Provinciale Staten. Nieuwe punten. TJitruiniing van de „Plaat," benoorden Grouw. Onder de gewone onderhouds-werken aan kanalen en vaarten was in de vorige winterzitting door Ged. Staten ook aangebracht de uitdieping van de geul van de "Wijde Galle tot de Pikmeer, te Grouw. De Staten waren echter van oordeel, dat het spoedig ondiep worden van die geul — in 1904 was zij nog voor 't laatst onder handen genomen — alleen 'n gevolg is van 't bestaan van de slikbank daarbij. Die slikbank of „Plaat" is bovendien uiterst lastig voor de schipperij, en herhaaldelijk was reeds op wegruiming er van aangedrongen. Steeds was echter de provincie hiertoe ongenegen geweest, omdat de bank 'feitelijk valt buiten het provinciaal vaarwater. "Waar het evenwel moeilijk valt uit te maken, wie wel de eigenaar is van het water buiten de geul, en omdat blijkt dat de provincie de schade ondervindt van het aanwezig zijn der plaat, besloten de Staten, Gedeputeerden uit te noodigen een onderzoek in te stellen, en nadere voorsteUen te doen. De hoofdingenieur adviseerde om in dit geval wel van provineiewege tot de wegruiming over te gaan. De kosten zouden zijn: wegruiming der plaat f 3605, uitdieping der geulen f 1120. Daarop hebben Ged. zich tot de gemeente Idaarderadeel gewend om een subsidie van 25 %. of f 900. Daarop is nog geen antwoord ontvangen. Toch blijven Ged. vasthouden aan hun meening, dat hierbij het provinciaal belang niet ln die mate is betrokken, dat de provincie geheel voor eigen rekening tot wegniiming zou moeten overgaan. De gemeente heeft ook wel degelijk belang bij de wegruiming, getuige de aandrang tot wegruiming door gemeentebestuur en ingezetenen uitgeoefend. Ook in andere gevallen, waarbij het provinciaal belang heel wat meer op den voorgrond trad dan hier, is van gemeentebesturen steun gevraagd en gekregen. Ged. stellen daarom voor, tot de wegruiming der plaat over te gaan, indien de gemeente Idaarderadeel f 900 in de kosten wil bijdragen. (Punt 87.) --- Verharding van den weg door Hollum op Ameland. De zandweg door het dorp Hollum op Ameland, die loopt van de reede tot den hoofdweg over het eiland naar de dorpen Bolium en Nes, zou de gemeente willen verharden, als de jjrovincie en het rijk subsidie verleenen. Van de provincie is 'n derde der kosten van f 6675, dus f 2225 gevraagd. De weg zal dan een breedte krijgen van 3.50 M. Ged. Staten zijn het verzoek wel genegen. De financieele toestand der gemeente maakt steun wenschelijk. Voorstel dus toewijzend. (Punt 88.) --- Rapporten. Punt 69. Het commissierapport der heeren P. G. Halbertsma, T. Nauta, D. W. de Vries, R. S. H. Visser en K. de Jong, omtrent de voorgestelde subsidie van f 75 aan de vereen. „Dockumer Middenstand," luidt overeenkomstig het voorstel van Gedeputeerden. --- EERSTE KAMER. Bescherming trekhonden In zijne nota naar aanleiding van het eindverslag der commissie van rapporteurs over het ontwerp van wet, houdende wettelijke bepalingen betreffende de bescherming van trekhonden, zegt de minister 0.a.: Tk zal het beweren, dat het gebruiken van honden als trekdieren meestal geschiedt door lieden, wier zedelijk peil niet hoog staat, niet gaarne voor mijne rekening nemen. Ik ben integendeel overtuigd, dat in den regel slechte behandeling veeleer te wijten is aan sleur dan onnadenkendheid en aan onbekendheid met de middelen, welke hinder voor den trekhond doeltreffend kunnen ondervangen. Dat de zaak bij dit ontwerp niet voldoende zou geregeld