De deelneming van de S.D.A.P. aan de regeering. De algemeene raad nit N.V.V. en S.D.A.P. heeft Dinsdag beraadslaagd over het voorstel van de beide Kamerfracties der S.D.A.P. en van het partijbestuur, om in te gaan op het aanbod van den heer De Geer om de S.D.AP door de heeren Albarda en Van den Tempel in het Kabinet te doen vertegenwoordigen. Aan den partijraad werd met algemeene stemmen geadviseerd tot toetreding te toachtigen. .... , . De Parturaad heeft vervolgens met op 'fién na algemeene stemmen het volgende Voorstel aangenomen: ie Partijraad besluit de partijgenooten en Van den Tempel te machtigen, De *? 'reden tot het kabinet door den heer Geer te vormen." --- EEN VERKLARING VAN DEN HEER DE GEER. Het A.N.P. heeft den Kabinetsformateur *®Vraagd, of het voornemen bestaat, in de Ka*n6r een regeeringsverklaring af te leggen. De heer De Geer heeft deze vraag ontken°end beantwoord. Aangaande de plannen voor de toekomst Reende hij zich op dit oogenblik te moeten £epalen tot de verklaring, dat de zelfetandig- zooals die tot dusver door ons land gevoerd is, onder het nieuwe Kabinet yolledig en onverzwakt zal worden gehandhaafd. --- DEPARTEMENT VAN ALG. ZAKEN. jNaar de „Nederlander verneemt, zal het j-tepartement van Algemeene Zaken ophouden te bestaan. Zooals men weet, heeft Jhr. mr. D. J. de Geer deze portefeuille ,»ad interim" onder "in beheer genomen. --- NIEUWE KAMERLEDEN. In de plaats van de heeren Albarda en Van den Tempel, die tot ministers zijn benoemd, zullen thans tot leden van de Tweede Kamer worden benoemd de heeren J. Bomftier, secr. van den Nat. Woningraad, en B. C. Franke. In de plaats van het Tweede Kamer-lid Jhr. mr. De Geer, deti nieuwen minister- President, komt vermoedelijk de heer W. J. A. C. Bins, burgemeester van Weesperkarspel. * * • --- Bestrijding der iepziekte. In het aanstaande seizoen zal de bestrijding van de iepziekte met kracht worden voortgezet, heeft de minister van economische zaken aan de gemeentebesturen meegedeeld, en wel in die giebieden, waar de iep zoowel uit economisch als uit landschappelijk oogpunt van groote beteekenis is. In verband hiermede zal in de overige gebieden de opsporing van doode en voor de verspreiding van de iepziekte of vermeerdering van de iepenspintkevers gevaar opleverende iepen van regëeringswege niet stelselmatig plaats heflblben. De iepen, welke daarvoor in aanmerking komen, dienen uiterlijk eind Maart 1940 geveld te zijn en de 6chors onschadelijk gemaakt. op een proefschrift getiteld „Het Heimstattenrecht", Van 1911 tot 1914 was hij gevestigd als advocaat en procureur te Leiden, van 1914 tot 1930 te Sneek. In dat jaar werd hij benoemd tot hoogleeraar in de rechtswetenschappen aan de Vrije Universiteit. Van 1920 tot 1930 maakte hij deel uit van de Gedeputeerde Staten van Friesland. Prof. Gerbrandy is voorzitter van de Radioraad, waarvan hij sinds 1937 deel uit maakt. Hij is voorts sinds 1937 voorzitter van de radio-omroepcontrole-commissie, van de algemeene programma-commissie, van de Indië-programma-commissie, als opvolger van minister Van Boeyen. Ook van de raad van beheer van de Nozema en van de bakkerijstichting, is prof. Gerbrandy voorzitter. Prof. Gerbrandy is aangesloten bij de a.r.