Raad Oldemarkt, 31 Oct. Afgewezen een verzoek van den telefoonhouder A- v. d. Wenden, om een vergoeding *an f M wegens meerdere werkzaamheden tengevolge van den oorlogstoestand. Een verzoek van «enige ingezetenen betreffende samenscholing van jongelieden op «en hoek der. Kruisstraat, gaf aanleiding tot een vrtj uitvoerige discussie. De Voorz. e kennen, dat zoolang de passage niet «estxemd werd en er geen ongeregeldheden Blaats hadden, er weinig tegen te doen is. Daarop werd door den Voorz. gesproken «ver het torsenen van het door hem in beslag ttnanen koren, daar er spoedig ge- Wek soa rogge la. De Voorz. zal trachten vm bewerken, dot de eigenaars, die een aorschmoehrne hebben, eerstdaags hun toren tarveren, de andere eigenaars kunnen Aan geieloeüjk te het vervolg leveren. Tot hoofd der herhalingsschool te Oldesaarkt werd met algemeene stemmen benoemd de heer O. J. Hagens. --- Raad Helumer Oldtphaert c.a., 2 Nov. De voorzitter deelde mede, dat de nieuw benoemde rem.-ontvanger de zekerheidsstelling door middel roai d» daarvoor bestaande vereeniging sou doen plaats heb- Oen, doch dat daarvoor machtiging noodig Ua van den Minister van Blnn. Zaken en dot des» s>og niet Is verleend, te verband waarmede de beéedlging en Installatie van oen gemeente-ontvanger heden nog niet kon plaats hebben. Voorgelezen werd een resolutie van Ged. St, waarbij medegedeeld, dat de verhaal«erordeotoc Tam peueloanbijd ragen von 26 Sept. 1»1« alet toot nadere beslissing vatbaar te omdat de opzet Is geweest om met de geringe vermindering van het verhaal van te koopsommen op de op 1 Oct. 19 IS te dienst der gemeente geweest zijnde, t. w. van 3 fc tot 2 %, opnieuw dH onderwerp bij hun College en desnoodig bij de Kroon aanhangig te maken, terwijl, omdat niet genoegzaam aan hunne bezwaren is tegemoet gekomen, de verordening niet zou kunnen worden goedgekeurd. B. en "W. stellen voor, naar aanleiding van dit besluit, dat intussehen geene beslissing Inhoudt, noch een verdaging van hunne beslissing, een adres om tussehenkonist aan de Kroon te zenden, waarin o. m. wordt opgemerkt, dat nu zoowel het een als hot ander is nagelaten, Ged. Staten met het oog op art. 137 der Gemeentewet geacht moeten worden, he-t raadsbesluit van 27 Sept. 1914 goed te keuren. Na eenigo bespreking werd aldus besloten. In verband met de uitkeering aan Belgische vluchtelingen en den aankoop van rogge voor de gemeente is de gemeenteooting voor 1914 gewijzigd door resp. daarvoor in ontvang en uitgaaf te bregen f 1.400 en f 5000. --- Een den-daagsen tochtje door België. Maastricht te Leuven. plaatsje Herent. XV. (Slot.) In 't vorig stuk heb ik meegedeeld, dat ik dan eindelijk de Nederlandsche grens weer had weten te bereiken en dat het me zelfs niet weinig moeite te, tot het eigen vaderland weer te worden toegelaten. Daarop volgde (de laatste 75 regels, beginnende „Met dan begeleidenden soldaat", enz.) een brokstuk, dat daar niet thuis behoorde en er abusief was verzeild geraakt. Ik zal dus den draad maar weer op Bemen bij de Nederlandsche grens. Spoedig was bereikt, 't Zat vol vluchtelingen. Alle fcotei -t. Tk heb in een der grootste hotels ep een zolderkamertje :-n. Hr "t ik den volgen*en ' ttbijt twee kennis**a ent!- ie den lande hunne fier;: Jen aangeboden als vrij- Zij waren van pb»n met hun auto. een è-cy•. 40-paarda Spflker-wagen, eea tochtje door België te maken,°en waar er ruimte te over was in den zfes-pereoons-wagen, ging ik mee. Mijn vori*?e techtgenooten keken vreemd op, toen ze _H op den afgesproken tijd Visé zagen' Monentoffen. Tn Vise hebben wij even halt gehouden NJ de beroemde kerk, waarvan alteen de muren nog staan, gelijk wij reeds vroeger meedeelden. Tegen tweeën bereikten we Luik, waar we het College St. Servais, de academie der Jezuïeten bezochten, thaus ingeri.