FINANCIëN en ECONOMIE Bank van Onroerende Zaken Winst ƒ 120.469 (v.j. ƒ 130.643). Aan het verslag van de Bank voor Onroerende Zaken, Centrale Credietbank, Nationale Credietbank, Utrechtsche Crediet Maatschappij en Nederlandsche Leenbank over het boekjaar 1933 is ontleend: De winst bedroeg blijkens de verlies- en winstrekening f 120.469 (v. j. f 130.643). Hoewel de algemeene toestand zich in 1933 nog niet merkbaar in gunstiger richting ontwikkelde, kunnen wij toch met genoegen constateeren, dat de gang van zaken bij onze instellingen een normaal verloop had. Wel is waar hadden ook wij, in verband met den bijzonderen tijd waarin wij leven, met eenige moeilijkheden te kampen, die echter op de gezonde ontwikkeling van het concern en op de behaalde resultaten van weinig invloed zijn geweest. Wat de Bank voor Onroerende Zaken zelf betreft, de resultaten over het jaar 1933 zijn bevredigend. Debiteuren voldeden, op eenige uitzonderingen na, regelmatig aan hun verplichtingen. De rekening voorschotten is ongeveer f 460.000 hooger dan per 31 December 1932. De winst- en verliesrekening sluit, na afschrijving van alle kosten, met een voordeelig saldo van f 120.469 (130.643). Dit bedrag is iets lager dan het vorige jaar, in verband met een mindere ontvangst aan provisie en afsluitcommissie en een lagere wins op grootboekkapitalen, participatie en bemiddeling in zake den verkoop van onroerende goederen, enz. Daarentegen mochten wij een grootere winst op interest boeken in verband met een hooger bedrag aan uitstaande leeningen. Ten einde een duidelijker inzicht te geven hebben wij het obligo op niet vol-gefourneerde aandeelen in zusterinstellingen op de balans vermeld, doch wijzen er hierbij tevens op, dat dit obligo van weinig beteekenis is, dank zij den sterken en gezonden toestand van die zusterinstellingen, mede in verband met het bedrag van hare reserves. De bank heeft geep obligo's wegens deelname in ondernemingen aangezien het geplaatste aandeelenkapitaal van de betreffende maatschappijen geheel volgestort is. Voorgesteld wordt van de winst ad f 120.469 (130.643) af te schrijven op het gebouw f 10.000 (onv.), waarna dit nog voor f 120.000 (130.000) in de boeken voorkomt en op eenige debiteuren een bedrag van f 10.079; verder de bedrij f sreserve met f 37.000 (15.000) te verhoogen waarna de totale open reserves f 572.000 (535.000) zullen bedragen, zijnde bijna 60 pet. van het geplaatste maatschappelijk kapitaal. Uit het restant der winst kan een dividend van 6 pet. worden uitgekeerd en f 339 op nieuwe rekening worden gebracht. De winst in de Centrale Credietbank bedraagt f 16.744, dividend 5 pet. over het op de aandeelen onverplicht gestorte bedrag en 4 pet. over de verplichte storting, de winst der Nationale Credietbank is f 11.740 (v. j. f 10.521), bestemd voor reserveering, Utrechts-die Crediet Mij. winst f 12.275 (v. j. f 12.089) bestemd voor afschrijving, Nederlandsche Leenbank, winst f 12.086 (v. j. f 13.071), dividend 9 pet. (onv.). --- Barometerstand te Groningen Gedurende het laatste etmaal. Temperatuur hedenmiddag uur 76 gr. Fa. Windrichting: O. Morgen gaat de zon op om 5.31 en onder om 20.39. De maan komt morgen op om 4.18 en gaat onder om 20.18. Maan: Vrijdag, 10 Aug. N.M. nm^™™8 van alle rij- en voertuigen op --- in honderd jaar van dorp tot wereldstad Melbourne, de hoofdstad van den Australischen staat Victoria - Het land der altijd bloeiende bloemen- Destrijdom het bestaan opdefarm v Novemxnleiding van haar eeuwfeest dat «eiiry I*. T as- met de aankomst van Prins *e* kom Worden ingeluid, is het misschien stad ns iets over Melbourne, de hoofd« 1 het y ■ Australischen Staat Victoria, e<%er, +Ulden van kleinste werelddeel Bet stellen. *ijn geilrt de jaar