Abe Lenstra over: De trip van de v.v. „Heerenveen” naar het Zuiden Het vertrek was bepaald op Dinsdagmorgen 10 uur. Precies op tijd werd vertrokken van het gemeenteplein, waar we uitgeleide werden gedaan door de diverse vrouwen, verloofden en verder door een kleine schare supporters. Na een kort oponthoud in Wolvega, waar Wim Molenaar nog iets in ontvangst moest nemen, en daarna te Zwolle, waar we een en ander gebruikten, gingen we in één ruk door naar Nijmegen, waar de bestuursleden Féléus, Post en Brouwer ons opwachtten, in gezelschap van de heer Fonk. Deze laatste was de man van het eerste gedeelte van de trip, wat voor ons echter pas later bleek. Na in Nijmegen thee gedronken te hebben, gingen we naar Overloon een plaatsje vlak bij Venray. Hier bezichtigden wij het oorlogsmuseum en werden wij van de oorlogsdaden, die hier gebeurd zijn, op de hoogte gebracht door een speciale gids. We zagen er o.a. alle soorten tanks, die in het bos stonden en die alle beschadigd of vernietigd waren in de slag bij Overloon. Verder luchtafweer, pantserafweer, zoeklichten, alle soorten granaten, vlammenwerpers, handgranaten, land- en zeemijnen, te veel om op te noemen. Toen we dit alles hadden bezichtigd, werd ons een serenade gebracht door het plaatselijk muziekcorps, dat tevens als slot speelde het Fries Volkslied. Het werd zeer goed gespeeld, temeer, omdat ze slechts 14 dagen tevoren het stuk toegezonden kregen uit Friesland. Vanhier gingen we naar Venray, waar ons een schitterende ontvangst wachtte, welke we niet spoedig zullen vergeten. Deze ontvangst was n.l. ten huize van de heer en mevrouw Fonk; de heer Fonk is de promotor van de alhier gespeelde wedstrijd. De aankomst was om plm. 7 uur en om 8 uur zaten we aan tafel. Er werd gezongen, stukjes voorgedragen en natuurlijk heerlijk gegeten. Om precies kwart over één was het diner beëindigd en na nog een poosje nagepraat te hebben, gingen we naar onze plaats van bestemming: Hotel Zwaan, gelegen schuin tegenover de zaak van de fam. Fonk. Deze laatste is een zaak in dames- en herenkleding, baby-artikelen, enz. Ik was ondergebracht, zoals ik reeds zeide, in hotel Zwaan en kreeg als kamergenoten: Jonkman, De Jong en Wuyts. In hetzelfde hotel waren verder: trainer v.d. Munnik, Ploegh, Bosscha, v. d. Laan en de chauffeur. Ondergebracht bij particulieren waren de overige jongens, en ze hebben het daar zeer naar wens gehad. Helaas had ik het ongeluk, 's nachts door het bed te vallen. De anderen zaten dooide klap plots rechtop in bed, en ik zelf .... heb van het hele geval niets vernomen, niet eerder dan de volgende morgen, toen ik bemerkte, dat ik op de grond lag. Heb er derhalve lekker om geslapen. De volgende morgen zijn we, na ontbeten te hebben, een tourtje gaan maken langs de Maas, hebben wat verwoeste kastelen gezien en verder genoten van het Brabants en Limburgs landschap. Hebben in een hotel, gelegen aan de Maas, iets gedronken, om daarna eens te proberen om met stenen over de Maas te gooien. Er was slechts één van ons, aan wie het gelukte, n.l. Jonkman, echter pas met de laatste worp. Vanhier gingen we weer naar het huis van de fam. Fonk. Hier hebben we weer wat gegeten en verder de middag met verschillende spelletjes ons bezig gehouden. Om plm. half zes Zijn we naar ons hotel gegaan, waar we ons verkleedden voor de te spelen voetbalwedstrijd Eindhoven—Heerenveen op het veld van de v.v. S.V.V. te Venray, ten bate van de Culturele Gemeenschap Overloon. De wedstrijd ving om half zeven aan en precies op tijd kwamen beide elftallen gezamenlijk het veld op en stelden zich op het middenterrein op, waar het muziekcorps het Wilhelmus ten gehore bracht. Eindhoven kwam met één invaller in het veld voor hun spil en Heerenveen kwam compleet op, met dien verstande, dat Jonkman ditmaal rechtsbuiten stond en Brandsma centervoor. Molenaar stond dus deze keer reserve. Eindhoven won de toss en Heerenveen mocht aftrappen. Wind was er niet, zodat dit geen verschil opleverde. Onmiddellijk na* de aftrap nam Heerenveen de bal over en de eerste aanval werd besloten met een schot van Brandsma, dat echter goed door de keeper der gastheren werd gehouden. In deze eerste periode van de strijd hadden wij het beste van het spel en kreeg eerst Hofman een goede kans, doch inplaats van de bal in het doel te koppen, trachtte hij het leer met een sprong in het net te doen belanden, wat evenwel mislukte. Even later een aanval van Eindhoven, welke door resoluut ingrijpen van Veenstra teniet werd gedaan. De Eindhovenaren kwamen iets meer in de aanval en vooral in deze periode zagen we het rustige ingrijpen van onze verdediging. Ook onze middenlinie zat er goed