-ht iet hospitaal, waar vrien 1 en vijand liefderijk werden verpleegd. Pel giseiie doktoren werkten naast Diutsche collega's, en oolc de zusters waren van verschillende nationaliteit. We vervolgden onzen tocht naar Leuven, waar we tegen den schemer binnenreden. We hebben 't er kort gemaakt en konden nog juist voor negenen zonder eenig oponthoud den Hollandschen grenspost weer passeeren. En zoo zaten we wederom in Maastricht en lieten ons een stevig avondmaal voorzetten, dat er goed inviel, omdat er onder v/eg niet veel viel te eten. We wilden geen langen nacht maken, en den volgenden morgen zoo vroeg mogelijk opnieuw België intrekken. Doch onze 6-cylinder had 't anders begrepen en wenschte eerst grondig nagekeken en gesmeerd te worden. Daar gin-r een paar uur mee heen. Voorts kregen we nog eene invitatie om den iniddaglunch in het Jezuïetencollege te gaan gebruiken. We werden daar zeer gastvrij onthaald. *n Krachtige soep, gekookte visch en eenige ■ijzen, op verschillende wijze klaar gemaakt, met greenten, eierkoek en heerlijke vruchten, was het menu, dat ons werd voorgezet, 't Een zoowel als t ander liet zich zeer goed arcaken, en zoo was het reeds weer drie uur, alvorens we den motor konden aanslaan. In Visé zijn we weer bij de kerk afgestapt. We vroegen een paar soldaten, die juist passeerden, toestemming, nog eens achter het altaar te megen zien, teneinde eene herinnering te kunnen meenemen. De seldaten vonden alles geed, en hielpen ons zoeken m wat daar chaotisch dooreen lag, bloot aan wind en weer, vertrapt en verregend, -en zoo kregen we een paar kleedjes en een paar heel eenvoudige, maar wol interessante koperen lantaarnkapjes, reeds vol deuken, en dik beroet. Ze hadden den vorm van een tafelbel. In Luik veiloren we weer een paar uur op de Kommandantur, zoodat de mogelijkheid om dien dag nog tijdig Brussel te bereiken, al uitgesloten was. In Luik te blijven, leek ons ook minder pretüg, omdat daar aan het 7-uur verbod streng de hand werd gehouden en bovendien alle goede hotels door de Duitschers bezet waren. Ook in Leuven viel niet te overnachten. En zoo bleef ons niets anders over, dan St. Thrond of Tirlemont, en werd het eerstgenoemde plaats, waar we voor dien nacht de tenten opsloegen en zeer genoegelijk met den sympalhieken en gemüihlichen commandant den avond verder doorbrachten. 's Anderen morgens waren w© al vroegtijdig weer reisvaardig en tegen nogenen kwamen we andermaal Waar het rijden in verschillende straten niet mogelijk was, moest de auto gedurende onze bezichtiging ~a\ verwoest Leuven gestald wfirden, Beae garage wa 3 niet te vinden; de auto ergens onbeheerd ta laten staan, wae niet vertrouwd. We besloten de gastvrtjheid ta fs irjep«n van een ziekenhuis ot Roode-ïtrTTtsambulance, en werden teer velwffiend ontvangen ia het groote Höpital St Pierre. We zijn de stad ingegaan en hefithn o.a. rondgezien in de ruïnes der beroemde bibliotheek. Van de indrukwekkende hal, Salie den Pas- on § den werkelijken ©eredienst moeiJJP meer konden gebruikt worden. Dft grepen de heeren ten slotte ook, ho«wel een hunner luide verkondigde, dit meenemen gelijk steld© me* die™~* en ons voor den krijgsraad wenschte gebracht te zien. Toen sprong de officier ons evenwel bfc'; hij zag wel in, dat de meegenomen zaken reeds zoo goed als waardeloos waren en totaal waardeloos* zouden rijm geworden, indien zij nog een paar dagen hadden gelegen, daar* waar wij ze gevonden hadden. Hij vond! het evenwel minder goed, dat wij dergelijke dingen meenamen naar Holland?» en het den burgemeester van het dorpje-j kernen, die in het statiensgebouw in gijzeling zat. Deze kreeg in opdracht défj goederen na den oorlog wederom aai»] het kerkbestuur van Visé te zen.4ejw Bij nader onderzoek zal het den burgemeester echter v/el blijken, dat de kosten van toezending de waarde te boven gaan. Toen een der soldaten ons vroeg, hoe wij zulke bestoven schoenen hadden, oordden we hem, dat wij thans met hem niets meer te maken hadden en alleen verantwoording schuldig waren aan den commandant. Een nieuwe uitbrander volgde. We hadden te antwoorden ieder, die ons wat vroeg. Het slot was dat wij niet mochten passeeren en den goeden raad meekregen: ~so schnell wie möglich heim zu fahron". Dien raad hebben wij maar niet opgevolgd en zijn