Zij hadden vast besloten heel gehoorzaam te zijn. Nadat zij de lessen kenden, gingen zij een paar keer de weide om draven; daarna gingen zij grazen, het gras was heerlijk fris en sappig. Terwijl zij aan bet eten waren, vond Sneeuwbal, dat zij na de maaltijd de rijweg moesten oplopen en zo naar de zee wandelen. Dat vond Bruintje ook een pracht-idee en beide verheugden zich op dat uitstapje. Even later waren zij op weg. Net toen de moeder van Bruintje even thuis kwam met een zwaar beladen wagen heerlijk geurend hooi, kwam Bruintje gejaagd aanhollen en sprong zenuwachtig om haar heen. „Kind," vroeg ze, „wat is er, je bent al je goede manieren vergeten!" „Neen moeder, heus niet," antwoordde Bruintje, „maar ik ben zo geschrokken, toe vertel gauw aan den boer, dat hij met me mee moet." Hij draaide zich plotseling om en liep naar de uitgang van de weide, kwam daarna weer terug naar zijn moeder, liep weg naar den boer en duwde zijn kleine neusje tegen diens arm aan ên smeekte hem te volgen. Eindelijk slaagde Bruintje er in den boer duidelijk te maken, dat er iets niet in orde was en liep hem vooruit, over de straatweg tot vlak bij de zee, waar het strand was. Door de vloed waren er diepe kuilen in het zand, die vol zeewater stonden en ook met eb bleven deze kuilen vol water staan. De moeder van Bruintje was zo geschrokken, dat zij later, toen zij haar kind met den boer zag verdwijnen, hen achterna ging, hoewel zij nog altijd de volgeladen hooiwagen achter zich gespannen had. Aan het einde van de straatweg gekomen, liep het veulen hard van den boer weg, die het dier, hoe hard hij ook liep, niet bij kon houden. Daar zag hij in de verte Bruintje om Sneeuwbal dansen, die arme Sneeuwbal, die al spelende in een diepe kuil met water terecht was gekomen en de meest wanhopige pogingen aanwendde om weer op het droge te komen. „Help hem gauw," hinnikte Bruintje, „maar vlug." De boer, die het gevaar zag, waarin zijn kostbaar veulen zich bevond, vloog naar het dier toe. Met veel moeite slaagde hij er in Sneeuwbal te redden. Juist toen de boer hem op het droge had, kwam de moeder van Bruintje op de weg te voorschijn. Zij hinnikte angstig, maar nu Bruintje zag, dat zijn vriendje weer gered was, sprong hij vlug naar zijn moeder toe, zodat deze tenminste niet met de zware wagen achter zich het zand op reed. De drie paarden werden gauw naar de weide terug gebracht. De moeder van Bruintje was zo moe, dat zij uitgespannen werd en die dag niet meer behoefde te werken. Sneeuwbal wreef zijn neusje tegen dat van Bruintje en zei: „Dank je wel voor je hulp." Bruintje wuifde met zijn fraaie staart en zei, dat iedere vriend hetzelfde zou hebben gedaan. En zo bleven de twee paarden hun hele leven lang vrienden. --- DAT BANGE LIJSJE. Eens zat het kleine Lijsje Een lief en aardig meisje, In 't frisse groen, Voor Moeders Jaarfeest morgen Zou zij voor kransjes zorgen. „Ja, dat zal ik doen." Zij zong een lustig wijsje Ons aardig, vrolijk Lijsje Was blij van zin. Daar kuiert langs haar benen, En over 't jurkjen henen Een grote spin. Op — vliegt ons aardig Lijsje, En 't kleine, bange meisje Schreeuwt moord en brand. Vertrapt haar mooie kransje, Dat dwaze, domme Hansje, Vliegt dwars door 't land. Naar huis — daar staat ons Jantje, Een vrolijk bij de handje, Hij schatert 't uit. „Och, kijk dat kind eens beven, „Waar is je krans gebleven?" Zo roept de guit Verslagen staat ons Lijsje, Dat domme, bange meisje, Zij heeft verdriet, 't Is bedtijd — en het kransje Van 't kleine domme Hansje Krijgt Moesje niet. --- VAN EN VOOR DE VROUW EEN MODEPRAATJE. VOORJAARSNIEUWIGHEDEN. [Wanneer men de voorjaarscollecties beziet van de toonaangevende Parijsche modehuizen, die ten slotte altijd nog de hoofdlijnen van de heele vrouwelijke mode aangeven, dan valt er heel wat op te merken, al denkt men zoo op het eerste gezicht, dat er niet zoo heel veel veranderd is. Daarbij poogt elk modehuis weer iets speciaals te brengen. Zoo komt Schiaparelli met mantels, die vooral voor slanke figuren goed staan en waarvan de knoopen ophouden even boven de natuurlijke plaats van de taille. Hetzelfde „ouderwetsche" tintje hebben de parachuterokken van deze firma, die een beetje oveidreven klokrok lijken. Het huis Robert Piguet komt met pofmouwen, ballonmouwen zoo men wil, maar dan platter, zoodat ze