GROOT-BRITTANJE. Terwijl het gouvernement in zijne organen bij voortduring hevig te velde trekt tegen de handelwijze van Rusland , ook dan , als zelfs de ergste tegenstanders van het Petersburger kabinet geen gevaar of kwaden trouw kunnen ontdekken , verwondert men zich zeer, dat men daar , waar inderdaad het vredesverdrag wordt geschonden , het stilzwijgen bewaart. De voortdurende bezetting der vorstendommen door Oostenrijk, wordt als het ware met stilzwijgen voorbijgegaan. Men verwacht evenwel, dat lord Palmerston weldra in dezen van toon zal moeten veranderen , daar er reeds sprake is van eene meeting over dit punt; blijkt het nu daarop, dat men over Oostenrijks handelwijze ontevreden is, dan kan men weldra in de Morning-Post, Globe enz., zeer heftige uitvallen tegen het Weener kabinet verwachten. In wél onderrigte kringen hecht men echter zeer veel gewigt aan de wederregtelijke handelwijze van Oostenrijk. Door die voortdurende bezetting toch , wordt een invloed uitgeoefend, strijdig met den uitgedrukten wil der leden van het Parijssche congres , toen er bepaald werd, dat de inwendige organisatie der vorstendommen , als het ware door de bevolking zelve zou geregeld worden. Dat Oostenrijk ten deze geheel handelt in overeenstemming met de Porte,'kan volstrekt niet tot verontschuldiging strekken , daar het besluit te Parijs in 't belang der bevolking van de vorstendommen en niet in het belang yan Turkije genomen is, terwijl de vorstendommen en Turkije in dezen tegenstrijdige belangen hebben. De Fransche dagbladpers komt reeds openlijk met haar georer de b-zetting der Donau-vorstendommen voor den aag. Ue Constituttonel zegt ronduit , dat een langer bezet houden eene stellige schending van het Parijsche verdrag zou zijn en inderdaad eene gewapende tusschenkomst vorderen" Het blad herinnert , dat de eerste Oostenrijksche gcvolmagtigde, de graaf von Buol , in den boezem der conferentie heeft verklaard , dat de ontruiming der vorstendommen spoedig zou geschieden, en dat zij zou voltooid zijn vóór de verbonden legers alle punten van het Turksche gebied zouden ontruimd hebben. Reeds sinds lang is dit laatste geschied. De Constitutionnel drukt de hoop uit, dat de Oostenrijkers zelve de noodzakelijkheid zullen inzien, om hunne soldaten spoedig de vorstendommen te doen ontruimen , ten einde de billijke gevoeligheid der overige Europesche groote mogendheden met op te wekken. Dit artikel is te meer opmerkelijk , omdat men daarin eene officiële meening wil uitgedrukt zien. Het artikel komt trouwens overeen met hetgeen reeds voor eeni<*e dagen is medegedeeld nopens de zienswijze van het Fransche gouvernement ten opzigte van deze bezetting. — Te Liverpool is iemand op het denkbeeld gekomen om ijzer-papier te vervaardigen. Het is een door middel van de door Bessemer uitgevondene methode bereid ijzerblik , hetwelk nog veel dunner en fijner is dan het door Demidoff in 1851 te Londen ten toon gestelde ,en moet veel gelijkheid hebben met glad postpapier. De Liverpool-Albion raadt den heer Herepath zijn spoorweg-dagblad op zulk papier te drukken. Het donker nitzigt van dit papier kan men door kleurdruk verhelpen. --- 'sGRAVENHAGE, 16 October. De minister van binnenl. zaken heeft de definitieve concessie voor den noordelijken spoorweg aan den heer Dull opgemaakt en ter goedkeuring aan de departementen van oorlog en financiën gezonden. — Naar men verneemt, heeft de heer Duymaer van Twist, in het kiesdistrict Steenwijk benoemd tot lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, dezer dagen te Zwolle eene bij•tënkomst geha met eene bezending van kiezers uit genoemd district en hv daarbij te kennen gegeven , dat hij allezins erkentelijk wa voor het in hem gesteld vertrouwen , maar zich "jettemin geropt vond te verklaren , dat hij die betrekking "let konde afvaarden. In deze bijeenkomst is de heer Storm