Uit Stad en Provincie. Uit Middelburg. — Naar wij vernemen zal onze burgemeester, de heer jhr. M van den Brandeler, die dezer dagen van zijn langdurig verlof wegens ziekte terugkeerde, morgen zijne werkzaamheden hervatten en ook de raadszitting weder presideeren. De burgemeester is thans gelukkig geheel hersteld, — Onder de advertentie in dit nommer vindt men een gewijzigde dienstregeling van den provincialen stoombootdienst op de Wester-Schelde, die 2 September in werking treedt en in de verbinding met Neuzen een verbetering brengt, in zooverre, dat het aantal diensten naar en van die plaats tot 4 wordt uitgebreid. De laatste dienst vertrekt dan reeds 3.10 uit Vlissingen. —o— Uit Walcheren. — In de Zaterdag gehouden raadsvergadering te Westkapelle, welke door alle leden werd bijgewoond, werd de gemeenterekening, dienst 1913, voorloopig vastgesteld in ontvang op f 23074.58 en in uitgaaf op f 22.025.10', alzoo met een goed Slot van f 1049.47*. Aangeboden werd de gem ten te begrooting, dienst 1915, in ontvang en uitgaaf op f 17402,38. Met algemeene stemmen werd de jaarwedde van den telefonist verhoogd met f 10, ingaande 1 Jan, 1915. Uit Zuid-Beveland. — Vrijdag hield de Raad der -gemeen.? 's Heer Arendskerke een vergadering, die door elf leden werd bijgewoond Op verzoek van den heer P. Boone om verhooging van zijn jaarwedde als hulptelegraafkanloorliouder.te Nieuwdorp werd met algemeene stemmen afwijzend beschikt. Op de voordracht voor zetters voor 's Rijks directe belastingen werden geplaatst de heeren J. J, de Jager, G. Miuderhoud, W. Baljé en C. Steketee allen te Nieuwdorp. De staat van oninbare poslen van den hoofdelijkeu omslag 1913 werd vastgesteld op f 21.20 en die van de hondienbelasting op f 1. De gemeenterekening over 1913 werd aangeboden met in ontvang f 67516045 en een goed slot van f 1329.83. Tot dekking van de kosten van verbouw van de school te 's-Heer Hendrikskinderen werd besloten een geldleening aan te gaan van f 1000. Ten slotte werd vastgesteld het kohier no. 1 van de hondenbelasting en van dien hoofdelijken omslag beide voor 1914. — Aau het station te VI ake stoppen nu ook de beide sneltreinen welke op de dagboot naar en van Engeland correspondeeren, en wel trein no. 85 te 10,15 v.m. naar Goes. Middelburg en Vlissingen, en trein no. 86 ten J.ZI n tv. naar Bergen op Zoom, Roosendaal en verder. —o— Uit Tholen. — Doordat bet zich niet laat aanzien dat de Europeesche oorlog spoedig zal eindigen, zal de Thoolsche kermis dit jaar (eind September) niet gehouden worden. —o— Uit Zeeuwse h-V laanderen O. D. — Met 1 Nov/is de kom mies-verificateur S. Sinidt van Neuzen overgeplaatst naar Rotterdam. — In de Vrijdag te Zaamslag gebonden raadszitting werd de gemeente-rekening over 1913 voorloopig vastgesteld op een bedrag in ontvangst van f 30.038.49. in uitgaat van f 29.190.05. alzoo met een goed slot van f 848.44. De voorzitter deelde mede dat bet goed slot eigenlijk fictief is, daar een aflossing van 1 600 nog niet is kunnen geschieden, omdat de bezitter der obligatiën zich niet voor inwisseling heeft aangmeld. De gemoentebegrooting voor 1915 werd aangeboden op een bedrag in eindcijfer van f 30.331.70'/.. Daarbij wordt voorgesteld de opcenten op het personeel te verhoogen met 10 procent, de hooldelijke omslag f 500 hooger te ramen en ook die voor de hondenbelasting, dit laatste in verband met een in den loop des jaars uit den raad geuitenwensch. — In de Donderdag te Sas vauG-ent gehouden raadszitting werd de gemeenterekening over 1913 voorloopig vastgesteld