FRANKRIJK. PARIJS, 6 Februarij. Men zal zich herinneren, dat een crediet van verscheidene millioenen toegestaan is, ter uitvoering van het testament van Napoleon I. Vele personen, die daarop regt hadden, hebben bereids het hun toegekende cijfer ontvangen; maar het aantal aanvragen van oude officieren en militairen van het leger, die evenzeer regt hebben, om hunne aanspraken te doen gelden, is zoo groot, dat het toegestane crediet niet meer voldoende is. In dezen stand van zaken wil men weten, dat de Keizer het voornemen heeft, om de militaire medaille aan alle oude officieren van het leger van Napoleon I toe te kennen , en daaraan een pensioen te verbinden vau 200 fr. ten laste der fondsen van het legioen van eer. — De Gazette de Lyon deelt mede , dat een detachement der bekwaamste duikers van Londen en Parijs die stad gepasseerd is, om zich naar de Krim te begeven. De bekwaamste duiker van Lyon heeft zich bij hen gevoegd. — Meijerbeer houdt zicb op dit oogenblik bezig met het componeren van een wiegenlied, dat aan de Keizerin van Oostenrijk , bij hare op handen zijnde bevalling Zal worden overhandigd. --- BELGIE. BRUSSEL, 6 Februarij. De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft den 4den het ontwerp van wet aangenomen, waarbij een krediet van 400,000 franken wordt toegestaan, om de mindere ambtenaren van den staat, wier traktement beneden de 1000 franken is, en die een huisgezin hebben, in den tegenwoordigen duren tijd door geldelijke toelagen te gemoet te komen. — In den laten avond van de„ 2den dezer vond een courantombrenger alhier in de voorstad Anderlecht twee kinderen op een Btoep zitten, die ingeslapen schenen te zijn. Hij trachtte de arme kleineD te wekken; riep ze eerst niet luider steinoie toe, schudde hen vervolgens, doch tevergeefs, ze waren dood gevroren. Door zijnen zoon geholpen, bragt hij de ontzielde ligchamen der beide ongelukkigen in de nabijgelegen woning van een veldwachter. — De stad Gent is op dit oogenblik reeds in het bezit van meer dan 100 electro-magnetische uurwerken , welker wijzerplaten op de gaslantaarnen zijn aangebragi. Men wil thans gelijke uurwerken in Antwerpen invoeren. --- NEDERLAND. 's GRAVENHAGE, 7 Februarij. De ligte ongesteldheid, waaraan de president van den hoogen raad, de heer Dtmker ■Curlius, dezer dagen aanvankelijk leed , is spoedig van een meer ernstigen aard geworden, zoodat hij thans in zorgelijke omstandigheden verkeert. — De tot minister van marine benoemde kolonel en kapitein-ter-zee de Smit van den Broche is alhier aangekomen , en zal, na den eed in handen van Z. M. den Koning te hebben afgelegd, heden deze zijne betrekking aanvaarden. — De regering heeft twee wets-ontwerpen openbaar gemaakt, welke eerlang bij de heropening van de zittingen van de Tweede Kamer zullen ter tafel gebragt worden : 1) tot regeling van de koperen pasmunt in Neêrl. Indië, en 2) tot voorloopige voorziening in sommige waterschapsbelangea. In bet eerste wordt sul» lett. A voorgesteld, om de koperen munt te doen besaan in stukken van 2£ cent, van 1 cent en van \ cent. De dubbele heele en halve duiten worden binnen 5 jaren ingewisseld , in verhouding van 5 centen voor 6 duiten. — Sub lett. B wordt voorgesteld de begrooting der uitgaven, noodig tot regeling van bet muntwezen in Neêrlandsch Indië, te verhoogen meteen bedrag van / 4,000,000, en de middelen , aangewezen tot dekking der uitgaven , noodig tot Tegeling van het muntwezen in Neêrl. Indië te vermeerderen met eene som van f 3,000,000, uit de opbrengst der veilingen van gouvemements-produkten in Nederland, over het jaar 1854. In de middelen tot dekking der overige uitgaven zal nader worden voorzien. Het tweede ontwerp is een gevolg van het besluit der Eerste Kamer van den 16den Junij 1853, volgens hetwelk het wetsontwerp" tot regeling van de strafwetgevende magt der waterschappen , enz. onafgedaan is gebleven. De regering heeft dit ontwerp thans eenigzins gewijzigd voorgedragen, want zij houdt zich overtuigd van de gebiedende noodzakelijkheid, om in de telkens