tussen en zo waren de kansen voor Eindhoven om goals te maken, wel te tellen. Wel redde Jan Bosscha eenmaal fraai, door in lastige positie de bal corner te trappen, welke niets opleverde. Heerenveen toog ten aanval, maar Ploegh werd gehaakt, even voorbij de middenlijn. Uit de hierdoor ontstane vrije trap, door links-half Wuijts uitstekend genomen en door rechtsbuiten Jonkman op beheerste wijze langs de doelman geplaatst, namen we de leiding (0—1). Heerenveen werd sterker en het duurde dan ook niet lang of Brandsma brak door en scoorde op goede wijze ons tweede doelpunt (0—2). Bij een volgende aanval knalde Ploegh de bal in de hoek, doch de keeper stompte de bal eruit, echter juist in mijn richting en de terugspringende bal plaatste ik in het net. Deze goal werd echter op onbegrijpelijke wijze afgekeurd en de scheidsrechter zeide in de rust ook tegen mij, foutief te zijn geweest. Even nadien was het rusten. Na halftime kwamen de Eindhovenaren verwoed opzetten en via vooral hun linksbinnen werden goede aanvallen opgezet evenwel zonder resultaat, daar de achterhoede uitstekend speelde; vooral onze backs speelden zeer goed. Het spel golfde nu meer op het middenterrein op en neer, totdat De Jong de bal van Jonkman kreeg, goed doorgaf aan Ploegh; deze liep even door en joeg de bal toen voor de derde maal in de touwen. Even later knalde Brandsma bij een goed opgezette aanval het leder juist over de lat en kopte Sietze v. d. Laan eens een bal uit de doelmond bij een corner door de linksbuiten genomen en door de linksbinnen uitstekend ingeschoten. Veenstra' was reeds geslagen, doch v. d. Laan was paraat. De tijd verstreek reeds, het werd al aardig donker, toen Hofma de bal goed van achteren werd aangegeven en ons vierde doelpunt scoorde. Toen de scheidsrechter einde floot, had Heerenveen verdiend geAvonnen, alhoewel Eindhoven voor het moedig volhouden wel een tegenpuntje verdiend had. De wedstrijd werd in goede harmonie gespeeld en vele vrije trappen behoefde de leider niet uit te delen. Zodoende wonnen wij de prijs, die bestond uit een zeer grote granaat, geheel bijgewerkt en versierd. Werkelijk een prachtprijs. In opgewekte stemming keerden we naar ons hotel terug, en na ons omgekleed te hebben en wat opgefrist te zijn, gingen we weer naar het restaurant bij het oorlogsmuseum in Overloon, waar we tot 12 uur ons vermaakt hebben. Wat zal ons verder wachten.... ? --- Krabbels uit de kleinveewereld KORTE WENKEN. land op de Najaarsbeurs. ii. In de hiervoor geplaatste krabbel noemden wij petroleum als geneesmiddel bij oorschurft bij konijnen. Men diene echter hiermede voorzichtig om te gaan; het beste doet men om een klein penseeltje, kwastje of een kippenveer te nemen. Doop dit in de petroleum en bestrijk hiermee de aangetaste- oren. Zijn ze nu met een week nog niet schoon, dan gaat men dit herhalen. Het is gemakkelijk, wanneer men met zijn tweeën is; de één houdt het konijn vast en de andere penseelt. Bij behandeling ontsmette men tevens het hok, daar vanzelfsprekend de kans groot is, dat zich ook tussen de naden en het strooisel smetstof bevindt. Is de oorschurft dus vrij gemakkelijk te genezen, hetzelfde kan in vele gevallen gezegd worden van het ontstoken geslachtsdeel. Dit verschijnsel laat zich veel gevaarlijker aanzien dan het in werkelijkheid is. Het wordt in de regel bij de paring overgebracht. Daarom ziet men eerst goed toe of één van de te paren dieren ook lijdende is aan deze ziekte. Als nl. één der dieren geslachtsziek is, staat het zo goed als vast, dat ook het gezonde dier wordt aangetast. Men gaat met het zieke dier naar een dierenarts, en door een inspuiting is de ziekte gemakkelijk te verhelpen. Geslachtsziekte kan ook door een overvloedige graanvoedering ontstaan, zoals in de vorige krabbel reeds vermeld. Ook kan het voorkomen, dat de dieren last hebben van wormen. In dat geval, zal men in de uitwerpselen kleine witte wormpjes vinden ter dikte van een naaigarendraad en ter lengte van 1 cm. Wanneer men dit constateert kan men zo goed als zeker aannemen, dat deze de directe oorzaak van de ontsteking is. Een eenvoudige kuur met wormpoeders, enkele dagen aaneen toegediend, is in de meeste gevallen een probaat middel, om de. kwaal te verhelpen. En tenslotte het traanoog, dat nog al eens voorkomt. Daarbij vloeit er steeds vocht uit de benedenhoek van 't oog, waardoor veelal het haar ter plaatse uitvalt, tenzij men er direct bij is en het invet met vaseline of een andere vetstof. Meestal is de ontsteking aan uiterlijke omstandigheden toe te schrijven. Ze kan ontstaan door verwonding, stof, maar meestal komt het door tocht. Men kan hiervoor in de apotheek een poedersuiker