op een bedrag in ontvangst van f 24.101.85, in uitgaaf van f 22.269.081/-, alzoo meteen goed slot van f 1832,76',., De begrooting voor het Burgerlijk Armbestuur voor 1915 werd vastgesteld op een bedrag van f 2095, waaronder, ala ontvangst begrepen een gemeentesubsidie ad f 1700. De gemoentebegrooting voor het jaar 1915 werd aangeboden op een bedrag van f 29.114,72. Een verzoek van den pachter van het straatgeld, om vermindering van pacht, wegens het door hem ondervonden nadeel wegens bet buiten gebruik zijn der brug over den oostelijken kanaalarm, werd aangehouden tot aan het eind van het jaar. Besloten werd dit jaar de kermis in verband met de tijdsomstandigheden niet te doen plaats hebben. Ook de prijsveemarkt zal niet worden gehouden. Enkele leden merkten op, dat, in verband met den prijs der tarwe, die f 10 tot f 10.50 per 100-K.G, bedraagt, die van het meel, minstens f 14 nog al hoog bepaald il. Wederom werd geklaagd dat de Zeeuwsch- Viaamsche tram de wegen waardoor in de kom der gemeente de tramlijnen zijn aangelegd ouafgewerkt laat liggen. De voorzitter zeide toe, daarop thans met nadruk te zullen wijzen. —o— Uit Zeeuwsch-Vlaanderen W. D. — De rijk.klerk 3e klasse A. C. Knoppers te Amsterdam D. B. 8e kantoor is aangewezen voor de tijd. waarneming van bet kantoor Breskens (overname beheer 31 Augustus na kantoortijd.) — De te Aardenburg gehouden collecte voor het Roode Kruis heeftf 620.68'/, opgebracht. --- KERKNIEUWS. Dinsdagmorgen half acht uur heeft in de R. K. Kerk alhier een plechtige rouwdienst plaats voor Z. H, de Paus Piua X. Zondagmiddag nam Ds. Pott te Arnemuiden afscheid van de Ned. Herv. Gemeente, sprekende over Handelingen 20:32. De kerk was overvol, waaronder velen uit omliggende gemeenten. Behalve de consulent Ds Semmelink van Kleverskerke wa 3 van de ringbroeders alleen Ds. Tak van Nieuwland aanwezig. Aan het eind der Godsdienstoefening sprak ouderling Schroovers den vertrekkenden leeraar hartelijk toe en verzocht hij de gemeente te zingen Ps. 121:4. Ned. Herv. Kerk. Bedankt voor Weiwerd W. A. Dekker, Dwarsgat; voor Weidurn J. J, P. Heeringa, Niohove. Gereform eerde kerk- Bedankt voor Oud-Loosdrecht G. Kerssies, Den Hum. --- ONDERWIJS. — Bij het Zaterdag gehouden toelatingsexamen aan de „De Ruijtersehool" te V 1 iasïngen zijn geslaagd: A. C. Geijsen, H. Willemse, A. van Duijn, R. F. Mijcke, F. J. Maas, C. L. A. den Hamer. Is na gehouden her-examen 'bevorderd tot de 3e stuurlieden-afd. M. Haak. — De heer F. Viets van Goes slaagde te 's Hage voor het le' gedeelte van het notarieel staatsexamen. — Voor hoofdacte slaagden te Arnhem de heeren J. Eversdijk van 's Heer- Arendskerke, D. J van Wijck van Oostburg en D. W. Theri van Groede. — Benoemd met ingang van 1 September a.s. tot tijdelijk hoofd der Openb. Meisjesschool te Goes, mej. M. T. van den Bosch aldaar, onderwijzeres aan genoemde school; en tot tijdelijk onderwijzer aan school 0 te Goes, mej. A. van den Ende, aldaar. — Op de voordracht voor onderwijzeres aan de openbare school te Wissekerke (Kom) staan de dames: P. C. v. d. Hoek te Vlissingen, J. C. de Klerk te Cadzand en J. il. v. Westenbrugge te Poort vliet. Op Dinsdag 1 Sept. zal de benoeming plaats hebben. — Te Utrecht slaagde voor 't examen van klerk-telegrafist bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsapoorwegen de heer J. Jonker, thans surnumerair te Kruiningen, — De alphabetische voordracht ter benoeming van een onderwijzeres aan school A, te Zierikzee luidt: mej. C. J. van Eek te Dinteloord, mej. lU. K. P. Minderhoud