meer en meer zich openbarende behoefte in zake van den waterstaat te voorzien. Zij acht zich evenwel hiermede niet ontslagen van de taak, bij art. 191 der grondwet haar opgelegd. — Gisteren werd alhier voor den vleeechhouwer Zwaan van de RoUerdamsche markt een koebeest aangebragt, dat den drijver ontloopen is en in woedenden toestand menseben en andere voorwerpen omver stootte. Na vele straten duorgehold te zijn, heeft het den weg naar het boscb genomen. Men heeft den geheelen nacht vruchtelooze pogingen aangewend , om het beest op te sporen. De politie en andere personen zetten hunne nasporingen voort, om te ontdekken waar de koe gebleven is. — Aan een partikulier schrijven uit Londen , d.d. sden Februarij, ontleenen wij het onderstaande: Dezer dagen bad hier ter stede het volgende voorval plaats: Een jong Hollander, tijdelijk hier aanwezig voor zijnen vader, die aan het hoofd van een belangrijk industrieel établissement in de provincie Utrecht staat, werd op de straat door iemand tegen bet lijfgeloopen. De onbekende zocht hierover twist met den jongeling, die zich verontschuldigde. De onbekende stelde hem voor de kwestie in een nabijgelegen herberg af te drinken ; zij gingen beiden daarheen en dronken te zamen. Na het eene glaasje volgden welligt nog meer. Alibans de jonge man raakte beichonken. Toen hij weder tot zich zelve kwam, bleek het dat de onbekende den jongeling als soldaat naar de Krim had laten leekenen. Hij schreef onmiddellijk aan zijnen vader, die zich onverwijld hierheen begaf, en eene groote som gelds bood om zijnen zoon vrij le koopen. Het was ecnter te laat, daar het schip, waarop hij zich bevond, reeds naar de Krim Was vertrokken. Hoewel wij niet tooi alle bijzonderheden kunnen instaan, moge de zaak zelve alle vreemdelingen in het algemeen en rninervarene jongelieden in het bijzonder, die zicb naar Enn geland mogten begeven, ten waarschuwend voorbeeld strekken(iV. Roti. Ct.) . --- LEEUWARDEN, 8 Februarij. Naar wij vernemen, zul de reeds lang verwachte stoombootdienst tusjchen Dokkura en Leeuwarden , vice versa , eindelijk met het aanstaande voorjaar eenen aanvang nemen. De stoomboot is thans nog te Coblentz in aanbouw , doch zal tegen den gemeiden tijd gereed zijn. --- MEPPEL, 7 Februarij. Woensdag e.k. zal voor het kantongeregt alhier behandeld worden eene zaak, die de nieuwsgierigheid gaande maakt. De politie deed op zekeren avond hier onderzoek of de herbergen, volgens de bestaande verordening, na tien uren gesloten waren , en trof in eene der voornaamste nog een gezelschap aan .van omstreeks 30 personen. Toen zij aan dezen daarop gelastte de herberg te verlaten, verzocht de kastelein hen eveneens liet gewone locaal te verlaten , maar liet er op volgen , dat hij ben allen in eene kamer van zijn huis verzocht, om den avond verder te passeren. Het gezelschap volgde den kastelein op den voet, en de kastelein verzocht nu de politie om been te gaan ; de politie verwijderde zich , doch maakte proces-verbaal op tegen den vindingrijken kastelein en onderscheidene zijner gasten , die nu , als beklaagd van opgemelde verordening te hebben overtreden, voor het kantongeregt zijn gedagvaard. Men ziet de beslissing in deze zaak met belangstelling te gemoet. — Eergisteren zijn hier publiek verkocht 25 patrijzen en 4 korhoenders, die Zaturdag j.l. door een oppasser ijerjagt uit de Wijk bij iemand te Hoogeveen zijn aangehaald , die ze naar hier trachtte over te brengen in een botervat, dat hij zoodanig had digt gemaakt, als ware het met boter gevuld. Daar hij op schaatsen achter eene slede was en de oppasser te voet, gelukte het hem den oppasser tot' hier te ontkomen, doch deze, hoewel ongeveer een uur gaans zoo hart loopende als hij maar kon , gaf den moed niet verloren ; bleef den smokkelaar steeds zoo kort op de hielen, nat hij hem hier aan de Hoogeveensche vaart, bij eenig oponthoud inhalen, en het gesiokene in beslag nemen mogt. --- Gemeenteraad van Groningen. /jttting van zaturdag den lilden februarij. Aanwezig: de heeren Slot, Oudeman, Teip , Muller, Doornbosch, v. Houten, Upmeijer , Dommering, v. Ittersu.m, de la Faille, Swaagman, Meijer, van Imhoff, Quintus, v. Heijningen Bosch ,'Onnes , Roelfsema, de Sittek. Ckemeiis, Geebtsema en Mesdag. Aan de orde van behandeling wordt gebragt: 1) Voorstel van burg. en weth. omtrent het adres van roerlieden tot verhooging van voerloonen. - De heer Mesdag stelt een amendement voor, dat in het tarief de wijzigingen worden overgenomen, die door de commissarissen van de korenbeurs zijn voorgesteld. — Dit amendement wordt bestreden door den voorzitter, omdat de billijkheid het z. i. medebrengt, dat de voerloonen hooger gesteld worden voor die granen, die zwaarder en hooger in waarde zijn. De heer Mesdag ontwikkelt de redenen voor zijn amendement; hij wij.-t er op, dat in het advies der Kamer van Koophandel en Fal.rijken gezegd wordt, dat men geeu onderscheid moet maken tusechen haver en gerst enz., dat de voerloonen van alles gelijkelijk verhoogd moeten worden ; hierop zoude volgens de gemaakte bijvoeging de tarwe eene uitzondering maken, zonder dat voor die uitzondering eenige gronden worden opgegeven. Door de commissarissen van de korenbeurs is gewezen op het belang , dat de vereeniging van voerlieden er bij had , dat de loonen niet hooger gesteld worden dan is voorgesteld , vooral ook om de groote concurrentie voor te komen , omdat er anders buiten de vereeniging voerlieden zijn, die voor minder voerloonen zullen werken. Hij vindt geene reden om af te wijken van het gevoelen der Kamer van Koophandel, te meer daar dit ten nadeele zou strekken van de vereeniging van voerlieden. De heeren Doornbosch en Swaagman vereenigen zich met het voorstel van burg. en weth. om het voerloon der larvve hooger dan de andere te stellen , omdat de tarwe in den regel 5 of 6 pond zwaarder weegt. De heer Onnes geeft zijne bevreemding te kennen over het voorstel van den heer Mesdag. Wanneer men de tegenwoordige omstandigheden in aanmerking neemt, de duurte van haver, hooi enz. en ook van de paarden, wat alles nu wel de helft hooger is dan ten tijde van de vaststelling van het tarief, dan zoude hij gaarne gezien hebben , dat het verzoek volledig ware toegestaan , tot verboogirg niet alleen op de tarwe, maar ook op alle andere artikelen. Daar het voorstel van den heer Mesdag geene ondersteuning vindt, wordt het door dezen ter besparing van tijd weder ingetrokken. Alsnu wordt het tarief, zooals het door burg. en weth. voorgesteld is, goedgekeurd en vastgesteld. 2) Centraal-verslag over het brandreglement, in de vorige zitting uitgebragt. De heer Swaagman zegt in de afdeelingen eene aanmerking te hebben gemaakt op een anikel, waarin wordt bepaald , dat elke brandmeester bevel heeft bij zjne eigene spuit. Door die bepaling in het vroeger reglement heeft men een bekwamen brandmeester verloren, die zich met het bevel over eene andere spuit had bemoeid. Dit zou later weder kunnen gebeuren. Hij slelt daarom eene- wijziging van dat artikel voor, strekkende, dat zoo een brandmeester op de plaats van den brand tegenwoordig is, maar zijne spuit nog niet is aangekomen , hij dan bet bevel zal kunnen voeren over eene andere spuit, zoolang de brandmeester van die spuit afwezig >•• De voorzitter is van oordeel, dat de thans opgenomene bepaling voldoende is en dat de wijziging tot meer moeijelijkheden zal kunnen aanleiding geven. De heer Gebrtsema, is van de meening van den heer Swaagman en ondersteunt het amendement, waarvan hij overigens eene kortere -redactie zou verlangen. De heer Cremers acht, ,iat de thans bestaande bepaling, lot handhaving van de orde, moet blijven; nog liever dan het amendement van den heer Swaagman , zou bij dan willen hebben uitgedrukt, dat ieder brandmeester onbepaalde magt heeft over alle spuiten. De heer Gbertsrma stelt, tot wegneming van twijfel, voor om de bepaling op te nemen , dat het aan den opperbrandmeester of die hem vervangt blijft overgelaten ora bij brand aan een brandmeester het bevel op te dragen over eene andere spuit dan zijne eigene. De heer Swaagman trekt, daar dit amendement geheel in den geest is van zijn amendement, dit in. Na eene opmerking van den heer Cremers omtrent de conclusie van het verslag en eene dien ten gevolge voorgestelde geringe wijziging, wordt de conclusie van het verslag aangenomen , met het amendement van den heer Gebrtsema. 