zal het honderd jaar dat een zekere mr. Batman, jaiid) uh anie (dat heette toen van Diemensten °verstak om te trachten op 't eiland van Australië aan de andere «ftariië le Bosstraat, die Australië en Tas- Van tv ldt> ziJn geluk te beproeven. J<)or da,gav°nd krant opslaan, staan de acKerte men vol met „rememberingaa rgeblpv ~" enkele versregels — die de isu bun „Ienen plaatsen ter herinnering Ar£et aüenen- In het eind van April stlmvCk>rn7, (Australian New Zealand Jnpn gehouri en worden overal memorialdien\hier va \De Cenotaph te Londen heeft v 0 akt en *n karton en papier precies nagede ' bet pa^e wordt voor deze gelegenheid Gai?ienst m 7 geplaatst, waar hpt geleid. Op het schiereiland la 3 öat'tiiri schiereiland in de Aegeïsche strag,riJk pumns den Wereldoorlog zulk een be- Aj»'ëts hot ,Was en waar zooveel jonge Ave «snaamJ611 lieten ~is de Zuidpunt bezoekpa d en Jaarlijks gaat een boot *ers daarheen. --- De omstreken der stad. Cll nog een paar indrukken geomgeving van Melbourne. Des avonds ligt de stad verlaten, men werkt er alleen en men woont in de voorsteden. De meeste suburbs (voorsteden) bestaan uit éénverdiepinghuizen met gegolfde ijzeren daken, vaak rood geverfd en hebben een kleine voorwaranda met veel traliewerk, terwijl ettelijke lagen gordijnen het binnen wel donker moeten maken, 't Zijn wonderlijke bouwsels zonder stijl. Maar wat veel goed maakt, zijn de planten en bloemen, waarmee de bewoners hun home opfleuren. De tuinen zijn prachtig, zelfs in de verste achterbuurten ziet men nog wat groen. Het klimaat werkt erg mee en met een beetje overleg kunnen we het heele jaar door frissche bloemen en groenten hebben. Alles groeit hier als kool. Als we dan de laatste huizen van de Suburb achter ons hebben gelaten — dan loopt de weg door glooiend terrein, door bouw- en weilanden met grazende kudden. Zoodra we de stad uit zijn komt de frissche pepermuntlucht van de eucalyptus je tegemoet. Dat zijn hier de inheemsche boomen. Mooi teekenen zich de slanke stammen af tegen het strakke blauw. Het loof is zilvergrijs. Overal tegen de hellingen, die nog niet ontgonnen zijn, liggen deze bosschen, met daar tusschen als wonderlijke geraamten veel doode stammen — waaruit hier en daar weer jonge loten komen. Het werk van vroegere boschbranden! Die branden zijn hier iets vreeselij ks. ledere zomeravond zien we ze verspreid in de bergen. Soms alleen rookkolommen, vaak echter hoog uitslaande vlammen. Er wordt hier heel veel gekampeerd en gepicnict en een achteloos weggeworpen eindje sigaret is vaak het begin van deze ellende. De wegen zijn prachtig geasphalteerd en hier en daar komen we langs woningen, soms niet meer dan een platte houten kist op palen. Op verscheidene plaatsen wijzen borden aan, waar in de toekomst nieuwe wegen getrokken zullen worden. Vaak lijken de huizen zoo maar lukraak ergens neergezet, maar binnen enkele jaren zullen zij aan goede verkeerswegen staan. Hier buiten voelt men nog, hoe jong en in het begin dit alles is, wat men wel eens vergeet in Melbourne. Steeds stijgend en dalend gaat de weg, over Heidelberg met zijn aardige, roodgedaakte villa's tusschen groen en bloemen, naar Eltham, ons dichtst bij gelegen stationnetje. Electrische treintjes onderhouden een geregelde verbinding tusschen de stad en het platteland. Eltham is de hoofdplaats van onze „shire" (streek, provincie). --- We zijn er! Verder gaat het — langs kleine farmhuizen — een klein houten bushhospitaal en dan steeds flink stijgende tusschen de beboschte bermen, arriveeren we in Kangaroo Ground, 't doel van onze tocht. We zijn op 300 M. hoogte; het is hier veel koeler en het waait hier meer. Mooi is het land nu en wijd naar alle kanten is het uitzicht. Een laag, houten postkantoortje