 r, 3 s, 10 t, 9 u, 4 v, 1 w. De oplossing van deze puzzle moet in ona bezit zijn uiterlijk Woensdagmiddag 14 Juni om vijf uur. Men zende deze correspondentie aan: Dr. Denker van het „Nieuwsblad vaa het Noorden", Groningen. Een andere adresaanwijzing gebruike men niet. Wü stellen als hoofdprijs weer beschikbaar een bedrag van TIEN GULDEN en het gewone aantal troostprijzen. Verder zijn er wederom 25 reproducties van het portret van Willem van Oranje. De oplossing wordt geplaatst in „Ter Veri poozing" van Zaterdag 17 Juni. Over de puzzle-rubriek kan slechts gecorrespondeerd worden, indien men postzegel voor antwoord insluit. Dr. DENKER. --- DE NAMEN DER GELUKKIGEN. Uit den zeer grooten stapel papier heb ik deze week de volgende „gelukkigen" getrokken. De hoofdprijs — een bedrag van tien gulden — valt ten deel aan: H. VAN CALKER, Hoogersmilde (Dr.). Een troostprijs wordt gezonden aan: M. A. van Weringh, Petrus Hendrikszoonstraat 66a. Groningen; C. A. Vermeulen, Coehoornsingel 83a, Groningen; G. Hanekamp, Verl. Kerkstraat 14. Veendam; J. Eigenberg, Molenstraat, Siddeburen; Harmke Lichtendonk, Stroobos (Fr.); J. de Jong, bij de school, Bakkeveen; H. Molenaar, Nassaulaan 10, Groningen; D. Sligter, Nieuwstad 35, Groningen; mej. J. H. Rijploeg, Hortensialaan 6a, Groningen ; A. Bron, Geelvinckstraat 4. Castricum (N. H.); mevr. T. Rijnders—Bosch, Mr. W. de Sitterstraat 11a, Groningen; Roelof Eerenstein Wzn., Kleindijk bij Odoorn; H. Bolt, Laurierstraat 5, Groningen; wed. J. Kolk— Elzinga, Graaf Adolfstraat 70, Groningen; L. H. Bijleveld, Garrelsweer; mej. D. Draayer, Ketwich Verschuurlaan 15, Helpman; H. de Graaf, Witte Singel 86, Leiden; Jacob Tebbes, Noorderstraat 8. Winschoten; wed. Nij veen, Doorgaande Gang 56 (2), Zuiderdiep, Groningen; mej. N. L. Jansen—Hazekamp, Sloten (Fr.). ---