-partij. Van zijn hand is verschenen o.m. „De strijd voor nieuwe maatschappij vormen." Kleine geschriften over de schoolstrijd, de collectieve arbeidsovereenkomst, het religieus-socialisme en het radiorecht. Prof. Gerbrandy was voorzitter van de bakkerijcentrale sinds de oprichting op 28 October 1935. Er verscheen nog een boek van zijn hand, getiteld „Het vraagstuk van den radio-omroep." --- DR. J. VAN DEN TEMPEL. Dr. J. van den Tempel, geboren 1 Augustus 1877 te Willemstad (N.-Br.) ving zijn loopbaan aan als echildersgezel te Amsterdam. In 1906 werd hij secretaris van het Nederlandsen Verhond van Vakvereenigingen, welke functie hij tot 1918 bleef vervullen. Inmiddels had hij in 1911 de akte M.O. Staathuishoudkunde en Statistiek en in 1913 de akte M.O. Staatsinrichting weten te behalen. Tot lid van de Tweede Kamer werd hij als vertegenwoordiger der S.D.A.P. in November 1915 gekozen en hij ie dit tot nu toe onafgebroken gebleven. In 1921 ging de heer Van den Tempel da colleges aan de Nederlandsche Hoogeschool te Rotterdam volgen, waaraan hij in 1927 cum laude promoveerde tot doctor in de handelswetenschap, op proefschrift: „Macht en economische wet". Dr. Van den Tempel wae van 1910—1919 en van 1927—1932 lid van de Ameterdameche gemeenteraad en had tevens een aantal jaren zitting in de Provinciale Staten van Voorts ie hij lid van de Hooge Raad van Arbeid. Behalve de genoemde dissertatie verschenen van zijn hand de volgende publicaties: „De Nederlandsche vakbeweging en haar toekomst" (1919), „Kapitaal en volkeinkomen" (1920), „Problemen der socialisatie" (1925), een roman „Jacqueline Vrijlieff" (1931) en „De wereld in etormtij". Onderzoek naar oorzaken, zin en verloop van de economische en maatschappelijke spanningen" (1939). --- PROF. MR. P.S. GERBRANDY. Prof. Mr. Pieter Sjoerds Gerbrandy werd 13 April 1885 te Goëngamieden geboren. Hij doorliep de Christelijke Normaalschool te Sneek en het Geref. Gymnasium te Zetten, waarna hij zich in 1904 als student aan de Vrije Universiteit liet inschrijven. In 1911 promoveerde hij in de rechtswetenschappen --- H. VAN BOEYEN. ö*nia van Boeyen, minister van Bin- Vjer^ndscihe Zaken, was dit eveneene in het hij v?_en. vijfde kabinet-Colijn. Voordien wae yan de radio-raad, de. radioomroepcontrölecommissie, de algemeene radio-programma en de Indië-programmacommissie. In het jaar 1889 werd de heer Hendrik van Boeyen te Putten geboren. Zijn ambtelijke loopbaan ving hij aan op de provinciale griffie" van Gelderland. In 1915 ging hij over naar het departement van waterstaat, waar hij in vijf jaar tijde de rangen doorliep van adjunct-commies tot referendaris. Sinds 1919 was hij tevens wethouder van de gemeente Voorburg, toen hij — na in 1923 tot lid van do Provinciale Staten te zijn gekozen — in 1925 tot lid van Gedeputeerde Staten dezer provincie werd benoemd. --- CH. J.I.M. WELTER. De heer Charles Joseph Ignace Marie Welter werd 6 April 1880 te Den Haag geboren. Na de H.8.5.-jaren volgde de studie aan de Indische instelling te Delft en toen ook deze jaren met goed succes verloopen waren, begaf de heer Welter zich naar Ned.- Indië, waar hij spoedig in dienst van het gouvernement trad. 3 November 1924 volgde zijn benoeming tot lid van de raad van Ned.