te Driewegen, mej. C. F. Wittenberg te s Gravenhage. De voordracht ter benoeming van een onderwijzer aan de school voor lager en meer uitgebreid lager onderwijs, luidt: W. E. B. de Jonge te Beerta. J. L. van Roon Zierikzee. —o— Handelsavondschool. De aandacht onzer lezers, wier kinderen voor het onderwijs op de handelsavondschool in aanmerking komen, zij er op gevestigd, dat tot 5 September nog gelegenheid bestaat tot aangifte van nieuwe leerlingen. Men zie daarvoor dein dit nummer voorkomende advertentie. --- BUITENLAND. DE OORLOG. Leuven verwoest. Het staat daar zoo nuchter. Men denke zich eens even in, wat daar Dinsdag en Woensdag in de aloude universiteitsstad Leuven igebeurd is. Men ver werkelijke dat voor zich zelf door een voorbeeld in eigen land, in eigen omgeving te nemen. Men bedenke, hoe daar een onherstelbare aanslag tegen de beschaving, niet vau een bepaald volk en niet vaa een. bepaalden tijd, maar van de geheele menschheid, welk verlies zich blijvend zal doen gevoelen, is gepleegd door een aantal soldaten onder leiding van olhcieren, die door den oorlogstoestand verruwd, door de daden van enkele of meerdere burgers blijkbaar verbitterd waren. Wat helpt nap'eiten ? De teerling is geworpen. Het oude Leuven bestaat niet meer. Het is in vlammen opgegaan. De inwoners zijn gevlucht of op straat dood geschoten. Thans moet de verantwoordelijkheid worden vastgesteld. Wie heeft de meeste schuld? Het staat wel vast, aan beide kanten zijn ongeoorloofde daden begaan. De verhouding tusschen de Duitsche bezetting en de vreedzame bevolking was oorspronkelijk vriendschappelijk. Toen kwam het bericht, dat de Belgen een uitval uit Antwerpen deden. Daardoor werden de meeste, te Leuven ondergebrachte manschappen genoodzaakt de stad haastig te verlaten. 'Toen moet het gebeurd zijn. Men weet het: de Duitschers zeggen dat plotseling uit tal van ramen op de achter-1 gebleven Duitsche troepen geschoten werd. Anderen beweren, dat de Duitschers, terugkeerende kameraden in bet donker voor vijanden hondend, een hevig vuur op hen openden. Daarna zouden ze hun woede over die bloedige vergissing op de weerlooze burgers gekoeld hebben. Wat is de waarheid ? Men weet het niet. Men komt het waarschijnlijk nooit te weten. Men stelle zich de verschrikkelijke verwarring in de straten van de ongelukkige stad voor op dat beslissende oogenblik. Verschillende personen, die zich spoedig, van wat tot die verwoesting aanleiding gaf op de hoogte hebben gesteld, erkennen dat door burgers uit bovenverdiepingen enz. op de Duitsche soldaten geschoten is. Dat mag niet, toegegeven, maar hoe veel hebben de Duitschers in den loop van dezen barbaarscben krijg gedaan, wat evenmin en nog veel minder „mag". Dat enkele burgers' zich tot die gewelddaden hebben laten meeßleepen, is diep, diep te betreuren. De Belgische overheid en pers treft in dit opzicht ¥een schuld. Dag aan dag herinneran zij da burgers, dat inmenging van het burgerlijk bestanddeel aan den krijg met de oorlogswetten in' strijd is. Er is dus reden, om aan te nemen dat aan Belgische zijde inderdaad op ongeoorloofde wijze partij tegen de Duitschers gekozen ie. Maar was dit een verontschuldiging of aanleiding, om de stad aan de vier boeken finaal] in brand te steken en neer te schieten, wie zich op straat waagde. Kon de overheid geen ander middel bedenken, om aan dat vuren uit schuilplaatsen paal en perk te stellen ? Men moet aannemen, dat de Duitschers in hevige verbittering gehandeld hebben. Tal van hun soldaten moeten vaut schieten slachtoffers