v"n 's Gravende, voormalig lid der Tweede Kamer, in aanmerking gelanen om, indien de heer Duymaer van Twist bij *'jn besluit mogt volharden , in diens plaats in het district "'eenwijk < worden gekozen. — De Janing der Belgen heeft ter gelegenheid van de ten'oonstellin te Gent, den Nederlandschen schilder Bosboom be- Ooemd to ridder der Leopolds-orde. .7- Er heeft zich alhier eene commissie gevormd om bij Wijze va* proefneming aan eenige ambachtslieden zender werk, 1 *elke den zomer zich door vlijt en oppassend gedrag hebbengekenmerkt, dezen winter werk te verschaffen. Wanneer c* proef wel gelukt, is men voornemens om den volgenden yinter die werkverschaffing tot alle zoodanige arbeiders uit te stekken. — Het verzoek om gratie vac den voormaligen uitgever der ■dntrsf. Courant , mr. L. Zegers Veeckens, is van de hand gevezen. — Zijne afwezigheid verhindert de ten uitvoerlegging *tn het vonnis. i — Wij vernemen dat dr. A. L. Gastman, directeur van *et opvoedkundig instituut te Herwijnen, op Java, om huise| 'Uke omstandigheden afstand van die betrekking heeft ge: ™an, en zich reeds weder op reis naar het moederland be( '"nöt. Bijna vijf jaren was hij bij die bloeijende inrigting , welke, uit partikuliere fondsen begonnen, in 1854 het Indisch gouvernement is ondersteund geworden. --- FRANKRIJK. Ten einde aan de arbeiders te Lyon die ten gevolge van de handelscrisis zonder werk zijn , arbeid en brood te verschaffen heeft de Keizer voor 100,000 francs zijden stoffen bii de fabriiken aldaar besteld. J Napoleon is tegenwoordig druk in de weer met het houden Tan revues over de troepen. Hij moet gedurende zijn verblijf te Biarritz veel m de krijgskunde gestudeerd hebben en nieuwe manoeuvres hebben uitgevonden , waarmede nu bij die wapenschou wingen proeven genomen worden. Inmiddels spreekt men over toenemende ontevredenheid onder de troepen , zoowel de officieren , als manschappen , ter zake van de geringe bezoldiging, de verhoogde kosten van uitrustin" en de duurte der eerste levensbehoeften. — Sedert verscheidene dagen boezemt de uiting der publieke opinie in het geheele land en meer bepaald te Parijs aan de regering ernstige bekommering in; voornamelijk zijn de door de arbeidende klassen bewoonde -wijken in een staat van overspanning , waarvan weinig goeds te verwachten is. Geregeld alken morgen is de politie genoodzaakt de plakkaten en andere oproerige aankondigingen af te scheuren , die onzigtbare handen eiken nacht op de muren in de voorstad St.-Antoine vasthechten. Wederom is het de eindelooze kwestie der huurprijzen die tot aanleiding dient om tot opstand aan te hitsen. Te vergeefs is het der regering mogen gelukken, en wel in zekeren zin door maatregelen van geweld, om een groot aantal huisheeren te bewegen af te zien van hun voornemen om den Bsten dezer maand de huur op te slaan; want bij velen leden de pogingen van het bewind schipbreuk, en ten gevolge daarvan zagen zeer veel arbeidersgezinnen zich genoodzaakt te verhuizen, en dit bragt eene gisting te weeg die nog wel is waar tot geene uitbarsting is gekomen , maar zulk een geweldige ontploffing wel spoedig kan doen verwachten. Dagelijks worden zeer veel personen in hechtenis genomen ; alleen de gevangenis la Roquette heeft 315 nieuwe gasten ontvangen. Van een anderen kant blijft het niet onopgemerkt dat de Keizer zich te Saint-Cloud als opgesloten houdt en slechts hoogst zelden zich te Parijs vertoont. Hij is sedert zijne terugkomst uit het zuiden nog maar driemaal in de hoofdstad geweest, namelijk om eene opera-voorstelling bij te wonen en om twee wapenschouwingen te houden. Bij deze revues was het voor het publiek, te Parijs meer dan elders op zulke schouwspelen verzot, bijna onmogelijk, de plek te naderen waar de manoeuvres werden verrigt, zoo wantrouwend en zoo omzigtig schijnt de politie te werk te gaan. — Bij kooplieden in