-Indië, het hoogste bestuurscollege in Insulinde. Deze post moest hij echter spoedig weer verlaten, doordat de heer Welter op 26 September 1925 door H. M. de Koningin tot minister van Koloniën werd benoemd in het ministerie-Colijn. Zijn ministerschap was echter van korte duur, doordat het ministerie-Colijn 8 Maart 1926 aftrad in verband, met de aanneming van het amendement- Kersten betreffende de opheffing van het gezantschap bij het Vaticaan. In 1926 werd hij opnieuw benoemd tot lid van de Raad. van Ned.-Indië. In September 1929 werd de heer Welte-/, als opvolger van den heer K. F. Creutzberg, benoemd tot vice-president van de Raad van Ned.-Indië, welk ambt hij bekleedde tot 1931. Hierna repatrieerde hij naar Nederland. Hij bleef zich bewegen in het openbare leven. Hij was voorzitter van de Staatscommissie voor verlaging van de regeeringsuitgaven, de bezuinigingscommisie-Welter. In 1933 werd de heer Welter benoemd tot voorzitter van de ondernemersraad voor Ned.-Indië. De heer Welter was minister van Koloniën in het vierde kabinet-Colijn van 1937--1939. * * * --- Het pensioen der afgetreden ministers. De ministers van het vijfde kabinet-Colijn die gisteren op de meest eervolle wijze zijn ontslagen, zijn op 25 Juli beëedigd en zijn dus 17 dagen in functie geweest. Hiervoor hebben zij recht op pensioen, doch slechts voor die 17 dagen. Volgens art. 68 van de Pensioenwet bedraagt het pensioen voor een gewezen minister „voor ieder dienstjaar als zoodanig 1/12 van zijn grondslag als zoodanig", dat wil dus zeggen een twaalfde van f 13.680 — het netto ministerstractement per jaar — of f 1140. De nu afgetreden ministers hebben derhalve recht op een pensioen van 17/30 van 1/12 van een jaar pensioen, uitmakend de somma van f 53.83 of, afgerond krachtens art. 72, f 54. De Tel. spreekt in dit verband van een sigarenduit. Het onlangs in de pers opgenomen bericht hierover blijkt dus onjuist te zijn geweest. --- „Een sterk kabinet”. „De Nederlander" c.-h.) "constateert, dat het landsbelang heeft gezegevierd over de partij-politiek en merkt op, dat het nieuwe kabinet aan alle stroomingen volledig recht doet. „Door het slagen van deze formatie is ook aan het parlementaire regeeringsstelsel een groote dienst bewezen. Bet laatste kabinet-Colijn voldeed in zijn samenstelling in geen en deele aan den primairen eiech van dat stelsel, dat het Kabinet in overeenstemming zal zijn met de gevoelens ten aanzien van de te voeren politiek, die in de meerderheid der volksvertegenwoordiging leven. Dit feit kan — al handhaaft men zijn bezwaren tegen het wegstemmen van dat Kabinet zonder zijn daden af te wachten — zonder meer worden geconstateerd. Het ministerie-De Geer zet op dit punt de zaken weer recht. Het is zonder twijfel een Kabinet, dat volledig past bij de Nederlandsche volksvertegenwoordiging in haar huidige samenstelling. En dat is, juist in dezen tijd, van moeilijk te onderschatten beteekenis". Wat het optreden van twee soc.-dem. ministens betreft, zegt het blad: „Wij zijn van oordeel, dat de tijd voor opname van sociaal-democraten in het ministerie thans inderdaad rijp was. Het was ten slotte geen gezonde verhouding, dat een partij, die bijna een kwart van het Nederlandsehe volk achter zich heeft, permanent in de oppositie bleef verkeeren. Terwijl bovendien de geheele ontwikkeling èn op economisch èn op sociaal gebied — naast de herziening van bepaalde opvattingen binnen de S.D.A.P. — welhaast tot de noodzakelijkheid leidde B'eze groep te betrekken in den strijd om ons volksbestaan. In