bij Leuven den weg naar Brussel opgedraaid via Tervueren. Deze weg was vrij; we passeerden geen posten meer. ïn Brussel was de toestand nog niet 3 veranderd. Den „HoUandscben hoek" in Hoi;:! Métropole 'brachten we een paar ■'■ en geïllustreerde bladen, waa onzen landgenooten een grooten dienst bewezen, waarvoor zij ons zeer dankbaar waren. Ze waren nu ai eenige dagen absoluut geïsoleerd ran de buitenwereld, en het oudste nieuws was voor hen nog nieuw genoeg. We vervolgden onzen tocht en stonden fegen middernacht voor de poorten van Charleroi, 9b bekende fabrieksstad met ruim 80000 fewonerp. gelegen midden in het kolenbakken van Zuidelijk België. De stad had zich niet zonder verzet fcvergegeven, en zoo was de lange straat, M» we thans .doorreden, vrijwel aan weerszijden verwoest. Bij de poort liet een burgerwacht ons halt houden. Deze had ter wille van eigen veiligheid der burgerij de bewaking der stad op zich genomen, en zoo surveilleerden zij groepsgewijze door de stad, een witte band met „politie" om den arm. Wij kregen een escorte van twee man mee. Eij het station heerschte groote bedrijvigheid; er werden nieuwe reservetroepen geëxpedieerd naar het slagveld. De strijd om de vesting Maubeuge was in vollen gang. We waren nog ongeveer een 30 K.M. 'daarvan verwijderd en konden zeer duidelijk het doffe gerommel der. kanonnen hooren. Alle hotels en restaurants in de buurt van het station waren nog open, doch enkel voor militairen toegankelijk. Wij trachtten alzoo meer in het centrum der stad enderdak te krijgen, doch overal tevergeefs. De eerste hotels zaten vol met Duitsche officieren, terwijl de mindere tenten eveneens overvuld waren met-ingekwartierde soldaten. Zelfs voor grof geld was geen bed te bezetten. . Twee wegen stonden thans voor ons open. Doorgaan naar Namen of terugkeeren naar Waterloo. Het eerste scheen ons in den nacht ie riskant; we waren thans te dicht bij het werkelijke slagveld gekomen, en het gevaar, door eene nachtpatrouille voor eea spionneerende auto gehouden te worden, leek ons lang niet denkbeeldig. De ons vergezellende burgerwachten dachten erj ook zoo over en begrepen al niet, hoe wij 't avonds zoo laat nog in Charleroi hadden durven komen. Aldus besloten wij tot den terugtocht en zetten onze geleiders weer bij de poort af. Een uurtje later arriveerden wc weer in Waterloo en klopten aan bij een der kleine 1 otels aan den voet van den leeuwenheuvel. We kregen daar gelukkig onderdak; in mijn kamer had twee dagen tevoren nog een Duitsch generaal geslapen. En als deze net zoon goeden nacht heeft gehad als ik, dan heeft hij, tenminste voor dien nacht, niet te klagen gehad. V/ij sliepen alle drie een heel gat in den nieuwen dag en gingen eerst tegen twaalven weer op reis. --- Joure. Een klein zwart poesje trippelde 's avonds tegen elf uur ongeveer over de Midstraat. Verdwaald misschien? Hoe 't zij, enkele voorbijgangers trokken zich 't lot van het diertje aan; althans een hunner nam den kleinen „mlauwer" op en droeg hem mede; totdat Hilbert S., bij het gezelschap behoorende, onverhoeds 't katje in zn vuist greep en 't wel 15 a 20 M. ver op noodeloos wreede wijze over de steenen slingerde. Arm beestje: 't bleef voor dood op straat liggen, en de beide voorpootjes bleken bloedend verwond, zooals de onbez. gë.m.-veldw. v. Duizen constateerde, 't Gebeurde den 27 Sept. Eisch tegen den afwezig gebleven beklaagde, wegens dierenmishandeling, éêne week gevang. --- Appelscha. Zeven turfjes hebben 't Geert gedaan. Den 23 Sept. verstoutte hij zich, een turfhoop van Jan Eleveld met die paar turven te ontlasten, met als gevolg, dat hij van politiewege genoteerd werd. Eisch. wegens diefstal, flO boete, subs. 12 dagen hecht- --- Het raadsel van den f ütaikf f*S *\ wereld-oorlog. / f JkJI f'iA\\ wie wordt J&> Jm lijgpl over- Q-j *>tóm Va #«/tó^ winnaar? (F! . ITV WfJ MèséÊÊA Een onzer /ë Nk L abonnees in X. Duitschland zendt ons <%Pj_is^~> /axw'/s' yV^^V onderstaande krrjgs- //ja' jffljff/ i xL **/ /j/ puzzle, die zeker niet ______ /// //?