Tweede Kamer. De nieuw benoemde voorzitter heeft in de zitting van den 19den de hem opgedragen betrekking met de volgende rede aanvaard : Mijne Heeren ! >Door uwe gunstige beschikking op de voordragt der leden voor het voorzitterschap geplaatst, heeft het aan het geëerbiedigd Hoofd van den Staat behaagd mij tot voorzitter dezer aanzienlijke Vergadering te benoemen. i Erkentelijk voor dit hernieuwd blijk uwer welwillendheid, hoop ik daaraan te beantwoorden door de getrouwe vervulling der pligten aan deze gewigtige betrekking verbonden. >De taak, welke aan mij is opgedragen, is niet van bezwaren ontbloot, ik gevoel het ten volle; maar de kalmte en de bezadigdheid, die in uwe beraadslagingen steeds in acht genomen worden , zullen mij in staat stellen deze te boven te komen. » Vele en gewigtige wetsvoorstellen waren ons in de afgeloopene zitting door de Regering aangeboden. Zij werden met ernst en naauwgezetheid door ons onderzocht , en wij mogten ons vleijen na het volbragte onderzoek , dat het ten einde brengen onzer werkzaamheden rijke vruchten voor de natie zou opleveren. Die verwachting is niet verwezenlijkt geworden, maar het bevredigend uitzigt is ons niet benomen , dat de regeling dezer onderwerpen in de tegenwoordige zitting tot vergoeding zal strekken van de teleurstelling, welke wij in de vorige ondervonden. » Laat ons slechts onvermoeid voortgaan in onze pogingen tot verzekering der getrouwe uitvoering van de voorschriften der Grondwet en tot bevordering van het algemeen belang, en wij mogen ons verzekerd houden , dat het welslagen derzelve niet achterwege zal blijven. b Eén toch is het doel naar welks verwezenlijking wij streven, hoe verschillend ook de inrigten mogen zijn over de middelen die daartoe geleiden kunnen. Wij wenschen het geluk der natie te bevorderen en haar in het genot te stellen der vrijheden en regten , die haar bij de jongste Grondwetsherziening werden toegekend en op welker bezit zij regtmatige aanspraak kan maken. » Van mijnen kant zal ik niets onbeproefd laten , om u in het aanwenden uwer pogingen tot het bereiken van dat doel ter zijde te staan, en tot dat einde de vereischte orde in uwe beraadslagingen te doen heerschen. » Ik verklaar het voorzitterschap van de Tweede Kamer der Staten Generaal te aanvaarden." De afdeelingen hebben benoemd : tot hare voorzitters , de heeren van Bosse, Sloet tot Oldkuis, Meelissen, Heemskerk en Groen van Prinsterer; tot hare onder-voorzitters :de heeren Baud , Strens, Schimmelpenninck van der O'ije , Luyben en van Heiden Reinestein, en tot leden der commissie voor het ontwerpen van een adres van antwoord op de troonrede : de heeren van Zuylen vun Nyevett, Strens, van der Veen, Bosscha en van Lynden. In deze zitting zijn ingekomen 149 adressen , alle betrekking hebbende tot de algemeene invoering der heffing van 150 gemeentelijke opcenten op de rijksbelasting van het gedistilleerd, ingezonden o.a. door de raden der gemeenten Veendam en Kloosterburen ; — 11 adressen , houdende bedenkingen tegen of beschouwingen over de laatst voorgedragen wet op het lager onderwijs , o.a. van H. W. Hemmes en andere Herv. predikanten in Groningen , G. Rykens en andere onderwijzers in het vierde district van Groningen ; T. J. Meijer en andere onderwijzers in hetzelfde district; L. Jager en andere onderwijzers in hetzelfde district, en F. f. de Boer en andere ingezetenen van Uitwierda; — 4 adressen tot ondersteuning van het hoofdbeginsel der laatst voorgedragene wet op het lager onderwijs , o.a. van de commissie van plaatselijk toezigt te Wildervank , en J. R. de