eetwaren te Parijs zijn thans gerookte hammen van paarden en beeren te koop. — Ten gevolge van de toenemende concurrentie der beetwortelsuiker-fabrikanten , hebben de raffinadeurs van koloniale suiker een groot gedeelte hunner arbeiders moeten wegzenden. — De dagbladen zijn tegenwoordig opgevuld met berigten en beschouwingen over de muntcrisis, welke, gepaard aan de duurte der levensmiddelen en den stijgenden huurprijs der woningen , alle standen in Frankrijk zeer drukken. De vermindering der goudswaarde, in de laatste jaren gaandeweg toegenomen , heeft het evenwigt verbroken tusschen de muntmetalen. Nu men agio voor zilvergeld betaalt, spreekt het van zelf dat het zilver zooveel mogelijk wordt teruggehouden en zich ophoopt bij enkelen, die het voor de smeltkroes bestemmen of naar den vreemde verzenden. De groothandel, de gemakkelijkheid van alle operatiën, zelfs de kleine neringen moeten daaronder lijden. De gouden munt is niet overvloedig genoeg voorhanden, om alleen de behoefte van haar ruilmiddel te vervullen; van daar de toeneming der gedruktheid in de financiêl kringen van Frankrijk, door allerlei overdrevene speculatiën in actiën nog vermeerderd. Te Parijs, waar men meer dan ergens anders hulp en regeling van regeringswege verlangt , zelfs bij toestanden waarin geen regering ter wereld iets zou kunnen verhelpen of regelen, ontstond ter zelfder tijd met de kwaal de vraag, wat de regering doen zou om die te genezen. Van daar dat de Moniteur, om de gemoederen gerust te stellen , een verslag opnam van den minister van financiën over Frankrijks geldelijken toestand, waarin de zaak van de gunstigste zijde bezien werd, doch dat op de beurs, blijkens de flaauwe stemming die er op volgde , eene geheel andere overtuiging te weeg bragt, dan de minister door zijne bemoedigende beschouwingen bij het publiek scheen te willen doen geboren worden. Dan, bij dat verslag is het niet gebleven. Een regerimrs-besluit heeft het smeltan der munt voor ongeoorloofd verklaard en met straffen bedreigd. Een verbod dat waarlijk de kwaal niet uitroeijen zal, zelfs al \vas het|uitvoerbaar, wat zeer te betwijfelen valt. > Voorondersteld, men kon er in slagen om door geheel Frankrijk het smelten van zilver te beletten, wat zal dat metaal baten zoolang dit vrij de .grenzen overgaat, en in het buitenland versmolten wordt om misschien in den vorm van baren weder naar Frankrijk terug te keeren? Wil men op den ingeslagen weg voortgaan en consequent blijven, dan zal ook de uitvoer verboden en, wat meer zegt, belet moeten worden , en waar zou het met zulk een stelsel heen ? De edele metalen , gemunt of ongemunt, zijn even goed handelswaar als elk ander artikel en vervullen daarenboven nog de rol van algemeen ruilmiddel. Hunnen vrijen omloop te storen is om handel en nijverheid een ijzeren boei slaan , die voor beiden doodelijk moet zijn , als die boei te eng knelt, en zoo er eenige ruimte blijft , een strijd in het leven roept tusschen ontduiking en verbod, waarin de eerste altijd den prijs behaalt. Dat het goud in waarde moest dalen ,na de vele aanvoeren der laatste jaren ,is sedert lang voorspeld, en vele regeringen , waaronder de Nederlandsche, hebben in dat vooruitzigt het zilver als eenigen standaard aangenomen. In die landen waar dit niet is geschied , wordt de crisis gevoeld en te heviger, naar mate er meer gemunt goud in omloop is. Frankrijk, dat de meeste gouden stukken heeft, ziet die nu natuurlijk van alle kanten toevloeijen en zijne zilveren munt verdwijnen. De gedachte , dat men dien toestand, uit natuurlijke oorzaken voortkomende, door kunstmiddelen zou kunnen wijzigen, moge in het brein van de massa opkomen, maar zoo de regering zich gedrongen ziet om aan dien waan toe te geven, dan zal het volk het eerste zijn op 't welk de nieuwe last dier kunstmiddelen drukt, welke het kwaad nog doen toenemen. — Bij