3) Reglement en tarief voor het beurlveer tusschen Groninningen, Kampen, Harderwijk en Amersfoort- - De kamer van koophandel heefi hiertegen geene bedenking. — Ter secretarij gelegd om in eene volgende zitting te worden behandeld. 4) Reglement en tarief voor het veer tusschen Groningen en Nieuwbuinen {gem. — Meue ,er -ecretarij gelegd. 5) Rapport over de voordragt van burg. en weth. tot verhooging van de opcenten op de rijks personele belasting en tot afschaffing van de 50 opcenten op de huurwaarde. -Burg. en weth. stellen, naar aanleiding vau ne rapport der commissie , in de vorige zitting uitgebragt, thans een concept-besluit voor, dat die belasting wordt afgeschaft onder goedkeuring des Konings, met dien verstande dat het kohier van dien omslag over 1854 niet zal worden invorderbaar verklaard en de omslag over dit jaar niet zal worden ingevorderd. De heer Cremers doet opmerken , dat de commissie van gevoelen was, dat de raad een bei aald besluit moest nemen omtrent het niet invorderbaar verklaren van het kohier, dat het haar echter twijfelachtig was voorgekomen, of bet al dan niei invorderbaar moest worden verklaard. Hij wenscht daarom dat dit punt beslist worde eu stelt voor de laatste woorden van het besluit weg te laten. De heer Quintus vereenigt zich met het gevoelen van den heer Cremers. Velen wenschen liever dat bet kohier executoir worde verklaard, waarvoor zijn verschillende redenen; o. a. acht hij hei wenschelijk, dat de gemeentekas geene schade lijde , bij bet vooruitzigt op de aanstaande veranderingen in bet belastingstelsel. De beer Oudeman doet opmerken, dat de commissie tot hetzelfde resultaat gekomen is als burg. en weth., dat n.l. de omslag niet noodig is, en dit was natuurlijk, want het grondde zich bij beiden op hetzelfde onderzoek. Z. i. moet het een regel zijn bij belastingen , dat zoo de uitgaven haar niet noodzakelijk maken, de belasting ook niet moet worden geheven. Het tweede gedeelte van het besluit is eene bijvoeging ter meerdere verduidelijking, die spr. op zich zelve niet noodig rekende, omdat de uitdrukkingen van het besluit duidelijk genoeg waren; maar burg. en weth. hebben toegegeven aan bet verlangen der commissie. Het heeft hem nu wel eenigzins bevreemd, dat men Jjuist die woorden weder wil weglaten. De heer Cremers gelooft, dat er eene misvatting bestaat; het is zijns inziens duidelijk, dat het kohier executoir moet worden verklaard, waarvoor nog een grond door hem wordt bijgcbragt. De heer de Sitter beantwoordt den heer Oudeman, dat de commissie niet hetzelfde resultaat heeft verkregen, als burg. en weth.; volgens haar is de rekening niet gedekt over 1854 zonder de invorderbaar verklaring van het kohier; als men de opgaven van den ontvanger nagaat, dan zal er over 6 jaren f 11,000 te min ontvangen worden; dit brengt nu wei geen te kort in de kas, het is echter te min ontvangen van de ingezetenen, die dat nog over 1854 verschuldigd zijn. De heer Swaagman is van hetzelfde gevoelen ; hier ie geen sprake van belasting, maar van eene schuld en de invordering van die schuld. Hij is op grond van wet en orde voor de invordering. De heer Oudeman verklaart , dat de uitgaven zijn gedekt ook zouder de biffing van de belasting en houdt slaande, dat eene belasting niet moet worden geheven zonder noodzaak. De heer Cremers gelooft, dat de raad verpligt is alles in te vorderen wat verschuldigd is wegens belastingen , die de raad niet mag afschaffen. De ,heer Trip neemt aan , dat de raad verpligt is het kohier executoir te verklaren, maar dat hij niet verpligt is dit binnen 14 dagen te doen. Hij kan daarmede wachten tot na de beslissing des Konings. Het besluit lot heffing der 25 opcenten op het personeel is een gevolg van de bepalingen der