breede kringen werd dit steeds meer ingezien. Wij herinneren aan dr. Colijm's poging om in een bespreking met zes fractieleiders — onder wie ook ir. Albarda — te komen tot een breede-baeis-kabinet, waarin ook de sociaal-democraten zouden zijn vertegenwoordigd. Dat jhr. De Geer er thans im is geslaagd zioh de medewerking te verschaffen van twee bekwame, onafhankelijk denkende sociaal-democraten, verschaft niet alleen zijn Kabinet een te hechteren grondslag in ons volksleven, maar is ook voor een normale ontwikkeling en uitgroei van dat volksleven van de grootste beteekenis". • •* --- Tandarts EKKENS, Heerenveen tot 28 Augustus afwezig. Spoedgevallen: Tandartsen SCHOUSTRA en BUURMA. in _ VACANTIE 14 -15 en 16 Augustus Schoenhandel H. STEENWIJK REPARATIE gaat gewoon door --- ■ t VACANTIE 1939 \,\|| Garantie voor 'n 100/vacantie? Rook CHIEF WHlP—bij gezonde ontspanning de beste sigaret voor Uw gezondheid l CHIEF WHIP --- DE KABINETSCRISIS OPGELOST. Jhr. De Geer heeft een nieuw Kabinet gevormd. Gelijk wij in ons no. van Woensdag nog hebben meegedeeld, is Jhr. mr. D. J. de Geer er in geslaagd een Kabinet te vormen. In een deel der oplage konden we nog de samenstelling van het Kabinet vermelden. De Kabinetsformateur heeft de volgende ministers aan Hare Majesteit voorgedragen: Buitenlandsche Zaken: mr. E. N. van Kleffens, chef der afdeeling diplomatieke zaken, van het departement van Buitenlandsche Zaken (vrijz.); Justitie: dr. P. S. Gerbrandy, hoogleeraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam (anti-rev.); Binnenlandschè Zaken: H. van Boeyen, minister van Binnenlandschè Zaken .(chr.-hist.); Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen: G. Bolkestein, oud-inspecteur yan het middelbaar onderwijs (vrijz.-dem.); Financiën en Algemeene Zaken ad interim: minister van Staat jhr. mr, D. J. de Geer, lid van de Tweede Kamer (chr.-hist.); Defensie: luit.-kol. van den generalen «taf A. Q. H. Dijxhoorn (kleurloos); Waterstaat: ir. J. W. Albarda, lid yan de Tweede Kamer (s.d.a.p.); Econ. Zaken: mr. M. P. L. Steenberghe, oud-minister van Econ. Zaken (r.k.); Sociale Zaken: dr. J. van den Tempel, lid van de Tweede Kamer (s.d.a.p.); Koloniën: Ch. J. I. M. Welter, oudminister van Koloniën (roomsch-kath.). --- De Vrijz. Democraten en het kabinet. „Het Volk" bevat de volgende verklaring van den heer Joekes, voorzitter der vrijz.-dem. Tweede Kamerfractie: „Van den aanvang af hebben wij, vrijzinnig democraten, onze medewerking gegeven aan de kabinetsformatie van den heer 'De Geer. Bij het zoeken naar de beste bezetting voor de verschillende departementen is het zoo geloopen, dat tenslotte het departement van Onderwijs gekomen is aan een vrijzinnig-democraat. Het verheugt mij, dat voor dezen post een zoo voortreffelijk en deskundig man is gevonden: de heer Bolkestein." --- De Nieuwe Ministers. IR.J.W. ALBARDA. Ir. Johan Willem Albarda werd op 5 Juni J 877 te Leeuwarden geboren. Na de vijfjarige jI-B.S. in zijn geboortestad te hebben afgelopen, bezocht hij de toenmalige Polytechnische school te Delft, die hij in 1903 als Werktuigkundig ingenieur verliet. In 1911 erd ir. Albarda benoemd tot directeur van *J 6 Gemeentelijke Arbeidsbeurs te Ameter- Jpm, nadat hij van 1903 tot 1905 leeraar in 6 wie- en natuurkunde was geweest aan ?e H.B.S. te Almelo en van 1905 tot 1911 ®eraar in de wis- en werktuigkunde te 8 Gravenhage. In 1913 werd ir. Albarda voor de S.D.A.P. jpkozen als lid van de Tweede Kamer. Voor partij had hij van 1915 tot 1927 zit- U>n 'n **6 Haagsche gemeenteraad; van 1917 jj. 1923 wae hij wethouder van Onderwijs van t * gemeente. Hij was lid van de Prov. Sta- Si" van Zuid-Holland van 1916 tot 1919. d 6 1® 1925 is de heer Albarda voorzitter van oDv ,'D.A.P.