zijn, kan niet worden toegegeven. De gemeentebesturen behouden volle vrijheid om het verkeer te regelen en alzoo het gebruik van trekhonden op bepaalde wegen te verbieden. De door die besturen te stellen voorschriften-behooren intusschen uitsluitend tér wille van het verkeer te worden uitgevaardigd, en mogen niet klaarblijkelijk strekken om — terwijl wet en algemeene maatregel van bestuarr uniformiteit beoogen — eischen te stellen of faciliteiten te verleenen, die hun grond alleen vinden in het gezicht van bet plaatselijk bestuur, met betrekking tot hetgeen al dan niet raadzaam is te achten ter bescherming van den hond of wel met betrekking tot al dan niet vermeende bezwaren, in het algemeen aan het gebruik van trekhonden verbonden. --- TUINBOUW. Hoewel de werkzaamheden in onzen bloemenen groententuin zich in deze maand hoofdzakelijk bepalen tot het gewone onderhoud, behoeven we nog niet op de lauweren te rusten; het weer werkt ten opzichte van 't schoonhouden van paden en plantbedden niet mee. De regen toch doet elk grasje, dat bij 't harken blijft liggen, weer groeien, zoodat we spoediger dan anders 't geval zou zijn, het schoffelen moeten herhalen, 't Beste doet men door 't onkruid met wortel en al uit te wieden en in 'n bijstaand mandje te werpen; men ia dan zekerder van zijn werk. Niettemin doet de regen in andere opzichten veel goed. De grasvelden, vooral de pas aangelegde, treffen het bijzonder. Men doet goed deze met de iels en niet met de machine kort te houden. De wieltjes van deze" laatste laten veelal sporen achter, terwijl veel gras wordt uitgetrokken inplaats van afgemaaid. Op hooger gelegen gronden komt de zomerbloemkool, welke aanvankelijk weinig goeds beloofde wegens de aanhoudende droogte, nog goed tot haar recht. Men vergete vooral niet de uitgeplante kool eens flink te mesten met beer of verdunden koernest. Hiervoor make men putjes tusschen de planten en schoffele deze later weer dicht. Voor deze zelfde bewerking komen bessen en frambozen in aanmerking, daar deze gewassen ondiep wortelen en dankbaar zijn voor vloei - mest. Van de laatste snijdt men direct na 't plukken de afgedragen vruchttakken af; om de nieuwe spruiten meer plaats en licht te geven, en om de frambozekever (de oorzaak van de maden of rupsjes in de frambozen) geen gelegenheid te geven te overwinteren. TJtrechtscho uien (St. Jans-uitjes) kunnen opgenomen en ingemaakt worden. Gewoonlijk doet men dit rauw in azijn. Voor inmaak in glazen hebben we thans doperwten, peulen, rabarber, postelein, bloemkool, capuceiners.-tuinboonen enz. 't Meest geschikte toestel, is het zoogen. „Weeks" toestel, uitvinding van D. de Clerque van Bloemendaal. De groenten worden dan uiterst hygiënisch behandeld en kunnen jaren goed blijven. Wanneer men een toestel aanschaft, vrage men vooral een brochure betreffende de inmaak, daar deze van de verschillende soorten nog al uiteenloopt en er soms kleinigheden in acht dienen te worden genomen, 't Toestel is betrekkelijk duur, maar kan bij goede behandeling verscheidene jaren mee: Op 't gebied van inmaak Is het zeker 't puikje. Gaarne geef ik hierover nadere inlichtingen. Op plaatsen waar veel kool wordt geteeld, zal men veel- witte vlindertjes zien vliegen, wat op zich zelf een mooier gezicht oplevert dan de gevolgen hiervan. Want deze witte diertjes deponeeren hun eitjes op de koolbladeren, en een zoo goed als opgevreten bloem- of savoyekool zal zelfs een dierenvriend een zuur gezicht