ox> pen Baddie van een kano gelijken. Het modehuis Mainbocher lanceert de zoogenaamde „boerenrokken"; Patou komt met bedrukte avondjaponnen met veel kraaltjes, Worth laat iets speciaals zien in een avondmantel van witte organza met zwart apenhaar afgezet, Alix legt zich toe op gracieuse Grieksche draperieën, en zoo zouden we kunnen doorgaan. Uitgeknipte, bedrukte bloemen vormen een aardige, veel toegepaste, garneering. Dit vindt men terug op bet voorjaarscostume van Mainbocher, dat op 't plaatje is weergegeven, en waarvan de ronde hals met die uitgeknipte bloemen, zoo echt jeugdig staat. Tot zoover gaat alles goed. Maar met de hoedjes, tja, daar schijnt ergens een steekje aan los te zijn, waardoor de fantasie een weinig ontspoord is. Want daar zijn toch gekke modelletjes bij.... Laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig „normale" en een beetje „gewone" modellen bij. De menschen uit het raodebedrijf geven dat zelf gul toe. Er zijn hoedjes met een scherpe punt van voren, die als een speer den evennaaste bedreigt; er zijn er met een bol als een bloempot; er zijn „pannekoeken" van lint-vlechtwerk met een ruikertje van voren erop gestoken, die precies één kant van het hoofd bedekken en door een band van gevlochten lint in dien scheven stand gehouden worden. Er zijn strooien hoedjes, die op een waschbak gelijken en recht op het voorhoofd geplant zijn, dan kleine hoedjes van Tiroolsche snit met twee veeren van achteren als een paar rechtopstaande konijnenooren Er is één troost, zooals iemand uit het modevak ons onlangs verzekerde, en dat i 5.... dat het al niet gekker meer kan, zoodat de hoedenmode alleen nog maar beter kan worden. Wat voor het oogenblikwel een wat schrale troost is. MADELEINE. --- GEEN VERGROEIDE VOETEN MEER IN CHINA. In China heerschte tot voor eenige jaren het zeldzame en voor ons onbegrijpelijke gebruik om de voeten der pasgeboren meisjes in te snoeren, waardoor zij strompelvoeten kregen. Dit werd als een bijzonder sieraad der Chineesche vrouwen aangemerkt. De burgemeester van Peking heeft thans een gebod uitgevaardigd, waarbij dezr misvorming in de toekomst verboden wordt. Ook de overheid in andere groote steden heeft dit voorbeeld gevolgd en een flinke geldboete volgt op deze overtreding, waaraan streng de hand wordt gehouden. Onder de dorpsbewoners blijft het gebruik gehandhaafd en hier zal de regeering wettelijke bepalingen moeten doen gelden om het misvormen der Chineesche vrouwenvoeten tegen te gaan. Vooral in de dorpen is men de oude zeden en gewoon'en nog toegedaan en breekt men niet gemakkelijk met deze traditie. De invoering yan deze nieuwe bepalingen zal dan ook niet al te vlot gaan, aangezien vplen, die niet nip» de moderne begrippen meegaan, meenen, dat het oeroude gebruik van het insnoeren der voeten door ** goden is voorgeschreven. --- DE GROOTE MODE ZIJN NOG STEEDS DE BLOUSES. Welhaast nimmer heeft de blouse zich zoozeer In de gunst der dames mogen verheugen als de afgeloopen seizoens het geval is geweest en nog zal zijn. Mooie vlotte en daarbij toch gemakkelijk te maken modellen. De mouwen worden boven den elleboog gedragen, ook lange en driekwart lange mouwen ziet men bij de mantelcostumes en complets dragen. Zijde, taft, organdie, effen ei gestreepte waschzijde, batist, georgette en voile ziet men dragen. Moesjes, strepen, bloemenmotieven en effen materiaal wordt verwerkt, terwijl als afwerking veel plissé's worden gebruikt en knoopen in de meest decoratieve vormen. Kleine kraagjes worden met takjes handboiduursel afgewerkt. De blouses worden ovei het algemeen over den rok gedragen. Soms met een elastiek in de taille afgewerkt. Er is een groote verscheidenheid in de ontwerpen, zoodat ieder hare keuze wat maaksel, materiaal en garneering betreft, kan volgen in overeenstemming met figuur en persoonlijkheid. --- EEN DELICIEUS HAPJE. Een lekker toetje (en toch niet duur) zijn sinaasappelen met vla. De vla kan men van maizena met vanil'ppoeder, custardpoeder of i.d. maken. Men neemt sinaasappelen, voor elke persoon Deze schilt men, waarna men ze in plakjes (overdwars) snijdt. Verwijder de stukjes pit en strooi nu flink wat suiker op deze schijfjes sinaasappel. Laat dat een paar uur staan. Nu is de suiker er goed ingetrokken. Doe er nu de vla (koud) overheen en breng uw