bekomen en strooit hiervan een paar keer in de week een weinig in 't oog. In elk geval moet men het oog behandelen, tevens uitwassen met boorwater; lauwwarm water kan men hiervoor ook gebruiken. Al geeft dit ook niet altijd gunstige resultaten, in elk geval brengt het de dieren een aanmerkelijke verzachting. En dat moet in de eerste plaats het streven van de eigenaar zijn, wanneer zijn dieren door een van bovengenoemde ziekten is aangetast. Langezwaag. J. A. VEENSTRA. Op de komende najaarsbeurs te Utrecht van 7 tot en met 16 September, zal het West-Duitse zakenleven worden vertegenwoordigd door het te Frankfurt am Mam gevesigde Vervaltungsamt für Wirtschaft. Deze organisatie zal een informatiestand verzorgen op de vijfde verdieping van het gebouw Vredenburgh. Over deze jaarbeurs wordt voorts nog door het bestuur medegedeeld, dat personen beneden de leeftijd van 16 jaar hierop geen toegang hebben. --- Krijgsmacht en publicatie Maandagmiddag j.l. werd in hotel ~Djumpol" te Oud-Loosdrecht op enigszins feestelijke wijze het drie-jarig bestaan gevierd van het radio-programma voor de Nederlandse strijdkrachten. Verschillende chefs van de leger-, vlooten luchtmacht-voorlichtingsdiensten benevens een aantal vertegenwoordigers van pers en radio waren hiervoor aan een lunch tezamen gekomen en voor de chef van de generale staf luit.-generaal Mr. H. J. Kruis was deze gelegenheid aanleiding het onderwerp „Krijgsmacht en publiciteit" uitvoerig te bespreken. De generaal verklaarde, dat een krijgsmacht in een democratisch land het niet zonder publiciteit kan stellen. Omdat een krijgsmacht nu eenmaal offers vraagt op persoonlijk en op financieel gebied, moet het volk voorgelicht worden over datgene, wat een krijgsmacht doet en over de taak, die zij heeft te vervullen. Uit deze voorlichting moet de persoonlijke, financiële en morele steun van het volk groeien, zonder welke een sterke weermacht niet denkbaar is. Dan eerst zal het volk het wezen en de taak van een krijgsmacht gaan begrijpen: een deel van het volk, in dienst van het volk. Behalve generaal Kruis voerden verschillende andere sprekers het woord en uitten in hartelijke bewoordingen hun waardering voor de uitzendingen voor de Strijdkrachten van de legervoorlichtingsdienst. Informatiestand van West-Duits- --- Katel Kuiek Wardt President. ,Hihi," zei deze, en daaraan kon je merken, dat Signora Constanga zijn dochter was, „hihihi, ik heb nog 'n fles whiskey.' Als een van u me helpt dan " Maar verder kwam de goede man niet, want op 't zelfde ogenblik kwam Signora Constanca binnengp*":rmeld, die de tafel wilde gaan d' * Zo had ze Opa gezien, of ze resoluut naar het luik toe, duwde het kale hoofd, dat er uit stak, omlaag en deed het luik dicht. „Die oude Opa van ons," zei ze, „zo gauw er mensen hier zijn, komt-ie met 'n whiskeyfles op de proppen en ie schijnt niet te kunnen onthouden, dat-ie er de laatste slok al in October 1920 uit op heeft gedronken, toen hier zon hevige aardbeving was. Ja, ja, zo gaat het als je oud wordt, hihihi!" Ondertussen dekte ze bedrijvig haar tafel verder op en het duurde niet lang, of de hele familie zat aan een stevige maaltijd, waarvan ook Signora Constanca en Opa voor de gezelligheid 'n hapje meeaten, hoewel ze eigenlijk hun diner al hadden gehad. --- De Fokveedag te Akkrum ZELDZAAM PRACHTIG GESLAAGDE FOKVEEDAG TE AKKRUM Zo heeft Akkrum dan zijn grote dag gehad, en, door het eens extra fijn te treffen met het weer, óók een bepaald mooie dag. Een hemel met veel zon, een windje weliswaar de koele kant naast, maar ook niet drukkend, en een terrein waarop ook het zwaarste fokvee geen stukje gras kapot trapte, dat zijn zo een met ander de factoren om een hoogtijdag van veekeuring, ruitersport en concours absoluut ideaal te doen slagen. Het zou zijn, naar wij meenden, een show van vee op de lichtere gronden, in welks midden Akkrum is gelegen. En waar al sedert jaren de beste resultaten werden behaald. Enkele feiten om dit te illustreren, komen zo al schrijvende-weg ons voor de geest, er zijn allicht veel en veel meer bekend, maar toch Hoe heette die chef van de botermakerij ook weer, die jaren aaneen voor zijn fabriek te Akkrum een onfeilbaar, steeds Ie klas product leverde? De Vries, naar ons voorstaat, en er zijn vele De Vriezen, maar als grootmeester in zijn vak, herhaaldelijk, ja, permanent bekroond, zó kennen wij slechts deze De Vries en wat hij wrochtte met melk van Akkrumer vee, geteeld op Akkrumer grond. En hoe heette die boer, die reeds vóór Mei de huur van de plaats uit de opbrengst van het jongvee kon maken? Waarschijnlijk was het een Koopmans, in' de nuancering van W. K. of W. J. of W. S. Maar