doen zetten. Men plaatse tusschen de koolplanten stokken met In petroleum gedrenkte lappen er aan gebonden. De vlinders schijnen niet van de petroleiimlucht te houden. Ook kan men wat hennepzaad strooien. De daaruit voortgekomen planten houden de witte diertjes op een afstand. Boonen en erwten zien we geregeld na of ze wel goed tegen de stokken en rijzen opklimmen. De laatste worden bij het rijzenzetten wat aangeaard, terwijl men met wit sajet het afzakken en neerslaan bij wind en regen tegengaat. Men zaait nog kropsla, zwart Dultsch of Bonte chili bulten, evenals ramenas en radijs. De scheuten van de perziken dienen aangebonden te worden. Waar er te veel bijeen zitten, neme men de zwaarste weg. Bij de vruchten nijpe men wat bladeren weg, opdat ze goed door de zon beschenen kunnen worden. Tijdens aanhoudende droogte verdient het aanbeveling een ring rondom den stam te maken In de aarde en deze vol te gooien met slootvuil. De ondergrond droogt dan minder spoedig uit. Ook de leiboomen, appel en peer en pruim, worden ingenepen. Op eiken vruchtzetel houden we Bruchts 1 scheut, terwijl de rest wordt weggebroken. Dit vergemakkelijkt niet weinig den wintersnoei, en voorkomt tevens, dat het toch overtollige hout met de meeste sappen gaat strijken. De eene scheut nijpen we op 6 bladeren ïh. Uit de uiterste twee oogen zullen nieuwe scheutjes zich ontwikkelen. Gewoonlijk laat men deze hun gang gaan of wel nijpt ze later op twee oogen. Heeft men kale plekken bij weggevallen takken, zoo kunnen soms zware houtscheuten voor plaatsvervangers dienen. Heeft men verloden najaar bladhoopen gemaakt, zoo vergete men niet ze eens flink door te zetten en zoo mogelijk met beer of gier te mengen. De composthoop wordt flink opgezet en eveneens met beer gedrenkt. Vragen op tuinbouwgebied kunnen worden gericht aan 't Bureau van dit blad onder motto KWEEKER. --- Gedenkdag der Inlijving. In ons vorig no., op den gedenkdag, hebben we gememoreerd, dat honderd jarr geleden, den 9 Juli 1810, ons land door Napoleon bij zijn machtig rijk werd ingelijfd. De N. Rt. Gt. deze historische gebeurtenis ook herdenkende, schrijft: Het bedenkelijke van het feit van 1810 is niet zoozeer, dat Nederland voor geweld heeft moeten bukken, als dat het rijp was, om 'geweld te ondergaan. Al zouden zij hebben gekund, wat zouden onze voorouders in 1810 hebben willen verdedigen! Het „vaderlijke erf", de roemruchte Republiek der Zij was reeds gestorven, en Nederlanders zelven hadden gejubeld, toen zij om hals werd geholpen. De zwakke poging in 1803, om buiten den oorlog te blijven, had onmiddellijk het binnenrukken van Fransche troepen ten gevolge gehad, die men niet vermocht te weren. Sedert volgden wij Napoleons systeem, en offerden in onze wetten en decreten gedwee de belangen van den Nederlandschen handel op, omdat wij niet anders konden. In dezen toestand kon de inlijving slechts eene verandering van graad teweeg brengen en niet meer van wezen. Dat het Nederlandsch organisme echter nog gezond genoeg was, om een reflexbeweging te vertoonen, heeft 1813 bewezen. Voorzeker zou dc ontwikkeling die het nationale leven sedert genomen heeft niet zoo betrekkelijk gunstig hebben kunnen wezen, als niet de inlijving ware voorafgegaan. Om onze onafhankelijkheid weder op den vollen prijs te stellen, haddon wij ze eerst geheel moeten verliezen; — dat wij met een schoone lei beginnen konden, badden wij te danken arm hem die de vuile lei had uitgevlakt. Wat