geworden zijn. Doch dezelfde verzachtende omstandigheid geldt voor de Belgen, die dit op hun geweten hebben., De Duitschers beweren, dat ze daar tegenover een door de overheid beraamden aan.lag stonden. Dit is niet te rijmen met de bovenbedoelde herhaalde waarschuwingen en de voorzichtigheid, waarvan de vroegtijdige ontwapening van de burgerwacht van Vlaanderen getuigde. De Leuvenaars, die inderdaad op de indringers geschoten zouden hebben, mogen de geweldige zwaarte van de verantwoordelijkheid tegenover de geheele inenschheid die zij daarmee op zich laadden, niet hebben beseft, van de overheid moet anders worden verwacht. Ons dunkt dan ook, dat deze insinuatie van de i-Vosflische Ze-ituug", welk blad ze blijkbaar alleen grondde op het feit, dat die overval in Leuven gelijktijdig met den Belgischen uitval uit Antwerpen Zuidwaarts geschiedde, met de meeste kracht moet worden teruggewezen, al zou 't feit daarop kunnen wijzen, dat de burgers daarbij van een machine-geweer hebben gebruik gemaakt. Dit was volgens een correspondent van de N. It. (,'., die met eigen oogen het tooneel der verwoesting gezien heeft, op de derde verdieping van een tegenover bet station gelegen hotel opgesteld. Natuurlijk is het waar, dat gewone burgers zich niet maar zoo een machine-geweer kunnen aanschaffen. Doch hoe de aanwezigheid van dit nioordtuig op die plaats ook verklaard kan worden, dit was toch een op zich zelfstaand geval. Het doei heiligt de middelen, toch niet, zelfs niet in den oorlog ? We zullen nu aan verhalen vau menschen die uit de algemeene vernieling het lijf, maar ook niet veel meer, hebben kunnen redden, evenals van dagbladschrijvers, die zich daar ter plaatse van den oorlog in zijn onmenschelijksten vorm hebben overtuigt, het een eu ander ontleenen ter aanvulling en verscherping van. het beeld, dat daarvan in 't vorig nommer ontworpen kon worden. Toen een berichtgever van de N. R. C. uit de richting van Tienen Leuven naderde, stiet hy op een afstand daarvan al op duizenden vluchtelingen, die zonder kleeding mee te nemen en ten deele zelfs zonder schoenen, de stad overhaast hadden verlaten. Om het vuren in de straten van Leuven te doen staken, pasten de Duitschers weer de beproefde metbode toe, dat gijzelaars werdeu gesteld. Duizend mannen en vrouwen werden bij het station opgeste'd. Bij ieder schot, dat op Duitsche militairen werd afgevuurd, zouden tien van die ongelukkig en worden gefusilleerd. De goeden moesten het met de kwaden ontgelden. Niettemin werd nog menig Duitsch soldaat uit een hindernis neergelegd Men begrijpt de gevolgen. Duitsche officieren schrijven de oorzaak van dit alles aan de houding der geestelijkheid toe, die de bevolking volgenshun zeggen had wijs gemaakt, dat de Duitschers de nederlaag hadden geleden en in vollen attocht waren. Op de minste manier zijn de inwoners blijkbaar getart. Zoo werden in den nacht bevelen uitgedeeld, dat binnen een uur tijds groote voorraden levensmiddelen enz op de markt bijeen moesten worden gebracht. Daar stond de burgemeester ale gijzelaar. De gewekten sleepten in nachtgewaad in allerijl alles bijeen, om maar te verhoeden dat het hoofd der gemeente leed zou geschieden. Na afloop keek, aldus vernam de berichtgever van de N. R. C. van iemand die uit Leuven heeft kunnen vluchten, maar daarbij van zijn vrouw gescheiden werd en niet weet, waar zij zich thans ophoudt, de bevelvoerende officier het bijeengebrachte nauwelijks aan en zei dat het bevel op een misverstand berustte. Later schijnt de burgemeester toch