**( ) //'ê lV onaardig gevonden is, ""ct EiKjeiSChniart - ' Rl/S* ■ en door ons dan ook als zoodanig en als fiJlWir^''""^^^^^^^ winteravond-ontspanning gege-* few \rV mm! If/K/11l I li'///i Door naar binnen vouwen, I^*&flft eerst langs streepje a, dan open IJ jrjffl_*^^'iJl^^^^L*~l vouwen langs 6, weer dicht ,i?) I y vouwen langs e, en open vouwen f S%_W c^S^ langs d, wordt uit de hoofden f . * f4~\ *ulA%i "~—" van de vier bondgenooten het \*yt fcr—® WSr/M/i jli hoofd van den Duitschen Keizer tbST / Xt3fm^yS Dat deze echter inderdaad L I W//J&\ overwinnaar zal worden ? Dat 'éW^^_r%_\K I zal de tijd moeten leeren. Op \ het oogenblik is de krijgskans -wJlffi/ï IV. t^^^^jVgV | * Vranschman --- Op zoek naar haar man. SNEEK. 1 Nov. Vrijdag j.l. werd hier n 't O. B. Weeshuls opgenomen een Belle Jonge vrouw, naar gissing 2 5 ui' -C ~aar, afkomstig uit Seraing bij Luik, wo- Jénde rue "La Paix, aldaar, 't Vrouwtje, lat vloeiend Fransoh spreekt, wa-s Woensdag j.l. met een kennis van haar op reis «siraan naar Amersfoort, waar ieder voor elch haar man zou zoeken, die, zich moes-e» bevinden onder de geïnterneerden in die De kennis vond inderdaad haar echtid, maar Eugien Minet, 7e escadron lei artillerie, was niet ce-i transport krijgsgevangenen weer naar elders vertrokken, misschien wel naar Assen, dacht men. K la bonheur, naar Asen. Maar ook daar men niet in staat de jonge vrouw op '. spoor van haar man te helpen. Waarschijnlijk, zei men, is hij thans te Leeuwarden. Ook daar zocht ze te vergeefs Wel mogelijk is uw man In Gaasterland, ■rerd te Letuwarden gezegd. Zoo kwam de 'rouw Donderdagavond hier, om per boot ie reis naar Baik te vervolgen. Dooh op Donderdagavond vaart de Balkster boot niet. Daar etond ze. Een medelijdend koopriaii, de beer N., bood haar voor den komenden nacht onderdak, van welk aanbod vriendelijk gebruik werd gemaakt. Den volsenden morgen besloot de vrouw, iwerveosmoe, maar naar haar woonplaats ïerug te keeren. Op de stationsstraat vroeg se den beer 3. alhier naar den weg naar het station. Toen de heer het doel van haar reia h*d vernomen, nam hij haar mee naar ien voorzitter van Vreemdelingenverkeer, den heer M. Houwink, die thans ailie moeite >m 't verblijf van Eugien Minet uit te vorschen. Zooals we boven meedeelden, is aan de vrouw intussehen onderdak In het O. B. Weeshuls verleend, te midden van do 24 Vlamingsehe vluchtelingen, met wie ze wegens verschil ren taal bijna geen woord san wlsseltm. --- Rechtbank Heerenveen 29 Oct. Drachten. Een 66-jarige zwerver, geboortig te Drachten, wien reeds meermalen in Veenhuizen onderdak was verschaft, en die zich nog wel tot werken in staat achtte, n.l. Hilbert 8., had den 22 Oct. aan een voorbijganger om een aalmoes gevraagd. Deswege werd tegen hem 4 dagen hecht, en 3 jaar opzending gevorderd, een eisch, waartegen de bekl. „niks te zeggen had". --- Nijehaske. Jacobus van D. zat im den avond van den len Oct. in de herberg van Lammert Woudstra; en hij verveelde en beleedigde 't publiek, vertelde de caféhouder. Eene herhaalde waarschuwing baatte niet, waarom hij ten slotte door den tapper werd verwijderd. Nauwelijks na deze verwijdering de zijdeur gesloten hebbende, hoorde Woudstra een glasruit rinkelen. De oorzaak hiervan was gemakkelijk op to diepen; en 's avonds, toen men reeds te bed lag, verscheen Jacobus andermaal, smalende, of-Ie nou nog eens meer glasruiten zou inslaan. Ditmaal bleef 't bij eene bedreiging. Eisch wegens vernieling: f 10 boete, subs. 20 dagen hecht. --- Duurswoude. De mensch is bijwijlen 'n ~nuver ding", i do Fries pleegt te zeggen. Egbert O. heeft zich vergrepen aan eens anders eigendom; noch armoede, noch andere factoren behoefden hem te leiden tot dit vergrijp; en waarom dan 't feit gepleegd, vraagt ge? De bekl. geeft op dat waarom geen antwoord, wijl 't ook hem zelf eene onoplosbare puzzle schijnt te zijn. Egbert had zich in den vroegen morgen van 8 Sept. naar 't aardappelland van Steven Duursrna begeven, een aldaar half verscholen zijnde griep meegenomen, de letters S. D. er afgekrast, en had vervolgens een dankbaar gebruik gemaakt van 't nieuwe „ark", totdat onbezoldigde Adema het meegevoerde weer kwam opeischen. Zooals gez6gd, wist bekl. geen opheldering te geven van dit feit. Eisch: fl5 boete, subs. 12 dagen hecht. --- Kortezwaag. Nog van te voren had de gam.