stond er eigenlijk op in 1810, waarvan wij het verlies thans bejammeren? Wij kunnen dus de inlijving bij Napoleons Keizerrijk onmogelijk een onverdeeld ongeluk achten. Niet alleen dat de invoering van wetten en bestuursinstellingen, die in de meeste opzichten dc onze ver overtroffen (en die wij toch reeds uit de verte moesten navolgen, zij het op. gebrekkige wijs), ons eene voor het bestaan als modernen Staat onontbeerlijke toerusting kwam geven (wij hadden ze zoo noodig als iemand), — maar het laat zich nauwelijks denken hoe, zonder de inlijving, 1795 onder bevredigende vooruitzichten in 1813 had kunnen overgaan. Een volk kan den .dag, waarop het van do lijst, geschrapt werd, niet vieren. Tn ons geval behoeven wij dien echter ook niet te vloeken. Omdat het éénmaal zoover met ons gekomen is, zijn wij nog niet geoordeeld. Wij zouden het zijn, indien een nieuw buitengewoon gevaar ons niet slechts verraste, maar zonder geloof vond aan ons zelven. "Wij kunnen thans evenmin Dreadnought's bouwen als in 1810 het opnemen tegen de Grande Armee. "Wij kunnen echter steeds opnieuw trachten het hoogste willen waarvoor wij vatbaar zijn in zulke scheppingen uit te drukken, staatkundige, geestelijke, maatschappelijke, dat wrj het op ieder denkbaar oogenblik een grievend, een onduldbaar gemis zouden vinden, dat eigene te verliezen. Als wij dit zelf ernstig genoeg voelen, gevoelt de wereld het verlies tevens, en brengt hare gezamenlijkheid wrdor terecht, wat één tijdelijk oppermachtig lid wellicht togen dat gevoel vergreep. Maar ook dan alleen. --- Scheidsgerecht en oorlog. In Den Haag zijn ze thans aan 't scheidsrechter 't Gaat over de Noord-Atlantische kust visscher ij en. Er is daarover kwestie gerezen tusschen Engeland en Amerika. De advocaat van Engeland heeft 32 uur gepleit. , En die van Amerika maakt het vooral met korter, zegt de residentie-briefschrrjver in De Standaard. Want, zegt hij, toen ik eens kwam luisteren, vond ik hem aan het woord, en toen ik een week later nog eens kwam luisteren, vond ik hem nog aan het woord. En wat 'n discussie! Het hangt van technische uiteenzettingen en van beroepen op verdragen, reglementen, verslagen van oonferenties, brieven en ik weet niet wat al meer aan elkaar, zoo dat men ervan gaat duizelen. Ik behoef overigens niet te zeggen, dat de advocaten, die elkaar met citaten moeten bestrijden, heele bibliotheken Rebben meegebracht. En om die bibliotheken en de daarin vervatte wijsheid te kunnen exploiteeren, hebben ze ook tal van secretarissen meegebracht, zoodat ge behalve de tafel van het tribunaal en de tafeltjes van deszelfs secretarissen, stenografen enz., nog vier lange tafels ziet, waaromheen rijen mannen met bmtenlandsche, echte Engelsche en Amenkaansche gezichten. Meer hij den ingang ziet ge rijen stoelen met keurige geborduurde wapens op de rugleuningen. Dat zijn de stoelen voor de gezanten van de vreemde mogendheden bij ons hof. Alles is in deze rechtzaal voornaam, waardig, geleerd. De onbloedige kryg, die hier met citaten gestreden wordt, is zeer vredig. Maar het is er ook heel gauw— vervelend. Een manoeuvre van de ruiterij op de heide is 'n heel wat mooier en schitterender gezicht. Tk wil daarmee natuurlijk heelemaal niets zeggen ten nadeele van de beslechting van geschillen door arbitrage, 'want wie zou deze methode niet zéér gaarne den oorlog zien verdringen? Ik wil alleen maar hierop komen, dat je vooral geen reclame en propaganda voor de vredesbeweging