Vrieze en andere onderwijzers in het sde en 6de district van Groningen ; — 4 adressen , houdende bezwaren omtrent de jagtwet , o.a. van: het bestuur der maatschappij van landbouw in de provincie Groningen, en van landbouwers en landgebruikers in de gemeenten Aduard , Zuidhom , enz.; — 2 adressen ten voordeele der splitsing van het rijks-kiesdistrict Appingedam , als : van den raad der gemeente Slochteren, en van H. V. Ebbens en andere kiezers in het district. In de zitting van den 20sten zijn ingekomen de volgende ontwerpen van wet: 1) tot onteigening van perceelen , ten behoeve der verbetering van het kanaal van het Dokkummer Hoogdiep; 2) tot onteigening van perceelen voor de vereeniging van het kanaal van 's Gravenhage naar Scheveningen (beide ontwerpen in de vorige zitting onafgedaan gebleven); en 3) tot inkoop en amortisatie van schuld. — Verzonden naar de afdeelingen. Zitting van Maandag den listen September. Heden zijn de staatsbegrootingen voor het jaar 1857, namens den Koning, door den minister van financiën in de Tweede Kamer overgebragt, en is daarbij, even als in vorige jaren , door z. cxc. eene zeer uitvoerige redevoering uitgesproken, belangrijke mededeelingen behelzende over den geldelijken toestand des lands. In de eerste plaats heeft z. cxc. een' blik geworpen op de vorige dienstjaren. Van het dienstjaar van 1853, waarvan de rekening door de algemeene rekenkamer is opgenomen en gesloten . en van welker batig slot reeds een bedrag van / 5,600,000 tot amortisatie van schuld is aangewezen, blijft nu / 22,525 , waaraan men gelijke bestemming denkt te geven. Van het dienstjaar van 1854, van welks batig slot ƒ 7,900,000 tot amortisatie zijn aangewend, blijft nog ƒ 255,153 over, waaraan nog geene bepaalde bestemming wordt gegeven, omdat de rekening over dat jaar nog niet opgenomen en gesloten is. In het jaar 1855 zijn niet minder dan ƒ 24,400,000 uit de opbrengst der overzeesche bezittingen in 's rijks schatkist gevloeid. Het voordeelige slot van dat jaar kan voorloopig op ƒ 13,400,000 worden gesteld. Daarvan zijn reeds 8 millioenen tot amortisatie gebruikt. Thans wordt voorgesteld, nog vijf millioenen tot hetzelfde einde aan te wijzen. In de tweede plaats heeft de minister de aandacht gevestigd op de opbrengst der belastingen in de acht eerste maanden van dit jaar. Hoewel deze opbrengst geenszins zoo gnnstig is als in het vorige jaar (toen de gewone middelen de raming met ruim vier millioenen overtroffen) wordt de toestand echter bevredigend geacht. Het regt van successie heeft belangrijk minder opgebragt; daarentegen de zegel- , registratie- , griffie- en hypotheek-regten meer dan in gelijk tijdvak van 't vorig jaar. De opbrengst der in-en uitgaande regten is wel beter dan ten vorigen jare, maar niet zoo goed als de her- Stelde vrede mogt doen verwachten; van de accijnsen bieden sommige een voldoend, sommige een minder voldoend resultaat aan. De opbrengst der posterijen is zeer bevredigend. De slotsom der beschouwingen van den minister was , dat het gewaagd zou zijn , zich voor te stellen , dat de opbrengst der belastingen de daarvan gemaakte (voor dat jaar nog ai hoog opgedreyene) raming eenigzins belangrijk zal overtreffen. Desniettemin belooft dit jaar een aanzienlijk batig saldo , vermits de bijdragen uit de overzeesche bezittingen de som van vijftien en een half millioen belangrijk zullen overtreffen. In de derde plaats werd door den minister, nopens de raming van al de begrootingen van uitgaven en die der middelen, medegedeeld, dat de oorspronkelijke begrootingen voor het loopende dienstjaar hebben bedragen ƒ 73,433,257 , waaraan later is toegevoegd 10 millioen.