het feit moet waar gebeurd zijn in de richting Oudeschouw. En dan gewaagt de historie zo omstreeks na de eerste wereldoorlog van een andere veehouder, die aan de fabriek in één keer 1000 gulden melkgeld beurde, inclusief het „tsiispotsje". Dat zijn toch ook sprekende cijfers. En dan, het is nog steeds maar ampele jaren geleden, dat wij het genoegen hadden de boerderij te bezichtigen van de heer J. S. van Dam te Nes, alwaar destijds Frieslands kampioen, de stier Karel, resideerde. Karel, een Wassenaar van afkomst, maar toch voorts daar om en bij de Zylroede opgefokt. Dit alles nu wijst volledig op een prima veebestand. En in die mening zijn we en nog meer de echte deskundigen vandaag ongetwijfeld versterkt. Deze ere valt niet slechts Akkrum ten deel, maar wel die van het initiatief om een tentoonstelling te organiseren in het hart van Friesland — in het centrum van veeteelt, watersport en alle mogelijke tourisme van de grote weg. De grote witte feesttent en de massa's volk, ze waren reeds vanuit de bus op de straatweg zichtbaar ver voor de Meineslootsbrug. Zo op het oog leek het terrein wel een eindweegs op naar Grouw gelegen. Maar de toegang over het erf van de huizinge aan de straatweg, waaraan verbonden de naam Zuster v. d. Vecht, nam die verre afstand weg, de bus stopte bij de monding van de Wijde Steeg en vandaar over de Smellebrêge is ook de Leppedijk nabij. En op het eind daarvan, juist tegenover het fraaie geboomte van Coopersburg en de Boom, waar ouct en nieuw AkKrum samenvallen, daar is vandaag het fleurige schouwspel dat reeds in de morgenuren duizenden bezoekers uit geheel Zuidwest en Zuidoost tot zich trekt. Wat doet nu de bezoeker die zich reeds direct door een sterke dosis deskundigheid weet te sterken? Hij voorziet zich van een catalogus — dat is een bijzonder veilig idee. Hij vangt aan met een overzicht van enige pagina's namen. De waarborgen voor ons.veebestand. De Wassenaars, Boersma's, Fabers, Hof, Smeding, Veenland en v. d. Zijppen. Het dorpscomité — E. W. de Jong, v. d. Krieke, Zwaagstra. dit alles klinkt Akkrums vanouds, waarboven des burgemeesters naam J. L. Talen. Ziezo, aldus toegerust weet ook de bezoeker-uit-liefhebberij dat hij op gebied van fokvee — prima stieren, beste melkkoeien en veelbelovende kalveren — het beste straks voor zich ziet staan. Wat natuurlijk niet wegneemt, dat hij zijn eigen oprechte bewondering niet hoeft te maskeren. Dat kan eenvoudig niet bij zoveel actie en waar elk beest door de kwaliteiten afzonderlijk boeit. Zo staan we daar achter de rijen kalvekoeien, geb. vóór 1 Oct. 1943 en wel de no's. 52 en 53. Prima prima. Toevallig is 52 een TJ.T.-koe, dus zeer zuiver Akkrumer product: Pel Ceres. En 53, dat is een Dirkjekoe, C 111, eigen aan en gefokt door K. W. Visser te Oosterzee. Of dit nu- de prijswinnaars zijn, dat kunnen we niet beoordelen. Maar ze zeggen ons beide veel. Evenzo vergaat het ons met de geweldige stier Gosse. Wij zouden hem tot kampioen uitroepen, en de eigenaar Wallinga te Blesdijke geluk wensen. Maar het kan natuurlijk best zijn, dat de jury Kaatje's Sikkema van v. d. Krieke en De Jong te Oldeboorn prefereert, want die is reeds viermaal bekroond en Julius van S. S. Jansma te Haskerhorne zeven maal. En Titus van De Glee en v. d. Zijl te Westermeer acht maal. Een serie prachtbeesten zijn ook de no's. 18—23, alle 2-jarige, respect, van eigenaars uit Akkrum, Rotstergaast, LangeliHe, Deersurn en Oldeboorn. En melkkoeien van Faber en Hepkema te Langweer, de Van Dammen te Nes,' maar tenslotte is al het hier ten toon gestelde het bekijken dubbel waard. De onderscheidene jurys hebben vanmorgen hun besognes wél om de hoogste waarde van al deze knappe dieren tot uitdrukking te brengen. Reeds schalt de stem uit de luidspreker en de eerste cijfers verschijnen op het witte bord — de keuring is begonnen. Wie we hier te Akkrum 'vandaag voor het eerst in actie zien, dat zijn de jonge meisjes die op het terrein hun eigen koeien verzorgen, de laatste hand aan het toilet leggen en dus dit alles geheel aansluitend bij hun werk thuis op de boerderij. Het leek wel aardig en fleurig, evenals overal waar meisjes voor toon en kleur zorgen, zoals in de grote tent waar de leerlingen van de Landbouwhuishoudschool demonstreerden wat ze zo al op tafel kunnen brengen. Nu, dat is niet gering. Waarom wordt ons in brieven uit Amerika altijd nog wéér verteld dat de vrouwen daar van alles uit de oven halen? Ze kunnen het hier ook! Complete en minutieus afgemaakte gebakjes, benevens fraai opgedane taarten, zo gezien zuiver DauiteiDakkeibwei'K. De smaak, daarover zou men nog iets meer wensen te weten, maar het Akkrumer meisje ging