met een generalstore (winkel voor alles) een klein roodsteenen kerkje tusschen hooge donkere dennen een houten schoolgebouwtje en dito ha 11.... en' dan zijn we het eigenlijke dorp al weer voorbij. Deze „hall" is een erg weidsche betiteling voor een lokaal waar vergaderd en vooral gedanst wordt. Op dansavonden zijn ze hier dol. Op autotochten vonden we midden in de eenzaamheid een paar kleine woninkjes en daarnaast altijd een ruime hall! Kangaroo Ground bestaat verder uit voornamelijk kleine dairy f armen (zuivelboerderijen), meestal van een paar honderd acres. Onze eigen bezitting is 195 acres, maar nog maar voor een klein gedeelte in cultuur gebracht. De rest zijn bushpaddocks, die langzamerhand van boomen en stompen ontdaan en tot goed grasland verwerkt zullen worden. We wonen op 20 mijl, ruim 30 K.M., van Melbourne, dus bijzonder gunstig gelegen. De boeren hebben het hier, evenals elders, heel erg moeilijk. Het voer is duur en de melkprijzen zijn belachelijk laag. Sinds kort is er een vereeniging opgericht (de Metropolitan Milk Producers Association) van boeren, om voor eigen belangen op te komen. Er is een commissie in het leven geroepen, bestaande uit 5 leden — 2 boeren, 2 verbruikers en 1 tusschenpersoon — om te komen tot stabiliseering van de melkprijzen. Het is de tusschenpersoon — hij die de melk van ons tegen lage prijzen opkoopt om weer duur te verkoopen, die het ons zoo lastig maakt. Maar de prijs is nu vastgesteld (voorloopig althans) op 11 pence per vier liter. Daar gaat af l>/2 pence voor vervoer per vrachtauto. Er rest dus slechts 9/2 pence. Veel is het niet maar er bestaan plannen om een centrale zuivelfabriek in de stad te vestigen door en voor farmers werkend en dat zal de boeren machtiger maken. Onze huizen zijn van hout met gegolfd ijzeren daken. Als de regen daarop neerroffelt vergaat ons hooren en zien. Het heerlijke klimaat maakt dat we veel buitens huis leven en een gezellig houtvuur in de open haard verjaagt de kilte in den winter. Sneeuw zag ik hier een enkelen keer, maar het bleef nooit liggen. Wel zien we soms de witte plekken op de hoogste bergtoppen, maar ook dat verdwijnt al gauw weer. Véren hebben hier een wonderlijk — of in het geheel geen idee van Holland. Een student vroeg me: — Wat voor taal spreekt men er? Engelsch? en een professor aan de universiteit te Melbourne vertelde dezer dagen bij een schooluitzending door de radio: „Den Haag is de hoofdstad van Nederland en niet Amsterdam, zooals jullie misschien zouden denken". Tegen een kind zegt men: „Oh, You Dutchman" — jij malle jongen en „You are speaking double-dntch" — waar wij zouden zeggen: Het is alsof je Chineesch spreekt. A. S. CHABLE—KRAUS. Kangaroo Ground, Zomer 1934. --- PER MOTORRIJWIEL MET ZIJSPAN OVER LAND NAAR BATAVIA MOEILIJKHEDEN AAN DE GRENS — DE NIEUWE REISGENOOT, DE VERRE STEM — EEN VERDACHT KOFFERTJE EN ACHTERDOCHTIGE BEAMBTEN — GEVAARLIJKE FILMEN. (van onzen reizenden correspondent) KHANIKIN, 22 Juli. In de verte, in het oosten, schemeren aan de kim de bergen, blauw, van Iran, Perzië, en al dagen lang kijken we verlangend in die richting, maar verschillende omstandigheden houden ons vast, slechts enkele kilometers van de grens, te Khanikin, een onbeduidend plaatsje met een trotschen naam, die uit het Perzisch te vertalen zou zijn als „woonplaats van koningen". In de nabijheid bevinden zich de olievelden, waar uit den bodem petroleum opborrelt, maar onze belangstelling wekt dit nu niet. Alleen de bergen lokken ons, de bergen, waar we eindelijk koelte hopen te vinden, want elke dag is hier gloeiender, brandender, ondraaglijker dan de vorige. Heel veel warmte hebben we gedurende onze reis reeds medegemaakt en soms, b.v. gedurende een zandstorm in