-veldw. Van Apeldoorn gewaarschuwd: Pas op! Anders loopt 't nog verkeerd met je! Maar Gcsse C, van Jubbega, marcheerde door, alweer naar de kroeg, welke hein, slj 't indirect, min of meer abnormaal had gemaakt. En toen hij andermaal, figuurlijk gesproken, *t hoofd buiten de deur stak, kwam 't tot een treffen met da politie, die hem aanhield, waarbij hij zich op alle mogelijke manieren verzette. Eisch tegen Gosse, die mi juist geen onbekende Is van de politie, wegens wederspannigheid, 2 maanden gevang. Wanneer hij verschenen was ■—■ maar hij was absent gebleven — had Gosse andermaal naar voren moeten treden. Dlenzelfden dag — den 27 Sept. — toen-Ie beschonken langs de straat flaneerde, trok dit natuurlijk de aandacht van de jeugd, die hem, al maar achter hem aanloopend, op allerlei gepaste en ongepaste benamingen tracteerde, wat Gosse kwaad maakte. Hij de belhamels achterna, de klompen uit; en Daniël Kussendrager, die bij de vlucht kwam te struikelen, kreeg een afstraffing. Heel erg aan kwam 't niet, want na de ondergane straf zette Daniël 't nog harder op een loopen. Eisch tegen Gosse, wegens mishandeling, f 15 boete, subs. 30 dagen hecht. --- Joure. 't Was marktdag, en alles zwermde dooreen. Vier paarden stonden onder de hoede van den rijtuigverhuurder Koornstra, en vlak achter de viervoeters stond de wagen van de familie K., vader en zoon, van St.-Johannciga. Daar naderde de tram; de paarden begonnen to steigeren, en aangezien de speelruimte niet bizonder groot mocht heeten, achtte K. Jr. blijkbaar de vrees niet ongewettigd, dat hun wagen in meer 'of mindere mate 't slachtoffer zou worden van de steigering. Hij gaf den rijtuigverhuurder althans te verstaan, wat uit den weg te gaan met zijne paarden; en even daarna onderhaalde hij, volgens Koornstra, den stok, welke neerdaalde op den rug van een der paarden, terwijl ook de rijtuigverhuurder zelf eenigszins, langs een der schouders, kennis maakte met dien stok; maar pijn deed 't niet. Juist had zich dit afgespeeld, toen K. Sr., de vader, zijn misnoegen te kennen gaf, en volgens de getuigen twee stompen uitdeelde, welke Koornstra aan den mond vrij wat pijn veroorzaakten; 't bloed liep er uit. Volgens bokl. was van stompen of stooten geen sprake geweest. Doch de Subst.-Off. eischte niettemin tegen den vader f 10 boete, subs. 20 dagen hecht.; tegen den zoon, bij wien volgens het O. M. geen opzet was gebleken, werd vrijspraak gevorderd. --- Wolvega. Smid Edinga kon 't den laatsten tijd slecht vinden met den persoon van M., die eens een klant van hem was geweest. Den 2len Sept. ontstond tusschen die twee een woordentwist, overgaande ta eene schermutseling, waarbij M., volgens beweren van Edinga, 't mes hanteerde, en hem aan wang en neus verwondde. Edinga van zijn kant duwde zijne tegenpartij van zich af; hij had zich nadien onder behandeling van dokter Van der Sande te stellen, die hem voor twee visites eene rekening presenteerde van f 2.50, welk bedrag de getuige heden als schadevergoeding van den beklaagde terugvorderde. De bekl. ontkende ten stelligste, een mes gebruikt te hebben; en beweerde verder, uit zelfverdediging te zijn opgetreden. Eisch tegen M.: ééne week gevang. --- Appelscha. Achter de woning van de wed. Zwart, in een schuur of loods, wordt, zoolang haar gebruik niet noodig is, eene machine geborgen, 't eigendom zijnde van den aannemer Buurke, en dienstig voor 't steenenvervoer. 