gefusilleerd te zijn. Volgens denzelfden zegsman, stond bij zijn vertrek uit de stad ook de St. Pieter in vlammen, de kerk, waarover men beneden nadere bijzonderheden vindt. ♦tOok een officieel Havas-bericbt uit Antwerpen bevestigt dat de St. Pieterskerk in de asch is gelegd. Ook verhaalde hij, dat in de rijk versierde trouwzaal van bet prachtig stadhuis cavaleriepaarden stonden en dat schilderijen waren doorstoken evenals stoelen in de zalen bevuild. Hij werd met andere uit de stad gevoerde mannen in de kerk van Camperbout op den weg naar Mechelen opgesloten. Daar brachten ze een ontzettende nacht door. Tegen tienen verlichtten de vlammen de rnmen daar de huizen daartegenover in brand waren gestoken. Een afgrijselijk gejammer en geschreeuw ging op. Do aanwezige geestelijken kropen op bun knieeën rond. Zij hoorden de bicht en gaven de absolutie. Later werden zij gefusilleerd. Natuurlijk hebben ook vreemdelingen met de Belgische inwoners' van deze wraakneming te lijden gehad. Een Nederlander, S. D. genaamd, is slechts door een gelukkige omstandigheid aan een verschrikkelijken dood ontsnapt. Hij verhaalde hoe de Belgische overheidspersonen reeds een week vóór de verwoesting alle wapenen ingeleverd hadden. De Duitschers hadden voordien ook den burgemeester van Leuven gevangen genomen. De bewoners hebben hem niet meer gezien. Duitsche soldaten vertelden, dat hij was dood geschoten. Voordat het tot die barbaarsohe uitbarsting kwem, maakten volgens dezen landgenoot de Duitsche soldaten zich meermalen aan drankmisbruik schuldig. De Nederlander vertelt dan, hoe terwijl zij aan den maaltijd zaten, onverwacht geweerschoten knalden. Kanonnen reden door de straten- Eenige werden vlak bij hun huis opgesteld. Commando's weerklonken en spoedig dreunde de straat van het hevige kanon, vuur. Boven bet gebulder klonken nu en dan menachelijke Kreten. (De bewoners van het bewuste huis besloten daarop in den kelder een wijkplaats te zoeken. Een vrouw moest daarbij onder een gootsteen den nacht doorbrengen, waar ze tot aan haar middel in het water Btond. In den nacht waagde de zegsman het even, naar boven te gaan, om wat water te halen. Toen zag hij, dat een groot deel van de door hem bewoonde straat al iv puin lag. Zijn buurman, een advocaat, was met een vijftien andere personen op het dak gevlucht, terwijl zijn woning reeds van alle kanten iv brand stond. Handen wringend kropen de ongelukkigen, onder wie vrouwen en kinderen, bijeen. Later bemerkte hij dat zijn eigen huis ook in brand stond. De bewoners hadden toen de keus, om zich levend te laten verbranden of op straat te vluchten, waar ze bijna zeker /ouden worden doodgeschoten. Ze besloten natuurlijk tot het laatste en kwamen er heelhuids af. De tocht door de stad was als een wandeling door de hei- Overal in de stad zag de Nederlander de parken omgewoeld. Blijkbaar waren daar inderdaad de doodgeschoten burgers begraven. Hier en daar staken althans menschelijke lichaamsdeel en boven den grond uit. Uit het bovenstaande volgt reeds, dat een waarschuwing door den Duitschen bevelhebber aan de bevolking om de stad te verlaten, alvorens deze in brand zou worden gestoken, niet is afgegeven. Ook dit verzuim moet de Duitsche legeroverheid als ernstig verzuim aangerekend worden. De heer H. W. Rutgers, directeur der waterleiding te Leuven, die de verschrikkingen ook heeft bijgewoond, maar naar ons land wist te ontkomen, verhaalde een vertegenwoordiger van de N. R. C. nog, boe in een achter het zijne gelegen buis de 68-jarige heer des huizes, diens