-fractie der Tweede Kamer als f voiger van mr. P. J. Troelstra. --- MR. E.N. VAN KLEFFENS. Mr. E. N. van Kleffens werd geboren te Heerenveen, waar zijn vader destijds officier van Justitie was, op 17 Nov. 1894. Hij bezocht de gymnasia te Groningen en te 's Gravenhage, waarna hij aan de Rijksuniversiteit te Leiden rechten studeerde. In 1918 promoveerde hij op een proefschrift over de internationaal-rechterlijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan van 1605 tot de huidige tijd. Van 1919 tot 1920 was hij verbonden aan het Volkenbondssecretariaat, van 1921—1922 bij het secretariaat van de directie van de Koninklijke Shell-groep te Londen. Sinds 1922 is hij werkzaam bij het departement van buitenlandsche zaken, eerst als souschef van de afdeeling juridische zaken, daarna, sinds 1927, als souschef van de afdeeling diplomatieke zaken. Sinds 1929 is hij administratief chef van de afdeeling diplomatieke zaken, welke functie hij verwisselde voor die van administrateur bij het departement. In dit jaar werd mr. van Kleffens benoemd tot gezant te Bern. Hij was voorts griffier van het scheidsgerecht voor de interpretatie van het Dawes- en Youngplan, en was adjunct-secretaris-generaal en later secretaris-generaal van het curatorium van de academie voor internationaal recht in het Vredespaleis te 's-Gravenhage. Na hun beëediging ten paleize Soestdijk door H.M. de Koningin poseeren de nieuwe ministers van het kabinet-De Geer voor de fotografen. V.l.n.r. de ministers G. Bolkestein, dr. J. v. d. Tempel, jhr. mr. D. ,T. de Geer, luit.-kol. A. Q. H. Dijxhoorn, Chr J. I. M. Welter. ir. J. W. Albarda, prof. mr. P. g. Gerbrandy. mr. M. P. L. Steenberghe en mr. E. ML v. Kleffens. (De min. van binnenl. zaken, de hr. H. v. Boeyen, was reeds als zoodanig in het vorige kabinet werkzaam en be hoefde niet opnieuw te worden beëedigd.) --- G. BOLKESTEIN. De heer Gerrit Bolkestein werd op 9 Oct. 1871 te Amsterdam geboren. Hij bezocht de kweekschool voor onderwijzers „De Klokkenberg" te Nijmegen. Hij haalde de akte Nederlandsche taal M. O. en heeft ook het candidaatsexamen in de Nederlandsche letteren afgelegd. In 1890 werd de heer Bolkenstein tot onderwijzer te Nijmegen benoemd. Daarna wae hij hoofd van een ulo-school te Rhenen. Leeraar in de Nederlandsche taal en geschiedenis te Nijmegen cm te Amsterdam. In 1912 werd hij directeur van de eerste 3-jarige H. B. S. te Amsterdam en in 1916 directeur van de vijfde H. B. S. met 3-jarige cursus aldaar, doch vier maanden later werd hij inspecteur van het middelbaar onderwijs, in de inspectie van Noord-Holland en Utrecht. Van 1917 tot 1934 is de heer Bolkestein inspecteur van het middelbaar onderwijs geweest, terwijl hij van 1934 tot 1937 de functie van inspecteur der gymnasia en van het middelbaar onderwijs in de vierde inspectie heeft vervuld. Van de hand van den heer Bolkestein verscheen in 1914 een werk getiteld „De voorgeschiedenis van het middelbaar