gemeentewet. Men moet nu niet op dubbele wijze belasting heffen, zoo. men dit niet noodig heeft, vooral laten de tegenwoordige tijdsomstandigheden zulk eene dubbele beffing niet toe. De beer v. Houten ondersteunt het voorstel van den heer Cremers op gronden van billijkheid, welke bij aantoont door eene vergelijking met de consumtieve belastingen. De heer Quintus stelt voor achter het woord afschaffen te lezen: over de dienst 1855 en vervolgens, en het overige der alinea weg te laten. Nadat nog enkele inlichtingen over en weder gegeven zijn verklaart de heer Onnes zich tegen het voorstel van den heer Quintus, dewijl het de schuld van het bestuur is en niet die der ingezetenen . dat het kohier over 1854 niet invorderbaar is verklaard. Hij vindt nu geene vrijheid de gemeente in ééri jaar dubbele belasting te laten betalen ; ook wil bij dat niet uit principe om de kas te vullen. Het conceptbesluit, zooals het door den heer Quintus gewijzigd is, wordt hierop met 15 tegen 6 stemmen aangenomen. {Tegen: de beeren vanlttersum, Trip, Oodkman, Muller, Onnes en Slot.) De heer Cremers dringt thans aan op het spoedig invorderbaar verklaren van het kohier. 6) Voorstel tot herstelling van eene schrijffout in het tarief voor het veer tusschen Groningen en Lellens ,gem. Ten Boer. —, Aangenomen, onder goedkeuring van Ged. Siaten. f 7) Verzoeken van J. T. Uitvlugt te Stads-Kanaal en van H. J. Timmerman te Ter Apeler-kanaal, om heemsteden in erfpacht te mogen ontvangen. — De veencominissie heelt hiertegen geene bedenking. Aangenomen, onder goedkeuring van Ged. Staten. De deuren worden hierop gesloten. Na heropening der deuren worden de werkzaamheden in eene openlijke vergadering voortgezet: 8) Missive van dr Wilde, tan Veendam, nopens den aanleg van een kunslvjeg langs het stads Kanaal en houdende aanvraag om subsidie daarvoor. — De voorzitter stelt voor ie besluiten , dat de gemeente Groningen niet genegen is voor eigen rekening diea weg aau te leggen , maar dat zij 30 pCi. in de kosten van aanleg wij bijdragen. De heer Cremers wenscht die bi|drage in plaats van 80 pCt. op 20 pCt.' gebragt te zien. Hij wordt hierin ondersteund door ac heeren Oudeman en v. Houten. Met 18 tegen 4 stemmen wordt dit voorstel verworpen. (Foor: de heeren Doornbosch, v. Houten , Oudeman en Cremers.) 9) Voorstel van prof. dr la Faille omtrent het ggmnasium. De heer de la Faillb zegt zich in de vorige vergadering Wel te hebben kunnen vereenigeu met hel voorstel van de heeren Quintus en Cremers , wat de benoeming van eene commissie betreft, maar niet geheel met de daarbij voorgestelde wijze. De zaak is toen tot eene volgende vergadering aangehouden en spr. gevoelt zich verpligt nu , bij wijze van amendement, eene andere redactie voor te stellen, waarbij zooveel mogelijk dezeifde woorden zijn behouden. Bij de beraadslaging omtrent de van curaloren te vragen voorlichting op het adres van den heer Meinbsz is gebleken , dat ook de leden van den raad deze en gene verandering in de inrigling van bet gymnasium wenscbelijk oordeelden. De raad heeft door de toezending van dal adres aan de curatoren een blijk gegeven van zijne belangstelling, die niet verminderd is na het antwoord door curatoren omtrent het adres ingezonden. Wij betreuren het, zegt spr., dat curaloren gemeend hebben zicb te moeten onttrekken aau het bestuur van het gymnasium, dat zooveel aan hen verpligt is. Hij vraagt nu, of ieis dienen kan tot wegneming van de gerezen moeijelijkheden , en of de raad thans nog geene middelen in bet werk kan stellen ter bevordering van de belangen van het gymnasium. Daar het gymnasium eene inrigting is door de gemeente daargesteld en bezoldigd , verdient het gewis de zorg van hei gemeentebestuur. Indien de raad zich tracht te vergewissen door het onderzoek naar de gerezene klagten aun eene commissie op te dragen , dan zal de raad de op dat onderzoek noodig geachte wijzigingen of beamen, of hij zal van een ander gevielen zijn e_ kan dan medewerken om ongegronde beoordeelingen le doen verdwijnen. Dit kan uitgaan van