-n voor amortisatie ; ƒ295,874 voor het stoomgemaal aan den IJssel en werken aan het Haarlommer-meer, en ƒ 140,000 voor het entrepot te Rotterdam. De begrootingen van uitgaven voor 1857 bedragen slechts / 72,746,438, zijnde dus / 686,810 minder dan de oorspronkelijke begrootingen voor het loopende dienstjaar. Deze zeer gunstige uitkomst is hoofdzakelijk verkregen door schulddelg ng, waardoor aan renten f 633,663 minder is uitgetrokken voor 1857 dan voor 1856. De overige hoofdstukken zijn echter ook nog ƒ 53,156 minder dan voor het loopende jaar. Uit de redevoering van den minister is gebleken , dat sedert 1850 nagenoeg ƒ 2,300,000 aan renten is bespaard, door voortgezette schulddelging. Do middelen worden, wat belastingen en aantal opcenten betreft, volkomen gelijk aan die van het loopende jaar voorgesteld. De som van ƒ 934,362 uit het domein-fonds tot dekking der verpligte amortisatie is achterwege gesteld; die som wordt nu uit de gewone middelen gevonden. Tot herstel der marine wordt ditmaal eene buitengewone bijdrage van ƒ 800,000 uit de Oost-Indische baten gevorderd. De renten van het fonds van den Hoogen Raad-van-Adel, welke men weder voor hunne oorspronkelijke bestemming wil bezigen, zijn niet meer onder 's rijks inkomsten opgenomen. De algeheele opbrengst der middelen wordt geraamd op / 72,784,421 , gevende dus aanvankelijk op de begrootingen een batig slot van ƒ 37,982, welk bedrag echter, wegens de oorzaken, door den minister aangevoerd, waarschijnlijk nog al zal overtroffen worden; onder anderen , door rente-besparing, vermits op nieuw eene wet tot amortisatie wordt voorgedragen. Verschillende belangrijke wetten zijn tevens door z. cxc. den minister van financiën aangekondigd ; als, onder anderen , eene voordragt, bij welke honderd opcenten op het gedistilleerd als eerste gemeente-belasting worden voorgesteld; verder uitbreiding van den vrijdom van den accijns van de brandstoffen, in het belang der nijverheid ; vermindering van het zegel op de certificaten van vreemde leeningen hier te lande gesloten ; op de certificaten der nationale schuld, enz. Voorts heeft de minister medegedeeld , dat do Regering zich voorstelt, in den loop dezer zitting, eene nieuwe wet op de patenten voor te dragen; alsmede, dat bij de loterij eeno eerste verbetering zal worden ingevoerd (gedeeltelijke afschaffing van het stelsel van huur) die tot eene meer radicale zal leiden, en eindelijk, dat de zaak der kroon-domeinen, waarvan zoo dikwerf sprake is geweest, nu tot een gewenscht einde is gehragt. Ten slotte heeft de minister eenige mededeelingen gedaan betreffende onze scheepvaart, handel cri scheepsbouw in het afgeloopen jaar. --- 's GRAVENHAGE, 22 September. Bij kon. besluit van den 17den dezer is benoemd tot raadsheer in het provinciaal geregtshof in Noord-Holland , jhr. mr. F. L. H. J. Bosch van Drakettein, thans regter in de arrregtbank te Amsterdam en lid van de Eerste Kamer der Staten- Generaal. Ten gevolge van deze benoeming houdt die heer , in gevolge art. 91 der Grondwet , op, lid van de Eerste Kamer te zijn , maar is hij dadelijk daartoe weder verkiesbaar. — Bij gelegenheid van het krooningsfeest te Moskou, heeft de Keizer van Rusland, aan het gevolg van Z. K. H. prins Frederik der Nederlanden de volgende onderscheidingen toegekend : Het grootkruis der orde van St. Stanislas, aan den schout-bij-nacht 't Hooft; de St. Wlademir-orde , 3de klasse, aan den kolonel, graaf van der Duyn van Mdfxsdam; de St. Stanislas-orde, 2de kl. , aan den lsten