de oorlogzuchtige wending die de Napelsche kwestie nu weder genomen heeft , treedt het verwachte congres tot regeling der aanhangige vraagstukken van Europeesch belang, ook weder op den achtergrond. »Er is — zegt de Londensche Globe — nog geen tijdstip voor die zamenkomst bepaald, en het verschil van gevoelen over de belangrijke aangelegenheden, die behandeld moeten worden , maakt eene spoedige bijeenkomst zeer onwaarschijnlijk. » De diplomatie van Europa beijvert zich thans om het verschil van inzigten der onderscheidene gouvernementen minder scherp te maken, en tot afspraken te komen, die slehts de beslissing van een congres zullen behoeven om in het staatsregt van Europa te worden opgenomen. Tot dus verre wordt dit werk der diplomatie met een weinig gunstigen uitslag bekroond. Het geschil over Bolgrad en de regeling der Donau-vorstendommen leveren nog groote bezwaren op, en bovendien is de Napelsche zaak een groot struikelblok. Vóór dat te Parijs een congres gehouden kan worden , moet het hardnekkig verzet van Koning Ferdinand plaats gemaakt hebben voor eenen geest van toenadering , waarvan nog geene blijken bestaan." — Sedert 10 jaren werd te St. Bel, bij Lyon , Protestantsche godsdienstoefening gehouden. Dezer dagen heeft de maire, op last van den prefect, de bijeenkomst in die gemeente doen verbieden en het lokaal laten sluiten. Den volgenden Zondag , toen zij weder vergaderde, werd de bijeenkomst door de gendarmerie uiteengedreven en proces-verbaal opgemaakt. Men ziet regterlijke vervolgingen deswege te gemoet. . — De wijnoogst is overal in volle werking en spoedt ten einde. De oogst van 1856 is over het geheel veel beter dan verleden jaar, zoo wat betreft de hoeveelheid, ols voornamelijk wat aangaat de hoedanigheid ; dit gelukkig resultaat heeft men vooral aan de regens en de warmte der laatste dagen te danken. Het weder is thans ook bijzonder gunstig voor den veldarbeid en het zaaijen voor den winter. — Van de lonische eilanden wordt gemeld, dat de oogst van krenten, die in de laatste jaren telkens geheel was mislukt , dit jaar buitengemeen voordeelig is uitgevallen. De opbrengst op Zante bedraagt bereids tusschen de acht en negen die op Cephalonia minstens twaalf millioen ponden, terwijl van Patras reeds twaalf millioen ponden naar Engeland ingescheept zijn. De stoombooten van Lloyds waren gedurende de laatste weken voortdurend met krenten geladen. — Men weet dat ,in afwachting der groote expeditie tegen Kabylië in de aanstaande lente, de gouverneur-generaal van Algerië er eene tegen Klein Kabylië gerigt heeft , ten einde de volksstammen in bedwang te houden , welke de vijandelijkheden begonnen zijn. Die veldtogt is door drie schitterende gevechten geëindigd, waarbij het voordeel aan de Fransche wapens is gebleven. De divisie Renault, door den gouv.-generaal in persoon aangevoerd, heeft den meest oostelijken stam, dien der Guechtoulas , aangevallen. Na den vijand den 23sten Sept. eene eerste maal geslagen te hebben, heeft de divisie den volgenden dag al zijne positiën ingenomen , onderscheidene dorpen verbrand en zijne vijgenplantages vernield. Den 30sten is dergelijke operatie, door hetzelfde resultaat gevolgd, tegen een ander gedeelte van denzelfden stam ondernomen. — Ten gevolge van dien sterken aanval, boden de Guechtoulas van alle kanten hunne onderwerping aan. Men hield het daarom voor mogelijk, dat de groote expeditie tegen de aanstaande lente noodeloos zou worden. — Voor eenige dagen werd gemeld , dat de Keizer van Marokko toebereidselen maakte om de zeeroovers van het Riffeiland te straffen voor hunne geweldenarijen en om hen tot onderwerping te brengen. Thans verneemt men , dat een aanzienlijk corps kavallerie , onder bevel van den gouverneur Ben- Abd-el-Malleah, te Fez reeds op het punt staat om eene expeditie tegen dat eiland te ondernemen. --- BELGIË. De dagbladen