onderwijs". In de loop der jaren publiceerde dp heer Bolkestein, die thans ambteloos in Amsterdam woont, vele artikelen, over onderwijs en buitenlandsche politiek, in „De opbouw", „Gezin en school", „Volksontwikkeling" enz. De heer Bolkestein is vrijzinnig-democraat --- HET NIEUWE KABINET Mini ters op Soestdijk beëedigd. Gistermorgen om 11 uur heeft H.M. de Koningin ten paleize Soestdijk het nieuwe kabinet ontvangen voor de eedsaflegging. Te ongeveer half elf kwamen als eersten aan de heeren P. S. Gerbrandy en H. van Boeyen, vervolgens de kabinetsformateur jhr. mr. D. J. de Geer en de overige leden van het kabinet. De audiëntie duurde ongeveer drie kwartier, waarna de ministers wederom per auto vertrokken. Het Kon. Besluit met hun benoeming is inmiddels in de Staatscourant verschenen. De portefeuilles zijn in den loop van den namiddag overgedragen, behalve die van Buitenlandsche Zaken. De heer Patijn zal heden van zijn vacantie terugkeeren. De scheidende ministers hebben afscheid genomen van hun departementen. Jhr. Mr. D. J. DE GEER, min.-president, Mr. M. P. L. STEENBERGHE. Prof. Mr. P. S. GERBRANDY, CH. J. I. M. WELTER. G. BOLKESTEIN. Ir. J. W. ALBARDA. Mr, E. M. VAN KLEFFENS. H. VAN BOEIJEN. Dr. J. v. d. TEMPEL. Luit.-Kol. A. ft H. DIJXHOORN. --- MR. M.P.L. STEENBERGHE. Mr. Maximilien Paul Leon Steenberghe is op 2 Mei 1899 te Leiden geboren. Hij studeerde aan het gymnasium en de Rijksuniversiteit te Utrecht in de rechten, aan welke universiteit hij in 1920 promoveerde. Op internationaal terrein is mr. Steenberghe zeer dikwijls werkzaam geweest en ook hier werden hem de meest belangrijke opdrachten verleend. In 1923 vaardigde de werkloosheidsraad hem af naar het intern. congres in Luxemburg; in 1925 vertegenwoordigde hij de Nederlandsche werkgevers op het int. werkgeverscongres te Stresa, in 1927 nam hij als vertegenwoordiger der Nederlandsche regeering deel aan de economische conferentie te Genève en in 1928 trad hij op als gedelegeerde der Unie van de Volkenbondsvereeniging op het economisch congres te Praag. Ook heeft mr. Steenberghe een zeer voorname rol gespeeld bij de onderhandelingen over het handelsverdrag Nederland—Duitschland, waaraan hij als regeeringsgedelegeerde heeft deelgenomen. In Juni 1934, toen minister Verschuur om gezondheidsredenen aftrad, werd mr. Steenberghe diens opvolger als minister van Econ. Zaken. In September 1935 evenwel trad hij reeds af wegens verschil van meening inzake het monetaire vraagstuk met Colijn. De heer Steenberghe had vervolgens zitting in het vierde kabinet-Colijn van 1937—: 1939 als minister van economische zaken. --- LUIT.-KOL. A.Q.H. DIJXHOORN. A. Q. H. Dijxhoorn werd in 1889 geboren en trad na de Kon. Mil. Academie te hebben doorloopen op 29 Juli 1911 als tweede luitenant in dienst van het Nederlandsche leger. Hij werd in 1915 bevorderd tot eerste luitenant, in 1927 tot kapitein en in November 1936 tot majoor. Twee jaren later werd de heer Dijxhoorn, die inmiddels was toegevoegd aan den chef van de generale staf, tot de rang van luitenant-kolonel bevorderd en belast met de leiding van het bureau generale staf aan het departement van Defensie. --- Hoe de Pers het Kabinet beoordeelt De pers van alle richtingen levert uit den aard der zaak uitvoerig commentaar op de samenstelling van het tweede kabinet-De Geer. ---