't Is een kleine locomotief. Deze machine nu bleek den 13 Sept. vrij ernstig beschadigd te zijn; de oliepot, de manometer, alsmede 't pijlglas waren stuk. En van den dader geen spoor. Wel had de wed. Zwart den arbeider Klaas S., die niet nuchter meer was, in de loods zien gaan, meer wist ze er niet van. Doch later kwam Klaas aan een zijner mede-arbeiders vertellen, op welke wijze hij de machine beschadigd had. Dat beteekende dus eene erkenning. Maar hedenmorgen nam bekl. deze verklaring terug; was niet in de schuur geweest, beweerde hij, en had dus ook de machine niet vernield; had zich toenmaals als dader opgegeven, aileen omreden hij allerwege daarvan verdacht werd. Tegen den bekl., die reeds meermalen Is veroordeeld, luidde de eisch: 2 maanden gevang. . ... --- Drachten. De 19-jarige Roel N., thans sedert bijna een jaar vertoevende in een tuchtschool, was in Sept. 1912 door de Heerenv. rechtbank veroordeeld tot 3 maanden gevang., wegens diefstal van een blokschaaf ten nadeale van S. do Jong, te Drachten. De bekl., hoewel hedenmorgen 't feit erkennende — hij had de schaaf destijds voor 20 ets. verkocht aan E vert Visser, bewerende ze gevonden te hebben op den Hoogenweg — kwam van dat vonnis in verzet. Het O. M. vroeg bevestiging van 't vonnis; verzocht evenwel, den last tot gevangenneming van bekl. te doen vervallen. Het college van regenten toch, zeer tevreden over hem zijnde, heeft op grond daarvan een request om gratie ingediend. Uitspraak Donderdag a.s. --- Een Fleiszige Bertha gesprongen. Volgens een Spaansoh blad is een van de drie 42e.M.-kanonnen, die de Duitschers op hun rechtervleugel gebruiken, gesprongen wat een verschrikkelijke catastrofe heeft veroorzaakt. De kanonniers en 250 andere soldaten, die zich in de nabijheid van het kanon bevonden, werden op verschrikkelijke wijze verminkt en gedood. Verscheidene boerderijen in de nabijheid werden vernield. Het kanon zelf verdween In een groot gat In den grond. Fragmenten van het kanon vlogen ver in het rond en troffen een aantal infanteristen die gewond of gedood werden. Den troepen word onder bedreiging met zware straffen het stilzwijgen over de catastrofe opgelegd. --- Het Lindevraagstuk. Weststellingwerfs Kamerafgevaardigde de heer Hugenholtz, antwoordt in het blad Stellingwerf op het artikel van den heer P. Peereboom, lid van Ged. Staten dezer provincie, in ons blad van 30 Sept. De heer H. zegt 0.a.: „De strekking van mijn gewraakt betoog was, dat sedert 1895 de regeering zich meermalen bereid heeft verklaard de afwatering van de Linde te bevorderen, mits het initiatief daartoe uitging van het in dezen aangewezen gewestelijk bestuur en het onderhoud ten laste van een publiekrechtelijk lichaam, dus ecu waterschap, zou komen. Of op dit oogenblik de gewensehte spoed wordt betracht, heb ik in het midden gelaten; maar dat een belangrijke aangelegenheid voor de provincie als deze twintig jaar heeft noodig gehad om te komen tot het stadium van voorbereiding, dat is #de schsld van de gewestelijke regeering. Daar komt nog iets bij. De belanghebbenden verlangen niet alleen dat met deze zaak nu wat meer spoed wordt betracht dan tot nu toe het geval ia geweest; zij wenschen ook, dat de uitvoering zooveel mogelijk met alle belangen zal rekening houden. In Wolvega heeft men al langen tijd gehunkerd naar een behoorlijke scheepvaartverbinding. Wat wonder dat men dit doel een stap nader gekomen dacht te zijn, toen bekend werd dat Ged. Staten eindelijk ter zake van de afwatering van de Linde hun plicht gingen oegrijjjen. De gekanaliseeule Linde, zoo hoopte men, zou zelf het lang begeerde scheepvaartkanaal kunnen worden en dan langs Wolvega geleid behooren te worden. Öf dat in de bedoeling van Ged. Stater lag? Men wist het niet. Men vroeg het aan mij. Ik wist het ook niet. Ged. Staten betrachtten met hunne plannen de grootst mogelijke geheimzinnigheid. De Minister verklaarde zich, op mijn verzoek, bereid aan belanghebbenden inlage van de plannen te geven, mits Ged. Staten daarin zouden toestommen. God. Staten weigerden. De bestuurders van het meest democratische gewest van Nederland behandelden hun eisen belanghebbende ingezetenen als onmondige kinderen. Ik heb als excuus daarvoor hooren aanvoeren, dat door de indiening van allerlei ondeskundige nieuwigheden het groote plan maar onnoodig vertraagd zou worden. Voor dat argument zou men eerbied kunnen hebhen als niet