op desbetreffende wensen niet in. Aansluitend hierop verkwikten de wonderen van de weck onze ogen en zinnen. Wat er in de praktijk van zoveel verfijnde kennis terecht komt, is moeilijk te benaderen, maar dat de moderne jonge boerinne zich behoorlijk kan redden met een en ander, is wel duidelijk. De lichtere gronden zullen hiervan vandaag met genoegen kennis nemen, de leerlingen komen rondom weg. De ruitersport leefde ook alreeds daarbuiten op het veld naast de keuring. En waar in de middag het concours-hippique de aandacht zal opeisen van duizenden en nog eens duizenden Zuid- en Oosthoekers. Nog steeds in de morgen stroomt het terrein vol. Het weer tekent .vast. Akkrums dag kan niet meer falen. Tot slot toch ook nog een paar betekenende cijfers. De catalogus telde 831 no's. De oudste Stamboekvertegenwoordiger was no. 134, de melkkoe Smits X, geb. 9 Sept. 1936, van J. H. Pijlman, Tjalleberd. De namen van de eigenaren, die de meeste exemplaren aanvoerden, waren: F. R. de Boer, Koevorderpolder; L. A. Bos, Elsloo; J. S. en M. S. van Dam, Nes; J. D. Faber, Dijken bij Langeweer; D. L. Hepkema, Langweer; K. J. Hofstra, Bokkum'; S. S. Jansma,'Haskerhorne; S. H. de Jong, Oldeboonr; D. S. Kiekstra, Dijken bij Woudsend; H. K. v.d. Krieke, Akkrum; H. K. IJ. Krieke, Oldeboorn H. J. Pijlman, Tjalleberd; Westendorp, Workum en Sj. L. Zwaagstra Jr., Oldeboorn. --- Weekje uit om de Zuid AMSTERDAM IN MAASTRICHT Naar het ons voorkomt, zit Limburgmijn-vaderland warmpjes in de ouwe bullen. Je hebt het ene grijze kasteel nog niet ontdekt of er staat al weer zon wrak torentje op je te wachten en helemaal onderin de kous schuilen de grotten waar je in verdwalen kunt en desverlangd dood kunt hongeren .en dan geen U.N.A.C. vindt om je te helpen. Voor ons en een hele hoop andere mensen die er ook allemaal waren, blijft Limburg de mooiste provincie van ons land. Ze mogen ons gerust ergens tussen Maastricht en Vaals op een klapstoeltje plakken om een paar uur niks anders te gaan doen dan zitten-kijken. Je doet het niet natuurlijk, want daar is meestal geen tijd voor en bovendien kon men wel eens broeders op je af sturen met een brancard en een dwangbuis, wat de hele vacantie zou bederven. Maar ze mochten het doen, bedoelen we maar, zo mooi is het daar. Aan de andere kant heeft een dergelijke touristen-springvloed ook zijn nadelen. Het bleek ons dat practisch iedereen die door het heuvelland doolde ergens anders vr-.daan kwam, hetgeen teleurstellende ; uitaten opleverde als je in de knoop zat met de route. Toen we, diep in Heerlens achterland, alle besef van richting en afstand kwijt waren geraakt, zochten we steun bij een mij merend-wandelende juffrouw, die echter voorgaf buiten een straal van drie kilometer van toeten noch blazen te weten. Zij kwam namelijk uit Durgerdam. Onder Meerssen vroegen we een formatie jongetjes naar het dichtstbijzijnde postkantoor. Zij bekenden spijtig net te zitten uitblazen van 'een monsterfietstocht (waarvan de start waarschijnlijk in of bij Utrecht moet hebben gelegen, naar wij dachten: gehoord hun tongvallen hadden de omtrek nog niet verkend. Proost! Een zekere hardnekkigheid kon onder ons gezelschap wel worden geconstateerd: bij Houtem gingen we over links-af of rechts-af te rade bij een meneer die er op het eerste gezicht zuiver-zuidelijk uitzag; 't mocht wat: hij woonde aan de oever van het Nieuwediep. In de rimboe van Heugem raakte ons reutelend autotochtje klem op een wandel- annex ruiterpad, na allerlei brons-groen hakhout feilloos te hebben geplet. Het arme ding, dat heel lang geleden eens door een grote' fabriek in Frankrijk was gespuid en aan wiens sterfbed wij op één dag niet minder dan drie garages wat hadden laten verdienen, stoomde als een wegwals en alles leek er hard op, dat wij hem binnen afzienbare tijd de koplampen zouden moeten toedrukken. Hij deed het niet, want Fransen zijn taai. In de tijd dat het vehikel over dood of leven delibereerde, gingen wij in hinderlaag en vingen vijf maal bot bij lieden uit: 1. Leiden, 2. Emmenerfscheiderveen, 3. Rotterdam, 4. Buiksloot en 5. Nieuw-Buinen. De zesde bleek weliswaar niet full-proof Limburgs, maar bracht toch de noodzakelijke eerste hulp. „En dan wappert ge rechts, en dan wappert ge links "En zo wapper je je op den duur weer uit de vesten en op wegen waar niet al te veel aanslagen op de schokbrekers worden gedaan. Amsterdam was er natuurlijk ook. Lieve vrede, waar zouden zé niet zitten, die luidruchtige, zelfbewuste, goedhartige, eigenwijze en benijdenswaardige inwoners van onze hoofdstad. Men vraagt zich wel eens af, waarom ze altijd zo geweldig hard moeten praten, zodat Jan en alleman hun plezier