eeue oommissie lot onderzoek uit den raad gekozen. Hij stelt derhalve voor te besluiten , dat er eene commissie zal worden benoemd uit leden van den raad, waaraan wordt opgedragen 1) bei onderzoek over het al of niet gegronde der bezwaren door verscheidene ingezetenen tegen het gymnasium ingebragt en over de veranderingen , die door anderen wenschelijk worden geacht; ca 2) verslag van bare bevinding aan den raad te doen en , zoo daartoe aanleiding mogt bestaan , 3) de slotsom van dat onderzoek aan te nemen en mede te deelen aau de curatoren van bet gymnasium. —- Ter visie gelegd, om in eens volgende vergadering te behandelen. Na lezing der korte notulen wordt de vergadering gesloten. --- GRONINGEN, 10 Februarij. | Bij het sluiten dezer Courant vas- de Hollandsche post nog niet aangekomen. Zelfs worden de Hollandsche dagbladen , die in gewone tijden reeds gisleren middag bier zooden zijn gearriveerd, tot op heden le vergeefs door ons verwacht. — Terwijl het zich in den aanvang dezer week , bij het toe» ingevallen dooiweder liet aanzien, dat de vorst voor dezen winter zou zijn geweken en onze behoeftige uatuurgenoolen zich reeds verheugden, dat zij weldra den strijd legen de koude zouden zijn te boven gekomen , is thans weder de vorst met veidubbelde gestrengheid teruggekeerd, blijkens onderstaanden stand van den thermometer volgens de schaal va» Fahrenhkit, waargenomen aan bet akademiegebouw: 's morg. 8 uur. 's nam. 2 uur. 's av. 8 uur. Febr. 9 14 16è 11. 6 uur. „ 10 4J (d.i. 27i° vorst) 16. 19.. , — Het is ons aangenaam te kunnen vermelden, dat destudenten, leden van Vindwat atque Polit, voornemens zijn binnen kort ook het hunne ie doen om den nood der arme» dezer stad te helpen verligten , door het geven vau eea concert. — Even als reeds in andere gemeenten dezer provincie , wa» in den aanvang van het afgeloopen jaar hier ter mede door het zeemans-collegie de Groninger Eendragt eene commissie benoemd, met opdragt, om jongelingen uit den minvermogenden stand op te leiden voor de zeevaart. Deze commissie heeft dezer dagen verslag uitgebragt van hare bemoeijingen over het afgeloopen jaar en wij achten het, ter meerdere bekendwording dezer ter bestrijding van het pauperisme en ter bevording van de zeevaart zoo nuttige inrigting, niet ondienstig, de uitkomst mede te deelen van de pogingen , door de commissie ter bereikitg van gemeld doel aangewend. Voorloopig was het getal jongelingen , met wier aanneming en plaatsing zij eene proef wilde" nemen ,op 8 bepaald. Van deze waren over het algemeen gunstige getuigenissen afgelegd door de kapiteins, die zich met het opzigt over ben hadden belast en hadden de jongelingen geene redenen tot klagten gegeven. Slechts twee jongelingen , die bovendien waren aangenomen en geplaatst, zijn, met terugneming van de uitrusting, door de commissie omslagen, een omdat hij zonder voorkennis van den kapitein onder weg het schip had verlaten en naar buis was teruggekeerd , de andere omdat hij, na eenige weken aan boord geweest te zijn, geen lust meer in de zeevaart betoonde. Het geheele bedrag der uitgaven, aan de uitrusting dezer jongelieden besteed, bedroeg/418.42. De commissie is van oordeel, dat dit begin wezenlijk gun • stig mag worden genoemd en met de zoo zeer gewenschte vermeerdering van medewerking bij ohze zeevarende leden de grondslag kan worden eener zeer belangrijke inrigting. En reeds is door de nuttige strekking , welke hierdoor aan het zeemanscollegie was gegeven , niet alleen een teruggang in aantal van contribuerende leden voorgekomen , maar dat getal nu reeds vermeerderd met 50 nieuwe leden en 18 donateurs en donatrices, eeniglijk om de goede strekking, welke hierdoor aan bet doel der vereeniging is gegeven. „ Die deelneming — zegt de commissie , — kan en moet nog aanmerkelijk vermeerderen , wanneer men meer algemeen bekend wordt met de vruchten van onze bernoeijing, vermits de overtuiging meer en meer veld wint, dat zonder de opleiding van be- Jiwame matrozen onze zoo zeer bloeijende koopvaardijvloot op den duur