reeds 2C jaar onbenut waren voorbijgegaan, en als men niet nu weer, van zoo deskundige zijde als van den heer Peereboom moest vernemen „dat het In gereedheid brengen van de plannen voor de verbetering der afstrooming veel tijd en arbeid ter voorbereiding vordert". Welaan, men gaat dus de eerste spade nog niet in den grond steken, en men heeft dus nog gelegenheid even te luisteren naar opmerkingen die — ze mogen dan al niet deskundig zijn — toch van een zekere mate van gezond verstand niet verstoken schijnen te zijn. Van de zoo zorgvuldig geheim gehouden plannen — ik heb ze niet gezien, ze ook niet clandestien willen zien — is nu toch zooveel uitgelekt, dat belanghebbende speurders op dit verboden terrein het volgende meenen te kunnen mededeelen als liggende in de bedoeling van Ged. Staten. --- De Linde zal gekanaliseerd worden tot aan de Blessebrug. Tusschen de nieuwe of Lindesluis en de Helomasluls zal een klein kanaal worden gegraven, dat het water afvoert op de Helomavaart, vanwaar het verder zijn weg vindt naar de Tjonger en den Frieschen boezem. Zoo zal het dus op een uur gaans afstand voorbij Wolvega stroomen. Oogenschijnlijk niet ten onrechte wenscht men nu te Wolvega, dat van de Blessebrug, ongeveer langs den straatweg van Steenwijk naar Heerenveen, een kanaal worde gegraven ter verbinding van de Linde met de Wolvegaster vaart, om zoo de Tjonger te bereiken. Dan is Wolvega aan een goed scheepvaartkanaal geholpen. De kosten behoeven niet grooter te zijn, omdat de' verbreeding en verdieping van de Wolvegaster vaart voor particuliere rekening kan worden genomen. En voert men aan dat de afwatering van de Linde toch zooveel mogelijk moet geschieden op het laagste punt, dus niet langs de lijn Blessebrug—Wolvegaster vaart, doch wel langs de Helomavaart, omdat verder de landerijen beneden de Blessebrug van de afwatering geen profijt hebben, dan kan men zich ter plaatse vergewissen., zooals ik gedaan heb, dat tusschen de Blessebrug en de Lindesluis geenerlei verval In de rivier valt te constateeren, zoodat het water in dat deel van de rivier even goed noordwaarts als zuidwaarts kan worden geloosd. Welnu, dit plan Is toch minstens de overweging waard, omdat het voor de afwatering even goed, maar tevens voor de scheepvaart veel beter is. Zijn er overwegende technisohe of andere bezwaren, men toone ze aan; ik ben ervan overtuigd, dat de promotors van dit plan in Wolvega, die geen kinderen, maar redelijke menschen zijn, voor het onafwijsbare het hoofd zullen buigen. Maar men heeft zich nooit de moeite gegeven hun plan ernstig te bezien, laat staan hen van het onmogelijke ervan te overtuigen. Reeds in December 1905 werd het door den Raad van de gemeente Weststellingwerf ontwikkeld in een adres aan de Provinciale Staten. De Raad heeft er nooit antwoord op ontvangen* Zoo komt men er echter niet af. Kan het niet anders, dan zal, als eenmaal het definitieve plan ter verleening van de rijkssubsidie in de Kamer komt, een amendement moeten worden voorgesteld, dat dit plan belichaamt, al ware het alleen om althans dan, ter elfder ure, to vernemen op welke ono\ erkomelijke gronden dit denkbeeld moet worden afgewezen. Dat zal dan ongetwijfeld heel wat vertraging geven. Doch de schuld daarvoor zal komen voor de verantwoording van hen, die met volkomen verloochening van de democratie, handelen alsof zij de wijsheid in pacht hadden." --- Valsche zilverbons. Er zijn valsche zilverbons in omloop. Het H b 1. zag zulk een nagemaakten f 2.50--hon, welken men op het eerste gezicht niet dadelijk als valsch herkent. De handteekenlng was er met inkt op geschreven. Den naam Bertling heeft de namaker blijkbaar niet goed kunnen lezen. Voorts was de, onder aan den zilverbon gedrukte strafbepaling met grooter letter gedrukt en nam ze drie regels in, terwijl op een echten bon slechts 2V2 regel doorvoor noodig is. Het serienummer van de valsche bons moet 345 zijn. --- Te oud voor ouderdomsrente. 