van letter tot lettergreep kan volgen, maar misschien is het omdat ze het gewend zijn, doordat zij over het lawaai van hun enorm stadsverkeer heen moeten converseren of soms buurtjes op straat een verhaal vertellen, hangend over de vensterbank van vier hoog-voor. Zulke situaties cultiveren de sternkracht natuurlijk, maar wat ook de reden van hun keiharde welbespraaktheid mag wezen, als er Amsterdammers zijn, onderwerp je dan liever voor een poosje, want wanneer ze met boeketten van hun stijlbloempjes gaan smijten, dan troeven ze je af. In het St. Pieterfort waren ze met een keurcorps vertegenwoordigd en brachten de gids bij tijden tot vlagen van wanhoop. Zon rondleiding gaat ongeveer op deze manier: Je hebt een kaartje gekocht en hangt net zo lang in het restaurant rond tot iemand ontdekt dat het bewuste grimmige deurtje ontsloten is en iedereen naar binnen mag. Omdat de gids bij de ingang blijft staan om al die mooie kaartjes weer kapot te scheuren, strompelt de schare een gangetje binnen op goed geluk, totdat de laatste man zijn recht op entree heeft aangetoond en iedereen uit volle borst begint te waarschuwen dat de kopgroep, die wat aarzelend rond ijsbeert, halt moet houden. Men zegt niet: „Niet verder mensen!" of „Even wachten!" of iets dergelijks, maar begint de hele bups in 't donker „Stoppè!, Stoppè!" te blaten. Het lijdt geen twijfel of dit is de officiële vakkreet. Daar wij overal „Stoppè! Stoppè!" hoorden, en er niets zo leuk is immers als veel lawaai maken wanneer er niemand is die je er voor op je vingers tikt, gilden we dadelijk mee, tot we merkten tot de allereerste pionniers te behoren, die geen kop meer voor zich hadden om voor allerlei gevaren ernstig te waarschuwen. De gids was een landelijk bejaard man met weinig haar op zijn hoofd en veel onder zrjn neus, een stormlamp in de ene- en een grote rol papier in de andere hand. Ongetwijfeld had die grotten-, gangen, spelonken- en catacombenbeweging van zijn gewest zijn volle liefde en vond hij ons maar een walgelijk banaal stel, omdat er teveel naar eikaars flauwiteiten en te weinig naar zijn explicaties werd geluisterd. De man had pech dat Amsterdam en bloc in de verduisterde staart van de optocht zat. Ze moesten zich daar maar op de tast in donker redden en toen er bij het bestrompelen van een verderfelijk uitgesleten stenen trapje een buitengewoon zware juffrouw kapseisde, bleven ze er vijf minuten lang op volle kracht plezier over maken. Om te laten zien hoe oppassend wij waren en op welk een duizelingwekkende hoogte wrj wel boven dergelijk onwaardig gedoe waren verheven, gingen we allemaal vriendelijke en intelligente vragen 'aan de gids stellen om hem weer wat in zijn hum te brengen en na een poosje trok 'ie inderdaad een beetje bij. Een van de bezienswaardigheden in het gammele fort is de ongezond diepe waterput, waarbij de gids zrjn rol papier gebruikte! Hij scheurde er een flard af, stak het in brand en liet het over de rand vallen. Je kreeg de indruk dat het linea-recta naar Nieuw-Zeeland cirkelde, maar dat zal wel niet, anders hadden de Nieuw- Zeelanders die gids wel eens opgebeld of 'ie met zijn flauwsies wilde ophouden, omdat bij hen om de haverklap alles in lichterlaaie stond. De Amsterdammers waarschuwden zekere Truus, dat ze niet in de put „most falie", waarop Truus snibde: „Geif me liever een kontje, dan kin ik wel over de put heen swiepe!" Een en ander heeft niet plaats gevonden, tot onze teleurstelling. Zon zwiep, dunkt ons, ware ongemeen belangwekkend geweest. ' Na een kwartier sta je weer buiten, en buiten staan andere mensen die naar binnen willen, om voor een luttele duit en een fooi te strompelen, te griezelen bij de put en naar de gids te luisteren. Op het propvolle parkeerterrein vonden we een blakende padvinder. „Weet U ook hoe we het snelst door Maastricht komen op de hoofdweg naar Aken?", zei een onzer op zon frisse sporttoon, die hij blijkbaar geschikt vindt voor boyscouts. De boy-scout deed zijn goeie daad niet. Hij tikte aan zijn vilthoed en zei: „Ik weet het echt niet zeg, we zijn hier nét, zie je, we komen uit Gouda". --- De Nederlandse grenseisen. De met Sowj et-Russische vergunning verschijnende „National Zeitung', het orgaan van de onlangs gestichte Nationaal Democratische Partij der Sowjet-zöne, heeft de door Nederland geëiste grenswijzigingen tot probleem nummer één verklaard. Volgens het blad is het Duitse volk onder geen beding bereid „met deze roof van Duits gebied genoegen te nemen". Het blad geeft weliswaar toe, dat Duitsland zijn herstel duur betalen moet, doch knoopt de vraag daaraan vast: „Maar- wat zijn wij aan Holland schuldig?' De „National Zeitung" eist, dat