zoon van 46 en twee dienstboden levend zijn verbrand. Ook tegenover de bewoners zelf hebben de Duitschers zich barsch en wreed gedragen. Of men nu leest van een Leuvensch hoogleeraar, die met een gezelschap andere menschen naar het station werd geleid, waar plotseling de mannen van de vrouwen en kinderen gescheiden werden zonder dat hun een enkel woord van afscheid werd toegestaan, of dat die personen gedwongen werden, bij troepjes van 4 tot 6 te marcheeren, tusschen pelotons soldaten in, of dat op het gedrag van de officieren en vooral onderofficieren aan le merken viel, of wel, dat uil. 11 op den weg van Herent naar Thildonck (in Z. W. richting), gelast werd, de banden op den rug gebonden, op oen rij te knielen, terwijl voer eu achter hen soldaten post vatten — 't is alles hetzelfde eentonige verhaal van hardheid zonder erbarmen of onderscheid, wat de schuld der slachtoffers aangaat. Maar moesten dan, omdat enkele burgers zich aan een ernstig vergrijp hebben schuldig gemaakt, zelfs die gebouwen van wetenschap en kunst aan de woede der overwinnaars worden opgeofferd, waaraan we boven in de eerste plaats dachten, schrijvend, dat de universiteitßstad Leuven aan de geheele beschaafde menschheid toebehoorde? Vooreerst bad men daar het prachtige raadhuis. De laat-Gothische stijl deed denken aan dat van Brussel. Ook bevatte het schilderijen van klassieke meesters. Tusschen 1447 en 1463 werd het door Layens gebouwd. De gothiscbe Pieterskerk is van de duar aanwezige kerken de schoonste. Men vindt daar heerlijk oud beeldhouwwerk en schilderijen. En dan bezat de stad de wereldberoemde universiteit. Gedurende de laatste tientallen jaren was dit een bijzondere katholieke hoogeschool. De oorspronkelijke werd in 1426 opgericht. De bibliotheek telde meer dan 90.000 boekwerken en 400 kostelijke handschriften. De stad had 43.000 inwoners. Dr. Sarolea, de- correspondent van de >Daily Chronicle", meldt dat de heer Vandergeten, een redacteur van de Antwerpsche •Matin", te Mechelen twee o.erheidspersonen uit Leuven gesproken heeft en volgens dezen is zoowel het schoone Leuvensche stadhuis als de boekerij van de universiteit verwoest. **• Naar het hart van Frankrijk. Het is niet te loochenen: over de geheele N. N. O. linie in Frankrijk zijn de hondgenooten teruggeslagen. De eerste Duitsche berichten, waarin voornamelijk hoog word opgegeven van de nederlaag, den Engelschen ten Noorden van St. Quentin toegebracht mogen overdreven ot opzettelijk niet zeer nauwkeurig zijn geweest, de uitslag is dezelfde. Niet alleen is de aanvallende beweging van Franschen en Britten gestuit maar de invallende Duitschers rukken voorwaarts. De Engelsche hulptroepen hebben daarbij het meest geleden. Kerst werden ze, aldus de ambtelijke Duitsche lezing, verslagen, waarna ze op den linkervleugel werden omgetrokken. Daartegen merkte het Britsche gezantschap in Den Haag op, dat hun leger niet verslagen noch in volhn aftocht is. Het heelt integendeel met gunstig gevolg weerstand geboden aan de overmacht van 5 Duitsche legerkorpsen, 2 divisies ruiterij van de reserve, een korps garde ruiterij en de tweede divisie ruiterij groote verliezen toegebracht. De correspondent van de „Tunes" te Amieus is somber gestemd. In diepe secties, iv liaast gesloten slagorde, rukken de Duilschers vooruil, zonder veel te letten op dekking De Engelsche artillerie heefl herhaaldelijk tange rijen in 't centrum weggeniaaid. Alleen de flanken bleven dan nog over. Maar onmiddellijk kwamen er dubbele rijen manschappen toesnellen over de