luit. jhr. von Goedecke en den heer Visser; en de kroon der St. Anna-orde , 2de kl., aan den hofraad van Otterloo. — Men verzekert dat de minister van marine het voornemen heeft, om aan 's rijks werf te Hellevoetsluis , eene industrieschool op te rigten voor jonge werklieden. — Zaturdag was het 25 jaren geleden , dat de heer mr. J. Pols aan het hoofd van de afdeeling postwezen bij het ministerie van binnenl. zaken is geplaatst geweest, eerst als referendaris , later als hoofd-directeur. Hij heeft bij die gelegenheid van de gezamenlijke ambtenaren bij het postwezen een prachtig zilveren dessert-servies met toepasselijk opschrift ten geschenke ontvangen. — De heeren koperfabrikanten Enthoven, de Heus en Krepel hebben een adres aan de Tweede Kamer gezonden, waarin zij wijzen op de slechte navolging van het contract door het Rijk met de heeren van Vlissingen en Co. gesloten, welke laatsten tot nu toe slechts 106,000 ponden koper voor de duitenplaatjes geleverd hebben in plaats van 1,200,000, welke minstens reeds door hen moesten geleverd zijn. Zij meenen dat het Rijk daardoor een uitgestrekt nadeel lijdt, maar moeten tevens er bij in herinnering brengen , dat hunne werklieden hunkeren naar arbeid, en dus gaarne zouden medewerken, om de achterlijke levering te herstellen. Zij hopen dat de Kamer zoodanige maatregelen zal nemen , waardoor de wet op het muntwezen voor Nederl. Indië kan worden nagekomen. — Het bekende ultramontaansche dagblad, de Parijssche Univers, 't welk zich meermalen ook met de kerkelijke aangelegenheden in andere landen bezig houdt , vermeldde dezer dagen het navolgende, betreflende Nederland :» De zitting van de Staten Generaal der Nederlanden is den loden geopend. Zij zal vermoedelijk bezwaren en onrust opleveren , ter zake van de impopulariteit van het nieuwe ministerie, in 't welk het ultraprotestantsche beginsel wordt gehuldigd , en 't welk , ondersteund door de geheime revolutionaire genootschappen j de liberalen vereenigd met de R.-Katholijken, dat is, de overgroote meerderheid der natie, tegen zich heeft. Men weet dat de Hollandsche liberalen alleen in naam gelijken aan die van België, Zwitserland, Piëmont en Frankrijk, en dat zij, in stede van de R.-Katholijken aan te randen , dezelve verdedigen tegen de revolutionaire genootschappen. De strijd zal vermoedelijk ontstaan ter zake van de wet op het onderwijs." De Haarl. Ct., die dit mededeelt , merkt daarbij aan , dat het nog geenszins gebleken is en zelfs op goede gronden in twijfel wordt getrokken , of het dusgenaamde ultra-protestantsche beginsel in het nieuwe ministerie kan gezegd worden de bovenhand te hebben. Verder lezen wij daar: »De hoofdleiders der Katholijken vermeenen , ter bevordering hunner belangen, de medewerking te behoeven van de ultra-liberalen , en verleenen aan deze te dien einde, met schijnbare verloochening hunner beginselen , hunne krachtige ondersteuning. De ultra-liberalen behoeven deze ondersteuning, ten einde zich eenigermate te kunnen doen gelden, vermits zij , zonder deze krachtige medewerking , ter naauwernood zeven of acht hunner aanhangers in de Tweede Kamer der Staten Generaal zouden kunnen doen verkiezen." — Men verneemt dat ook door de directie der Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij dezer dagen bij de Hooge Regering concessie is aangevraagd voor den aanleg van een spoorweg van Gouda op Scheveningen. Men zal zich herinneren , dat enkele weken geleden diezelfde concessie door den heer Maxicils c. s. alhier is verzocht. — Van goeder hand wordt medegedeeld , dat de officiële opening