de West-Duitse minister-presidenten zich onverwijld tot de militaire bestuurders zullen richten om „deze ernstige nationale catastrophe" af te wenden. --- Zeepost naar Oost en West Naar Nederlands-Indië vertrekt op 20 Augustus het m.s. „Oranje", hiermede kan zeepost worden verzonden, mits deze uiterlijk 18 Augustus ter post bezorgd wordt. Naar Suriname vertrekt op 1 Sept. het m.s. „Hera" en naar de overige overzeese gebiedsdelen in de West (dus niet naar Suriname> vertrekt op 31 Augustus het m.s. „Hestia". Met beide schepen wordt zeepost naar deze bestemmingen verzonden. Het verdient aanbeveling de stukken twee dagen te voren ter post te bezorgen. --- Paleiscarillon wordt „verstoken” Na 6 September zal de beiaardier van het paleis-carillon te Amsterdam, de heer J. Vincent, het carillon „versteken". Dit technische woord betekent, dat hij de melodieën, die het carillon op de hele en de halve uren ten gehore brengt, zal veranderen. Het „Wie gaat mee overzee" en „Ferme jongens stoere knapen", die thans gedurende een jaar ten gehore werden gebracht, zullen wórden gewijzigd in „Kroningslied" van 1898 (Weest gegroet met juteltonen) en „Wilt heden nu treden", welke twee melodieën achter erkaar op het hele uur worden gespeeld en op het halve uur psalm 72, vers 1. (Geef Heer, den Koning uwe rechten en uw gerechtigheid, aan 's Konings zoon, om uwe knechten te richten met beleid enz.). Gedurende de feestweek zal de heer Vincent dagelijks het carillon bespelen. --- Goed gedaan, jongetje! Vorige week op een morgen stapte het vijf-jarig zoontje van mevrouw E. te 's Gravenhage met f 2.50 in zijn hand naar een winkel om boodschappen te doen voor zijn moeder. Onderweg werd hij aangesproken door een meisje, dat hem na wat heen en weer praten de f 2.50 afhandig maakte. Inplaats van huilend naar zijn moeder te lopen, volgde*hij het meisje en zag haar verdwijnen in een perceel aan de Maastrichtsestraat. Toen hij zich het huis goed in het geheugen geprent had, ging hij terug naar zijn moeder die op zijn verhaal direct de politie in de arm nam. Bij confrontatie herkende de kleine jongen het dubieuze vriendinnetje van 's morgens.. Zij bleek de 13-jarige G. A. V. te zijn. Bij nader onderzoek haalde de politie uit haar poppenwieg nog drie bedragen aan geld te voorschijn, die zij door kleine diefstallen had verkregen. --- Gesprekeen op de mug JUBILEUMGESPREK Bekkema, de gelukkige bezitter van diverse panden in diverse stegen, waarmee hij en Baije, zijn vrouw, „soawat, soawat deur de tyd kwammen", gezwegen van enkele schraal rentende obligaties en een spaarbankboekje, benevens los-vast kapitaal, was, zo tussen twee zomerse buien, nog weer eens naar de bruggen gewandeld om zijn gemoed te luchten en tevens te verkwikken in het discours' met min of meer verlichte stadgenoten. Hij groette door de stok ter hoogte van zijn schouder te brengen en zei: „Wat 'n seumer, wat 'n seumer, niet mannen, en dochs tevens oek, wat 'n feesten. Fansels oek fanwegens dat de Koaningin fyftichjaar an it regear weest het — en och, we magge ons gelukkich prize dat we 't noch metmekaar beleve magge. Binne jimme oek bliid om, niet mannen, na alles wat we beleefd hewwe?" „Nou", zei Rikus, „anders dan mochten je wel 'n balstien in 't bust hewwe. Wat jou, Lindert?" „Daar", zei Lindert, „kan gyn mis fan weze, hoe sude it anders — ei jonge né — mar dochs, as je mij nou f rage waar is de tyd bleven — nou, dan kan je je dat oek niet indinke. Ik weet nou noch best, dat krekt dy seumers, doe waer ik foor 't earst met ons f ader op 't krewei en we foechden 'n rigeltsje nijbou Achter de Hoven, en ik weet noch best dat fader sei: „nou, as deuze es staan hewwe soalang as it Koaningintsje regeart bij gesondheid en welwezen, dan is er oek niet feul mear fan over. Soa lichjes en dichjes was dat muurwerk en de speesje, fansels lang niet twee op één, begryp jimm' wel? En nou, soa metien dan fiere se it goudene jubeleurn en de hüskes binne noch gyn düm üt it load sakt. Ja, se mochten wille dat er noch 'n paar honderd diespenibel waren fan datselde soart. Soa is de toestand op 't heden. Jou kanne se seker wel, Bekkema?" Bekkema hoofdschudde en zei: „Och heden, weet hoe faak hè'k er güdzen fan beskreven bij it pryfjeniel. Want sien, it waren sukke perselen dat je skeelden noait meer as 'n paar guldens met je naaste bordtsje. Noait meer, en de groate mannen krek as Steinvoorn dy wuden er niet op skrive mear Germ Bertus en Braak en dat soarte. Mar 'k hew my er noait an ferhongen, want daarfoor waren se my feuls te massaal." Het spreekt vanzelf dat indien Bekkema en zijn consorten van een bouwwerk getuigen dat het massaal is, men hieraan