hoopen lijken heen en herstelden de sectie. Hel kanonvuur der Duitschers had zeer weinig uitwerking, hoewel ze pvei* uitstekende kanonniers beschikken. Ze bezitten veel machinegeweren, die een doodelijke werking hebben. Hun geweervuur is niet schil Lerend, doch hun infaju* 'terie wint door 't getal. Hel is herhaaldelijk tot bajonet-gevechten gekomen. Het Duitsche verkenningssysteem met behulp van vliegtoestellen, Zeppelins en auto's met machinegeweren zit uitstekend in elkaar. Ook de groote bewegelijkheid van de cavalerie heeft lot 't Duilsche succes bijgedragen. De Engelsche troepen hebben Zich weliswaar kranig gehouden, doch er zijn veel meer manschappen noodig Een insluiting van Parijs is niet onmogelijk .doch misschien heeft de weerstand van 't Duitsche leger zijn uiterste grens bereikt. Kitchener en andere Engelsche correspondenten zien den toestand hoopvoller ïn De berichtgever van de ~Daily Telegraph" vernam van ceu huzaar, (tot welk leger deze behoorde, slaat niet vermeld) dat de Duitsche veld-unlform zeer moeilijk te zien is, terwijl de Fransche Ainiform en de (Engelsche) khaki-kleureu zeer afsteken bij het groen van het; Fransche landschap. Een ambtelijke mededeeling, Zaterdag te Parijs uitgegeven, behelst zelfs hoe de Duitschers in de richting van La Före oprukken. Naar men weet behoort die plaats tot de laatste rij versterkingen uit Laon en Reims, die de wegen van den kant van Verdun naar Parrjs beschermen. Nu stuat er wel t-in de richting van", maar in aanmerking genomen, dat het bericht uit Fransche en wel officieele bron afkomstig is evenals het feit, dat de Engelschen zich ten Noorden van St, Quentin hebben tenggetrokken, welke stad weder ten N.N.W. van La Fiire ligt, moet worden aangenomen, dat op dat oogenblik zich tusschen de linie der Duitschers en La Före blijkbaar geen vijandelijke troepenmacht meer bevond. De Fransche militaire overheid zelf trouwens erkende, op dit deel van bet geweldig oorlogstooneel minder gelukkig te zijn geweest. ••• Daaruit volgt, dat de bewoners der republiek meer tevreden kunnen zijn over wat de soldaten elders geleverd hebben. Inderdaad is dit het geval en wel in het 'Ooßten van Frankrijk op de grens van bet Rijksland. In de strook Toul-Epinal bieden hun soldaten hardnekkig tegenstand. Nochtans schijnen de Duitßchers er aan de winnende band. Men weet, hoe tusschen de twee genoemde vestingen zich de zgn. «opening van de Moezel" uitstrekt Daar trachten de Duitschers natuurlijk door te breken, zooals de legers van den kroonprins van Pruisen en den hertog van Wurtemberg de onbeschermde strook der Maas en de onder leiding van von Bulow staande krijgsmacht die der Oise hebben geforceerd. In het oosten worden de Duitsche legers aangevoerd door ■den Beierßchen kroonprins en generaal von Heeringen. We hebben boven enkele kunstmatige bindernissen opgesomd, die de Duitschers op hun marsch naar Parijs zullen te overwinnen hebben. Bovendien heeft men nog natuurlijke, al hebbeu deze niet veel te beduiden. Van de Noordzee tot la Fère stroomt de Somme. Meer Oostwaarts moet de rotswand van Champagne overschieden worden. Deze wordt door de vestingen la Fère en Laon in het Noordelijk gedeelte afgesloten. De van deze „falaise" verheffen zich tot ongeveer 100 M. boven terreinpeil. Men bemerkt dus, erg veel hebben deze hindernissen niet om 't lijf. Trouwens, waar staan de oprukkende Duitschers nog voor. Al kan men er van op aan, dat men in het tamelijk vlakke Noordelijk deel van de republiek zich zoo krachtig mogelijk tegen de indringers