't Komt herhaaldelijk voor, schrijft het H b 1-., dat oudjes zich voor een aanvrage om invaliditeits- o£ ouderdomsrente aanmelden, terwijl zij reeds 71 jaar of bijna 71 jaar zijn. Het blad wijst er echter op, dat dewgelijke aanvragen door personen boven 71 jaar na 3 Dec. a.s. niet ontvankelijk zullen moeten worden verklaard Velen schijnen hiermee niet bekend te zijn. Dergelijke personen zullen zich dus met hun aanvragen dienen te haasten, opdat ze niet spoedig tot de ontdekking komen, dat zij.... te end voor do ouderdomsrente geworden zijn. --- Landbouw- en veeteeltbelangen. De datum, waarop de nieuw benoemde minister van Landbouw, de heer Posthuma, in functie zal treden is nog niet bekend. Laten wij hopen, zegt de heer C. Broekenia, secr. van de Friesche Mij. v. Landb., in het Fr. W b 1., dat het spoedig mag zijn, of dat althans deze wisseling geen noodelooze vertraging teweeg brengt in de afwikkeling der toestanden, die door het krachtig ingrijpen van minister Treub in het leven zijn geroepen. Het resultaat van het bij de burgemeesters, ingestelde onderzoek naar de uitgevoerde hoeveelheid aardappelen is nog niabekend, evenmin hoorden wij van het daarna zoo spoedig mogelijk te plegen overleg met deskundigen. Intussehen verstrijkt met het naderen van den winter de gunstige tijd voor onzen export, en gaan de aangeknoopte handelsrelaties verloren. De kaasuitvoer Is thans cok tijdelij& stop gezet met de bedoeling om de aanwezige voorraden te inventariseeren en daar na de voorwaarden te regelen, waaronder uitvoer weer zal worden toegelaten. Ooft hier is spoed noodzakelijk, wil men nationale verliezen voorkomen, welke veroorzaakt worden door het afbreken van handelsrelatiën en door onzekerheid omtrent de in het vervolg met het meeste voordeel door de fabrieken te vervaardigen soorten. De aangekondigde maatregelen betreffende het varkensvleesch laten op zio wachten, wat zeker de varkensfokkers niet zal aansporen om — zooals thans ook van hoogerhand gewenscht wordt — met volle kracht door te werken. De verhouding tusschen de maximumprijzen van graan en meel vraagt ook herziening, zoolang de Regeering niet tot onteigening van alle tarwe besluit. Er valt dus binnenkort heel wat te regelen en zoo de heer Posthuma dit tot taak krijgt, kan zijne grondige kennis van het landbouwbodrijif onmiddellijk voor het vaderland productief worden. _ --- Dure tijd in zicht. De heer J. Fetfder, die In Het Volt den tegenwoordiigen troebelen tijd en de gevolgen er van bespreekt, komt tot 4»« conclusie, dat er een periode van prijsstijging te wachten is, die na den oorlog zal aanhouden om meer dan één reden. Na het sluiten van den vrede wordt zooveel mogelijk de produktae horvat, wa* vraais naar tal van grondstoffen en matsrialen doet ontstaan, welke vraag niet onmiddellijk, in vollen omvang kan worde* bevredigd. Elke hierdoor intredende dalintf van de werkloosheid doet bovendien vraa» naar levensmiddelen voor de gezinnen de* loontrekkenden aangroeien, wat den prijfl voor zulke waren eveneens doet stijgen. Deze omstandigheid wordt nog versterlrf door het feit dat er arbeidsgelegenheii» ontstaat van zeer bijzonderen aard. In ta van streken der oorlogvoerende landen, vooral in België en Noord-F oankrijk, zaJ allereerst begonnen moeten worden de enorme schade, door den oorlog ontstaan* weder te herstellen. Als een alles verwoeitende natuurramp is het oorlogsgeweld over die landen gevaren. Woonhuizen en publieke gebouwen zijn in de asch gelegdf kerken verwoest; bruggen vernield; spoorwegen opgebroken, wegen onbegaanbaar gemaakt. De velden zijn vertrapt of onder water gezet; de veestapel is geheel of ten deele verdwenen. Met één woord, er vindt een kapitaalvernietiging op groote schaal plaats, waarin zoo spoedig mogelijk zal moeten worden voorzien. Al die arbeid zal echter niet kunnen geschieden zonder dat de sterk toenemende behoefte aan materiaal de prijzen daarvan opdrijft. De periode van aanhoudende duurte die te verwachten is, beteekent voor de verbruikers en allereerst voor de minst koopkraehtigen onder hen, de arbeiders, T* tijd van klimmende zorgen, van toenemenden nood. ---