zonder genoegzame bemanning zou moeten geraken, terwijl helaas zoo velen aan de wal om werk zoeken, daar met de aanwending der stoomkracht in zoo menige tak van nijverheid de behoefie aan machinale menschelijke kracht zeer vermindert, maar daarentegen aan bekwame handen sterk vermeerdert, zoodat ieder, die de armoede werkelijk met vrucht wenscht tegen te gaan, mede dient te werken, om het opkomend geslacht op te leiden en te bekwamen." — In de dezer dagen gehoudene jaarlijksche algetreene vergadering van de Hulpkas voor minvermogende Israëlieten der Ned. Isr. gemeente albier, is gebleken , dat deze instelling in het laatste jaar renteloos uitgeleend heeft in 46 posten ƒ 1106, terwijl in de vijfjaren van deszelis bestaan gecirculeerd heeft J 8756 in 678 ' posten. Uit het verslag van den secretaris bleek verder, dat deze inrigting steeds in eenen bloeijenden staat verkeert, en de verliezen door sterfgevallen, Verarming en slecht gedrag veroorzaakt, door de contributién en donatien wel kunnen gedekt worden ; voorts, dal men thans meer nog dan vroeger hoopt, dat velen van den kleinen burgerstand meer en meer van deze instelling zullen gebruik maken , daar men wel in staat is , nog meer menschen te helpen , dan tot nu loc aangevraagd hebben. — Uit de leden werd eene commissie benoemd tot het nazien van de rekening en verantwoording, zoomede tot herziening der reglementen De voorzitter aau de beart zijnde van aftreding, werd met algemeene stemmen herkozen. Bij het openen van de vergadering had de voorzitter zijne toehoorders opmerkzaam gemaakt hoe deze instelling, met een kapitaal door kleine bijdragen bijeergebragt, eene ware Hulpkas was en bleef voor dezulken, die deze weldaad op prijs weien te stellen , en hoe de leeners ' door eerlijkheid en stipte aflossing van een twintigste gedeelte per week, gemakkelijk van de schuld vrij werden en zich steeds eene hulpkas open hielden , waar zij geld zonder rente kunnen verkrijgen. Hoe me r bekendheid deze inrigting bij de belanghebbenden verkrijgt, hoe meer dezelve in waarde stijgt. Maar de belangstelling van de leden en donateurs, «ouwel van geloofsgenooten als van andere gezindten moet levendig blijken , opdat deze instelling steeds meer en meer vooruit ga , en worde wat ze nog meer worden kan , dan ze reeds is: een afweermiddel van de armoede. — Gisteren is door het openbaar ministerie bij de arrond.-regtbank alhier conclusie genomen in zake schipper J. G. de Groot tegen de gemeente Groningen, strekkende die conclusie tot toewijzing van den eii-cb, met bepaling der schadevergoeding, tot zoodanig bedrag , als de regtbank zal vermeeneu te behooren. De uitspraak van het vonnis is bepaald op den 9den Maart aanstaande. — Naar men verneemt zal de zaak van den heer de B. M., die tegen het vonnis van de arrond.-regtbank alhier hooger' beroep had i, gesteld , thans behandeld worden bij het prov. geregtshof op Maandag den 26sten e.k. — Men berigl ons uit Marumi Onlangs is in deze gemeente opgerigt eene maatschappij van landonlginning tot eigen voordeel, wier aard en doel vrij juist door baren naam wordt uitgedrukt. Evenwel durft men hopen, dat ze ook, door 't verschaffen van werk, ten nutte van de arbeidende klasse zal strekken. Onze werkzame burgemeester, jhr. E. DB Wendt Alberda van Ekenstein , heeft haar in 't leven geroepen. Zij is verdeeld in aaudeelen ad f 25. Hun getal is onbepaald; vierenvijftig aandeelen lelt ze reeds, waaronder ettelijke uit andere plaatsen en gemeenten. Men heeft gemeend , de vergunning tot deelneming ook tot deze te moeten uitstrekken. Genoemde aandeelen mogen nimmer verhoogd worden. De deelneming eindigt niet dan met de ontbinding der maatschappij, behoudens het regt, om zijne aandeelen aan andereu over te doen. Bereids is er een reglement vastgesteld en een bestuur verkozen; de burgemeester der gemeente is er president van en tevens secretaris. 