der Katholijke partij in België zijn over het geheel ontevreden over de houding des gouvernemcnts in de zaak van het hooger onderwijs. Zij zeggen dat, ofschoon het door de Kerk teyen de Gentsche hoogeschool gevelde vonnis door de bekende circulaire van den minister van binnenlandsche zaken in het afgetrokkene meerendeels beaamd wordt, de staat van zaken , welke de bisschoppen genoopt heeft om hunne waarschuwende stem te verheffen , door het gouvernement in stand wordt gehouden ; zij vermanen den minister , om het niet bij de circulaire te laten , maar op den ingeslagen weg verder te gaan en de door hem aangewezene beginselen in volle toepassing te brengen. Verder wordt van die zijde beweerd, dat het gouvernement, bevreesd voor de liberalen, zich midden tusschen de dwaling en de waarheid tracht te houden, en in zijne zwakheid wel iets , maar in geenen deele genoeg doet tot wegneming van de regtmatige grieven der Kerk. Ook het te Parijs uitkomende ultramontaansche hoofdorgaan l'Univers verklaart zich bepaaldelijk tegen den minister de Decker, en dat wel op eene wijze, die in België denkelijk niet zonder invloed zal blijven. Het vestigt de aandacht op de omstandigheid , dat niettegenstaande de uitdrukkelijke verklaring der bisschoppelijke mandamenten, het programma der Gentsche universiteit zonder wijziging is afgekondigd, 't welk beduidt, dat de Belgische regering niet de minste acht heeft geslagen op de klagten der Katholijken en op het afkeurend oordeel , door de leden van het Belgische episcopaat uitgebragt. Wat de circulaire van den minister de Decker aangaat, dat stuk wordt in l'Univers ten sterkste gegispt, omdat daaruit blijkt, dat van regeringswege de hoogleeraren volkomen vrijheid behouden om bij het geven van onderwijs zich als niet- Christenen te doen kennen. De minister heeft alzoo, volgens l'Univers, nadat de mandamenten waren uitgevaardigd, de zaak onderzocht, en naardemaal de hoogleeraren worden gehandhaafd , de bisschoppen in het ongeiyk gesteld. De schrijvers van l' Unieer» gaan verder en meenen, dat de circulaire des ministers zelfs eene zeer gevaarlijke aanschrijving is, vermits men den inhoud derzelve kan zamenvatten in het navolgende korte programma: » Weest ongodsdienstig, als het u lust, zulks te zijn; de regering zal u dat niet beletten; — maar zijt daarbij tevens slim en omzigtig; dat is overeenkomstig met het belang van den Staat, ja wordt zelfs dringend daardoor gevorderd." Daarop vallen de schrijvers van V Univers den heer de Decker met groote (hevigheid aan en stellen zij de vraag, hoe het mogelijk is, dat een minister, die Kathofijk is , — want de heer de Decker is zeer ernstig Katholijk, — eene zoodanige circulaire heeft kunnen onderteekenen ? Zij sporen de Belgische dagbladen aan om dien minister niet langer te ontzien , en niet uit het oog te verliezen, i dat het anti-Christelijk onderwijs der vrije Brusselsche universiteit minder gevaarlijk is dan het » voorwaardelijk ongodsdienstige onderwijs" 't welk noodwendig op de staats-universiteiten zal worden ingevoerd, in geval de staat zich , zonder omwegen, mogt vereenigen met de beginselen van zijne ministers.") Hoe minder genoegen de circulaire des ministers aan dien kant geeft , des te meer goeds beginnen de liberale dagbladen in dat staatsstuk op te merken. De bekende Fransche schrijver de heer Sue, die zich thans te 's Gravenhage bevindt, heeft zich ook in den strijd gemengd en zich openlijk verklaard voor de door de liberalen beledene beginselen, door eenen brief, geplaatst in het te Brussel uitkomende republikeinsche orgaan Ie National, waarin hij de schrijvers en bestuurders van dat dagblad geluk wenscht met de door hen aan den dag gelegde volharding en betoonde vaderlandsliefde te midden der moeijelijkheden van het tegenwoordige tijdstip. De heer Sue zegt in dien brief, dat het tot eere strekt