moet maken door naast elkaar te stellen een foto van een scheidsgerecht en een van een veldslag. Zoo deed men hier in het Haagje. Men verzond en deelde aan schoolkinderen uit een dubbele briefkaart. Op de eene helft stond een kiekje van een scheidsgerecht, waar alles kalm en waardig maar saai en doodsch toeging. Niets dan stoelen op een rij en op die stoelen donker gekleede heeren, die zich blijkbaar omdraaiden om naar meneer den fotograaf te kijken. Op de andere helft woest over het slagveld rennende paarden, waaraan alle zenuwen gespannen zijn, gelijk aan de lichamen der ruiters, die, voorovergebogen over de koppen der paarden, de teugels vierend, denkend aau niets anders dan dat eene-- den vijand! En wat deden de schooljongen? "Wel, ze vonden den veldslag zóó mooi afgebeeld, dat ze de helft van de kaart, die de foto van het scheidsgerecht bevatte, er af scheurden en weggooiden en de andere helft, die met den veldslag, secuur bewaarden. Sinds de heeren en dames van de vredesbeweging daarachter zijn gekomen, geven ze de verkeerd werkende propagandakaart niet meer uit! --- Ingezonden. Nogmaals Sanatorium „Herema. State.” Zooals reeds bekend gemaakt is, heeft het Hoofdbestuur in _ zijn laatste vergadering besloten, het Sanatorium 1 Sept. a.s. te openen, en verder om het tot dien datum voor belangstellenden ter bezichtiging open te stellen. 't Is In onze dagen van tochtjes maken per fiets en ook door een geschikte tramverbinding zoo gemakkelijk te bereiken. Wij hopen dat velen van deze uitnoodiging geiVruik zullen maken. En als men te Joure is, waar aan het eind van het dorp de oprijlaan zich uitstrekt, stil en statig, als in vorstelijke gratie — dan staat daar nu het — óns Sanatorium! Herema State is geen „buiten" meer, 't is nu eene inrichting tot genezing van beginnende Vorst- Hjders, geheel gereed om in gebruik gesteld te worden. Er moet alleen nog bedrijfskapitaal komen. Daarom heeft het Hoofdbestuur de loterij georganiseerd, waarvan de netto opbrengst geheel en alleen ten goede van het exploitatiefonds komt. Nog eenig geld, nog wat guldens met kans op winst van schitterende prijzen en men kan de exploitatie met gerust hart aanvangen. Wat is er dan veel volhardende moeite beloond, wat kunnen wij Friezen dan met innige voldoening opzien naar dat werk van menschenliefde naar Herema State, ö n b volkssanatorium. Welaan dan Friezen en anderen, die nog hart hebben voor Uwe medeminschen: Koopt loten of tracht met al Uw krachten, er zooveel mogelijk te plaatsen en steunt alzoo het Hoofdbestuur in zijn taai volgehouden strijd. Mochten er onder U principieële bezwaren hebben tegen loten, laten ze dan hunne bijdrage zenden aan den Penningmeester, den Heer T. C. Marcus te Leeuwarden, of aan een der andere höofdbcstuursleden, die ze volgaarne in ontvangst zullen nemen. Joure, Juli 1910. Dr. P. J. SLTJUTER. --- PERSNIEUWS. De Gedcpnteerden-verkiezing in Friesland. Het a. r. Friesch Dgbl. geeft er eene beschouwing over en het haalt uit het verloop van deze verkiezing de volgende moraal, „niet alleen voor Friesland, doch voor 't gansche volk van belang," naar het zegt. „Het Friesche geval typeert. Zonder de sociaal-democratie is het liberalisme wëg. Gaat het steeds dieper den put in. Heeft het niets te zeggen. Die toestand is onhoudbaar. Dat kän de eens zoo machtige liberale partij niet hebben. Ze hunkert naar de macht. En — desnoods nog ecu paar lessen als ze in Friesland kreeg — straks is ze murw genoeg om toe te slaan als de R. JD. A. P. de hand uitsteekt en dan in vrede de macht met haar maar todcelen. 