van den spoorweg van Emmerik naar Oberhausen , op den 17den October a.s. is vastgesteld , en dat er bij die gelegenheid , voor zoover nu bekend is, feestelijkheden te Amsterdam en Keulen zullen plaats hebben. De N. Rott. Ct. hoopt dat de handel van Rotterdam niet achterlijk zal blijven om bij deze heugelijke gebeurtenis zijne vreugde en belangstelling te toonen. — De bijeenkomst tot voortzetting der discussie over het conceptreglement voor de Kederlundsche Protestantse/ie Unie zal gehouden worden te Utrecht op den 29sten October a.s. Allen wien het waar belang van het Protestantisme ter harte gaat, worden tot deelneming aan die bijeenkomst uitgenoodigd , met verzoek om van hun voornemen ter bijwoning franko kennis te geven aan den heer G- P. Kitz van Heijningen , te Deventer, vóór den lOden October. (Kerk. Ct.) — Het huis Oppenheim heeft in Nederland en België eene associatie gesloten, tot het aanleggen van alle Russische spoorwegen. De heer Oppenheim is naar Petersburg vertrokken. Zoo wordt per telegraaf uit Keulen gemeld, 't Komt ons wel wat zonderling voor, dat hier in Nederland zulk eene vereeniging zou zijn tct stand gebragt , terwijl ons eigen land nog , door gebrek aan kapitalen, voor een groot deel van spoorwegen verstoken is. --- ROTTERDAM, 21 September. Heden morgen is alhier per stoomboot der General Steam Navigation Company van Londen aangekomen een veertigtal officieren en manschappen van het vreemden-legioen in Engelsche dienst tijdens den oorlog met Rusland. Enkelen zijn terstond doorgereisd naar Duitschland, terwijl andere, nog geene bepaalde bestemming hebbende, vooreerst nog hier zijn gebleven. — Naar men verneemt, bevonden zich op het onlangs verongelukte schip Ocean Home 51 personen uit de gemeenten Aalten , Dinxperlo , Varseveld en Winterswijk, welke daarbij meest allen den dood in de golven hebben gevonden. Onder de weinige geredden behoorde een man uit laatstgemelde plaats, die bij die noodlottige ramp drie zijner volwassene kinderen, waarmede hij zich naar Noord-Amerika wilde begeven, aan de golven heeft moeten zien prijs geven. — Naar men verneemt, bestaat er van wege eene Engelsche onderneming het pljjn om, na bekomene goedkeuring, onder de gemeente Delfshaven eene fabrijk met stoomwerktuig op te rigten ter bereiding van hout (voornamelijk voor spoorwegen) met creosoot, door welk middel hetzelve veel langer tegen bederf bewaard wordt. --- NIEUWEDIEP, 21 September. Gisteren avond is hier binnengekomen Zr. Ms. stoomschip Merapi , komm. kapt. t. z. J. D. Wolterbeek , komende van Edimburg; aan boord bevindt zich 'L. K. H. de Kroonprins der Nederl., die , zoo al» bekend is , met deze boot eene reis heeft gedaan en laatstelijk aan de koninklijke familie van Engeland op haar kasteel te Balmoral in Schotland een bezoek heeft gebragt. --- ZIERIKZEE, 18 September. De eholeia-lijderes is heden als hersteld opgegeven. De ziekte heeft zich niet verder verspreid , zoodat de hoop niet ongegrond is , dat zij zich thans tot een enkel geval bepalen zal. --- ASSEN , 19 September. Er gaat thans geene week voorbij of er worden één of meer kolonisten uit Veenhuizen, door de justitie herwaarts gebragt, beschuldigd van brandbrieven te hebben geschreven. Niettegenstaande de strenge straffen door het hof van Drenthe op zoodanige misdadige handelingen in den laatsten tijd toegepast, zijn er toch nog steeds personen die liever gevangenisstraf willen verduren dan een langer verblijf in de maatschappij van weldadigheid , want de meesten bekennen dat zij bedoelde brieven alleen schrijven om uit die kolonie ontslagen