't Een en ander draßgt de algemeene goedkeuring weg en beveelt zich in ieder opzigt zeer gunstig aan. Nog dezen winter zal 't bestuur pogingen aanwenden , om woeste gronden , zooveel mogelijk in deze gemeente gelegen, in pacht te bekomen van vermogende grondbezitters. Men twijfelt evenmin aan dezer welwillendheid , als aan het nuttige en voordeelige der onderneming. — Door de afdeeling Beerta van het genootschap ter bevordering van nijverheid te Onderdendam, welke afdeeling meer dan 100 leden telt, is een leesgezelschap opgerigt, onder den naam van Leescirkel, verdeeld in drie afdeelingen, en ieder afdeeling in drie onderdeelen. De tijd- of vlugschriften en boekwerken , die men ter lezing neemt , hebben zooveel 'mogelijk betrekking tot den landbouw en de nijverheid, — Den 7den dezer had in de gemeente Peize de stemlning plaats voor twee leden van den gemeenteraad. — Er waren uitgebragt 53 geldige stemmen en een van onwaarde. A. Ebbingb, Jr. bekwam 31 , W. L. Bakker 30, J. Ensino 22 en O. F. dk Vriks 12. De overige stemmen waren uitgebragt op onderscheidene personen , zoodat de eerstgenoemden met volstrekle zijn verkozen. — Het armbesiuur der Herv. gem. te Oïoorn heeft dezer dagen een stuk grond aangekocht, omstreeks tien bunders groot, en gelegen aan de zuidzijde vau Odoorn , waarschijnlijk om er vroeger of later een werkhuis te laten t bouwen. Bij besluit van den commissaris des Konings, d.d. oden Februarij, zijn de dagen en uren , waarop de loting voor de nationale militie in de hoofdplaatsen der kantons ia dit jaar geschieden moet , bepaald als volgt: Donderdag den 22sten Febr. voor de gemeenten Haren en Noorddi|k des voormiddags te 10 uur. Vrijdag den 23sten Feür. voor de gemeenten Grootegast des voormiddags le 10£, Marum en Oldekerk te Il£,°en Leek des namiddags te Ij uur. Zaturdag den 24sten Febr. voor de gemeenten Grijpskerk en Hoogkerk des voormiddags te 10, Oldehove en Ezinge te 11 , Aduard en Zuidhom des middags te 12 uur. Maandag den 26sten Febr. voor de stad Groningen des voormiddags te 8 uur. Dingsdag den 27sten Febr. voor de gemeenten Slochleren des voormiddags te 9, Sappemeer des voormiddags te 10£ en Hoogezand des voormiddags ie lI.J uur. Woensdag den 28sten Febr. voor de gemeenten Kloosterburen en Eenrum des, voormiddags te 10, Ulrum en Leens te 11, Adorp en Baflo des middags ta 12, eu Winsum des namiddags te 1 uur. Donderdag den lsten Maart voor de gemeenten Uithuis termeeden en Uitbaizen des voormiddags te 10, Usquert en »n M",m,te ll' Bedum en Kantens des namiddags te 121, en M.ddelsium des middags te lè uur. vrijdag den 2den Maart voor de gemeenten Bierurn en in .n°eL VOorn,idaBgß te 10J. Stedum en 't Zandt te Ui, en Loppersum des namiddags ie 12i uur. Zaïurdag den 3 len Maurt voor de gemeente Termunten en Nieuwolda des voormiddags te 10} , Delfzijl le en Appingedam des namiddags te 12J uur. Maandag den sden Maart voor de gemeenten Finsterwold en Midwolde des voormiddags te 10, Noordbroek en Zuidbroek te 11, en Scheemda deR middags te 12 uur. Dingsdag den 6den Maart voor de gemeenten Beerta des voormiddags te 9J , Nieuwe Schans te 10J, en Winschoten te 11 uur. Woensdag den 7den Maart voor de gemeenten Bellingewolde en Onstwedde des. voormiddags te 11 , Vlaglwedde en Wedde des namiddags te 1 uur. Donderdag den Bsten Maart voor de gemeenten Nieuwe Pekela des voormiddags te 10, en Oude Pekela des middags te 12 uur. B Vrijdag den 9den Maart voor de gemeenten Meeden en Muntendam des, voormiddags ,e 9, Wildervank te 10, en Veendam des middags te 12 uur. Wordende de lotelingen gewaarschuwd , dat zij daarbij in persoon tegenwoordig moeten zijn, en dezulken, die wettige redenen van absentie mogten hebben, dat zij schriftelijke volmagt zullen moeten geven aan bevoegde, bij het Bestuur hunner gemeente bekende personen , om voor hen te loten; terwijl , bij gebreke van dien , door het Bestuur voor hen zal worden geloot. De stukken, benoodigd tot staving der redenen van vrijstel.ing welke de lotelingen mogten vermeenen te hebben , moeten door hen, binnen de vijf eerstkomende dagen , na den dag, lot de loting voor hunne gemeente bepaald, in behoorlijke orde aan het Gemeentebestuur ingeleverd worden. ---