'n Half ei is beter dan een ledige dop. Al krijgt de S. D. A. P. dan de andere helft. Daar móét het toe komen. 't Kan niet achterblijven. De eenige vraag, die nog open blijft is deze: hoe lang het duren zal en hoeveel lessen er noodig zijn eer het liberalisme 't aceoord met de sociaal-democratie treffen wil. Een kwestie slechts van tijd. Niet van beginsel." • • » --- De toekomst der liberale beginselen. Het Handelsblad opent een artikelenreeks over: „De toekomst van de liberale beginselen" met eene bespreking van de tegenwoordig zoo dikwijls gehoorde verzekering: met de liberale partij is 't gedaan. „Het „trieste verval" van het „treurig overschot" heeft de zwarte en roode groepen met onheilig leedvermaak vervuld", zegt het blad. En onverklaarbaar Is het niet, zoo vervolgt het, dat zij hun lugube:-e juichkreten hebben aangeheven. Hoe krachtig en machtig zouden de politieke christenen niet staan, konden zij slechts tegenover zich alleen bestrijders hebben, wrer denkbeelden op economisch en sociaal gebied door vde overgroote meerderheid der ontwikkelde Nederla iders veroordeeld worden... indien zij slechts tegenstanders overhielden, die — dc ondervinding heeft het overal geleerd ■— de regeering niet kunnen aanvaarden zonder hun beginselen te verloochenen, zonder te weigeren hun theorieën in practijk te brengen. Hoe krachtig tevens zouden de sociaal-democraten staan, indien de eenige mogelijke regeerings-meerderheid steeds zou bestaan uit hen, die tegenover de revolutie hun kerk stel- lende, de tweeslachtigheid en oneerlijkheid vertodnen, onafscheidbaar steeds verbonden aan het in den strijd om politieke macht gebruiken en dus misbruiken, van een geloofsbelijdenis, van de macht der kerken. Zeker, zoowei de sociaal-democraten als de gecoaliseerde kerkelijken zouden reden tot Juichen hebben, indien waar was, wat de winnende partijen in den lande met vreugde uttgekraaid hebben: het spoedig overlijden van het liberalisme in Nederland. Maar is dat overlijden nabij of waarschian- nJk? - n„ Het aantal stemmen op liberalen van alle schakeeringen uitgebracht, is steeds dalende, het aantal vertegenwoordigende lichamen gaat steeds achteruit. Maar daaruit het gevolg te trekken, dat die vermindering za voortgaan, dat binnen afzienbaren tijd geen kentering te verwachten is, kan allerminst gerechtvaardigd genoemd worden. --- De Borromeus-encycliek. De Staatscourant bevat de volgende mededeeling: „De zaakgelastigde van den IToiligen Stoel te 's-Gravenhage heeft den 6den Juli j.l. in opdracht van den kardinaal-staatssecretaris, uit naam van Z. 11. den Paus aan den minister van Buitenlandsche Zaken medegedeeld, met verzoek zulks ter hooge kennis van TJ. M. dc Koningin t Berend — das 't mooiste en 't beste van de reize!" _ J Wij zeen niks meer — wij wassen te bliede te praoten. ,ef Maor toe wij te bedde wassen en alles duus was, zee Jaaije: „Berend, al je in de Decem» maond nao 't Hoogeveene riedt, mus ie veur ï driks zwaoger een mudde of viere eerpels me( men en doen die op de trein, franko in hoes. „En ook een schlnke, vaoder!" ruep Geer niet sluep, maor met de allosle-kette spSmoe(jef „Dat zak doen, Geert!" zee ik en zien lusterde mij in 't oor: „daor zit Godda goeije aord in 't jongien!" slarö Toe drukte ze mij de haand en zee'ter"in wal!" en een gelukkiger paor sluep Landschap van Drenthe Riet, i ---