te weer zal stellen, wat de genoemde versterkte plaatsen aangaat, kan men over hun weerstandsvermogen moeilijk optimistisch gestemd zijn na de ervaringen door de forten van Luik en Namen tegenover het oppermachtig belegeringsgeschut der Duitschers opgedaan. Maar overigens me.na men nu niet, dat de Duitschers een, twee drie voor Parijs staan. Een officieel communiquó van Zaterdagavond uit Parijs bevatte nog, hit de Franschen ineen veldslag, waaraan vier legerkorpsen deelnamen de Duitschers op Guise hebben teruggeworpen en dat het 10de Duitsche legerkorps evenals de garde aanzienlijke verliezen geleden beeft. Dit Guise ligt Oostelijk van St. Qaentin, iets meer naar het Noorden. Binnen den driehoek St. Quentin-Mëziéresl.eims schijnt (of scheen) een groot deel vnn het Fransche Noord«rle-.er te staan. Tot zoover, wat de krijgs ver richtingen aan of bij de grenzen aangaat. Te Parijs ziet men natuurlijk het gevaar in, al be- Btaat er uiteraard nog geen aanleiding, ■de menschen op een voor de deur staand onheil voor te bereiden. De bladen stellen den toeßtand geruststellend voor, maar de overheid treft voorzorgsmaatregelen. De behoeftige inwoners worden weggevoerd. Een teeken, dat de toestand van het vaderland kritiek begoa te worden, was de grondige wijziging van het ministerie. Men doet dan ook beter, van een nieuw kabinet te spreken. Dit moet eigenlijk als een raad voor de nationale verdediging beschouwd worden. Alb zoodanig bevat bet belangrijke elementen. We denken weer in de eerste plaats aan den Bocialist Juleß Guesde. Deze werd niet met de zorg voor een bepaald departement belust. Wel een bewijs, hoe veel waarde aan zijn deelneming "aan de vergaderingen van den ministerraad werd gehecht. En geen wonder. Doordat deze invloedrijke leider der eigenlijke arbeiderspartij in de republiek zich mede voor het bestuur van d_it rijk gedurende den volgenden tijd verantwoordelijk heeft gesteld, kan het mogelijk zijn, een beweging af te weren, die (men denke aan de Commune van '70!) Jala bet misloopt, zich tegen de peilers van bet biüdig H'aatagezag kan keeren en de.e trachten te vernietigen. Voorts is ook het bevel over de troepen van Parijs in andere handen overgegaan. Tot nu was dit generaal Michel. Aan heel wat vorstelijke bezoekers van de Fransche hoofdstad heeft hij zich gedurende de laatste jaren te midden van een schitterenden staf in die hoedanigheid voorgesteld. Thans heeft bij voor generaal Gallieni plaat-, gemaakt. En deze hee;t gisteren bevolen, dat binnen 4 dagen na afkondiging van dit besluit alle gebouwen gelegen in de gebieden rond de afzonderlijke forten, zoowel nieuwe als oude om Parijs moeten zijn ontruimd en afgebroken. Volgens een telegram uit Berlijn beeft Vrijdag een Zeppelin-kruiser een eerste bezoek aan Parijs gebracht. Dit klinkt even aanmatigend i'ls ongelooflijk. De »Matin" stelt het dan ook heel anders voor. Volgens de lezing van het Parysche blad krijgt het geval iets vermakelijks. Inderdaad is een >Zeppelin" (Zaterdag zou dit gebeurd zijn) te Parijs aangekomen, doch .... het was in een auto, Iv een groote vracht-automobiel waren verschillende stukken geladen van een „Zeppelin", die iv de strtek van Namen omlaag was geschoten, Belgische en Fransche officieren kwamen daarmee aan Later blijkt uit een Reuteibericht, dat een Duitsch vliegtoestel op een hoogte van 2000 meter ïnd idaad over Parijs is gevlogen en gisterochtend een bom naar beneden geworpen heelt. Er is geen _n_.teri.pie schade aangericht. De uitwerking was alleen van moreelen aard. ---