te worden. Uit de reeds gevoerde processen is genoegzaam gebleken, dat het verblijf der kolonisten, hunne levenswijze, behaul.ling, enz., niet zóó gewenscht en aangenaam is , als men het doorgaans laat voorkomen. (N. Roti. Ct.) — Door de ferme houding der veenbazen tegenover de turfmakers, is de bestaande gisting aan de Dedemsvaart naar genoegen der eersten afgeloopen. De meeste arbeiders zijn tot hunnen arbeid teruggekeerd. --- GRONINGEN, 23 September. Voor eenigen tijd werd van hier aan het Handelsblad berigt, dat het aantal inschrijvingen van nieuwe studenten aan deze hoogeschool niet bijzonder groot was. Dat berigt was wel wat voorbarig, daar gewoonlijk de nieuwe studenten zich niet laten inschrijven voordat de lessen zullen beginnen. Met genoegen kunnen wij thans mededeelen , dat het aantal nu ingeschrevene studenten 48 bedraagt en alzoo dat der beide laatste jaren overtreft. — L.l. Vrijdag is van de werf van den heer E. H. Meubsing , te Hoogezand, te water geloopen het gekoperd en kopervast schoonerschip genaamd Helmers, gevoerd zullende worden door kapt. A. Messen , en dadelijk daarop de kiel gelegd voor het schip Emilie, beide voor rekening van den heer R. van Buuren en Co., te Rotterdam. — Bij den hoogen vloed van 1.1. Dingsdag geraakten op de uiterdijkslanden achter den Finsterwolder-polder vijf personen, die daar werkzaam waren geweest, op verren afstand van den dijk in levensgevaar. Zij gaven noodseinen. De heer Habbo D. Hovenga , landbouwer te Oostwolder-polder , dezen nood ziende , loofde, daartoe door edele menschenliefde gedrongen , eene premie uit, om de in gevaar verkeerenden met de boot , die bij de Finsterwolderpolderzijl lag, zoo mogelijk te redden. De personen Nies , de Voogd en zekere Berend , knecht van den zijlwaarder J. K. Remiema , verklaarden zich al spoedig daartoe bereid , wien het mogt gelukken in twee reizen de redding te volvoeren. — zeldzaam sterfgeval vond Zondag te Wildervank plaats. De oud-schipper W. H. Orsel begaf zich des morgens gezond en wel naar de keik der Christelijke Afgescheidene gemeente aldaar, doch mogt niet weder levend van daar terugkeeren. Reeds onder het eerste gezang viel hij bewusteloos van zijne zitplaats, en, naar buiten gebragt zijnde , bleek het dat hij reeds den geest had gegeven. Volgens geneeskundigen , was hij aan eene zenuwberoerte bezweken. — Voorwaar een treffend blijk van de broosheid van het menchelijk leven. — Wij zijn verzocht te melden, dat het deerniswaardig ongeluk , dat wij in ons vorig nommer vermeld hebben als voorgevallen te Stroobos, niet heeft plaats gehad onder Groninger-, maar onder F'riesch Stroobos. De heer commissaris des Konings in Friesland heeft zich persoonlijk ter plaatse begeven om het noodige onderzoek te doen. In de vorige week is in dit blad opgave gedaan van de dagen en uren, waarop de inspectie over de verlofhebbende manschappen der nationale militie in de hoofdplaatsen der militiekantons dezer provincie zal gehouden worden. Men heeft ons doen opmerken , dat die opgave niet geheel volledig was. Om mogelijke verwarring of misverstand te voorkomen, herhalen wij die thans in haar geheel. Den lsten October te Leek: om 11 uur voor Grootegast, 11-4- uur voor Marum, 12 uur voor de Leek. — 2 Oct. te Groningen: om 94_ uur voor Haren , 10 uur voor Noorddijk, uur voor Groningen. — 3 Oct. te Zuidhom: om 11 uur voor Ezinge, 114; uur voor Oldehove, 12 uur voor Grijpskerk , 124; uur voor Hoogkerk en Oldekerk, 1 uur voor Aduard, 1| uur voor Zuidhom. — 6 Oct. te Veendam: om 9 uur voor Veendam , 10 uur voor Meeden, 104; uur