huisgenoot»" daarmee in den zevenden hemeL --- VAN EEN KONINGIN, DIE NIET HUILEN KON. Izza gaat proberen te helpen. De vogels leren hem een lied. De koning en de koningin van Bellavetia hadden hun enig dochtertje verloren. Op zekere morgen, toen de koningin prinses Jitta wilde wekken, was haar bedje leeg en sinds dien had niemand meer iets van haar gehoord. De ko- nmg en Koningin waren troosteloos, maar de koningin kon niet huilen en zat de hele dag maar strak voor zich uit te kijken. Zij vermagerde erg en de koning, die de knapste doktoren bij haar liet komen, was radeloos. Doch iedere dokter zei, dat de koningin eerst moest huilen, dat zij dan weer flink zou kunnen worden. De koning liet nu de grootste voordrachtkunstenaars uit het rijk komen, die de koningin prachtige verzen voordroegen van leed en droefenis, maar de koningin huilde niet. Toen stuurde hij 'n boodschap naar beroemde musici; er kwamen violisten, harpisten, ja lifilfi orkest fin on het paleis, die weemoedige muziek speelden, maar de koningin bleef strak voor zich uit kijken. Izza, een elfje uit het bos in de buurt van de stad, waarin het paleis lag, hoorde van de droefheid der koningin en hij besloot zijn vriendjes de kabouters er op uit te sturen om prinses Jitta te gaan opsporen. Maar dat kon nog wel zo lang duren en hoe kon hij nu intussen de koningin helpen? Terwijl hij daarover zat te denken, kwam er een jong meisje door de laan gewandeld. Het meisje zong een liedje, doch scheen van het lopen erg moe te zijn. Toen zij dan ook 'n boomstronk zag, ging zij er op zitten en het duurde niet heel lang of zij sliep in. Toen kreeg Izza een inval. Hij riep de zangvogels van het bos bij zich, vertelde hun van het verdriet der koningin. Daarna wees hij op het meisje. „Kijk," zei hij, „zij kan mooi ziupen, maar zij heeft nog nooit verdriet gehad en kan dus geen weemoedig lied zingen, waardoor de koningin zou gaan huilen. Daarom vraag ik jullie: zing het meisje in het oor: jij mees, je mooiste loon; jij leeuwerik, je hardste triller; jij lijster, je zachtste fluittoon en jij, nachtegaal, je diepste slagtoon." De vogels, die van Izza hielden en ook het meisje wel kenden — want zij had hen gedurende de winter dikwijls zaad gegeven — deden wat hij vroeg. ledere vogel zong --- VERZEN VAN OUDE EN NIEUWE DICHTERS. MIEN LAAND. —11- Mien laand ligt bloot, mien laand is groot, zoo groot as open lucht Mien laand zit deur en deur vol kleur veur elk en am, dei zugt Mien laand is staark, de wil veur 't waark kikt ja oet elke kloet Mien laand is land: zai, zien verstand dat wast er boven oet Jan Boer, Uit: Nunerkes (Libellen-serie) --- WENKEN VOOR DE WASCH. Vergeeld waschgoed. Men lost ongeveer 100 gram chloor op in 1 L. water en zeeft deze oplossing om ze daarna bij het waschwater te voegen, zoodat zeep en chloor op het goed inwerken, daarna eenige malen uitspoelen. Kleine stukken kan men in karnemelk laten weeken, waarna men de resultaten spoedig zal ervaren; daarna in een sopje nawasschen en spoelen. Vochtvlekken in linnengoed. In dezen tijd, dat de linnenkast ook aan een beurt wordt onderworpen, ontdekt men wel epns, dat zich op een of ander stuk vochtvlekken bevinden. Zulks kan reeds gebeuren, indien zoon stuk niet geheel e-i al droog weggelegd en in langen tijd ntet gebruikt is. Men kan deze vlekken met potasch verwijderen, daarna in de zon drogen en met zeepsop nawrasschen. Ook kan men vochtvlekken verwijderen met water en ammoniak met 10 deelen water verdund. --- GEVULDE AARDAPPELEN. 6 groote aardappelen — 6 eieren voor dë saus — 3 d.L. bouillon of water met 2 bouillonblok]es — 1 flinke eetlepel bloem — 100 «ram ham — y gram geraspte kaas — 50 gram boter — 1 ei. De aardappelen worden fn de scVil gekookt, daarna van het huidje ontdaan en het binnenste deel uitgehold. Men gebruikt liefst geen afkokers, d een stevig soort aardappe'en. nJ?f ,aardar!Pelen worden in een vuurvast schotelfje „«„«£! f" ln e,Ue oPening een ei gebroken, waarna 'ttn f ?" *_Vden n,et een sausJe> dat smaakt wordt van de boter, bloem en bouillon, waarbij het.ei wordt gevoegd als het een minuut of vijf gekookt heeft en tenslotte de fijngehakte ham. Het geheel wordt met kleine stukjes boter belegd en bestrooid met kaas, daarna in den oven geplaatst, totdat de aardapoeleu _oed warm en de eieren gesmolten zi;a, ---