Noord-Afrika steeg de temperatuur nog veel hooger dan hier thans het geval is, maar dat was dan slechts gedurende enkele dagen. Het ergste is, dat hier ook de nachten geen koelte brengen en dat elke dag dezelfde martelende warmte op ons nederhamert. Steeds stijgt de thermometer 's middags boven de 116 graden Fahrenheit (ongeveer 47 graden Celcius) en 's nachts daalt hij zelden onder de 30 graden Celcius (86 graden Fahrenheit). We wonen in een Arabisch hotel, waar men echter, dank zij de nabijheid der olievelden, electriciteit heeft. Wij zelf voeren een kleinen ventilator met ons, die we op den stroom kunnen laten draaien in onze kamer, wat ons tenminste den indruk van eenige koelte geeft. Ook buiten is nu en dan wind, maar deze wind komt van de woestijn en maakt de hitte nog erger. We slapen nu op het dak, in de vrije lucht, onder den sterrenhemel, maar voor middernacht is de hitte zoodanig, dat we aan slapen niet denken en vóór zes uur 's morgens noodzaakt de zon ons reeds ergens schaduw te zoeken. Dan kijken we eens verlangend naar het oosten, naar de blauwe bergen aan de kim, die ons koelte beloven. De moeilijkheden aan de grens worden voor een deel veroorzaakt door een nieuwen reisgenoot. We waren met ons tweeën en we zijn met ons drieën. De nieuwe reisgenoot is de verre stem. „De verre stem" is een klein koffertje met een radiotoestel voor korte golf. Mijn Tsjechische kameraad, die duivelskunstenaar, heeft dit toestel te Bagdad vervaardigd uit allerlei onderdeelen, die hij hier en daar heeft opgescharreld. Echter op radiotoestellen staat in Irak een hoog invoerrecht, dat wij natuurlijk niet betaald hebben, want het toestel is door mijn makker in Irak vervaardigd. Hadden we het van Syrië medegebracht, dan had men het evengoed als mijn schrijfmachine en revolvers, toegelaten, onder voorwaarde, dat we het weder uit zouden voeren. Voor de schrijfmachine en de revolvers bestaan dus geen bezwaren, doch voor het radio toestel is het anders. Bovendien schijnt men voor een radiotoes£el hier vergunning te moeten hebben. Dit alles zou misschien nog niet zoo erg zijn geweest, doch toen de ambtenaren van zulk een toestel, als ze nog nooit gezien hadden (het is natuurlijk van een in den handel onbekend model) meer wilden weten en vernamen, dat het door mijn makker was vervaardigd, begonnen ze het geval bedenkelijk te vinden en achtten ze het noodig eerst nadere bevelen van hoogere beambten te Bagdad aan te vragen. Daarover moest worden geschreven en ze moeten op antwoord wachten. In den Oriënt gaat alles evenwel langzaam; niemand heeft haast, wat men den menschen bij de hier heerschende warmte niet kwalijk kan nemen. De moeilijkheden met de „verre stem" schijnen veroorzaakt door het feit, dat mijn makker het toestel na onzen tocht door de woestijn eens wilde nazien. Hij opende het kleine koffertje, waarin het is vervat en een Arabier zag dat en vond het geheel onrustbarend geheimzinnig. Hij waarschuwde eenige grensbeambten en toen dezen ons het koffertje lieten openen trokken ze bedenkelijke gezichten. Ik geloof, dat ze ons radiotoestel voor een helsche machine aanzagen. De drie gedeeltelijk verzilverde lampen en al de knoppen en draden bevielen hun niets. Wij trachtten het geval te verklaren, zetten uiteen, dat het koffertje met inhoud een onschuldig radio-toestel was, maar een der mannen zeide: „Ik heb te Bagdad wel eens een radiotoestel gezien, doch dat zag er heel anders uit en was veel te groot om in zoon handkoffertje te bergen". Mijn makker kwam op het denkbeeld het toestel in werking te stellen, om de menschen te overtuigen. Binnen enkele minuten had hij zijn antenne uitgebracht, echter alles liep ons tegen. Het was een ongunstige tijd van den dag, ongeveer