van België , Nederland, Piêmont en Zwitserland, dat de verdedigers der beiliga regten van de rede en de vrijheid des menschdoms daar hunne stem nog kunnen doen hooren, terwijl in de groote staten van Europa het gruwelijkste despotismus heerscht: — dat hij geen misbruik zal maken van de gastvrijheid, welke hem wordt verleend, en niet uit het oog zal verliezen, dat de banden, aan welke de drukpers in alle landen elk oogenblik kunnen worden gelegd, en de ballingschap, waarin hij zich thans bevindt, hem dure verpligtingen opleggen; maar dat hij niet mag nalaten, de Belgische liberalen de verzekering te geven van zijne onveranderlijke erkentelijkheid voor de wijze, waarop zij bern, Sue , hebben ondersteund en aangemoedigd, » onder anderen toen hij zich bezig hield met de uitgaaf van het werk getiteld: » De wandelende Jood." De heer Sue verklaart zich voor het onderwijs , 't welk gegeven wordt aan de Gentsche universiteit, en stelt zich voor om in eene reeks van brieven , geschreven aan het dagblad Ie Natio/iul, de onderwerpen te behandelen, welke aanleiding hebben gegeven tot de mandamenten der bisschoppen van Gent en van Brugge. In berigten uit Rome , .van het begin dezer maand , wordt gemeld, dat de pauselijke Stoel, op het ontvangen van verontrustende berigten uit België, zich gedrongen heeft gevoeld om over de universiteit van Gent den kerkdijken ban uit te spreken ; dat echter de uitvoering van dit besluit moeijelijkheden schijnt te baren, welke reeds aanleiding hebben gegeven tot de komst van een afgevaardigde uit Gent, om zich daarover te beraden , en die men hoopt , dat na de komst van den Belgischen gezant, den heer de Meester de Ravesteyn, uit den weg uilen kunnen worden geruimd. --- NEDERLAND. Tweede Hamer der Staten Generaal. Zitting van Maandag den lZden October. Behalve het wets-ontwerp tot onteigening van perceelen ten behoeve van het Dockumer groot diep, zijn in deze zitting aangenomen dat tot vaststelling der begrooting van uitgaven wegens den arbeid der gevangenen over 1857 ; dat tot goedkeuring eener ruiling tusschen den Staat en de gemeente Roermond; en dat tot vaststelling der raming van uitgaven wegens verstrekkingen voor het departement van oorlog, dienst 1856. Verder wordt nog zonder hoofdelijke stemming aangenomen: de conclusie van het verslag der commissie nopens de rekening van het fonds wegens de kolonisatie van behoeftigen in de koloniën der maatschappij van weldadigheid voor 1854; nadat de minister verklaard had, dat het zijne innige overtuiging is , dat er een einde aan de verhouding tusschen den Staat en de maatschappij moet gemaakt worden, en dat daarheen al zijne pogingen zullen strekken; — de conclusie nopens de inlichtingen op het verslag wegens de adressen van P. Manden en anderen betrekkelijk de kerkelijke pensioenen, — en de conclusie der wet tot regeling van het muntwezen in Neèrl. Indië, over 1855. De heer Hoynck van Papendrecht, herinnert, dat bij eene circulaire van den yorigen minister van justitie, de regterlijke magt is uitgenoodigd om voordragten houdende aanbeveling ter vervuiling van vacature*, geheim te houden. Uit persoonlijke ervaring bestaat bij hem de overtuiging , dat de tegenwoordige minister den inhoud der circulaire deelt en er zelfs uitvoering aan wil geven , en daarom acht zich spreker verpligt , dat punt in de K: mer ter sprake te brengen. Niet alleen betreft het de uitvoering , maar de minister wil er zelf» eene poenale sanctie aan geven. Dit is z. i. in strijd met de wet op de regt. organi.-,atie, en hij verzoekt dus verlof van de Vergadering, om op ten' nader te bepalen dag aan den minister van jußtitie te vragen , welke uitvoering de minister vermeent aan bedoelde circulaire te geven. Dat verlof wordt verleend. Na het uitbrengen van rapporten op ingekomen adressen, wordt de vergadering tot nadere bijeenroeping geseheiden. ---