voor Muntendam , 11 uur voor Wildervank. — 7 Oct. te Oude Pekela : om 10 uur voor Nieuwe Pekela, 114; uur voor Oude Pekela. — 8 Oct. te Wedde: om 10 uur voor Onstwedde, 104; uur voor Bellingwolde , 11a uur voor Vlagtwedde , 12 uur voor Wedde. — 9 Oct. te Winschoten: om 10 uur voor Beerta , 104; uur voor Nieuwe Schans, 11 uur voor Winschoten. — 10 Oct. te Scheemda: om 10 uur voor Finsterwolde, 104, uur voor Zuidbroek , 11 uur voor Noordbroek , 12 uur voor Midwolde , 124; uur voor Scheemda. — 11 Oct. te Hoogezand : om 10 uur voor Sappemeer, 11 uur voor Slochteren, 12 uur voor Hoogezand. — 13 Oct. te Winsum: om 9£ uur voor Ulrum en Leens, 10 uur voor Kloosterburen, 104; uur voor Eenrum, 11 uur voor Adorp, 11| uur voor Baflo, 12 uur voor Winsum. —14 Oct. te Middelstum: om 9 uur voor Uithuizermeeden, 9£ uur voor Uithuizen, 10 uur voor Warffum, uur voor Usquert, 11 uur voor Bedum, 11£ uur voor Kantens, 12 uur voor Middelstum. — 15 Oct. te Loppersum : om 9 uur voor Bierurn, 9£ uur voor Ten Boer, 10 uur voor 't Zandt, 104; uur voor Stedum , 114; uur voor Loppersum. — 16 Oct. te Appingedam: om 94 uur voor Termunten, 10 uur voor Nieuwolda, 10J uur voor Delfzijl, 114; uur voor Appingedam. --- Staten der provincie Groningen. Zitting van Maandag den listen September. Tegenwoordig 40 leden; afwezig de heeren Buongers ,H. B. O.nnes, Heeres, Houwing en de Sitter. De voorzitter deelt mede, dat in de derde afdeeling, ten gevolge van de afwezigheid van den heer de Sitter, in diens plaats tot rapporteur is benoemd de heer van Loon. Sedert de laatste opgave zijn nog ingekomen de volgende adressen betreffende de verbetering der scheepvaartkanalen in dit gewest: van B. W. Por en andere ingezetenen van Oude en Nieuwe Pekela ; J. H. Boekhoudt c. s. , ingelanden van het dijkregt van Oosterwijtwerd ; K. L. Smid c. s. , ingelanden van het dijkregt onder Uitwierda; F. H. EIJSSINGA c. s.. landgebruikers onder de schepperijen van Holwierda en Marssurn en het dijkregt van Oosterwijtwerd; — en betreffende de indeeling der provincie in waterschappen : van het Woldzijlvest, het Scharmerzijlvest en het Sloehterzjlvest. — De. stukken worden niet voorgelezen , maar verzonden naar de afdeelingen, om bij de overige stukken gevoegd te worden. De voorzitter vraagt hierop aan de centrale commissie , wanneer zij rekent met haar verslag gereed te zijn , ten einde daarnaar te kunnen bepalen , wanneer de eerstvolgende openbare zitting zal worden belegd. De heer de Haan geeft in bedenking het rapport betrekkelijk de indeeling der provincie in waterschappen naar de betrokkene waterschappen te verzenden , bevorens het door de Staten verder in behandeling worde genomen. De heeren Quintts en van Roijen verklaren zich hier tegen; zij zeggen , dat het rapport nog niet in de afdeelingen is onderzocht en dat dit toch wel eerst dient te geschieden. De heer de Haan neemt zijn voorstel terug. De heer ax Roijen doet nu de vraag , of deze buitengewone vergadering wel belegd is om ook de indeeling van de provincie in waterschappen te onderzoeken. De voorzitter antwoordt, dat daarover z.i. geen twijfel kan bestaan. Daar het hem evenwel ter ooren was gekomen dat sommige leden dit niet als uitgemaakt beschouwden, had hij ten overvloede het gevoelen van den minister van binnenl. zaken gevraagd , waarop binnen kort antwoord werd verwacht. Spr herhaalt de vraag, of het centraal verslag legen morgen zal kunnen gereed zijn, om dan eene zitting te houden. Daar hierop ontkennend werd geantwoord, wordt de eerstvolgende zitting bepaald op overmorgen, des voormiddags te 11 uur. ---