twaalf uur, dus ongeveer tien uur 's morgens midden-Europeesche tijd. Bovendien hebben we nog lang niet alle stations gevonden, zoodat mijn makker moest zoeken. Daarbij kwam, dat in de nabijheid enkele motoren draaiden. Het resultaat was dus noch overtuigend, noch geruststellend. De wantrouwende menschen hoorden een knatteren en knetteren, zooiets als een ver machinegeweervuur en binnen een oogenblik bevonden ze zich op vele meters afstand, terwijl ze ons teekens gaven de proef te staken. Blijkbaar hadden ze angst. De groote vraag was nu, wat er, in afwachting van bevelen van hooger hand, met ons toestel zou gebeuren. Een der beambten besliste, dat het in het kantoor der douane zou moeten blijven, maar een ander vond dit denkbeeld nogal griezelig en stelde de vraag of er met het toestel geen ongelukken konden gebeuren. Mijn makker antwoordde met een dood-ernstig gezicht: „Ja, als iemand met dergelijke dingen niet weet om te gaan, weet hij nooit wat hem boven het hoofd hangt". Dat maakte den gewenschten indruk en men veroorloofde ons het toestel in afwachting bij ons te houden. Intusschen hebben ook wij naar Bagdad geschreven en wel naar den man, een gewezen Engelsch onder-officier, die in het Iraksche leger belast is met het onderwijs van alles wat den radio-dienst betreft. Deze man is dikwijls bij ons op bezoek geweest en mijn makker heeft hem met vele dingen geholpen, en hem o.a. het schema van ons toestel gegeven. We rekenen erop, dat deze Iraksche deskundige voor ons de zaak bij de overheid spoedig in orde maakt. In afwachting geven we 's avonds concerten en dat zou ongetwijfeld alle moeilijkheden uit den weg ruimen, indien we slechts een station hadden, dat voor de menschen hier iets begrijpbaars bracht. Cairo heeft radio-uitzendingen in het Arabisch, doch die uitzending geschiedt op lange golf en ons toestel is uitsluitend voor korte golf. Wij luisteren in de stilte en de warmte 's avonds laat het meest naar Italiaansche opera's, die op de Arabieren niet den minsten indruk maken, want de Europeesche muziek vinden ze leelijk en dwaas, ver ten achter staande bij hun eigen muziek, die in onze ooren vreemd klinkt. Er is te Khanikin, deze „woonplaats van koningen", echter ook een cinema en wel een openlucht-cinema, temidden van palmen, waar het 's avonds tenminste eenigszins koel is. Daar zitten steeds vele Arabieren, die er de dwaasheden der Westerlingen leeren kennen en er zich buitengewoon om vermaken. Ik zag er een film van een getrouwd man, die zijn vrouw en kinderen in den steek liet om er met een lichtzinnige juffrouw vandoor te gaan. De film het me volkomen onverschillig en veel belangwekkender vond ik den indruk, dien de film op de Arabieren maakte. De menschen keken spottend-lachend toe, met minachting voor de dwaasheden der Westerlingen, die zich inbeelden, elders beschaving te kunnen brengen. Een andere film gaf de geschiedenis van roovers, die een automobiel overvielen, menschen uitplunderden en neerschoten, slag leverden tegen de politie en wisten te ontkomen. Het Arabische publiek was vol geestdrift en leefde fel met de gebeurtenissen op het doek mede, maar ik vroeg me af, of deze films geen groot gevaar vormen in groote deelen van de wereld. Voor censuur gevoel ik over het algemeen niets, doch de vrijwel overal bestaande bepalingen, waarbij zeker soort films voor de jeugd verboden zijn, juich ik toe. Zijn evenwel de menschen in deze streken iets anders dan groote kinderen ? En moeten ook zij niet beschermd worden ? Indien wij, Westerlingen, de meening zijn toegedaan, dat we beschaving moeten en kunnen brengen, is het dan niet noodig toezicht te houden op de films, die worden vertoond aan de primitieve menschen, die wij beweren te willen