geen overdreven betekenis moet hechten van soliditeit. Allicht is alles wat massaal is, hun vreemd. En hij vervolgde aldus: „Doet da Koaningin an 't regear kwam, wat waer de wereld doe heel anders as nou. Geregeld deur 't hele jaar fikse ferkopings fan rejale panden en der fiel faak wat of, itsij met strykgeld os ferhoging. Och, och, waar binne dy tiden bleven?" „Hoe", zei Rikus, „gaat dat nou dan, Bekkema?" „A Rikus, jonge' zei hij „daar weet ik niks fan of, want ik gaan nergens meer hene. Er binne gyn eigendommen meer — alleen op it belastingpapier, daar staat Je naam op en de huzen weet hoe hooch in prys. Jonge, jonge, wat moaije prizen.... Binne dat minents? sêch je dan. Maar, laat nou es een feile, laat nou es een feile, Rikus." „A man, ik hew gyn stien dat ik myn eigen noeme kan." „Laat es een feile wat blykt dan? It binne jouwes niet! Se binne fan De Stad. Fan De Stad, daar't je altyd schot en lot an foldeen hewwe sonder anmaning os waarskou wing. Dat hoge sifer op jou biljet dat is mar kemeedzje, daar komme je lang niet an toe, foor feul minder mvt je se gaen late want dat hyt dan de raaksjes-pry». Ja, de maksjes-prys. Né, niet dat hur Majesteit do Koaningin er wat an doen kan os met te maken het, mar it besit dat is...niks mear weardich, mannen!" „Soa", zei Bouwe Hoot van Pietersburen, „nou, dan wil ik jou dochs es één fraach stelle, Bekkema — dus, jou wille mar sêgge dat die fyftich jaar fan 't regear fan onze Koaningin, dat doe de wereld 'n heel stuk minder wudden is inplaats fan beter. Pas nou goed op wat je sêgge....!" „Né jonge, de wereld niet — né, je mutte my goed ferstaan, de perselen — de toestand foor de perselen, sien, daar kom ik op. De perselen dy kanne hur niet meer handhave." Maar Rikus zei: „Nou sonder omhalen: herkenne jou it koaninklik regear met 'n oprecht gemoed, né oste ja?" „Ik herken it", zei Bekkema. B a. --- BURGERLIJKE STAND DONIAWERSTAL, van 11—17 Aug. Geboren: Petronella Juliana Maria dv G. R. Leenstra en P. J. Postma te St. Nicolaasga; Reinoldüs Johannes zv G. J. Waterlander en W. Nijholt te St. Nicolaasga; Rinkje IJfke dv IJ. Elzinga en J. Adema te St. Nicolaasga; Hiltje dv A. van der Heide en A. van den Akker te Boornzwaag. Overleden: Albert Russchen 51 jr. e. v. B. Zoer te St. Nicolaasga; Arme Kuperus 73 jr. te Scharsterbrug (overl. te Sneek). NOORDOOSTPOLDER, Juli. Geboren: Sijtze zv. Th. Bakker eh T. Holtrop, Emmeloord; Jan Eelke zv. J. Kuik en J. Zwart, Vollenhove; Lolke zv. J. M. Kruis en W. de Boer, Marknesse; Cornelis zv. C. F. Stevens en C. A. M. Martens, Marknesse; Jan Willem zv. J. H. Alijdam en H. Schreurs, Emmeloord a.b.; Remmelt zv. S. O. Veenbaas en A. Hoekstra, Marknesse* Marrigje dv. G. Wolf en G. L. de-Jong, Emmeloord; Johanna dv J. W. A. Buiting en B. M. Lenting, Ens; Elske Jetske dv F Postma en J v. d Mossel, Luttelgeest; Everdina dv. B. G. M Lenting en J. B. 'F. Buiting Emmeloord; Hantje zv. F. de Jong en ¥" fe,i°nf' emmeloord; Johan Andr-f zv. - V 4,?ielen G' •»• W. Beukers, Emmeloord, Alberdina Klaasina dv. G. Penm£ S- enJH- v' d- Berg, Ramspol; Hiltje Emmefoord V' G' * Bleeker en Z' Dljkema' Vr?J,trle^n:. Hielke de Ro°- Emmeloord; Freerk Krist, Opsterland. SNEEK, 10 tot en met 16 Aug. Geboren: Jan Marinus zv Tj. H.. Ligthart en G. M. Zwetjtzer, Klaasje Elske d.v. S. Postma en H. R. Hofman, Hedaer, zv J. Tigchelaar en Frè v. Brug, Tetje dv G. Meester en G. IJntema, Herman Bernard, zv. J. v.d. Horst en J. M. Kroon, Andries Johannes, zv. O. Vallinga en J. Hanzen, Bbuwe Simon, zv. P. Baarda en H. Postma. Ondertrouwd: Th. de Groot, 24 j. en IJ. Hooisma, 23 j., N. Kuperus, 46 j. en A. G. Vonk, 33 j. M. Dijkstra, 27 j. en A. Kootje 26 j. Overleden: R. Poelman, 80 j., wed v. J. Post. F. v.d. Meer, 67 j., echtgen. v. U. Ruardi. J. Vooistra, 63 j., echtg. v. A. v.d. Kooij. T. Kuipers, 61 j. echtgen. v. B. Bleeker, woonpl. Geonterp. WESTSTELDINGWERF, van 11—17 Aug. Bureau Wolvega. Geboren: Eusebius Hendnkus Georgius, zv M. P. J. Meüner en Chr. J. Bos te Idzard; Klaas zv J. de Weerd en E. Dijkstra te Munnekeburen, geb. te Wolvega; Janke dv H. Herder en M. Slotegraaf te Wolvega; Roelofje Willie dv Fr. Dijkstra en Tr. Visser te Wolvega; Bjintze en Pieter zs v. A. Nolles en R. Bakker te Oldeholtwolde; Geugjen zv A. Yben eh A. van Fleeren te Peperga, geb. te Wolvega; Meintje dv J. de Wilde en KI. Eppinga te Oldelamer. Overleden: Klaas Neef 47 jr. e. v. G. v.d. Honing te Munnekeburen; Geertje van der Honing 46 jr. e. v. KI. Neef te Munnekeburen, beiden overl. te Wolvega; Johannes Oosterkamp 4 jr. won. te Weststellingwerf, overl. te Utrecht; Ebeltje Oosterhof 71 jr. wed. v. A. Scheenstra te Idzard, overl. te Idzard. ---