opvoeden ? Internationaal wordt de verkoop van opium tegengegaan. Is het niet even noodig tegen de verspreiding van slechte films te waken ? En films, goede en slechte, hebben op het publiek in deze streken, waar tachtig of negentig per honderd niet lezen of schrijven kunnen, een veel grooter invloed dan elders in de wereld. J. K. BREDERODE. --- Resultaten. Geveke & Co., Technisch Bureau, verliessaldof7.sl3 (v. j. —). --- TELEGRAFISCH WEERBERICHT naar hedenmorgen verrichte waarnemingen. Medegedeeld door het Kon. Ned. MeteoroL Instituut te De Bilt. = Bar I Wind- I |rh,m. Tg ?tand Ja -gjCelsJS Plaateen £ g I 5§ » IJSLAND EN FAROER. Vestmanoërp62|74r| zo Ml regen I 101 lil Thorshavn |/651758| „ | j| regen | 15| 121 0 GROOT BRITTANNIË EN lERLAND. Stornoway 763 759 zzw 3 betr 14 14 0 Shields 7*52 763 w i zw bew 14 14 U Tarmouth 758 761 n . 1 bew 18 18 0 Valentia 761 764 nno 2 betr 15 14 2 Scilly 757 763, n 3 1 bew 15 16 0 NEDERLAND. Groningen 76( 76.' o 31 l bew 17 18 0 Helder 760 761 o '2\ helder 18 20 0 De Bilt 758 760 ono 2 helder 18 20 0 Vlissingen 756 7.ï9 ono 3 l bew 18 19 0 Maastricht 757 759 0 21. bew. 19 20 0 BELGIË EN FRANKRIJK. Brussel 756 75« j ono *| 1. bew. 17 19 0 Calais 755 758 nnw 3! mist 15 17 0 Parijs 753 76( wzw 2zw bew 17 16 0 Brest 757 761 no 4 betr 16 16 0 Biarritz 759 761 zw 4zw bew 17 17 24 ZWITSERLAND. Zürich 17561/591 stil |i, beW| i£| i6| 1 DUITSCHLAND. Hamburg 76. 762 o 31 l bew 19 19 0 Stettin 761763 o 1 helder 18 17 0 Memel 762 22 Breslau 760 761 stil 0 helder 16 18 0 München 756 759 wzw [ 2 betr 17 15 4 SCANDINAVIË Rost 763 763 no 3 betr 17 14 0 Haparanda 764 761 zw 11 bew 20 20 0 Stockholm 766 764 zw 1 helder 16 22 0 Skudesnaes 763 764 zo Izw bew 16 17 0 Wisby 765 764 n 2 mist 20 15 o Skagen 764 764 stil l 1 bew 18 20 0 Kopenhagen 763 764 nno 1 bew 17 16 0 --- BUITENLANDSCH WEERBERICHT MEDEGEDEELD DOOR HET K.N.M.I. TE DE BILT: De strook van lageren luchtdruk over Frankrijk en Centraal-Europa bleef stationair en evenzoo de beide gebieden van hoogen luchtdruk over Scandinavië en in het W. op den Oceaan. Langs de Z. zijde der verbindingslijn der vlakke minima, die over Normandië, de Pfaltz en de Beiersche Hoogvlakte loopt, vallen plaatselijk nog onweerregens en is het in de bergen tot 3000 M. hoogte bewolkt met de temperatuur om het vriespunt op omstreeks 3000 M. hoogte. Langs de N.-zijde is het overal helder weer met hoogere temperaturen en brengen de O. winden de groote warmte van Finland en O. Europa naar onze omgeving (Gallavare binnen den Poolcirkel meldde gisteravond 29 graden Celsius). Bij IJsland gaf een door het N.W. trekkende depressie sterke dalingen van den luchtdruk met storm aan de Zuidzijde der eilanden en regen tot aan de kusten van Schotland en lerland. Het karakter van het weer is in de laatste 24 uur stabieler geworden en de kans op onweersstoringen beperkt zich thans tot het Z. van ons land. Hoogste barst. 764.9 te Karlstad. Laagste bar.st. 744.8 te Vestmanoer. Verwachting tot den avond van Donderdag 9 Aug.: Zwakke tot matige, O. tot N. wind, licht tot half bewolkt, waarschijnlijk droog weer, warm. --- In ’t kort. Als symptoom van de opleving in het Amerikaansche zakenleven deelt de firma Dun and Bradstreet mede. dat het aantal faillissementen in de Ver. Staten in de afgeloopen week 220 bedroeg, tegen 352 in de overeenkomstige week van het vorige jaar. --- Geen registermarken meer. De Reichsbank heeft, naar de Msb. meldt, aan de houders van vergunningen ter gebruikmaking van Registermarken voor betaling van goederenexport een schrijven gericht, waarin medegedeeld wordt, dat met ingang van 1 October a.s. deze vergunningen komen te vervallen. De reden hiervan moet gezocht worden in de deviezensituatie van het land. ---